Auschwitz Bulletin, 2002 nr. 02 April

download Auschwitz Bulletin, 2002 nr. 02 April

of 32

  • date post

    21-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    232
  • download

    7

Embed Size (px)

description

Er was heel veel aan de hand. De lange rreurgang van hersen- bloedingen, CVA's en tia's die Annetje langzaam hebben gesloopt was begonnen. Met mijn zusjes Chaja en Ellen ben ik meteen naar Fort Lauderdale gevlogen. Ik zie ons nog haar kamer in het ziekenhuis betreden: Zij zat vrolijk in haar bed en vond her verschrikkelijk aardig van ons dat we de moeite hadden genomen even langs te komen. Er heerste om haar heen een opgewekte 46ste jaargang, nr. 2, april 2002. Verschijnt 4 x per jaa

Transcript of Auschwitz Bulletin, 2002 nr. 02 April

  • 46ste jaargang, nr. 2, apri l 2002. Verschijnt 4 x per jaa

    Een uitgave van het Nederlands Auschwitz Comit; postbus 74131,1070 BC Amsterdam

    A u s c h w i t z B u l l e t i n

    Bij de dood v a n mijn moeder

    Bovenmenselijke kracht Op een dag, zeven jaar geleden, werd ik gebeld vanuit de Verenigde Staten, vanuit Fort Lauderdale waar mijn moeder, Annetje, met haat twee hartsvriendinnen Helene en Paulette haat vakantie doorbracht. Ik moest "vooral niet schrikken", drukte Paulette mij op het hart, "er is niets aan de hand". Het enige dat hun was opgevallen was dat Annetje sinds die morgen uitsluitend nog Jiddisch sprak, liedjes uit haat jeugd zong en de mensen om haat heen aansptak met de namen van haar broers, haar vrienden en vriendin-nen van vroeger. Of dat thuis ook wel eens vaket gebeurde. "Nee", zei ik. "F.igenlijk nooit. Jiddisch heb ik haat, op een paar woorden na mer horen spreken. :"

    Er was heel veel aan de hand. De lange rreurgang van hersen-bloedingen, CVA's en tia's die Annetje langzaam hebben gesloopt was begonnen. Met mijn zusjes Chaja en Ellen ben ik meteen naar Fort Lauderdale gevlogen. Ik zie ons nog haar kamer in het ziekenhuis betreden: Zij zat vrolijk in haar bed en vond her verschrikkelijk aardig van ons dat we de moeite hadden genomen even langs te komen. Er heerste om haar heen een opgewekte

    stemming. Zij straalde een totale luchtigheid uit. Er weiden grapjes gemaakt, het verplegend personeel was dol op haar en over de zojuist gestopte bloeding werd door haar met geen woord gerept.

    Het duutde even vootdat ik begon door te krijgen wat er werkelijk aan de hand was. De bloeding had tijdelijk een deel van haar geheugen uitgeschakeld. Het geheugen dat o v e t was gebleven hield op lang vootdat haat weteld gtimmig was geworden. Wat e t in de jaren dertig en daarna o v e t haar heen was gekomen bestond heel even niet meer en wat er over was, was de optimistische wereld van de Poolse emigranten die in het begin van de twintigste eeuw naar Duitsland waten gekomen: het vertrouwen dat door hard werken een nieuw en betet besraan in het vetschiet lag. De wereld van de Jiddische kinderliedjes, de koekjes van Tante Fradel en Onkel Shleume. De hoop van Mozes Lazor en Chaja Line voor het jonge gezin in de nieuwe wereld op het Westelijke randje van het Europees continent. Het drong tot me door, dat Chaja, Ellen en ik tijdelijk spelers waren geworden in een vreemde reconstructie van het

    verleden die ontkende dat na de droom, de nachtmettie was gekomen. En hoewel het verleden en heden al vrij snel weer door elkaar werden gemengd, zag ik toen v o o t het eerst in mijn moeder de vrouw die zij ooit was geweest en die ze na de sjoa nooit m e e t uitsluitend kon zijn.

    Een paat dagen v o o t haar dood, tijdens de wake aan haar ziekbed, moest ik weer aan Fort Lauderdale denken en aan de zorgeloze geschiedenis-begoocheling van toen. Annetje voerde het gevecht om te ovetleven zoals zij had geleefd te vechten om te ovetleven. "Heel goed, heel goed" waren de laatste woorden die zij verstaanbaar kon uitspreken. Tijdens haar gevecht om te overleven herhaalde zij die woorden, als een mantfa, een bezwering, een strijdkreet. "Heel goed, heel goed, ik geef niet op, ik vecht me er weer bovenop, het gaat weer heel goed."

    Van haar kampvriendinnen Paulette en Helene heb ik begfepen waar deze bovenmenselijke inspanningen vandaan zijn gekomen. Zelf heeft Mamma e t niet veel over verteld, en als zij het deed, deed zij dat in algemene bewoordingen, schetsen,

  • Nederlands Auschwitz Comit Ere-voorzitter: Annetje Fels-Kupferschmidt Ere-lid: drs. Eva Tas Ere-lid: Jacques Furth Voorzitter: Jacques Grishaver Vice-voorzitter: Carry van Lakerveld Secretaris: Hetbert Sarfatij 2e Secretaris: Els Deen Penningmeester: Ronald van den Berg 2e penningmeester: John van Cleef Secretariaat: Postbus 74131 1070 BC Amsterdam tel/fax 020-67 233 88 website: www.auschwitz.nl E-mail: info@auschwitz.nl

    Bankrekening: ABN/AMRO: 414.646.282 Postbank: 29.30.87

    Het doel van de Stichting Nederlands Auschwitz Comit is: * het realiseren van de zinspreuk

    "Nooit meer Auschwitz"; * het ageren tegen alle vormen van

    fascisme, racisme en anti-semitisme;

    * het bevorderen van het welzijn van de in de tweede wereldoorlog ver-volgden en hun nabestaanden;

    * het verrichten van alles wat met het voorgaande verband houdt, alles in de ruimste zin

    AUSCHWITZ BULLETIN:

    Eindredactie: Clairy Polak Redactie: Max Arian

    Theo Gerritse Theo van Ptaag Bertje Leuw Carry van Lakerveld

    Red. secretaris: Sandra Waterman E-mail: redactie@auschwitz.nl Redactieadres: Postbus 1065 1700 BB Heethugowaard Voor de inhoud van de artikelen die on-dertekend zijn is alleen de auteur verant-woordelijk.

    Abonnementenadministratie: Knoopkruid 54 1112 PV Diemen tel./fax: 020-600 34 55

    Druk: Drukkerij Peters Amsterdam bv

    toespelingen, altijd op haar hoede ons kinderen niet te verwonden met haar gevecht om te overleven. Van Helene heb ik gehoord hoe zij dit gevecht voetde. Zij kan tot in de kleine details de even ver-schrikkelijke als herosche tocht beschtijven die ze samen begin 1945 vanuit Auschwitz naat Noord Duitsland maakten. Helene beschtijft details van die tocht die als zwatt-wit foto's in mijn wezen tetecht zijn gekomen. De vtaag die deze beelden bij mij opriepen, "heeft het zin om als mens te midden van dit alles te willen overleven" heeft Annetje zichzelf ongetwijfeld ook gesteld. Maar zij begreep als niemand anders dat zelfs het stellen van die vtaag een fatale vetgissing zou zijn geweest. En dus verwierp zij de gedachte, de twijfel en verbood de vertwijfeling en redde zo haar leven en dat van Helene gedutende deze onmenselijke tocht.

    Die tocht, misschien als symbool voor wat zij meemaakte en wat zij ovetleefde, heeft haar wezen ben-vloed, zoals iedere extreme ervaring zijn srempel drukt op het vetdete leven. Annetje was niet alleen gevotmd door het optimisme van de emigrant en zijn gezin, niet alleen door zijn liefde voor het gezin, de tantes de ooms, de neven en nichten de tochtjes langs de Rijn en later het simpele geluk van het Scheveningse strand. De tocht zat ook in haat. De generaal, de advocaat, de sttateeg die voortgaat om zijn doel te beteiken.

    De nacht die ik bij haat dooibtacht aan het bed, was gevuld met weemoedige gedachten ovet ons "vroeger". De wandelingen langs de Amstel, vakantie in Egmond of Terschelling, knutselen en kleien aan de gtote tafel in de Haarlemmermeerstraat . De

    kinderliedjes uit haat jeugd die zij, schrijlings zittend op mijn bed, zong, de geut van haat mond, vermengd met de geur van de avond sigaret. Onvoorstelbare liefde en veiligheid bood ze ons. Maar met al die moederliefde waarmee zij ons voedde, sijpelde ook die ander kant van haar wezen door. Dat van de vechtet die nooit op zal geven en dat ene doel, altijd maat dat ene doel! Ook dat gaf zij door aan ons en omdat ik een beetje daarvan bij mij zelf heb kunnen bespeuren, kon ik reconstrueren door wat voor een bovenmenselijke kracht zij voort-gestuwd is geweest.

    Die avond, die nacht in decembet, haar kleine hand in mijn grote hand gelegen, luisterde ik naar het ruste-loze ritme van haar ademhaling. Het gevecht om weet te overleven. De grote werken waarvoor zij oorkondes kreeg, het comit, de WUV, de Wiedergutmachung, de publicaties of excursies naar de plaatsen van onheil, het leek geen tol meet te spelen. Zij was bovenal mijn moedet die eenheid en liefde om zich heen had gecreerd, drie kinderen als "mensch" in het leven had gezet. Zij had om zich heen een schate van kleinkinderen en achtetklein-kinderen verzameld en zij was de

  • magneet geworden, het episch centrum van een hatmonieuze samenleving. Ik tealiseerde me dat dit uiteindelijk ook zo'n boven-menselijke tocht is geweest, vol met ogenschijnlijke tegenslagen, vetloten echtgenoten, geldelijke zorg en intens verdriet ovet wat allemaal vetloren was gegaan.

    De kamer waar haar ziekbed stond getuigde van het succes van deze tocht. Er lagen boeken van mij, een jas van haar dochtet Ellen, de bril van haat dochter Chaja, tekeningen van haar achtetkleinzoon Rens, een vergeten ttui van haat kleinzoon Elias: als tekens in de woestijn. Wij zijn allemaal bij je geweest, hebben allemaal om je heen

    gestaan. Dat heb jij beteikt in je leven. Op een gegeven moment, toen ik om me heen keek en me dit realiseerde, ben ik naar haar toe gelopen en heb haar in haar oor gefluisterd; "Je hoeft niet meer, Mamma, je heb een goed leven geleefd."

    Hans Fels

    Na de gemeenteraadsverkiezingen Niet lekker slapen met professor Pim Zes maart 2002 is een datum die zeker een plaats zal krijgen in de Nederlandse politieke geschiedenis. Het is de dag waarop de uit het politieke niets opgedoken voor-malige Elsevier-columnist Pim Eortuyn in Rotterdam meer dan een derde van de stemmen wist te vergaren en daar in n klap de grootste partij werd. Dat laatste zal bij de aanstaande Tweede Kamer-verkiezingen waarschijnlijk nog net niet gebeuren, maar de kans is levensgroot dat de lijst-Fortuyn straks ook op het Binnenhof triomfantelijk acte de prsence zal geven.

    Het is voor het eerst in de Neder-landse parlementaire geschiedenis dat een partij, of nauwkeuriger gezegd een persoon-met-aanhang -want het is de solist Fortuyn die in z*n eentje de toon aangeeft - een dergelijk duizelingwekkend succes heeft behaald. Aangezien het hief ook nog eens gaat om iemand die tamelijk systematisch inspeelt op techts-populistische sentimenten, is het geen wonder dat Fortuyns door-braak tot onbehagen, angst en zelfs paniek leidt. Uiteraard bij de andere politieke partijen, die zich gecon-fronteetd zien met een lastig te bestrijden fenomeen. Maar ook bij het deel van de bevolking dat van buitenlandse komaf is en op wier kosten Fortuyn minstens een deel

    van zijn succes heef