Auschwitz Bulletin, 1965, nr. 01 Januari

download Auschwitz Bulletin, 1965, nr. 01 Januari

of 20

  • date post

    01-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    219
  • download

    0

Embed Size (px)

description

DEN HAAG: 28 januari in „Op gouden wieken", 8 uur. Jewgeni Mogilewski, piano; Max Croiset. AMSTERDAM: 26 januari, 8 uur, Con- certgebouw, grote zaal. Jewgeni Mogilewski, piano; Kunstmaandorkest o.l.v. Anton Kersjes; Herman Schey; ROTTERDAM: 27 januari, Rijnhotel, 8 uur. Jewgeni Mogilewski, . piano. januari- 1965 NA TWINTIG JAREN De groep ,,Concentratiekamp", een onderdeel van het mo- nument in Enschedé van de beeldhouwer Mari Andriessen. Foto Hans Sibbelee. *•? S> * * -

Transcript of Auschwitz Bulletin, 1965, nr. 01 Januari

  • nederlands auschwitz c o m i t

    twintig jaar bevrijd HERDENKINGSNUMMER

    januari - 1 9 6 5 secr. voorlopig: v. Walbeeckstraat 9hs, amsterdam-w., post-giro 29 30 87 bankrek.. amsterdamsche bank nr 106540, bijk.: van baer-lestraat amsterdam z. Oplage 20.000 ex.

    N A T W I N T I G J A R E N

    De groep ,,Concentratiekamp", een onderdeel van het mo-nument in Ensched van de beeldhouwer Mari Andriessen. Foto Hans Sibbelee.

    *? S> * * -

    NA TWINTIG JAREN

    Geen hemel, maar de hel als oord van leven is wat de mensch zijn medemensch kan geven. In Auschwitz deed hij het. Wie, daar geweest, kan, wat hij nooit vergeten kan, vergeven?

    A. Roland Holst

    a u s c h w i t z - h e r d e n k i n g e n AMSTERDAM: 26 januari, 8 uur, Con-

    certgebouw, grote zaal. Jewgeni Mogilewski, piano; Kunstmaandorkest o.l.v. Anton Kersjes; Herman Schey;

    ROTTERDAM: 27 januari, Rijnhotel, 8 uur. Jewgeni Mogilewski,

    . piano.

    DEN HAAG: 28 januari in Op gouden wieken", 8 uur. Jewgeni Mogilewski, piano; Max Croiset.

    Zie verder pag. 12. Zondag 24 januari zal bij het Auschwitz-graf op de Oos-terbegraafplaats .te Amsterdam een boompje geplant worden. Verzamelen om 11.30 uur bij de hoofdingang.

  • twintig jaar bevrijd ALS er iets voor zichzelf spreekt is het dit herdenkings-nummer. Toelichting is eigenlijk overbodig, of het moest zijn, dat dit vijfvoudige blad ook tien- of honderd-voudig had kunnen zijn, evenals de reeks van hen, die in geschrift, woord of daad met ons instemmen of mee-werken. Deze uitgave is in zijn soort een nationale mani-festatie geworden, zoals ook, naar het zich laat aanzien, de Auschwitz-herdenkingen. Ook daarin schatten wij het hoogst het harmonisch samenspel van het eigene in vele schakeringen met dat van verre en nabije herkomst. Deze bladzijden herdenken wat gebeurd is, maar zij zijn ook een gebeurtenis vandaag, een die zich afspeelt in een wereld, waar, om met opperrabbijn Pereira te spreken, zulk gevaar voor de gemeenschap blijft voortbestaan." Gevaar van de misdadigers, die nooit vervolgd of weer losgelaten zijn of spoedig onachterhaalbaar dreigen te worden. Het nog onheilspellender gevaar ook, dat gene-raals, beschermheren, geestverwanten en opvolgers van de SS-chefs het wapentuig bemachtigen, dat hun in staat stelt niet meer miljoenen, maar honderden miljoenen slachtoffers te maken, tot ongeborenen toe. Niet alleen de in onze ervaring diep getste verschrik-king verbindt de woorden en beelden, die U voor U ziet, maar nog iets machtigers: de verbondenheid van allen, die de roep ,nooit meer Auschwitz! ' hebben verstaan al voor men weten kon wat die plaatsnaam zou betekenen of sindsdien.

    Het is niet enkel een terugblik, dit januarinummer 1965, het is een wekroep en meer nog het samenroepen van de mensen van goeden wille. Wi j hebben iets geleerd . . . ten koste van hoeveel? Het besef, dat de toekomst gemaakt zal worden ook door ons, dat wij onder bepaalde omstan-digheden (de .Pruisische') niet zullen kunnen ademen en dat dus in ieder ogenblik van denken en handelen de be-slissing over de toekomst valt" is sterker geworden dan toen Menno ter Braak enkele dagen voor de Duitse inval en zijn zelfgekozen dood deze woorden schreef. En een wereldoorlog, een koude dito en een alom bewogen pe-riode sloegen een bres in het vertrouwen, dat het on-mogelijke zich altijd op andermans terrein zal afspelen, juist als in de roman", dat dezelfde ter Braak enkele we-ken eerder had waargenomen bij de Scandinavirs, maar

    evenzeer bij onze landgenoten. Hij kan zich niet al te veel illusies maken over de fantasie van ons publiek." Die fantasie is vlak daarop wakker geschud door rauwe feiten voor velen te laat. Een kwart eeuw na het neer-dalen van de nazilaars op Europa en twintig jaar na zijn verplettering is er meer zin voor realiteit gegroeid. De volken hebben een gruwelijke tol betaald voor de kans om verder te leven zonder Auschwitz en uitsluitend door hun gezamenlijke inspanning hebben zij deze vrijheid ge-schapen. Verschillende volken, verschillende samenlevin-gen en even verschillende milieu's daarbinnen, verenigd in hun verzet, hun afwijzing van de barbarij, die gelijkelijk kooplui van het Amstelveld en steppeboeren, Noorse en Siciliaanse vissers, Joodse- en Zigeunerbaby's, dichters en talmoedisten vermorzelde. Een ongehoord potentieel van Oost en West , van Noord tot Zuid, de mankracht van gehele bevolkingen, meisjes en grootmoeders inbegrepen, bleek nodig om het nazi-gedrocht en zijn fascistische spitsbroeders de nek te bre-ken. Als een antwoord op de al in 1933 in Leipzig door een moedige Bulgaar gestelde vraag: In welk land is het fascisme niet barbaars en woest?" Twee jaar nadien had Dimitrow trouwens in Nederland het wederwoord kunnen opvangen, alweer van Menno ter Braak: het anti-fascisme (is) voorwaarde voor alle cultuur, . . . die ik een verdediging waard acht." Voor alle cultuur, dat is, zo hebben wij uit de bitterste ondervin-ding geleerd, voor het leven als mens. De wereld moge een geheel andere zijn dan in die tijd, waarin de eerste militaire barakken van het onbekende Poolse stadje Os-wiecim werden gebouwd, de waakzaamheid moge door wat wij nu weten zijn gescherpt, elk der volgende bijdra-gen lijkt een commentaar op Brechts waarschuwing: de schoot is vruchtbaar nog waaruit dit kroop" . . . Zo zien wij in dit blad niet alleen om, maar ook om ons heen. Want niet slechts wie in Auschwitz was, maar nie-mand van de thans levenden mag wat hij niet vergeven kan, vergeten." Daarvoor spant het Nederlands Ausch-witz Comit zich, nu wij twintig jaar zijn bevrijd, meer dan ooit in en het vraagt voor zijn vele taken niet minder grootscheepse medewerking dan voor dit twintigste her-denkingsnummer.

    hinderlijk A USCHWITZ ligt in het buitenland, dat

    mogen we nooit vergeten. Het is ver met de trein. En het ligt ver in het verleden. En het ligt in de politiek. Geen zinnig mens gelooft dat zo iets ver-schrikkelijks zich ooit herhalen zal. Het is niet reel te beweren dat Auschwitz een waarschuwing moet zijn. Auschwitz was uniek. Alleen fanatici denken daar anders over. Dient men de zaak van de Vrede door het Auschwitz-monument door te drijven? Neen immers! Het is jammer om het te moeten zeggen maar men dient ten hoogste zijn wraakgevoe-lens. Auschwitz is voorbij. We zeggen het met Mededogen, maar we mogen de Toekomst nooit uit het oog verliezen. De doden hebben hun offer gebracht, la-ten wij dankbaar zijn voor hun offer en in hun geest voortwerken aan de con-structie van een Nieuw Europa, ja, van een Nieuwe Wereld. De Nieuwe Wereld

    is het mooiste monument, dat we voor de doden kunnen oprichten. Nietwaar? Niet waar. De doden hebben geen offer gebracht. De doden wilden leven. De doden wilden gewoon in de wereld blij-ven. De doden wilden zichzelf niet ver-branden voor de toekomst. De doden wilden zelf de toekomst zijn. Het mede-dogen is een vorm van verraad. Achter dit mededogen voor de dode Joden wordt de voldoening over het zelfbehoud ver-borgen. Men hoeft met Joden geen me-dedogen te hebben. Men brengt hen er niet mee tot leven. Men hoeft geen krampachtig beroep te doen op de nieu-we wereld, want veel erger is, dat men een oude wereld verloor.

    \ USCHWITZ is ^een jaartal. Auschwitz ** is geen geschiedkundig feit. Ausch-witz is een verschrikkelijk verlies en als ik aan het Auschwitz-monument denk,

    dan denk ik niet aan de stompzinnige beulen, maar ik denk aan het verlies. En geen mooie toespraken kunnen mij ooit met dat verlies verzoenen.

    Als ik intens geloof, dat er een Ausch-witz-monument moet komen, heb ik zelfs niet de vaagste gedachte aan de SS of aan de Bundeswehr. Ik denk alleen maar aan mensen, die door andere men-sen van het leven werden beroofd. En ik denk alleen maar dat die roof maar al te zeer voor herhaling vatbaar is, vooral als we voortdurend spreken over een soort positieve dood, de offerdood, waar een ander beter van werd. Wij zijn niet beter geworden van de slachtoffers, de slachtoffers hebben geen historische zin", ze zijn dood. En daarom geloof ik, dat huti monument in Auschwitz moet komen. Ik geloof niet dat dat monument ooit weer kan geven wat er gebeurde. Ik geloof wel, dat het monument een van de hinderlijke tekens kan zijn om te zor-gen dat we ons verlies niet vergeten. Hinderlijk.

    Pierre Janssen

    H E B T U D I T N U M M E R D U B B E L , G E E F H E T A A N E E N V R I E N D

  • h e t auschwitz - proces

    e n d e getuigenis

    J - J E T Auschwitz-proces is niet het eerste proces in zijn soort. Het wordt veelal op n lijn gesteld met de pro-

    cessen tegen oorlogsmisdadigers. Dit is een grote misvat-ting. Deze genocide is niet een gevolg van de oorlog maar van een idee, een systeem geweest, dat in vredestijd net zo goed tot ontwikkeling zou zijn gekomen. D e oorlog heeft mogelijkerwijze de uitvoering verhaast. In Frankfort staan dan ook niet slechts misdadigers te-recht, die alleen of in samenwerking weerloze joodse vrou-wen, kinderen en mannen vermoordden. Maar daar boven-uit wordt een systeem aan de kaak gesteld, dat in zijn in-humaniteit absoluut is . Vele mensen zien of ondervinden dit niet. Het gaat hen om de namen en enige van hen komen dan naar voren als aparte voorbeelden van misdadigheid. Men is veelal blind voor het feit, dat zij tevens exponenten zijn van een sys-teem, dat zij klassieke voorbeelden zijn van fascisme. D e rechterlijke macht is qua zijn structuur en kenmerk niet bij machte dit facet als overheersend te belichten. Dat is ook haar taak niet, omdat het hier gaat om een politiek systeem en zijn voedingsbronnen. Ik geloof dat het de taak van de pers en de schrijvers is deze facetten van het pro-ces zeer duidelijk te belichten.

    Het publiek leest de verslagen van het proces en leert daar-uit dat een beklaagde een bepaalde misdaad heeft begaan. Maar zo verstaat men de getuigen verkeerd. Zij verhal