Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt

Click here to load reader

  • date post

    11-Jan-2017
  • Category

    Documents

  • view

    225
  • download

    2

Embed Size (px)

Transcript of Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt

  • Amsterdamse woonmilieus 2003

    Bezoekadres:Jodenbreestraat 251011 NH Amsterdam

    Postadres:Postbus 19001000 BX Amsterdam

    Telefoon 020 552 7511Fax 020 552 7199

    E-mail:communicatie@wonen.amsterdam.nl

    Internet:www.wonen.amsterdam.nl

    Auteur: Kees DignumMet medewerking van:Willem Teune en Laura Uittenbogaard

    Stedelijke d

    ynamiek b

    ij stagnerend

    e wo

    ningm

    arkt Am

    sterdam

    se Wo

    onm

    ilieus 20

    03

    centrum

    aansluiting

    transitie overgang stadsvernieuwing e.a

    centrumrand

    stadsrand inbreiding dorp

    welgesteld stedelijk

    Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt

  • Colofon

    Uitgave Dienst Wonen

    Datum oktober 2004

    Auteur Kees Dignum

    Met medewerking van Willem Teune en Laura Uittenbogaard

    Grafische vormgeving Jan de Wringer en Sandy Bakmeijer (Artvark Design)

    Fotos woonmilieus Katrien Mulder, Kees Dignum en Arian Boersma

    Amsterdamse statistiek Dienst Onderzoek en Statistiek

    Kaart nationale woonmilieus ABF - Research

    Kaart bijlage 4 Projectbureau Vernieuwing Bijlmermeer

  • Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt

    Amsterdamse woonmilieus 2003

    K. Dignum

    Dienst Wonenjuli 2004

    1

  • Inhoudsopgave

    Samenvatting 5

    hoofdstuk 1 Inleiding: woonmilieus als actuele marktcombinaties 11

    1.1 Verschuivend evenwicht 111.2 Milieus als sociaal-fysieke marktcombinaties 131.3 Woonmilieus als meetlat 141.4 Indeling van het rapport 15

    hoofdstuk 2 Amsterdamse woonmilieus in 2003 17

    2.1 Inleiding 172.2 Centrum en centrumrand 172.3 Welgesteld stedelijk en aansluiting 202.4 Transitie, overgang en stadsvernieuwing 252.5 Inbreiding en stadsrand 322.6 Dorp 362.7 Totaalbeeld stedelijk mozaek 38

    hoofdstuk 3 Stedelijke materie in beweging 43

    3.1 Inleiding 433.2 Sociaal-demografische trends 433.3 Dynamiek 493.4 Samenstelling en gebruik van de voorraad 513.5 Verschuivende grenzen, scherpere profielen 533.6 Verschuivingen op microniveau 593.7 Ruimtelijke macroverschuiving overheerst 60

    hoofdstuk 4 Woonmilieus als meetlat 61

    4.1 Inleiding 614.2 Sociaal-economische differentiatie in de Amsterdamse milieus 614.3 Woningmarktsectoren en woonmilieus 644.4 Woonwaardering en verhuisintentie 674.5 Waardering omgevingskenmerken van de woonmilieus 704.6 Welzijn en woonmilieus 744.7 Resum 75

    2

  • hoofdstuk 5 Woonmilieus in ruimer perspectief 79

    5.1 Inleiding 795.2 Amsterdamse woonmilieus in 2015 795.3 Amsterdam in de noordvleugel van de Randstad 86

    Bronnen 91

    Bijlagen

    bijlage 1 Totstandkoming woonmilieu-indeling 93

    1.1 Constructie en selectie van variabelen 931.2 Selectie van buurten 941.3 Resultaten van de principale componentenanalyse 961.4 Resultaten van de clusteranalyse 981.5 Plaatsing buiten de indeling 991.6 Relatie tussen de milieus en de componenten 100

    bijlage 2 Fotoverantwoording 103

    bijlage 3 Situatie en fasering Stedelijke vernieuwing Bijlmermeer per 1-1-2003 105

    bijlage 4 Omschrijving en kaart van de stadsdelen en buurtcombinaties 106

    3

  • Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt

    4

  • Samenvatting

    WoningmarktcombinatiesDe Amsterdamse woonmilieutypologie in dit rapport toont zuiver en alleen opbasis van statistiek een beeld van de posities en functies van de verschillendeonderdelen van Amsterdam in de woningmarkt. Veel mensen kennen deze verschil-len vanuit hun dagelijkse kennis van de stad. Gegevens over de stad verhullen dewerkelijkheid vaak enigszins omdat deze op een te hoog schaalniveau zoals stads-delen gepresenteerd worden. Met de buurtenstatistiek is het mogelijk om eenechte woningmarktkaart te tonen. Bovendien worden gegevens over de woningen,de bewoners, de omgeving en de verhuizingen in n samenhangende beschrijvinggecombineerd. Het is dan ook een typologie van sociaal-fysieke marktcombinaties.De woonmilieus worden met een computerprogramma gemaakt, vervolgens wachthet resultaat op interpretatie en beschrijving.

    Tien woonmilieus

    De kleine snippers dorpsmilieu die Amsterdam rijk is, kunnen gezien worden alsequivalenten van wat op het platteland van de regio aan suburbaan wonen zeerruim aanwezig is. Sinds de jaren zestig is de stad niet langer welvarend tenopzichte van het omringende platteland. De rollen zijn al decennialang omge-

    Amsterdamse Woonmilieus 2003

    5

    centrum

    centrumrand

    welgesteld stedelijk

    aansluiting

    transitie

    overgang

    stadsvernieuwing e.a.

    stadsrand

    inbreiding

    dorp

  • draaid. Amsterdamse milieus die serieuzer tegenwicht bieden aan deze situatiezijn het centrummilieu en welgesteld stedelijk. Deze milieus vallen globaal samenmet wat elders wel de witte wig genoemd werd. Er wonen dan ook niet alleenveel Nederlanders maar ook veel buitenlanders uit andere rijke westerse landen,zoals Engeland en de V.S. Het milieu omvat grote delen van historisch Amsterdamen de Grachtengordel en een omvangrijk gebied ten zuiden van het Vondelpark.De mensen in het welgesteld stedelijk milieu zijn duidelijk welvarender, niet alleenin termen van geld maar ook in woonoppervlak per capita. In het centrummilieumoet men met minder woonmeters genoegen nemen. Dat is wellicht ook de redenwaarom de beweeglijkheid groter is. Hoge prijzen voor weinig woonoppervlakmaken dit milieu tot een gebied van kortwonende huishoudens. De milieus centrumrand en aansluiting vullen het overgrote deel van wat men deuitstralingszone kan noemen van centrum en welgesteld stedelijk: grote delen vande negentiende eeuwse gordel, de 20-40 bebouwing en enkele naoorlogsebuurten. De milieus maken op veel plaatsen een proces door van een gematigdnaar een hoger sociaal-economisch niveau. De bijdrage aan de woningmarkt-dynamiek ligt op het normale Amsterdamse niveau. Vooral in het aansluitingmilieugaat dit gepaard met een hoge graad van vergrijzing. De drie milieus stadsvernieuwing e.a., transitie en overgang liggen sociaal-econo-misch gezien onder het stedelijk gemiddelde. In het transitiemilieu gaat ditgepaard met een bijzonder snelle doorstroming. Het overgangsmilieu heeft opveel plaatsen een duale bevolkingsstructuur. De vergrijsde autochtone bevolking isnog sterk aanwezig en tegelijkertijd groeit het aandeel allochtone gezinshuis-houdens. Veel van de betreffende buurten maken sinds hun bouw na de TweedeWereldoorlog hun eerste radicale bevolkingsverjonging mee. In het transitiemilieuis deze beweging al langer aan de gang. Daar is geen gewortelde pioniersgene-ratie gekomen of deze is inmiddels grotendeels vertrokken. De demografischerem die van zon eerdere bewonersgeneratie uitgaat is weggevallen, en sommigebuurten blijven vrij langdurig op een punt van lage sociaal-economische status enhoge bevolkingsdynamiek steken. In het stadsvernieuwingsmilieu is, door debouw van overwegend sociale woningbouw in de jaren tachtig, het sociaal-econo-mische niveau eveneens laag. Ook hier is de woningmarktdynamiek gematigd. De wat kleinere, veelal minder welgestelde huishoudens in dit milieu houden hunhuurwoning voor lange tijd aan. Meer mensen zouden willen verhuizen dan er inwerkelijkheid doen, vermoedelijk door een gebrek aan mogelijkheden.

    Nieuwbouw is beslist functioneel voor de doorstroming maar de beweeglijkepionierfase duurt maar kort. Dat blijkt ook uit het voorkomen van een milieu dat denieuwbouw van vandaag en een milieu dat de nieuwbouw van gisterenrepresenteert. Inbreiding is het nieuwste milieu met nog volop bewegelijkheid,maar afgaande op de mening van de pas gearriveerd bewoners wil men nietopnieuw verhuizen en is het na het afronden van de bouwstroom snel gedaan metde dynamiek. In het stadsrandmilieu, met veel woningen uit de jaren negentig, isde woningmarktdynamiek al tot de laagste van de stad gaan behoren. Sociaal-economisch zijn de beide nieuwbouwmilieus versterkingen van de stad, vooralomdat het merendeel van de woningen eigen woningbezit is. Beide milieus kunnenals stedelijke equivalenten gezien worden voor wonen in de regio. De woningenzijn modern, groot voor Amsterdamse begrippen en goed geoutilleerd. Veel vande woningen hebben in de vorm van een balkon, terras of tuintje een priv-buiten-ruimte. Vergeleken met woningen in de groeikern is die buitenruimte vaak beschei-den, maar wie daar op gesteld is krijgt enig wisselgeld: een woning in Amsterdam.

    Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt

    6

  • Zeker in het inbreidingsmilieu is de nabijheid van het historische deel van dehoofdstad een factor van belang. Men kan milieus KNSM/Java-eilenad,Borneo/Sporenburg, Omval en Park de Meer zien als functionele versterkingen vanof aanvullingen op de centrale milieus als centrum en welgesteld stedelijk. Uitverhuisbewegingen blijkt deze relatie ook duidelijk. Het stadsrandmilieu is voorhet merendeel van de buurten die hier onder vallen meer vergelijkbaar met degroeikern. In Geuzenveld-west, De Aker, De Twiskes en Jeugdland is het centrumvan Amsterdam gemeten in reistijd bijna net zo ver als vanuit Purmerend, Almereof Hoofddorp. Het laagbouwkarakter van deze milieus stemt ook meer overeenmet dat in de voorstad. Overigens zijn de beide nieuwbouwmilieus niet de enige milieus waar nieuwewoningen staan, maar in de andere milieus wordt het karakter overheerst dooroudere bebouwing. Zo is in het centrummilieu en het centrumrandmilieu hetaandeel woningen gebouwd na 1980 respectievelijk 11% en 18%. In deze centralewoonmilieus heeft nieuwbouw in veel gevallen plaatsgevonden op losse percelenbinnen de bestaande bebouwing en in sommige gevallen omvat de nieuwbouwgehele bouwblokken.

    Veranderingen in de posities van de milieusDe milieus zijn tot stand gekomen met de statistiek van 20