CMV Scriptie vrijwillige inzet

Click here to load reader

  • date post

    23-Jul-2016
  • Category

    Documents

  • view

    231
  • download

    1

Embed Size (px)

description

Afstudeeronderzoek Culturele en Maatschappelijke Vorming. Vrijwillige inzet, vrijwilligersmanagement

Transcript of CMV Scriptie vrijwillige inzet

  • 2015

    Hogeschool Rotterdam Gerben van Dijk 0853635 DCR 4 A

    [STICHTING ROTTERDAM VERTELT] ONDERZOEK NAAR VRIJWILLIGE INZET

  • 1

  • 2

    ONDERZOEKER:

    Gerben van Dijk Student 0853635 DCR4A Geerlaan 23 2981 AP RIDDERKERK

    ORGANISATIE:

    Stichting Rotterdam Vertelt Weizichtstraat 12b Postbus 28005 3003 KA ROTTERDAM Site: www.rotterdamvertelt.nl Mail: [email protected]

    AFSTUDEER-/WERKBEGELEIDER STICHTING ROTTERDAM VERTELT:

    Marjan Beijering Heemraadsstraat 60 3023 VO ROTTERDAM Mail: [email protected]

    AFSTUDEERBEGELEIDER HOGESCHOOL ROTTERDAM:

    Anja Stoffenberg EERSTE LEZER HOGESCHOOL ROTTERDAM: Anja Stoffenberg TWEEDE LEZER HOGESCHOOL ROTTERDAM: Fethi Demiryrek

  • 3

    Voorwoord Voor u ligt de afstudeer scriptie van Gerben van Dijk, deeltijdstudent van de opleiding Culturele en

    Maatschappelijke Vorming. In het kader van een leven lang leren ben ik in 2011 gestart met een tweede

    maatschappelijk leven, dit na een carrire van 30 jaar in de horeca en catering branche. Alleen wist ik toen nog

    niets over een leven lang leren, bovendien deed leren pijn en was het een angstige onderneming. Uiteindelijk

    heb ik de afgelopen jaren leren genieten van het door mij gekozen pad om te gaan studeren en heb ik er plezier

    in gekregen. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat ik daar de laatste weken niet meer zo zeker van was.

    Uiteindelijk komt alles in dit onderzoek samen; alle gevolgde vakken, mijn keuzes en mijn persoon. Met de

    onderwerpen, vrijwillige inzet en verhalen komt voor mij als mens, de essentie van mijn keuze voor de

    opleiding Culturele en Maatschappelijke Vorming naar boven.

    In de module Story Telling van de docent Rob Arnoldus is mijn interesse voor levensverhalen ontstaan. In mijn

    praktijkuren bij Sport en Welzijn Ridderkerk, ben ik op zoek gegaan naar methodes om levensverhalen van

    mensen in de wijken van Ridderkerk op te halen. Deze zoektocht heeft mij in contact gebracht met de Stichting

    Rotterdam Vertelt. Mijn belangstelling voor mondelinge geschiedenis is daar aangewakkerd en ik bedacht toen,

    dat daarin het onderwerp voor mijn afstuderen moest gaan zitten. Uiteindelijk is het daar, zoals u nu merkt,

    dan ook van gekomen.

    De combinatie vrijwillige inzet en mondelinge geschiedenis, heeft mij een aantal bijzondere ervaringen

    opgeleverd. Het doen van onderzoek in ieder geval, omdat ik in de rol van onderzoeker een open blik moet

    hebben, en objectief naar de gegeven situatie moet kunnen kijken. Dit onderdeel heeft mij tot en met de

    laatste dag beziggehouden. Ik heb bijvoorbeeld geleerd dat ik als student Culturele en Maatschappelijke

    Vorming de verbinding bijna religieus aan het benaderen was. Verbinden is heel mooi, zolang het

    instrumenteel ingezet wordt en geen doel op zich gaat worden Dit inzicht is dankzij dit onderzoek voor mij echt

    gaan leven.

    Daarmee kom ik op het punt om een aantal mensen te bedanken die mij op verschillende manieren

    ondersteund en geholpen hebben. Allereerst mijn vrouw Shirley, mijn rots in de branding die het niet makkelijk

    met mij gehad heeft en ondanks haar eigen worstelingen het met mij uitgehouden heeft. Atie Mol, zij is de

    laatste jaren een fantastisch inspiratiebron en mentor voor mij geweest. Mijn afstudeer begeleider Anja

    Stoffenberg, zij heeft mij geduldig en helder van feedback voorzien. Mijn afstudeer begeleider bij Stichting

    Rotterdam Vertelt, Marjan Beijering, zij heeft mij op een bijzondere wijze genspireerd met haar passie voor

    oral history. Haar open houding en het vertrouwen in mijn persoon hebben mij gesteund in deze proeve van

    bekwaamheid.

    Ten slotte wil ik de vrijwilligers, de respondenten, in dit onderzoek danken voor hun tijd en openheid waarmee

    zij het voor mij mogelijk maakten om van hun ervaringen te leren. Annet, Janneke, Karin, Marjan, Riet, Ruth,

    Saskia, Shanice, Willem, en Yvette, bedankt!

    Gerben van Dijk

    Ridderkerk, juni 2015.

  • 4

    Samenvatting Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Stichting Rotterdam Vertelt. Deze stichting is in 2013 opgericht

    vanuit het initiatief van woningbouwcoperatie Woonstad, de dienst Kunst en Cultuur van de gemeente

    Rotterdam en Museum Rotterdam, rond een oude omgebouwde SRV bus (voor de oudere lezer herkenbaar als

    de winkel aan huis). Stichting Rotterdam Vertelt is een vrijwilligers organisatie die in het eerste jaar, anderhalf

    jaar, van haar bestaan onder de hoede van Museum Rotterdam activiteiten initieerde, organiseerde en

    uitvoerde op het gebied van mondelinge geschiedenis, verhalen uit Rotterdam. Dit voornamelijk in

    samenwerking met vrijwilligers.

    Nadat Museum Rotterdam zich in 2013 langzaam uit de organisatie teruggetrokken had moest Stichting

    Rotterdam Vertelt zich staande houden, zonder de beroepskrachten van het museum, met alleen vrijwilligers.

    Dit resulteerde uiteindelijk in de aanleiding voor dit onderzoek, want deze omslag is niet zonder gevolgen

    gebleven. Hoewel een aantal enthousiaste vrijwilligers hun passie voor de mondelinge geschiedenis om

    probeerde te zetten in verschillende activiteiten, lukt het de Stichting Rotterdam Vertelt niet dit met alleen de

    vrijwilligers voort te zetten. Activiteiten verlopen moeizaam of komen helemaal niet meer van de grond.

    Vrijwilligers om de stichting voort te zetten zijn er wel, alleen komt het organiseren van deze vrijwilligers maar

    niet van de grond. Het initiren, organiseren en uitvoeren van projecten op het gebied van de mondelinge

    geschiedenis van Rotterdam rust nu op te weinig schouders die onder het spreekwoordelijke gewicht dreigen

    te bezwijken. Het ontbreekt Stichting Rotterdam Vertelt aan kennis hoe om te gaan met vrijwillige inzet ofwel

    vrijwilligerswerk.

    Uit deze probleemstelling is de volgende hoofdvraag naar voren gekomen:

    Welke interne factoren zijn voor Rotterdam Vertelt van belang om te komen tot een

    flexibele organisatie met een robuust netwerk van vrijwilligers

    Met het antwoord op deze vraag heeft Stichting Rotterdam Vertelt de aanknopingspunten in handen om

    keuzes te maken voor de toekomst van de organisatie en hoe om te gaan met de zo broodnodige vrijwilligers.

    In dit onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende kwalitatieve onderzoek methoden: literatuuronderzoek,

    interviews en er is een referentie bijeenkomst van vrijwilligers gehouden. Het literatuuronderzoek heeft

    voornamelijk tot doel om te komen tot begripsafbakening van begrippen zoals vrijwilligerswerk,

    vrijwilligersorganisatie, (vrijwilligers) beleid, sociaal kapitaal, motieven en motivatie. De literatuur geeft inzicht

    in de verschillende mogelijkheden hoe een organisatie als Stichting Rotterdam Vertelt ingericht kan worden en

    wat de verschillende mogelijkheden impliceren voor zowel de organisatie als de vrijwilligers. De interviews en

    de referentiegroep bijeenkomst geven inzicht vanuit het perspectief van de vrijwilligers zelf.

    Dit onderzoek laat daarnaast zien dat het op een juiste manier omgaan met vrijwilligers niet alleen van belang

    is voor Stichting Rotterdam Vertelt zelf, maar ook voor andere organisaties die gebruik willen of moeten maken

    van vrijwilligers, hiermee gaat het over de maatschappelijke context. De maatschappelijke context is in een

    organisatie gericht op het behoud van het immaterile culturele erfgoed, een niet weg te denken gegeven.

  • 5

    English Summary This study is carried out and commissioned by Stichting Rotterdam Vertelt. This foundation has been founded

    in 2013 from the initiative of the housing co-op Woonstad, the service Art en Culture of the city of Rotterdam

    and Museum Rotterdam around an old converted bus SRV, for the older reader recognizable as the shop at

    home.

    Stichting Rotterdam Vertelt is an organisation of volunteers that in the first year, year and a half, of its

    existence, under the care of Museum Rotterdam, initiated activities, organized and conducted in the field of

    oral history, stories from Rotterdam. This is mainly in association with volunteers.

    After Museum Rotterdam had withdrawn itself slowly from the organisation in 2013, Stichting Rotterdam

    Vertelt had to survive, without the professionals of the museum, with volunteers. This resulted, eventually, in

    the lead for his research, because this change has not been without consequences. Although a number of

    enthusiastic volunteers have tried to use their passion for oral history into a number of activities, it is

    impossible for Stichting Rotterdam Vertelt to pursue this with only volunteers. Activities are difficult to do or

    organize or dont seem to get started at all. To organise these volunteers seems to be almost impossible and it

    doesnt seem to get anywhere at all. To initiate, organise and carry out projects in the field of oral history of

    Rotterdam now rests on too few shoulders that threaten to col

    Lapse under the proverbial weight. Stichting Rotterdam Vertelt is missing the knowledge of how to deal with

    voluntary labour or volunteering.

    Out of this problem the next key question has emerged:

    Which internal factors are important for Rotterdam Vertelt to achieve a

    flexible organisation with a robust network of volunteers?

    With the answer to this question Stichting Rotterdam Vertelt has the clues to make some decisions for the

    future of the organisation and how to handle the much needed volunteers.

    This study used various qualitative research methods: literature review, interviews, and there has been a

    reference gathering of volunteers. The literature review has as its goal mainly to come to an understanding of

    defining concepts such as volunteerism, volunteering organisation, (volunteers) policy, social capital,

    motivation and motives. The literature provides information on the different possibilities of how an

    organisation like Stichting Rotterdam Vertelt can be arranged and what these possibilities imply for both the

    organisation as the volunteers. The interviews and the reference gathering of volunteers give insight from the

    perspective of the volunteers themselves.

    This study also shows that dealing with volunteers in the right way is not just important for Stichting Rotterdam

    Vertelt, but also or the other organisations that want of have to use volunteers; this is about the social context.

    The social context in an organisation is focused on the preservation of the intangible cultural heritage, an

    indispensable fact

  • 6

    Inhoudsopgave Voorwoord ....................................................................................................................................................... 3

    Samenvatting ................................................................................................................................................... 4

    English Summary .............................................................................................................................................. 5

    01. Inleiding ............................................................................................................................................... 9

    1.1 Achtergrond opdrachtgever ............................................................................................................ 9

    1.2 Missie en visie van Rotterdam Vertelt ........................................................................................... 10

    1.3 Missie Visie 2015 - 2017 .............................................................................................................. 10

    1.4 Relevantie CMV ............................................................................................................................. 11

    1.5 Probleemanalyse ........................................................................................................................... 12

    1.6 Onderzoeksopdracht ..................................................................................................................... 12

    1.7 De onderzoeksvraag ...................................................................................................................... 13

    1.8 Deelvragen .................................................................................................................................... 13

    1.9 Opzet van het onderzoek ............................................................................................................... 13

    02. Theoretisch kader .............................................................................................................................. 14

    2.1 Vrijwilligerswerk............................................................................................................................ 14

    2.2 Vrijwilligersorganisatie .................................................................................................................. 14

    2.3 Beleid ............................................................................................................................................ 15

    2.3.1 Dienstverlenende organisaties .............................................................................................. 15

    2.3.2 Campagnevoerende organisaties .......................................................................................... 15

    2.3.3 Voor-ons-door-ons-organisaties ............................................................................................ 16

    2.3.4 Mengvormen ........................................................................................................................ 16

    2.4 Vrijwilligersmanagement............................................................................................................... 16

    2.5 Verantwoordelijkheid .................................................................................................................... 17

    2.6 Motivatie en motivering ................................................................................................................ 18

    2.6.1 Framingtheorie ..................................................................................................................... 19

    2.7 Ambities ........................................................................................................................................ 20

    2.8 Maatschappelijke veranderingen en Vrijwilligerswerk .................................................................. 20

    2.9 Vrijwilligerswerk en vrijetijdsbesteding ......................................................................................... 21

    2.10 Vrijwilligers/ professionals /beroepskrachten ............................................................................... 21

    2.11 Robuust Netwerk .......................................................................................................................... 22

    2.12 Interpretatie theoretische begrippen ............................................................................................ 22

    2.12.1 Vrijwilligerswerk ................................................................................................................... 22

    2.12.2 Vrijwilligergestuurde organisatie .......................................................................................... 23

    2.12.3 Beleid .................................................................................................................................... 23

    2.12.4 Vrijwilligersmanagement ...................................................................................................... 23

    2.12.5 Verantwoordelijkheid ........................................................................................................... 23

    2.12.6 Motieven .............................................................................................................................. 23

    2.12.7 Maatschappelijke veranderingen en Vrijwilligerswerk .......................................................... 24

  • 7

    2.12.8 Vrijwilligers/ professionals/ beroepskrachten ....................................................................... 24

    03. Ontwikkelingen verder weg en dichtbij ............................................................................................. 24

    3.1 Wat is oral history? ....................................................................................................................... 24

    3.2 Internationaal................................................................................................................................ 25

    3.2.1 Brussel behoort ons toe / Bruxelles Nous Appertient ............................................................ 25

    3.2.2 Oral History Society Groot Brittanni (OHS) .......................................................................... 27

    3.3 Nederland ..................................................................................................................................... 28

    3.3.1 Het geheugen van ................................................................................................................. 28

    3.3.2 Gelderland ............................................................................................................................ 29

    3.4 De Rotterdamse partijen ............................................................................................................... 29

    3.5 Relevantie voor Rotterdam Vertelt................................................................................................ 29

    3.5.1 Relevantie Brussel behoort ons toe ....................................................................................... 29

    3.5.2 Relevantie Oral History Society ............................................................................................. 30

    3.5.3 Relevantie het Geheugen van projecten Amsterdam ............................................................ 30

    3.5.4 Relevantie Gelderland ........................................................................................................... 31

    04. Methode van onderzoek .................................................................................................................... 32

    4.1 Onderzoeksmethode ..................................................................................................................... 32

    4.1.1 Onderbouwing beschrijvend onderzoek ................................................................................ 32

    4.1.2 Onderbouwing kwalitatief onderzoek ................................................................................... 32

    4.2 Doel en verantwoording van de ingezette onderzoeksinstrumenten............................................. 32

    4.2.1 Deskresearch ......................................................................................................................... 32

    4.2.2 Kwalitatief interview ............................................................................................................. 33

    4.2.3 Referentiegroep (vrijwilligersbijeenkomst) ........................................................................... 33

    4.2.4 De selectie van respondenten voor de interviews ................................................................. 33

    4.2.5 Selectie respondenten voor de referentiegroep, de vrijwilligersbijeenkomst........................ 34

    4.3 Betrouwbaarheid en validiteit ....................................................................................................... 34

    4.3.1 Validiteit / betrouwbaarheid flexibele dataverzameling interviews ...................................... 35

    4.3.2 Methodische triangulatie ...................................................................................................... 35

    4.4 Aanpassingen van het onderzoek in de praktijk............................................................................. 35

    05. Resultaten ......................................................................................................................................... 35

    5.1 Wat of wie is Rotterdam Vertelt (of wil zij zijn)? ........................................................................... 36

    5.2 Vanuit welke motivaties zetten vrijwilligers zich in voor Rotterdam Vertelt? ................................ 36

    5.3 Welke ambities, wensen en verwachtingen hebben de vrijwilligers van Rotterdam Vertelt? ............

    ...................................................................................................................................................... 36

    5.4 Welk beeld hebben de huidige vrijwilligers van de organisatie Rotterdam Vertelt? ...................... 37

    5.5 Aanpak interviews ......................................................................................................................... 37

    5.6 Aanpak referentiegroep bijeenkomst ............................................................................................ 40

    5.6.1 Methodiekbeschrijving referentiegroep ................................................................................ 41

    06. Analyse onderzoeksresultaten ........................................................................................................... 42

  • 8

    6.1 De respondenten ........................................................................................................................... 43

    6.2 Algemeen ...................................................................................................................................... 43

    6.3 Deelvraag n: Wat of wie is Rotterdam Vertelt (of wil zij zijn)? ................................................... 43

    6.3.1 Invalshoek vanuit de literatuur ............................................................................................. 43

    6.3.2 Invalshoek vanuit de interviews ............................................................................................ 44

    6.3.3 Invalshoek vanuit de referentiegroep ................................................................................... 44

    6.3.4 Antwoord op deelvraag n: Wat of wie is Rotterdam Vertelt (of wil zij zijn)? ..................... 45

    6.4 Deelvraag twee: Vanuit welke motivaties zetten vrijwilligers zich in voor Rotterdam Vertelt? ..... 45

    6.4.1 Analyse van de interviews ..................................................................................................... 45

    6.4.2 Analyse vanuit de referentiegroep ........................................................................................ 46

    6.2.3 Reflectie op de literatuur ...................................................................................................... 48

    6.2.4 Beantwoording deelvraag twee: Vanuit welke motivaties zetten vrijwilligers zich in voor

    Rotterdam Vertelt? ................................................................................................................................ 48

    6.5 Deelvraag drie: Welke ambities, wensen en verwachtingen hebben de vrijwilligers van Rotterdam

    Vertelt? ...................................................................................................................................................... 49

    6.5.1 Analyse vanuit de interviews ................................................................................................ 49

    6.5.2 Analyse vanuit de referentiegroep ........................................................................................ 50

    6.5.3 Reflectie op de literatuur ...................................................................................................... 51

    6.5.4 Beantwoording deelvraag drie: Welke ambities, wensen en verwachtingen hebben de

    vrijwilligers van Rotterdam Vertelt? ...................................................................................................... 52

    6.6 Deelvraag vier: Welk beeld hebben de huidige vrijwilligers van de organisatie Rotterdam Vertelt ...

    52

    6.6.1 Analyse vanuit de interviews ................................................................................................ 52

    6.6.2 Analyse vanuit de referentiegroep ........................................................................................ 53

    6.6.3 Beantwoording deelvraag vier: Welk beeld hebben de huidige vrijwilligers van de organisatie

    Rotterdam Vertelt.................................................................................................................................. 53

    6.7 Antwoord op de hoofdvraag: ........................................................................................................ 54

    07. Conclusie ........................................................................................................................................... 56

    08. Aanbevelingen ................................................................................................................................... 56

    8.1 Taken en takenpakketten .............................................................................................................. 58

    8.2 Website ......................................................................................................................................... 59

    8.3 Vervolg onderzoek ........................................................................................................................ 59

    09. Reflectie van de onderzoeker ............................................................................................................ 60

    09. Bibliografie: ....................................................................................................................................... 61

    DEEL II ............................................................................................................................................................ 62

    De inspiratiebronnen en samenwerkingsverbanden .............................................................................. 63

    11. Bijlagen .............................................................................................................................................. 73

    01. Uitnodiging Referentiegroep ..................................................................................................... 73

    02. Notulen dialoog referentie groep van 22 mei 2015: .................................................................. 74

  • 9

    bron: Museum Rotterdam, fotograaf Theo van Pinxteren.

    01. Inleiding

    1.1 Achtergrond opdrachtgever Stichting Rotterdam Vertelt (SRV) is ontstaan vanuit de behoefte bij wijkbewoners uit Oud Feyenoord. Zij

    wilden graag verhalen over hun wijk verzamelen. Woningcoperatie Woonstad is hiermee aan de slag gegaan

    en het idee ontstond, i.s.m. de dienst Kunst en Cultuur (DKC) van de gemeente Rotterdam een oude SRV

    (Samen Rationeel Verkopen) wagen om te bouwen en deze te gebruiken om verhalen te verzamelen in de wijk.

    De wagen is ook een echte ouderwetse winkel aan huis, de SRV wagen die vroeger door de wijken reed. Deze

    blikvanger brengt bij de wat oudere mensen die de wagen zien herinneringen naar boven en het zijn juist de

    herinneringen die vertelt moeten gaan worden, maar daarover later meer. De afkorting van Samen Rationeel

    Verkopen, SRV, is met de bus mee omgebouwd naar de betekenis Stichting Rotterdam Vertelt. Voor de

    duidelijkheid, er wordt in het onderzoek gesproken over Rotterdam Vertelt, zonder het woord Stichting ervoor

    omdat zo door veruit de meeste betrokkenen over de organisatie gesproken wordt: Rotterdam Vertelt.

    Woonbron formuleerde in deze periode dit initiatief als een

    participatie experiment, een podium voor ouderen om jongeren te

    vertellen hoe het vroeger was. Op voorspraak met de DKC werd

    samenwerking gezocht met Museum Rotterdam (MR) voor expertise

    en projectleiderschap. Dit is geweest in de periode augustus 2012 en

    februari 2013.

    MR is vanaf dat moment de drijvende kracht achter Rotterdam Vertelt.

    Medewerkers van MR zijn breed ingezet, werkzaamheden betroffen:

    productioneel (het werkend krijgen van de SRV wagen, organisatie van

    de vergunningen voor projecten met de SRV wagen e.d.), inhoudelijk

    (voorbereiden interviews, collectie onderzoek, vragenlijsten

    ontwikkelen, interviews houden, verwerken en bewerken),

    communicatief (facebook, terugkoppelen genterviewde, deelname

    congres, contact met vrijwilligers), marketing (gesprekken met

    genteresseerden, gelijkgezinde, toekomstgedachten formuleren en

    onderzoeken e.d.). Wisselend hebben twee tot vijf medewerkers zich

    hiermee bezig gehouden. De afdeling Personeel en Organisatie (P&O)

    van Museum Rotterdam draagt in deze periode zorg voor de

    vrijwilligers overeenkomst welke de vrijwilligers van Rotterdam Vertelt moeten tekenen wanneer zij als

    vrijwilliger aan de slag gaan. Officieel zijn zij vrijwilligers van Museum Rotterdam. Op deze wijze zette MR haar

    expertise en de organisatie in om Rotterdam Vertelt van de grond te krijgen en projecten te organiseren.

    Een voorbeeld hiervan is het project Het jasje van de burgemeester: van 12 september 2012. Op

    verkiezingsdag reed de Rotterdam Vertelt bus langs verschillende stembureaus in Oud-Feijenoord.

    Actrice Gabby Bakker nodigde de stemmers uit om het jasje van burgemeester Andr van der Louw te

    passen. Museum Rotterdam bewaart het pak dat Van der Louw droeg bij zijn installatie in 1974. Wat

    zouden de Feijenoorders doen als ze voor een dag burgemeester van Rotterdam waren?

    Burgemeesters van alle leeftijden vertellen over hun ideen voor de stad (SRV 2012).

    Omdat uiteindelijk de investering in tijd, ten opzichte van de opbrengsten voor MR te veel was, is besloten om

    Rotterdam Vertelt te verzelfstandigen. In 2013 is er een kwartiermaker aangesteld. In eerste instantie als

    projectleider om eerder genoemde taken van medewerkers van MR op zich te nemen, uiteindelijk om

    Rotterdam Vertelt te ontwikkelen tot een zelfstandige (vrijwilligers) organisatie, los van het museum. MR was

    van mening dat de bus toch veel gedoe gaf in gebruik (technische storingen en het aanvragen van

    vergunningen om hem bij evenementen in te zetten). Mede door deze zienswijze veranderde Rotterdam

    Vertelt ook op dit gebied.

  • 10

    Waar in aanvang de bus van Rotterdam Vertelt (het mobiel museum) centraal stond in de organisatie is dat

    uiteindelijk in november 2013 de website Rotterdamvertelt.nl. Op deze website staan activiteiten die de

    organisatie zelf initieert en uitvoert, maar ook staan er koppelingen naar andere verhaleninitiatieven van

    verhalenverzamelaars in Rotterdam zoals: Rotterdam is vele Dorpen, De Noorderlingen van Belvdre

    verhalenhuis Rotterdam, Pionieren in de polder en Een verhaal uit Alexanderpolder door de initiator De

    Historische Vereniging Prins Alexander (HVPA). Tevens staat er informatie over de organisatie zelf, nieuws,

    contact gegevens en een aanmeld formulier om vrijwilliger te worden.

    Social media wordt door Rotterdam Vertelt ook ingezet, op de facebookpagina worden activiteiten

    aangekondigd en er worden korte verslagen en fotos van evenementen geplaatst

    (www.facebook.com/RotterdamVertelt). Er is een twitteraccount: @rotterdamvertel (zonder t) en een

    Rotterdam Vertelt youtube kanaal: https://www.youtube.com/channel/UCmL37Znua416YuxaVv6mOwA.

    1.2 Missie en visie van Rotterdam Vertelt De missie is dat wat de organisatie wil uitdragen naar de buitenwereld, vertellen wie is Rotterdam Vertelt en

    wat de organisatie precies doet. Welke opdracht(en) dicht Rotterdam Vertelt zich toe? De visie zegt iets over

    de toekomst, de ontwikkelingen en het gewenste droombeeld waar naar gestreefd wordt. Bijvoorbeeld

    Rotterdam Vertelt wil het expertisecentrum van Rotterdam worden op het gebied van mondelinge

    geschiedenis(Grit & Gerritsma, 2009).

    In de periode 2013-2014 staat als missie genoteerd: SRV ondersteunt en stimuleert de vorming van mondelinge

    bronnen over Rotterdam (interviewen/vastleggen) en laat zien waar die zich verbinden. De website is het hart

    van SRV.

    1.3 Missie Visie 2015 - 2017 Met haar activiteiten wil de stichting bijdragen aan een verstevigd identiteitsgevoel onder Rotterdammers,

    vooral (bevolking)groepen die nog onvoldoende plek hebben in de formele geschiedenis. Dat is de missie van

    Stichting Rotterdam Vertelt.

    Deze komt voort uit de constatering dat Rotterdam bestaat uit een grote variatie sociale groepen, die ieder een

    belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de stad. Vaak zijn mensen zich echter niet bewust van

    de rol die hun voorouders in de stad hebben gespeeld. Door de onofficile geschiedenis van hun groep te

    ontdekken leren zij op welke manieren zijzelf en anderen in de stad zijn verankerd. Tegelijkertijd zien zij dat

    iedereen interessante verhalen met zich meedraagt en vergroot dit hun begrip voor ouderen. Uiteindelijk

    leveren alle betrokkenen zo een bijdrage aan de identiteit van de stad, door de verhalen die zij ophalen hier te

    bewaren. Zo schrijven zij mee aan de geschiedenis van de stad Rotterdam.

    De visie, het toekomstbeeld waar Rotterdam Vertelt naar streeft, is om ht expertisecentrum te zijn op het

    gebied van mondelinge geschiedenis van Rotterdam en wel als:

    1. Kennisverzamelaar... a. ...die fungeert als netwerkplatform; een wegwijzer tussen relevante partijen in het veld en b. ...die een groeiende expertise opbouwt op het gebied van mondelinge geschiedenis en c. ...die nieuwe mondelinge geschiedenis technieken ontwikkelt.

    2. Verhalenbewaarder... a. ...die duurzame manieren ontwikkelt om mondelinge bronnen in de vorm van interviews en

    verhalen te bewaren en te ontsluiten.

    3. Kennisverspreider... a. ...die als netwerkplatform vraagbaak en sparringpartner is voor mensen die actief

    (willen) interviewen en b. die projecten organiseert om hiaten in de onofficile geschiedenis op te vullen(SRV, 2014).

  • 11

    Deze drie eigenschappen wil Rotterdam Vertelt hebben om te komen tot de eerder genoemde missie: het

    bijdragen aan een verstevigd identiteitsgevoel onder Rotterdammers, vooral (bevolking)groepen die nog

    onvoldoende een plek in de formele geschiedenis hebben ingenomen (SRV, 2014).

    Momenteel, ten tijde van dit onderzoek, is er geen officile connectie meer met Museum Rotterdam. De

    relatie met DKC is alleen die van subsidieverstrekker, ook met Woonstad is er geen officile relatie meer.

    De bestuursfuncties van de stichting zijn onbezoldigd, bijna alle taken worden door vrijwilligers uitgevoerd.

    Projectmatig wordt er af en toe gebruik gemaakt van een zzp-er, daarover later meer. Er zijn geen professionals

    in dienst bij Stichting Rotterdam Vertelt.

    Tijdlijn Rotterdam Vertelt

    .

    1.4 Relevantie CMV Dit onderzoek vindt plaats bij Stichting Rotterdam Vertelt, een organisatie die zich bezig houdt met Cultureel

    Erfgoed. Om dit begrip te duiden wordt in dit onderzoek gebruik gemaakt van de uiteenzetting van de

    Rijksoverheid hierover:

    Cultureel erfgoed is een verzamelnaam voor (archeologische) monumenten, vondsten en

    opgravingen, nationaal beschermde cultuurvoorwerpen en verzamelingen, archieven en beschermde

    stads- en dorpsgezichten. Deze hebben een grote cultuurhistorische en wetenschappelijke betekenis.

    Het erfgoed maakt ons bewust van onze cultuur en geschiedenis. Daarom is het belangrijk dat er zo

    veel mogelijk van behouden blijft (Rijksoverheid).

    In het geval van Rotterdam Vertelt is dit immaterieel erfgoed, de mondelinge geschiedenis van Rotterdam.

    De CMV-professional op bachelor niveau moet op uitvoerend en ontwerpend niveau in staat zijn om complexe

    vraagstukken van individuen, groepen, organisaties en publiek in hun contexten te signaleren en daarop te

    interveniren(Alert en ondernemend 2.0: opleidingsprofiel culturele en maatschappelijke vorming, 2009).

    Het organiseren, ondersteunen en begeleiden van vrijwilligers is een van de werkgebieden van de CMV er.

    Vrijwilligers vanuit verschillende achtergronden en met verschillende motieven naast elkaar een plek weten te

    geven. Of deze vrijwillige inzet nu ad hoc of structureel is.

    Naast de bedrijfsmatige competenties krijgen beleidsmatige en strategische competenties een steeds

    zwaarder gewicht. Kenmerkend voor de CMVer is een vaak complexe maatschappelijke positionering,

    waarin hij zich geconfronteerd ziet met uiteenlopende en soms strijdige standpunten, claims,

    belangen en wensen. Dat vraagt om bemiddeling tussen leefwereld en systeemwereld, tussen mensen

    en instellingen, wetgeving en structuren, tussen burgers en overheidsinstanties (Alert en

    ondernemend 2.0: opleidingsprofiel culturele en maatschappelijke vorming, 2009).

    augu

    stu

    s 2

    01

    2

    Ontstaan van SRV vanuit de behoefte bewoners uit oud Feijenoord

    20

    13

    Oprichting Stichting Rotterdam Vertelt door Woonstad, DKC en Museum Rotterdam rond de SRV bus.

    Kwartiermaker aangetrokken

    20

    14

    Museum Rotterdam laat SRV los. Kwartiermaker werkt aan een zelfstandige Stichting.

    20

    15

    Nieuw beleidsplan wordt opgeleverd

    Onderzoek naar vrijwillige inzet bij Rotterdam Vertelt.

  • 12

    De CMV er is bij uitstek competent om systeemwereld en leefwereld met elkaar te verbinden ofwel tussen

    deze twee te bemiddelen. In het vraagstuk rond vrijwilligers of vrijwillige inzet is dit actueler dan ooit. Daar

    waar de systeemwereld top down bepaalt dat in het huidige tijdsgewricht meer via vrijwillige inzet

    georganiseerd dient te worden, staat de CMVer op het snijvlak. Juist hij heeft de capaciteiten dit te

    organiseren, rekening houdend met de belangen van de verschillende stakeholders.

    1.5 Probleemanalyse Bij aanvang van het onderzoek zijn de vrijwilligers van Rotterdam Vertelt zowel eigenaar, beleidsbepaler als

    uitvoerder en is Rotterdam Vertelt een zogenaamde vrijwilligergestuurde organisatie, daarover meer in het

    theoretisch kader. Dit is echter niet altijd zo geweest, want ten tijde van de oprichting van de stichting werd er

    gewerkt met de beroepskrachten van MR. Rotterdam Vertelt werd georganiseerd vanuit de professionele

    structuur van MR.

    Nadat de kwartiermaker was aangetrokken (voor bepaalde tijd: 52 dagen, 1 dag in de week) heeft MR zich

    langzaam teruggetrokken. Als laatste heeft n van de bestuursleden, tevens medewerker van het MR, haar

    functie in 2014 neergelegd. Hiermee is de laatste officile band tussen Rotterdam Vertelt en MR verbroken.

    Na het terugtrekken van MR uit de organisatie leunt deze erg veel op de projectleider (de voormalige

    kwartiermaker). Samen met het bestuur van Rotterdam Vertelt initieert en organiseert de projectleider vanaf

    2014 de meeste projecten. Een voor de organisatie minder wenselijke ontwikkeling is, dat het moeite kost om

    mensen te vinden die zich aan de projecten willen verbinden. Dit, ondanks de ongeveer vijftien personen die

    zich bij Rotterdam Vertelt als vrijwilliger hebben aangemeld. De projectleider is inmiddels zelf ook vrijwilliger

    omdat er geen middelen zijn om een beroepskracht te betalen. In principe is de projectleider dus een

    onbetaalde beroepskracht.

    De projectleider heeft, zoals de organisatie zich nu ontwikkeld heeft, veel macht in handen. Macht moet hier

    worden gelezen als; initiatiefnemer, organisator en trekker van de projecten. Dit zorgt voor werkdruk en stress

    en met het gevaar voor overvragen van deze vrijwilliger.

    Het overvragen van vrijwilligers wordt in de literatuur genoemd als reden voor vrijwilligers om te stopen met

    vrijwilligerswerk (Gast, Hetem, & Wilbrink, 2009b). Daarbij komt dat hiermee de organisatie Rotterdam Vertelt

    erg afhankelijk wordt of is van deze persoon. Dit maakt Rotterdam Vertelt kwetsbaar in haar voortbestaan.

    Vanaf oktober 2012 tot en met december 2013 zijn onder leiding van MR dertien verschillende projecten

    georganiseerd. Voor de goede orde; kwalitatief heeft dit onderzoek geen oordeel over de projecten. In 2014

    waren dit zeven projecten en daarnaast is de bus een aantal keer verhuurd. Op de website van Rotterdam

    Vertelt staan drie verslagen van projecten waarbij Rotterdam Vertelt aanwezig is geweest of aan heeft

    deelgenomen en er is n groot project georganiseerd onder de vlag van Rotterdam Vertelt, het project Storia

    de nhas pais. Dit illustreert de beperkte output in contrast met de doelstellingen van Rotterdam Vertelt. Ook is

    er in 2015 een neerwaartse spiraal te constateren van het aantal projecten waaraan Rotterdam Vertelt

    deelneemt. Een project van de Marokkaanse gemeenschap, het Verhaal van onze Ouders is (tijdelijk)

    stopgezet wegens de moeizame samenwerking met de initiatiefnemers.

    Het project Storia de nhas pais, een project waarbij verhalen van de eerste generatie Kaapverdiaanse

    arbeiders in Rotterdam worden verzameld en vastgelegd, verloopt volgens de projectleider op het gebied van

    de vrijwilligers bij tijd en wijlen moeizaam. Op momenten lijkt het project te blijven steken bij het ophalen van

    de verhalen. Een aantal vrijwilligers heeft door gebrek aan tijd ook de medewerking beindigd. Dit project

    loopt nog door tot en met december 2015.

    1.6 Onderzoeksopdracht Het ontbreekt bij Rotterdam Vertelt aan een duidelijke visie hoe om te gaan met vrijwilligers. Dit is ook het aan

    de onderzoeker voorgelegde praktijkprobleem.

  • 13

    Het probleem rond het ontbreken van beleid op vrijwilligerswerk in een organisatie kent diverse invalshoeken.

    Vanuit de organisatie gezien is deze als geheel kwetsbaar wanneer er geen solide netwerk van vrijwilligers

    aanwezig is. Met als gevolg dat er een gebrek is aan het vermogen tot zelforganisatie(Uitermark, 2014). Vanuit

    de invalshoek van de vrijwilligers is het dat actieve vrijwilligers overbelast kunnen raken, doordat zij teveel

    taken op zich krijgen. Voor potentiele vrijwilligers dreigt, het niet kunnen vinden van voor hen een passende

    aansluiting binnen de organisatie. Zij haken al of niet teleurgesteld af. Maatschappelijk kan dit tot gevolg

    hebben dat deze teleurgestelde vrijwilligers, vrijwilligerswerk als geheel voor gezien houden en ook voor

    andere organisaties niet meer inzetbaar zijn (Kuperus, Meijs, Brudney, & Tschirhart, 2007). Daarom gaat dit

    probleem ook over duurzaam omgaan met vrijwillige inzet.

    De onderzoeksopdracht heeft hiermee een belang voor de organisatie, een individueel belang van de

    vrijwilligers en tenslotte een maatschappelijk belang.

    Vanuit de onderzoeksopdracht is de onderzoeker gekomen tot het volgende doel van het onderzoek:

    Het onderzoek wordt verricht om te komen tot richtlijnen, hoe om te gaan met

    vrijwillige inzet binnen Rotterdam Vertelt, en op deze wijze een flexibele

    organisatie te realiseren met een robuust netwerk van vrijwilligers.

    1.7 De onderzoeksvraag Vanuit het onderzoeksdoel is de volgende onderzoeksvraag tot stand gekomen:

    Welke interne factoren zijn voor Rotterdam Vertelt van belang om te komen

    tot een flexibele organisatie met een robuust netwerk van vrijwilligers?

    1.8 Deelvragen Antwoord op de hoofdvraag zal worden gevonden met de volgende deelvragen:

    Wat of wie is Rotterdam Vertelt (of willen zij zijn)?

    Vanuit welke motivaties zetten vrijwilligers zich in voor Rotterdam Vertelt?

    Welke ambities, wensen en verwachtingen hebben de vrijwilligers van Rotterdam Vertelt?

    Welk beeld hebben de huidige vrijwilligers van de organisatie Rotterdam Vertelt?

    1.9 Opzet van het onderzoek In hoofdstuk n wordt het theoretisch kader met de voor het onderzoek relevante begrippen uiteengezet.

    Ook wordt beschreven wat wordt verstaan onder vrijwilligerswerk of vrijwillige inzet en wordt er ingegaan op

    de verschillende motieven en drijfveren van vrijwilligers om vrijwilligerswerk te doen. Tot slot worden de

    begrippen robuust netwerk, duurzaamheid bij vrijwillige inzet en de flexibele organisatie behandeld.

    In hoofdstuk twee komt de context analyse aan bod. Wat gebeurde er internationaal (Belgi en Groot

    Brittanni) op het gebied van vrijwillige inzet in organisaties die zich bezig houden met Oral History of

    Immaterieel Cultureel Erfgoed. Ook wordt bekeken hoe de vrijwillige inzet in soortgelijke organisaties in

    Nederland is georganiseerd.

    In hoofdstuk drie volgt een uiteenzetting van de onderzoeksmethodiek met een verantwoording voor de

    gemaakte keuzes. Aansluitend in hoofdstuk vier de bespreking van de onderzoeksresultaten en in hoofdstuk

    vijf de analyse van de onderzoeksresultaten en het beantwoorden van de deelvragen en uiteindelijk de

    hoofdvraag. Tot slot volgen in hoofdstuk zes de aanbevelingen voor Rotterdam Vertelt op het gebied van

    vrijwilligersbeleid.

  • 14

    02. Theoretisch kader In dit hoofdstuk wordt het theoretisch kader met de voor het onderzoek relevante begrippen uiteengezet. Wat

    wordt verstaan onder vrijwilligerswerk of vrijwillige inzet, vrijwilligersbeleid, professionele-, gedeelde- en

    vrijwillige verantwoordelijkheid? Er wordt ingegaan op de verschillende motieven en drijfveren van vrijwilligers

    om vrijwilligerswerk te gaan doen. Vervolgens worden de begrippen duurzaamheid bij vrijwillige inzet, en het

    concept van een robuust netwerk behandeld. Ten slotte de interpretatie van de theoretische begrippen van

    de onderzoeker op de situatie bij Rotterdam Vertelt.

    2.1 Vrijwilligerswerk Dit onderzoek gaat over mensen, mensen die vrijwilligerswerk verrichten. Dit begrip staat nog wel eens onder

    druk, want het is bij organisaties niet altijd duidelijk wat vrijwilligerswerk eigenlijk is en wanneer iemand

    vrijwilliger is.

    In het algemeen gesproken wordt er uitgegaan van vier criteria: onverplicht, onbetaald, in georganiseerd

    verband en voor anderen of de samenleving.

    Vrijwilligerswerk is er in verschillende vormen en kenmerken, de n met meer of minder (sociale) dwang dan

    de ander. Ht kenniscentrum voor vrijwilligerswerk in Nederland is Movisie en zij heeft deze verschillende

    vormen in beleidskaders geplaatst, in een schaal van soepel naar een streng beleidskader op vrijwilligerswerk.

    De beleidsmatige kaders waarmee het vrijwilligerswerk wordt omschreven, worden voorgesteld als geleide

    schalen. Dat resulteert in onderstaande matrix:

    Tabel 1(Movisie, 2013)

    2.2 Vrijwilligersorganisatie In de literatuur worden drie verschillende type organisaties beschreven die met vrijwilligers werken

    1. Vrijwilligergestuurde organisaties, in deze organisaties zijn vrijwilligers eigenaar, beleidsbepaler en

    uitvoerder.

    2. Vrijwilligerondersteunde organisaties, deze draaien vooral op beroepskrachten met behulp van een

    beperkt aantal vrijwilligers.

    3. Hybride organisaties, ontstaan vanuit type n maar waar steeds meer werk door beroepskrachten

    wordt overgenomen (Vakbonden, migrantenorganisaties). Of vanuit type twee, waar steeds meer

    werk door vrijwilligers wordt overgenomen van beroepskrachten (musea, gezondheidszorg, onderwijs)

    Bij deze voorbeelden wordt dit vaak ingegeven door bezuinigingen(Gast et al., 2009).

    Voor de echte vrijwilligersorganisaties, waar vrijwilligers zowel eigenaar beleidsbepaler als

    uitvoerder zijn, ligt het betrekkelijk eenvoudig. De visie van de organisatie als geheel en de visie op

    vrijwillige inzet sluiten naadloos op elkaar aan. Immers, zonder de vrijwilligers heeft de organisatie

    geen bestaansrecht. Voorwaarde is wel dat de organisatie haar visie en missie op orde heeft, dat wil

    zeggen: regelmatig aangepast aan de veranderende omstandigheden. Juist in een organisatie die

    volledig op vrijwillige basis draait, wil dit er nog wel eens bij inschieten (Gast et al., 2009).

  • 15

    2.3 Beleid Met welke middelen en binnen welk tijdsbestek een doelstelling gerealiseerd gaat worden (Gast et al., 2009).

    Om vrijwilligersbeleid te kunnen maken is het eerst noodzakelijk om vanuit het beleid van de organisatie een

    visie op vrijwilligers te formuleren. Waarom werken we met vrijwilligers, naast puur het economische aspect?

    Kenmerken van vrijwilligers welke een organisatie zou kunnen benutten: werken vanuit het hart,

    betrokkenheid, gedrevenheid, levenservaring. Vrijwilligers met dezelfde (culturele) achtergrond als de

    doelgroep hebben sneller en beter toegang tot deze groep.

    De visie op het vrijwilligersbeleid moet onderdeel zijn van het beleid van de organisatie. Vrijwilligers moeten

    zich kunnen identificeren met het beleid van de organisatie.

    Schematisch weergegeven:

    Vanuit de visie van de organisatie kan het kernproces van de organisatie vastgesteld worden. Aan de hand van

    het kernproces zijn de organisaties in te delen in drie verschillende type organisaties, met elk hun eigen

    kernmerken. Dienstverlenende-, campagnevoerende- en voor-ons-door-ons-organisaties (Gast et al., 2009).

    Hierbij een korte omschrijving van deze kenmerken.

    2.3.1 Dienstverlenende organisaties

    Het gaat hier om organisaties met als kerndoel het verlenen van diensten aan anderen. Dit zijn niet alleen

    organisaties die hulp verlenen zoals in de gezondheid- en welzijn sector. Hieronder vallen ook culturele

    organisaties die bijvoorbeeld op vrijwillige basis cursussen verzorgen. Interne kenmerken zijn vaak dat bij dit

    soort organisaties kwaliteit en effectiviteit belangrijker zijn dan gezelligheid en saamhorigheid. Een

    bedrijfsmatige insteek met een duidelijke verdeling van taken en verantwoordelijkheden (hirarchie). Het

    bestuur op afstand, wat wil zeggen dat beleid en uitvoering vaak zijn gescheiden (Gast et al., 2009).

    2.3.2 Campagnevoerende organisaties

    Dit zijn over het algemeen organisaties die campagne voeren voor, wat zij als goede zaak, verstaan. Denk

    hierbij aan belangen- en actiegroepen op het gebied van bijvoorbeeld mensenrechten, het milieu of

    emancipatie van bepaalde groepen mensen. Mensen aangesloten bij dit soort organisaties doen dit vaak vanuit

    een persoonlijk ideaal wat aansluit op het doel van de betreffende organisatie. Dit vertaalt zich ook weer in de

    omgangsvormen intern, waarbij discussie over het ideaal en de strategie van de organisatie belangrijk zijn.

    Duidelijke afspraken over de te volgen lijn zijn belangrijk. Minder geschikt is de bedrijfsmatige hirarchische

    structuur zoals in de dienstverlenende organisaties (Gast et al., 2009).

    (Gast, Hetem, & Wilbrink, 2009a)

    vrijwilligersbeleid

    visie organisatie missie

    beleid visie op

    vrijwilligerswerk

  • 16

    2.3.3 Voor-ons-door-ons-organisaties Dit zijn voornamelijk interngerichte organisaties, wat zich uit doordat mensen elkaar vinden in een gedeelde

    situatie. De gedeelde situatie kan van alles zijn, een hobby maar ook een bepaald belang zoals in een

    lotgenotengroep of een patinten organisatie. Naar buiten toe heeft de organisatie vaak geen duidelijk gezicht,

    maar intern is er ruimte voor diversiteit in activiteiten en werkwijze. Belangrijke waarden zijn vaak

    betrokkenheid, activiteiten samen doen en gezelligheid. Dit soort organisaties zijn vaak verenigingen, waarbij

    de vrijwilligers voortkomen uit de eigen leden en daarmee tevens de doelgroep. Besluitvorming vindt plaats op

    basis van consensus, het bestuur wordt vaak gekozen en houdt zich ook bezig met uitvoerende taken.

    Onderdeel van de groep zijn is vaak belangrijker dan het bezitten van bepaalde capaciteiten of competenties

    omdat er uitsluitend voor de eigen leden gewerkt wordt (Gast et al., 2009).

    2.3.4 Mengvormen

    De praktijk laat zich vaak niet vangen in n enkele abstracte term. Organisaties ontwikkelen zich en

    veranderen door deze ontwikkelingen. Door veranderingen evolueren organisaties zich vaak in mengvormen

    van de genoemde structuren en zijn dan niet meer zo makkelijk in te delen. Het duidelijk in beeld brengen van

    het kernproces helpt om de organisatiestructuur vorm te geven en keuzes op het gebied van

    vrijwilligersmanagement te kunnen maken.

    2.4 Vrijwilligersmanagement Het managen of het organiseren van en leidinggeven aan vrijwilligers concentreert zich in dit onderzoek op

    twee benaderingen die in de verschillende literatuur naar voren komen:

    1. De benadering van programmamanagement, waarbij flexibel vrijwilligers worden geworven

    afhankelijk van de taak, taak naar vrijwilliger. Er zijn meer losse delen en programmas, vrijwilligers

    worden alleen betrokken bij hun deel van de organisatie. De aansturing gebeurt vaak door n

    manager.

    2. De benadering van ledenmanagement, waarbij er gewerkt wordt vanuit een zelfsturend team.

    Vrijwilligers maken hun eigen product en maken of bepalen ook de organisatie. Dit vereist een grote

    en langdurige betrokkenheid van vrijwilligers aan de organisatie, vrijwilliger naar taak.

    (Gast et al., 2009; Karr, Meijs, & Metz, 2014; L. C. Meijs & Hoogstad, 2001)

  • 17

    Vergelijking tussen ledenmanagement en programmamanagement

    Vergelijkingscriteria Ledenmanagement Programmamanagement Besluitvorming structuur

    Flexibiliseren Van vrijwilliger naar taak / opdracht Van taak naar vrijwilliger Integratie Gentegreerde benadering Losstaande programmas Integratierichting in landelijke organisatie

    Horizontaal (d.w.z. per afdeling) Verticaal

    Management Groep van managers En manager Bestuur Dichtbij Op afstand

    Cultuur Organisatiecultuur Sterk Zwak

    Vrijwilligers / medewerkers Betrokkenheid Hoog Laag Betrokkenheid bij meerdere organisaties

    Misschien Meestal

    Homogeniteit Groot Klein Relatie Men kent elkaar wel tot zeer goed Men kent elkaar niet Motivatie 1 Sociaalgericht Doelgericht Motivatie 2 Interne status bevestigen Externe status verhogend

    Proces Entreekosten Hoge sociale kosten Lage sociale kosten Overstapkosten Hoog laag Verwachtingen Impliciet Expliciet Erkenning lid o.b.v. aantal jaren o.b.v. prestatie Bestede / genvesteerde uren Hoog Laag

    Omgeving Noodzaak tot aanpassen aan omgeving

    Klein Groot

    Aanpassingsvermogen Klein Groot Tabel 2 (LCPM Meijs, 2004, p. 36)

    In het onderzoek Vrijwilligerswerk = Matchmaking vrijwilligers zijn geen lego, komt naar voren dat het

    belangrijk is doelstellingen voor zowel de organisatie als de vrijwilliger vast te stellen. Het is juist de organisatie

    die flexibel dient te zijn ten opzichte van de vrijwilliger. Professionalisering van het vrijwilligersmanagement en

    weten wie je in huis hebt, wie waar het beste past zijn sleutels tot succes(L. Meijs, Karr, Baren, & Huisman,

    2011).

    2.5 Verantwoordelijkheid Hoe de verantwoordelijkheid in een organisatie is georganiseerd in de samenwerking tussen beroepskrachten

    en vrijwilligers in taken en het maken van beslissingen, is gebonden aan een aantal voorwaarden. De

    verschillende samenwerkingspatronen. Onderstaand schema geeft deze verschillende samenwerkingspatronen

    weer (Bochove, Tonkens, & Verplanke, 2014).

  • 18

    Professionele Verantwoordelijkheid

    Gedeelde verantwoordelijkheid

    Vrijwillige verantwoordelijkheid

    Voorwaarden

    Gegarandeerde professionele inzet van voldoende omvang en kwaliteit Vrijwilligers accepteren het professioneel regime

    Aanwezigheid van verbindende en uitnodigende professional Maatwerk bij verdeling van taken en verantwoordelijkheden Professionals worden niet afgerekend op meetbare doelstellingen

    Beschikbaarheid van veel vrijwilligers die aan hoge eisen voldoen (persoonlijk stabiel en gezond, voldoende tijd, kennis, ervaring, en buurtbinding) Beschikbaarheid van professional op afroep Inhoud van de dienstverlening is open (niet strak vastgelegd op basis van wettelijke kaders of professionele richtlijnen)

    Voordelen

    Continuteit van de voorziening Gewaarborgd Veel beleidsmatige sturing mogelijk

    Geschikt voor verschillende typen vrijwilligers Innovatieve ideen van vrijwilligers kunnen binnen professioneel kader worden gerealiseerd

    Grote inzet en betrokkenheid van vrijwilligers Soms opstap naar betaald werk

    Nadelen

    Afhaken zelfstandige vrijwilligers door te weinig ruimte voor eigen initiatief

    Spanningen en conflicten door onduidelijke taakverdeling Miskenning professionaliteit door relatieve onzichtbaarheid Vrijwilligers willen vergoeding vanwege overlap met taken professional

    Afhaken kwetsbare vrijwilligers door gebrek aan structuur Continuteit voorziening niet gewaarborgd Minder beleidsmatige sturing mogelijk

    Tabel 3 (Bochove et al., 2014)

    2.6 Motivatie en motivering Het motief, de beweegredenen.

    Een vrijwilliger heeft altijd persoonlijke drijfveren om vrijwilligerswerk te verrichten, dat wat mensen ertoe zet

    om vrijwilligerswerk te gaan doen is de motivatie. Motivatie is een begrip wat in veel literatuur is beschreven

    en is dan ook een centraal begrip in dit onderzoek.

    Waarom nemen vrijwilligers bepaalde verantwoordelijkheden op zich? Door welke motieven worden zij

    gedreven om tijd te investeren zonder hiervoor geld terug te krijgen? Ook onbetaalde krachten willen iets,

    bewust of onbewust, terug krijgen voor hun inzet.

    Daarnaast is er de motivering, het is de verklaring, het argument waarom de organisatie gekozen heeft om met

    vrijwilligers te gaan werken. Of dat wat een organisatie doet om te zorgen dat mensen vrijwilligerswerk gaan

    doen, het motiveren van mensen tot vrijwilligerswerk.

    Motivatie is geen vast gegeven en verandert met levensfase, per generatie en er zijn culturele verschillen. Inzicht in de verschillende motieven helpt bij het koppelen van vrijwilligers aan activiteiten of activiteiten te koppelen aan vrijwilligers (Gast et al., 2009). De Gast (2009) onderscheidt de volgende de volgende motieven:

  • 19

    Carrire gerichte motieven Vrijwilligerswerk biedt kansen om ervaringen, vaardigheden en contacten op te doen die de (toekomstige) carrire op de betaalde arbeidsmarkt bevorderen.

    Normatieve motieven Vrijwilligerswerk is een manier waarop mensen de voor hen belangrijke normen en waarden kunnen uitdragen.

    Sociale motieven Vrijwilligerswerk kan bestaande sociale contacten versterken en biedt een kans aan activiteiten mee te doen die een belangrijke betekenis hebben voor anderen.

    Leermotieven Leren is n van de meest genoemde motivaties om vrijwilligerswerk te doen. Vrijwilligers ontwikkelen kwaliteiten, kennis en vaardigheden (competenties) die zowel voor de persoonlijke ontwikkeling als op de arbeidsmarkt van grote waarde kan zijn.

    Kwaliteitsmotieven Vrijwilligerswerk biedt kansen voor persoonlijke groei en een verhoogde levenskwaliteit.

    Beschermingsmotieven Vrijwilligerswerk kan een veilige omgeving bieden om negatieve omstandigheden, ervaringen of gevoelens te ontlopen of verminderen (Gast et al., 2009a)

    Van der Loo (2007) stelt in het artikel `Communicatie tussen de stakeholders van vrijwillige inzet: bittere

    noodzaak, dat de persoonlijke drijfveren van de vrijwilliger bepalend zijn voor het soort vrijwilligerswerk wat

    de betreffende vrijwilliger kiest (van der Loo & Dajani, 2007). Dit lijkt misschien een open deur maar wanneer

    een vrijwilliger zich aanmeldt en deze te pas en te onpas wordt ingezet, dan zal de inzetbaarheid van deze

    vrijwilliger van korte duur zijn. Immers, wanneer iemand zijn kennis op het gebied van schrijven graag wil delen

    of bijvoorbeeld zelf beter wil leren schrijven, moet je de betreffende persoon geen koffie laten serveren. Deze

    werkzaamheden sluiten dan niet aan op de motivatie van de persoon om vrijwilligerswerk te gaan doen.

    Vaart (2010) voegt daar, in het onderzoek Motivaties voor vrijwilligerswerk. Wat maakt het verschil? aan toe,

    dat het pleziermotief een belangrijke factor is.

    Op het eerste gezicht lijken pleziermotieven te passen bij het kwaliteitsmotief, omdat plezier ook kan

    bijdragen aan levenskwaliteit. Er is echter een belangrijk verschil tussen de motieven plezier en

    kwaliteit. Het kwaliteitsmotief gaat meer over het bijdragen aan positieve gevoelens over de eigen

    persoon en over iemands zelfbeeld en er is een relatie met persoonlijke groei. Bij het pleziermotief

    echter gaat het veel meer om het hier en nu en om het direct hebben van een leuke tijd. Het

    pleziermotief is dus meer een korte termijn motief terwijl het kwaliteitsmotief gericht is op langere

    termijn (Vaart, 2010).

    2.6.1 Framingtheorie

    In de sociologische framingtheorie van Lindenberg, zoals geciteerd in (Gast et al., 2009), wordt het dynamische

    karakter van motivatie duidelijk gemaakt aan de hand van drie frames (brillen) op basis waarvan mensen hun

    gedrag, in dit geval vrijwillige inzet, plannen.

    1. Hedonistisch frame of drijfveren, wat erop neerkomt, bepaald gedrag of handeling voelt goed, de

    onmiddellijke bevrediging van een wens. Gezelligheid, iets leuk vinden.

    2. Instrumenteel frame of drijfveren, wat erop neerkomt, bepaald gedrag of handeling loont. Gebruik

    kunnen maken van een netwerk, waardering krijgen, nuttig kunnen zijn.

    3. Normatief frame of drijfveren, wat erop neerkomt, bepaald gedrag of handeling is juist om te doen

    volgens bepaalde normen en waarden. Zoals gedrag wat leidt tot emancipatie van bepaalde groepen

    omdat men vindt dat dat belangrijk is.(Gast et al., 2009)

  • 20

    Verschillende frames met elkaar vergeleken

    motivatie-richting basis van handelen

    aard van beloning

    timing van de beloning

    duurzaamheid

    hedonistisch intrinsiek (plezier) emotie concreet onmiddellijk vluchtig/kwetsbaar

    instrumenteel extrinsiek ratio concreet uitgesteld afhankelijk van de nagestreefde opbrengst

    normatief intrinsiek (plicht) emotie abstract uitgesteld duurzaam Tabel 4 (Gast et al., 2009,p.69)

    2.7 Ambities De betekenis van ambities volgens de Dikke Van Dale: streven naar en lust tot goede of betere vervulling van een ambt, een taak, ijver, lust om te werken(vanDale,

    2014)

    In dit onderzoek wordt onder ambities van vrijwilligers verstaan wat vrijwilligers voor zichzelf wel of niet willen

    bereiken bij Rotterdam Vertelt. Of wat vrijwilligers hierin voor ogen hebben voor de organisatie Rotterdam

    Vertelt.

    2.8 Maatschappelijke veranderingen en Vrijwilligerswerk Vrijwilligerswerk is door de jaren heen aan verandering onderhevig. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau

    (SCP) is vooral de toenemende individualisering verantwoordelijk voor deze veranderingen. Waren het vroeger

    vaak traditionele verbanden zoals kerk, gezin en maatschappelijke klasse die een dwingend beroep op het

    individu deden om vrijwilligerswerk te gaan doen, is dat heden ten dage veel minder het geval. Het proces van

    individualisering heeft ertoe geleid dat mensen vrijwilligerswerk veel meer kiezen vanuit een eigen agenda en

    interesse (L. Meijs et al., 2011).

    Deze ontwikkelingen hebben effect op de manier waarop mensen vrijwilligerswerk invullen. Voorbeeld hiervan

    is het online activisme, waarbij mensen via internet petities ondertekenen en verspreiden. Daarnaast past de

    moderne vrijwilliger zijn inzet aan op zijn agenda en interesses waarbij hij zich steeds minder, langdurig aan

    een organisatie verbindt maar eerder door middel van episodisch vrijwilligerswerk.

    Episodisch vrijwilligerswerk

    In tegenstelling tot regulier vrijwilligerswerk heeft episodisch vrijwilligerswerk betrekking op

    vrijwilligerswerk dat eenmalig of op korte termijn wordt uitgevoerd. Deze trend is een direct gevolg

    van de verschuiving van collectieve, institutionele en groepsaangelegenheden die kenmerkend zijn

    voor het klassieke vrijwilligerswerk, naar acties die zich richten op meer flexibiliteit en op specifieke en

    persoonsgebonden themas, waarbij geen sprake is van een (langdurig) engagement. Het jaarlijks

    terugkerende NL DOET is hier een duidelijk voorbeeld van. Het aanbieden van episodisch

    vrijwilligerswerk is een manier om in het bijzonder voor jongeren het vrijwilligerswerk aantrekkelijk(er)

    te maken (Lucas Meijs, Karr, Baren, & Huisman, 2011, p. 33).

  • 21

    Tabel 2 (L. Meijs et al., 2011, p. 19) Maatschappelijke Ontwikkelingen De veranderende vrijwilliger

    De moderne vrijwilliger

    Individualisering

    Traditionele maatschappelijke verbanden

    gaan verloren (kerk, gezin, klasse)

    Informalisering

    Omgangsvormen worden losser

    Informatisering

    Technologische ontwikkelingen

    Intensivering

    Behoefte aan variatie en verandering neemt

    toe

    Internationalisering

    Sociale en culturele instituties ondergaan

    veranderingen

    Wordt geleid door persoonlijke interesse en een

    actuele agenda

    Kiest voor leuke en verrijkende vrijwilligersactiviteiten

    Zal minder lang trouw blijven aan een organisatie

    Blijft aan de ene kant actief als klassieke vrijwilliger

    maar is ook betrokken bij nieuwe vormen van

    participatie

    Ziet vrijwilligerswerk het liefste als een uitdaging en wil

    zichzelf hierin kunnen ontplooien

    Klassieke vormen van vrijwilligerswerk Nieuwe vormen van vrijwilligerswerk

    Bijvoorbeeld lidmaatschap bij een politieke

    partij of een lokale club zoals een jeugd of

    sportinstelling

    Bijvoorbeeld het combineren van het aansluiten bij

    maatschappelijke doelen met het geven van geld en

    politiek consumentisme of het tekenen van een online

    petitie

    De focus lijkt te verschuiven van collectieve,

    institutionele en groepsaangelegenheden naar

    Acties die zich richten op specifieke en

    persoonsgebonden themas

    Persoonlijke motivatie speelt tegenwoordig een doorslaggevende rol bij het besluit om

    vrijwilligerswerk te gaan doen. Dit was bij het oude traditionele vrijwilligerswerk nauwelijks het geval.

    Vroeger deed je vrijwilligerswerk omdat dat vanzelfsprekend was binnen de gemeenschap of zuil waar

    je bij hoorde. Nu die groepsdwang er niet meer is, bepalen persoonlijke motieven de keuze om

    vrijwilligerswerk te gaan doen (Tonkens, Verplanke, Bochove, & Duyvendak, 2014).

    2.9 Vrijwilligerswerk en vrijetijdsbesteding Maatschappelijk gezien onderscheidt vrijwilligers werk zich van andere vormen van vrijetijdsbesteding zoals

    hobbys doordat vrijwilligerswerk zich meer in georganiseerd verband afspeelt en doorgaans van hogere

    kwaliteit is. Bovendien is het niet vrijblijvend en juist ook bedoeld voor anderen (Gast et al., 2009).

    2.10 Vrijwilligers/ professionals /beroepskrachten Het onderzoek Kunnen we dat (niet) aan vrijwilligers overlaten? (Bochove et al., 2014) geeft in de titel aan dat

    het de vraag is of iets, wel of niet, aan vrijwilligers overgelaten kan worden. Bij het serveren van koffie is deze

    vraag niet zo relevant, hooguit of de betreffende vrijwilliger het wel of niet wil doen. Maar bij complexere

    vraagstukken waarbij, zoals in de zorg, levensbedreigende situaties kunnen ontstaan misschien wel. In de

    immaterile erfgoedsector waar het in dit onderzoek over gaat speelt de levensbedreigende vraag niet. Het

    onderscheid tussen betaalde krachten en niet betaalde krachten, de vrijwilligers, zit niet altijd in de

    competenties. Beiden groepen kunnen deze evenveel hebben. Het verschil zit meer in de beschikbare tijd die

    genvesteerd wordt en wat de betreffende persoon daarvoor terug wil hebben. Dit kan zijn geld, zoals bij de

    betaalde kracht. Of, zoals bij de vrijwilliger, iets wat minder tastbaar is zoals voldoening. Omdat hij

    bijvoorbeeld van mening is dat het werk belangrijk is en, ook zonder betaling gedaan moet worden. Een andere

    mogelijkheid is, dat een vrijwilliger de wens of het doel heeft om een betaalde kracht te worden. De

    vrijwilligers kunnen net zo goed professionals of beroepskrachten zijn, zij het onbetaald.

    In deze zin wordt een aantal vrijwilligers in dit onderzoek ook gezien als onbetaalde beroepskrachten. Dit sluit

    weer aan op de eerder besproken theorie, dat vrijwilligerswerk zich onderscheidt van andere vormen van

    vrijetijd besteding zoals hobbys.

  • 22

    2.11 Robuust Netwerk Vanuit organisaties gezien is het van belang om een robuust netwerk van vrijwilligers te vormen. Wanneer

    een organisatie vanuit een kleine kern van mensen wordt aangestuurd, bijvoorbeeld een kern van twee

    personen, dan is ze hiervan afhankelijk. Deze afhankelijkheid kan worden vertaald als machtsconcentratie.

    Justus Uitermark heeft het in zijn verlangen naar Wikitopia over deze machtsconcentratie. Is de macht te

    veel bij n persoon geconcentreerd en valt deze persoon weg dan stopt de organisatie. Belangrijk is het

    opbouwen van een sterk robuust netwerk van vrijwilligers. Als een positief voorbeeld noemt hij de Leeszaal

    West:

    ,,- maar ze zijn erin geslaagd om een netwerk te creren waar meer mensen een verbindende rol vervullen. Ze

    slaagden er, met andere woorden, in om tendensen richting machtsconcentratie tegen te gaan en vormden

    daardoor een robuust netwerk(Uitermark, 2014).

    In het voorbeeld van de Leeszaal West initiren en organiseren vrijwilligers eigen projecten onder de vlag van

    de Leeszaal. Op deze wijze zijn de vrijwilligers eigenaar van de projecten en heeft de Leeszaal een faciliterende

    en ondersteunende functie. De vrijwilligers vormen op deze manier de zelforganiserende organisatie.

    Wanneer een vrijwilligersorganisatie een brede basis heeft van zelforganiserende vrijwilligers, dus vrijwilligers

    die projecten initiren, organiseren en uitvoeren dan is de machtsconcentratie verdeeld over een groter aantal

    mensen. Deze mensen vormen dan een robuust netwerk.

    Ellen Krabbenkorn (2013) gaat in haar onderzoek Binden en overbruggen in de Leeszaal in op dit netwerk en

    het ontstaan van sociaal kapitaal. Want je hebt pas iets aan een netwerk op het moment dat de mensen die

    het netwerk vormen er ook gebruik van maken. Met sociaal kapitaal worden de connecties bedoeld die

    individuen met elkaar aangaan(Krabbenborg, 2013).

    Binnen een organisatie is het belangrijk dat mensen aangespoord worden om interactie met elkaar aan te

    gaan, in contact met elkaar te komen zodat er relaties ontstaan. Wanneer mensen herhaaldelijk in contact met

    elkaar komen ontstaat er vertrouwen en worden gemeenschappelijke normen ontwikkeld Putnam (zoals

    geciteerd in Krabbekorn, 2013). Dit bindend sociaal kapitaal zorgt voor de identificatie als groep. Om met het

    proces van identificatie tot groep ook connecties mogelijk te maken met andere groepen is overbruggend

    sociaal kapitaal nodig. Waar bij bindend sociaal kapitaal interacties en contacten vooral gericht zijn binnen een

    groep legt overbruggend sociaal kapitaal connecties buiten de groep van der Zwaard (zoals geciteerd in

    Krabbekorn, 2013). Wil een organisatie diversiteit nastreven dan zijn verbindingen op basis van verschillen

    noodzakelijk.

    Bij bindend sociaal kapitaal gaat het over overeenkomsten tussen kenmerken zoals: leeftijd, geslacht, status,

    religie en nationaliteit. Terwijl relaties die overbruggend sociaal kapitaal definiren zich kenmerken door

    verschillen in bijvoorbeeld leeftijd, geslacht, status, religie en nationaliteit(Krabbenborg, 2013).

    Een organisatie welke over vrijwilligers beschikt die binnen een groep andere vrijwilligers kan aansporen tot

    activiteit om tot resultaten te komen, en over vrijwilligers beschikt die groepen met elkaar verbindt, beschikt

    over een sterk en robuust netwerk.

    2.12 Interpretatie theoretische begrippen

    2.12.1 Vrijwilligerswerk

    Rotterdam Vertelt past in de strenge variant van de beleidsmatige kaders van vrijwilligerswerk: er is geen

    dwang en ook geen vergoeding. Het in kaart brengen van de onofficile geschiedenis van Rotterdam is vooral

    bedoeld voor de Rotterdamse samenleving. Met haar activiteiten wil de stichting bijdragen aan een verstevigd

    identiteitsgevoel onder Rotterdammers (SRV, 2014). Met als georganiseerd verband, de stichting zelf.

  • 23

    2.12.2 Vrijwilligergestuurde organisatie Bij Rotterdam Vertelt, zijn de vrijwilligers; eigenaar, beleidsbepaler als ook uitvoerder. Hiermee kan Rotterdam

    Vertelt bij aanvang van het onderzoek geplaatst worden onder de noemer vrijwilligergestuurde organisatie.

    2.12.3 Beleid

    In 2014 is er een beleidsplan geschreven, maar er is geen visie op het vrijwilligerswerk, noch is er een

    aansluitend vrijwilligersbeleid in dit plan opgenomen.

    2.12.4 Vrijwilligersmanagement

    De variant van vrijwilligersmanagement welke door Museum Rotterdam werd gentroduceerd in 2013, is de

    benadering van programmamanagement. Hoewel het idee van Rotterdam Vertelt voortkwam uit de behoefte

    van bewoners van Oud Feijenoord, is het programma in grote mate samengesteld door Museum Rotterdam en

    er zijn door hen vrijwilligers gezocht. Volgens deze benadering wordt er door Rotterdam Vertelt nog altijd

    gewerkt en uit het praktijkvraagstuk is op te maken dat deze benadering op dit moment niet effectief is. Dat

    merken zij doordat vrijwilligers moeilijk te motiveren zijn om aan te haken bij projecten. En als ze wel aanhaken

    dan verloopt de voortgang moeizaam. De vraag die gesteld kan worden is of er vanuit programmamanagement

    moet gewerkt worden en wat dat betekent voor alle betrokkenen. Of is het beter om te kiezen voor

    ledenmanagement. De vraag is dan, wat zijn de gevolgen voor de betrokkenen van deze keuze.

    2.12.5 Verantwoordelijkheid

    In aanvang is Rotterdam Vertelt gestart met MR en dat betekende een gedeelde verantwoordelijkheid voor het

    programma en de taken van Rotterdam Vertelt door medewerkers van MR, aangevuld met een aantal

    vrijwilligers. Nadat MR Rotterdam Vertelt heeft losgelaten is de situatie ontstaan met een

    samenwerkingspatroon van vrijwillige verantwoordelijkheid, een organisatie met alleen vrijwilligers

    verantwoordelijk voor alle taken en bijna het hele programma. Echter niet aan alle voorwaarden is voldaan om

    dit succesvol te laten verlopen. In de praktijk blijkt dat er niet genoeg vrijwilligers zijn die voldoen aan de eisen

    van vooral voldoende tijd, maar ook kennis, ervaring, en binding met de organisatie.

    Zolang Rotterdam Vertelt onder de vleugels van MR haar activiteiten organiseerde was de continuteit van de

    activiteiten gewaarborgd. Vanuit voornamelijk MR werden de keuzes gemaakt wat er aan activiteiten

    ontwikkeld werd. Er was veel beleidsmatige sturing door MR. In de huidige situatie waarbij Rotterdam Vertelt

    geen gebruik meer kan maken van de professionele organisatie van MR, is de continuteit van projecten minder

    goed gewaarborgd. Het aantal projecten is bijvoorbeeld in 2015 aanzienlijk teruggelopen.

    2.12.6 Motieven

    In het onderzoek Vrijwilligerswerk = Matchmaking vrijwilligers zijn geen lego, komt naar voren dat het

    belangrijk is doelstellingen voor zowel de organisatie als de vrijwilliger vast te stellen. Het is juist de

    organisatie die flexibel dient te zijn ten opzichte van de vrijwilliger. Professionalisering van het

    vrijwilligersmanagement: weten wie je in huis hebt en wie waar het beste past zijn sleutels tot succes(L. Meijs,

    Karr, Baren, & Huisman, 2011). Afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden over wat voor organisatie

    Rotterdam Vertelt wil zijn, kan het vrijwilligersbeleid ingevuld worden. Weten wie je in huis hebt betekent in

    dit onderzoek weten vanuit welke motieven de vrijwilligers van Rotterdam Vertelt actief (willen) zijn. Wat zijn

    de behoeften en verwachtingen gerelateerd aan de motieven? Of moet Rotterdam Vertelt op zoek naar

    vrijwilligers met specifieke motieven die aansluiten op de doelen die Rotterdam Vertelt zich stelt?

    Bij aanvang van dit onderzoek is er over de wensen en behoeften van de vrijwilligers bij Rotterdam Vertelt niet

    veel bekend.

  • 24

    2.12.7 Maatschappelijke veranderingen en Vrijwilligerswerk

    Het project met de Kaapverdiaanse Rotterdammers, Storia de nhas pais geeft voorbeelden van nieuwe

    vormen van vrijwilligerswerk. Bijna alle vrijwilligers die aan dit project meewerken zijn van Kaapverdiaanse

    afkomst. Hun inzet bij Rotterdam Vertelt kan gezien worden als episodisch vrijwilligerswerk. Wanneer dit

    project ten einde loopt zit hun taak erop. Hun deelname staat in dienst van hun persoonlijke agenda. De

    beweegredenen om het project te starten zit in de Kaapverdiaanse afkomst. Tenzij het puur de mondelinge

    geschiedenis is van Rotterdam wat hen interesseert. Want met dat motief kunnen ze ook elders binnen

    Rotterdam Vertelt aan de slag. Op de website van Rotterdam Vertelt staat ook de crowdfundingactie voor het

    project. Dit is een vorm van nieuw activisme in vrijwilligerswerk die ingezet wordt.

    2.12.8 Vrijwilligers/ professionals/ beroepskrachten

    Een aantal vrijwilligers bij Rotterdam Vertelt zijn beroepskrachten, alleen ze worden (momenteel) niet betaald.

    Voor een bepaalde periode hebben zij als zzp-ers een opdracht gehad als kwartiermaker en projectleider. Maar

    na het wegvallen van MR viel ook de professionele structuur weg, die niet direct door vrijwilligers kon worden,

    of is opgepakt. Er moet een nieuwe organisatie structuur worden opgebouwd. Dit moet een structuur zijn waar

    vrijwilligers op kunnen aanhaken.

    03. Ontwikkelingen verder weg en dichtbij In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de rol van vrijwillige inzet, voornamelijk in de Culturele Erfgoed

    sector en, specifieker het immaterile erfgoed, elders. Vooral Engeland heeft een grote traditie op het gebied

    van oral- history maar ook in bijvoorbeeld Belgi zijn er voorbeelden te vinden.

    Belgi en speciaal Brussel is in dit hoofdstuk opgenomen omdat de organisatie Brussel Behoort Ons Toe of in

    het Frans: Bruxelles Nous Appartient een voorbeeld functie had en heeft voor Rotterdam Vertelt.

    Ook in eigen land zijn voorbeelden van organisaties die werkzaam zijn op het gebied van, in het Nederlands, de

    mondelinge geschiedenis van de stad, of een bepaald gebied. Een voorbeeld hiervan is het verhaal van

    (Amsterdam) west en Werkgroep Oral History Gelderland. Daarnaast een blik op de context van oral history

    binnen Rotterdam.

    Dit hoofdstuk wordt afgesloten met de relevantie van deze praktijken met het oog op Rotterdam Vertelt en

    wat kan zij hiervan leren. Vervolgens de rol van de gemeente Rotterdam op Rotterdam Vertelt/

    3.1 Wat is oral history? De vertaling van oral history naar het Nederlands is mondelinge geschiedenis. Op universiteiten, op

    wetenschappelijk niveau, is de Engelse term oral history gangbaar. Beroepskrachten die betrokken zijn bij

    projecten met betrekking tot mondelinge geschiedenis gebruiken vaak deze Engelse term. In Nederland is het

    Huizinga Instituut een gerenommeerde instelling op het gebied van cultuurgeschiedenis en oral history.

    In dit onderzoek wordt de definitie van oral history gebruikt zoals door het Huizinga Instituut is geformuleerd:

    Oral history is een vorm van geschiedschrijving die is gebaseerd op retrospectieve (terugkijkend op het

    verleden) herinneringen van ooggetuigen, meestal aan de hand van interviews. Tot dit werkveld hoort

    ook de reflectie op de ontwikkeling van de discipline, op interviewen als methode, op de relatie tussen

    interviewer en genterviewde en op de werking van het geheugen (HuizingaInstituut, 2013).

  • 25

    Er zijn vier belangrijke functies van oral history te noemen:

    Archieffunctie, het vastleggen van herinneringen van genterviewden zodat deze kunnen dienen als

    historische bron.

    Democratisering, in die zin dat mondelinge bronnen een stem geven aan groepen (vrouwen,

    arbeiders, minderheden) die in traditioneel geschreven bronnen minder of niet vertegenwoordigd

    zijn.

    Therapeutische werking, aandacht kan worden ervaren als een vorm van erkenning.

    Wetenschappelijke functie, als methode van onderzoek binnen de geschiedschrijving.

    (HuizingaInstituut, 2013)

    Binnen dit onderzoek, licht de focus op de archieffunctie; het verzamelen en ontsluiten van verhalen door

    middel van mondelinge geschiedschrijving. Daarnaast is de democratisering zoals hierboven genoemd een

    onderdeel van de identiteit van Rotterdam Vertelt. De overige punten worden niet uitgesloten maar worden in

    dit kader gezien als bijvangst. Omdat dit onderzoek verricht wordt vanuit de opleiding Culturele en

    Maatschappelijke Vorming (CMV) zal de verbindende functie van verhalen ook een plek hebben. Dit staat

    namelijk centraal in het opleidingsprofiel CMV. Bruggen bouwen en het verkleinen van kloven. Bij Co-creatie

    of coproductie gaat het om samenwerken aan het samenleven en maatschappij: het maken van verbindingen

    (openingen en aanknopingspunten) tussen ongelijke en mogelijk tegengestelde belangen wensen en vragen

    (Alert en ondernemend 2.0: opleidingsprofiel culturele en maatschappelijke vorming, 2009). Dit is wat de

    onderzoeker vanuit zijn achtergrond en motivatie meeneemt in het onderzoek.

    3.2 Internationaal

    3.2.1 Brussel behoort ons toe / Bruxelles Nous Appertient

    "Brussel behoort ons toe" is een tweetalige Franse en Vlaamse vereniging opgericht in 2000. Op de site van de

    Triodos bank, die de vereniging heeft voorgefinancieerd, wordt Brussel behoort ons toe als volgt omschreven:

    Brussel behoort ons toe - Bruxelles nous appartient (BBOT-BNA) is een vereniging die zich inzet voor

    mondelinge geschiedenis. Ze verzamelt getuigenissen van Brusselaars om zo een gesproken geheugen

    van de stad op te bouwen. Via een materile en virtuele bibliotheek maakt de organisatie die collectie

    toegankelijk. Ze verspreidt en promoot het geluidsmateriaal ook via artistieke, pedagogische of

    technologische wegen. De vereniging werkt samen met tal van socioculturele partners en wil

    transdisiplinair (vanDale, 2014)1 en bicommunautair

    2 zijn. Alle opnamen die BBOT-BNA verzamelt,

    vormen samen een soort stadsbiografie, een mozaek van getuigenissen die meer inzicht geven in de

    stadsrealiteit. Het project combineert het sociale, het culturele en nieuwe informatie- en

    communicatietechnologien. (Triodos, 2015)

    Er wordt in Brussel gewerkt vanuit een organisatie met een aantal betaalde krachten: een project cordinator,

    een projectmedewerker en een geluidstechnicus. De geluidsopnames nemen een belangrijke plek in. Op de site

    van de organisatie kunnen heel laagdrempelig geluidopnames van de stad toegevoegd worden, de

    getuigenissen van de stad. De organisatie geeft met de site ook invulling aan een archieffunctie. Over deze

    getuigenissen van de stad:

    Brussel behoort ons toe is een participatief project. Of ze nu spontaan, aarzelend of beredeneerd

    getuigen, alle bewoners dragen hun steentje bij tot een betere kennis van Brussel, een stad die niet in

    n oogopslag te vatten is. De getuigenissen vormen samen een auditieve stadsbiografie, het

    hoorbare levende geheugen van de stad (bna-bbot, 2014).

    1 Bij een transdisciplinaire samenwerking proberen de deelnemers te werken vanuit de denk- en werkwijze van een andere dan de eigen discipline (Huibers, Luitwieler, Martinot, & Meijers, 2012). 2 Bicommunautair: met betrekking tot twee gemeenschappen met verschillende talen, in het bijzonder de Nederlands- en Franstalige Belgen (bron: vanDale).

  • 26

    Of ook alle bewoners hun steentje bijdragen is nog maar de vraag, waar de onderzoeker dan ook een

    kanttekening bij zet. Een duidelijk signaal is de benaming participatief project, bewoners worden uitgenodigd

    om mee te doen.

    Projecten komen bij Brussel behoort ons toe op verschillende manieren tot stand, vanuit mensen met een

    concreet idee, die apparatuur voor opnames kunnen lenen maar ook door verenigingen die in een

    samenwerkingsverband een activiteit willen organiseren.

    Brussel behoort ons toe heeft een werkwijze gekozen waarbij, afhankelijk van het soort project, gekozen kan

    worden voor samenwerking vanaf de conceptfase tot en met de uitvoeringsfase van een project. Ook bestaat

    er de mogelijkheid om onderdelen van een project door Brussel behoort ons toe met hun expertise te laten

    ondersteunen. Op deze wijze stelt deze organisatie haar kennis en kunde ter beschikking van externe partners.

    (bna-bbot, 2014)

    Twee keer per jaar organiseert Bruxelles nous appartient een workshop rond geluidscaptatie,

    interviewtechnieken en creatief gebruiken van geluidsmateriaal (bna-bbot, 2014).

    DIGITAAL: website http://www.bna-bbot.be/Public/

    FYSIEK: In de Verhalenwinkel van BNA-BBOT vind je de hele geluidsbibliotheek van BNA-BBOT op cd,

    informatie over al wat BNA-BBOT sinds 2000 doet, en ook een selectie boeken en dvds over

    mondelinge geschiedenis en verwante artistieke- en socio-culturele projecten. Genteresseerden

    kunnen daarnaast opnamekoffertjes lenen om interviews te registreren, of ter plekke op een

    computer de online databank consulteren (bna-bbot, 2014).

    Samenvattend:

    Er is een organisatie die private personen (vrijwilligers) en organisaties kan ondersteunen zowel met

    kennis als facilitair.

    Digitale ontsluiting van de verhalen en deze na registratie voor iedereen toegankelijk maken.

    Er is samenwerking met beeldende kun