Presentatie grenzen aan vrijwillige inzet - Yvette Wittenberg

of 16/16
GRENZEN AAN VRIJWILLIGE INZET!? Inleiding over de grenzen van vrijwillige inzet in de zorg 27 oktober 2015 drs. Yvette Wittenberg Lectoraat Community Care 1

Embed Size (px)

Transcript of Presentatie grenzen aan vrijwillige inzet - Yvette Wittenberg

PowerPoint-presentatie

Grenzen aan vrijwillige inzet!?Inleiding over de grenzen van vrijwillige inzet in de zorg

27 oktober 2015drs. Yvette WittenbergLectoraat Community Care1

1

Nieuwe vrijwilligers?

2

Kort Youtube-filmpje (2 minuten) over de inzet van een zorgrobot in een verzorgingshuis in Belgi. Boodschap is dat de oplossing soms ook ergens anders kan liggen dan voor de hand ligt (out of the box).

https://www.youtube.com/watch?v=fWqf8NGo1yM

2

Begin niet aan een taakverschuiving van professionals naar vrijwilligers om uitsluitend financile redenen. Doorslaggevend moet zijn dat het een kwalitatieve meerwaarde heeft voor de dienstverlening of zorg wanneer vrijwilligers een grotere rol gaan spelen (van Bochove et al., 2014, p. 141).3

Bovenstaande is een aanbeveling voor organisaties die vrijwilligers bij hun werk betrekken (van Bochove et al. 2014).

Daar voegt men als aanbeveling aan gemeenten aan toe: Reken je niet (te) rijk met een verschuiving van taken van professionals naarvrijwilligers. Werving en begeleiding van vrijwilligers kost noodzakelijkerwijs tijd en geld vaak juist ook van professionals en hun organisaties.

Aandacht voor spanningsveld tussen:3 Ds (transities) en grotere rol voor informele hulp vanuit nieuwe wetten en de bezuinigingen die tegelijkertijd plaatsvinden. Men moet vrijwilligers in de zorg niet om de verkeerde reden inzetten.3

Landelijk beleid2015: Participatiewet, Wmo 2015, Wlz, Zvw

Nadruk op zelfredzaamheid en meedoenZelf de regie over zorg en ondersteuningWie dat niet kan, zoekt hulp in het informele circuit Als die hulp er niet (voldoende) is: professionele hulp

Veel mensen nemen hun verantwoordelijkheid al:20% is mantelzorger8% is actief als vrijwilliger in de zorg (verzorging), 15% in buren-, bejaarden- of gehandicaptenhulp (de Boer & de Klerk, 2013).

4

Nederland telt veel mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg.

Kenmerkend voor welzijnswerk is dat er een enorme hoeveelheid aan vrijwillige inzet omheen beweegt, denk aan koffie drinken in een buurthuis voor sociaal gesoleerde ouderen: dat is vaak mogelijk door de vrijwilligers aldaar. Dit geldt minder voor bijv. wijkverpleging.

- - - - -

Opmerking Alwien: Zvw (persoonlijke verzorging en verpleging) is buiten scope van de gemeente. Moeilijkheid in inruilen professionele inzet voor vrijwillige inzet (dat is namelijk begeleiding en valt dus onder de Wmo).

Opmerking Ard: Ligt anders. In Wmo is een aanwijzing voor nauwe samenwerking zorgverzekeraars/aanbieders en gemeenten. Begeleiding (professioneel) valt maar voor een heel klein deel onder de Wmo. Begeleiding dmv vrijwillige inzet is geen Wmo-taak in formele zin (niet afdwingbaar, behalve in termen van gebruikelijke zorg) (maar dan is het geen vrijwilligerswerk). Het is heel goed mogelijk om doiie aansluitend te combineren. Sterker, hier ligt een centrale substitutie-opgave, waarbij juist het over de grenzen kijken zo interessant is.

4

Taken worden niet f door professionals f door vrijwilligers verricht, het gaat bijna altijd om samenwerkings- en afhankelijkheidsrelaties (van Bochove et al., 2014, p. 135).

5

Deze drie patronen hebben we professionele, gedeelde, en vrijwillige verantwoordelijkheid genoemd. Bij professionele verantwoordelijkheid hebben vrijwilligers vooral aanvullende taken, weinig tot geen beslissingsbevoegdheid, en is er bijna altijd een professional in de buurt. Dit patroon troffen we vooral aan in de verpleegzorg en bij dagbesteding voor mensen met een beperking. Bij gedeelde verantwoordelijkheid zijn het takenpakket en de beslissingsbevoegdheid van vrijwilligers groter, professionals hebben een begeleidende rol op enige afstand. We zagen dit vooral in buurthuizen en speeltuinen. Bij vrijwillige verantwoordelijkheid hebben vrijwilligers vrijwel alle taken van professionals overgenomen. Ze vragen alleen in specifieke gevallen hulp aan professionals, die beperkt aanwezig zijn. Dit patroon vonden we bij enkele speeltuinen en bij de regiegroepen van buurthuizen die beslissen over de besteding van gelden in de wijk. Elk samenwerkingspatroon is aan voorwaarden gebonden en kent voor- en nadelen en risicos (van Bochove et al., 2014, p. 136).5

(Expertisecentrum Mantelzorg, z.j.)

6

Dit figuur laat zien dat informele zorg mr is dan alleen de inzet van mantelzorgers en vrijwilligers. Niet alleen een goed samenspel tussen professionals en vrijwilligers is nodig, het gaat om een goede samenwerking tussen alle betrokken partijen (k mensen uit het actieve sociale netwerk, enzovoort).

Opmerking van Alwien: bij burgerinitiatieven helpen vooral de zelfredzamen elkaar.

6

succesfactorenWaardering en betrokkenheid;supervisie;intervisie;cursussen en trainingen;grenzen goed bewaken;de perfecte match.

Volgens een vrijwilliger: Weten wat je zelf kan en wil doen en () duidelijk maken wat je taken wel of niet zijn (de Klerk et al., 2015, pp. 69-71).7

Wat zorgt voor een geoliede machine in het vrijwilligerswerk in zorg en welzijn, oftewel wat zijn de succesfactoren? Punten die vrijwilligers in de groepsgesprekken te berde brengen zijn: (zie sheet)

Inzoomen op grenzen goed bewaken (zie citaat eronder)

7

Contact in de buurtWe constateren dat het niet reel is om te verwachten dat er spontaan duurzame, warme relaties tussen burgers met en zonder beperkingen tot stand komen waarin mensen over en weer aandacht, hulp en zorg voor elkaar hebben. Elkaar helpen, voor elkaar zorgen en bij elkaar over de vloer komen komt niet zo veel voor en waar het gebeurt is de kans op problemen groot (Bredewold, 2014). 8

Onderzoek over contacten tussen mensen met en mensen znder een verstandelijke of psychiatrische beperking in de buurt. 8

9

Voorbeeld uit Zwolle. Psychogeriatrie: (gesloten) instelling in de wijk. Contact met de wijk via een Whatapp groep. Op basis van wederkerigheid: wie heeft er een boormachine te leen, wie wil er sla uit de moestuin van de instelling, wie wil vandaag fietsen met meneer Jansen op de tandem? Enzovoort.

Opmerking Ard: ook leuk bij dit voorbeeld: mensen uit de buurt komen ook de instelling binnen. Gesloten PG (kan niet anders, dementerenden lopen anders weg). Instelling krijgt open karakter, buurtbewoners komen ook naar de belevingstuin. 9

Praktijkvoorbeelden (1)10En als er echt iets gebeurt, dat hij naar zijn bed moet, dat kan je aan een vrijwilliger niet overlaten. Je moet echt weten hoe je daar mee om moet gaat.

Iedere keer komen er weer andere vrijwilligers. En dat, dan moet je het weer uit gaan leggen, van wat hij dan wel of niet moet of wil. En wat er dan, nouja verzorgd moet worden. En dat, dan geef ik het al op. Dan denk ik, ik doe het zelf wel.

10

Praktijkvoorbeelden (2)Ze hebben dan alleen vrijwilligers voor vaste tijden en vaste middagen en dat, daar heb ik dan niet zon behoefte aan.

En ze hebben natuurlijk de expertise niet he, die vrijwilligers. Daar blijft het toch ook op hangen. Als jij gewoon iemand nodig hebt die gezellig even komt kletsen of een kopje thee drinkt of bij hem blijft zitten terwijl hij slaapt. Dat is heel wat anders dan dat er een ongelukje gebeurt en je moet helpen.11

11

De uitdaging

GemeentenProfessionals VrijwilligersMantelzorgers12

Voorkomen van misverstanden: mantelzorgers, vrienden en buren zijn bijvoorbeeld niet verplicht om hulp te bieden (los van de gebruikelijke zorg die mantelzorgers wel geacht worden te geven).

Brug naar casustiek die straks besproken zal worden (vanuit verschillende perspectieven).

Er zitten soms knelpunten in samenwerking vrijwilligers met mantelzorgers en in die tussen professionals en vrijwilligers. Wie is eerst aangewezen om daar iets aan te doen? Professionals leren (nog) niet met mantelzorgers samen te werken noch met vrijwilligers zit daar het knelpunt?

12

Speelruimte gemeentenVoorbeeld gebruikelijke hulp: gemeenten werken beleidsregels anders uit (van algemeen tot heel specifiek).

Gemeente Amsterdam (2015) over vrijwilligers: Door het woord zorg te gebruiken in combinatie met vrijwilliger impliceer je dat vrijwilligers zorgtaken op zich nemen die vaak geassocieerd worden met lijfgebonden zorg (zoals billen wassen). Dat is niet wat we willen in het nieuwe Amsterdamse zorgstelsel.

Gesproken wordt van vrijwilligers informele hulp.

13

VNG heeft geen modelverordening gemaakt: eigen voorzieningen = eigen spelregels13

Vrijwillige inzet is hulp, geen zorg?14

Vraag waarmee ik graag wil afsluiten (niet om met de zaal te beantwoorden, maar om mee te nemen in de casustiekbespreking / discussie.

Mogelijk ook bespreken (input Rick): Vrijwilligerswerk in zorg wordt in huidige discussie beetje verengd naar vrijwilligers die vooral leuke dingen met mensen doen. Die vallen (denk ik) al snel onder verantwoordelijkheid gemeente in kader Wmo. Maar je hebt ook vrijwillige thuiszorg, vrijwilligers in palliatieve zorg etc. Die werken naast/aanvullend op zorg in kader Zvw en mogelijk Wlz (deze vrijwilligers wassen wel de billen van mensen die ze niet kennen...). Onduidelijk is wie daar dan beleidsverantwoordelijkheid voor draagt.

Opmerking Ard: ik denk dat dit een hele kleine groep is, bovendien speciaal opgeleid (zijn het dan nog vrijwilligers?) En wil je wel dat een vrijwilliger je billen wast, of wil je dat juist door een professional laten doen? En kan je als gemeente wel beleidsverantwoordelijkheid dragen voor vrijwillige inzet, of frame je het daarmee verkeerd?14

bronnenBochove, M. van, Tonkens, E. & Verplanke, L. (red.) (2014). Kunnen we dat (niet) aan vrijwilligers overlaten? Nieuwe verhoudingen tussen vrijwilligers en professionals in zorg en welzijn. Den Haag / Amsterdam: Platform31 / UvA.

Boer, A. de & Klerk, M. de (2013). Informele zorg in Nederland. Een literatuurstudie naar mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Bredewold, F. (2014). Lof der oppervlakkigheid. Contact tussen mensen met een verstandelijke of psychiatrische beperking en buurtbewoners. Amsterdam: van Gennep.

Expertisecentrum Mantelzorg (z.j.). Informele zorg in beeld [online afbeelding]. Gedownload op 20 maart 2015, van http://www.expertisecentrummantelzorg.nl/em/Samenwerken-client-mantelzorger-netwerk-vrijwilligers.html.

Gemeente Amsterdam, Onderwijs, Jeugd en Zorg (2015). Agenda Informele zorg en Vrijwillige inzet 2015-2017.

Klerk, M. de, Boer, A. de, Kooiker, S., Plaisier, I. & Schyns, P. (2014). Hulp geboden. Een verkenning van de mogelijkheden en grenzen van (meer) informele hulp. Den Haag: SCP.

15

15

www.hva.nl/communitycareTwitter: CommunityCareNL

[email protected]+316 2115 6085

16

16