sym handleiding 400

download sym handleiding 400

of 35

Embed Size (px)

Transcript of sym handleiding 400

Handleiding Maxsym 1. Inhoud 1. Inhoud 2. Plaats van de bedieningsorganen 3. Controle voor het rijden 4. Veiligheidstips tijdens het rijden 5. Rijden 6. Gebruik originele wisselstukken 7. Gebruik van elk component Dashboard Contactslot Bedieningsschakelaars Bagageruimte Passagiersvoetsteunen Benzinedop Start beveiliging schakelaar Warme lucht ventilatieklep Remmen Parkeerrem 8. Belangrijke punten en voorzorgsmaatregelen voor het starten 9. Aangewezen vertrekprocedure Het gebruik van de gashendel Parkeermethode 10. Inspectie en onderhoud voor het rijden Routine inspectie Controle en bijvullen oliepeil motor Controle van het benzinepeil Controle en vervanging van transmissieolie Controle en regeling van de remmen Inspectie van de remschijven Controle en regeling gashendel Inspectie en onderhoud van de batterij Inspectie van de banden Inspectie van de voorvork en de achtervering Controle en vervangen van de zekeringen Controle van de richtingaanwijzers en claxon Controle van de voor- en achterlichten Controle van het stoplicht Controle op brandstoflekkage Controle smering van alle mechanische delen Controle van de bougie Inspectie en bijvullen van de koelvloeistof Bijvullen van de koelvloeistof Controle van de luchtfilter 11. Storing zoeken in geval van panne en diagnose in geval van niet starten 12. Suggesties betreffende te gebruiken brandstoftypes 13. Transmissieolie 14. Voorzorgsmaatregelen tijdens het rijden 15. Onderhoudsschema 16. technische gegevens

2.

Plaats van de bedieningsorganenMotor. Stop / Starter schakelaar

Richtingsaanwijzers Opbergruimte

Inhalen / Lichten / Richtingsaanwijzer / Zadel schakelaar

Zadel slot.

Koplamp

Frame nummer Benzinedop

Achterlicht/ Richtingsaanwijzers

Zijstandaard Middenstandaard Remhendel voor

Dop koel vloeistof Remhendel voor en achter Zekeringen. Ontsteking schakelaar

Uitlaat

Motor nummer

3.

Controle voor het rijden

Deze handleiding beschrijft het juiste gebruik van deze scooter, inbegrepen de veiligheid tijdens het rijden, controlemethoden, enz. In uw belang raden wij u aan de handleiding voor gebruik te vragen aan uw SYM-verdeler en de hoofdstukken met betrekking op volgende punten aandachtig te lezen: Het goed gebruik van de scooter Onderhoud en inspectie voor het rijden Wij danken u voor uw vertrouwen Om de prestaties van uw voertuig zo goed mogelijk te houden, zijn periodieke inspecties en een grondig onderhoud noodzakelijk Wij raden u aan om uw voertuig bij uw SYM-verdeler na de eerste 300 km, een grondige inspectie te laten ondergaan en daarna alle 3000 km voor een onderhoud.

4.

Veiligheidstips tijdens het rijden

Het is heel belangrijk ontspannen te zijn en goed beschermende kledij te dragen tijdens het rijden, de wegcode te respecteren, niet te snel te rijden, en in alle omstandigheden kalm en voorzichtig te rijden. Veel mensen rijden voorzichtig met hun nieuwe moto / scooter, maar eens ze het gevoel hebben dat ze de scooter volledig onder controle hebben, beginnen ze roekeloos te rijden wat ongevallen kan veroorzaken. Wij willen U eraan herinneren dat U: Een helm draagt en deze correct sluit. Vermijdt van kleding met wijde mouwen te dragen, deze kunnen door de rijwind rond het stuur verstrikt raken en zo uw veiligheid in gevaar kunnen brengen. Kledij draagt met nauw aanpassende mouwen. Het stuur met beide handen vasthoudt tijdens het rijden. Rij nooit op uw scooter met 1 hand. De snelheidsbeperkingen respecteert. Aangepaste schoenen draagt met platte zolen. Het periodieke onderhoud en inspectie respecteert. OPGELET: Controleer steeds dat uw passagier zijn voeten op de voorziene voetsteunen plaatst, dit om brandwonden door de uitlaat te vermijden. Na het rijden is de uitlaat zeer heet, wees voorzichtig dat u zich niet verbrandt tijdens het uitvoeren van een inspectie of onderhoud. Na het rijden is de uitlaat zeer heet, zoek een geschikte plaats uit om uw voertuig te parkeren, dit om te vermijden dat anderen zich verbranden aan de uitlaat. OPGELET: Wijzigingen aan de scooter hebben invloed op het weggedrag of het vermogen, en kan een slecht werkende motor of een luide uitlaat als gevolg hebben, wat de levensduur van de scooter verkort.

5.

Het rijden

Hou uw armen, handen en rug ontspannen en rij met een zo comfortabel mogelijke zithouding om snel te kunnen reageren als het nodig is. De houding van de bestuurder is een belangrijke veiligheidsfactor. Hou uw zwaartepunt steeds in het midden van het zadel. Als het zwaartepunt achteraan op het zadel is, wordt de belasting op het voorwiel verminderd, waardoor het stuur zal beginnen schudden. Het is gevaarlijk om een scooter te besturen waarvan het stuur onstabiel is. Het is makkelijker in een bocht te sturen als de bestuurder met zijn lichaam naar de binnenkant van de bocht overhelt. De bestuurder zal voelen dat het voertuig onstabiel is als hij zijn lichaam en zijn voertuig niet overhelt naar de binnenzijde van de bocht. De scooter is moeilijk bestuurbaar op een hobbelige, onregelmatige of niet-verharde weg. Probeer op voorhand de conditie van de weg in te schatten, vertraag en gebruik de kracht in uw schouders om de controle over het stuur te behouden. Suggestie: Laadt niet onnodig bagage op de voetsteunen, dit om te vermijden dat uw veiligheid tijdens het rijden of sturen in gedrang komt. OPGELET: Het stuurgedrag is voor de bestuurder licht verschillend wanneer een voertuig geladen of onbeladen is. Overlading kan heen en weer slaan van het stuur veroorzaken en negatieve invloed hebben op de rijveiligheid.

OPGELET: Plaats geen ontvlambaar materiaal zoals doeken tussen de zijpanelen en de motor, dit om brand te voorkomen. Plaats geen lading op plaatsen die daar niet zijn voor voorzien, dit om schade te voorkomen. SUGGESTIE: Om het vermogen van de scooter te maximaliseren en de levensduur te verlengen: de 1 ste 1000km dienen als inrijperiode voor de motor en andere componenten. Vermijdt hard optrekken en houdt de snelheid onder 60km/h.

6.

Gebruik originele wisselstukken

Om the scooter in optimale conditie te houden, moet de kwaliteit, het materiaal en de precieze afwerking van elk onderdeel conform zijn met de specificaties. De originele SYM Wisselstukken zijn gemaakt van materiaal met dezelfde hoge kwaliteit als de onderdelen die origineel op het voertuig gemonteerd zijn. Geen enkel onderdeel wordt gecommercialiseerd, zolang ze niet voldoen aan de specificaties van de hoge en strenge technische kwaliteitscontrole. Daarom raden wij u aan om originele SYM Wisselstukken te kopen bij een erkend SYM-verdeler voor het vervangen van onderdelen. Als u goedkope onderdelen of imitaties aankoopt, kan er geen garantie gegeven worden voor de kwaliteit noch voor de duurzaamheid. Bovendien kan dit resulteren in onverwachte pannes en een verminderd motorvermogen. Gebruik steeds originele SYM wisselstukken om de authenticiteit te behouden en de levensduur van uw voertuig te verzekeren.

7.

Gebruik van elke component

(de volgende tekst beschrijft het courante gebruik van de watergekoelde SYM 4-takt scooter die van model tot model kan variren.) Dashboard OPGELET: Reinig plastic onderdelen (zoals dashboard, koplamp) niet met organische solventen zoals benzine,... etc. Om beschadiging aan deze componenten vermijden.

Richtingsaanwijze Indicator

Richtingsaanwijzer Indicator toerenteller

Snelheidsmeter Benzine Indicator Koelvloeistof temperatuur MODE knop Olie druk TIME knop waarschuwing lamp ABS Indicator SET knop (enkel ABS versie)

Snelheidsmeter: Deze toont uw snelheid in kilometers per uur (km/h) en in mijl per uur (mph). Kilometerteller: Deze teller toont het totaal aantal kilometers dat deze motor heeft gereden. Richtingsaanwijzer: De linker- of rechter indicator zal knipperen volgens de bediende richtingen van de schakelaar. Brandstofmeter: De wijzer in deze meter toont hoeveel brandstof in de tank blijft. De aanwijzer blijft in "E" positie wanneer de sleutelschakelaar op "OFF" staat. Wanneer de sleutelschakelaar op "ON" is ingeschakeld, en ook de aanwijzer in "E" blijft (rode gebied) moet u onmiddellijk tanken. Water temperatuurmeter: Om de temperatuur van de koelvloeistof van de motor aan te geven. Wanneer de hoofdschakelaar op "ON" staat, moet de aanwijzer beneden de positie (H) blijven wanneer de scooter functioneert. Als de aanwijzer boven (H) positie blijft moet u het koelvloeistofpeil van vrije koelvloeistof tank en de werking van de ventilator controleren. Motor olie druk waarschuwingslamp: als deze indicator meer dan 10 seconden brandt nadat de motor is gestart, de motor stoppen & de motor smering controleren.

Motor olie Indicator

EFi Indicator Koffer Indicator

Parkeer rem Indicator Zijstandaard Indicator

Verstraler Indicator

Efi: toont de toestand van het EFi-systeem. Als er een probleem is met het EFi-systeem, zal het waarschuwingslampje knipperen of continu oplichten. Motor olie indicator: Toont wanneer er inspectie / vervanging van de olie uitgevoerd moet worden. Wanneer het voertuig ongeveer 5.000 kilometer gereden heeft, zal de motor olie indicator oplichten waardoor motor olie inspectie / vervanging nodig is. Druk op de "MODE" (Olie Reset) knop om dit lampje te doven. De motor olie indicator gaat uit wanneer de "MODE"-toets is ingedrukt. Het olieniveau dient elke 1.000 kilometer gecontroleerd te worden en elke 5.000 kilometer dient de olie vervangen te worden. Parkeerrem indicator: Deze toont ofdat de parkeerrem op staat. Opbergruimte indicator: dit toont aan dat de opbergruimte geopend is. Verstraler indicator: Deze indicator licht op wanneer de verstraler schakelaar ingeschakeld is. Zijsteun waarschuwings indicator: wanneer de zijsteun uitgeklapt is, zal de waarschuwings indicator aan staan en kan de motor niet worden gestart.

OPGELET: Zorg ervoor dat de zijsteun volledig ingeklapt is alvorens het voertuig te starten en alvorens te vertrekken

Jaar / Maand / Dag Odometer Klok / Spanning

Time knop a. Wanneer het voertuig stilstaat en de meter toont de "ODO" modus, moet u twee seconden of langer op de "Time" knop drukken om de agenda & klok instelling modus in te schakelen. b. Wanneer kalender / klok is ingesteld, druk kort op de "SET" knop om jaar, maand, datum, uur en minuut in te stellen.

YEAR MONTH DATE HOUR MINUTE (FLASHING) (FLASHING) (FLASHING) (FLASHING) (FLASHING)

Druk kort op de "MODE"-toets om het cijfer een eenheid te verhogen. Druk twee seconden of langer op de "TIME" knop om het instellen van de klok te voltooien. Mode knop a. Druk kort op de "MODE"-toets om te schakelen tussen ODO modus, TRIP modus en voltage (spannings) modus. TOTAL CLOCK TRIP CLOCK TRIP VOLTAGE

b. Na ongeveer 5000 km zal het olie vervangingslampje oplichten, op dat moment moet de motorolie worden gecontroleerd of vervangen. Om het motor olie vervangingslampje te doen doven, druk op de "MODE"-toets gedurende ten minste twee seconden na het vervangen van de motorolie. Set knop a. Druk op de "SET" knop gedurende ten minste twee seconden onder tripmeter modus, opdat de trip afstand kan worden gewist. b. Druk kort op de "SET" knop (met contact op ON) om te schakelen tussen de modus km & mijl.

Batterij spannings indicator 1. Toont de spanning van de batterij. 2. Nadat het contact ingeschakeld is, zal de accuspanning ten minste 10 seconden getoond worden en vervolgens de klok.

OPGELET: Als de accuspanning onder 10.0V is wanneer de hoofdschakelaar ingeschakeld is, het licht systeem uitgeschakeld is en de motor is niet gestart, laat dan uw batterij controleren bij uw SYM dealer. Als de accuspanning minder is dan 10.0V of meer dan 16.0V wanneer het voertuig in beweging is, Controleer de batterij bij de SYM dealer.

Werking contactslot

CONTACTSLOT "Start" positie Voertuig kan gestart worden. Sleutel kan niet verwijderd worden. "Stop" positie Motor staat af en kan niet gestart worden. Sleutel kan verwijderd worden.

CONTACTSLEUTEL

"Stuurslot" positie Draai het stuur naar links en duw de sleutel naar beneden en dan zachtjes naar links om het stuurslot vast te zetten. Het stuur is geblokkeerd in deze positie De sleutel kan worden verwijderd. Om los te maken, draai van LOCK naar OFF. Zadelstand Hoe openen : Breng de sleutel in en draai deze naar links. Hoe vast te zetten : duw het zadel naar beneden en het sluit automatisch. OPGELET: Draai de contactsleutel nooit op OFF wanneer de scooter rijdt. Om te schakelen van de schakelaar van de ontsteking op "OFF" en "LOCK", het elektrisch systeem zal uitgeschakeld worden wat kan leiden tot een gevaarlijke ongeval. De Contactschakelaar mag alleen worden uitgeschakeld nadat de scooter is volledig gestopt. Altijd de sleutel verwijderen en meenemen bij het verlaten van uw scooter. Als het contact in de positie "ON" blijft voor een langere periode nadat de motor is gestopt, zal de capaciteit van de batterij verminderen en dit kan een invloed hebben op het startvermogen.

Gebruik van de bedieningsschakelaars

Lichtschakelaar (grootlicht / standlicht)

Inhaal schakelaar Gevaar schakelaar Contact schakelaar

Richtingsaanwijzer schakelaar

Licht schakelaar

Claxon Zadelbediening schakelaar Elektrische start schakelaar

Lichtschakelaar

Als de schakelaar in deze stand staat en de motor is gestart, zullen koplamp, achterlicht, dashboardverlichting automatisch aan- en uitgeschakeld worden, afhankelijk van van de omgeving.

Als de schakelaar in deze stand staat en de motor is gestart, zullen koplamp, achterlicht, dashboardverlichting en standlicht gaan branden. Als de schakelaar in deze stand staat en de motor is gestart, zullen de achterlichten, dashboardverlichting en standlichten branden.

Als de schakelaar in deze stand staat, zullen alle lichten uitgaan.

Alle richtingsaanwijzers gaan, om gevaarlijke situaties duidelijk te maken. Dodemansknop

Schakel in deze stand om de motor stil te leggen in geval van nood. Schakel in deze stand en de motor kan gestart worden.

Startschakelaar De schakelaar dient om de motor te starten. Het contactslot moet op de stand ON staan, duw op de startschakelaar terwijl u de achterremhendel of voorremhendel intrekt.

OPGELET: Laat de startknop onmiddellijk los als de motor draait en druk de knop nooit in als de motor reeds draait, dit om motorschade te voorkomen. De motor kan enkel worden gestart als de voor of achterrem ingetrokken is. Dit is een veiligheidsvoorziening. Zet tijdens het starten de verlichting uit. Zet de koplamp en de pinkers op de OFF positie wanneer de motor wordt gestart.

Groot / Dimlichtschakelaar Dit is de keuzeschakelaar voor grootlicht en dimlicht. Verzet deze knop om van groot naar dimlicht te verwisselen.

Grootlicht Dimlicht Waarschuwingschakelaar Zet het contact aan en druk op de knop. Hierdoor zal het grootlicht of dimlicht meteen aangaan. Na het loslaten van de knop zal de verlichting meteen naar zijn oorspronkelijke stand terugkeren.

Zadel schakelaar

Zet het contact aan en druk op de knop. Het slot van het zadel zal meteen opengaan. De knop zal na het loslaten terug naar zijn oorspronkelijke positie gaan.

Schakelaar van de claxon Zet het contact aan en druk op de knop. De claxon zal geluid maken.

Knipperlichtschakelaar

De knipperlichten worden gebruikt wanneer men links of rechts afdraait of van richting verandert. Zet het contact aan en beweeg de schakelaar naar links of rechts. Hierdoor zullen de knipperlichten branden. Om de lichten uit te zetten zet u de schakelaar gewoon in de originele positie. De rechtse knipperlichten branden om duidelijk te maken dat u naar rechts wil afdraaien. De linkse knipperlichten branden om duidelijk te maken dat u naar links wil afdraaien. Elektrische voeding De aansluiting bevindt zich in de koffer OPGELET: Sluit geen warmte opwekkende toestellen zoals sigaretten aanstekers aan. Dit kan de aansluiting beschadigen. Gebruik de aansluiting niet wanneer het regent. Zorg ervoor dat de aansluiting niet in contact komt met water. Om de aansluiting te gebruiken, zet het contact op ON om de motor te starten. Zet daarna de koplampen af en open het afdekkapje. Capaciteit van de aansluiting: DC 12V, Max 120 Watt (10A)

A

Power supply aansluiting

B

B

USB aansluiting

POWER SUPPLY COMP: 1.Voltage: DC 12V 2.Controle voltage bereik:DC9V~16V USB: 3.Output voltage:DC5V5% 4.Maximum output stroom:500mA(Max) 5.Overbelasting kortsuitings bescherming:>1A Duw het kapje van de USB aansluiting eerst naar beneden (A positie) alvorens het open te trekken (B positie)

Bagageruimte Deze ruimte bevindt zich onder het zadel. De maximum lading bedraagt 10 kilogram. Bewaar geen waardevolle voorwerpen in de bagageruimte. Controleer steeds of het zadel goed in het slot zit nadat het naar beneden geduwd is. Neem waardevolle voorwerpen uit de bagageruimte tijdens het reinigen om te voorkomen dat deze nat zouden worden. Bewaar geen warmtegevoelige voorwerpen in de bagageruimte. De ruimte kan warm worden door motorwarmte en hoge temperatuur.

Passagiervoetsteun Duw op de knop om het steuntje uit te klappen.

Start beveiliging schakelaar Deze schakelaar is gelegen in de koffer, onder het zadel. Om de schakelaar aan te zetten, schakel hem opONof . Schakel hem opOFF of alvorens de motor te starten. Wees zeker dat het zadel volledig gesloten is nadat de schakelaar verzet is geweest.

Start beveiliging schakelaar

Benzinedop

1. 2. 3.

Steek de sleutel in het slot van de benzinedop en draai de sleutel naar links. De dop kan nu verwijderd worden. Vul de tank niet meer dan de bovenste rand tijdens het tanken. Plaats de dop in de opening en draai de sleutel naar rechts om de dop vast te zetten.

OPGELET: Het voertuig moet op de middensteun staan, de motor moet afstaan en vuur is strikt verboden in de buurt van het voertuig tijdens het tanken. Vul het reservoir niet meer bij dan het maximum niveau. Anders zal de benzine langs een gaatje in de dop kunnen wegvloeien en zo de verf van het koetswerk beschadigen. Dit levert ook ernstig brandgevaar op. Wees zeker dat de dop na het tanken goed vast zit.

WAIR OUTLET Warme lucht klep (en (Enkel versie 03) Warme lucht ventilatieklep Dit is de warme lucht ventilatieklep. Zet de knop op de " " positie om te openen en op de " " positie om te sluiten.

OFF ON

Warm lucht uitlaat

Remmen Trek aan de rechterhendel om de voorrem te activeren. Trek aan de linkerhendel om de voor en achterrem simultaan te activeren (CBS model). Trek aan de linkerhendel om de achterrem te activeren (ABS model).

Vermijd onnodig plots remmen. Gebruik voor- en achterrem gelijktijdig tijdens het remmen. Vermijd contant remmen voor een langere periode, dit kan de remmen oververhitten en voor een sterk verminderde remwerking zorgen. Vertraag en rem vroegtijdig tijdens het remmen op regenachtige dagen en gladde wegen. Rem niet plots om glijden en vallen te vermijden. Enkel de voorrem of achterrem gebruiken vergroot de kans op vallen omdat het voertuig dan de neiging kan hebben naar een kant te trekken.

Zelfs bij voertuigen die met ABS zijn uitgerust, kan het activeren van de rem tijdens het nemen van een bocht leiden tot het schuiven van het wiel. Bij het nemen van een bocht is het beter om licht te remmen met beide remmen, of om helemaal niet te remmen. Verminder uw snelheid voordat u de bocht in gaat.ABS model Voor achterwiel Voor voorwiel CBS model Voor voorwiel en achterwiel Voor voorwiel

Motorrem Draai de gashendel terug naar zijn oorspronkelijk positie om gebruik te maken van de motorrem.

Het is noodzakelijk om de motorrem samen met de remmen te gebruiken wanneer men van een lange en steile helling rijdt!

PARKEER REM a. De parkeer rem bevindt zich boven de rechter voetplank. b. Trek deze rem op bij het parkeren, zal oplichten op het dashboard. c. Trek de rem op tot het eindpunt om hem te deactiveren. Het symbool op het dashboard zal uitdoven.Parkeer rem

OPGELET: Gelieve voor het starten van de motor steeds de hoeveelheid motorolie en benzine te controleren. Vooraleer de motor te starten, moet de middenstand correct op de grond staan en de rem ingetrokken worden om te voorkomen dat het voertuig plots vooruit beweegt.

8.

Belangrijke punten en voorzorgsmaatregelen voor het starten

Draai het contactslot in de ON positie

1/4

1/8 1

1.

Trek de remhendel in.

2. Geef geen gas, druk op de startknop terwijl de rem ingetrokken is. OPGELET: - Als de motor na een 3-5 tal seconden nog steeds niet gestart is, draai de gashendel dan 1/8-1/4 toer open en druk nogmaals op de startknop voor een vlotte start. - Om motorschade te voorkomen, de startknop nooit langer dan 15 seconden ingedrukt houden.

- Mocht de motor nog niet aanslaan na 15 seconden op de startknop geduwd te hebben, wacht dan 10 seconden alvorens opnieuw te proberen. - Het is moeilijk een motor te starten die lange tijd stationair gedraaid heeft of wanneer de benzinetank leeg is geweest. In dit geval is het aangeraden de startknop meerdere malen ingedrukt te houden en de gashendel in een gesloten positie te houden. - Het kan enkele minuten duren voor de motor warm is na een koude start. - Uitlaatgassen bevatten schadelijke gassen (CO), daarom is het belangrijk de motor steeds te starten in goed verluchte plaatsen.

9.

Aangewezen vertrekprocedure

Zet het knipperlicht aan voor het vertrekken en verzeker uzelf ervan dat er geen voertuigen aankomen. Het gebruik van de gashendel Acceleratie: om de snelheid te vergroten. Geef op een stijgend wegdek rustig gas, zodat de motor zijn vermogen kan overbrengen op het wegdek. Deceleratie: om snelheid te verminderen.

deceleratie

Parkeermethode Bij het benaderen van een parkeerplaats: 1. Gebruik op tijd de knipperlichten en let op de voertuigen tegenover u, achter u, links en rechts van u. Neem dan de voorzichtig de bocht en rij tot op de parkeerplaats. 2. Draai de gashendel volledig dicht en gebruik de remmen goed op tijd. (Het remlicht zal branden en de voertuigen achter u waarschuwen) Bij het volledig stoppen: 3. Zet de knipperlichtschakelaar terug in zijn originele positie en zet het contact uit om de motor stil te leggen. 4. Stap langs links van de motorfiets af nadat de motor stil ligt en zoek een geschikte parkeerplaats waar het voertuig het verkeer niet blokkeert en de ondergrond goed vlak is. Zet daar het voertuig op zijn middenstand. 5. Houd het stuur me uw linkerhand vast en neem met uw rechterhand de voorkant van het zadel of de beugel die gelijk met het zadel loopt stevig vast. 6. Druk de middenstand met uw rechtervoet stilaan naar beneden totdat het voertuig stevig op zijn middenstand staat. 7. Trekt de parkeerrem op.

Ter herinnering: blokkeer het stuurslot en verwijder de sleutel na het parkeren om te vermijden dat het voertuig gestolen wordt. OPGELET: Parkeer uw voertuig op een veilige plaats waar het andere verkeer niet wordt geblokkeerd.

10. Inspectie en onderhoud voor het rijden Routine inspectie Controle elementen Motorolie Controle punten Is er genoeg motorolie ? Is er genoeg benzine? Is het octaangehalte meer Benzine dan 90? Remwerking ? [vrije speling remhendel: Vooraan 10~20mm] Remmen Remwerking ? [vrije speling remhendel: Achteraan 10~20mm] Is de bandenspanning in orde? [Standaard : 2,0 Vooraan kg/cm2] Banden Is de bandenspanning in orde ? [Standaard : 2,25 Achteraan kg/cm2 2,5 kg/cm2 voor twee personen] Is de vibratie in het stuur normaal of is het moeilijk Stuur om te draaien? Werken de onderdelen naar behoren? Werkt de Snelheidsmeter, verlichting? Is er een duidelijk beeld in de verlichting en spiegels spiegels? Fixatie van algemene Zijn er bouten of moeren los? componenten Abnormaliteiten Zijn de vorige problemen nog steeds aanwezig?Opgelet: Als er tijdens de inspectie een probleem tevoorschijn komt, probeer het probleem op te lossen voor er nog met het voertuig gereden wordt. Laat indien nodig het voertuig controleren en herstellen bij een erkende SYM dealer.

Controle en bijvullen oliepeil motor Inspectie: 1. Zet het voertuig op zijn middenstand op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de motor warm gedraaid is. Verwijder de oliepeilstok een 3 tot 5 tal minuten na het stilleggen van de motor. Veeg alle olie van de peilstok en steek de peilstok terug in de voorziene opening. Draai hem niet vast, maar laat hem gewoon op de opening rusten. 2. Verwijder de peilstok en controleer of het olieniveau zich tussen de onderste en bovenste markering bevindt. Vul olie bij tot de bovenste limiet indien het niveau tot onder de onderst limiet is gezakt. Controleer de motor op lekkage aan de cilinder, carter,. Olie verwisselen: Vervang de olie na de eerste 1,000 kilometer, hierna moet u de olie elke 5,000 kilometer vervangen. Reinig de oliefilter na de eerste 1,000 kilometer en hierna elke 20,000 kilometer. Om het volle vermogen van de motor te behouden, controleer het niveau van de olie elke 1,000 kilometer. Vul olie bij tot de bovenste limiet indien het niveau tot onder de onderste limiet is gezakt.

Motorolie: gebruik een olie met een graad van minstens API SJ, SAE 10W-40. Zoniet is schade niet gedekt door de garantie. Oliehoeveelheid: 2.0 liter ( 1.8 liter bij oliewissel) Oliefilterwissel: 1.9 liter

[Oliefilter reinigen]

Open de oliefilter door de stop uit het carter te draaien. Reinig de filter volledig met behulp van benzine of een luchtdrukpistool. OPGELET: Het niveau van de olie zal niet correct worden weergegeven indien de motorfiets niet volledig horizontaal staat geparkeerd of indien de motor net is stilgelegd. De motor en de uitlaat zijn zeer warm nadat de motor warm gedraaid is. Let er op dat u zich niet verbrand bij het nazien of vervangen van de motorolie.

-

Controle van het benzinepeil Draai het contactslot op ON en controleer of de naald van de benzinemeter zich verzet, zodat u zeker bent dat er voldoende benzine in de tank aanwezig is. Dit voertuig is ontworpen voor het gebruik van benzine met een octaangehalte van minstens 90 . Zet tijdens het tanken het voertuig op zijn middenstand , zet de motor af en hou elke vorm van vuur buiten het bereik van het voertuig. Vul de tank niet meer dan tot aan de bovenste limiet. Wees zeker dat de benzinedop goed vastzit na het tanken.

Controle en vervanging van transmissieolie Inspectie:

Zet het voertuig op zijn middenstand op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de motor warm gedraaid is. Verwijder de transmissieolie bijvuldop een 3 tot 5 tal minuten na het stilleggen van de motor los. Hou een maatbeker onder de transmissieolie aflaatdop, zet deze los en vang de stromende olie op. Controleer of de oliehoeveelheid voldoende is (bij demontage 350 cc, bij oliewissel 330 cc).

Vervanging: Leg de motor stil en zet het voertuig op zijn middenstand. Verwijder de transmissieolie bijvuldop en aflaatdop en tap de olie af. Plaats de aflaatdop terug en zet deze goed vast. Vul de nieuwe transmissieolie bij (330cc) en plaats de transmissie bijvuldop terug en zet deze goed vast. Wees zeker dat de bouten goed vastzitten en dat er geen lekkage is! Gebruik een Hypoid transmissie olie van SAE 85W-140

Controle en regeling van de remmen Inspectie: (de vrije slag van de remhendels moet gecontroleerd worden wanneer de motor niet draait) Vrije slag van de remhendel van voor en achteraan: 10 ~20 mm de vrije slag van de remhendels (de slag van de remhendel tussen niet remmen en net beginnen remmen) moet tussen de 10 en 20 mm liggen. Wanneer de remmen sponzig aanvoelen tijdens het remmen moet het remsysteem nagekeken worden.Om afstand te vergroten

REMHENDEL AANPASSINGSKNOP Regeling: Duw de remhendel voorwaarts en draai aan de instellingsknop. Er zijn vier posities mogelijk; positie 1 is de kortste afstand tussen remhendel en handvat; positie 4 is de langste afstand tussen de remhendel en het handvat.

A

Om afstand te verkleinen

Inspectie van de remschijven (enkel voor modellen met schijfremmen) Controleer de remleidingen op lekkage of beschadiging en controleer of de verbindingen goed vastzitten met het gepaste maeriaal. Controleer of stuurvibraties of andere onderdelen de remleidingen hebben beschadigd. Indien dit het geval is, breng dan het voertuig naar een erkende SYM dealer.

verbindingsstuk

OPGELET: Controleer de remwerking van uw voertuig op een droge weg en rem voorzichtig om te zien of het remsysteem in optimale conditie is en een veilig gebruik kan waarborgen.

Controleer de rem langs achter de remklauw. De remblokjes moeten vervangen worden wanneer de remblokjes de slijtagelimiet bereikt hebben.

Plaat het voertuig op een vlakke ondergrond en controleer of er remvloeistof boven de onderste limiet aanwezig is. Indien nodig, vul de remvloeistof bij (type: DOT 3).

Onderste limiet

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Bijvullen van de remvloeistof verwijder de schroefjes van het deksel van de hoofdremcilinder. Veeg voorzichtig al het vuil van de hoofdremcilinder en zorg er voor dat er zeker geen vuil in het reservoir valt. Verwijder het rubberen tussenschot Vul de remvloeistof bij. plaats het rubberen tussenschot terug en bevestig het deksel van de hoofdremcilinder met behulp van de schroefjes. Let bij het monteren van het rubberen tussenschot op de juiste richting en zorg ervoor dat er zeker geen vuil in de remcilinder valt. Maak het deksel zeker goed vast.Schroef Deksel Tussenschot Bovenste limiet Remvloeistof

OPGELET: - om chemische reactie te vermijden, gebruik zeker geen andere remvloeistof dan bovenvermelde. - vul de remvloeistof niet meer bij dan tot de bovenste limiet. Vermijd het spatten van de vloeistof op geverfde oppervlakken en plastiek om schade te voorkomen. Indien dit toch gebeurd, onmiddellijk afspoelen met overvloedig water.

Controle en regeling gashendel Bij een correcte speling kan de gashendel zon 2 ~6 mm draaien zonder dat er weerstand voelbaar is. Zet de contramoer los en verdraai de regelmoer dan totdat de gewenste speling ingesteld is. Zet de contramoer dan weer vast.

2-6 mm

contramoer regelmoer

Controleer volgende onderdelen: - controleer of de gaskabel goed kan bewegen tussen een volledig gesloten en volledig open positie van de gashendel. - draai het stuur naar beide uiteinden om de controleren of dit de beweging van de gaskabel benvloed. - Controleer of er geen andere kabels de gaskabel belemmeren zodat die zijn normale werking kan doen.

Inspectie en onderhoud van de batterij Dit voertuig is uitgerust met een onderhoudsvrije batterij, het is dus niet nodig om elektrolyt toe te voegen. Indien er zich problemen voordoen met de batterij, contacteer dan uw erkende SYM dealer.

Batterijpolen proper maken Verwijder de aansluitingen van de batterij en kuis de polen als er zich vuil heet opgestapeld of corrosie te zien is. Verwijder de batterij als volgt: Zet het contact op OFF, open het batterijdekseltje en maak eerst de negatieve kabel los. Verwijder dan de kabel van de positieve pool. OPGELET: - Reinig de batterij polen met warm water als de polen gecorrodeerd zijn en een witte uitslag vertonen. - Als er sterke corrosie zichtbaar is, verwijder de batterij en reinig de polen met een stalen borstel of schuurpapier. - Installeer na het reinigen de kabels terug en geef de polen een laagje vet. - Installeer de batterij in omgekeerde volgorde waarin u ze verwijderd hebt. Dit voertuig is uitgerust met een onderhoudsvrije batterij, het is dus niet nodig het niveau van het elektrolyt na te kijken of bij te vullen.

OPGELET: - Dit is een gesloten batterij, verwijder nooit de vulstoppen.

- Om te vermijden dat de spanning daalt na een lange periode van stilstand, verwijder de goed opgeladen batterij en zet ze op een droge, goed geventileerde plaats. Verwijder de negatieve kabel als de batterij in het voertuig blijft zitten. - als de batterij vervangen moet worden, doe dit dan steeds door hetzelfde type batterij. (onderhoudsvrij)

Inspectie van de banden De banden moeten nagekeken en aangepast worden wanneer de motor af staat. Wanneer het contactvlak met de weg abnormaal is, controleer dan de druk in de band en blaas er zo nodig lucht bij tot de druk correct is. De luchtdruk in de band moet steeds nagezien worden wanneer de band koud staat.

Kijk in de specificaties om de correcte bandendruk te kennen.

Steen of nagels

Barsten en scheuren

Controleer visueel de voor- en zijkanten van de banden op barsten en scheuren. Controleer visueel de voor- en zijkanten van de banden op nagels of kleine steentjes die zich in het rubber hebben genesteld. Controleer of de diepte van de groeven nog voldoende is aan de hand van de slijtage-indicator

o Slijtage-indicator Wanneer de band versleten is tot op de slijtageindicator, moet hij meteen vervangen worden.

OPGELET: Abnormale bandendruk, slijtage of barsten zijn de belangrijkste redenen van het ontstaan van lekke banden en het verlies van de controle over het stuur.

Inspectie van de voorvork en de achtervering Voer deze controle uit wanneer de motor stil ligt en de contactsleutel uit het slot genomen is. Controleer visueel of de vering schade heeft opgelopen. Beweeg het stuur op en neer en controleer of de vering geluid maakt tijdens het inveren. Controleer of de bouten en moeren van de voor- en achtervering goed vast staan. Beweeg het stuur sterk op en neer, naar links en naar rechts en naar voor en achter om te controleren of het goed vast staat, dat er te veel weerstand is, of het naar n kant trekt. Controleer of de beweging van het stuur niet wordt belemmerd door de remkabels. Breng je voertuig naar een erkende SYM dealer indien er aanpassingen moeten gebeuren of abnormale zaken gevonden worden.

Aanpassen van de hardheid van de achtervering De achtervering is in 5 stappen instelbaar, standaard staat ze op de 3de stand. Draai de regelring om de hardheid van de veer aan te passen aan de eigen behoefte.

soft

hard

OPGELET: - Draai de regeling tegen de klok in om de veer harder te maken en draai ze met de klok mee om ze zachter te maken. - regel steeds beide veringen tegelijkertijd om er voor te zorgen dat de rijstabiliteit niet in het gedrang komt.

Controle en vervangen van de zekeringen Zet het contact af en controleer of de zekeringen nog intact zijn. Vervang een zekering door een gelijkaardige nieuwe zekering indien deze doorgebrand is. Het steken van een zekering met een hogere Ampre waarde, een brug of ijzeren draadje is strikt verboden om schade aan het elektrische circuit en systeem te voorkomen. Verwijder de bagageruimte, daar vind u de zekeringdoos. Open de doos en trek de zekering er uit. Controleer of ze doorgebrand of gebroken is. De zekeringen moeten goed op hun plaats zitten. Indien de zekering niet goed in zijn zitting zit, ontstaat er kans op oververhitting en schade aan het elektrisch systeem. Gebruik enkel vervangonderdelen die de juiste specificaties hebben, zoals lampen. Onderdelen die niet de juiste specificaties hebben kunnen de zekeringen doen doorbranden en de batterij overladen. Vermijd het gebruik van water in de buurt van de zekeringdoos tijdens het reinigen van het voertuig. Breng het voertuig naar een erkende SYM dealer indien er een zekering is doorgebrand om onbekende redenen.Doorgebrande zekering

zekeringdoos

Controle van de richtingaanwijzers en claxon Zet het contact aan Verzet de knipperlichtschakelaar en controleer of beide knipperlichten (links voor en achter of rechtsvoor en achter) branden. Controleer of de knipperlichten beschadigd zijn, vuil zijn of los staan. Controleer ook of de claxon werkt wanneer u op de schakelaar duwt.

OPGELET: - Voor de knipperlichten moeten speciale lampjes worden gebruikt. Zoniet zal de normale werking van de knipperlichten verstoord worden. - Gebruik de knipperlichten voor u wil afdraaien of van richting veranderen om de achterliggers te waarschuwen. - Zet na het manoeuvre meteen de knipperlichten uit, zodat achterliggers niet in de war worden gebracht.

Controle van de voor- en achterlichten Start de motoren zet de verlichting op. Controleer of het voorlicht en het achterlicht branden. Controleer de sterkte en de richting van het licht door tegen een muur te schijnen. Controleer of het licht vooraan vuil of gebarsten is of los staat.

Controle van het stoplicht Zet het contact aan en bedien de voor of achterrem. Controleer of het stoplicht brand. Controleer of de licht achteraan vuil of gebarsten is of los staat.

OPGELET: - Voor de lichten moeten speciale lampjes worden gebruikt. Anders zal de normale werking van de lichten verstoord worden, kan er schade ontstaan aan het elektrische systeem, de lampjes doorbranden of de batterij leeglopen. - Verander of voeg geen elektrische onderdelen toe om te vermijden dat er kortsluiting ontstaat. Hierdoor kan in uitzonderlijke gevallen brand ontstaan.

Controle op brandstoflekkage Controleer de benzinedop en tank, benzineleidingen en carburator op lekkage.

Controle smering van alle mechanische delen Controleer of de scharnierpunten voldoende gesmeerd zijn (zoals de scharnierpunten van de middenstand, de zijstand, de remhendel,)

Controle van de bougie Verwijder de bougiekap en verwijder de bougie met behulp van het speciale gereedschap in het gereedschapsetje. Controleer of de elektrode vuil is of bedekt is met een laag koolstof. Verwijder de koolaanslag, dompel de bougiekop in benzine en droog ze met een propere vod. Controleer de elektrode en stel de elektrodeafstand in op 0.8 mm. (Doe dit met een voelermaatje). Zet de bougie vast met de hand en draai ze dan 180 tot 270 verder met een sleutel.

0.7~0.8mm

OPGELET: - de motor is zeer warm nadat deze gedraaid heeft. Gebruik enkel een bougie met de juiste specificaties. Het monteren van een verkeerde bougie kan ernstige schade toebrengen aan de motor.

Inspectie van de koelvloeistof Controleren van het niveau van de koelvloeistof 1. Zet het voertuig op zijn middenstand op een vlakke ondergrond. 2. Kijk of het niveau van de koelvloeistof correct is via het peilglaasje 3. Als het niveau tot de onderste limiet is gezakt, vul dan koelvloeistof bij.

Controleren van het koelsysteem op lekkage 1. Controleer de radiator en de rubberen slangen op lekkage. 2. Controleer de grond waar het voertuig geparkeerd is om te zien of er koelvloeistof uit het voertuig druipt.

Bijvullen van de koelvloeistof Laat de radiatordop steeds gesloten! 1. Zet het voertuig op zijn middenstand op een vlakke ondergrond. 2. Open het batterijdekseltje 3. Open de dop van het expansievat van de koelvloeistof en vul de koelvloeistof bij tot de bovenste limiet Als het koelvloeistofniveau regelmatig te laag wordt, duidt dit op een lekkage in het koelsysteem. Gebruik enkel de voorgeschreven koelvloeistof om te vermijden dat de radiator verroest. Voorgeschreven koelvloeistof: SYM BRAMAX radiator agent Concentratie: 50% Radiatorcapaciteit: Radiator: 650 cc. Expansievat: 450 cc.

OPGELET: - gebruik gedestilleerd water om de koelvloeistof te mengen. - onthoud dat het gebruik van verkeerde koelvloeistof de levensduur van de radiator sterk kan inkorten. - de koelvloeistof moet elk jaar vervangen worden. OPGELET: Kijk in de tabel met de percentages antivries die gebruikt moeten worden wanneer het voertuig in regios gebruikt wordt waar de temperatuur vaak onder 0 komt. Referentietabel van de percentages antivries die gebruikt moeten worden onder verschillende temperaturen: 1. de antivries specificatie die gebruikt moet worden is H68 (SYM BRAMAX) 2. correcte percentages antivries die gebruikt moeten worden bij verschillende vriestemperaturen zijn: Antivriespercentage 20% 30% 40% 50% 3. 4. Temperatuur -8 -15 -24 -36 Opmerking 50% concentratie wordt voor nieuwe voertuigen gebruikt om het effect van het antivries te garanderen.

als de voorgeschreven koelvloeistof niet voorhanden is, gebruik dan een koelvloeistof met dezelfde hoge kwaliteit. verhoog de onderhoudsintervallen van de radiator wanneer het voertuig in extreem koude regios wordt gebruikt.

Carterontluchting Verwijder de stop van de ontluchting om afzetting te verwijderen.

Wanneer u vaak in de regen rijdt of met de gashendel in volledig open stand, moet het

OPGELET:

onderhoudsinterval ingekort worden.

ontluchtingsslang

Controle van de luchtfilter demontageprocedure: 1. verwijder de bevestigingsschroefjes van het luchtfilterdeksel 2. verwijder het luchtfilterdeksel en neem het luchtfilter eruit. 3. kuis het filter uit. (zie onderhoudsschema) montageprocedure: 1. monteer het luchtfilter in omgekeerde volgorde van de demontage.Luchtiflter kast vijzen

LUCHTFILTER

-

-

OPGELET: vuilophoping in het luchtfilter is een van de grootste redenen van vermogenverlies en toename van het benzineverbruik. vervang het luchtfilterelement regelmatiger wanneer het voertuig veel op stoffige wegen wordt gebruikt. wanneer het luchtfilter niet correct genstalleerd wordt kan er stof in de cilinder gezogen worden. Dit kan vroegtijdige slijtage en een verminderd vermogen veroorzaken, alsook de levensduur van de motor sterk inkorten. zorg ervoor dat tijdens het kuisen het luchtfilter niet nat wordt. Dit kan startproblemen veroorzaken.

11. Storingen zoeken in geval van panne en diagnose in geval van niet starten Diagnose wanneer de motor niet start

Is de sleutel verdraaid naar de ONpositie?

Is er genoeg brandstof in de tank?

Is de voor- of achterrem bediend wanneer de startknop wordt gebruikt?

1/8 1/4

Heeft u aan de gashendel gedraaid tijdens het starten?

Zet het contact op en druk op de claxonschakelaar. Als u de claxon niet hoort kan er een zekering doorgebrand zijn.

Staat de start beveiligings schakelaar aan? Laat uw voertuig nakijken door een erkende SYM-dealer indien een van de voorgaande oplossingen niet volstaan om uw voertuig te starten.

12. Suggesties betreffende te gebruiken brandstoftypes Dit voertuig gebruik benzine met een octaan gehalte van minstens 90. Als het voertuig gebruikt wordt in hoger gelegen regios is het aan te raden de lucht/brandstofverhouding aan te passen om het maximum vermogen te behouden.

13. Transmissieolie Aanbevolen transmissieolie: SYM Hypoid transmissieolie (SAE 85W-140)

14. Voorzorgsmaatregelen tijdens het rijden 1. Ga op het zadel zitten als het voertuig op zijn middenstand staat. Duw het voertuig naar voor om de middenstand op te trekken.

OPGELET: Geef voor het wegrijden geen gas door aan de gashendel te draaien zodat het toerental toeneemt.

2.

Stap langs links het voertuig op en ga stevig op het zadel zitten. Zet uw voeten goed vast op de grond om te voorkomen dat het voertuig omvalt.

OPGELET: Bedien de remhendel voor het wegrijden zodat het voertuig niet kan bewegen.

3.

draai voorzichtig aan de gashendel zodat het voertuig stilaan begint te rijden.

OPGELET: - Snel aan de gashendel draaien veroorzaakt een plotse beweging van het voertuig en is zeer gevaarlijk. - Controleer voor het wegrijden of de zijstand volledig ingeklapt.

Bedien niet plots de remmen of en maak geen scherpe bochten Plots remmen of scherpe bochten kunnen tot slippen en vallen leiden. Plots remmen of scherpe bochten kunnen tot slippen, zijdelings slippen of vallen, zeker wanneer de weg nat is. Rij zeer voorzichtig op regenachtige dagen De remafstand op regenachtige dagen of natte wegen is langer dan normaal. Daarom is het belangrijk op tijd af te remmen en de remmen voorzichtig te gebruiken. Tijdens het afdalen van een steile helling moet de gashendel toegedraaid worden en de remmen worden gebruikt.

15. OnderhoudsschemaOnderhoud kilometer Cotrole Onderhoudsinterval Items Lucht filter element* Olie filter Papier Olie filter mesh filter Motor olie Bandendruk Batterij Bougie Verwijderen afzetting op Throttle valve Stuur lagers en hendels Controle transmissie op lekken Controle carter op lekken Transmissie olie Remvloeistof Transmissie riem/gewichten/Koppeling Benzineleidingen en filters Throttle valve bediening en kabel Bouten en moeren Distributieketting Klepspeling Schokdempers Voor/achter vering Middenbok Carterontluchting (PCV) Koelvloeistof Koelventilator, koelleidingen Koppeling, Remmen / remblokken ** Licht, Schakelaars en Electrisch systeem Elke 1,000km 1 Maand I R I R I I I I I I I R I I I I I I I I I/L I I I I I Elke Elke 5,000km Elke 10,000km 15,000km 3 6 Maanden 1 Jaar Maanden C R Tweede vervanging 20,000km. Verdere vervanging elke 20,000km. Reinigen elke 10,000km 2e vervanging op 5,000km. Daarna elke 5,000km. Controle elke 1000km I I I I I I I Vervanging elke 10,000km Vervanging elke 30,000km C R I I I I I I I I/L C I I C I I R

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

R

Code: I ~ Inspectie, reinigen, en aanpassen R ~ Vervanging C ~ Reinigen (vervanging indien nodig) L ~ Smering * Vervang de filter elke 5000km bij gebruik in een stoffige omgeving. Gebruik nooit gecompresseerde lucht om te reinigen. Vervang indien nodig. ** Reinig en vervang de interne componenten van de voorrem en remcilinder elke 10000km indien nodig. Vervang remvloeistof elke 2 jaar / 30000 km. Vervang remleidingen elke 4 jaar / 60000 km. De bovenstaande onderhouden dienen uitgevoerd te worden na het bereiken van het aantal voorgeschreven kilometers of na het verstrijken van de voorgeschreven periode (naargelang welke van beide eerst komt). In geval van problemen of vragen omtrent het onderhoudsschema, gelieve een officile

SYM dealer te contacteren. Laat uw scooter periodiek nakijken en onderhouden door uw officile SYM dealer om het voertuig in de optimale toestand te houden. Controleer en onderhoud uw scooter vaker indien u het in uitzonderlijke toestanden gebruikt, zoals gebruik aan continue hoge snelheid, lange afstanden, gebruik in stoffige omgeving, enz...

16. Technische gegevens

Model Item Net gewicht maximum belasting Type Brandstof Koeling Cilinderinhoud Compressie verhouding Max. PK Max. koppel Starter Voorvork Achter schokdemper Koppeling Transmissie Band voor Band achter Velg voor Velg achter Wheel Bandendruk Voor rem Achter rem Lamp voor (high, low) Lamp remlicht (tail light) Lamp plaathouder Lamp richtingsaanwijzer Capaciteit carter Transmission oil capacity Capaciteit benzinetank Zekering Bougie Batterij capaciteit Luchtfilter Benzine tank sluiting Licht voor Subframe Specificatie Lengte / breedte / Hoogte

Maxsym 400 LX40A2-6 2,270 mm(89 in) / 805 mm(32 in) / 1,400 mm(55 in) 224 kg(494 lb) 374 Kg(825 lb) Encilinder 4- takt ONGELOOD (OCTAANGEHALTE 92 OF HOGER) Watergekoeld 399 cc 10:6 32 pk / 6,000 Opm 3.2 kgf-m / 5,500 rpm Elektrisch TELESCOPISCH MONO VERING Centrifugionale koppeling CVT 120 / 70 - R15 56S 160 / 60 - R14 69H J15MT3.5 J14MT4.5 Aluminum alloy 2 Voor: STD 2.0kg / cm , 2 2 Achter: STD 2.25 kg / cm voor 1 persoon,2.5 kg / cm voor 2 personen Schijf type ( 275 mm) Schijf type ( 275mm) 12V 55W / 55W2 LED 5W1 12V 10W4 2.0 L (1.8 L bij oliewissel / oliefilter wissel: 1.9 liter) 350 cc. (330 cc. voor wissel) 14.7 L 30A1, 20A1, 15A2, 10A1 NGK CR 8E 12V 11.2Ah Papier type Open slot type Algemeen type (enkel) Geen bagagemogelijkheid

ABS SYSTEEM (enkel op ABS versie) ABS is ontworpen om te voorkomen dat het wiel bolokeert indien hard geremd wordt wanneer het voertuig rechtdoor rijdt. ABS regelt automatisch de remkracht door met tussenpozen de remmen te laten aangrijpen. De rem controlefunctie is identiek aan die van een conventionele motorfiets. Hoewel ABS stabiliteit levert tijdens het stoppen door blokkering te voorkomen, hou de volgende zaken in het hoofd: ABS kan slechte staat van het wegdek, beoordelingsfouten of foutieve remacties niet compenseren. ABS voertuigen dienen bediend te worden zoals voertuigen zonder ABS. ABS is niet bedoelt om de remafstand te verkorten. Op bepaalde oppervlakten kan de remafstand zelfs langer worden. ABS kan het glijden van de wielen niet voorkomen in bochten. In bochten is vaak beter om licht te remmen of om helemaal niet te remmen. Verminder uw snelheid voor het ingaan van de bocht. Gebruik van niet voorgeschreven banden kan de berekening van het ABS systeem in gevaar brengen, wat tot langere remafstanden kan leiden.