Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector...

of 41 /41
Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort Geert ten Klooster BSc European Public Administration, Universiteit Twente Januari 2017

Transcript of Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector...

Page 1: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort

Geert ten Klooster BSc European Public Administration, Universiteit Twente

Januari 2017

Page 2: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

2

DANKWOORD

Voorafgaand wil ik graag iedereen bedanken die mij heeft ondersteund, begeleid en geholpen bij het maken van dit onderzoeksverslag. Speciale dank gaat uit naar mijn stagebegeleider Hemmo Hemmes die altijd voor mij klaar stond en van wie ik veel geleerd heb. Ook vanuit de Universiteit Twente kreeg ik prettige ondersteuning van Pieter-Jan Klok. Daarnaast wil ik mijn aanspreekpunt en begeleider vanuit gemeente Amersfoort, Camiel Weijzen, hartelijk bedanken. Ook een dankwoord voor de hele werkgroep circulaire economie bij de gemeente Amersfoort en de leden van het kantoor TwoProfit, waar ik beide met open armen ben ontvangen. Ten slotte bedank ik alle mensen die ik mocht interviewen, zonder wie dit onderzoek niet mogelijk zou zijn geweest.

INTRODUCTIE

‘Werken aan een circulaire economie: geen tijd te verliezen’, zo kopt een adviesstuk van de SER aan de staatssecretaris van infrastructuur en milieu. Het begrip circulaire economie komt steeds meer tot leven en de Rijksoverheid steekt de handen uit de mouwen om het ideaalbeeld dat daarbij hoort te realiseren. Het idee om over te gaan op een economie waar voor afval geen plaats is en waar slechts uit hergebruik nieuwe producten worden gemaakt, krijgt ook op lokaal niveau steeds meer handen en voeten. Voor gemeentes is het daarom de hoogste tijd om een duidelijke richting te kiezen in hun eigen aanpak op regionale schaal gericht op de circulaire economie. De gemeente Amersfoort heeft zich hiervoor in de startblokken gesteld. Deze gemeente is echter nog zoekende wat haar rol en aanpak zou kunnen te zijn in samenwerking met bedrijven. Vanuit deze zoektocht is dit onderzoek ontstaan. Dit onderzoek is bedoeld om de gemeente een stap verder te brengen als het gaat om het in kaart brengen van kansen in Amersfoort en de rol en aanpak van de gemeente daarin.

In het rapport ‘Circulaire potentie voor de Cirkelregio Utrecht’ van TNO worden 7 materiaalstromen genoemd waarvan met name de Cirkelregio Utrecht haar prioriteit kan maken, wil het daar opereren waar de meeste kansen liggen. Uit dat onderzoek blijkt dat de grootste kansen wat betreft circulair toegevoegde waarde en banencreatie liggen op het gebied van circulair bouwen en slopen. Op zowel economisch als ecologisch gebied biedt deze materiaalsector kansen. Het lijkt er tevens op dat er al een groot deel van de innovatie die benodigd is voor circulair bouwen en slopen reeds beschikbaar en deze lijkt in Amersfoort al in de praktijk te worden gebracht bij onder andere het project ‘Sloop Elisabeth’. Daarom is het een goed idee om dit onderzoek af te bakenen en te limiteren tot deze materiaalsector. Op deze manier kan er specifiekere informatie verzameld worden die tevens kansen biedt tot het vinden van unusual suspects op dit terrein of tot op heden onbekende mogelijkheden. Het vinden van unusual suspects wordt door de gemeente gezien als potentiële bijvangst van dit onderzoek, maar is daarvan niet het voornaamste doel.

De beoogde missie van dit onderzoek is om informatie te winnen, zowel vanuit de theorie als uit de praktijk (door middel van het interviewen van betrokken bedrijven), om op die manier een effectieve rol en aanpak voor de gemeente Amersfoort te adviseren. Ook is het onderzoek bedoeld als leermiddel voor de onderzoeker, in het kader van een stageopdracht vanuit de studie European Public Administration aan de Universiteit Twente, onder begeleiding van Topstukken.

De volgende onderzoeksvraag zal leidend zijn voor het vervolg van dit onderzoek:

“Wat is een effectieve rol en aanpak voor de gemeente Amersfoort in de coalitie met bedrijven, als het gaat om het bevorderen van circulair bouwen en slopen?”

Om structuur te geven aan dit onderzoek is deze hoofdvraag verdeeld in enkele sub-vragen, die ieder een hoofdstuk vormen in het verslag. De volgende drie theoretische vragen en twee vragen waar de praktijk het antwoord op dient te vinden, worden geponeerd:

Page 3: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

3

Theoretisch kader

1. Wat verstaat men onder circulaire economie in het kader van bouwen en slopen?

2. Welke factoren beïnvloeden het circulair bouwen en slopen?

3. Welke theorie bestaat er over rol en aanpak van de gemeente in een dergelijke situatie?

Onderzoek

4. Wat is de huidige situatie in Amersfoort als het gaat om circulair bouwen en slopen, welke factoren beïnvloeden deze situatie en wat doet de gemeente op dit gebied?

5. Wat is de gewenste situatie en welke rol en aanpak is er voor de gemeente Amersfoort weggelegd, volgens de bestuurskundige theorie en bedrijven, om de huidige situatie te verbeteren?

Ten slotte volgt een samenvattende conclusie, waarna beoogd wordt om tot een beknopt advies te komen ten behoeve van de gemeente Amersfoort.

Page 4: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

4

INHOUD

Dankwoord .............................................................................................................................................................. 2

Introductie .............................................................................................................................................................. 2

Methodologie .......................................................................................................................................................... 6

Hoofdstuk 1 ............................................................................................................................................................. 8

1.1 Circulaire economie ...................................................................................................................................... 8

1.2 In het kader van bouwen en slopen ............................................................................................................. 9

Deelconclusie .................................................................................................................................................... 10

Hoofdstuk 2 ........................................................................................................................................................... 11

2.1 De drijfveren ............................................................................................................................................... 11

2.2 Het probleem .............................................................................................................................................. 11

2.3 Coöperatie met een hoger doel .................................................................................................................. 12

2.3.1 10 R’s ................................................................................................................................................... 12

Deelconclusie .................................................................................................................................................... 13

Hoofdstuk 3 ........................................................................................................................................................... 14

3.1 De gemeente .............................................................................................................................................. 14

3.2 De situatie ................................................................................................................................................... 14

3.3 Rol ............................................................................................................................................................... 14

3.3.1 Besluitvormingsgerichte coalities (regisseren) .................................................................................... 14

3.3.2 Samenwerkingsgerichte coalities (partneren)..................................................................................... 14

3.3.3 Netwerkgerichte coalitie (faciliteren).................................................................................................. 15

3.4 Aanpak ........................................................................................................................................................ 15

Deelconclusie .................................................................................................................................................... 16

Hoofdstuk 4 ........................................................................................................................................................... 18

4.1 Huidige situatie volgens experts ................................................................................................................. 18

4.2 Situatie binnen bedrijven ............................................................................................................................ 18

4.2.1 Motieven ............................................................................................................................................. 18

4.2.2 10 r’s .................................................................................................................................................... 19

4.3 Verbeteringen ............................................................................................................................................. 20

4.3.1 Voldoende kennis? .............................................................................................................................. 20

4.3.2 Mogelijkheid tot samenwerking .......................................................................................................... 21

4.4 Beïnvloedende factoren ............................................................................................................................. 21

4.5 Huidige rol gemeente ................................................................................................................................. 22

4.6 Huidige aanpak gemeente .......................................................................................................................... 22

Deelconclusie .................................................................................................................................................... 23

Page 5: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

5

Hoofdstuk 5 ........................................................................................................................................................... 24

5.1 Visie en missie gemeente ........................................................................................................................... 24

5.2 Aanvullingen op definitie ............................................................................................................................ 24

5.3 Gewenste rol gemeente ............................................................................................................................. 24

5.4 Gewenste aanpak gemeente ...................................................................................................................... 25

5.4.1 Informatie ............................................................................................................................................ 25

5.4.2 Voorschriften ....................................................................................................................................... 25

5.4.3 Geld ..................................................................................................................................................... 26

5.4.4 Voorzieningen ..................................................................................................................................... 26

5.5 Focus in de keten ........................................................................................................................................ 27

5.6 Kansen in gemeente Amersfoort ................................................................................................................ 27

Deelconclusie .................................................................................................................................................... 27

Conclusie ............................................................................................................................................................... 28

Advies .................................................................................................................................................................... 28

Nader onderzoek ................................................................................................................................................... 29

Bibliografie ............................................................................................................................................................ 30

Appendix 1 – Methodologie .................................................................................................................................. 33

Appendix 2 – Respondentenlijst ........................................................................................................................... 35

Appendix 3 – Interviewvragen voor bedrijven ...................................................................................................... 36

Appendix 4 – Interviewvragen voor experts ......................................................................................................... 38

Appendix 5 – Vragen aan Roelof Benthem ........................................................................................................... 40

Appendix 6 – Vragen aan Wim van Druenen ........................................................................................................ 41

Page 6: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

6

METHODOLOGIE1

In dit onderzoek wordt gezocht naar een effectieve rol en aanpak voor de gemeente Amersfoort ter bevordering van de circulaire economie in de bouw- en sloopsector. Daarvoor is veel primaire data gebruikt. Deze data bestaat vooral uit interviews met experts en bedrijven. De vragen die bij deze interviews werden gesteld, staan in appendix 3 en 4 van dit onderzoeksverslag. Verder nam de onderzoeker deel aan tweewekelijkse bijeenkomsten bij de gemeente Amersfoort van de werkgroep circulaire economie en is hij naar evenementen zoals seminars geweest, waaruit ook veel (primaire) informatie is ontleend voor dit onderzoek. Verder is vanuit gesprekken met leden van TwoProfit over circulaire economie veel kennis opgedaan. Er is naast field research ook desk research gedaan, met name voor het opstellen van het hiervoor beschreven theoretisch kader (De Afstudeerconsultant, z.j.). Voor de theorie werd in dit rapport vooral gebruikgemaakt van (bestuurskundige) boeken, websites, overheidsplannen, onderzoeksrapporten, et cetera.

Zoals verderop in het theoretisch kader nader toegelicht, is afvalverwerking buiten beschouwing gelaten. Dit zorgt ervoor dat alleen actoren in de sloop, materialendistributie, bouw en opdrachtgevers van bouw over bleven (zie figuur 1.2 in hoofdstuk 1). Hiervan is getracht tenminste één à twee actoren in het onderzoek te betrekken. Er zijn tien interviews met bedrijven gehouden. Ook zijn er vier experts geïnterviewd voor meer algemene vragen en er vonden twee interviews plaats met vragen over aanbesteding en samenwerking. Al deze mensen zijn geselecteerd op basis van hun positie in de keten, hun beschikbaarheid en soms op basis van hun connectie met Topstukken of de gemeente Amersfoort. Ten slotte zijn de antwoorden op de interviewvragen verwerkt tot resultaten die hebben geleid tot de conclusies beschreven in dit onderzoeksverslag.

1 Om de leesbaarheid van dit verslag te waarborgen staat hier een verkorte en vereenvoudigde versie van de methodologie beschreven. Een uitgebreidere versie hiervan is opgenomen in appendix 1.

Page 7: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

7

THEORETISCH KADER

Page 8: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

8

HOOFDSTUK 1

x Wat verstaat men onder circulaire economie in het kader van bouwen en slopen?

1.1 CIRCULAIRE ECONOMIE

De leidende definitie die de gemeente Amersfoort voor circulaire economie gebruikt komt van de argumentenfabriek en luidt: “Een circulaire economie is een economisch systeem waarin waarde behouden blijft of ontstaat door producten en grondstoffen te hergebruiken en vernietiging van grondstoffen te minimaliseren.”

Thomas Rau (2015) zegt dat materiaal in een circulaire economie nooit als afval mag worden gezien. Dit betekent dus dat materialen niet verbrand worden, maar opnieuw worden gebruikt voor een nieuw doeleinde. Er moeten oplossingen gevonden worden door de juiste economische, institutionele en organisatorische context te creëren (Moratis, 2016). Op deze manier ontstaat er een economisch systeem dat gericht is op de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen om zo natuurlijke hulpbronnen te behouden en waardecreatie nastreeft in elke schakel van het systeem (Kamp, 2015). In figuur 1.1 is geïllustreerd hoe de circulaire- verschilt van de (huidige) lineaire economie. Een ander verschil is dat de lineaire economie natuurlijke hulpbronnen exploiteert, terwijl de circulaire economie juist meer gebruik maakt van mankracht (Jonker & Stegeman, 2016, p.92). Deze extra mankracht is nodig omdat de circulaire economie veel meer op diensten als reparatie, vervanging en aanpassing gebaseerd zal zijn (Stegeman, 2015).

Figuur 1.1 - Van Afval Naar Grondstof (Mansveld, 2014, p.2)

Bij een circulaire economie vindt dus een omslag plaats naar een nieuw systeem, waarbij afval niet bestaat en grondstoffen optimaal benut worden.

Page 9: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

9

1.2 IN HET KADER VAN BOUWEN EN SLOPEN

Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen. Doelen zijn materiaal besparen, CO2 uitstoot verminderen en banen creëren (Landman, 2016). Verder gaat het bij circulair slopen niet om brute sloopkracht, maar men kan het ook bewoorden als amoveren en demonteren (Van Splunter, 2016). Het is van belang dat materiaal direct gescheiden wordt ingezameld en hoogwaardig wordt hergebruikt, het liefst met dezelfde of een hogere functie in een nieuw gebouw, zodat de waarde van bijvoorbeeld arbeid in het product niet verloren gaat (De Vries, z.j.).

In figuur 1.2 is te zien hoe het ketenoverzicht er voor bouwen en slopen ongeveer uit zou zien. Dit is nader te specificeren op materiaalsoort, zoals hout of metaal. Niet alle posities in dit overzicht zijn als zodanig, nader meegenomen in dit rapport. Om de focus op bouwen en slopen te bewaren is ervoor gekozen om de onderste cirkel van afvalverwerking en toepassing in andere ketens buiten beschouwing te laten. Dit is in mindere mate circulair. Uiteindelijk is er toch één respondent uit de materiaalverwerking bijgekomen, die actief is in de bouwmateriaalhandel. Aan de andere kant bleek het niet mogelijk om in Amersfoort zelf een sloopbedrijf te vinden.

In figuur 1.2 is te zien dat de gekozen cirkel om op te focussen dunnere pijlen heeft die de grootte van de materiaalstroom aangeven. Dit betekent dat veel nieuw materialen de keten binnenkomen, maar deze ook weer verlaten. Er is nog veel te doen om dit dus volledig circulair te maken.

Figuur 1.2 - Ketenoverzicht circulair bouwen & slopen (Van Splunter, 2016)

Page 10: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

10

DEELCONCLUSIE

In een circulaire economie wordt afval vermeden en wordt er zoveel mogelijk materiaal hoogwaardig hergebruikt. Ook in het bouwen en slopen kan dit worden toegepast. Dat het nog niet veel gebeurt, is te zien aan het ketenoverzicht, waarbij de grootste materialenstromen de keten toch weer verlaten.

Page 11: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

11

HOOFDSTUK 2

x Welke factoren beïnvloeden het circulair bouwen en slopen?

2.1 DE DRIJFVEREN

Eén van de beweegredenen voor circulaire economie is de eindigheid van natuurlijke hulpbronnen. Als de wereld op hetzelfde tempo deze bronnen blijft exploiteren zal er schaarste ontstaan. Hierdoor zullen niet alleen grondstofprijzen enorm stijgen, maar ook de beschikbaarheid van deze materialen zal in het geding komen (Rau, 2015). Echter, volgens Schut et al. (2015) vormt grondstoffenschaarste zoals genoemd in hoofdstuk 1 een kleine drijfveer in het bouwen in slopen. Zeker in Nederland is er nog lang geen gebrek aan bouwmateriaal. Ook blijkt uit het proefschrift van Theo Henckens dat bedrijven met name gericht zijn op de prijzen van nu en dat toekomstige schaarste daarop geen invloed heeft (De Waard, 2016). Wel is een circulaire economie zeker te prefereren, vooral vanuit milieuoogpunt. Tevens valt er economisch gezien winst te behalen, bijvoorbeeld door besparingen op grondstofgebruik (Mansveld, 2014).

De complexiteit en breedte van het begrip ‘circulaire economie’, gecombineerd met de beperkte kennis en innovatie die tot nu toe beschikbaar is, maakt het invoeren van een circulaire economie op de juiste manier op de juiste plaats een moeilijke opgave voor de overheid en bedrijven. Wel is dit het ideale tijdperk om over te gaan op een circulaire economie, vanwege de digitalisering en het snelle uitbreiden van de beschikbare technologie. Deze zorgen ervoor dat er veel materiaal en CO2 wordt bespaard, omdat fysieke producten overbodig worden. Ook wordt er meer gedeeld via platforms op het internet, hetgeen behoort tot gebruiken in plaats van bezitten (een ander circulair concept). Daarnaast is er steeds meer data beschikbaar over bijvoorbeeld energiebesparing en materiaalstromen en zijn er allerhande hybride technologieën zoals de 3D-printer in ontwikkeling (Jonker & Stegeman, 2016, p.53-55).

2.2 HET PROBLEEM

Ondanks de genoemde drijfveren zijn er nog veel spelers die nog niet volledig mee (kunnen) gaan in de transitie. Om de aard van dit probleem aan te geven, wordt figuur 2.1 gebruikt. Het type probleem wordt in dat model bepaald door de factoren ‘zekerheid van kennis’ en ‘consensus van normen en waarden’.

Figuur 2.1 - Problemen typologie (Torenvlied, 2015)

In dit onderzoek wordt er vanuit gegaan dat de consensus van normen en waarden tamelijk hoog is. Ondanks dat bedrijven vaak op economisch belang gericht zijn, lijkt in het algemeen bijna iedereen het ermee eens te zijn dat er verandering in het huidige stelsel van ‘take-make-waste’ (dat in figuur 1.1 zichtbaar is) moet komen om ervoor te zorgen dat de wereld op termijn leefbaar blijft.

Page 12: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

12

Dat men er nog niet mee bezig is komt veelal doordat men onbekend is met de aspecten van circulaire economie en dat men niet weet of en hoe men hier winst uit kunnen halen en het dus niet aantrekkelijk lijkt te zijn (Verscheidene mensen op congressen over circulaire economie, persoonlijke communicatie). Verder noemt Bastein et al. (2013, p.56) dat bedrijven een gebrek hebben aan kennis over de herkomst van hun grondstoffen, de samenstelling van materialen die ze gebruiken en dat zij weinig kennis hebben van nieuwe materiaalontwikkeling en wat goede materialen zijn qua milieu-impact. Ook zijn veel bedrijven onbekend met het fenomeen van samenwerking met andere bedrijven uit de keten, wat kan leiden tot vermindering van reststromen.

Er is dus gebrek aan kennisgeving en -neming waarneembaar. Dit geldt niet alleen voor bedrijven, waarvoor geen vast circulair stappenplan beschikbaar is terwijl er toch een nieuw businessmodel gevoerd zal moeten worden (Jansen, 2016), maar ook voor de overheid voor wie het nog zoeken is welke rol zij dient te spelen. Zoals gezegd worden de normen en waarden gezien in het kader van het doel van circulaire economie, namelijk verbetering jegens het milieu, banencreatie, et cetera, waar velen het mee eens lijken te zijn. Geconcludeerd kan worden, dat wanneer het model in figuur 2.1 gehanteerd wordt, te zien is dat het bij de problematiek onder de circulaire economie om een tembaar, wetenschappelijk probleem gaat. Dit blijft echter een aanname en moet ook in de praktijk getoetst worden.

2.3 COÖPERATIE MET EEN HOGER DOEL

Om toch tot een circulaire economie te komen moet volgens Faber & Jonker (2016) eigenlijk het hele huidige denken van het marktmechanisme van competitie omslaan naar een marktmechanisme gebaseerd op coöperatie. Dit is nodig omdat de circulaire economie het sluiten van ketens vereist. Dit is niet binnen één bedrijf mogelijk, zeker niet op de schaal van de bouw- en sloopsector. Daarom moeten bedrijven de handen in één slaan, hetgeen een behoorlijke omslag vereist van de huidige handelwijze. Dit zal soms vanwege de kleinschaligheid van bepaalde sectoren in sommige plaatsen op bijvoorbeeld regionaal in plaats van gemeentelijk niveau dienen te gebeuren.

Bij gebouwen dient verder rekening te worden gehouden met een relatief lange levensduur (50-100 jaar), wat ervoor zorgt dat nieuwe businessmodellen zoals leaseconcepten niet veel invloed zullen hebben op deze sector. Wel is kennisdeling en samenwerking erg belangrijk, tussen bijvoorbeeld de eigenaar van een gebouw, de woningcorporatie, sloopaannemer, et cetera. Dit betreft bijvoorbeeld kennis over gebruikte materialen, zodat deze later makkelijk op te sporen en her te gebruiken zijn (Schut et al., 2015).

2.3.1 10 R’S

Door de nieuwe manier van samenwerken is het mogelijk om hoger te komen op de ladder van circulariteit. Dit betekent dat wanneer men kijkt naar de tien R’s (zie figuur 2.2) men veel meer de focus kan leggen op refuse, reduce en redesign. Wie volgens deze R’s werkt, gebruikt zo weinig mogelijk materialen en maakt producten met de gedachte dat deze later hoogwaardig hergebruikt kunnen worden. Hiervoor moet de bouwer simpel gezegd al contact hebben met de sloper. Het goede nieuws is dat men niet enkel gedoemd is tot recyclen, maar dat men in veel hogere stappen kan gaan denken. Zoals gezegd bespaart dit materiaal, het verlaagt CO2 uitstoot en zorgt voor extra banen.

Page 13: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

13

Figuur 2.2 - Niveaus op de ladder van circulariteit: 10 R’s (Bastein & Rietveld, 2016, p.5)

DEELCONCLUSIE

Om tot een circulair systeem van bouwen en slopen te komen, hebben bedrijven de bereidheid tot coöperatie en een omslag in hun denken nodig. Factoren die als drijfveren hiervoor fungeren, zijn minder grondstofgebruik, milieuverbetering en economische winst. Negatieve en belemmerende factoren zijn echter onder andere gebrek aan een stappenplan voor bedrijven en de gemeente, maar ook een gebrek aan kennis over grondstoffen en materialen en samenwerking. Het model van de 10 R’s is een hulpmiddel om aan te geven hoe circulair een bedrijf zich gedraagt.

Page 14: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

14

HOOFDSTUK 3

x Welke theorie bestaat er over rol en aanpak van de gemeente in een dergelijke situatie?

Om aan de slag te gaan moet de gemeente eerst haar rol en aanpak vaststellen. Met de rol wordt in dit onderzoek de functie of plek die de gemeente inneemt bedoeld. Met de aanpak worden de handelingen die bijdragen aan de oplossing van een probleem bedoeld. Zo kan de rol bijvoorbeeld faciliteren zijn en de aanpak het beschikbaar stellen van vergaderruimten.

3.1 DE GEMEENTE

In de motie ‘Amersfoort, aanjager van de circulaire economie (Dassen & Janssen, 2016)’ wordt de gemeente gemaand tot aanjagen en faciliteren. Bij aanjagen bestaat de definitie stimuleren, aanmoedigen, aansporen, et cetera. (Encyclo, 2016). Faciliteren heeft de betekenissen van vergemakkelijken en het voorzien van faciliteiten. Verder kan ondersteuning bieden ermee worden bedoeld (Ensie, 2015). Deze woorden schetsen het kader voor de te bepalen rol en aanpak van de gemeente. Aanvullend staat in de motie dat zo lokaal mogelijk kringlopen gesloten dienen te worden en dat de gemeente nieuwe businesscases wil stimuleren in het Amersfoortse bedrijfsleven en actief gaat participeren in het netwerk van de cirkelregio.

3.2 DE SITUATIE

In het kader van deze motie moet beleid dus zorgen voor een oplossing van het probleem en de situatie die aan de orde is. Het oorspronkelijke probleem van klimaatverandering en grondstoffenschaarste kent de oplossing van circulaire economie. Alleen hoe dit geïmplementeerd kan worden en welke rol en aanpak daarbij horen voor de gemeente is nog een probleem. In het vorige hoofdstuk is dat probleem geschetst als een tembaar wetenschappelijk probleem.

3.3 ROL

Als eerste worden hier mogelijke rollen voor de gemeente beschreven. Het belang van samenwerking voor de circulaire economie is reeds beschreven. Ook geeft de gemeente Amersfoort aan om samenwerking op te pakken met het Amersfoortse bedrijfsleven en de cirkelregio. Om hierin de rol van de gemeente te bepalen, wordt een samenwerkingsmodel van Twynstra Gudde gebruikt (De Jong, 2015). Hierin worden drie coalities beschreven, variërend van regisseren, partneren en faciliteren. De laatste zit het dichtst bij het loslaten van de controle.

3.3.1 BESLUITVORMINGSGERICHTE COALITIES (REGISSEREN)

Eén of meer organisaties willen iets bereiken. Daarom regisseren zij de samenwerkende organisaties. De regisserende organisatie is probleemeigenaar en neemt dus het initiatief (Interview Roelof Benthem). Interesse in andermans belangen is essentieel en het doel is om tot een consensus te komen waarbij iedereen erop vooruit gaat ten opzichte van de huidige, of negatieve, toekomstige situatie. Eerst wordt er gedivergeerd, daarna geconvergeerd. Uiteindelijk komt er een uitkomst die gebaseerd is op de belangen van alle spelers.

3.3.2 SAMENWERKINGSGERICHTE COALITIES (PARTNEREN)

Er is hierbij geen sprake van stakeholders, maar van shareholders. Iedereen werkt samen naar een gemeenschappelijk doel. Er is wederzijdse afhankelijkheid en niemand heeft het voor het zeggen. Verschillen

Page 15: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

15

complementeren elkaar, maar kunnen ook zorgen voor onbegrip. Er dient wel gewaakt te worden voor schijnsamenwerking, waarbij een organisatie in de coalitie eigenlijk niets te bieden of te halen heeft.

3.3.3 NETWERKGERICHTE COALITIE (FACILITEREN)

Deze coalitie wordt vaak gestart en begeleid door initiatiefnemers, sociaal ondernemers of community managers. Er zijn geen geschreven normen en waarden en er wordt gehandeld op gevoel en gezond verstand. Vertrouwen is een kernbegrip. Werkvormen ontstaan pas gedurende het proces en zijn niet vooraf bepaald. Deze coalitie wordt gefaciliteerd door een gevestigde organisatie. Dit kan bijvoorbeeld de gemeente zijn. Deze organisatie kijkt eerst wat er al gebeurt aan initiatieven en daarna pas wat zij daarin aan ondersteuning kan bieden (Interview Roelof Benthem).

De verschillen tussen de coalities worden dus met name bepaald door de speler die de ambitie neerzet. Waar bij regisseren naar het doel van de gemeente gewerkt wordt, maakt de gemeente bij faciliteren doelen van bedrijven mogelijk. Als de gemeente duidelijk maakt welke coalitie zij met bedrijven aangaat, ontstaan er duidelijke verwachtingen. Wel zijn de coalities fluïde en kan er een soort mix van verschillende coalities worden aangegaan. Die combinatie is mogelijk doordat de gemeente in verschillende situaties en met verschillende stakeholders ook verschillende rollen kan innemen. De rol kan ook over tijd veranderen.

3.4 AANPAK

De gemeente heeft de keuze uit verschillende beleidsinstrumenten om haar aanpak vorm te geven. Howlett et al. (2009) gebruikt de taxonomie van Hood, die vier categorieën bevat. Binnen deze categorieën zijn veel opties mogelijk wat betreft specifieke instrumenten, maar ze geven een goed globaal beeld van wat er in het bereik van een overheidsinstantie ligt. De categorieën kunnen ook tegelijkertijd ingezet worden in de vorm van combinaties.

1. Informatie

Hierbij kan informatie naar maatschappelijke actoren worden verstrekt, met als doel hun gedrag te veranderen. Ook kan een overheidsinstantie benchmarks of eigen onderzoek laten uitvoeren.

2. Voorschriften

Regulering zorgt voor duidelijkheid, maar kan ook voor weinig ruimte zorgen. Daarom kan er ook worden gekozen voor deregulering, waardoor de overheid nieuwe mogelijkheden creëert, of zelfregulering voor organisaties binnen de maatschappij

3. Geld

Overdrachten van geld zoals subsidie.

4. Voorzieningen

Hierbij hoeft de overheid niet te wachten op wat private partijen gaan doen, maar zorgt zij zelf voor voorzieningen en tevens de uitvoering van haar beleid.

Het is belangrijk dat de aanpak van de gemeente wel aansluit bij de rol die zij kiest. Dit betekent dus dat als de gemeente een samenwerkings- of netwerkgerichte coalitie kiest, zij niet meteen zelf oplossingen aandraagt. Ze

Page 16: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

16

moet in dat geval dus de keuze voor activiteiten over laten aan derden. Verder moet er eerlijkheid, ruimte en transparantie zijn. Ook moet de aanpak regelmatig geëvalueerd worden (ROB, 2012).

Terwijl het ROB zegt dat activiteiten overgelaten moeten worden aan derden, worden door verschillende onderzoekers meerdere zaken verwacht van de gemeente als het gaat om het bevorderen van een circulaire economie. Zo is een multidisciplinaire aanpak vereist, want ook binnen een overheidsinstantie is samenwerking van belang, omdat circulaire economie meerdere terreinen zoals klimaat en economie behelst. Verder is circulair aanbesteden van enorm belang. Het opnemen van een voorbeeldfunctie is namelijk een grote stimulerende factor (Jonker & Stegeman, 2016, p.104).

Bastein et al. (2013) noemt enkele zaken die de landelijke overheid kan doen, waarvan er enkele tevens door een gemeente kunnen worden opgepakt. Zo dient de drempel voor bedrijven te worden verlaagd om circulair te worden. De overheid kan bijvoorbeeld helpen door te inventariseren wie er tot een bepaalde keten zou kunnen behoren en op die manier de keten regisseren. Voor gemeenten wordt expliciet genoemd in het VANG programma van de Rijksoverheid om deze ketenvorming lokaal uit te voeren (Mansveld, 2014). Verder moet zij snel reageren met consistent beleid dat geen risico’s uit de weg gaat, om te zorgen voor transparantie en duidelijkheid (Bastein et al., 2013, H.5). Bovendien dient kennis vermeerderd te worden, zoals al beschreven in hoofdstuk 2 van dit rapport. Dit geldt ook voor de overheid; daarom wordt aangeraden om het internationale speelveld te gebruiken. Vertaald naar gemeentelijk niveau kan zij leren van andere vooroplopende gemeenten. (H.6).

DEELCONCLUSIE

De gemeente bevindt zich in een situatie waar doormiddel van een motie een kader is geschetst van aanjagen en faciliteren. Verder is er sprake van een tembaar wetenschappelijk probleem. Het is in verband met verwachtingsmanagement belangrijk dat de gemeente een duidelijke rol en aanpak kiest in haar beleid om dit probleem op te lossen. In het kader van samenwerking kan de gemeente een besluitvormings-, een samenwerking- of een netwerkgerichte coalitie als rol op zich nemen. Voor haar aanpak kan zij informatie, voorschriften, geld en voorzieningen aanwenden. Er bestaan verder al verschillende theorieën en aanbevelingen voor de praktische invulling van dit beleid, waaruit blijkt dat combinaties van deze instrumenten mogelijk zijn.

Page 17: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

17

ONDERZOEK

Page 18: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

18

HOOFDSTUK 4

x Wat is de huidige situatie in Amersfoort als het gaat om circulair bouwen en slopen, welke factoren beïnvloeden deze situatie en wat doet de gemeente op dit gebied?

Voor de hoofdstukken 4 en 5 zijn met name gegevens gebruikt die ontleend zijn aan interviews met experts en Amersfoortse bedrijven. Een lijst van de geïnterviewden is te vinden in appendix 2. In bijlage 1 zijn transcripten van de interviews te vinden. Deze bijlage is op aanvraag beschikbaar.

4.1 HUIDIGE SITUATIE VOLGENS EXPERTS

Over de huidige situatie werd allereerst aan experts gevraagd hoeveel er momenteel gebeurt wat betreft circulariteit bij bouwbedrijven, sloopbedrijven, architecten en woningcorporaties en projectontwikkelaars. Alle vier de experts zeiden de situatie in Amersfoort in de bouw- en sloopsector niet exact te kennen, daarom gaven zij meer algemene antwoorden. In de bouw is een aantal grote bedrijven al wel bezig, maar nog meer met duurzaamheid, niet zo zeer circulariteit. Daarnaast wordt de bouw veel gestuurd door efficiëntie. De sloop, daarnaast, is een wat onbekendere sector voor de experts. Architecten zijn waarschijnlijk het verst in de keten. Uiteindelijk is in elke sector opdrachtgeverschap belangrijk, zodat bedrijven een incentive hebben. Woningcorporaties en projectontwikkelaars kunnen daarin een rol spelen. Verder werd lichtelijk positief gereageerd op de vraag of er op gebied van circulariteit in de bouw- en sloopsector al veel vooruitgang en vernieuwing zichtbaar is. Zo worden de door de gemeente gehouden bijeenkomsten genoemd en de sloop van ziekenhuizen Elisabeth en Lichtenberg, waarvan het materiaal opnieuw gebruikt wordt. Verder zien experts vanuit Amersfoortse bedrijven nog weinig vooruitgang.

4.2 SITUATIE BINNEN BEDRIJVEN

Bij 6 bedrijven kwam de voortgang van circulair bouwen en slopen ter sprake. 5 Van deze 6 vonden dat er nog niet genoeg gebeurt. Het zesde bedrijf gaf aan erg blij te zijn met de duurzaamheidsambitie van de gemeente rondom de ziekenhuizen.

4.2.1 MOTIEVEN

Bedrijven die reeds met circulaire economie bezig zijn gaven daar uiteenlopende motivaties voor, zoals figuur 4.1 laat zien. Sommige bedrijven gaven meer dan één van deze motivaties. Bedrijven met een juridische beweegreden noemden vooral dat zij wet- en regelgeving volgden. Als er circulariteitseisen gesteld worden, dan volgen zij die, maar zij gaan niet verder dan dat. Opvallend is dat beide geïnterviewde woningcorporaties bij de 3 bedrijven horen die dat doen. Verder wordt intrinsieke motivatie door de meeste (8/10) bedrijven genoemd. Daarna komen economische redenen, die de verwachte hoge prijzen van grondstoffen, dure stortkosten voor slopers en klantvraag behelzen.

Page 19: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

19

Figuur 4.1 – Motivatie voor circulaire bedrijfsvoering

4.2.2 10 R’S

Om te onderzoeken wat er daadwerkelijk al gebeurt binnen bedrijven werd het in het theoretisch kader toegelichte R-model gehanteerd en toegepast op 9 van de 10 geïnterviewde bedrijven. De resultaten die in figuur 4.2 zichtbaar zijn, zijn gebaseerd op wat bedrijven zelf aangeven. Het is dus mogelijk dat er in de praktijk minder gebeurt. Dat er meer gebeurt, ligt minder voor de hand, aangezien bedrijven veelal aangaven een bepaalde R te hanteren, ondanks dat dit nog verre van structureel gedaan werd. Meestal was er sprake van incidentele circulaire acties.

Figuur 4.2 – 10 R’s van laag naar hoog

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

R E F U S E

R E D U C E

R E D E S I G N

R E - U S E

R E P A I R

R E F U R B I S H

R E M A N U F A C T U R E

R E - P U R P O S E

R E C Y C L E

R E C O V E R

10 R'S

E C O N O M I S C H

I N T R I N S I E K

J U R I D I S C H

- 2 4 6 8 10

MOTIVATIE VOOR CIRCULAIRE BEDRIJFSVOERING

Page 20: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

20

In de figuur is op het eerste oog niet een duidelijke lijn in te ontdekken. Wel kunnen er enkele inzichten worden herleid uit het figuur en de gesprekken. Zo is te zien dat refuse eigenlijk nog niet voorkomt. Eén bedrijf zegt van deze R gebruik te maken, maar het gaat hier om het voorkomen van nieuwbouw, door bestaande huisvesting aan te wenden. Het is discutabel of dat binnen deze R valt. Een aantal R’s komt bij ongeveer de helft van de bedrijven voor, maar in de praktijk gebeurt dit nog zeer incidenteel en niet structureel, zo blijkt uit de gesprekken. Wel komt recycle bij 9 van de 9 bedrijven voor. Ook gebeurt er al veel rondom refurbishment, wat vaak al een taak is van veel bedrijven. Uit deze informatie is te concluderen dat er al een zekere mate van circulariteit aanwezig is binnen de geïnterviewde bedrijven. Wel wordt er nog veelal gegrepen naar het laagwaardig recyclen en zijn R’s hoger op de ladder nog niet structureel aanwezig. Een respondent geeft aan: de mogelijkheid van materiaal naar materiaal hergebruik is er technisch vaak niet, vanwege verouderde materialen. Om het her te gebruiken moet het meestal toch nog worden afgebroken tot grondstof.

4.3 VERBETERINGEN

Omdat uit het theoretisch kader blijkt dat de factoren kennis en samenwerking een belangrijke rol spelen ter bevordering van circulaire economie, werd aan de respondenten gevraagd of daar verbeteringen liggen.

4.3.1 VOLDOENDE KENNIS?

Aan experts werd gevraagd of bedrijven voldoende kennis hebben om circulair te bouwen en te slopen. Aan bedrijven werd gevraagd of zij persoonlijk deze kennis bezitten.

Figuur 4.3 – Voldoende kennis?

De uitkomst hiervan (figuur 4.3) is overwegend positief. Respondenten die zeiden dat er onvoldoende kennis is of neutraal antwoordden, legden uit dat kennis constant in ontwikkeling is. Ook uit de scriptie van Johan Verbrugge (2016) blijkt dat de meeste kennis wat betreft techniek al wel beschikbaar is. Verder gaven 5 respondenten aan dat het niet zo zeer om kennis draait, maar meer om bewustwording, een soort denkomslag. In totaal noemen 10 van de 14 die bewustwording en denkomslag in het interview. Concluderend kan dus gezegd worden dat de kennis díe benodigd is vooral een andere manier van denken betreft. Dit, in combinatie

Voldoende43%

Onvoldoende29%

Neutraal21%

Niet besproken7%

VOLDOENDE KENNIS?

Page 21: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

21

met de intrinsieke gemotiveerdheid voor circulaire activiteiten bevestigt dat het om een tembaar wetenschappelijk probleem gaat. Er is nog kennis nodig, in de vorm van bewustwording. Daarnaast is de consensus over het belang van circulaire economie relatief hoog.

4.3.2 MOGELIJKHEID TOT SAMENWERKING

Over samenwerking werd aan experts gevraagd of zij dit op circulaire manier van de grond zien komen en aan bedrijven of zij voldoende mogelijkheden daartoe zien.

Figuur 4.4 – Mogelijkheid tot samenwerking

Op deze vragen reageerde 9 van de 14 positief (figuur 4.4). Zij zien dus al wel samenwerkingen rondom circulariteit van de grond komen, of mogelijkheden daartoe. Er zijn ook al platforms die deze samenwerking een boost geven, zoals Cirkelstad, 033Energie, De Ombouw en BIM. Er was slechts 1 negatief antwoord; met de opmerking dat wel oude samenwerkingen van de grond komen, maar nog niet in de gewenste vorm. Bij een ware circulaire economie werkt de keten namelijk samen in elke fase, hetgeen nog te weinig gebeurt.

4.4 BEÏNVLOEDENDE FACTOREN

Ook werd gevraagd naar andere factoren die circulariteit in de Amersfoortse bouw- en sloopsector stimuleren of remmen. Stimulerende factoren die werden genoemd gaan eigenlijk allemaal over de gemeente. Zo wordt haar rol rondom de aanbesteding en facilitering doormiddel van subsidie bij sloop Elisabeth geprezen. Bovendien is de gemeente actief, vooruitstrevend en bereid om bijvoorbeeld bestemmingsplannen aan te passen, zodat transformaties van gebouwen kunnen plaatsvinden.

Er werden echter wel meer remmende factoren genoemd dan stimulerende. De remmers kunnen in vier categorieën worden geplaatst. Ten eerste onduidelijkheid, met name rondom beschikbaarheid van materialen en het meten van circulariteit. Daarnaast eisen en regelgeving, vanwege weinig controle op (duurzaamheids-/circulariteit)afspraken, verouderde wetgeving en lange procedures rondom bijvoorbeeld het wijzigen van een bestemmingsplan van gebouwen. Als derde vormen economische krachten zoals gevestigde belangen en

Positief65%

Negatief7%

Neutraal14%

Geen antwoord14%

MOGELIJKHEID TOT SAMENWERKING

Page 22: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

22

efficiëntiegerichtheid een belemmering om over te gaan naar een systeem wat meer gericht is op samenwerking en duurzaamheid. De laatste categorie is overige randvoorwaarden. Hierbij gaat het om belemmeringen als een te hoge boekwaarde die transformaties onmogelijk maakt, organisatiegedrag, laag bewustzijn en een gebrek aan ruimte om materialen op de bouwplaats te scheiden.

4.5 HUIDIGE ROL GEMEENTE

Na het houden van de interviews blijkt dat de gemeente een combinatie van de in het theoretisch kader beschreven rollen inneemt. Het is meer de vraag hoe zij aan die rollen invulling geeft. Over de huidige rol van de gemeente gaven bedrijven aan wat in figuur 4.5 af te lezen staat.

Figuur 4.5 – Huidige rol gemeente volgens respondenten

Rol Huidige invulling volgens respondenten

Regisseren (Besluitvormingsgerichte coalitie) Gemeente als opdrachtgever. Hier worden echter nog niet altijd circulaire eisen gesteld.

Partneren (Samenwerkingsgerichte coalitie) Gemeente haalt bedrijven bij elkaar, informeert ze en denkt mee

Faciliteren (Netwerkgerichte coalitie) Gemeente faciliteert, staat open voor initiatieven en roept daartoe op.

De gemeente is dus al wel betrokken en laat haar gezicht zien in de vorm van een combinatie van de drie coalities. Zij kiest dus niet één coalitievorm om daaraan vast te houden. De gemeente mag volgens respondenten, wanneer zij de rol van regisseur vervult in de besluitvormingsgerichte coalitie, meer naar circulariteit gaan vragen.

4.6 HUIDIGE AANPAK GEMEENTE

De aanpak van de gemeente is onderverdeeld in categorieën, overeenkomstig de taxonomie van Hood, zoals eerder beschreven. Figuur 4.6 laat de huidige stand van zaken zien.

Figuur 4.6 – Huidige aanpak gemeente volgens respondenten

Instrument Huidige aanpak volgens respondenten

Informatie -Bijeenkomsten om bedrijven te informeren

Voorschriften -In sommige gevallen soepel omspringen met regelgeving

-Gemeente stelt (soms te specifieke) eisen over gerecyclede materialen in haar aanbesteding

-Duurzaamheidseisen in aanbesteding sloop Elisabeth

Geld -Bij de aanbesteding van de sloop Elisabeth zette de gemeente in op EMVI (Economisch Meest Voordelige Inschrijving). Hierbij werd circulariteit zwaar mee gewogen, ondanks dat het meer zou kosten.

Voorzieningen -Herbestemmingen van gebouwen

Page 23: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

23

Alle categorieën van instrumenten worden dus reeds benut, al vinden bedrijven en experts de huidige aanpak nog marginaal. In het volgende hoofdstuk zal worden geanalyseerd wat de gemeente hier nog kan verbeteren, om zo ook de remmende factoren die binnen het bereik van de gemeente liggen, weg te nemen.

DEELCONCLUSIE

Concluderend kan gezegd worden dat bedrijven al wel met circulariteit bezig zijn, maar nog niet structureel. Ook zijn er op dit moment meer remmende dan stimulerende factoren. Aan aanbod van kennis en samenwerking ligt het niet, maar de verdeling van kennis laat nog te wensen over en bewustwording is nog hard nodig. Het vergroten van bewustwording zou een grote stap kunnen zijn naar de oplossing van het probleem. Verder is de gemeente al actief op gebied van de circulaire economie en laat bij de aanbesteding rondom de sloop Elisabeth zien wat ze wil. Maar dit zou meer structureel kunnen worden gemaakt in de eisen rondom andere aanbestedingen.

Page 24: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

24

HOOFDSTUK 5

x Wat is de gewenste situatie en welke rol en aanpak is er voor de gemeente Amersfoort weggelegd, volgens de bestuurskundige theorie en bedrijven, om de huidige situatie te verbeteren?

5.1 VISIE EN MISSIE GEMEENTE

De projectgroep Circulaire Economie van gemeente Amersfoort heeft de volgende visie en missie rond circulaire economie geformuleerd: “Samen met bewoners, ondernemers en de gemeente sluiten we op innovatieve wijze (grondstof)kringlopen op lokaal en regionaal niveau.”

De gemeente wil laten zien dat de efficiënte inzet en hergebruik van grondstoffen innovatie en economische groei oplevert en minder milieubelasting. Ze wil het goede voorbeeld geven en stimuleren dat er een einde komt aan de wegwerpcultuur. Dit wil ze doen door bewoners, ondernemers en instellingen de ruimte te geven te innoveren en de omslag naar circulair produceren, gebruiken en hergebruiken van producten te maken (Projectgroep Circulaire Economie, 2016).

5.2 AANVULLINGEN OP DEFINITIE

Aan experts werd gevraagd om aanvullingen te geven op de in het theoretisch kader genoemde definitie, die de gemeente hanteert. Alle vier de experts zijn het eens met de definitie, maar vinden het toch nodig om toevoegingen te maken. Vooral het waarom en de impact van circulaire economie worden gemist. Zo zouden grondstoffenschaarste, milieu impact en de sociale impact ook moeten worden opgenomen. Eén expert voegt nog toe dat het erg belangrijk is om te begrijpen hoe circulaire economie verschilt van recycling. Volgens haar is dit dat je van tevoren bedenkt wat je met afgedankte materialen gaat doen. Hierbij is ketenvorming erg belangrijk.

5.3 GEWENSTE ROL GEMEENTE

Zoals vermeld in hoofdstuk 4 laat de gemeente zich al in verscheidene coalities zien. In de genoemde visie en missie zijn deze coalities ook terug te zien. Zo draagt de gemeente duidelijk een doel uit, maar wil zij dit samen met bewoners, ondernemers en instellingen bereiken, door niet alleen met hen samen te werken, maar hen ook de ruimte te geven. Bedrijven (en experts) hebben ook hun visie in welke rol zij de gemeente graag zouden zien spelen. Ook hier betreft het veelal combinaties van verschillende rollen. Figuur 5.1 geeft weer hoe de gemeente invulling zou kunnen geven aan de drie verschillende rollen in samenwerking met bedrijven.

Figuur 5.1 – Gewenste rol gemeente volgens respondenten

Rol Gewenste invulling

Besluitvormingsgerichte coalitie (regisseren)

De gemeente moet duidelijk iets uitdragen, je moet het wel samen doen, maar in onderdelen zoals opdrachtgeverschap en regelgeving is de gemeente boven bedrijven gesteld. Het is goed om als gemeente voorop te lopen in de ambities die je stelt. De haalbaarheid kan dan in gesprek met bedrijven getoetst worden, maar de gemeente mag wel lef tonen.

Page 25: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

25

Samenwerkingsgerichte coalitie (partneren)

Het is belangrijk om als partner betrokken te zijn bij bedrijven. Op deze manier kan er niet alleen expertise gedeeld worden, maar weet de gemeente ook wat er leeft binnen de samenleving.

Netwerkgerichte coalitie (faciliteren)

Het werkt het beste om iets vanuit de markt te laten komen en dingen positief, vanuit intrinsieke motivatie, te laten gebeuren. Hiervoor kunnen kleine prikkels een middel zijn. Verder zijn er veel plekken waar de gemeente kan faciliteren, door bijvoorbeeld soepel om te gaan met regelgeving.

Alle drie de rollen zijn in coalitie met bedrijven. Dit is een goed uitgangspunt geweest, zo blijkt uit de interviews. In alle interviews wordt namelijk beaamd dat bedrijven altijd moeten worden meegenomen in de aanpak van de gemeente. Hierbij kan expertise worden uitgewisseld, maar kunnen ook hobbels in kaart worden gebracht en kan men samen tot oplossingen komen. Er dreigt een gevaar dat als de gemeente alles met bedrijven overlegt en democratisch met hen wil beslissen, de meest terughoudende partij ervoor zorgt dat er uiteindelijk niets van de visie van de gemeente terecht komt. Zoals eerder vermeld zijn gevestigde belangen en efficiëntiegerichtheid namelijk nog vaak doorslaggevend voor hoe bedrijfsvoering wordt betracht. Daarmee kan de transitie naar de circulaire economie worden tegengehouden. De gemeente heeft dan ook de taak om de weg te wijzen (regisseren), als ook te zorgen dat hobbels voor bedrijven uit de weg worden geruimd (faciliteren), zodat samen het beoogde doel kan bereikt worden (partneren). Duidelijk wordt dat de gewenste rol een slimme combinatie is van de drie coalities.

5.4 GEWENSTE AANPAK GEMEENTE

In de huidige aanpak maakt de gemeente al gebruik van de vier verschillende categorieën van instrumenten die Hood onderscheidt. Uit de interviews blijkt dat dit ook de gewenste keuze is, omdat ook respondenten alle categorieën benoemen als gewenste aanpak van de gemeente. Echter kunnen de instrumenten die momenteel worden aangewend nog wel een stuk beter worden benut. Hieronder volgt een overzicht met het resultaat van de gewenste aanpak volgens respondenten van dit onderzoek.

5.4.1 INFORMATIE

Aangezien bewustwording nog veel nodig is, zowel volgens de theorie als de interviews, is informatie een goed instrument om op in te zetten in de aanpak van de gemeente. In de interviews wordt genoemd dat er een gemeenteambtenaar kan worden aangesteld, die de weg wijst naar een circulaire economie en advies en informatie geeft rondom regelgeving. Verder is het belangrijk dat de gemeente zichtbaar maakt dat er iets gebeurt en duidelijk uitdraagt wat haar visie is. Daarnaast is het belangrijk om te faciliteren in voorlichting over het onderwerp of te wijzen naar instanties waar die voorlichting te verkrijgen is. Dit neemt onduidelijkheid weg en kan bedrijven ook helpen om hun manier van denken te veranderen.

5.4.2 VOORSCHRIFTEN

De gemeente kan bepaalde circulaire eisen stellen aan wat er in de vergunningaanvraag moet staan. Toch moet zij ook uitkijken in hoe strikt en specifiek zij in haar regelgeving en eisen is; in de interviews wordt gevraagd aan de gemeente om ruimte te geven voor innovatie. Doet de gemeente dit niet, dan kan het zijn dat zij innovatieve dingen niet vraagt, zonder dat ze zich dit zelf bewust is. Zo was er 20 jaar geleden al een 100% circulaire buitenbank, waarvan de producent er helaas weinig heeft verkocht omdat er geen vraag naar was. Een oplossing hiervoor is een meer functionele specificatieomschrijving. Hierbij wordt een Programma van Behoeften opgesteld in plaats van een Programma van Eisen (Lubberhuizen, 2016).

Page 26: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

26

Ook vraagt men soms wat soepelheid rondom zaken als bouwregelgeving. Toch is het belangrijk dat de gemeente meer controle inzet, zodat afspraken die gemaakt worden rondom circulariteit daadwerkelijk worden nagekomen. Zo werden er in de jaren ’80 al wijken gebouwd waarvan 20% van het grind in de beton was vervangen door gerecyclede materialen. Dit gebeurt nu niet meer vanwege een gebrek aan controle.

Figuur 5.2 – Betonstenen met 20% gerecyclede materialen in het grind van een Amersfoorts bedrijf

Respondenten roepen de gemeente ook op om bepaalde eisen te stellen in haar aanbesteding. Die eisen kunnen vallen onder het kopje voorschriften door middel van regelgeving, maar in dit geval is er gekozen om dit element onder het instrument geld te scharen.

5.4.3 GELD

In veel interviews kwam naar voren dat het belangrijk is om economisch belang te laten zien aan bedrijven en eventuele economische prikkels te geven. Ondanks dat subsidie een twijfelachtig instrument is, omdat wanneer het niet meer wordt verstrekt, men vaak terugvalt in oude patronen, zou dit volgens sommigen toch iets op gang kunnen brengen. Verder is het opdrachtgeverschap en (zoals zojuist genoemd) de eigen aanbesteding van de gemeente cruciaal. In 9 van de 14 interviews komt naar voren dat de gemeente hierin circulariteitseisen kan en zou moeten vragen. Doordat de gemeente veel vastgoed en grond in haar bezit heeft en zij opdrachtgever is van de grotere bouwprojecten, kan zij hiermee een voorbeeldrol spelen. Er is draagvlak bij bedrijven voor dit soort projecten vanuit de gemeente. Zo hebben beide geïnterviewde woningcorporaties, Omnia en Alliantie, aangegeven bereid te zijn om een pilot te doen met de gemeente. Overigens kan de gemeente hierin niet alleen de materiaalkant van de circulaire economie benadrukken, maar kan zij ook bepaalde sociale eisen stellen, waarmee creatie van extra werkgelegenheid mogelijk is.

5.4.4 VOORZIENINGEN

De meest genoemde zaken die de gemeente volgens de respondenten moet opnemen in haar aanpak vallen onder het kopje voorzieningen. Dit past bij de rol als facilitator. Een belangrijk aspect is dat de gemeente echt in gesprek zal moeten gaan met bedrijven. Een aantal bedrijven was er al positief over dat zij benaderd werden voor een interview voor dit onderzoek en gaven aan zoiets in de toekomst vaker te willen zien. Verder wordt veel genoemd dat er nieuwe platforms gecreëerd moeten worden voor contact tussen bedrijven (en de

Page 27: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

27

gemeente). Dit zorgt ervoor dat de nog ontbrekende kennisdeling in gang kan worden gezet. Om grote bedrijven hiermee te bereiken moet de gemeente zorgen dat de visie binnen de eigen organisatie breed gedragen wordt. Verder kan de gemeente een rol vervullen in de logistiek, waar zoals beschreven, remmende factoren liggen. Zo zou ze kunnen faciliteren in een bouwmarktplaats, of in ieder geval het in kaart brengen van eigen bouw- en sloopplannen, zodat dit op materiaalniveau op elkaar afgesteld kan worden. Een dergelijke bouwmarktplaats hoeft overigens niet fysiek te zijn, maar er moet wel een overzicht komen van vrijkomende materialen. Dit kan ook op regionale of landelijke schaal gebeuren, maar het zou goed zijn als ook de lokale mogelijkheden worden overwogen.

5.5 FOCUS IN DE KETEN

Op de vraag op welke plek in de keten de gemeente zich vooral moet focussen werden vooral het ontwerp en het begin en het eind genoemd. Met dat laatste wordt gedoeld op bouw- en sloopvergunningen, waar duidelijk de invloedssfeer van de gemeente ligt. In een circulaire economie speelt het ontwerp echter een cruciale rol, waaruit de rest eigenlijk volgt. In 6 van de 14 interviews komt naar voren dat er nog een slag te maken valt als het gaat om de manier van ontwerpen. Niet alleen moet dit door de hele keten gedaan worden en niet alleen bij de architect, maar er moeten ook hele andere eisen aan het ontwerp gaan worden gesteld. Ook hier kan de gemeente een rol spelen. De meest cruciale factor is namelijk de opdrachtgever. Als circulariteit niet wordt gevraagd, kan de keten weinig uitrichten.

5.6 KANSEN IN GEMEENTE AMERSFOORT

In Amersfoort dienen zich momenteel verschillende kansen voor om meteen toe te passen wat bedrijven qua aanpak van de gemeente verlangen. Zo staat er voor 2021 een sociale woningbouwopgave, waarbij het de bedoeling is dat er tweeduizend sociale huurwoningen worden gebouwd (De Stad Amersfoort, 2016). Hiervoor worden al leegstaande kantoren getransformeerd, hetgeen een goede stap is in het kader van circulariteit. Zo wordt bovendien het probleem van de gigantische leegstand in Amersfoort benaderd (AD, 2016). Verder is er volgens een geïnterviewde expert altijd nog veel te doen in het groen en grijs en komt er een grote renovatie aan van het stadhuis van Amersfoort (Gemeente Amersfoort, 2016). Om een voorbeeldfunctie op zich te nemen, zijn dit kansrijke mogelijkheden voor de gemeente.

DEELCONCLUSIE

De gemeente Amersfoort wil een einde maken aan de wegwerpcultuur. Hiervoor kan zij een vooruitstrevende rol aannemen, marktprikkels inzetten, maar in dit alles niet vergeten om in gesprek te gaan met bedrijven. In haar aanpak is het goed als de gemeente bewustwording en advies verleent, functionele eisen gaat stellen, het goede voorbeeld geeft in eigen aanbesteding en faciliteert doormiddel van voorzieningen rondom kennisdeling en logistiek. Het is belangrijk met name de ontwerper te stimuleren, als opdrachtgever zijnde. Verder zit Amersfoort in een kansrijke situatie, vanwege veel te bouwen eigen bezit en een hoge kantorenleegstand.

Page 28: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

28

CONCLUSIE

“Een circulaire economie is een economisch systeem waarin waarde behouden blijft of ontstaat door producten en grondstoffen te hergebruiken en vernietiging van grondstoffen te minimaliseren.” Ook in de bouw- en sloopsector is dit systeem toe te passen. Het kan minder grondstofgebruik, milieuverbetering en economische winst opleveren. Echter is de circulaire economie nog nauwelijks zichtbaar en weten bedrijven en overheden nog niet goed hoe dit systeem toe te passen. De gemeente Amersfoort zoekt naar wat haar rol en aanpak hierin kan zijn. Wel heeft zij al bepaalt dat zij de circulaire economie gaat aanjagen en faciliteren en dat ze de coalitie met bedrijven en het netwerk van de Cirkelregio hiervoor wil benutten.

In de huidige situatie zijn de meeste geïnterviewde bedrijven al actief bezig met circulaire aspecten zoals recycling. Echter komen acties die hoger liggen op de circulariteitsmaatstaf van de 10 R’s, nog zeker niet structureel voor. Wat betreft kennis gaat het vooral om bewustwording die nog veel nodig is. Voor samenwerking zijn er genoeg mogelijkheden volgens Amersfoortse bedrijven. De houding die de gemeente op dit moment richting circulaire economie aanneemt, wordt geprezen. Echter zijn er nog behoorlijk veel remmende factoren voor bedrijven die uit de weg genomen moeten worden, voordat circulariteit echt zal doorbreken. Op dit moment neemt de gemeente een combinatie van de rollen regisseren, partneren en faciliteren in coalitie met bedrijven in. Ook maakt zij al gebruik van de vier beleidsinstrumenten van Hood, namelijk informatie, voorschriften, geld en voorzieningen.

In de toekomst verwachten bedrijven meer van de gemeente. Qua rol is het inderdaad goed om een combinatie van de drie genoemde rollen in te nemen. Remmende factoren kunnen gericht worden geadresseerd in de aanpak. Daarbij kan de gemeente bewustwording en advies verlenen, functionele eisen stellen, het goede voorbeeld geven met name in eigen aanbesteding en faciliteren in voorzieningen die gericht zijn op kennisdeling en het bijeen brengen van vraag en aanbod. Vanwege een groot eigen bezit en hoge kantorenleegstand verkeert de gemeente Amersfoort in een kansrijke positie om de circulaire economie in bouwen en slopen een boost te geven.

ADVIES

Naar aanleiding van deze conclusies is het volgende advies opgesteld ten behoeve van de gemeente Amersfoort. Er wordt een combinatie van de drie coalities uit de theorie geadviseerd. De gemeente heeft de taak om de weg te wijzen (regisseren), als ook te zorgen dat hobbels voor bedrijven uit de weg geruimd worden (faciliteren) zodat samen het beoogde doel kan bereikt worden (partneren). Verder bestaat de geadviseerde aanpak uit de volgende drie actiepunten:

1. Allereerst is bewustwording nodig, bij zowel bedrijven als bij de gemeente. Het is dus goed als de gemeente in eigen huis begint en ambtenaren bewust maakt van de noodzaak van circulaire economie en hun mogelijke rol daarin. Hiervoor zijn voorlichting en inspiratiesessies goede middelen.

2. Ten tweede is opdrachtgeverschap een vereiste voor bedrijven om iets met circulariteit te gaan doen. De gemeente is in veel gevallen in de bouw- en sloopsector zelf opdrachtgever en kan daarin circulariteitseisen stellen. Ook kan zij andere opdrachtgevers zoals woningcorporaties bij elkaar brengen en hen stimuleren om ook circulaire eisen te gaan stellen in hun opdrachtgeverschap.

3. Als laatste kan de gemeente de circulaire economie aanjagen doormiddel van een bouwmarktplaats. Door bedrijven wordt hierom gevraagd, vanwege onduidelijkheid rondom vraag en aanbod van materialen. De gemeente moet dit niet zelf opzetten, maar kan in ieder geval haar eigen bouw- en sloopplannen en de daarbij vrijkomende materialen in kaart brengen. Daarna kan zij ook lokaal partijen bij elkaar brengen om een bouwmarktplaats op te starten.

Page 29: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

29

NADER ONDERZOEK

Ondanks dat dit onderzoek onderbouwde en bruikbare resultaten heeft opgeleverd, is er veel ruimte voor toekomstig onderzoek. Zo waren in dit onderzoek de termen rol en aanpak afzonderlijk gedefinieerd, maar werd er niet diep ingegaan op de relatie tussen die twee. In de gebruikte bronnen werd hier ook geen aandacht aan besteed. Er is dus onderzoek nodig naar de manier waarop de twee variabelen zich tot elkaar verhouden. Verder zou het de betrouwbaarheid van de resultaten bevorderen door meer interviews te houden. Hiervoor was de periode waarin dit onderzoek werd gedaan te kort. Daarnaast werden ook vooral bedrijven en experts geïnterviewd die reeds bekend waren bij de gemeente. Door meer interviews te houden, kunnen ook onbekendere spelers worden meegenomen in de resultaten. Omdat dit in dit onderzoek niet is gebeurd, zijn er in dit onderzoek geen unusual suspects gevonden. Om deze te vinden is ook nader onderzoek nodig en kunnen ook bijeenkomsten voor bedrijven helpen. Daarnaast kan ook functionele aanbesteding leiden tot unusual suspects, die zich nu bijvoorbeeld nog helemaal niet in de bouwwereld begeven. Ten slotte had het de resultaten van het onderzoek kunnen bevorderen wanneer er meer gestructureerde interviews waren gehanteerd. Door een semi-gestructureerde vorm te kiezen, werden de vragen niet telkens op dezelfde manier en volgorde gesteld en werden respondenten soms mogelijk richting een bepaald antwoord gestuurd. Ook dit verdient aandacht in nader onderzoek.

Page 30: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

30

BIBLIOGRAFIE

AD (2016). Torenhoge leegstand kantoren groeit nog verder. Geraadpleegd op http://www.ad.nl/amersfoort/torenhoge-leegstand-kantoren-groeit-nog-verder~a3b63205/ op 21-12- 2016

Bastein, T., Roelofs, E., Rietveld, E., Hoogendoorn, A. (2013). Kansen voor de circulaire economie in Nederland. TNO. Geraadpleegd op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2013/06/20/tno- rapport-kansen-voor-de-circulaire-economie-in-nederland op 22-9-2016

Bastein, T., & Rietveld, E. (2016). Circulaire potentie voor de Cirkelregio Utrecht. TNO. Geraadpleegd op http://www.usi.nl/uploads/media/578e2c06d4238/20160714-tno-rapport-def.PDF op 20-9-2016

Dassen, W., & Janssen, A. (2016). Amersfoort, aanjager van de circulaire economie. D’66 & GroenLinks. Geraadpleegd op http://amersfoort.notudoc.nl/cgi-bin/motie.cgi/action=view/id=12493 op 27-9-2016

De Afstudeerconsultant (z.j.). Fieldresearch vs. deskresearch. Geraadpleegd op http://deafstudeerconsultant.nl/afstudeertips/onderzoeksmethoden/fieldresearch-vs-deskresearch/ op 4-10-2016

De Jong, M. (2015). Adaptief samenwerken in verschillende coalities. Twynstra Gudde, SOMSAM Magazine, januari. Geraadpleegd op https://www.twynstragudde.nl/sites/default/files/content/blog/adaptief_samenwerken_in_verschille nde_coalities_0.pdf op 22-9-2016

De Stad Amersfoort (25 mei 2016). Amersfoort gaat wachtlijsten te lijf met extra sociale huurwoningen. Geraadpleegd op http://destadamersfoort.nl/lokaal/amersfoort-gaat-wachtlijsten-te-lijf-met-meer- sociale-huurwoningen-128680 op 21-12-2016

De Vries, S. (z.j.). Circular Economy Lab: Recycling van bouw- en sloopafval. Utrecht Sustainability Institute. Geraadpleegd op http://usi.nl/uploads/media/5770faa028c23/presentatie-bouw-en-slooplab-281113- totaal.pdf op 28-9-2016

De Waard, P. (20 oktober 2016). Waarom leidt schaarste delfstoffen niet tot hogere prijzen? De Volkskrant. Geraadpleegd op http://www.volkskrant.nl/opinie/waarom-leidt-schaarste-delfstoffen-niet-tot- hogere-prijzen~a4398766/?hash=0589104ac080c01e0248400b66214647803f749a op 10 januari 2017

Dooley, D. (2009). Social Research Methods (Fourth Edition). United Kingdom, Pearson Education Limited.

Drost, E. A. (2011). Validity and Reliability in Social Science Research. Education Research and Perspectives, Vol.38, No.1. Geraadpleegd op http://www.erpjournal.net/wp-content/uploads/2012/07/ERPV38-1.- Drost-E.-2011.-Validity-and-Reliability-in-Social-Science-Research.pdf op 4-10-2016

Easability (2008). Interviews. Geraadpleegd op http://www.easability.nl/interviews.html op 4-10-2016

Page 31: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

31

Ellen MacArthur Foundation (2013). Towards the Circular Economy (vol. 1).

Encyclo (2016). Aanjagen. Geraadpleegd op http://www.encyclo.nl/begrip/aanjagen op 27-9-2016

Ensie (2015). Faciliteren. Geraadpleegd op https://www.ensie.nl/redactie-ensie/faciliteren op 27-9-2016

Faber, N. & Jonker, J. (19 september 2016). Circulaire economie vraagt nieuw denken over markt. Duurzaam ondernemen. Geraadpleegd op http://www.duurzaam-ondernemen.nl/circulaire-economie-vraagt- nieuw-denken-markt/ op 28-9-2016

Gemeente Amersfoort (2 februari 2016). Duurzame renovatie Stadhuis. Geraadpleegd op http://amersfoort.notudoc.nl/cgibin/showdoc.cgi/action=view/id=1466540/type=pdf/Raadsvoorstel_e n-_besluit_Duurzame_renovatie_Stadhuis.pdf op 21-12-2016

Howlett, M., Ramesh, M., & Perl, A. (2009). Studying Public Policy. Canada, Oxford University Press.

Jansen, L. (23 april 2016). Revolutie in slow motion: de circulaire economie eist een forse inspanning. FD. Geraadpleegd op https://fd.nl/morgen/1148961/revolutie-in-slow-motion-de-circulaire-economie- eist-een-forse-inspanning op 20-9-2016

Jonker, J., & Stegeman, H. (2016). Op weg naar de circulaire economie. Nieuwkoop, Nederland: Ecodrukkers.

Kamp, H. G. J. (2015). Kamerbrief over het beleid rond circulaire economie op nationaal en Europees niveau. Ministerie van Economische Zaken. Geraadpleegd op https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2015/01/20/kamerb rief-over-het-beleid-rond-circulaire-economie-op-nationaal-en-europees-niveau/kamerbrief-over-het- beleid-rond-circulaire-economie-op-nationaal-en-europees-niveau.pdf op 12-9-2016

Landman, A. (26 april 2016). Amsterdam zet in op meer circulair slopen. Cobouw. Geraadpleegd op http://www.cobouw.nl/artikel/1628136-amsterdam-zet-op-meer-circulair-slopen op 23-9-2016

Lubberhuizen, S. (2016). How smart is your part? Circulaire Economie: Een omslag in denken en doen. NVRD en Vereniging Stadwerk Nederland.

Mansveld, W. J. (2014). Invulling programma van afval naar grondstof. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Geraadpleegd op https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2014/01/28/invulling -programma-van-afval-naar-grondstof/invulling-programma-van-afval-naar-grondstof.pdf op 12-9-2016

Moratis, L. (2016). De oneindige hulpbronnen van de circulaire economie. Duurzaam-ondernemen.nl. Geraadpleegd op http://www.duurzaam-ondernemen.nl/de-oneindige-hulpbronnen-van-de-circulaire- economie/ op 12-9-2016

Page 32: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

32

Projectgroep Circulaire Economie (2016). Stafmemo Richting kiezen plan van aanpak circulaire economie.

Rau, T. (8 november 2015). Het einde van bezit. VPRO. Geraadpleegd op http://www.npo.nl/vpro- tegenlicht/08-11-2015/VPWON_1232897 op 1-9-2016

ROB (Raad voor het openbaar bestuur). (2012). Loslaten in vertrouwen voor gemeenteraden. Geraadpleegd op http://www.rob-rfv.nl/documenten/loslaten_in_vertrouwen_voor_gemeenteraden.pdf op 22-9-2016

Schut, E., Crielaard, M., & Mesman, E. (2015). Beleidsverkenning Circulaire economie in de Bouw. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Geraadpleegd op http://www.rwsleefomgeving.nl/publish/pages/110819/beleidsverkenning_circulaire_economie_in_d e_bouw.pdf op 23-9-2016

Stegeman, H. (2015). De potentie van de circulaire economie. Geraadpleegd op https://economie.rabobank.com/publicaties/2015/juli/de-potentie-van-de-circulaire-economie/ op 14-10-2016

Torenvlied, R. (2015). Lecture 1: Introduction - Policy analysis and planning [PowerPoint presentatie]. Geraadpleegd op https://blackboard.utwente.nl/bbcswebdav/pid-922643-dt-content-rid- 1954535_2/courses/2015-201400099-2A/Lecture%201%20PolAnalysis%202015-2016.pdf op 17-10-2016

Tubbing, L. (2016). Secundaire data ondergeschoven kindje? Geraadpleegd op http://deafstudeerconsultant.nl/secundaire-data-ondergeschoven-kindje/ op 10-1-2017

Van Splunter, M. (2016). Circulair bouwen en slopen: Ketenverkenning van de bouw- en sloopsector Cirkelregio Utrecht. Utrecht Sustainability Institute. Geraadpleegd op http://www.usi.nl/uploads/media/578e2c068dd8b/20160715-rapport-ketenverkenning-bouw-en- sloopafval-final.pdf op 28-9-2016

Verbrugge, J. (2016). Circulair bouwen: Hergebruik van bouwdelen. Haagse Hogeschool.

Page 33: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

33

APPENDIX APPENDIX 1 – METHODOLOGIE

Voordat men begint met daadwerkelijk onderzoek, is het belangrijk om eerst na te denken over de methodologie die hierbij wordt gehanteerd. Om te beginnen is de in de introductie genoemde algemene onderzoeksvraag een beschrijvende. Op basis van onder andere interviews, is vastgesteld hoe de situatie volgens verschillende stakeholders dient te zijn en wat de rol en aanpak van de gemeente hierin kan zijn. Deze vraag werd beantwoord doormiddel van zowel conceptuele als normatieve en empirische sub-vragen. De twee belangrijkste variabelen (Dooley, 2009, p.60) zijn ‘effectieve rol’ en ‘aanpak’, die moeten leiden tot ‘bevordering van circulair bouwen en slopen’. De setting is de coalitie tussen de gemeente Amersfoort en Amersfoortse bedrijven (p.198).

De genoemde variabelen hebben nominale, kwalitatieve waarden. Mede vanwege dit feit is er gekozen om als onderzoeksmethode open interviews te houden. Dit is een zogenaamde ‘opdringerige’ (vertaald van obtrusive), verbale methode (p.98). Dit kan hoge reactiviteit opwekken. Gelukkig zijn in dit geval de interviewvragen niet zo sensitief om dit tot een probleem te maken.

Omdat antwoorden op interviewvragen rechtstreeks van het onderzochte subject komen, werd er in dit rapport veel gebruik gemaakt van primaire data om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Deze data bestaat vooral uit interviews met experts en bedrijven. Verder nam de onderzoeker deel aan tweewekelijkse bijeenkomsten bij de gemeente Amersfoort van de werkgroep circulaire economie en is hij naar evenementen zoals seminars geweest, waaruit ook veel (primaire) informatie is ontleend voor dit onderzoek. Verder is vanuit gesprekken met leden van TwoProfit over circulaire economie veel kennis opgedaan. Er is naast field research ook desk research gedaan, met name voor het opstellen van het hiervoor beschreven theoretisch kader (De Afstudeerconsultant, z.j.). Voor de theorie werd in dit rapport vooral gebruikgemaakt van (bestuurskundige) boeken, websites, overheidsplannen, onderzoeksrapporten, et cetera.

Het stellen van primaire gegevens naast secundaire gegevens is voor de waarborging van de betrouwbaarheid van het onderzoek van groot belang (Tubbing, 2016). De betrouwbaarheid van een onderzoek blijkt uit het feit dat een onderzoek opnieuw uitgevoerd moet kunnen worden op dezelfde manier en met identieke resultaten (Drost, 2011, p.106). Om te waarborgen dat het onderzoek op dezelfde manier kan worden uitgevoerd werd het instrument interviews aangewend. Daarnaast, om identieke resultaten veilig te stellen is bij dit onderzoek getracht een grote verscheidenheid van bronnen te raadplegen en meerdere mensen te interviewen. Wel is er sprake van een kleine n-studie, omdat er een limiet zit aan het mogelijke aantal geïnterviewden, vanwege de gelimiteerde duur van het onderzoek.

Verder is de validiteit van het onderzoek relevant. Dit geeft iets weer van in hoeverre is gemeten wat de bedoeling was om te meten (p.114). Om dit te doen, werd in het theoretisch gedeelte van dit rapport zo goed mogelijk getracht de verschillende variabelen te conceptualiseren, zodat duidelijk werd wat gemeten is. Deze conceptualisatie werd vervolgens toegepast in de interviewvragen. Zo werd bijvoorbeeld het begrip ‘rol’ onderverdeeld in drie categorieën, die vervolgens onder begrijpelijke verwoordingen werden gevraagd in het interview. Er werd dus niet letterlijk gevraagd welke rol de gemeente moet pakken, maar de conceptualisatie van het woord rol werd gebruikt, om tot een antwoord op die vraag te komen.

Zoals verderop in het theoretisch kader nader toegelicht, is afvalverwerking buiten beschouwing gelaten. Dit zorgt ervoor dat alleen actoren in de sloop, materialendistributie, bouw en opdrachtgevers van bouw over bleven (zie figuur 1.2). Hiervan is getracht tenminste één à twee actoren in het onderzoek te betrekken. Er zijn tien interviews met bedrijven gehouden. Ook zijn er vier experts geïnterviewd voor meer algemene vragen en

Page 34: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

34

er vonden twee interviews plaats met vragen over aanbesteding en samenwerking. Al deze mensen zijn geselecteerd op basis van hun positie in de keten, hun beschikbaarheid en soms op basis van hun connectie met Topstukken of de gemeente Amersfoort.

Voor ieder element in de onderzoeksvragen 4 en 5, zijn interviewvragen gesteld. Deze vragen zijn terug te vinden in appendix 3 en 4. Met een semi-gestructureerd interview passeert elke categorie de revue in ieder interview, maar is er wel speling en ruimte om andere vragen en op een andere volgorde de vragen te stellen (Easability, 2008). Dit zorgt ervoor dat eerst de kennis of activiteit van een geïnterviewde op een bepaald vlak getest kan worden en er daarna besloten kan worden hoever er op welk onderwerp doorgevraagd kan worden. Uiteindelijk zijn de resultaten gebundeld en zo goed mogelijk gebruikt om tot een antwoord te komen op de onderzoeksvraag.

Sub-onderzoeksvraag 4 luidt: “Wat is de huidige situatie in Amersfoort als het gaat om circulair bouwen en slopen, welke factoren beïnvloeden deze situatie en wat doet de gemeente op dit gebied? Om deze vraag te beantwoorden is eerst gekeken naar de huidige situatie. Daarvoor is intern bij de gemeente Amersfoort gepolst wat daar op dit moment gebeurt ter bevordering van circulair bouwen en slopen. Verder werd aan bedrijven gevraagd wat voor algemeen beeld zij hebben over de situatie op dit gebied in Amersfoort en hoe hoog zij denken te staan op het 10 R’s model. Daarna werden beïnvloedende factoren verkend door te vragen welke factoren stimulerend zijn en welke een remmende werking hebben. Ten slotte werd gevraagd wat men merkt van wat de gemeente Amersfoort op dit moment doet. Wat de gemeente doet is ook gehaald uit gemeentedocumenten en interne vergaderingen.

Vervolgens is aan de hand van vraag 5 de gewenste situatie onderzocht: “Wat is de gewenste situatie en welke rol en aanpak is er voor de gemeente Amersfoort weggelegd, volgens de bestuurskundige theorie en bedrijven, om de huidige situatie te verbeteren?” Ook hierover werden bedrijven en experts ondervraagd en is de visie en missie van de gemeente meegenomen. Daarna moest worden gekeken hoe de gemeente tot dit doel kan komen en welke rol en aanpak zij hiervoor dient te kiezen. Er werd gevraagd in hoeverre de gemeente bedrijven moet meenemen in haar beleid en welke dingen zij kan doen, als aanpak van de situatie. Tenzij anders aangegeven komt alle informatie in hoofdstuk 4 en 5 uit de interviews. Alle gehouden interviews staan in bijlage 1.

Page 35: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

35

APPENDIX 2 – RESPONDENTENLIJST2

Roelof Benthem is organisatieadviseur bij Twynstra Gudde. Het interview met hem ging dieper in op het rapport van Twynstra Gudde ‘Adaptief samenwerken in verschillende coalities’. De vragen aan Benthem staan in appendix 5.

Bert Boeijink is directeur bij bouwbedrijf Bloemendal B.V in Leusden.

Kees Boot is directeur bij Boot Ingenieurs in Veenendaal.

Wim van Druenen is inkoopadviseur bij Gemeente Amersfoort. Het interview met hem ging dieper in op het beleidsinstrument aanbesteding, aangezien dit als erg kansrijk uit de interviews kwam. De vragen aan Van Druenen staan in appendix 6.

Esther Engelen is adviseur Strategie & Beleid op gebied van duurzaamheid en energie bij woningcorporatie de Alliantie in Hilversum.

Elske van de Fliert (E) is zelfstandig ondernemer bij Zero-E in Amersfoort.

Bas de Haan is Technisch Manager bij betoncentrale Van der Kamp B.V in Amersfoort.

Ton Hoogendoorn is directeur bij Omnia Wonen in Harderwijk.

Derk-Jan Huisman is directeur bij architectenbureau agNOVA in Amersfoort.

Gijsbert Jansen is oprichter van het initiatief de Ombouw, met als doelstelling om circulair te demonteren en te bouwen.

Adrianne Jonquière (E) is programmamanager bij Stichting Circulaire Economie.

Christiaan Kraaijenhagen (E) is oprichter van Innoboost, een initiatief om bedrijven te helpen een circulair businessplan op te stellen.

Jan Poolen is directeur bij architectenbureau Zeep in Amersfoort.

Henk van Ruitenbeek is directeur van bouwbedrijf Heilijgers in Amersfoort.

Gert van Uffelen is directeur van projectontwikkelaar en bouwbedrijf Lithos in Amersfoort.

Ton Voortman (E) is zelfstandig adviseur, onder andere werkzaam als secretaris voor de Vereniging Amersfoortse Bedrijven, en heeft lange tijd gewerkt in de Kamer van Koophandel.

2 Personen met een E achter hun naam zijn geïnterviewd als expert. Anderen zijn als bedrijf geïnterviewd, mits niet anders aangegeven. De transcripten van de interviews staan in bijlage 1. Deze bijlage is op aanvraag beschikbaar.

Page 36: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

36

APPENDIX 3 – INTERVIEWVRAGEN VOOR BEDRIJVEN

Introductie

Voorstellen en uitleg geven stage en onderzoek

De resultaten van dit interview komen in mijn eindverslag naar de gemeente Amersfoort en voor de Universiteit Twente

Mag uw naam in dat verslag voorkomen als respondent, of blijft u liever anoniem?

Wie bent u en wat doet u?

Algemene vragen

(Opgesteld op basis van de onderzoeksvragen)

Æ Onderzoeksvraag 4 (Wat is de huidige situatie in Amersfoort als het gaat om circulair bouwen en slopen, welke factoren beïnvloeden deze situatie en wat doet de gemeente op dit gebied?)

Om te beginnen geef ik een definitie van circulaire economie, die de gemeente Amersfoort hanteert:

Een circulaire economie is een economisch systeem waarin waarde behouden blijft of ontstaat door producten en grondstoffen te hergebruiken en vernietiging van grondstoffen te minimaliseren.

x Hoe belangrijk vindt u zo’n systeem voor uw bedrijf? En wat denkt uw bedrijf hieraan bij te kunnen en moeten dragen?

x Waarom bent u wel/niet bezig met circulaire economie?

Huidige situatie circulair bouwen en slopen in uw bedrijf en in Amersfoort x R-model laten zien: hoe hoger op deze schaal, hoe meer circulair u bezig bent. Van welke factoren

maakt uw bedrijf gebruik en op welke manier? x Vindt u dat u als u naar deze schaal kijkt genoeg doet? Waar liggen verbeteringen? x Vind u dat er in het algemeen genoeg gebeurt in Amersfoort als het gaat om circulair bouwen en

slopen? x Vindt u dat u voldoende kennis heeft om die verbeteringen door te voeren? x Ziet u mogelijkheden om samen te werken met andere bedrijven om circulair te werk te gaan? Of doet

u dit al? Op welke manier?

Factoren die dit beïnvloeden (in het algemeen, de gemeente als factor komt later aan bod) x Zijn er dingen te noemen die het bouwen en slopen op een circulaire manier tegenhouden in

Amersfoort? o Denk aan omgeving, wetgeving, financiële aspecten, toegankelijkheid bedrijven, etc.

x En welke dingen stimuleren dit juist in Amersfoort?

Rol van de gemeente x Ik leg u drie rollen voor die de gemeente kan uitvoeren in samenwerking met bedrijven. Kunt u zeggen

welke rol de gemeente op dit moment volgens u hanteert op gebied van bouwen en slopen? Stuurt ze veel van boven, is ze een netwerkpartner van bedrijven, of wordt het met name bij bedrijven zelf neergelegd?

Huidige aanpak van de gemeente x Wat merkt u van wat de gemeente op dit moment doet om het circulair bouwen en slopen te

stimuleren of te vergemakkelijken? x Draagt wat de gemeente doet ook daadwerkelijk bij aan het circulair bouwen en slopen? x Belemmert de gemeente het circulair bouwen en slopen op de één of andere manier?

Page 37: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

37

Æ Onderzoeksvraag 5 (Wat is de gewenste situatie en welke rol en aanpak is er voor de gemeente Amersfoort weggelegd, volgens de bestuurskundige theorie en bedrijven, om de huidige situatie te verbeteren?)

Gewenste situatie x Wat zijn uw wensen op gebied van circulair bouwen en slopen voor Amersfoort? x Wat is er nodig om dit te bevorderen?

Effectieve aanpak x Wat zou de gemeente kunnen doen of laten om zoveel mogelijk circulair bouwen en slopen te

realiseren? x Als u vindt dat de gemeente meer moet doen, op welke positie van de keten moet de gemeente zich

vooral richten? Bijv. ontwerp, bouw, sloop, materiaalverwerking, etc. x Hoe relevant vindt u het voor de effectiviteit van haar aanpak, dat de gemeente bedrijven meeneemt

in haar beleid? o In het formuleren van doelen o In het bepalen van het tempo o In het bepalen van de juiste middelen

Rol x Ik noemde eerder drie rollen voor de gemeente. Welke kan ze volgens u het beste op zich nemen in

samenwerking met bedrijven op gebied van circulair bouwen en slopen?

x Tot slot ben ik nog benieuwd of u initiatieven kent in uw eigen branche of in Amersfoort van circulair

bouwen en slopen, waar ik misschien nog niet van op de hoogte ben. x Ben ik nog iets vergeten, of zijn er nog dingen die u nog kwijt wilt?

Conclusie

Ten slotte hartelijk dank voor het interview

Heeft u interesse om het eindrapport te ontvangen als dit klaar is?

Page 38: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

38

APPENDIX 4 – INTERVIEWVRAGEN VOOR EXPERTS

Introductie

Voorstellen en uitleg geven stage en onderzoek

De resultaten van dit interview komen in mijn eindverslag naar de gemeente Amersfoort en voor de Universiteit Twente

Mag uw naam in dat verslag voorkomen als respondent, of blijft u liever anoniem?

Wie bent u en wat doet u?

Algemene vragen

(Opgesteld op basis van de onderzoeksvragen)

Æ Onderzoeksvraag 4 (Wat is de huidige situatie in Amersfoort als het gaat om circulair bouwen en slopen, welke factoren beïnvloeden deze situatie en wat doet de gemeente op dit gebied?)

Om te beginnen geef ik een definitie van circulaire economie, die de gemeente Amersfoort hanteert:

Een circulaire economie is een economisch systeem waarin waarde behouden blijft of ontstaat door producten en grondstoffen te hergebruiken en vernietiging van grondstoffen te minimaliseren.

x Kunt u zich vinden in deze definitie of hanteert u een andere definitie?

Huidige situatie circulair bouwen en slopen in Amersfoort x Ik noem diverse partijen die actief zijn in Amersfoort en vraag u om aan te geven of ze naar uw mening

genoeg doen aan circulair bouwen en slopen. o Bouwbedrijven o Sloopbedrijven o Architecten o Woningcorporaties en projectontwikkelaars o Leveranciers en distributeurs van bouwmaterialen

x Vindt u dat er in het algemeen vooruitgang en vernieuwing zichtbaar is in het circulair bouwen en slopen in Amersfoort? Waaruit blijkt dat het meest?

x Denkt u dat er momenteel bij het ontwerp al rekening mee gehouden dat materialen later weer hergebruikt kunnen worden?

x Hoe zit dat bij de bouw zelf? x Ziet u al samenwerking van de grond komen om circulair te bouwen en slopen? x Denkt u dat er genoeg kennis bij bedrijven is om circulair te gaan bouwen en slopen?

Factoren die dit beïnvloeden (in het algemeen, de gemeente als factor komt later aan bod) x Zijn er dingen te noemen die het bouwen en slopen op een circulaire manier tegenhouden in

Amersfoort? o Denk aan omgeving, wetgeving, financiële aspecten, toegankelijkheid bedrijven, etc.

x En welke dingen stimuleren dit juist in Amersfoort?

Rol van de gemeente x Ik leg u drie rollen voor die de gemeente kan uitvoeren in samenwerking met bedrijven. Kunt u zeggen

welke rol de gemeente op dit moment volgens u hanteert op gebied van bouwen en slopen?

Stuurt ze veel van boven, is ze een netwerkpartner van bedrijven, of wordt het met name bij bedrijven zelf neergelegd en kijkt de gemeente aan de zijlijn toe waar ze kan helpen?

Page 39: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

39

Huidige aanpak van de gemeente x Wat merkt u van wat de gemeente op dit moment in de praktijk doet om het circulair bouwen en

slopen te stimuleren of te vergemakkelijken? x Belemmert de gemeente het circulair bouwen en slopen op de één of andere manier?

Æ Onderzoeksvraag 5 (Wat is de gewenste situatie en welke rol en aanpak is er voor de gemeente Amersfoort weggelegd, volgens de bestuurskundige theorie en bedrijven, om de huidige situatie te verbeteren?)

Gewenste situatie x Wat zijn uw wensen op gebied van circulair bouwen en slopen voor Amersfoort? Wat is er nodig om

dit te bevorderen?

Effectieve aanpak x Wat zou de gemeente kunnen doen of laten om zoveel mogelijk circulair bouwen en slopen te

realiseren? x Als u vindt dat de gemeente meer moet doen, op welke positie van de keten moet de gemeente zich

vooral richten? Bijv. ontwerp, bouw, sloop, materiaalverwerking, etc. x Hoe relevant vindt u het voor de effectiviteit van haar aanpak, dat de gemeente bedrijven meeneemt

in haar beleid? o In het formuleren van doelen o In het bepalen van het tempo o In het bepalen van de juiste middelen

Rol x Ik noemde eerder drie rollen voor de gemeente. Welke kan ze volgens u het beste op zich nemen in

samenwerking met bedrijven op gebied van circulair bouwen en slopen?

x Tot slot ben ik nog benieuwd of u initiatieven kent in uw eigen branche of in Amersfoort van circulair

bouwen en slopen. x Ben ik nog iets vergeten, of zijn er nog dingen die u nog kwijt wilt?

Conclusie

Ten slotte hartelijk dank voor het interview

Heeft u interesse om het eindrapport te ontvangen als dit klaar is?

Page 40: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

40

APPENDIX 5 – VRAGEN AAN ROELOF BENTHEM

Introductie

Voorstellen en uitleg geven stage en onderzoek

Wie bent u en wat doet u?

Samenwerkingsmodel Twynstra Gudde

U bent werkzaam bij Twynstra Gudde. Bent u bekend met het samenwerkingsmodel uit ‘adaptief samenwerken in verschillende coalities’?

x Model spreekt over regisseren en loslaten. Wat verstaat u onder regisseren? x Hoe ziet u het voor u als de gemeente volledig regisseert of volledig loslaat? x Wat verstaat u onder faciliteren en aanjagen? x Kunt u wat meer vertellen over hoe een netwerkgerichte coalitie in zijn werk gaat? x Welke van de drie coalities is voor bedrijven over het algemeen het prettigst denkt u? Regisseren,

partneren of faciliteren? x Ik denk dat de gemeente het liefst de touwtjes in handen wil houden. Kent u praktijkvoorbeelden

waarbij de gemeente toch goed samenwerkt en open staat voor bedrijven? En hoe pakte dit uit? x Als het gaat om het invoeren van nieuwe businessmodellen in bedrijven en het sluiten van

samenwerkingen om tot een kringloop van grondstoffen te komen (circulaire economie), welke rol moet de gemeente dan innemen richting bedrijven?

Conclusie

Ten slotte hartelijk dank voor het interview

De resultaten komen in mijn eindverslag naar de gemeente Amersfoort en voor de Universiteit Twente

Wilt u anoniem blijven?

Heeft u interesse om het eindrapport te ontvangen als dit klaar is?

Page 41: Op weg naar circulair bouwen en slopen in Amersfoort...Circulaire economie in de materiaalsector bouwen en slopen bevat alle elementen van een circulaire economie, toegepast op gebouwen.

Geert ten Klooster, BSc. European Public Administration, Universiteit Twente

41

APPENDIX 6 – VRAGEN AAN WIM VAN DRUENEN

1. Kun je iets vertellen over het huidige inkoopbeleid rondom bouwen en slopen? En is er ook evaluatie beschikbaar van dit beleid? Bijvoorbeeld op aspecten als duurzaamheid en social return.

2. Stelt de gemeente al bepaalde circulaire/duurzame eisen aan aannemers? Zo ja, welke?

3. Hoe reageren bedrijven over het algemeen als er bepaalde voorschriften worden gesteld in de

aanbesteding van de gemeente? Worden deze trouw opgevolgd, of probeert men er op alle mogelijke manieren onderuit te komen?

4. Wat zijn de huidige plannen om het inkoopbeleid in de toekomst meer op circulariteit te focussen?

5. Hoe wordt er momenteel bij de beoogde renovatie van het gemeentehuis in circulariteit

geïnvesteerd?

6. Hoe zit het precies met normbepalingen? Deze mogen niet in de contractbepaling staan. Hoe kan de

gemeente dan toch bepaalde normen neerzetten?

7. Wat weegt er zwaarder in de eisen aan een bepaalde aanbesteding? Economische voordelen, of

duurzaamheid? Hoe denken jullie hierover na? Want de gemeente kan ook niet maximaal spenderen op circulariteit. Welke afweging wordt er dan gemaakt?

8. Zou het circulair bouwen en slopen ook bevorderd kunnen worden door slechts adviezen of informatie

te geven, naar aanleiding van bouw- of sloopplannen, zonder hierbij allerlei eisen te stellen?

9. Thomas Rau adviseert gemeenten om in contracten aan te besteden, in plaats van producten, zodat

de verantwoordelijkheid voor het product bij de leverancier ligt. Hoe denk je hierover?

10. Heeft de gemeente veel bouw- of sloopplannen in Amersfoort? Kunt u een aantal projecten noemen?

11. Heeft de gemeente, ook transformaties van gebouwen op het oog, bijvoorbeeld van kantoren naar

woningen? Hoe makkelijk is het om een transformatie in gang te zetten, qua gemeentelijke regelgeving?

12. Wat voor rol dicht je de gemeente toe, als het gaat om samenwerking met bedrijven bij de eigen

aanbesteding? Staat ze dan boven de bedrijven, of ertussen? Waaruit blijkt dit?