Bryman - Samenvatting[1]

download Bryman - Samenvatting[1]

of 53

  • date post

    10-Jul-2015
  • Category

    Documents

  • view

    2.201
  • download

    1

Embed Size (px)

Transcript of Bryman - Samenvatting[1]

KOM - Bryman |1

Sociale onderzoeksstrategienJe kan het begrip theorie gebruiken in heel wat contexten, maar de meest gebruikte vorm is dat het een uitleg voor de waargenomen feiten/regelmatigheden is. Opmerkelijk is dat er in deze paragraaf een distinctie (Merton, 1967) mogelijk is tussen zogenaamde theories of the middle range (labelling theory, Becker, 1963) en de grand theories (vb.: structuration theory, Giddens, 1984), dewelke op een hoger en meer algemeen abstractieniveau gesitueerd zijn. Volgens Merton, bieden grand theories minder aanwijzingen voor onderzoekers over het feit hoe ze de verzameling van empirisch bewijs kunnen leiden of benvloeden. Wanneer iemand dus een theorie wil testen of er aanwijzingen uit wil halen die kunnen worden getest, is het abstractieniveau meestal zo groot dat de onderzoeker moeilijk de noodzakelijke verbanden met de echte wereld kan leggen. We kunnen hier dan ook spreken van een paradox. Zelfs de meest abstracte ideen behoeven een verband met de externe realiteit, maar het niveau van abstractie is zo hoog dat het moeilijk wordt om ze te plaatsen in het onderzoek. Met betrekking tot onderzoeks-doeleinden zijn vervolgens de grand theories volgens Merton beperkt in hun gebruik. Meer bepaald, ze zijn beperkt in hun verband met sociaal wetenschappelijk onderzoek. Hier tegenover staat dat de theories of the middle range are intermediate to general theories of social systems which are too remote from particular classes of social behavior, organization and change to account for what is observed and to those detailed orderly descriptions of particulars that are not generalized at all.

KOM - Bryman |2 Literatuur handelt als een impuls met verschillende karaktertrekken: de onderzoeker wil een inconsistentie tussen verschillende bevindingen of verschillende interpretaties van bevindingen verklaren; de onderzoeker kan een niet behandeld aspect van een topic gevonden hebben; sommige ideen kunnen voorgaand niet getest zijn; enzovoort Soms zijn wetenschappers geneigd ietwat neerbuigend te staan ten opzichte van onderzoek waarbij ze geen direct verband kunnen vinden met een theorie. Zulk onderzoek noemt men naive empricism Theorie is dus iets dat de verzameling en analyse van data begeleidt en benvloedt. Onderzoek wordt gedaan met het oog op het beantwoorden van theoretische vraagstellingen. Een andere methode om tegen theorie aan te zien is het feit dat theorie pas gevormd wordt na de verzameling en analyse van data. We stellen dus vast dat een tweede belangrijke factor aan te pas komt, namelijk het verschil tussen inductie en deductie. Deductive and inductive theory Een belangrijk onderscheid is dat tussen deductie (het bijzondere uit het algemene afleiden) en inductie (het algemene uit het bijzondere afleiden). Deductieve theorien vertegenwoordigen de meest voorkomende kijk op het verband tussen theorie en sociaal wetenschappelijk onderzoek. De onderzoeker deduceert een hypothese die moet worden onderworpen aan een nauwkeurig empirisch onderzoek. Eerst stel je een hypothese op, waarna je de data gaat verzamelen en de predictie gaat toetsen. Vervolgens ga je kijken of deze veronderstelling klopt en kan je ze gaan verwerpen of behouden. Deductie steunt op een lineair proces (stap voor stap), waarvan we echter niet altijd kunnen spreken. Bij het testen van theorien (deductie) constateren we enige logica: we kunnen immers theorien pas geloofwaardig vinden als ze grondig getest zijn geweest. Deze herhaaldelijke terugkoppeling van theorie naar data om zo de theorie beter te onderbouwen noemt men een grounded theory.

KOM - Bryman |3 Wanneer je gebruik maakt van inductie (generaliseerbare gevolgtrekkingen uit je observaties), is de theorie het resultaat van het onderzoek. Je gaat data verzamelen en analyseren, waarna je er een conclusie uit gaat trekken. Deze conclusie is dan je theorie. Het is een alternatieve manier om theorie en onderzoek te linken, hoewel het ook een deductief element bevat.

Epistemological considerations Wanneer we het epistemologische standpunt van een onderzoek gaan bekijken, vragen we ons af wat aanvaardbare kennis is (of wat het zou moeten zijn) binnen het onderzochte domein. Zeer centraal staat de vraag of de sociale wereld kan en zou onderzocht moeten worden volgens dezelfde principes en procedures die men bij de natuurwetenschappen hanteert.

Positivist epistemology Het positivisme is een epistemologisch standpunt dat de toepassing van de natuurwetenschappelijke methoden op de studie van de sociale werkelijkheid benadrukt/verdedigt. Belangrijk zijn volgende punten: Alleen empirisch verifieerbare kennis is de enige juiste (cf. Het logisch positivisme). Het doel van een theorie is om hypothese te genereren die getest kunnen worden, waardoor er verklaringen van wetten kunnen opgesteld worden (deductief principe). Kennis wordt ook bereikt door de verzameling van feiten die de bases van de wetten verstrekken. Wetenschap moet streven naar waardevrijheid (objectiviteit). Er is een duidelijk onderscheid tussen positieve en normatieve statements.

KOM - Bryman |4 Realist epistemology Het realisme is gelijkend op het positivisme. Ook zij zegt dat de natuurwetenschappelijke methoden geschikt zijn. De externe realiteit bestaat overigens onafhankelijk van onze percepties. Empirical realism: er zijn nauwe overeenkomsten (gesloten correspondentie) tussen de realiteit en de termen die ze beschrijven. Met de juiste onderzoeksmethodes kan je de realiteit begrijpen. Critical realism: theoretische termen bemiddelen onze kennis van de realiteit. Onderliggende structuren genereren waarneembare events. Er zit orde in de realiteit en in de gebeurtenissen in de sociale wereld. Enkel met dit inzicht kunnen we de sociale wereld begrijpen. Interpretivism epistemology Het interpretivisme is de term gegeven aan een contrasterende epistemologie met het positivisme (nietpositivistische methodes). Er is een strategie vereist die rekening houdt met de verscheidenheid tussen mensen en hun instituties en de objecten van de natuurwetenschappen. Daarom raadt het de sociale wetenschapper aan om de subjectieve betekenis van sociale actie aan te houden. Men wil de zin onthullen, want er is geen exacte benadering mogelijk. Kijk maar naar Webers notie van Verstehen (to understand (het interpretatieve verstaan van sociale actie), niet zozeer to explain, het hoofdingredint van het positivisme) of de fenomologie (een verschijnsel in zijn totaliteit onderzoeken zo grondig en nauwkeurig mogelijk). Als men interpretatief onderzoekt kan de onderzoeker verbaasd zijn met zijn bevindingen, tenminste als hij er extern gezien ver genoeg van af staat. Het interpretivisme is benvloed door het symbolische interactionisme en probeert de wereld te zien uit het perspectief van de actoren; een subjectieve realiteit.

KOM - Bryman |5 Ontological considerations Het ontologische aspect houdt zich bezig met welke realiteit er is en waaraan die onderhevig is. De centrale gedachte gaat om het punt of sociale entiteiten beschouwd moeten worden als objectieve entiteiten die een realiteit hebben die extern is aan de sociale actoren, of dat die sociale entiteiten moeten worden beschouwd alsof ze worden opgebouwd uit de percepties en handelingen van de actoren. Naar deze standpunten verwijst men respectievelijk als het objectivisme en het constructivisme. Objectivist ontology Het objectivisme is een ontologische positie welke impliceert dat de sociale fenomenen externe feiten zijn, die buiten ons bereik staan (de groep heeft een eigen leven). Ze zouden onafhankelijk zijn van de gedragingen van de sociale actoren. Die actoren worden namelijk geboren in een reeds bestaande wereld (vooropgestelde taken). Sociale krachten en regels oefenen druk uit op actoren om zich conform te gedragen (zie Durkheim). Bijvoorbeeld: cultuur bestaat onafhankelijk van actoren die worden gesocialiseerd in haar eigen waarden. Constructionist ontology Het constructivisme is een ontologische positie welk zegt dat sociale fenomenen en hun betekenissen onder continue invloed staan van de sociale actoren. Een groep heeft geen leven sui generis. Het impliceert dat sociale fenomenen en categorien niet enkel worden geproduceerd door middel van sociale interactie, maar dat ze ook nog een in een voortdurende staat van revisie staan.

KOM - Bryman |6 Research strategy- quantitative and qualitative Kwantitatief onderzoek kan worden beschouwd als een manier van onderzoek die gebruik maakt van numerieke data om tot een theorie te komen. Centraal staat de datareductie en de generalisatie tot de ruimere doelgroep. Veel voorkomende ontwerpen zijn surveys en experimenten. Kwalitatief onderzoek (bv. interviews of etnografie) kan worden gezien als de methode van het uitvoeren van een onderzoek dat gebruik maakt van vooral alfanumerieke data om tot een gefundeerde conclusie te komen. Gefundeerd betekent hier dat de theorie opborrelt uit de data (cf. Grounded theorie). Deze kwalitatieve methode (die in feite de subjectieve meningen die de actoren hebben wil onderzoeken) heeft aandacht voor wat er tijdens de datareductie verloren gaat. Generalisatie is niet het primaire doel.

KOM - Bryman |7

Influences on the conduct of social research Waarden drukken de persoonlijke standpunten en veronderstellingen uit van een onderzoeker. Dit kan invloed hebben op wat de onderzoeker wilt onderzoeken, hoe hij zijn onderzoeksvragen formuleert, de keuze van de gebruikte methode, Echter moeten onderzoekers zoveel mogelijk waardevrij zijn om het onderzoek niet te vertekenen.

Ook belangrijk zijn de praktische overwegingen. De keuzes van je onderzoeksstrategie, je ontwerp en je methode moeten betrekking hebben op je onderzoeksvraag en je topic. Het onderzoek moet haalbaar zijn, niet enkel qua tijd maar ook in verband met geld en dergelijke meer. Ook het feit of er al voorgaande literatuur is