HOE DE OPERA ENGELAND VEROVERDE Early Opera Company · 2018-10-30 · HOE DE OPERA ENGELAND...

of 11/11
HOE DE OPERA ENGELAND VEROVERDE Early Opera Company Christian Curnyn dirigent John Blow 1649-1708 Venus and Adonis ca 1683 Venus Lucy Crowe sopraan Adonis Jonathan McGovern bariton Cupid Rowan Pierce sopraan koorsolisten Little Cupids Miriam Allan, Katy Hill, Emma Walshe Shepherdess Emma Walshe 1st Shepherd Jeremy Budd 2nd Shepherd Jimmy Holliday 3rd Shepherd Ross Buddie Huntsman Jeremy Budd PAUZE Henry Purcell 1659-1695 Dido and Aeneas ca 1687 Dido Dame Sarah Connolly mezzosopraan Aeneas Jonathan McGovern bariton Belinda Lucy Crowe sopraan Sorceress Avery Amereau mezzosopraan Second woman Rowan Pierce sopraan koorsolisten Spirit/First witch Miriam Allan Second witch Katy Hill Sailor Jeremy Budd 3 november 2018 13.30-16.00 uur serie oude muziek-2
  • date post

    18-Feb-2020
  • Category

    Documents

  • view

    1
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of HOE DE OPERA ENGELAND VEROVERDE Early Opera Company · 2018-10-30 · HOE DE OPERA ENGELAND...

  • HOE DE OPERA ENGELAND VEROVERDE

    Early Opera Company

    Christian Curnyn dirigent

    John Blow 1649-1708Venus and Adonis ca 1683Venus Lucy Crowe sopraanAdonis Jonathan McGovern baritonCupid Rowan Pierce sopraan

    koorsolisten Little Cupids Miriam Allan, Katy Hill, Emma Walshe Shepherdess Emma Walshe 1st Shepherd Jeremy Budd

    2nd Shepherd Jimmy Holliday 3rd Shepherd Ross Buddie

    Huntsman Jeremy Budd

    pauze

    Henry Purcell 1659-1695 Dido and Aeneas ca 1687Dido Dame Sarah Connolly mezzo sopraanAeneas Jonathan McGovern baritonBelinda Lucy Crowe sopraanSorceress Avery Amereau mezzo sopraanSecond woman Rowan Pierce sopraan

    koorsolisten Spirit/First witch Miriam Allan Second witch Katy Hill Sailor Jeremy Budd

    3 november 2018 13.30-16.00 uur

    serie oude muziek-2

  • 2 358e seizoen 3 november 2018

    In het jaar 1696 verscheen An Ode on the Death of Mr. Henry Purcell, Late Servant to his Majesty, and Organist of the Chapel Royal, and of St. Peter’s Westminster. Het is een klaagzang voor twee tenoren, twee blokfluiten, cello en klavecimbel. Henry Purcell overleed iets eerder, in het jaar 1695, op slechts zesendertigjarige leeftijd. Muzikaal Engeland was geschokt, onder wie collegacomponist John Blow, die deze ode op muziek zette. De tekst was van John Dryden, een dichter en librettist met wie Purcell een aantal van zijn semi opera’s had gerealiseerd.John Blow (16491708) was niet alleen de leraar van Henry Purcell (16591695) maar ook een vriend en bewonderaar. In 1679, zelf pas dertig jaar oud, stelde hij zijn positie als organist van Westminster Abbey vrijwillig ter beschikking aan zijn tien jaar jongere collega Purcell. De tekst van de ode toont eveneens hoezeer hij zijn leerling als zijn meerdere achtte, hoewel we hier natuurlijk ook rekening moeten houden met beleefde hyperbolen: ‘Mark how the lark and linnet sing! […] So ceased the rival crew when Purcell came, they sung no more, or only sung his fame. Struck dumb they all admired the matchless man, alas too soon retired, as he too late began.’Het verbaast niet dat Blow de ode componeerde in de stijl van zijn leerling, en het treurende slotdeel komt met zijn dalende melodielijn dicht in de buurt van de slotzang van Purcells eigen ‘When I am laid in earth’ uit Dido and Aeneas. Maar het mes sneed aan twee kanten. Zonder Blow zouden we een andere Purcell hebben gekregen, dan degene die we nu zo bewonderen. Zonder Venus and Adonis geen Dido and Aeneas.

    MATCHLESS MEN

    telefoons in de zaalGeconcentreerd luisteren is voor de meeste bezoekers van de ZaterdagMatinee de ideale manier om van muziek te genieten. Daarom vragen wij u zoveel mogelijk met elkaar rekening te houden, de telefoon op ‘stil’ te schakelen en geen foto’s te maken voordat de muziek is uitgeklonken.

    programmaboekjesWist u dat u enkele dagen voor ieder concert het programmaboekje al kunt inzien op onze site? zaterdagmatinee.nl

    uitzending NPO Radio 4 en terugluisterenDit concert wordt live uitgezonden via NPO Radio 4. Via de website zaterdagmatinee.nl kunt u de gehele uitzending terug luisteren. Enkele dagen ná ieder concert kunt u het concert (zonder pauzeprogramma) terugluisteren op nporadio4.nl/

    concerten

    Matinee Café Na afloop van het concert praten Hans Haffmans en zijn gasten met elkaar na in ‘Matinee Café’. Live vanuit het Concertgebouwcafé. Vandaag: dirigent Christian Curnyn en meesterpianist Roberto Cominati.live op npo radio 4toegang gratis nporadio4.nl/

    matineecafe

    de ZaterdagMatinee op social mediaVia facebook, twitter en insta gram houdt de Matinee u op de hoogte van het laatste nieuws rond de concerten. Volg ons en praat mee!

    BENT U AL VRIEND?

    www.vriendenvandematinee.nl

    Podium WittemanPaul Witteman ontvangt zondag 4 november Phi-lippe Herre weghe, die een aantal concerten dirigeert bij het het Koninklijk Concert gebouworkest, enmet hen op tournee gaat. Verder: Trio Wanderer met Fauré en de 25jarige componiste Mathilde Wantenaar, die op verzoek van een vaste kijker van het programma een nieuw werk voor Wishful Singing componeerde.iedere zondag vanuit de hallen in amsterdamlive op npo 2 (18.05 uur) podiumwitteman.nl

    John Blow. Ets door Charles Grignion de Oudere (17211810) naar Robert White (16451703)

    opera van DeliusDirigent Sir Mark Elder brengt in de Matinee van 15 december een zelden gehoorde opera van zijn landgenoot Frederick Delius voor het voetlicht: A village Romeo and Juliet. Een bloedstollend verhaal vol Wagneriaanse elementen. Nederlandse première met het Radio Filharmonisch Orkest, het Groot Omroepkoor en vele solisten.Er zijn nog kaarten. Kijk op www.concertgebouw.nl/

    matinee

  • 4 5meerde Davenant een overdekte tennisbaan tot het Lincoln’s Inn Fieldstheater, waar hij een uitgebreide versie van dezelfde opera presenteerde.Met Davenant, Blows Venus and Adonis (circa 1683) en Purcells Dido and Aeneas (circa 1687) was er een gerede kans geweest dat het nieuwe operagenre in Engeland wortel had geschoten. Toch gebeurde dat niet. Blow schreef niet meer dan die ene opera, en Purcell wijdde zich voor zijn verdere korte carrière aan semiopera’s, zijn eigen specifieke mengvorm van spreek en muziektheater – door sommigen beschouwd als de eerste musicals. Pas toen de Duitser Georg Friedrich Händel in 1711 met zijn Rinaldo Londen op stelten zette, begon de operagekte, die tot op de dag van vandaag voortduurt.

    Venus and AdonisDe uitvinding van de opera in de renaissance hing sterk samen met de wens, de Griekse tragedie nieuw leven in te blazen. Omdat men in Italië veronderstelde dat die gezongen en gereciteerd werd, bedacht men een theatervorm met zang, declamatie en orkestrale begeleiding. In tegenstelling tot de theoretische uitgangspunten zocht men de onderwerpen voor de nieuwe kunst niet in de Griekse tragedie maar in een heel andere bron: de pastorale, poëtische en sensuele Metamorfosen van de Romein Ovidius. Daphne, Orpheus, zelfs verkorte versies van de zwerftochten van Odysseus en Aeneas komen erin voor, alsook het verhaal van Venus en Adonis. De invloed van Ovidius op literatuur, beeldende kunsten én opera tijdens renaissance en barok is ongekend groot geweest.Zo bleek ook Shakespeare niet ongevoelig voor het werk. De ovidiaanse versie van de geliefden Pyramus en Thisbe verwerkte hij in zowel Romeo and Juliet als in A Midsummer Night’s Dream. In 1593 schreef hij het epische gedicht Venus and Adonis, zich wederom baserend op Ovidius. Liefdesgodin Venus, geprikt door een pijl van haar zoon Cupido, wordt verliefd op de sterfelijke Adonis. Om bij hem in de smaak te vallen, neemt zij de gedaante aan van de jachtgodin Diana – een metamorfose. Maar Adonis wijst haar af, ondanks haar herhaalde erotische verleidingen. Hij jaagt liever op wilde zwijnen. Tijdens de jacht wordt hij gedood. Uit zijn bloed laat Venus dan een purperen bloem ontstaan – eveneens een metamorfose –, en zij vertrekt.

    John Blow en het begin van de Engelse operaBlow begon zijn carrière als koorzanger en werd al snel koorleider en componist. Hij schreef voornamelijk vocale muziek: odes en hymnes, en zogenaamde ‘celebrations’ om feestelijkheden aan het Engelse hof, al dan niet religieus, op te luisteren. In verschillende functies werkte hij daarnaast ook voor Westminster Abbey en SaintPaul’s Cathedral. In 1700 werd hij componist voor de Chapel Royal, het instituut waar hij ooit als jonge koorzanger was begonnen en dat het hof van religieuze muziek voorzag.Er bestond in het Engeland van Blow nog geen echte opera. In tegenstelling tot landen en gebieden als Frankrijk, Oostenrijk en Duitsland waren er op het Britse eiland in de zeventiende eeuw amper uitvoeringen van Italiaanse opera’s. Wel traden er Italiaanse zangers op, maar die werden voornamelijk als artificiële rariteiten beschouwd. De acceptatie van opera verliep moeizaam omdat men in Engeland een eigen aristocratisch entertainment kende dat uit zang, theater en dans bestond, de zogenaamde masque. Allegorische en mythische onderwerpen stonden centraal, en vaak was er een politieke boodschap in verwerkt die de lof zong van de leider of monarch. Wat eveneens meegespeeld kan hebben, is de sterke Shakespearetraditie en de voorliefde voor het gesproken theater.Maar er was nog een andere belangrijke oorzaak voor de vertraagde ontwikkeling van de Engelse opera. Een groot deel van de zeventiende eeuw verkeerde Engeland in oorlog of burgeroorlog, of heerste er een puriteins bewind dat theater verbood. Toch lukte het William Davenant in 1636 al om Charles I een koninklijk patent te ontfutselen om een operahuis te bouwen in Londen. Vanwege de burgeroorlog en de daaropvolgende sluiting van de theaters in 1642 is dat plan nooit gerealiseerd. The Siege of Rhodes van Davenant, die in 1656 in Rutland House werd opgevoerd, wordt door sommigen als de eerste Engelse opera beschouwd – geheel gezongen en gereciteerd. Het was een project waar maar liefst vijf componisten bij betrokken waren – een soort Reconstructie avantlalettre.* In 1661 transfor

    * Reconstructie, op tekst van Hugo Claus en Harry Mulisch, was in 1969 het

    even spectaculaire als omstreden gemeenschappelijke operaproject van

    Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Peter Schat en Jan

    van Vlijmen

    Venus en Adonis, anoniem, eind achttiende eeuw, collectie Rijksmuseum, Amsterdam

  • 6 7deel, waarna het eerste deel kort herhaald wordt. Ook in het vierdelige ballet voor de gratiën aan het slot van het tweede bedrijf figureren weer Franse dansvormen, zoals de gavotte, de sarabande en de chaconne of passacaglia. Deze laatste bestaat uit een variërende melodielijn op een steeds herhaalde ostinato bas. Een chromatisch dalende baslijn met melodische variaties zal ook de slotzang van Venus begeleiden – een vorm die later twee keer prominent in Dido and Aeneas zal terugkeren.

    Dido and AeneasEr is vaak gewezen op de parallellen tussen Venus and Adonis en Dido and Aeneas. Het zijn twee korte opera’s, sommige melodieen lijken sterk op elkaar, er komt in beide een lamento voor en de koorscènes vertonen grote overeenkomsten – zo lijkt de scène met de herders van Blow muzikaal op de heksenscènes van Purcell. De chaconne komt zoals gezegd eveneens in beide werken voor. Opvallend is eveneens de belangrijkste stemmenconstellatie: een driehoek van twee vrouwenstemmen en een donkergetinte mannenstem. Tot slot is er nog een familiale link. Volgens de mythe is Aeneas namelijk een zoon van Anchises én liefdesgodin Venus!Purcells werk werd een van de meest gespeelde barokopera’s, en niet Blows voorloper. Purcells melodieën zijn net iets briljanter en pakkender, iets minder recitativisch en meer arioso. Bovendien evolueren die ariosodelen soms in aria’s, wat bij Blow nog niet het geval was. Purcell vertelt het verhaal ook consequenter en stringenter. Sommige onderdelen zijn bij Blow een beetje arbitrair en decoratief (zoals de koorscènes met de herders en de gratiën), terwijl de heksenscènes en de zeemansscène bij Purcell een inhoudelijke motivatie en een dramaturgische contrastfunctie bezitten.Wat populariteit betreft zou je gezien de amoureuze aard van de twee werken het tegenovergestelde vermoeden. Venus and Adonis werd geschreven voor het hof van koning Charles II. Bij de première zouden zelfs zijn maîtresse en zijn buitenechte

    De librettist van John Blows operaversie is eigenlijk onbekend, maar door de vermeend feministische trekjes in de tekst is men ervan overtuigd dat het een vrouw moet zijn geweest. Lange tijd dacht men aan de dichteres Aphra Behn. In 2008 werd betoogd dat de tekst van de dichteres Anne Finch moet zijn. De Purcell Society ondersteunt die toeschrijving. Er is trouwens nog een link tussen Finch en Purcell, al doet die voor Blow minder ter zake. Purcell zette haar gedicht Love, thou art best of Human Joys op muziek.Musicologen zijn het er niet over eens of Venus and Adonis een opera, een semiopera of nog een masque is. The New Grove noemt het echter de eerste Engelse opera, te meer omdat het een werk is van één componist, en niet van een collectief. Toch staat boven een van de oudste manuscripten van het werk: ‘A masque for the entertainment of the king’. Het doet er eigenlijk niet zo heel veel toe. Van meer belang is dat het een klein meesterwerk is.Blows libretto wijkt op één kardinaal punt duidelijk af van de oorspronkelijke bron. Als Adonis besluit dat hij níet wil gaan jagen omdat hij zijn ‘prooi’ al binnen heeft, is het juist Venus die hem aanzet om toch te vertrekken – en daarmee zijn ondergang tegemoet te gaan. De reden van haar aandringen is duidelijk: liefde gedijt het beste als men elkaar vrijlaat. Als dat hier behalve voor de man ook voor de vrouw zelf geldt, is de tekst zeker feministisch. Meer in de feministische richting wijst een fragment in het tweede bedrijf. Venus vraagt Cupido hoe zij de liefde van Adonis voor haar kan vergroten. De zoon antwoordt zeer ironisch: ‘Use him very ill…’ Zoiets als: maak misbruik van hem.Wat het werk als eerste Engelse opera zo interessant maakt, zijn de muzikale en vocale vormen. Zo gebruikt Blow de gehele opera recitatief en arioso in de dialogen, een techniek die hij via voorbeelden uit Italië en Frankrijk had leren kennen. Deze dramatische delen worden afgewisseld met koorzangen en muzikale delen, die als balletten fungeerden. De vorm was direct afgeleid van de opera’s die JeanBaptiste Lully in Parijs had ontwikkeld. Zo gebruikt Blow een driedelige ouverture naar Frans voorbeeld: Maestoso, Allegro, Tempo Primo. De gepunteerde noten in het eerste deel bevestigen meteen het majestueuze karakter. Dan volgt een snel fugatisch midden

    Henry Purcell, naar John Closterman (16601711), collectie National Portrait Gallery, Londen

  • 8 9een zeeproloog, die ofwel nooit gecomponeerd is of waarvan de muziek verloren is gegaan. Die zou verwijzen naar de vloot waarmee Willem in 1688 vanuit Hellevoetsluis naar Engeland voer en, na het opvaren van de Thames, op een vreedzame manier de katholieke monarch James II verjoeg. Wel componeerde Purcell voor het koninklijke paar, en voor de begrafenis van Mary schreef hij prachtige rouwmuziek.

    Invloeden van overzeePurcell werd bij leven en welzijn al Orpheus Britannicus genoemd en hij maakte een bliksemcarrière aan het Engelse hof. Met zijn anthems, odes, liederen, semiopera’s en kamermuziek vormt hij de belangrijkste schakel tussen enerzijds de Britse middeleeuwen en renaissance en anderzijds de achttiende eeuw van Händel, die trouwens gretig leende uit het oeuvre van Purcell. De komeetachtige ontwikkeling is deels te verklaren uit de Italiaanse en Franse invloeden die Purcell onderging – al dan niet via Blow en tijdgenoten –, invloeden die in Dido and Aeneas duidelijk te traceren zijn. De recitatiefstijl was uit de Europese opera afkomstig, met name die van Lully. De dansdelen die Blow al gebruikte keren ook in Dido and Aeneas terug. Interessanter is hoe deze dansante melodieën, zoals bijvoorbeeld de zachte, elegische sarabande, de basis gaan vormen voor zangmelodieën. Dit is onder andere te horen in de aria van de Tweede hofdame: ‘Oft she visits…’. Purcell putte eveneens uit oudere Britse odes, liederen en pastorale dialogen.

    lijke dochter hebben meegezongen. Dat kan de vele knipogen in de tekst naar de losse erotische moraal verklaren, in lijn met de sensuele aard van de ovidiaanse bron. In Dido and Aeneas staat ook de liefde centraal, maar dan een die allesbehalve libertijns is. Sterker nog, zowel Dido als Aeneas heeft een eerder huwelijk achter de rug met traumatische afloop. Beiden geven zich daarom maar schoorvoetend over aan een nieuw avontuur. Bovendien weet Aeneas dat hij een politieke missie te vervullen heeft: een nieuw Troje stichten.De bron voor het verhaal waren de Aeneis van Vergilius en ongetwijfeld ook de desbetreffende passages uit Ovidius. Librettist Nahum Tate concentreert zich op Aeneas’ aankomst en verblijf in Carthago. Die had het vernietigde Troje moeten verlaten en kreeg daarbij de goddelijke opdracht mee om met zijn mannen een nieuw Troje te stichten op Italische bodem – wat Rome zou worden. Als schipbreukelingen moeten ze hun reis onderbreken en krijgen ze van koningin Dido onderdak in Carthago. Nadat de twee hun wederzijdse liefde hebben bekend, dwingen de goden Aeneas echter zijn politieke missie te vervullen en Dido te verlaten, die daarop zelfmoord pleegt. In de versie van Nahum Tate en Purcell wordt het liefdesgeluk nog eens extra verstoord door een kwaadaardige tovenares en haar twee boosaardige heksen.

    Opera’s op de kostschoolDido and Aeneas werd waarschijnlijk voor het eerst uitgevoerd in 1687 (hernomen in 1689) in een meisjesschool én gezongen door de meisjes daarvan. Dat gebeurde op de kostschool van danser en choreograaf Josias Priest, die dit instituut in 1680 in Chelsea opende. Hoewel hij daar in 1684 ook Blows Venus and Adonis zou hebben uitgevoerd en gechoreografeerd, was het verhaal van Dido and Aeneas geschikter voor de oren van de jongedames. De oprechte en compromisloze liefde van Dido was kuiser dan de erotische experimenten van Venus. Dido leert ons ook dat we soms moeten oppassen met de vurige liefdesbeloften van een minnaar.De theorie dat Dido and Aeneas werd geschreven ter meerdere eer en glorie van de Glorious Revolution van koningin Mary Stuart II en stadhouderkoning Willem III is verleidelijk – ‘When monarchs unite…’ – maar onbewezen. Het libretto heeft

    Dido en Aeneas, door Rutilio Manetti (ca 1630), collectie Los Angeles County Museum of Art

  • 1110 tweede bedrijfCupido zingt zijn hof met kleine Cupidootjes toe. Zij zorgen er met hun charme voor dat geliefden in elkaars armen vallen. Venus erkent dat Cupido met zijn pijlen duizenden kwetsbare harten kan raken. Toch vraagt hij zijn moeder hem te helpen tegen mensen die zijn wulpse liefde afwijzen. Die moet hij dan maar dwingen, betoogt de moeder, en Cupido instrueert zijn kleine volgelingen vervolgens gedetailleerd hoe ze de onwilligen moeten overhalen. Dan vraagt Venus aan Cupido hoe zij Adonis nog sterker aan zich moet binden, waarop deze ironisch antwoordt dat ze hem gewoon overmatig moet ‘gebruiken’.Na een dans van de Cupidootjes worden op verzoek van Venus de Gratiën door Cupido ten tonele gevoerd. Zij bezingen de liefde en haar godin.

    derde bedrijfVenus treurt, samen met Cupido, omdat haar geliefde maar niet terugkeert. Dan wordt de bloedende Adonis naar binnen gedragen. Hij vertelt dat hij door een wild zwijn gewond is geraakt. Venus beklaagt hem, ook al denkt Adonis dat hun zinderende liefde hem nog kan redden. Maar zijn wond is te groot en hij sterft in haar schoot. Iedereen betreurt de dode Adonis en de treurende Venus.

    VENUS AND ADONIS

    proloogCupido bezingt samen met de herders en de herderinnen de liefde. Hij verwondt iedereen met zijn liefdespijlen, terwijl het afwijzen van een minnaar gestraft zal worden met een geliefde die de daad niet bij het woord voegt. Cupido richt zich tot de leden van het hof. Niemand is trouw, behalve enkele ouderen. Minnaars moeten de drang van de natuur volgen.

    eerste bedrijfVenus en Adonis zijn samen. Adonis vraagt zich af wanneer hij de vruchten van de liefde met haar kan plukken. Venus belooft hem dat hij beloond zal worden met zacht minnespel.Plots horen zij jachtmuziek klinken. Venus spoort hem aan om aan de jacht deel te nemen. Adonis weigert omdat hij met haar zijn belangrijkste jachtbuit al binnen heeft. Maar Venus vindt dat afwezigheid nieuw verlangen creëert en is eigenlijk bang dat haar minnaar genoeg van haar zal krijgen. De vrijheid van de jacht zal hem en hun liefde juist goed doen. Adonis werpt tegen dat er mannen zijn die juist verlangen naar de ketenen van de liefde, maar Venus wijst die af als dwazen. Als de jagers gewag maken van een enorm everzwijn, voelt Adonis zich geroepen hen te volgen.

    Er zijn ook Italiaanse bronnen. Het verhaal van Dido was in 1641 voor het eerst in de opera gebruikt door de Venetiaan Francesco Cavalli in diens Didone. Er valt echter niet te bewijzen of de tekst en/of de partituur ooit in handen van Tate of Purcell zijn geweest. Interessanter is een andere opera van Cavalli: Giasone, die enkele jaren na Didone in 1649 ontstond. Die vertelt het verhaal van Jason en Medea. In deze opera zit een beroemde scène, namelijk de allereerste heksenscène in een opera. Medea’s ‘Dell’antro magico...’ (In de magische grot...) is het schoolvoorbeeld van een ombra oftewel schaduwscène, waarin bezwerende toverkunst wordt gesuggereerd. Een geestenkoor reageert vervolgens op Medea’s incantaties. Giasone was de meest gespeelde opera van de zeventiende eeuw, en het werk had daarmee de grootste kans dat partituur en libretto verspreid raakten over het continent. Er is aangetoond dat zich in Purcells tijd partituren van Cavalli in Engeland bevonden.Hoewel Engeland al langer heksenscènes kende in het theater, niet het minst in het oeuvre van Shakespeare, zijn het begin van het tweede en het begin van het derde bedrijf van Dido and Aeneas met zijn Sorceress en zijn Witches haast ondenkbaar zonder Cavalli’s voorbeeld. De sterk chromatische orkestkleuren en de verwrongen zangstijl van deze scènes zijn uiterst expressief en effectvol. Dramaturgisch is er een klein probleem: niet de goden herinneren Aeneas aan zijn missie, maar een door de heksen gecreëerde geest die zich in de gedaante van de god Mercurius vertoont. Het jaloers verstoren van het liefdesgeluk is daarmee prominenter dan de politieke missie van de held.Eveneens uit Italië komt de chaconne met de dalende baslijn, die ook Blow al benutte. De oerbron hiervoor is Monteverdi’s Lamento d’Arianna. Dido’s eerste aria, ‘Ah Belinda’, stoelt op deze vorm, evenals het beroemde slotlamento, ‘When I am laid’, die de tragische zelfmoordscène van Dido inluidt. Zij bevat een van de mooiste frasen die ooit op muziek zijn gezet: ‘When I am laid in earth, may my wrongs create no trouble in thy breast; remember me, but ah! forget my fate...’

    Willem Bruls

    SY

    NO

    PS

    ES

  • 12 13derde bedrijfscène 1De haven van CarthagoEr worden voorbereidingen getroffen voor het vertrek van de Trojaanse vloot. De matrozen zingen een lied, dat wordt gevolgd door de plotselinge verschijning van de tovenares en haar heksen. Zij zijn tevreden over de resultaten van hun stokerij. De tovenares kondigt aan Aeneas te gronde te laten gaan tijdens de oversteek over zee.scène 2Het paleis van DidoDido en Belinda zijn aangedaan door de verdwijning van Aeneas. Dido is radeloos en Belinda troost haar. Plotseling keert Aeneas terug, maar Dido is vol angstige voorgevoelens, en zijn woorden bevestigen haar vrees. Met gekrenkte trots bespot ze zijn aangekondigde vertrek. Wanneer Aeneas op zijn besluit terugkomt en besluit dat hij de goden zal trotseren en Carthago niet zal verlaten, reageert Dido furieus. Alleen al het feit dat hij ooit heeft overwogen haar te verlaten, maakt haar gevoelens onherroepelijk: hij moet vertrekken. Daarna kan Dido doen waartoe ze innerlijk al besloten had: zichzelf van het leven beroven. Stervend mijmert de koningin van Carthago over de fouten die ze heeft gemaakt. Na haar verscheiden kunnen Cupido’s rozen strooien op haar graf, zo zacht als haar hart.

    Willem Bruls

    tweede bedrijfscène 1De grot van de tovenaresDe tovenares beraamt de verwoesting van Carthago en zijn koningin. Zij roept haar metgezellen, twee heksen, op om te helpen met haar snode plannen. Haar favoriete geest zal ze als de god Mercurius vermommen en dan naar Aeneas sturen. Deze Mercurius zal hem, zogenaamd uit naam van Jupiter, herinneren aan zijn missie om naar Italië te varen. Dit zou het liefdesgeluk vernietigen en Dido diepbedroefd achterlaten. De tovenares en de heksen besluiten ook een storm tevoorschijn te toveren om Dido, Aeneas en hun gevolg dwars te zitten op hun jachtpartij.scène 2Een bosschage tijdens de jachtDido en Aeneas rusten bij een bosschage uit van de jacht, terwijl Belinda en de hofdame de mooie omgeving bezingen. De jachtbuit wordt binnengedragen en er vindt een picknick plaats. Dan hoort Dido een verre donderslag. Ze draagt Belinda en het gevolg op zo snel mogelijk naar het paleis terug te keren. Iedereen vertrekt, maar Aeneas wordt tegengehouden door de geest van de tovenares, die als Mercurius is vermomd. Hij beveelt uit naam van Jupiter dat Aeneas niet langer moet treuzelen en snel moet vertrekken om het nieuwe Troje op Latijnse bodem te stichten. Aeneas stemt in met dit gebod van de goden, maar de gedachte dat hij Dido moet verlaten, verscheurt hem. Toch bereidt hij zich voor op zijn vertrek uit Carthago.

    DIDO AND AENEAS

    voorafAan het eind van de Trojaanse oorlog is de stad Troje door de Grieken verwoest. Iedereen werd gedood, maar Aeneas kon ontkomen, met zijn vader en zijn zoon. Met zijn manschappen zwerft hij over de Middellandse Zee om de missie uit te voeren die de goden hem opdroegen: het stichten van een nieuw Troje op Italische bodem. Tijdens een storm spoelt zijn vloot aan in Carthago, waar de Phoenicische koningin Dido heerst. Zij verleent hem en zijn mannen onderdak. Tussen Dido en Aeneas ontstaan gevoelens van liefde.

    eerste bedrijf Het paleis van DidoBelinda probeert haar zuster Dido op te vrolijken, maar die is vol van verdriet. Ze vertelt dat ze haar zielenrust is kwijtgeraakt. Belinda gelooft dat de bron van dit verdriet Aeneas is. Ze suggereert dat de problemen in Carthago kunnen worden opgelost door een huwelijk tussen de twee. Dido vreest dat haar liefde haar tot een zwakke monarch maakt, maar Belinda en de hofdame stellen haar gerust dat Aeneas ook van haar houdt. Als hij binnenkomt, wordt hij eerst koel ontvangen door Dido, maar uiteindelijk aanvaardt ze zijn huwelijksaanzoek.

    Dido’s dood (ca 1640), door Sébastien Bourdon (16161671), collectie Hermitage, St. Petersburg

  • 14 15

    Christian CurnynDe Britse oudemuziekspecialist Christian Curnyn dirigeerde bij English National Opera Händels Partenope, Giulio Cesare en Rodelinda, na er eerder Dido (Katie Mitchells versie van Purcells Dido and Aeneas), Rameaus Castor et Pollux en Charpentiers Medée te hebben geleid. Elders bracht hij Die Zauberflote bij Garsington Opera, Dido and Aeneas in Aldeburgh, Partenope bij Opera Australia, Vivaldi’s Farnace en Händels Ariodante in het Salzburger Landestheater, Rameaus Platée bij de Staatsoper Stuttgart, Händels Semele bij Scottish Opera, Händels Saul bij Opera North, Brittens The Beggar’s Opera, Cavalli’s L’Ormindo en Monteverdi’s Il ritorno d’Ulisse in patria bij The Royal Opera, Le nozze di Figaro, Semele and Cavalli’s Eliogabalo bij Grange

    Park Opera, Händels Jephtha tijdens het Händelfestival in Halle, Partenope en Così fan tutte bij New York City Opera, Cavalli’s Giasone en Charpentiers Médee in het Chicago Opera Theater, Cavalli’s La Calisto en Glucks Ezio bij Oper Frankfurt en Mozarts Idomeneo in Kilkenny en Lissabon. Op het concertpodium gaf hij concerten met onder andere The Academy of Ancient Music, The English Concert, het Hallé Orchestra en het Scottish Chamber Orchestra. In 1994 richtte Christian Curnyn Early Opera Company op, waarmee hij met regelmaat optreedt in Wigmore Hall en St John’s Smith Square, Londen, en concertuitvoeringen gaf tijdens het Cheltenham Festival, het Spitalfields Festival, het York Early Music Festival, het London Festival of Baroque Music, het Kilkenny Arts Festival en de BBC Proms. Behalve uitgaven met de Early Opera Company maakte Curnyn opnamen van The Beggars Opera met the City of London Sinfonia en een schijfje met Italiaans repertoire met violiste Nicola Benedetti. Recentelijk stond hij voor het Hallé en het Bournemouth Symphony Orchestra, trad op tijdens het Händelfestival van Karlsruhe en stond op de bok bij Oper Stuttgart voor Händels Alcina en Purcells The Fairy Queen en in de Komische Oper Berlin voor Rameaus Zoroastre.

    Dame Sarah ConnollyDe Engelse mezzo Dame Sarah Connolly studeerde piano en zang aan het Royal College of Music. Vandaag de dag is Connolly vaste gast in alle grote

    operahuizen. Zo was ze bij English National Opera te zien als Gräfin Geschwitz (Lulu), Octavian (Der Rosenkavalier), Medea en Lucretia (The Rape of Lucretia). Ze vertolkte de rol van Dido in de Milanese Scala en Royal Opera House Covent Garden, waar ze terugkeerde als Fricka (Der Ring des Nibelungen), Brangäne (Tristan und Isolde) en Jocaste (Oedipe). Ze was als Brangäne, Phèdre (Rameaus Hippolyte et Aricie), Giulio Cesare en Gertrude (Deans Hamlet, wereldpremière) te zien tijdens het Glyndebourne Festival, en zong Der Komponist (Ariadne auf Naxos) en Clairon (Capriccio) in de New Yorkse Met. Tijdens het Festival d’AixenProvence trad ze aan als Sesto (La clemenza di Tito) en Ariodante, een rol die ze ook vertolkte bij De Nationale Opera en de Wiener Staatsoper. Ze zong de rollen van Lucretia en Orfeo in de Bayerische Staatsoper en was als Fricka te zien tijdens de Bayreuther Festspiele. Connolly maakte diverse cdopnamen en ontving twee Grammynominaties.Eerder in de Matinee: Bach Cantates ‘Ich hatte viel Bekümmernis’ BWV 21 & ‘Ich steh’ mit einem Fuss im Grabe’ BWV 156 (Radio Kamerorkest, Collegium Vocale Gent, Philippe Herreweghe, 2000)

    Jonathan McGovernDe Engelse bariton Jonathan McGovern studeerde aan het King’s College London en het Royal College of Music. Hij was als Sid (Puccini’s La fanciulla del West) te zien bij English National Opera, in de rollen van Alamir/Damir/Borée in André Campra’s Les fêtes vénitiennes met Les Arts Florissants en hij vertolkte de baritonpartij in Cavalli’s La Calisto met barokensemble La Nuova Musica. Hij zong de titelrol in Monteverdi’s L’orfeo in het Teatro Arriaga in het Spaanse Bilbao, Pelléas (Debussy’s Pelléas et Mélisande) in de Komische Oper Berlin, de English Touring Opera en Garsington Opera, en debuteerde als Papageno (Mozarts Die Zauberflöte) in de Staatsoper Hamburg. Hij maakte onlangs zijn debuut bij Welsh National Opera als Prins Andrej in Prokofjevs Oorlog en Vrede in een regie van David Pountney. McGovern is ook zeer actief als concertzanger, en trad op in onder meer het Konzerthaus Berlin, Wigmore Hall en tijdens het Verbier Festival.Eerder in de Matinee: Van der Aa Sunken Garden (Simon Vines; op film, 2017)

    UIT

    VO

    ER

    EN

    DE

    N

    PH

    IL PO

    YN

    TE

    R

    CH

    RIS

    TOP

    HE

    R P

    LED

    GE

    R

    GE

    RA

    RD

    CO

    LLET

    T

  • 16 17

    Early Opera CompanyEarly Opera Company, opgericht door zijn artistiek leider Christian Curnyn, richt zich op de barokke opera en oude muziek in het algemeen. Het ensemble werkt nauw samen met The Royal Opera en ontving daarvoor een Olivier Award nomination (Outstanding Achievement in Opera) voor de opvoering van Monteverdi’s Orfeo (Roundhouse) en Cavalli’s L’Ormindo (Sam Wanamaker Playhouse) en vijfsterrenrecensies voor Orfeo van Luigi Rossi en Monteverdi’s Il ritorno d’Ulisse in patria. De Early Opera Company maakte naam met uitvoeringen van Händel, waaronder een Solomon in het Royal Opera House, en Giulio Cesare in Egitto, Acis and Galatea, Serse, Alceste en La resurrezione in Wigmore Hall en St John’s Smith Square, Londen. Ook Franse muziek staat op het repertoire, waaronder Charpentiers Actéon en Rameaus Platée en Castor et Pollux. Het ensemble is regelmatig te horen op de radio en televisiekanalen van de BBC, onder meer tijdens de BBC Proms. Er verschenen bekroonde opnamen van onder andere Acis and Galatea, Serse, Alceste, Partenope, Semele en Flavio.

    Rowan PierceDe in Yorkshire geboren sopraan Rowan Pierce studeerde aan het Royal College of Music in Londen. Momenteel is ze een zogeheten Rising Star bij het Orchestra of the Age of Enlightenment. Ze zong de rol van Cis (Benjamin Brittens Albert Herring) in een productie van het Royal College of Music, Galatea (Händels Acis and Galatea) bij de Academy of Ancient Music, La princesse (Ravels L’enfant et les sortilèges) bij de Samling Academy Opera en nam de sopraanpartij voor haar rekening in Händels Israel in Egypt tijdens de BBC Proms onder dirigent William Christie. Ze debuteerde als Tiny (Brittens Paul Bunyan) bij English National Opera en maakt daar binnenkort haar roldebuut als Papagena (Die Zauberflöte). Als concertzangeres werkte ze onder meer met de Academy of Ancient Music, het Gabrieli Consort, het Scottish Chamber Orchestra, het City of Birmingham Symphony Orchestra en de Royal Northern Sinfonia.

    Avery AmereauDe Amerikaanse mezzosopraan Avery Amereau studeerde aan het Mannes College of Music in New York en de befaamde Juilliard School aldaar. Ze debuteerde in de New Yorkse Metropolitan Opera als madrigaalzangeres in Puccini’s Manon Lescaut, en zong vervolgens Dryade (Strauss’ Ariadne auf Naxos) tijdens het Glyndebourne Festival, Ursule (Berlioz’ Béatrice et Bénédict) in Seattle Opera, Cherubino (Le nozze di Figaro) in het Grand Théâtre de Genève, en de rol van Page (Salome) tijdens de Salzburger Festspiele onder dirigent Franz WelserMöst. Ze keerde als Kate Pinkerton (Puccini’s Madama Butterfly) terug naar de Met en debuteerde in de Opéra de Lille als Eduige in Händels Rodelinda onder dirigent Emmanuelle Haïm. Ze is ook als concertzanger zeer actief; zo werkte ze met William Christie en Masaaki Suzuki, en was te horen tijdens het Bachfest Leipzig en het Boston Early Music Festival.

    Lucy CroweDe Engelse sopraan Lucy Crowe studeerde aan de Royal Academy of Music en debuteerde als Sophie (Der Rosenkavalier) bij Scottish Opera, een rol die ze ook zong in de Deutsche Oper Berlin, de Bayerische Staatsoper en Royal Opera House Covent Garden. Ze was te zien als Adele (Die Fledermaus) en Servilia (La clemenza di Tito) in de New Yorkse Met, Ismene (Mitridate, Rè di Ponto), Euridice (Orfeo ed Euridice), Adina (L’elisir d’amore), Susanna (Le nozze di Figaro), Gilda (Rigoletto) en Belinda in ROH Covent Garden en vertolkte de titelrol in Händels Rodelinda in Teatro Real Madrid. Ze maakte haar Amerikaanse debuut als Iole (Hercules) bij Chicago Lyric Opera en was bij English National Opera te zien als Pamina (Die Zauberflöte), Doña Isabel (The Indian Queen) en Poppea (Agrippina). Crowe was meermaals te gast tijdens het Glyndebourne Festival, onder meer als Merab (Händels Saul), Micaëla (Carmen) en het Vosje in Janáčeks Het sluwe vosje, en werkte met dirigenten als Iván Fischer, Sir Roger Norrington en Sir John Eliot Gardiner.

    MA

    RC

    O B

    OR

    GG

    RE

    VE

    MA

    TILD

    E FA

    SS

    Ò

    GE

    RA

    RD

    CO

    LLET

    T

    CH

    AN

    SO

    NE

    TT

    E

    biografieën solisten: Marijne Thomas

  • 19

    NA

    AM

    EN

    SE

    MB

    LE

    ORKEST

    EERSTE VIOOLAlida SchatEmilia BenjaminHannah TibellAndrea JonesMiki TakahashiNia Lewis

    TWEEDE VIOOLTuomo SuniElizabeth MacCarthyDominika FeherKarin BjorkHolly Harman

    ALTVIOOLLouise HoganOliver WilsonJordan Bowron

    BASVIOOLJoseph CrouchAndrew SkidmoreAlbert Bruggen

    CONTRABASJudith Evans

    THEORBE & BAROKGITAARMichael Fentross

    HARPSiobhan Armstrong

    VIOLA DA GAMBAReiko Ichise

    KLAVECIMBELChristopher Bucknall

    BLOKFLUITENIan WilsonMirjamLuise Münzel

    KOOR

    SOPRAANMiriam AllanKaty HillEmma Walshe

    HOGE TENORMatthew BealeJeremy BuddDaniel Thomson

    TENOR Ross BuddieBenjamin ClarkWilliam Searle

    BASWilliam GauntJimmy HollidayStephen KennedyE

    AR

    LY O

    PE

    RA

    CO

    MP

    AN

    Y

    zaterdag 10 november 14.15-ca 16.15 uurConcertgebouw Amsterdamserie gok & friends-1

    AANKLACHT EN GLORIE

    Radio Filharmonisch OrkestGroot OmroepkoorEdward Gardner dirigentKlaas Stok koordirigent

    Okka von der Damerau sopraanMarcel Beekman tenor

    Ravel Le tombeau de CouperinBoulanger Du fond de l’abîme (Psalm 130)Bach/Webern RicercareStravinsky Psalmensymfonie

    Aanklacht en glorie: Lili Boulanger en de PsalmensymfonieEen hoofdrol voor het Groot Omroepkoor in dramatische koorwerken van Lili Boulanger (Du fond de l’abîme) en Igor Stravinsky (Psalmensymfonie). Nog meer oorlogsleed bij Webern en Ravel...

    Lili Boulanger en de Grote OorlogLili Boulanger had met gemak een van de grootste componisten van de twintigste eeuw kunnen worden als zij niet op 24jarige leeftijd was gestorven. Haar psalm Du fond de l’abîme (‘Uit de diepten roep ik tot u’) is een vanuit het ruggenmerg gecomponeerde aanklacht tegen de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog die zij van dichtbij aanschouwde. Het verbijsterende aan deze compositie is dat Boulanger hier anticipeert op een veel later fenomeen, de grote oratoria van Honegger. Waar haalde ze het vandaan?

    De Psalmensymfonie van StravinskyTerwijl Lili Boulanger de Heer aanroept vanuit de diepste diepten zingt Igor Stravinsky zijn lof in de Psalmensymfonie, ‘composée à la Gloire de Dieu’ – het enige stuk waaraan hij zonder opdrachtgever begon. Twee werken met een glorierol voor het Groot Omroepkoor...Is een groter contrast met de twee kleinere orkestwerken denkbaar? In hun neobarokke sereniteit brengen die hommage aan Couperin en Bach. Maar opnieuw is de oorlog vlakbij. Elk van de delen van Ravels Tombeau de Couperin is opgedragen aan een gesneuvelde vriend. Anton Webern stierf in 1945 door een kogel uit de loop van het geweer van een Amerikaanse soldaat.

    VO

    LGE

    ND

    E C

    ON

    CE

    RTE

    N

    19182018

    FO

    TO B

    EN

    JAM

    IN E

    ALO

    VE

    GA

  • 20

    vrijdag 9 november, 20.15 uurTivoliVredenburg Utrechtwww.avrotrosvrijdagconcert.nl

    DE KLEINE ZEEMEERMIN EN BRAHMS’ VIOOLCONCERT

    Nederlands Philharmonisch Orkest Marc Albrecht dirigent

    Arabella Steinbacher viool

    Brahms VioolconcertZemlinsky Die Seejungfrau

    zaterdag 1 december 14.15-ca 16.00 uurConcertgebouw Amsterdamserie rfo & friends ii-2

    FEEËRIEK HARPCONCERT DOOR LAVINIA MEIJERRadio Filharmonisch OrkestLudovic Morlot dirigent

    Lavinia Meijer harp

    Mendelssohn Ouverture Midzomer-nachtsdroomSaariaho Trans nederlandse premièreStravinsky De vuurvogel

    ST

    EP

    HA

    N V

    AN

    FLE

    TE

    RE

    N

    SA

    MM

    Y H

    AR

    T