Globalisering:

27
Globalisering: Gaan onze banen naar China en India? door Dr. A.H. Kleinknecht, Hoogleraar economie van innovatie, Faculteit Techniek, Bestuur en Management, TU Delft

description

Globalisering:. Gaan onze banen naar China en India? door Dr. A.H. Kleinknecht, Hoogleraar economie van innovatie, Faculteit Techniek, Bestuur en Management, TU Delft. Globaliseringverhalen. Er is in de jaren tachtig een structurele breuk: door ICT is de wereld kleiner geworden. - PowerPoint PPT Presentation

Transcript of Globalisering:

Page 1: Globalisering:

Globalisering:

Gaan onze banen naar China en India?

door

Dr. A.H. Kleinknecht,

Hoogleraar economie van innovatie,

Faculteit Techniek, Bestuur en Management,

TU Delft

Page 2: Globalisering:

Globaliseringverhalen

• Er is in de jaren tachtig een structurele breuk: door ICT is de wereld kleiner geworden.

• Afstanden doen er almaar minder toe (‘Death of distance’). Wij leven in een ‘global village’.

• Kapitaal is footloose geworden.• Onze welvaart wordt bedreigd door lagelonenlanden

(‘wij kunnen toch nooit concurreren tegen hun lonen’)

• Worden we met onze ‘eurosclerosis ’ het Jutland van de wereldeconomie?!

Page 3: Globalisering:

Neem nou eens (als willekeurig gekozen voorbeeld!): “Waar komt de Hollandse fiets vandaan?”

(Daar gaan onze banen … !)

Percentage fietson-derdelen geprodu-

ceerd in Nederland:

Percentage fietsonderdelen

geproduceerd in Azië:

1980 40% 10%

1990 23% 44%

Page 4: Globalisering:

Een ander voorbeeld: kapitaalvlucht(Wij zijn geen aantrekkelijke vestigingsplaats!)

Directe buitenlandse investeringen:a) vanuit Nederland in het buitenlandb) vanuit het buitenland in Nederland(Als percentages van de binnenlandse investeringen in NL)

Nederlandse investeringen in het buitenland

Buitenlandse investeringen in Nederland

1981 12,9% 5,4%

1985 11,2% 2,5%

1990 22,7% 14,8%

1993 17,1% 10,9%

Page 5: Globalisering:

Importpenetratie en kapitaalvlucht: Hoe komt dat?

Page 6: Globalisering:

Misverstanden omtrent globalisering

Misverstand 1: “Hun lonen zijn zoveel keer lager dan de onze: wij kunnen toch

nooit tegen hen concurreren!”

Tegenargument: Wat telt zijn niet de lonen maar de loonkosten (per eenheid

product); wij moeten dus wat iemand kost relateren aan wat die voor het bedrijf oplevert; voor het concurrentievermogen telt uiteindelijk de relatie tussen loon en toegevoegde waarde.

Page 7: Globalisering:

Een voorbeeld: Lonen versus loonkosten

N.B. De neoklassieke theorie voorspelt dat bij perfect werkende markten de lonen en de toegevoegde waarde perfect met elkaar correleren. Hoge (of lage) lonen gaan dus in beginsel altijd samen met hoge (of lage) arbeidsproductiviteit (= toegevoegde waarde per arbeidsuur).

Uurloon

(1)

Toegevoegde waarde per

arbeidsuur (2)

Loonkosten per eenheid product

(1) : (2)

Amsterdam 20 80 0,25

Bratislava 2,5 10 0,25

Page 8: Globalisering:

Misverstanden omtrent globalisering

Misverstand 2: “Bedrijven zijn 'footloose'; ze kunnen zich makkelijk

verplaatsen naar lagelonenlanden”

Tegenargumenten:Industrial Districts* - Bedrijven zijn afhankelijk van:

1. Een lokale arbeidspool,

2. Relaties met gespecialiseerde toeleveranciers in hun regio en

3. Lokale kennisnetwerken

*Alfred Marshall: Principles of Economics, London: Macmillan, 1890

Page 9: Globalisering:

Misverstanden omtrent globalisering

Misverstand 2: “Bedrijven zijn 'footloose'; ze kunnen zich makkelijk

verplaatsen naar lagelonenlanden”

 Tegenargumenten:• Bedrijven zijn afhankelijk van “tacit knowledge”. Dit is

‘ontastbare’, slecht gedocumenteerde, niet gecodificeerde ervaringskennis van medewerkers. Deze kennis is lastig overdraagbaar over geografische afstanden

• Dienstenbedrijven moeten het veelal hebben van lokale reputaties die eveneens lastig overdraagbaar zijn over geografische afstanden

Page 10: Globalisering:

Misverstanden omtrent globalisering

Misverstand 2: “Bedrijven zijn 'footloose'; ze kunnen zich makkelijk

verplaatsen naar lagelonenlanden”

 

Andere tegenargumenten:• Bedrijven moeten zich vestigen waar de koopkracht is• Bedrijven zijn afhankelijk van goed functionerende

infrastructuren

Page 11: Globalisering:

Nog een tegenargument: De lokale binding van kennis

Innovatie in ‘s werelds 359 grootste bedrijven:

• Gemiddeld bevinden zich 12% van hun innovatieve activiteiten (25% van hun productie) buiten het thuisland.

Bron: Tidd, J., J. Bessant & K. Pavitt: Managing Innovation, Chichester: Wiley 2005, p. 211-213.

Page 12: Globalisering:

Nog een tegenargument: De lokale binding van kennis

Innovatie in ‘s werelds 359 grootste bedrijven:

• Gemiddeld bevinden zich 12% van hun innovatieve activiteiten (25% van hun productie) buiten het thuisland.

• De omvang van innovatieve activiteiten in het buitenland hangt samen met de omvang van buitenlandse productie.

Bron: Tidd, J., J. Bessant & K. Pavitt: Managing Innovation, Chichester: Wiley 2005, p. 211-213.

Page 13: Globalisering:

Nog een tegenargument: De lokale binding van kennis

Innovatie in ‘s werelds 359 grootste bedrijven:

• Gemiddeld bevinden zich 12% van hun innovatieve activiteiten (25% van hun productie) buiten het thuisland.

• De omvang van innovatieve activiteiten in het buitenland hangt samen met de omvang van buitenlandse productie.

• Bedrijven uit kleine landen hebben grotere delen van hun innovatieve activiteiten in het buitenland.

Bron: Tidd, J., J. Bessant & K. Pavitt: Managing Innovation, Chichester: Wiley 2005, p. 211-213.

Page 14: Globalisering:

Nog een tegenargument: De lokale binding van kennis

Innovatie in ‘s werelds 359 grootste bedrijven:

• Gemiddeld bevinden zich 12% van hun innovatieve activiteiten (25% van hun productie) buiten het thuisland.

• De omvang van innovatieve activiteiten in het buitenland hangt samen met de omvang van buitenlandse productie.

• Bedrijven uit kleine landen hebben grotere delen van hun innovatieve activiteiten in het buitenland.

• Productie in het thuisland is innovatie-intensiever dan productie in het buitenland.

Bron: Tidd, J., J. Bessant & K. Pavitt: Managing Innovation, Chichester: Wiley 2005, p. 211-213.

Page 15: Globalisering:

Nog een tegenargument: De lokale binding van kennis

Innovatie in ‘s werelds 359 grootste bedrijven:

• Gemiddeld bevinden zich 12% van hun innovatieve activiteiten (25% van hun productie) buiten het thuisland.

• De omvang van innovatieve activiteiten in het buitenland hangt samen met de omvang van buitenlandse productie.

• Bedrijven uit kleine landen hebben grotere delen van hun innovatieve activiteiten in het buitenland.

• Productie in het thuisland is innovatie-intensiever dan productie in het buitenland.

• De meeste buitenlandse innovatieve activiteiten vinden plaats in de VS en Europa (feitelijk: Duitsland). Ze zijn dus niet gemondialiseerd.

Bron: Tidd, J., J. Bessant & K. Pavitt: Managing Innovation, Chichester: Wiley 2005, p. 211-213.

Page 16: Globalisering:

Misverstanden omtrent globalisering

Misverstand 3: “De Chinezen pakken onze banen en welvaart in"

 Tegenargumenten: Verkeerd denkbeeld: het gaat niet om de verdeling van een

gegeven koek (‘als zij meer krijgen, krijgen wij minder’). Het gaat om de verdeling van de groei van de koek.

Page 17: Globalisering:

Misverstanden omtrent globalisering

Misverstand 3: “De Chinezen pakken onze banen en welvaart in"

 Tegenargumenten: Verkeerd denkbeeld: het gaat niet om de verdeling van een

gegeven koek (‘als zij meer krijgen, krijgen wij minder’). Het gaat om de verdeling van de groei van de koek.

De exportopbrengsten van China of India verdwijnen niet in een zwart gat, maar blijven binnen de economische kringloop: zij dienen voor de financiering van import en/of van kapitaalexport. China en India zijn aanbieders en vragers

Page 18: Globalisering:

Misverstanden omtrent globalisering

Misverstand 3: “De Chinezen pakken onze banen en welvaart in"

 Tegenargumenten: Verkeerd denkbeeld: het gaat niet om de verdeling van een

gegeven koek (‘als zij meer krijgen, krijgen wij minder’). Het gaat om de verdeling van de groei van de koek.

De exportopbrengsten van China of India verdwijnen niet in een zwart gat, maar blijven binnen de economische kringloop: zij dienen voor de financiering van import en/of van kapitaalexport. China en India zijn aanbieders en vragers

Hun deelname in de wereldeconomie biedt nieuwe kansen om de voordelen van internationale arbeidsdeling te benutten (David Ricardo)

Page 19: Globalisering:

Misverstanden omtrent globalisering

Misverstand 4: Ze concurreren ons weg! Ze trekken het kapitaal naar zich

toe en overspoelen ons met hun goedkope importen

Tegenargument: De simpele logica van de betalingsbalans: een land kan nooit

een exportoverschot van goederen hebben en tegelijkertijd netto importeur van kapitaal zijn (anders zou de boekhouding niet kloppen!)

Page 20: Globalisering:

  Lopende rekening (of wel: handelsbalans)

Import (van goederen en diensten)

Export (van goederen en diensten)

Inkomensoverdrachten naar het buitenland

Inkomensoverdrachten vanuit het buitenland

 

Page 21: Globalisering:

 

Kapitaalrekening

Import van kapitaal (Aankoop door buitenlanders van Nederlandse aandelen, obligaties, onroerend goed etc.)

Export van kapitaal 

(Aankoop door Nederlanders van aandelen, obligaties, onroerend

goed etc. in het buitenland) 

Page 22: Globalisering:

De betalingsbalans

Lopende rekening + kapitaalrekening = betalingsbalans

Lopende rekening + kapitaalrekening moeten samen (ongeveer) in evenwicht zijn, anders: wisselkoersreactie!

Page 23: Globalisering:

Is er een dreiging van globalisering? Ja, de Amerikaanse schuldeneconomie

Probleem: De VS hebben een forse importoverschot (= ‘nationaal spaartekort’)

in de handel met China (en de rest van de wereld). China heeft een exportoverschot (= ‘nationaal spaaroverschot’)

De totale importoverschot van de VS is ruim 600 miljard dollar op jaarbasis (ruim 6% van het jaarlijkse nationaal inkomen van de VS)

Vraag: hoe wordt dat gecompenseerd?

Page 24: Globalisering:

Is er een dreiging van globalisering? Ja, de Amerikaanse schuldeneconomie

Compensatie: De VS moeten voor ruim 600 miljard dollar (ca. 3 miljard dollar per

werkdag!) kapitaal importeren teneinde de betalingsbalans in evenwicht te kunnen houden

China koopt voortdurend US Dollars (in ruil tegen Yuans), teneinde de wisselkoers van de Yuan laag en die van de Dollar hoog te houden.

China heeft intussen voor ruim 650 miljard US dollars (Japan ruim 800 miljard) opgehoopt, c.q. daarmee Amerikaanse obligaties gekocht.

Vraag: hoe moet dat verder? Komt er een dollarcrisis?

Page 25: Globalisering:

Meer lezen?

Kleinknecht, A. & J. ter Wengel: 'The myth of economic globalization', in Cambridge Journal of Economics, Vol. 22 (1998): 637-647.

verkrijgbaar op: www.eci.tbm.tudelft.nl

Page 26: Globalisering:

De echte job-killer in Europa: Technologische vooruitgangEen illustratie voor de EU-14 (excl. Luxemburg)

EU-14 Groei BBP

Groei BBP per arbeidsuur

(arbeidsproductiviteit)

Groei arbeids-uren per 1% groei BBP

1950-60 4,5 4,2 0,07

1960-73 5,2 5,7 - 0,09

1973-80 2,6 3,0 - 0,15

1981-90 2,4 2,1 0,12

1991-00 2,5 2,2 0,13

Page 27: Globalisering:

Technologische vooruitgang als job-killer?Nederland als uitzondering

NL Groei BBP

Groei BBP per arbeidsuur

(arbeidsproductiviteit)

Groei arbeids-uren per 1% groei BBP

1950-60 4,6 4,2 0,10

1960-73 4,9 4,5 0,07

1973-80 2,4 2,5 - 0,05

1981-90 2,2 1,0 0,57

1991-00 2,8 1,1 0,61