Doe-democratie. Tips voor raadsleden, wethouders ......Doe-democratie. Tips voor raadsleden,...

of 16 /16
Doe-democratie Tips voor raadsleden, wethouders, ambtenaren en burgers

Embed Size (px)

Transcript of Doe-democratie. Tips voor raadsleden, wethouders ......Doe-democratie. Tips voor raadsleden,...

  • Doe-democratieTips voor raadsleden, wethouders,

    ambtenaren en burgers

  • Dankwoord en colofonGraag spreken we onze grote dank uit aan de

    gemeenten Eindhoven, Ouder-Amstel en Kampen, die

    deze publicatie mogelijk hebben gemaakt, en speciaal

    aan de raadsleden, wethouders en actieve bewoners

    uit deze gemeenten die met ons hebben meegedacht

    over de doe-democratie. Ook veel dank aan alle spre-

    kers van de lezingen die hun inzichten en kennis met

    ons hebben gedeeld, en aan Maria van der Harst die

    als vrijwilliger aan dit project heeft meegewerkt.

    De verantwoordelijkheid voor eventuele fouten in

    de tekst ligt geheel bij ProDemos.

    Tekst

    Anna Domingo, Kars Veling (ProDemos), Yara Al

    Salman (stagiaire), Henk van der Meulen (griffier

    Kampen)

    Eindredactie

    Sandra Boersma

    Lay-out

    Puntspatie [bno], Amsterdam

    Druk

    Printed, Den Haag

    Fotografie

    Lizzy Kalisvaart

    Bob Karhof

    Mladen Pikulic, © Anne Frank Stichting

    iStockphoto.com

    Eerste druk 2015

    Tweede druk 2017

    Kijk voor meer informatie over ProDemos en

    burgerparticipatie op www.participatiewijzer.nl.

    Of neem contact op met Anna Domingo

    ([email protected]).

  • 4 Inleiding

    5 Het traject5 De lezingen: vijf deskundigen over de doe-democratie

    7 De expertmeetings: over de rol van de lokale overheid

    9 De tips en suggesties uit de expertmeetings9 Stap 1: Beleid bepalen10 Stap 2: Doe-democratie stimuleren11 Stap 3: Draagvlak voor initiatieven13 Stap 4: Reageren op maatschappelijke ongelijkheid14 Stap 5: Zorgen voor continuïteit

    Inhoud

  • ProDemos4

    Democratie is niet statisch; het is een voortdurende zoek-tocht naar de verhouding tussen burgers en overheid, ennaar manieren om de participatie van burgers te vergrotenen de kloof tussen de overheid en burgers te verkleinen.Een van de opbrengsten van die zoektocht is het instru-ment inspraak, dat in de jaren 70 van de vorige eeuw werdgeïntroduceerd. Inspraak is in Nederland nu wettelijkverplicht voor bestemmingsplannen. Het biedt burgers demogelijkheid om invloed uit te oefenen voordat de besluit-vorming plaatsvindt. Later kwam daar interactieve beleids-vorming bij, waarin burgers door de overheid uitgenodigdworden om mee te denken over nieuwe plannen en beleid.

    De laatste jaren zijn de eigen ideeën en initiatieven vanburgers meer centraal komen te staan. De termen diehierbij gebruikt worden, zijn burgerinitiatieven, overheids-participatie, en sinds kort: doe-democratie. Doe-demo-

    Inleidingcratie is een vorm van participatie waar ‘het doen’ centraalstaat in plaats van praten, debatteren of lobbyen. Burgersorganiseren, burgers beheren, burgers steken de handenuit de mouwen voor de publieke zaak.

    Met de kabinetsnota De Doe-democratie. Kabinetsnota terstimulering van een vitale samenleving uit 2013 als vertrek-punt, is ProDemos op onderzoek uitgegaan om teontdekken wat de doe-democratie betekent voor de lokalerepresentatieve democratie. Van november 2014 tot april2015 hebben we deze vragen uitgediept in een serielezingen en expertmeetings. Het resultaat is de verzame-ling tips die we hier presenteren. Wij hopen van harte datraadsleden, wethouders, ambtenaren en inititiatiefne-mende burgers deze tips kunnen gebruiken bij hetuitvoeren of ondersteunen van burgerinitiatieven in hungemeente.

  • Doe-democratie. Tips voor raadsleden, wethouders, ambtenaren en burgers 5

    Om te komen tot de tips en suggesties die we hier presen-teren, heeft ProDemos eerst vijf lezingen georganiseerdover de doe-democratie. Deskundigen uit verschillendedisciplines bogen zich over de vraag: hoe democratisch isde doe-democratie? Deze vijf deskundigen waren:• Pieter de Rooy (emeritus hoogleraar Nederlandse

    geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam)• Paul Dekker (hoogleraar Sociologie aan de Universiteit

    van Tilburg en medewerker van het SCP)• Paul Frissen (hoogleraar Bestuurskunde Universiteit van

    Tilburg)• Joop van den Berg (emeritus hoogleraar Nederlandse

    politiek en parlementaire geschiedenis aan deUniversiteit van Leiden)

    • Ronald Plasterk (minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties en eerstverantwoordelijke voor dedoe-democratie)

    Uit hun lezingen destilleerde ProDemos vier thema’s:1. De relatie tussen de representatieve democratie en de

    doe-democratie: Wie gaat waarover? Zijn deverwachtingen helder? Hoe zijn de verschillende spelersbetrokken bij activiteiten?

    2. Draagvlak in het bestuur en in de samenleving: Is er welbestuurlijke ruimte voor de doe-democratie? Hoe is hetgesteld met de betrokkenheid van maatschappelijkeorganisaties, ambtelijke diensten, bestuurders? Hoewordt geld of ambtelijke ondersteuning verdeeld?

    3. Mogelijke maatschappelijke ongelijkheid: Hoe ver magongelijkheid gaan? Zijn regels op te schorten? Welkenieuwe vormen van ongelijkheid kunnen ontstaan?

    4. Continuïteit: Hoe kunnen we ervoor zorgen datburgerinitiatieven ook op termijn vruchtbaar zijn? Isverankering mogelijk? Wie is hiervoor verantwoordelijk?

    Deze thema’s vroegen om meer verdieping vanuit de lokalepraktijk. ProDemos organiseerde daarom drie expertmee-tings, in respectievelijk Kampen, Ouder-Amstel en Eind-hoven, waar we deze vragen bespraken met mensen uit delokale praktijk: wethouders, raadsleden, ambtenaren enburgers. Zij zijn immers al een tijd bezig met burgerinitia-tieven en de doe-democratie. Wat zijn hun ervaringen?Welke oplossingen dragen zij aan voor mogelijkeproblemen? Het resultaat van deze expertmeetings is deverzameling tips die we in dit rapport presenteren.

    De lezingen: vijf deskundigen over de doe-democratie

    Pieter de RooyPieter de Rooy besprak de doe-democratiein historisch perspectief. De onsvertrouwde verzorgingsstaat is nog niet zooud. En over de gevaren van zo’n groteoverheid schreef De Toqueville al in 1831.Hij waarschuwde voor een ‘woud aan minu-tieuze en uniforme regels, opgesteld doorde staat’. Die zouden de vrijheid en gelijkheid verdrijvenen de zelfstandigheid van de civil society in de kiemsmoren. In zijn lezing liet De Rooy zien dat de verhoudingtussen staat, burgers en middenveld niet vastliggen maaraan sterke conjunctuurbewegingen onderhevig zijn.Waarom zou de samenleving dus niet weer kracht ontwik-kelen onafhankelijk van de staat?

    Paul DekkerVolgens Paul Dekker is er geen reden omsomber te zijn over de participatie vanburgers, Nederlanders doen niet mindervrijwilligerswerk dan voorheen, en ook dedeelname aan collectieve acties en de poli-tieke interesse van de Nederlanders isgemiddeld hoog wanneer je dit vergelijktmet andere (Europese) landen. De doe-democratie is eennieuwe vorm van participatie, waarin burgers meer eigenverantwoordelijkheid krijgen. Dit kan positief zijn voor degemeenschapszin, onderlinge contacten en de collectievevaardigheden van de actieve groep burgers, maar hetbrengt ook risico’s met zich mee:• Samenwerking tussen inwoners kan een bron van

    ergernis en spanning zijn; meningsverschillen kunnenmakkelijk tot ruzies leiden.

    • Grote (inter)nationale kwesties kunnen uit het zichtverdwijnen, omdat de focus wordt gelegd op de kleinereaspecten die behapbaar zijn voor de inwoners.

    Paul FrissenVoor Paul Frissen is het terugtreden van deoverheid een logische en bijna onontkoom-bare ontwikkeling: hij ziet de periodewaarin de overheid voor de burger ‘zorgde’als een uitzonderlijke en relatief korteperiode in de geschiedenis. We zijn ercompleet in vastgelopen. De politiek zoumoeten aanvaarden dat leed, pech en onvolmaaktheden bijde wereld horen. Wanneer een staat een einde wil maken

    Het traject

  • ProDemos6

    aan die tragiek, is deze staat met gevaarlijke dingen bezig.De Nederlandse overheid moet niet overal grip op willenhebben, ze moet ook kunnen loslaten. Zo kan er ruimtekomen voor meer burgerparticipatie. Daarbij moet menaccepteren dat er meer verschil en ongelijkheid zalontstaan.

    Joop van den BergJoop van den Berg richtte de aandachtop de actiegroepen van de jaren 60 en70: die werden niet gestimuleerdvanuit de politiek, burgers kwamendaar zelf mee. Zij hebben ervoorgezorgd dat de overheid ontvankelijkerwerd voor zeggenschap vanuit desamenleving. Maar in hoeverre was wat de actiegroepenwilden representatief voor wat er in de samenlevingleefde? De relatie tussen actiegroepen en de politiek heeftzijn eigen vorm gevonden in de loop van de jaren. Maarburgerinitiatieven zijn niet superieur omdat ze de overheiderbuiten laten. Volgens Van den Berg is ‘doe-democratie’slecht Nederlands voor participatie. Wat hem betreft blijftde parlementaire democratie onmisbaar als waarborg voorhet algemeen belang en de weging van belangen.

    Ronald PlasterkHet laatste woord was aan ministerRonald Plasterk. Hij gaf drie trends aan,die volgens hem de basis en de contextvormen voor de doe-democratie:1. Onderlinge solidariteit: die

    organiseerde zich anderhalve eeuwgeleden in de publieke sector. Zoontstonden allerlei initiatieven die nugeprofessionaliseerd en geïnstitutionaliseerd zijn, denkbijvoorbeeld aan verzekeringsmaatschappijen enschoolbesturen.

    2. Onderwijs: na de Tweede Wereldoorlog was ongeveer5% van de Nederlandse bevolking hoger opgeleid; nu isdit ongeveer 50%.

    3. Terugtrekkende overheid: die is ontstaan door eengebrek aan financiële middelen.

    De minister gaf een aantal concrete voorbeelden van veran-dering in de verhoudingen tussen burger en overheid, zoalshet openstellen van data. Ook experimenten met wet- enregelgeving zijn belangrijk, zoals de invoering van buurt-rechten. Maar er zal altijd een belangrijke rol voor de over-heid blijven, bijvoorbeeld om veiligheid te waarborgen ofervoor te zorgen dat kwetsbare groepen niet in het gedrangkomen.

  • Doe-democratie. Tips voor raadsleden, wethouders, ambtenaren en burgers 7

    Naar aanleiding van de serie lezingen besloten we om meeraandacht te besteden aan de rol die de lokale overheid enpolitiek kunnen spelen bij het vormgeven en stimulerenvan de doe-democratie. Dit deden we om twee redenen:

    A. De gemeente kan doe-democratie stimulerenDe gemeente blijkt in de praktijk al een grote rol te spelenbij de realisatie van burgerinitiatieven. De doe-democratiewordt natuurlijk allereerst geassocieerd met initiatievenvan onderop, maar soms is juist het feit dat de overheidiets doet – bijvoorbeeld een ontmoetingsruimte beschik-baar stellen – de aanleiding voor bewoners om activiteitente ondernemen. Soms faciliteert een subsidieregelingbewoners die een idee willen realiseren. Het is daaromwaardevol om aandacht te besteden aan de belangrijke rolvan de gemeente in het stimuleren en realiseren van dedoe-democratie.

    B. De rol van raadsleden, wethouders en ambtenarenverandertTijdens het project hebben we geconstateerd dat, om initia-tieven te realiseren, naast ‘doen’ ook veel ‘praten’ nodig is.Dit gebeurt bij burgerinitiatieven vooral op een informelemanier, en dus niet binnen de raads- en commissievergade-ringen, collegeonderhandelingen of in een afdelingsoverleg(lees daarvoor ook het rapport Montessori Democratie doorEvelien Tonkens e.a.). Het is daarom logisch dat raads-leden, wethouders en ambtenaren hun rol hierop gaanaanpassen. Ze moeten actiever zijn in de informele sfeer.Maar hoe dan precies? Wat wordt in de doe-democratie vanhen verwacht?

    Samengevat leidden de lezingen tot twee vragen:1. Hoe kan de gemeente ideeën van burgers binnen de

    spelregels van de lokale representatieve democratiestimuleren en realiseren?

    De expertmeetings: over

    de rol van de lokale overheid

  • ProDemos8

    2. Wat is de rol van wethouders, raadsleden enambtenaren hierin?

    Om deze vragen te beantwoorden organiseerde ProDemosdrie expertmeetings: in Kampen, Ouder-Amstel en Eind-hoven. Daarin brachten we experts uit de praktijk (burgers,raadsleden, wethouders en ambtenaren) met elkaar ingesprek in zogenaamde ‘rondetafelgesprekken’. Elke tafelwas gewijd aan één van de eerdergenoemde vier thema’s:continuïteit, maatschappelijke ongelijkheid, draagvlak inbestuur en samenleving, en de relatie tussen de representa-tieve democratie en de doe-democratie. Onder leiding vaneen voorzitter bespraken de deelnemers de best practicesuit hun eigen gemeente, vanuit hun eigen ervaring.We vroegen bovendien expliciet naar de rollen en takendie verwacht worden van wethouders, raadsleden enambtenaren. Ook de rol die verwacht wordt van burgerskwam aan de orde.

    De tips die we uit de expertmeetings hebben geselecteerd,zijn concreet, gaan over de rol van de overheid, en gaanover participatie in het publieke domein (dus niet in demantelzorg).

    ConcreetIn elke expertmeeting werden suggesties gedaan als ‘nietsdoen’, ‘loslaten’, ‘bemoei je zo min mogelijk met burgerini-tiatieven’, ‘ga op je handen zitten’. We hebben deze aanbe-velingen weggelaten uit deze publicatie omdat we ze niet

    concreet genoeg vonden. Bovendien weten we uit onder-zoek dat burgerinitiatieven niet ontstaan zonder een stevignetwerk van maatschappelijke organisaties in de buurt eneen goed functionerende overheid (pag.38 Montessori-democratie). Daarom is de aanbeveling voor de overheidom ‘niets te doen’ in onze ogen geen bruikbaar advies.

    Rol van de overheidDe tips gaan over de rol van de overheid en de verhoudingtussen de overheid en burgers in de doe-democratie.Natuurlijk worden veel initiatieven van burgers georgani-seerd zonder enige bemoeienis van de overheid. Maat-schappelijke en vrijwilligersorganisaties, de kerk of sport-verenigingen, scholen en buurtcomités ondernemen veelactiviteiten. Dat zijn ook burgerinitiatieven. Hun activi-teiten komen in deze publicatie niet aan bod. Onzeaandacht gaat uit naar initiatieven waar de overheid voornodig is. Soms is dat voor een vergunning, soms voor geldof omdat wijzigingen in het beleid of de bestemmings-plannen van de gemeente nodig zijn.

    Publieke domein (niet de mantelzorg)De tips gaan niet over maatschappelijke participatie inbrede zin. Een aantal gemeenten denkt over participatievanuit een breed perspectief en betrekt daarbij ook bijvoor-beeld participatie in de zorg, zoals mantelzorg of cliënten-raden. Wij doen dat in deze publicatie niet. De tips in dezepublicatie zijn bedoeld om initiatieven van burgers in hetpublieke domein in het algemeen te ondersteunen.

  • Doe-democratie. Tips voor raadsleden, wethouders, ambtenaren en burgers 9

    Elke gemeente is anders. We presenteren in dit rapportdaarom geen vaste recepten. De tips zijn zo geordend dat el -ke gemeente zelf kan bekijken wat voor haar van toepassingis. We hebben de suggesties verwerkt in een geconstrueerdetijdslijn met ideale stappen. Deze tijdslijn is niet ge baseerdop de werkelijkheid, maar bedacht om de tips en sug gestiesin een logische en herkenbare vorm te presenteren.

    Stap 1: Beleid bepalen

    Het is verstandig om expliciet te maken wat participatie endoe-democratie precies inhouden. Gaat het erom burgersmeer zeggenschap te geven over hun leefomgeving? Ofwordt eigenlijk bedoeld dat burgers uitvoeren wat politiekwordt vastgesteld? Zijn er bepaalde terreinen waaropburgers meer ruimte krijgen en/of zijn er terreinen uitge-sloten? Ga als college en raad in gesprek over hoever degemeente wil gaan bij het in praktijk brengen van de doe-democratie. Bepaal ook op welke beleidsterreinen enprojecten u inwoners meer ruimte wilt geven en wat dieruimte inhoudt. Duidelijke procesafspraken zijn noodzake-lijk om ongenoegen van (vooral) inwoners te voorkomen.

    Met de volgende thema’s en vragen als bouwstenen kunt ude basis leggen voor een beleid voor doe-democratie.

    SamenlevingVoor alle betrokkenen (raad, college, ambtenaren) is hetessentieel dat zij hun gemeente goed kennen. Hoe is debevolking samengesteld, en hoe is de bevolking verspreidover wijken en dorpen? Zijn er (groepen) burgers actief?Hoe zijn die samengesteld? Hoe zijn ze tot stand gekomenen hoe functioneren ze? Hoe is de relatie met de gemeente?Welke maatschappelijke organisaties bestaan er, en opwelke manier zijn deze actief? Is het bedrijfsleven georga-niseerd? Zijn er relaties met de gemeente? Zoek ook uitwelke regelingen en subsidies er per beleidsterrein albestaan voor burgerinitiatieven, en hoe ze gebruikt wordendoor burgers. Spreek met (actieve) burgers en maatschap-pelijke organisaties om wensen in kaart te brengen enduidelijkheid te scheppen over de verwachtingen.

    De gemeenteraadNiet alle raadsleden en fracties in de raad zullen hetzelfdedenken over doe-democratie en de participatie van burgers.Het is daarom belangrijk om te bespreken wat de visie vande raad is op dit thema. Hoe staat de raad (in meerderheid)tegenover versterking van burgerinitiatieven? Hoe zienraadsleden en raadsfracties hun vertegenwoordigende encontrolerende rollen? Ook een belangrijke factor is derelatie van de raad met hun burgers: hoe staat het met hetvertrouwen van burgers in de raad?

    BestuurlijkStel vast wie binnen het college verantwoordelijk is (ofzijn) voor burgerparticipatie. Hoe komt het thema terug inde portefeuilles van de verschillende wethouders? Zijn er

    De tips en suggesties uit

    de expertmeetings

    beleid bepalen

    Je zou zeggen dat doe-

    democratie begint bij actieve

    burgers. Dat is vaak ook zo,

    maar het is belangrijk dat

    de gemeente de voorwaarden

    voor de doe-democratie

    onderzoekt: bepaal het

    beleid, de doelstellingen

    en de prioriteiten.

    doe-democratie stimuleren

    Als het beleid en de doelstel-

    lingen zijn bepaald, dan is

    het vervolgens van belang

    dat burgers daadwerkelijk

    meer initiatieven gaan

    nemen.

    draagvlak voor initiatieven

    Wanneer burgers aan de slag

    gaan, wil je niet dat zij met

    hun ideeën al in een pril

    stadium tegen problemen

    aanlopen. In deze fase

    moeten burgers zelf zorgen

    voor draagvlak, maar raads-

    leden, wethouders en

    ambtenaren hebben hierbij

    ook een rol.

    reageren op maatschap pe lijke ongelijkheid

    Door burgerinitiatieven kan

    maatschappelijke

    ongelijkheid ontstaan, omdat

    niet iedereen de vaardigheid

    heeft om te participeren.

    Sommige problemen krijgen

    daardoor meer aandacht dan

    andere. Ook tussen wijken,

    straten of dorpen kan

    ongelijkheid ontstaan.

    Wanneer dat ervaren wordt

    als een probleem in de

    gemeente, moet u hierop

    reageren.

    zorgen voor continuïteit

    Het is zonde als succesvolle

    initiatieven afhankelijk

    worden van individuen en

    na een of twee jaar

    verdwijnen.

    Bedenk welke initiatieven

    duurzaam zouden moeten

    zijn en hoe u ervoor kunt

    zorgen dat ze in stand

    gehouden worden.

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Stap 5

  • ProDemos10

    wethouders voor verschillende delen van de gemeente,voor wijken, dorpskernen, etc.? Welke bevoegdhedenhebben deze? Zijn er dorpsraden, wijkraden of verwanteorganisaties? Betrek alle actoren die bestuurlijk een rolvervullen bij het stimuleren van de doe-democratie.

    AmbtelijkIs het ambtelijke apparaat qua cultuur en organisatie goedingericht op de visie van de gemeenteraad op de doe-demo-cratie? Kunnen burgers met een initiatief eenvoudig de wegvinden in de ambtelijke organisatie? Is de organisatie instaat om adequaat te reageren op initiatieven? Vaakkrijgen burgers met een initiatief voor bijvoorbeeld hunwoonomgeving met veel verschillende ambtelijke afde-lingen te maken, en soms ook met verschillende wethou-ders. Dat werkt omslachtig en ontmoedigend.

    Stap 2: Doe-democratie stimuleren

    De gemeente heeft besloten dat burgers de ruimte en moge-lijkheden moeten krijgen om eigen ideeën in het publiekedomein te kunnen realiseren. Wat is er dan vervolgensnodig om doe-democratie te stimuleren? Als de gemeentewil bevorderen dat meer burgers initiatieven nemen, welkespelregels horen daar dan bij? Wat is de verhouding met derepresentatieve democratie, en wat wordt er van raads-leden en het college verwacht?

    SamenlevingHet is belangrijk om het voornemen om de doe-democratiete stimuleren met burgers te bespreken. Zijn de plannenhelder genoeg? Komen ze tegemoet aan wat er in de samen-leving leeft? Denk daarbij niet alleen aan individueleburgers, maar ook aan organisaties van allerlei aard: vaninitiatiefgroepen en belangenorganisaties tot sportclubs enkerken.

    Tips voor burgers• Heeft u als burger ondersteuning nodig van de

    gemeente, zorg dan dat u het probleem, idee of initiatiefwaar u aan werkt zo helder mogelijk presenteert.

    • Besef dat er draagvlak moet zijn voor uw initiatief. Gadus zelf op zoek in de wijk, bijvoorbeeld viaverenigingen, om te checken of andere inwoners uwidee steunen.

    • Bedenk dat de meerwaarde van uw participatie alsburger vooral is dat u creatief bent! U komtwaarschijnlijk met ideeën en oplossingen die innovatiefzijn, omdat u als inwoner met andere ogen kijkt dan eenambtenaar. Dit aspect wordt door de gemeente zeergewaardeerd.

    • Bij grote burgerinitiatieven zult u moeten samenwerkenmet het ambtelijke apparaat. Het kan dan handig zijnom afspraken te maken in de vorm van een convenant.Dat is een soort contract, waarin u en de gemeentevastleggen hoe de samenwerking eruit ziet en wat detaakverdeling is. Zo kunt u misverstanden en conflictentijdens de uitvoering voorkomen.

    Tips voor raadsleden• Zorg als raadslid dat u op de hoogte bent van wat er

    speelt bij actieve burgers. Uw rol is om signalen op tepikken: zijn ze tevreden met de samenwerking met degemeente? Worden ze voldoende ondersteund door degemeente? Ervaren ze knelpunten?

    • U kunt burgers met een idee of plan de weg wijzenbinnen de gemeente en informeren over de stand vanzaken rond het onderwerp waar het burgerinitiatief overgaat. Wat is het beleid van de gemeente? Wordt juist nueen plan voorbereid? Is er misschien al een debatgeweest in de gemeenteraad? Met wie zou de actieveburger ook nog even moeten gaan praten? Met eenwethouder, de ambtenaar, of zijn andere raadsledenbijvoorbeeld expert in dat dossier?

    • Soms ervaren burgers met een nieuw idee dat ze van hetkastje naar de muur worden gestuurd. Wees daar alertop en ga erover in gesprek met burgers. Is het beleidniet duidelijk, of valt het thema van het burgerinitiatiefmisschien bij twee of meerdere afdelingen? U kuntdaarover weer vragen stellen aan het college en zozorgen dat belemmeringen worden weggenomen.

    • Raadsleden kunnen de kaders stellen waarbinnenburgers burgerinitiatieven kunnen ontplooien: op welkebeleidsterreinen mogen burgers zelf ideeën realiserenen wat zijn de voorwaarden voor subsidie of anderevormen van ondersteuning? Criteria en voorwaardenvoor ondersteuning dienen helder te zijn entoegankelijk. Besef dat heel scherpe kaders de ruimtevoor burgers beperken en dus het aantal initiatieven kandoen afnemen. Zorg daarom dat er voldoendespeelruimte is voor nieuwe ideeën van burgers.

    • Communiceer zo helder mogelijk met burgers over dereële kansen en mogelijkheden voor hun initiatief. Nietalle ideeën van burgers zijn per se goed voor hetalgemeen belang; niet alle initiatieven dragen bij aaneen betere stad, dorp of wijk, of passen bij het beleidvan de gemeente. Durf daarom kritisch te zijn, en weesduidelijk over uw kritiek.

    • Raadsleden kunnen stimuleren dat burgers zelf met eenvoorstel komen. Ga in gesprek met inwoners, eninformeer hen over de mogelijkheid om een initiatief testarten. Laat weten welke ondersteuning van degemeente of vanuit de raad mogelijk is.

    • U kunt een initiatief adopteren en als ambassadeur vanhet burgerinitiatief optreden, bijvoorbeeld in de lokalemedia, bij bijeenkomsten en vergaderingen.

    • Gemeenteraden en raadsleden moeten bij hetstimuleren van de doe-democratie goede proces- enrolafspraken maken, zowel met het college van B en Wals met de betrokken ambtenaren.

    • Zorg voor beperkte coalitieakkoorden die aan raad encollege ruimte geven voor initiatieven van desamenleving.

    Tips voor wethouders• Wilt u als wethouder burgerinitiatieven stimuleren, zorg

    dan dat de medewerkers in de gemeentelijke organisatie

  • Doe-democratie. Tips voor raadsleden, wethouders, ambtenaren en burgers 11

    expliciet de opdracht (en de vrijheid) krijgen omburgers te ondersteunen met hun ideeën en voorstellen.

    • Bouw in de cyclus van beleidsvorming structureel eenstap in voor de ideeën en initiatieven van burgers, zodathun ideeën gepresenteerd en besproken kunnen worden.Dit kan bijvoorbeeld door een dialoog met burgers in debeleidscyclus in te bedden, op een duidelijk aangegevenmoment, en in een herkenbare vorm.

    Tips voor ambtenaren• Ambtenaren zijn vaak het eerste contactpunt voor

    burgers als ze een burgerinitiatief willen starten of alsze ondersteuning zoeken. Voor het stimuleren vanburgerinitiatieven is het daarom cruciaal datambtenaren een open houding hebben, duidelijkeinformatie kunnen verschaffen over regels en beleid, enzich kunnen verplaatsen in de situatie van de actieveburger. De ideale ambtenaar is in staat om ‘buiten debestaande kaders’ te denken, om oplossingen te vindenvoor de wensen van burgers.

    • De gemeente kan een contactpersoon aanstellen voorburgerinitiatieven. In grote steden kan dit per wijk zijn.Deze ambtenaar heeft als taak om burgers en hunorganisaties en initiatieven te kennen, ze teondersteunen en ze de weg te wijzen naar andereafdelingen van de gemeente.

    • Ambtenaren kunnen burgerinitiatieven ook onder steu -nen door te helpen met netwerken: ze kunnen burge -rinitia tie ven bijvoorbeeld in contact brengen met

    maatschappelijke organisaties of andere instellingen inde wijk. Op deze manier kunnen actieve burgers dekennis en ervaring van andere burgerinitiatieven en vanmaatschappelijke organisaties benutten. De ambtenaarkan een overleg faciliteren tussen de initiatiefnemers enandere organisaties in de wijk (die relevant zijn voor hetburgerinitiatief).

    • Zorg als ambtenaar voor duidelijke en volledigeinformatie aan burgers, bijvoorbeeld over hoe deprocedure binnen de gemeente werkt.

    • Tijdens de ontwikkeling en uitvoering van een initiatiefhebben initiatiefnemers en ambtenaren vaak meerderemalen contact. Het kan daarom een goed idee zijn omper burgerinitiatief een ‘ambtelijke mentor’ in te stellenom het burgerinitiatief te begeleiden.

    Stap 3: Draagvlak voor initiatieven

    Initiatieven kunnen ontstaan bij actieve burgers in eenwijk, buurt of dorp, of in een sector van de samenleving(bijvoorbeeld cultuur) of bij mensen met ideële motieven(bijvoorbeeld duurzaamheid of hulp). Om deze initiatievenruimte te geven is draagvlak in de raad, bestuur en ambte-lijke organisatie nodig. Ook draagvlak in de maatschappijis belangrijk. Voor draagvlak in de maatschappij zorgen deinitiatiefnemers (meestal) zelf, doordat ze in contact staanmet buurtbewoners, verenigingen en andere maatschap -pelijke organisaties. Maar hebben de raad en de wethou-

  • ProDemos12

    ders hierin ook een rol, voordat een besluit genomenwordt?

    SamenlevingDoe-democratie is per definitie een zaak van de samenle-ving. Dit betekent niet dat de gemeente passief afwacht,maar de gemeente moet initiatieven ook weer niet gaanovernemen. Wanneer regie en verantwoor delijk heid in depraktijk bij de gemeente komen te liggen, is het goed om jeaf te vragen of het nog wel onder doe-democratie valt.Wensen vanuit de samen leving leiden alleen tot doe-demo-cratie als (groepen) burgers initiatief nemen en ook verant-woordelijkheid dragen.

    Tips voor burgers• Als initiatiefnemer heeft u (als het goed is) zelf

    contacten in de buurt, wijk of het dorp. U heeft zelf danook een belangrijke rol bij het zoeken van draagvlakvoor uw initiatief.

    • Zorg dat u goed op de hoogte bent van de regels, vanhet beleid van de gemeente, en hoe de gemeente werkt.Hiervoor moet u goed kunnen communiceren metambtenaren, maar ook met wethouders en raadsleden.

    • Maak gebruik van de kennis van diverse netwerken in degemeente en in de buurt. Neem contact op metorganisaties en andere groepen actieve burgers die ukunnen helpen, zowel voor het verder ontwikkelen vande activiteiten als om draagvlak te zoeken in de buurten binnen de gemeentelijke organisatie en bestuur.

    Tips voor raadsleden• Als de gemeenteraad een besluit moet nemen over een

    burgerinitiatief (bijvoorbeeld over het wel of niethonoreren van het plan), kunt u als raadslid vragenstellen aan de verantwoordelijke wethouder over degroepen burgers die betrokken zijn geweest. Ga na ofalle doelgroepen met een belang bij het burgerinitiatiefbetrokken zijn geweest. Op deze manier bewaakt u alsraadslid het algemeen belang en kunt u checken of erdraagvlak is voor het burgerinitiatief.

    • Bepaal met de gemeenteraad vooraf hoeveel draagvlaker moet zijn voor welk soort burgerinitiatieven en opwelke beleidsterreinen. Bepaal ook vooraf de manierwaarop dat draagvlak onderzocht wordt. Stelbijvoorbeeld een bepaald percentage en een procedurevast. Of spreek af dat de helft plus één voldoet. Eenandere optie is om een ‘verklaring van geen bezwaar’van de omwonenden te vragen, om conflicten in een laatstadium te voorkomen. Maak in ieder geval onderscheidvoor welk soort burgerinitiatieven het draagvlakonderzocht moet worden, en voor welk soort niet.

    • Het kan gebeuren dat er wat mis gaat met eenburgerinitiatief. Voorkom dan om in de reflex van‘incidentenpolitiek’ te schieten. Ga niet vanwege éénslechte ervaring de regels aanscherpen, waardoorandere burgerinitiatieven minder ruimte krijgen.Evalueer wel altijd wat beter kan. Zorg zo voor algemeendraagvlak voor burgerinitiatieven binnen het bestuurvan de gemeente.

  • Doe-democratie. Tips voor raadsleden, wethouders, ambtenaren en burgers 13

    Tips voor wethouders• Wethouders kunnen veel bereiken voor het draagvlak

    voor burgerinitiatieven binnen de gemeentelijkeorganisatie. Geef ambtenaren de ruimte (in tijd eninhoud) om burgerinitiatieven te ondersteunen, zodat zezich veilig voelen en bereid zijn om aan de slag te gaanmet burgers.

    • Maak in een vroeg stadium bekend welkebeleidsterreinen en projecten zich lenen voorburgerinitiatieven en zelfbeheer.

    • Wees aanwezig bij start- of andere belangrijkemomenten van initiatieven. Door een burgerinitiatief opdie manier publiekelijk te waarderen, zal het draagvlakzowel binnen het bestuur als in de maatschappijgroeien.

    Tips voor ambtenaren• Ambtenaren kunnen het onderzoek naar de mate van

    draagvlak voor een initiatief coördineren, en even tueelzelf organiseren. De gemeente moet wel vooraf bepalenvoor welke financiële ondersteuning en voor welkebeleidsterrein een draagvlakonderzoek nodig is.

    • Communiceer goed met de initiatiefnemers over hetdraagvlak binnen de gemeentelijke organisatie en in desamenleving.

    Stap 4: Reageren op maatschappelijke ongelijkheid

    Uw gemeente is nu zo ver dat er met succes initiatievenworden ontplooid. De vraag die dan kan ontstaan is: leidtdit tot maatschappelijke ongelijkheid? Ongelijkheid kanontstaan in de mate van zeggenschap tussen burgers:worden (groepen) burgers die géén initiatieven nemen nietachtergesteld? Wat gebeurt er met de thema’s die voor hén

    belangrijk zijn? Er kan ook ongelijkheid ontstaan tussen deverschillende wijken: in voorzieningen, financiële middelenen/of cohesie. Is dat erg, en hoe moet de gemeentedaarmee omgaan?

    SamenlevingHet bijzondere van doe-democratie is dat idealen enbelangen van groepen en personen leidend zijn. Daar zit dekracht van doe-democratie. Ongelijkheid is daarom bij doe-democratie geen ontsporing, maar een consequentie vanactieve burgers als krachtbron. De gemeente moet zich datrealiseren en niet te snel verschillen willen tegengaan. Eeninitiatief in de ene wijk of bij de ene groep kan ook eenstimulans zijn voor andere wijken en groepen. Maar onge-lijkheid kan wel een probleem worden als sommigegroepen of gebieden structureel achterblijven. Ook kan eenactieve groep burgers, bewust of onbewust, anderenuitsluiten.

    Tips voor burgers• Besef dat de verhouding tussen overheid en burger

    verandert. Meer dan vroeger wordt verwacht datmensen participeren. De overheid zorgt niet meerautomatisch overal voor. Wilt u niet achtergesteldworden, dan loont het zich om zelf bij te dragen aan hetwelzijn in uw buurt.

    • Bent u zelf een initiatiefnemer, bedenk dan dat uwinitiatief meer kans heeft om geaccepteerd en onder -steund te worden door de gemeente wanneer u in uwplan rekening houdt met andere groepen inwoners.

    Tips voor raadsleden• Ga in gesprek met burgers om de initiatieven te leren

    kennen die burgers willen nemen, en ook om erachter tekomen of bepaalde doelgroepen of wijken obstakels

  • ProDemos14

    ervaren bij het opzetten van initiatieven. Zij hebbenmisschien meer ondersteuning nodig. Door daar op in tespelen kan de gemeente ongelijkheid tussenzeggenschap van burgers (proberen te) voorkomen.

    • Raadsleden kunnen van tevoren vaststellen welkeinitiatieven ze willen subsidiëren en welke subsidiebeschikbaar is per wijk. Zo kunnen ze ervoor zorgen dater ook middelen worden ingezet voor thema’s of wijkenwaar misschien anders geen initiatieven zoudenontstaan. Ook dat kan ongelijkheid in het inzetten vanmiddelen voorkomen.

    • Zorg als raadslid dat u op de hoogte bent van wat erspeelt in alle wijken. Wees aanwezig bij bijeenkomstenom erachter te komen welke initiatieven er zijn. Zodraagt u er ook aan bij dat mensen actief worden enblijven.

    • Zorg dat er in alle wijken ontmoetingsplekken zijn.Burgerinitiatieven ontstaan namelijk eerder als erplekken zijn waar inwoners elkaar kunnen spreken.

    • Om ongelijkheid tussen burgers tegen te gaan, kan degemeenteraad besluiten om sommige groepen burgersmeer ondersteuning te bieden dan andere.

    • Zorg dat er aandacht blijft voor inwoners die nietkunnen participeren of die in de knel (denken) te komendoor de doe-democratie.

    Tips voor wethouders• Bedenk dat er verschillen zijn in de maatschappij en

    tussen groepen burgers, en dat niet elk initiatiefdezelfde soort ondersteuning vereist.

    • Breng bewoners uit verschillende wijken in contact metelkaar, zodat ze elkaar kunnen helpen bij initiatieven.

    • Bescherm de belangen van groepen burgers die mindersterk zijn, en blijf het algemeen belang bewaken.

    Tips voor ambtenaren• Wilt u er als ambtenaar aan bijdragen om ongelijkheid

    tegen te gaan, zorg dan dat informatie over initiatieveniedereen bereikt. Let er vooral ook op dat u de mensenondersteunt die wel initiatieven willen nemen, maar datmoeilijk vinden.

    Stap 5: Zorgen voor continuïteit

    Van succesvolle initiatieven wilt u niet dat die na een oftwee jaar verdwijnen omdat ze gedragen werden doorenkele individuen die geen zin of tijd meer hebben. Watkan de gemeente daaraan doen? Van welke initiatieven wiltu dat ze duurzaam zijn? Is het wel reëel om te verwachtendat initiatieven jaar na jaar in stand worden gehoudendoor burgers?

    Continuïteit van burgerinitiatieven is niet altijd noodzake-lijk. Soms heeft een initiatief ‘zijn tijd gehad’ en is het

  • Doe-democratie. Tips voor raadsleden, wethouders, ambtenaren en burgers 15

    goed als in de plaats daarvan weer andere initiatievenontstaan. Maar in andere gevallen zou de gemeente kunnenbesluiten dat de energie die in een initiatief is ingestoken,niet al na korte tijd weer mag vervliegen. Daarover gaan detips hieronder.

    Tips (voor alle rollen)• Zorg dat meerdere bewoners zich verantwoordelijk

    voelen voor het initiatief. Ambtenaren kunnen hier eenrol vervullen door meerdere mensen in de wijk enorganisaties bij het initiatief te betrekken.

    • Voor een goede samenwerking tussen burgers engemeente is een duidelijk taakverdeling tussen overheiden initiatiefnemers noodzakelijk. Sommige gemeentenstellen daarvoor ‘convenanten’ op die door dewethouder ondertekend worden. (Een voorbeeld

    daarvan is het convenant tussen de gemeente Leiden ende stichting Vrienden van het Singelpark).

    • Bent u ambtenaar, voorkom dan dat u het initiatief zelfoverneemt!

    • Bij het toepassen van de doe-democratie is er een grotekans op incidenten. Er zal zeker een keer iets mis gaan.Wees daar als raad en college op voorbereid, en reageerniet meteen met nieuwe regels en verordeningen.

    • Maak een databank van burgerinitiatieven, zodatiedereen kan opzoeken wat er wordt ondernomen.Zo kunt u ook meer vrijwilligers voor burgerinitiatievenvinden. Ook een databank met goede ideeën en tipsvoor initiatieven zou nuttig zijn, zodat actieve burgersniet allemaal op eigen houtje hoeven uit te zoekenwelke stappen ze moeten nemen voor ondersteuning,subsidie en besluitvorming binnen de gemeente.

  • ProDemos legt uit wat de spelregels zijn van

    de democratie en rechtsstaat en laat zien wat

    je zelf kunt doen om invloed uit te oefenen – in

    de gemeente, de provincie, het land en Europa.

    ProDemos

    Hofweg 1H

    2511 AA Den Haag

    (070) 757 02 00

    [email protected]

    prodemos.nl

    InleidingHet trajectDe lezingen: vijf deskundigen over de doe-democratieDe expertmeetings: over de rol van de lokale overheidDe tips en suggesties uit de expertmeetingsStap 1: Beleid bepalenStap 2: Doe-democratie stimulerenStap 3: Draagvlak voor initiatievenStap 4: Reageren op maatschappelijke ongelijkheidStap 5: Zorgen voor continuïteit