17 november 2010

Click here to load reader

download 17 november 2010

of 47

  • date post

    10-Jan-2016
  • Category

    Documents

  • view

    42
  • download

    0

Embed Size (px)

description

Aldichter , bedekt graag de werkelijkheid met de mantel van de poëzie Laat u meevoeren met de huid van de poëzie, die wonden van het bestaan toedekt en haar warmte ver sprei dt. 17 november 2010. Poëzie. De stad. De Mens. Poëzie en de mens mogen niet tegelijk instorten. - PowerPoint PPT Presentation

Transcript of 17 november 2010

  • Aldichter, bedekt graag de werkelijkheid met de mantel van de pozie

    Laat u meevoeren met de huid van de pozie,die wonden van het bestaan toedekt en haar warmte verspreidt

  • In mijn stad bestaan er amper verwaarloosde dichters. Zij eten en drinken goed. Zijn hebben geen natte sokken geen gescheurde deken of lege broodtrommels. Pozie is dan geen abstracte godin, maar een toegankelijke brug tussen de haalbare en onhaalbare dromen. In mijn stad leven er dichters die meer menselijk dan dichterlijk denken. Ze maken minder druk voor onze verwaarloosde gedichten, dan mijn rampzalige ineenstorting. Zij laten me niet op straat zwerven. Zij schenken me een bed, computer, wijze tips, warmte en levensmoed.Zij laten me echt niet in de put, van de vergeten gedichten vallen. De menselijkheid heeft hier gewonnen. De Pozie mag nu juichen, klappen, of huilen zelfs. Want het oerwoud pozie, net als de ruwe geschiedenis, verlangt naar een verwaarloosde, gehongerde dichter... Dat mag dus niet in mijn stad. Pozie en de mens mogen niet tegelijk instorten... Rezart Palluqi

  • Er hangt een koordje rond hun nekjes, voor het knopjeop hun ingevallen borst.Zie, ze zitten daarin hun kooitjes achter glas.Ze wachten op een stukje brood,een slokje lauwe thee:het avondeten om vier uur.Als ze drukken, ook per ongeluk,roept even later iemand iets het kooitje in, vol pit.

    Het is acht uur, samenn voor n naar bed.Zie, de kooitjes donker nu,zesendertig bij elkaar,af en toe nog wat gepiep...

    Frouke Hansum

  • mompelde ze, terwijl ze zichmoeizaam voortbewoogdoor de eindeloze lange gangen zich vasthield aan de barre.Ooit een koninklijke dameom wie je niet heen kon ennu, een schuifelend vergrijsdkrom streepje in een verwassen bloemetjesjapon. Ze stond stil toen ik haar passeerdeen staarde mij glazig aan: - de wereld wordt een IJspaleis - Kom, zei ik en pakte haar hand, ik breng u veilig naar de overkant.

    Rim Sartori

  • Je ruikt naar poep en 4711 Ik vind je vies en vreemd Naast de diarree waarop ik onderuit ga Ligt een geelbruine rochel En jij trekt het laken over je gezicht.Ik raap mij op En zucht eens diep Dan moet ik huilen En jij zegt piep.Zo kreeg je me te pakken En ik klom bij je op bed Ik weet niet of je het merkte Maar ik heb drie krulspelden in je haar gezet.Je lag als een lijk zo stil Wat ook zo hoort als niks meer wil Maar als je hart nog tocht doorlaat En je huid door het laken en je haar heen praatToen ben ik dus gaan blazen in je oren onder je nagels met twee rietjes in de gaten van je neus En de ballon met lang zul je leven heb ik boven de navel kunnen legen.Alles waait weg Petra VeldmanNaar lucht happen

  • Samen op de wipstuwt hij je steeds hogeren hoger tot jebenen bungelen bovenpeilloze diepten tot jeschreeuwt dat je eraf moet omdat je nogte veel te doen ente weinig tijd hebtAls je weer met beide benenop de grond staathef je samen het glasenwachtop de komst van zijn grote broer Niels BlombergHij is het treiterbroertje van de doodlust geen beschuit met muisjesen laat zich ook niet zien bijhet eerste trekjehet eerste glaasjehet eerste meisje

    Met zotskap en narrenlachwacht hij je ophalverwegeSchaterlachend duwt hijoneindig opzij

  • Haar spiegelbeeld kijkt haar zwartdoordringend aanhaar hart roept:dat zij zwijgen moethaar verdriet, stilver weg,voorbij de horizon. heimelijke oceaantranendeinen op de golvenPetra Luijten

  • Als je dan jarig bent geweesten na het zwembad nat het toilet op gaatvoel je hoe warm je jaren zijn.Als je dan 's avonds op je drienzeventigste een bord vol erwtjes krijgtwil je op elk een zwavelstok.Frouke Hansum

  • Dubbelportret Tijd is iets anders Ik zie jou zittenop het bankjevoor het raam.Mijn koninklijke dame van weleer.Ik tover lachjesop je gezicht.Stralend streeltstrijklichtje blonde lokken. Elke dag sta ik even stil kijk, naar jouw gegroefd gelaat,volmaakt verzonken in rust.Jij verkoos de stilte.Ik praat met jou,omademd met herinneringenverdrijf ik de eentonigheid.

    Rim Sartori

  • Straks gaat alles doodJij gaat doodDe tijd gaat dooddoelloos meanderendzonder jou en mijEn ikga ook al een beetje doodNiels Blomberg

    Vroeger was alles grootJij was grootDe tijd was grootonafzienbaar tussenoma en eeuwigheidEn ikwerd ook al een beetje grootNu is alles oudJij bent oudDe tijd is oudsteunend op perkamenten herinneringenEn ikword ook al een beetje oud

  • ik was twee armen waartussen draden spanden haar bol rolde razendsnel van links naar rechts groeide hij en kromp weer bijna even snelals zij haar witte gaten haaktewitte webben bedekten de bedden wit waren de ramen de tafel de leuning van de stoelzij spontegen pottenkijkers vieze vegen en een vette nekvergaanverdwenen in een mottenmaag de draden die ze maaktevergaan gegeten ook zij die acht poten hadmijn dunne staken steken nog omhoogflarden hangen om mij heenresten van achtpotigheid Frouke HansumFlarden

  • De schommel schiet je het klaslokaal inEen cijferlijst het kantoorof de universiteit Gewend raak je aan het ophalen van je neushet wegbrengen van oud papieraan badmutsen en wintertenenHet nieuws duurt alsmaar korterlijkt het welHet verkruimelt nog tijdens je ontbijtWat wordt het koudIs daar de ijscoman?Je gaat naar bedFlanel op katoenHoe zouden andere mensen dit doen Petra Veldman

  • Als alle papas nog snurken, kietel ik de mijne wakker,zodat ik kindertijdvroegmet hem kan stoeienDan spetteren wij alles nat,zijn gezicht vaderlijkgerimpeldhet mijne nog meisjesgladStraks wil ikmet hem roeien, kijken naar de vogels luisteren naar de koeien of huppelen in het bos,gewoon rollebollen over het mosMaar vooral samen lachenen later als ik groot benwil ik ook zon papalachen een gekreukt gezicht Petra Luijten

    De papalach

  • Twee handen in het hardzandDoor de korrelkoelte voelde ik je vingertoppennagels door het leven gehardGod en Adam alleen in de scheppingTwee jaren schampen elkaardragen de feestende wereld op handenIn de winterkilte zie ik de hemeldie jij voor mij verlichtIk vind je terug in elke vuurknalJij kocht ijsjes met spikkels en zandJouw sigaar ontstak mijn vuurpijlJe gezicht spiegelt in de ruitIk voel je vingertoppen door het glas

    Niels Blomberg

  • En ik luisterde niet naar mijn vader, toen hij zei: Deze vrouw is niet voor jou! Je moeder stak het vuur samen met mij aan. Deze vrouw steekt ijverig alleen haar sigaretjes gooit niet eens haar asbak leeg. Zij weet niet wat openhart van een gezin is. Een vrouw zonder vader opgegroeid, weet niet wat mannelijke liefde en pijn betekent! Een gebroken gezin weent niet als een glas breekt Waarom moet mijn moeder op mijn vrouw lijken? Alleen seksles heb je van je moeder niet gekregen fluistert hij sarcastisch in mijn oor! Ik begrijp mijn vader soms niet. Ik blijf voet bij stuk houden. Negeer hardnekkig zijn bezorgdheid. Wat weet je over de vrouwen van mijn generatie? spreek ik hem ironisch tegen.

    Samen voor de zonsopkomst opstaan. De pap van de kinderen in de ochtend klaarmaken. Samen hout hakken en het vuur opsteken! Samen de kaarsen aan en uitblazen! Deze zijn tijdloze gezinsverplichtingen zegt mijn vader berispelijk En ik luisterde niet naar mijn vader, toen hij zei: Deze vrouw is niet voor jou! Nu, tuur ik betraand naar mijn eenzame wijnglas!

    Rezart Palluqi

  • Breinpijn Ik eet ranja drink een cocosmacroon tegenover me zit mijn boon hij pelt mijn nagels en als hij vergaat roept hij Lag! Er is spinrag achter ogen en een hoordop op mijn tong Ik rook een vork het bed staat mooi en liggen doe ik in de was er lopen tranen over het behang ze hebben haast Ga uw gang Petra Veldman

  • Op zilte voetenzoek ik naarstigwat me ooitzo dierbaar wastussen de schelpenzilvert ergenseen verloren oorbeldie eens mijn moederaan mij doorgaf -een vluchtig beeldin mijn luchtkasteelvan golvendroom met zandin mijn ogenen een schepje- onbenul - in mijn handop dit verdomdverlaten strand -

    Rim Sartori

  • Zij laat haar sporen nanaast de stoel ligt haar jashaar pumps in de badkameren op de derde tree, val ik over haar tasOp de tafel een koffiekopkoud en nog halfvolbroodkruimels op de bank,een bord met korstjes als dankIk vloek en tier,vergat even het plezierdat zij ons geeftSporen die laten zien, dat zij hier leeft Petra Luijten

  • De sfeer van onbesproken hangt ijskoud om me heen.Ik voel me heel alleen met honderdduizend spoken onzichtbaar weggedoken als lijken in het veen. De geur van onbesproken hangt ijskoud om me heen.Soms is het uitgebroken dwars door een muur van steen.En dan schrikt iedereen, want niemand heeft geroken de geur van onbesproken. Niels Blomberg

  • Glimlachend kijktzij mij aan.Ondoorgrondelijkis haar blik.Zij laat allewoorden langszich gaan.Slap en verwaaidzit zij als fluisterbijop haar troon.Vervreemd van thuisgaan haar kleurenrare trekken tonen.Haar beelden vanheden en verledenworden langzaam maar zeker uitgewist.Zachtjes duw ikhaar troonnaar de regenboog. Rim Sartori

  • op het plein,zwaar van jaren, eeuwig zwanger, samen zitten zij zij aan zij zij koesteren de sleutels, de grote tassen op hun bloemenschoot,prinsessen van het plein.Ze spuwen vuur, kwekken euros uit de boom, kraken boze harten, heupen springen uit de pan, ze lopen over, stromen, tot het licht wat minder wordt, magen knagen, bladeren fluisteren van e