Leerlingen, leerkrachten en motivatie Willen of moeten ze studeren, lesgeven en de regels volgen?...

Post on 24-May-2015

223 views 2 download

Transcript of Leerlingen, leerkrachten en motivatie Willen of moeten ze studeren, lesgeven en de regels volgen?...

Leerlingen, leerkrachten en

motivatie

Willen of moeten ze studeren, lesgeven en

de regels volgen?Dra. Eline Sierens

Vooraf… Stelling!

• “Hoe meer leerlingen gemotiveerd zijn, hoe beter!”

Overzicht

• Waarom doen we wat we doen? Verschillende types motivatie

• Wat is de motor van optimale motivatie? De rol van psychologische behoeftebevrediging

• Hoe kunnen we een optimaal motiverende omgeving creëren?

• Hoe kunnen we een optimaal motiverende leerkrachtstijl in kaart brengen?

WAAROM DOEN WE WAT WE DOEN?

Waarom leren leerlingen?

Waarom zetten leerlingen zich in voor hun schoolwerk?

Waarom respecteren leerlingen afspraken?

Waarom geven leerkrachten les?

Verschillende types motivatie.

Parabel

“In een kleine zuidelijke stad opende een Joodse kleermaker zijn winkel in de hoofdstraat. De lokale clan was daar niet mee ingenomen. Het publiek bleef weg omdat een groep straatjongens de hele dag voor de ingang ‘jood, jood, jood’ naar hem riep. De kleermaker sliep de eerste nacht slecht, maar besloot er de volgende dag wat aan te doen. Hij stapte op de jongens af en beloofde ze dat ze iedere dag dat ze ‘jood, jood’ zouden roepen van hem een dubbeltje kregen. Hij voegde de daad bij het woord en betaalde de jongens. Tevreden over de beloning stonden de jongens de volgende dag weer voor de winkeldeur en riepen ze ‘jood, jood’. Glimlachend kwam de winkeluitbater naar buiten en betaalde de jongens een kwartje. ‘Een dubbeltje is te veel; ik kan jullie alleen maar een kwartje betalen’. De jongens liepen toch nog tevreden weg, want een kwartje is tenslotte toch een kwartje. De dag daarna stonden de jongens terug te schelden en ditmaal gaf de kleermaker ieder een cent. ‘Maar’, zeiden de jongens, ‘twee dagen geleden kregen we nog een dubbeltje en gisteren een kwartje. Dat is niet rechtvaardig.’ ‘Neem het of ga ervandoor, want dit is alles wat jullie krijgen’, zei hij. ‘Denk maar niet dat we je voor zo’n rottige cent nog langer ‘jood, jood’ zullen noemen’, zeiden de jongens. ‘Dan doen jullie dat maar niet’. En dat deden ze dan ook niet meer.”

TAAK VAN DE MOTIVATIEPSYCHOLOOG

Motivatie < movere = bewegen

Welke factoren doen leerlingen/ leerkrachten bewegen/ leren/ zich inzetten?

Wat zijn hun drijfveren, redenen, motieven?

Heeft de aard ervan impact op beleving van de les, toegewijdheid, prestaties, naleven van gemaakte afspraken,…?

WAAROM???

Redenen/ types motivatie

1 2 3 4 5

helemaal niet belangrijk heel belangrijk

Een goede reden voor mij om mijn best te doen op school is …

1. … omdat dit is wat anderen (bv. ouders, vrienden, leerkracht) van mij verwachten

1 2 3 4 5

2. … omdat ik begrijp waartoe de stof dient. 1 2 3 4 5

3. … omdat ik me schuldig zou voelen als ik niet zou doen. 1 2 3 4 5

4. … omdat ik dit heel erg leuk vind 1 2 3 4 5

5. … omdat ik inzie waarom iets leren nuttig is. 1 2 3 4 5

6. … omdat anderen (bv. ouders, vrienden, leerkracht) me verplichten om dit te doen

1 2 3 4 5

7. … omdat ik mezelf hoor te bewijzen dat ik een slimme leerling ben. 1 2 3 4 5

8. … omdat ik de stof heel erg boeiend vind. 1 2 3 4 5

Oefening

Items Naam

Motivatietype 1 1 & 6 Externe verplichting

Motivatietype 2 3 & 7 Interne verplichting

Motivatietype 3 2 & 5 Persoonlijk belang

Motivatietype 4 4 & 8 Intrinsieke motivatie

Probeer om de- Items twee aan twee samen te plaatsen- Een label te verzinnen voor het type motivatie dat

beide items beogen te meten

• WAAROM RIJDT U NIET DOOR HET ROOD???

“omdat ik anders gestraft zou worden, een boete zou krijgen”

“omdat ik me anders schuldig zou voelen”

“omdat ik inzie en begrijp dat verkeersregels noodzakelijk zijn”

“Omdat ik verkeersregels interessant vind”

Externe verplichting

Interne verplichting

Belang

Intrinsieke motivatie

Extrinsieke motivatie

• Waarom bent u leerkracht?

“Omdat ik met deze job veel vakantie heb en toch goed verdien”

“omdat ik wil bewijzen dat ik goed ben in dingen uitleggen”

“omdat ik mezelf kan ontwikkelen in m’n job door lln op te leiden en te vormen”

“Omdat ik lesgeven plezant vind”

Externe verplichting

Interne verplichting

Persoonlijk belang

Intrinsieke motivatie

Extrinsieke motivatie

Verplichting, druk MOETEN Welwillendheid, psychologische vrijheid WILLEN

Verplichtende = gecontroleerde welwillende= autonome motivatie

• Waarom maak je je huiswerk?

“omdat ik dan pas naar de scouts mag”

“omdat ik wil bewijzen dat ik slim ben”

“omdat ik het belangrijk vind om het zelf te proberen”

“omdat ik de leerstof boeiend vind”

Externe verplichting

Interne verplichting

Persoonlijk belang

Extrinsieke motivatie Intrinsieke motivatie

Verplichting, druk MOETEN Welwillendheid, psychologische vrijheid WILLEN

Verplichtende = gecontroleerde welwillende= autonome motivatie

• Waarom volg je de regels thuis of op school?

“omdat ik anders gestraft word”

“omdat ik me anders schuldig zou voelen”

“omdat ik inzie en begrijp dat deze nodig zijn”

“omdat ik ze interessant vind”

Externe verplichting

Interne verplichting

Persoonlijk belang

Extrinsieke motivatie Intrinsieke motivatie

Verplichting, druk MOETEN Welwillendheid, psychologische vrijheid WILLEN

Verplichtende = gecontroleerde welwillende= autonome motivatie

• Wat drijft lln A.S.O. 3de graad vooral?– Verplichtende motivatie?– Welwillende motivatie?– Beide?

• Waarom studeer je?– Onderzoek bij 533 lln A.S.O. in diverse westvlaamse

secundaire scholen – derde graad– Schaal van 1 t.e.m. 5– Gemiddelde + frequentie van score 3 of >

• Waarom studeer je?

“Omdat anderen (leerkrachten, vrienden, ouders) me dwingen om dit te doen”

Externe verplichting

“omdat ik me schuldig zou voelen als ik het niet zou doen”

Interne verplichting

“omdat ik nieuwe dingen wil bijleren”

Persoonlijk belang

“Omdat studeren leuk is” Intrinsieke motivatie

verplichtende

motivatie

welwillende

motivatie

2.9

2.6

• Wat drijft lln TSO vooral?– Verplichtende motivatie?– Welwillende motivatie?– Beide?

• Waarom studeer je?– Onderzoek bij 860 lln TSO– Schaal van 1 t.e.m. 5

• Waarom studeer je?

“Omdat ik verondersteld word dit te doen”

Externe verplichting

“omdat ik me zou schamen als ik het niet zou doen” Interne verplichting

“omdat dit voor mij een persoonlijk belangrijke keuze is” Persoonlijk belang

“Omdat ik studeren plezant vind” Intrinsieke motivatie

verplichtende

motivatie

welwillende

motivatie

2.9

2.8

• Wat drijft leerkrachten ASO vooral?– Verplichtende motivatie?– Welwillende motivatie?– Beide?

• Waarom ben je gemotiveerd om goed les te geven?– Onderzoek bij 317 lkn ASO– Schaal van 1 t.e.m. 5– Gemiddelde + frequentie van score 3 of >

• Waarom ben je gemotiveerd om goed les te geven?

“Omdat ik verondersteld word dit te doen”

Externe verplichting

“omdat ik me zou schamen als ik het niet zou doen” Interne verplichting

“omdat dit voor mij een persoonlijk belangrijke keuze is” Persoonlijk belang

“Omdat ik lesgeven plezant vind” Intrinsieke motivatie

verplichtende

motivatie

welwillende

motivatie

2.1

4.3

Waarom doen we wat we doen?

gemotiveerd niet-gemotiveerd

verplichtend welwillend amotivatie

gebrek aan motivatie

geen reden

hulpeloosheid, onbekwaamheid

WAAROM WE DOEN WAT WE DOEN?

Welwillende motivatie

Verplichtende motivatie

Verplichting, druk, stress Welwillend,

psychologisch vrij

“Moeten” “Willen”

Futloos, ontmoediging,faalangst

Amotivatie

“Niet kunnen”

Schooljaar6,005,004,003,002,001,00

Au

ton

om

e m

oti

va

tie

3,00

2,95

2,90

2,85

2,80

2,75

2,70

Gemiddelde verschillen “Willen” per leerjaar

Schooljaar6,005,004,003,002,001,00

Ge

co

ntr

ole

erd

e m

oti

va

tie

3,10

3,00

2,90

2,80

2,70

Gemiddelde verschillen “Moeten” per leerjaar

• Speelt de kwaliteit van de motivatie een rol? Willen versus moeten!

“Willen”

“Moeten”

Concentratie

Tijdsbeheer

Prestaties

Actief

Klasgedrag

.24**

.22**

.41**

.21**-.39**

-.37**

Vansteenkiste, M., Zhou, M., Lens, W., & Soenens, B. (2005). Experiences of autonomy and control among Chinese learners: Vitalizing or immobilizing? Journal of Educational Psychology, 97, 468-483.

Hupeloosheid

Externedruk & verplichting

Persoonlijk zinvol

& relevant

Schuld & schaamte

Plezier & interesse

VolhoudenTijdstip 2

VolhoudenTijdstip 3

.48

.35

.28

.43

.21

-.28

-.67

-.87

Volharding in functie van verschillende types motivatie

Pelletier, L. G., Fortier, M. S., Vallerand, R. J., & Briere, N. M. (2001). Associations among perceived autonomy support, forms of self-regulation, and persistence: A prospective study. Motivation and Emotion, 25, 279-306.

Waarom doen we wat we doen?

Redenen voor het stellen van gedrag

verplichtende welwillende motivatie

4 combinaties – meestal een mix

Welwillende motivatie

Hoog Laag

Verplichtendemotivatie

Hoog Kwantitatief sterk gemotiveerd

Kwalitatief slecht gemotiveerd

Laag Kwalitatief goed gemotiveerd

Kwantitatief laag gemotiveerd

WILLEN

MOETEN

Vraag?

• Welk motivatieprofiel heeft het meest aangepaste leerprofiel?– 3 mogelijke antwoorden

• Kwantitatief sterk gemotiveerde groep• kwalitatief goed gemotiveerde groep• Geen verschil tussen beide groepen

Vraag?

• Welk motivatieprofiel heeft het meest aangepaste leerprofiel?– 3 mogelijke antwoorden

• Praktijk = kwantitatieve visie– “hoe meer, hoe beter”– Kwantitatief sterk gemotiveerde groep

• Kwalitatieve visie– Soort motivatie telt ook!– Kwalitatief goed gemotiveerde groep

• Geen verschil tussen beide groepen

Zie… Stelling!

• “Hoe meer leerlingen gemotiveerd zijn, hoe beter!”

Welwillende motivatie

Hoog Laag

Verplichtendemotivatie

Hoog Kwantitatief sterk gemotiveerd

Kwalitatief slecht gemotiveerd

Laag Kwalitatief goed gemotiveerd

Kwantitatief laag gemotiveerd

WILLEN

MOETEN

En verder…

– Slechts 18% in de kwalitatief goed gemotiveerde groep– 72% is gemotiveerd:

• 18% kwalitatief goed gemotiveerde groep• 27% kwantitatief hoog gemotiveerde groep• 27% kwalitatief slecht gemotiveerde groep

– Jongens ondervertegenwoordigd in de kwalitatief goed gemotiveerde groep + oververtegenwoordigd in de kwalitatief slecht gemotiveerde groep

– Lln 1ste graad oververtegenwoordigd in de kwalitatief goed gemotiveerde groep + ondervertegenwoordigd in de kwalitatief slecht gemotiveerde groep

2

2,2

2,4

2,6

2,8

3

3,2

3,4

3,6

High quality motivation High quantity motivation

Low quality motivation Low quantity motivation

Tes

t An

gst

Motivationele Profielen

Testangst in Functie van Motivationele Profielen

• Analoge resultaten voor werknemers

• Steekproefkenmerken- Representatieve Belgische steekproef van werknemers: N = 1793- Geslacht: 52.4% mannelijk- Leeftijd

– < 30 jaar: 24.6%– 30-39 jaar: 25.6%– 40-49 jaar: 28.4%– > 50 jaar: 21.4%

- Opleidingniveau: – Lager onderwijs: 5.5%– Middelbaar onderwijs: 55%– Hogeschool: 24.8%– Universiteitsniveau: 14.7%

Organisationele betrokkenheid in functie van het motivationele profiel

Good quality Poor quality High quantity Low quantity6.4

6.6

6.8

7

7.2

7.4

7.6

7.8

8

8.2

8.4

Vergelijking 1

Vergelijking 2

Productiviteit in functie van het motivationele profiel

Good quality Poor quality High quantity Low quantity6.4

6.6

6.8

7

7.2

7.4

7.6

7.8

8

8.2

8.4

Vergelijking 2

Vergelijking 1

WAT IS DE MOTOR VAN OPTIMALE (WELWILLENDE) MOTIVATIE?

De rol van psychologische behoeftebevrediging

•Welke behoeftes zouden volgens jullie aan de volgende kenmerken voldoen?

Psychologisch

Aangeboren Fundamenteel

Universeel

Vansteenkiste, M., Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2008). Self-determination theory and the explanatory role of psychological needs in human well-being. In L. Bruni, F. Comim, & M. Pugno (Eds.), Capabilities and happiness. Oxford, UK: Oxford University Press.

Basisbehoeften

Behoefte aan Autonomie

A

- Initiator zijn van eigen acties

- Zelf aan basis liggen van gedrag

Behoefte aan Competentie

C

- Gedrag tot een goed einde kunnen brengen

- Controle hebben over uitkomst gedrag

Behoefte aan verBondenheid

B

- Geliefd worden door anderen

- Goede, close relaties hebben

Vansteenkiste, M., Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2008). Self-determination theory and the explanatory role of psychological needs in human well-being. In L. Bruni, F. Comim, & M. Pugno (Eds.), Capabilities and happiness. Oxford, UK: Oxford University Press.

HOE KUNNEN WE EEN OPTIMAAL MOTIVERENDE OMGEVING CREËREN?

Hoe kun je een behoeftebevredigende omgeving creëren?

Wat is de brandstof voor de motor?

Illustratief

Behoeftefrustrerende

school-

omgeving

Behoeftebevredigende

school-

omgeving

Omgeving die positief inspeelt op de drie

basisbehoeftes

Omgeving die negatief inspeelt op de drie basisbehoeftes

Behoefte aan Autonomie

A

Behoefte aan verBondenheid

B

Behoefte aan Competentie

C

Hoe kun je als leerkracht of als directeur een

behoeftebevredigende context creëren?

Autonomie

VerBondenheid

Competentie

Autonomie-

ondesteunende vs.

controlerende context

Warme vs.

kille & verwaarlozende

context

Structurerende vs.

Chaotische context

regels & consistentie hulp constructieve feedback

STIJL

autonomieondersteunend versus controlerend

context waarin directeurs aan leerkrachten of leerkrachten aan leerlingen de kans bieden om zelf aan de basis te liggen van hun gedrag (lespraktijk – leerproces)

context waarin directeurs leerkrachten of leerkrachten jongeren verplichten om op een bepaalde manier te denken en handelen = eigen “agenda” kost wat kost doordrukken

HOE???

Illustratie controlerend optreden• Jeroen (14 jaar) stoort de les• Vader van Jeroen: “Onze Jeroen zit in het derde jaar

secundair onderwijs. Op het eerste oudercontact van dit schooljaar kloeg zijn klasleerkracht over zijn storend gedrag in de klas: praten, spelen… Onlangs heeft de leerkracht geschiedenis hem zelfs uit de klas gezet. In de lagere school maakte Jeroen nooit problemen. ‘Jeroen, je goede cijfers mogen geen vrijgeleide zijn voor je gedrag in de klas’ staat er nu op zijn rapport. En thuis is hij zo rustig!”

• Enkele weken later: “De leerkracht geschiedenis heeft geen problemen meer met Jeroen. Bij de minste verkeerde beweging krijgt Jeroen straf of zet hij hem aan de deur. Of hij trekt punten af omdat Jeroen de clown heeft uitgehangen. Sindsdien houdt Jeroen zich koest in de les. Problemen opgelost? Nee hoor: tijdens de andere lessen haalt Jeroen perfect zijn ‘achterstand’ in. Als je grenzen stelt (tot hier en niet verder) en onmiddellijk streng straft, kan je zeker een aantal kleine probleempjes oplossen. Moeilijkere problemen los je niet op vanuit een machtspositie (ik ben de baas, ik bepaal de regels en straf als het nodig is). Het probleem verdwijnt misschien wel tijdelijk, maar komt op andere momenten weer versterkt aan de oppervlakte.”

Eerste manier: Via taalgebruik

Maakt het woordgebruik van “moeten” & “verwachten” versus “kunnen” & “willen” een verschil?

• Experiment– Deelnemers: 376 eerste jaar studenten economie (19-20 jaar

oud)– Taak: tekst lezen rond “hoe kun je goed communiceren?” (30

min)– Uitkomsten:

• Prestaties: diepgaand leren = verbanden leggen• Volharding = naar de bib gaan voor meer info

• Instructies: autonomieondersteunend• Voor jullie ligt een tekst die wij gebruiken in het kader van een

experiment. De tekst geeft aan hoe je op een goede manier kan communiceren. In de tekst worden verschillende communicatiestijlen besproken. De inhoud van de tekst kan je dan ook zinvolle informatie geven die je tijdens je latere beroepsleven nuttig kan zijn. Je zal op je toekomstige job waarschijnlijk mensen op één of andere manier helpen in het oplossen van hun problemen. Maar de manier waarop je met deze mensen omgaat en communiceert, kan echter sterk verschillen. Deze tekst geeft hier wat meer uitleg over. Je wordt vriendelijk uitgenodigd om de tekst goed te lezen, want de inhoud kan je info geven over de manier waarop je mensen in nood kan helpen tijdens je toekomstige job. Na het lezen van de tekst zullen nog enkele toetsvragen gesteld worden, die geen deel vormen van de examenstof.

• Instructies: controlerend• Voor jullie ligt een tekst die wij gebruiken in het kader van een

experiment. De tekst geeft aan hoe je op een goede manier moet communiceren. In de tekst worden verschillende communicatiestijlen besproken. De tekst moet je zinvolle informatie geven die je tijdens je latere beroepsleven ook zult moeten gebruiken. Op je toekomstige job zal je andere mensen op één of andere manier moeten helpen in het oplossen van hun problemen. Maar de manier waarop je met deze mensen moet omgaan en communiceren, kan echter sterk verschillen. Deze tekst geeft aan hoe je dit zou moeten doen. Je kan de tekst dan ook maar beter goed lezen, want de inhoud moet je meer info geven over de juiste manier waarop je mensen in nood moet helpen tijdens je toekomstige job. Na het lezen van de tekst moet je nog enkele toetsvragen beantwoorden.

Leren in functie van communicatiestijl

5

5,2

5,4

5,6

5,8

6

6,2

6,4

6,6

6,8

Autonomie-ondersteunend Controlerend

Type communicatiestijil

Con

cept

ueel

lere

n

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Autonomie-ondersteunend Controlerend

Pers

iste

ntie

Type communicatiestijil

Volharding in functie van communicatiestijl

• Voorbeeld: “Het verslag van de inspectie geeft aan dat op deze school activerende werkvormen tijdens de lessen wiskunde te weinig gehanteerd worden. Ik verwacht dat jullie gevolg geven aan dat verslag.”

OF

• “Het verslag van de inspectie geeft aan dat op deze school activerende werkvormen tijdens de lessen wiskunde te weinig gehanteerd worden. Willen jullie binnen de vakwerkgroep eens onderzoeken hoe we hierin zouden kunnen groeien?”

• En verder…

• Kun je proberen vermijden om schuld- of schaamte-inducerende taal te gebruiken of op het plichtsbesef in te spelen:

– “Je hebt me ontgoocheld.”– “Ik had beter verwacht van jou.”– “Een goede leerkracht neemt naast zijn lesopdracht nog

andere activiteiten op zich, zoals een activiteit over de middag en lid zijn van diverse comités.”

Tweede manier: Via keuze

Welke rol kan keuze spelen?

Keuze-experiment 1

Cumulatief Percentage van Patiënten die Afhaken in functie van het Soort Therapieprogramma dat ze Volgden (Vandereycken & Vansteenkiste, in press)

Keuze-experiment 2

GEEN keuze mbt type sport tijdens les LO (vb., voetbal, basketbal etc.)

WEL keuze mbt:

a) Kans om te fungeren als co-leerkracht

b) Kleine groepjes kunnen door leerlingen worden samengesteld

c) Volgorde van oefeningen

d) Ritme om over te schakelen naar nieuwe oefeningen

Mouratidis, A., Vansteenkiste, M., Lens, W., & Sideridis, G. (2008). Class-to-class variation in vitality and intrinsic motivation in physical education as a function of the synergistic interaction between need-supportive teaching and pupils’ motivational orientations. Manuscript submitted for publication

Herhaaldelijke, toevallige blootstelling aan autonomieondersteunende vs. autonomiefrustrerende leerkrachtstijl tijdens les LO

Les 1:Keuze

Les 2: Gebrek aan

keuze

Les 3:Keuzee

Les 4:Gebrek aan

keuze

PlezierVitaliteit

PlezierVitaliteitt

PlezierVitaliteit

PlezierVitaliteit

Tijdens de les

Na de les

Mouratidis, A., Vansteenkiste, M., Lens, W., & Sideridis, G. (2008). Class-to-class variation in vitality and intrinsic motivation in physical education as a function of the synergistic interaction between need-supportive teaching and pupils’ motivational orientations. Manuscript submitted for publication

Opmerking: Aantal opties

2 opties 3 opties 4 opties 5 opties 6 opties 7 opties0

1

2

3

4

5

6

Derde en vierde manier

• Empathie: perspectief van de lln/ lkn innemen• Zinvolle motivering of uitleg

Resulteert autonomieondersteuning niet in grenzeloze vrijheid???

• NEEN:

– Omschrijving autonomieondersteuning: = context creëren waarin directeurs aan leerkrachten of leerkrachten aan leerlingen de kans bieden om zelf aan de basis te liggen van hun gedrag (lespraktijk – leerproces)

– We plaatsen autonomieondersteuning NAAST structuur; dus beide nodig!

Autonomie

VerBondenheid

Competentie

Autonomie-

ondesteunende vs.

controlerende context

Warme vs.

kille & verwaarlozende

context

Structurerende vs.

Chaotische context

regels & consistentie hulp constructieve feedback

STIJL

Stucturerend versus chaotisch

Aanbrengen van duidelijke doelstellingen, goede begeleiding en feedback tijdens en na de activiteit – op die manier geef je de leerkrachten/ leerlingen een houvast

Creëren van een onduidelijke en onvoorspelbare leeromgeving waarin lkn/lln niet weten wat van hen wordt verwacht en de directeur/lk inconsistent en verwarrend optreedt.

HOE???

Uitdaging:

Autonomieondersteuning en structuur combineren!

• Experiment– Deelnemers: 6-7-jarige kinderen– Taak: schilderen– Experiment: regels worden op een autonomieondersteunende

of controlerende wijze aangebracht of er worden geen regels aangebracht

– Uitkomsten:• Duurzame interesse: intrinsieke motivatie• Technische kwaliteit: bv: netheid, organisatie, etc.• Aantal kleuren

structuur

• Instructies: autonomieondersteunend• “Vooraleer je begint wil ik je even vertellen hoe we hier in de klas

schilderen. Ik besef dat het soms plezant is om gewoon de borstels en verf te laten rondslingeren, maar hier proberen we het schildermateriaal en de klas proper te houden voor de anderen die het willen gebruiken. Je kan schilderen op de kleinere tekening, maar liever niet op de rand en errond. Ook het schildermateriaal proberen we proper te houden. We vragen je dus om de borstels uit te wassen en af te drogen vooraleer je een ander kleur gebruikt. Ik besef dat sommige kinderen het niet leuk vinden om heel de tijd proper te moeten werken, maar op die manier is het mogelijk om met de hele klas te schilderen.”

• Instructies: controlerend• “Vooraleer je begint wil ik je een aantal dingen vertellen die je zult

moeten doen. Er bestaan hier regels over de manier waarop je schildert. Je moet het schildermateriaal proper houden. Je kan enkel op deze kleinere tekening schilderen. Het is verboden om te morsen op de grotere tekening. Je moet je borstel uitspoelen en uitdrogen vooraleer je een nieuwe kleur gebruikt, zodat de verschillende kleuren niet gemengd geraken. In het algemeen wil ik dat je gedraagt als een flinke jongen/meisje. Maak geen rotzooi van de schildertekeningen.”

Duurzame interesse in functie van communicatiestijl

0

50

100

150

200

250

300

Autonomie-ondersteunenderegels

Geen regels Controlerende regels

Type communicatiestijl

Duu

rzam

e in

tere

sse

=

Technische kwaliteit in functie van communicatiestijl

0

1

2

3

4

5

6

7

Autonomie-ondersteunenderegels

Geen regels Controlerende regels

Type communicatiestijl

Tech

nisc

he k

wal

iteit

=

Aantal gebruikte kleuren in functie van communicatiestijl

01

23

45

67

8

Autonomie-ondersteunenderegels

Geen regels Controlerende regels

Type communicatiestijl

Aant

al g

ebru

ikte

kle

uren

=

HOE KUNNEN WE EEN OPTIMAAL MOTIVERENDE LEERKRACHTSTIJL IN KAART BRENGEN?

In absolute zin

In relatieve zin

Autonomie

VerBondenheid

Competentie

Autonomie-

ondesteunende vs.

controlerende context

Warme vs.

kille & verwaarlozende

context

Structurerende vs.

Chaotische context

regels & consistentie hulp constructieve feedback

Optimaal motiverende leerkrachtstjil?

Waarom?

• klasbezoeken• evaluaties• functioneringsgesprekken

Hoe? In absolute zin– Op schoolniveau (leerlingen) collectief

screeningsinstrument– Graads-/ jaarniveau– Op leerkrachtniveau gesprek

– Vragenlijst (leerlingen + directeur)– Observatieschema (directeur)

Bijvoorbeeld (graadsniveau)

• 2de graad (daar meest motivationele problemen)• Schaal van 1 t.e.m. 5• Voorbeelditems:

– “Mijn leerkrachten geven me veel keuze over hoe ik mijn schoolwerk aanpak.” (autonomieondersteuning)

– “Mijn leerkrachten leggen uit hoe ik de dingen die we op school leren, kan gebruiken.” (autonomieondersteuning)

– “Mijn leerkrachten maken me niet duidelijk wat zij van mij in de les verwachten.” ® (structuur)

– “Mijn leerkrachten tonen me hoe ik zelfstandig problemen kan oplossen. “ ® (structuur)

– “Mijn leerkrachten besteden veel tijd aan mij.” (betrokkenheid)– “Mijn leerkrachten zijn echt met mij begaan.” (betrokkenheid)

• 3 x 8 items (autonomieondersteuning, structuur, betrokkenheid)

• Gemiddelde berekenen voor autonomieondersteuning, structuur en betrokkenheid

Waar ligt de sterkte binnen het onderwijs aan de tweede graad? Is er een werkpunt?

Observatie-instrument

• Autonomie-ondersteuning, structuur en betrokkenheid• Schaal van 1 t.e.m. 7• Voorbeelditems:

– Heeft geen oog voor de waarde, het belang, de betekenis, het voordeel (het gebruiksnut) van een taak, les, gedrag, procedure, activiteit. VERSUS Toont de waarde, het belang, de betekenis, het voordeel van een taak, les, gedrag, procedure, activiteit aan. (“Dit is belangrijk omdat…”). autonomieondersteuning

 

– Tijdens het geven van een inleiding/ opdracht is de leerkracht “afwezig”, verwarrend, onduidelijk. De regels en procedures zijn verwarrend of zelfs afwezig. Er is weinig of geen organisatie. VERSUS Tijdens het geven van een inleiding/ opdracht is de leerkracht duidelijk, voorspelbaar, begrijpbaar, gedetailleerd. Er gelden duidelijke procedures.De leerkracht kadert de les goed in het leerstofgeheel. Er is een duidelijke organisatie. structuur

– Wat fysieke nabijheid betreft, is de leerkracht afstandelijk: hij houdt afstand en blijft vooraan in de klas staan. VERSUS Wat fysieke nabijheid betreft, is de leerkracht “dicht bij de leerlingen”: hij wandelt tussen hen, staat naast hen, zit dicht bij hen. betrokkenheid (warmte)

 

• Om de 10’ in te vullen• Best met een medeobservator• Gemiddeldes nemen

Op leerkrachtniveau

• Vragenlijst + observatieschema = vertrekpunt voor gesprek

Aftoetsen t.o.v. idee van de leerkracht

Inzicht in leerkrachtstjil

werkpunten

Hoe? In relatieve zin

• = in vergelijking met een representatieve steekproef/ normgroep

MAAR…

• Normen ontbreken ondanks sterke theorievorming + valide en betrouwbare vragenlijst

Relevante literatuur

Nederlandstalige literatuur

Sierens, E., Soenens, B., Vansteenkiste, M., Luyckx, K., & Goossens, L. (2006). Een conceptuele en empirische analyse van leerkrachtstijlen vanuit theorieën over ouderlijke opvoedingsstijlen en de zelf-determinatietheorie. Pedagogische Studieën, 83, 419-431.

Sierens, E., & Vansteenkiste, M. (2009). Wanneer “meer minder betekent”: Motivatieprofielen van leerlingen in kaart gebracht [When ‘more means less’: Motivational profiles of students]. Begeleid Zelfstandig Leren, 24, 17-35.

Vansteenkiste, M., Lens, W., Donche, V., & Van Petegem, P. (2007). Motivatie in de klas. In K. Verschueren & H. Koomen (Reds.). Handboek diagnostiek in de leerlingenbegeleiding (pp. 135-149). Antwerpen: Garant.

Vansteenkiste, M., Soenens, B., Sierens, E., & Lens, W. (2005). Hoe kunnen we leren en presteren bevorderen? Een autonomie-ondersteunend versus controlerend schoolklimaat. Caleidoscoop, 17, 18-25.

Vansteenkiste, M., Sierens, E., Soenens, B., & Lens, W. (2007). Willen, moeten en structuur: Over het bevorderen van een optimaal leerproces. Begeleid Zelfstandig Leren, 37, 1-27.

CONTACT

Eline.Sierens@psy.kuleuven.be

Eline_Sierens@yahoo.com