Veiligheid en actieve burgers in achterstandswijken Burgers en veiligheid Om achterstandswijken...

download Veiligheid en actieve burgers in achterstandswijken Burgers en veiligheid Om achterstandswijken veiliger

of 23

  • date post

    28-Sep-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Veiligheid en actieve burgers in achterstandswijken Burgers en veiligheid Om achterstandswijken...

  • Veiligheid en actieve burgers in achterstandswijken

  • Veiligheid en actieve burgers in achterstandswijken

    Samenvatting door Nico de Boer van de studie ‘De sociale cohesie voorbij - actieve burgers in achterstandswijken’

    Politieacademie Lectoraat Gemeenschappelijke Veiligheidskunde Apeldoorn, 2010

  • Inhoudsopgave

    Inleiding: wat is dit voor cahier? 7

    1 Wat is het probleem? 9

    1.1. Burgers en veiligheid 9

    1.2. Leven in achterstandswijken 10

    1.3. Participatie in de wijk 13

    1.4. Wat hebben actieve bewoners nodig? 17

    2 Wat zegt de wetenschap over actief burgerschap en veiligheid? 19

    2.1. Sociale cohesie, sociaal kapitaal of gewoon buurtbinding? 19

    2.2. Helpt de middenklasse? 22

    2.3. Banden met professionals 24

    3 Op weg naar een handzame strategie 29

    3.1. Identificatie met de buurt versterken 30

    3.2. Meer ontmoetingskansen in georganiseerd verband 31

    3.3. Meer normoverdracht via instituties 32

    3.4. Een duurzame overlegstructuur met bewoners 34

    3.5. Meer zelforganiserend vermogen: vitale coalities 38

  • 7 Inleiding: wat is dit voor cahier?

    Inleiding: wat is dit voor cahier? Achterstandswijken schreeuwen om meer veiligheid en leefbaarheid en tegelijkertijd is dat daar moeilijker te realiseren dan in ‘gewone’ wijken. Met name is het er moeilijker burgers te betrekken bij sociaal toezicht, onderlinge controle enzovoort.

    Om daar iets aan te doen, worden vaak platgetreden paden bewan- deld. Er zijn nogal wat projecten in achterstandswijken om de sociale cohesie te vergroten en om de kwetsbare bewoners meer sociaal kapitaal te verschaffen. Er zijn ook nogal wat projecten om een brede kring van burgers bij het veiligheidsbeleid te betrekken. Die aanpak is echter om- slachtig en het resultaat is vaak niet erg bevredigend.

    Is dat allemaal wel zinnig en nodig? Kan het niet simpeler en rechter op het doel af? Om op die vraag een antwoord te vinden, onderwier- pen Bas van Stokkom en Nelleke Toenders de afgelopen maanden deze standaardantwoorden aan een kritisch onderzoek. Ze onderzochten de relevante wetenschappelijke literatuur over achterstandswijken, sociale cohesie, sociaal kapitaal en veiligheidsbeleid, ze spraken met tientallen bewoners en professionals en zetten enkele interessante ervaringen uit het buitenland op een rij. Hun bevindingen legden zij neer in een lijvig boek ‘De sociale cohesie voorbij – actieve burgers in achterstandswijken’.

    Bij het Lectoraat Gemeenschappelijke Veiligheidskunde was al bij het eerste concept van die studie duidelijk dat deze baanbrekende inzich- ten opleverde. Van Stokkom en Toenders rekenen af met een aantal ingesleten denkbeelden en schetsen vervolgens een alternatief dat zowel eenvoudig als krachtig is. Die alternatieve strategie is gebaseerd op een aantal pijlers: • meer identificatie van bewoners met de buurt, • meer ontmoetingskansen in georganiseerd verband, • meer normoverdracht via instituties in de wijk, • een duurzame overlegstructuur met bewoners.

    Het probleem was echter – zo werd ook ingezien – dat hun studie te omvangrijk, te grondig en te wetenschappelijk zou zijn om in zijn huidige vorm een rol te kunnen spelen in het debat over de

  • 8 10-131 Veiligheid en actieve burgers in achterstandswijken 91 Wat is het probleem?

    beste aanpak van leefbaarheid en veiligheid in achterstandswijken. Om hun studie toch voor een breder publiek toegankelijk te ma- ken, vroeg het Lectoraat Gemeenschappelijke Veiligheidskunde Nico de Boer om een leesbare samenvatting te maken. En dat is wat nu voor u ligt.

    Deze samenvatting is bedoeld voor teamchefs, wijkagenten, studen- ten aan de politieopleidingen en anderen die de leefbaarheid en veiligheid in achterstandswijken op een onorthodoxe manier willen verbeteren. Ze bestaat uit drie korte hoofdstukken, die respectievelijk behandelen: • Wat is het probleem? • Wat zegt de wetenschap over burgerschap en veiligheid? • Wat is een handzame strategie?

    1 Wat is het probleem? 1.1. Burgers en veiligheid

    Om achterstandswijken veiliger en leefbaarder te maken, hebben pro- fessionals (waaronder de politie) de actieve inzet van zoveel mogelijk burgers nodig. Veiligheid in zulke wijken is er bovendien bij gebaat als bewoners goede banden met elkaar hebben. Dat zijn twee zeer gang- bare gedachten in het veiligheidsbeleid van de afgelopen jaren. Op basis daarvan zijn de afgelopen tien tot vijftien jaar in de meeste Nederlandse gemeenten lokale samenwerkingsverbanden tot stand gekomen die een grote rol spelen in het gebiedsgebonden veiligheidsbeleid. Burgers heb- ben daarbinnen verschillende rollen: informant, adviseur, bedenker van oplossingen en uitvoerder.

    Aan burgerparticipatie, coproductie en netwerkvorming worden veel voordelen toegedicht: wederzijds begrip, breder draagvlak, effectiever in- grijpen. Toch is het de vraag of genoemde basisgedachten in de praktijk wel opgaan.

    Politiemensen – en dus ook wijkagenten – worden steeds meer afge- rekend op kerntaken en zijn door capaciteitsproblemen steeds minder in de buurt aanwezig. Het opbouwwerk is al in de jaren negentig gro- tendeels wegbezuinigd. Tegelijkertijd lijkt de overheid steeds sterker in te zetten op repressie. De afstand tussen burgers en wijkagenten wordt groter en het bevorderen van burgerschap dreigt een ondergeschoven kindje te worden. Het draagvlak onder wijkagenten voor burgerschap is beperkt, ook al doordat zij de contacten met buurtbewoners vooral zien als een middel om aan informatie te komen en veel van hen afkerig zijn van invloed van burgers op hun agenda. In het kader van het repressieve veiligheidsbeleid hebben ze juist de neiging om activiteiten naar zich toe te trekken en komt er minder ruimte voor het inschakelen van burgers.

    Is dat reden om het streven naar burgerschap in veiligheidsbeleid op te geven en maar af te wachten tot burgers zelf het initiatief nemen? Toch niet. Dat zou er namelijk toe kunnen leiden dat burgers het hele- maal laten afweten. Uit onderzoek blijkt dat de houding van professio-

  • 10 10-131 Veiligheid en actieve burgers in achterstandswijken 111 Wat is het probleem?

    nals (waaronder de politie) van beslissende betekenis is voor de bereid- heid van burgers om zich in te zetten voor een veilige en leefbare wijk. Daarbij doen zich twee obstakels voor. De eerste daarvan is de neiging van professionals om zelf oplossingen te bedenken voor problemen in de buurt en dus te weinig gebruik te maken van de capaciteiten van be- woners. De tweede is het zogeheten ‘bestuurlijke plafond’: de overheid geeft te weinig gevolg aan de initiatieven van burgers. Zonder die twee obstakels zou er veel meer mogelijk zijn.

    Verstandiger dan afzien van de rol van burgers in veiligheidsbeleid is een kritische blik op bewonersparticipatie. Een voorbeeld: het is een gangbare gedachte dat contacten, netwerken en ontmoetingen ervoor zorgen dat mensen meer ‘sociaal kapitaal’ verwerven, actiever worden en meer informele sociale controle op zich nemen. Maar is dat wel zo? Zijn er geen eenvoudiger manieren om de capaciteit van buurtbewoners optimaal te benutten? Zo’n kritische analyse is zeker van belang als het gaat om bewonersparticipatie in achterstandswijken: de problemen zijn daar immers zeer groot, terwijl tegelijkertijd de voorwaarden voor bewo- nersparticipatie aanzienlijk geringer zijn.

    Die analyse begint in dit hoofdstuk met een precieze kijk naar de wijken en de bewonersparticipatie: wat is er kenmerkend voor achter- standswijken en wat hebben bewoners nodig om goed te kunnen partici- peren in de zorg voor veiligheid en leefbaarheid?

    1.2. Leven in achterstandswijken

    De leefbaarheid van de wijken in Nederland verschilt sterk: er zijn wijken waar het uitstekend wonen is en andere wijken waar de proble- men zich opstapelen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regerings- beleid (WRR) stelde in 2005 een driedeling voor: voorstandswijken, middenstandswijken en achterstandswijken. In die laatste categorie be- vinden zich uiteenlopende wijken: sommige wijken zijn er met relatief eenvoudige ingrepen wel bovenop te helpen, terwijl in andere wijken al jaren veel wordt geïnvesteerd zonder dat er veel vooruitgang wordt geboekt. Over het aantal van die wijken verschillen de meningen, vari- erend van meer dan honderd tot ongeveer veertig. Over de leefbaarheid en veiligheid in die wijken gaat dit boek.

    Hoe is het leven in die wijken? De bebouwing is vaak – maar lang niet al- tijd – vrij dicht. Er staan veel sociale huurwoningen van geringe kwaliteit, veelal portieketagewoningen met een relatief lage huur. Er wonen veel mensen met een lage sociaaleconomische status: een lage opleiding, een laag inkomen, veel werklozen en andere uitkeringsgerechtigden, relatief veel eenoudergezinnen of juist kinderrijke gezinnen van buitenlandse herkomst. Het aanbod aan voorzieningen – winkels, horeca, onderwijs, zorg – is vaak mager en de kwaliteit van de openbare ruimte gering. Veel van de voormalige winkelpanden staan leeg. Deze wijken liggen vooral – maar niet alleen – in de grote steden.

    De mensen die in deze wijken wonen, hebben relatief veel last van fysieke en sociale overlast: geluidsoverlast (zowel van buren als van de straat), verrommeling en verpaupering van straten, plantsoenen en trottoirs, maar ook opvoedingsproblemen, een ongezonde leefstijl en onveiligheid. Dat leidt tot wat wel ‘selectieve migratie’ wordt genoemd: mensen die het zich kunnen veroorloven (bijvoorbeeld door een zekere sociale stijging), verhuizen