Reportage Marche su Archeologie di Lou Lichtenberg

of 66/66
01 2 0 1 3 Special Marche (Marken) - De meest typische Italiaanse regio • Jordanië - Rijksmuseum van Oudheden start nieuwe opgravingen in de Jordaanvallei • Nederland - Mesolithisch jachtkamp op de Utrechtse Heuvelrug • Israël - Horvat Kur geeft steeds meer geheimen bloot • Turkije - Troje wint geleidelijk aan helderheid en toegankelijkheid ARCHEOLOGIE | MAGAZINE 1 6,95 2013 Wilt u ook meer weten over de Oudheid, de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden en draagt u het museum een warm hart toe? Word dan lid van RoMeO, de vriendenvereniging van het museum! Meer informatie over het lidmaatschap vindt u op www.rmo.nl of 071 - 5 163 163. R O M E O DICHTERBIJ KUN JE NIET KOMEN... Waarom is Theo Broekhof vriend? Als fervent geschiedenisliefhebber en numismaat, kom ik regelmatig in ons Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Op de Griekse afdeling staat een Dionysoskop, al sinds jaar en dag onderdeel van de vaste collectie. Het stuk is helaas geschonden, maar moet, gezien de afmetingen, ooit tot een kolossaal beeld behoord hebben. Ik ben bijzonder blij met het stuk. Het is één van vele redenen waarom ik zo graag in ons museum kom. De objecten vertellen stuk voor stuk een verhaal: een verhaal, vaak van ontroerende kunst, van agressie, van vergankelijkheid, maar bovenal... een verhaal van menselijkheid. Dionysos, de Griekse god van de wijn. Marmer, h. 81 cm., 100 na Chr., uit Izmir (Turkije) Ooit behoorde de kop toe aan een kolossaal beeld. De wijngod - een van de blik- vangers in de afdeling ‘Grieken’ van het museum - heeft een woeste gelaatsuitdrukking en wapperende haren, die bijeen- gehouden worden door een haarband met druiven. FOTOGRAFIE: GOVERT DE ROOS, AMSTERDAM
  • date post

    08-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    219
  • download

    1

Embed Size (px)

description

Speciale di 16 pagine sulla regione Marche del giornalista Lou Lichtenberg uscito a seguito dell'Educational Tour dei giornalisti olandesi nelle Marche di giugno 2012 (promosso da Regione Marche con gestione Comitel)

Transcript of Reportage Marche su Archeologie di Lou Lichtenberg

  • 012 0 1 3

    Special Marche (Marken) - De meest typische Italiaanse regio Jordani - Rijksmuseum van Oudheden start nieuwe opgravingen in de Jordaanvallei Nederland - Mesolithisch jachtkamp op de Utrechtse Heuvelrug Isral - Horvat Kur geeft steeds meer geheimen bloot Turkije - Troje wint geleidelijk aan helderheid en toegankelijkheid

    AR

    CH

    EO

    LO

    GIE

    | ma

    ga

    zin

    e

    1

    6,

    95

    20

    13

    Wilt u ook meer weten over de Oudheid, de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden en draagt u het museum een warm hart toe? Word dan lid van RoMeO, de vriendenvereniging van het museum!

    Meer informatie over het lidmaatschap vindt u op www.rmo.nl of 071 - 5 163 163.

    ROMEODICHTERBIJ KUN JE NIET KOMEN...

    Waarom is Theo Broekhof vriend?Als fervent geschiedenisliefhebber en numismaat, kom ik regelmatig in ons Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Op de Griekse afdeling

    staat een Dionysoskop, al sinds jaar en dag onderdeel van de vaste collectie. Het stuk is helaas geschonden, maar moet, gezien de

    afmetingen, ooit tot een kolossaal beeld behoord hebben. Ik ben bijzonder blij met het stuk. Het is n van vele redenen waarom ik zo graag in ons museum kom. De objecten vertellen stuk voor stuk een verhaal: een verhaal, vaak van ontroerende kunst, van agressie, van

    vergankelijkheid, maar bovenal... een verhaal van menselijkheid.

    Dionysos, de Griekse god van de wijn.Marmer, h. 81 cm., 100 na Chr., uit Izmir (Turkije) Ooit behoorde de kop toe aan een kolossaal beeld. De wijngod - een van de blik- vangers in de afdeling Grieken van het museum - heeft een woeste gelaatsuitdrukking en wapperende haren, die bijeen- gehouden worden door een haarband met druiven.

    FO

    TO

    GR

    AF

    IE:

    GO

    VE

    RT

    DE

    RO

    OS

    , A

    MS

    TE

    RD

    AM

    DGURPHRLQGG

  • archeologieonline.nl

    BON

    #

    Neem of geef een abonnement en krijg een cadeau

    Kopieer deze bon of knip hem uit en stuur hem naar: Archeologie Magazine; Antwoordnummer 7086, 3700 TB Zeist, Nederland (vanuit Nederland kan dit zonder postzegel.)

    MijN gegeveNs

    naam* m/v

    adres*

    postcode*

    woonplaats*

    telefoon

    e-mail*

    (Alleen invullen als u een jaarabonnement cadeau geeft.)

    gegeveNs ONTvANger cAdeAu-jAArABONNeMeNT

    naam* m/v

    adres*

    postcode*

    woonplaats*

    telefoon

    e-mail*

    Ik neem/geef een jaar abonnement (6 nrs) op Archeologie Magazine voor slechts 39,95 en krijg een welkomstgeschenk.

    Ik kies voor:

    Terry Jones De grootste uitvindingen uit de Oudheid (2-DVD, t.w.v. 19,95)

    In de documentairereeks laat Terry Jones (Monty Python) zien dat veel van de ideen en uitvindingen die wij als modern beschouwen al duizenden jaren oud zijn.Verschijnt in maart 2013.

    De introductiekorting van 12,45 en betaal geen 39,95, maar slechts 27,50

  • 4Antieke verbeeldingen

    Nu Koning Winter zo zoetjesaan zijn koffer pakt en de eerste zonnestralen ons trachten te bruinen, breekt ook de tijd weer aan waarin we plannen maken voor reizen naar allerlei vakantieoorden waarin ook veel cultureel erfgoed te zien valt. In deze aflevering van Archeologie Magazine staan we opnieuw stil bij erfgoed in landen die daarover in ruime mate beschikken. Bij mijn bezoek aan die landen en vooral aan opgravingsplaatsen vraag ik mij de laatste tijd steeds meer af hoe die locaties er vroeger hebben uitgezien, toen de bouwwerken verlaten waren en als runes nog niet of nauwelijks waren uitgegraven. In vele landen zijn er nog tal van plaatsen waar je zo op het oog al kunt zien dat daar onder de begroeide heuveltjes en vlaktes toch iets van oude beschavingen moet liggen. Dat vermoeden steunt dan overwegend op bovengronds zichtbare resten van oude muren, bogen, zuilen en dergelijke. Schetsen van David Roberts uit de 19e eeuw laten zulke taferelen in Egypte en het Heilige Land zien. Maar ook de werken van kunstenaars die eeuwen geleden al naar Itali trokken, tonen daarvan fraaie voorbeelden. Dromerige plaatjes van in statige kledij stekende personen bij antieke zuilen, koetsen door ruige landschappen met hier en daar runes waarvan delen net boven zand of struikgewas uitsteken, dat soort werk. In Itali zijn het vaak verschillende plaatsen in Rome zelf die aanleiding tot dergelijke bespiegelingen over hun vroegere uiterlijk geven. Ik doel dan vooral op taferelen bijvoorbeeld in het Forum Romanum uit de tijd toen ook deze locatie voor een belangrijk deel nog overwoekerd was. Betrekkelijk ongerept gebleven middeleeuwse dorpjes en stadjes bovenop heuvels in bijvoorbeeld de Marken, de Italiaanse regio die in de special van dit nummer centraal staat, lokken ook vandaag de dag zonder autos gemakkelijk dergelijke bespiegelingen uit. Turkije mag er op dit punt evenzeer wezen. Ik heb daar in de loop der tijd verschillende plaatsen gezien waar nog complete runesteden in overwoekerde staat rusten. Een tot de verbeelding sprekend voorbeeld is ook Sagalassos, waarover we eerder een special brachten (AM nr 5 van 2011). Dit was een antieke stad in de Turkse bergen die door aardbevingen bijna volledig verwoest werd, waarna de resten ook overwoekerd raakten. In de loop van de 17e- 19e eeuw kwamen er incidenteel reizigers langs, die de runes van de stad observeerden. Bijna drie decennia geleden begonnen archeologen met opgravingen. Sfeertekenend voor wat zij toen zagen zijn de aantekeningen van opgravingsleider prof. Marc Waelkens over zijn eerste bezoek aan de site. Rondom ons verrezen monumenten, soms tientallen meters hoog, met daartussen verspreid talloze inscripties, omver gevallen zuilen en beeldbasissen. () Anderzijds schuifelden wij met een bijna religieuze schroom van rune tot rune, bang voor het geluid van brekend vaatwerk of glas, waarmee de oppervlakte letterlijk bezaaid was, bij elke stap die we zetten.Een Turkse opgraving die helemaal tot de verbeelding spreekt is Troje. Deze site mocht ik onlangs voor de tweede maal na dertig jaar bezoeken (zie het artikel in dit nummer). Resten van een stad werden inderdaad bij opgravingen in de afgelopen eeuwen gevonden op de plaats waar volgens mythologische verhalen (zoals de Ilias van Homerus) de stad Troje zou liggen. Mede door die mythologische aspecten is Troje als sinds mensenheugenis populair in allerlei vormen van verbeelding. Die variren van romans, studies, schilderijen, toneelstukken, muziekstukken zoals operas van Mozart en Berlioz tot films als Troy. Of die verbeeldingen op waarheid berusten is vers twee. Maar imposant zijn de runes en hun verbeeldingen vaak al zonder meer.

    Lou Lichtenberg, hoofdredacteur

    [email protected]

    Voor

    woo

    rd

    Voorwoord colofonArcheologie Maga zineVerschijning 6 maal per jaarISSN 1566-7553

    UitgaveVirtmediaPostbus 5953700 AN ZeistTel: 030 - 692 06 77Fax: 030 - 691 33 12 www.archeologieonline.nl Pepijn Dobbelaer | uitgeverDavid Veldman | bladmanagement [email protected]

    RedactieadresKoraaldijk 1334706 KG RoosendaalTel: 0165 - 541 010 06 - 275 904 [email protected] Lichtenberg | hoofdredacteurIneke Geraerdts | adjunct-hoofdredacteur, eindredactie

    MedewerkersL. Amkreuz, R. Asselbergs, C. Bakker, R. van Beek,G. Bierenbroodspot, A. Carmiggelt, G. Creemers,H. Curvers, M. Dekeersmaeker, M. Doesburg, E. van Elten,A. Engels, N. de Groot, R. Halbertsma, T. Holleman, G. Jansen, R. Knoop, R. Kok, J. de Korte, L. Kruyff, J.J.B. Kuipers, W. Laros, H. Mulder, S. Mnger, O. Nieuwenhuyse, H. Oosterveen, S. Out, R. van der Putte, T. Rassalle M.J.Raven, B. Schaap, A. van Schaik, E. Seymour, M. Steiner, C. Straus, P. Teffer, T. Toebosch, L. Toorians, R. Tummers, A. Veldmeijer, L. Verhart, J. Vermeulen, B. Vranken, M. Wick, A. Willemsen, J. Zangenberg, H. Zijlstra

    FotografieTenzij anders vermeld: Coral Press

    Basisl ayoutGeeske Visser | www.studiodaredevil.nl

    VormgevingGeeske Visser | www.studiodaredevil.nl

    DrukVeldhuis Media B.V., Raalte

    AdvertentiesMerijn van StralenTel: 030 - 69 311 [email protected]

    DistributeurVMBpress, Heemskerk

    AbonnementenVoor vragen over abonnementen: AbonnementenlandPostbus 20NL-1910 AA UitgeestTel: 0251-257926(vanuit Belgi: 0031 251 257926)Fax: 0251-310405(vanuit Belgi: 0031 251 310405) of via www.aboland.nl

    Archeologie Magazine is een vakblad over archeologie, geschiedenis en cultuur en verschijnt 6x per jaar. Opzegging dient schriftelijk te geschieden, uiterlijk twee maanden voor afloop van de abonnementsperiode.

    Abonnementsprijzen: Nederland & Belgi jaar-abonnement (6 nrs) 39,95 | Studenten 26,50 Europa 52,50 | Buiten Europa 59,95

    Copyright 2012Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Door het opnemen van advertenties doet de redactie van Archeologie Magazine c.q. de uitgever geen aanbeveling van de daarin vermelde diensten of producten.

  • 5In

    houd

    sopg

    ave

    Inhoudsopgave

    Vaste rubrieken

    06 Nederlands Nieuws

    13 Benno Vranken

    17 Han Mulder

    18 Onderwater Nieuws

    36 Nederland - Utrechtse

    Heuvelrug

    39 Sander Out

    44 Arabische voetstappen

    46 IJzer op ijzer

    47 Knopen doorhakken

    58 Belgisch Nieuws

    60 Tentoonstellingen

    64 Media Nieuws

    65 Oudheden onderzoekt!

    66 Agenda

    08 Aan de oevers van de Jordaan Jordani

    19 SpecialMarche (Marken)

    50 Terug in TrojeTurkije

    14 Sliesthorp of Haithabu? Duitsland

    40 Synagoge van Horvat Kur geeft steeds meer geheimen blootIsral

    Cultuur

    Column

    Culinair

    Reizen

    Opinie

    Nieuws

    Special

    Tentoonstellingen

    Media

    Geschiedenis

    Archeologie

    Bij de voorpagina:Ook in de Italiaanse regio Marken getuigen nog vele plaatsen van hun roemrijke Romeinse verleden. De stad Ascoli Piceno bijvoorbeeld koestert nog verschillende Romeinse sporen, waar onder delen van een stadspoort en stadsmuur (Porta Gemina). (foto: Coral Press)

  • 6In januari j.l. werd de restauratie van het mikwe, het oudste joodse monument in Nederland, afge-rond. Het mikwe is een joods ritueel bad, dat is opgenomen in de nieuwbouw van het Limburgs Museum. Vijf weken lang hebben de medewerkers van Koninklijke Woudenberg eraan gewerkt. De restauratie is betaald door de gemeente Venlo en het Limburgs Museum. Het bad, dat uit vier kamers bestaat, werd gevonden tijdens een van de laatste dagen van de opgraving aan de Maasboulevard in Venlo (2004). Het gebouw is in twee delen gelicht en in afwachting van een bestemming naar de gemeente-werf gebracht. Na het besluit in 2011 dat het een plaats zou krijgen in het Limburgs Museum,

    is het onder grote publieke belang-stelling naar het museum ver-voerd. Dit transport heeft voor enige (van te voren ingecalculeer-de) schade gezorgd. Ook waren er uit voorzorg kwetsbare delen weg-genomen. Tijdens de restauratie is de schade hersteld, zijn de muren verstevigd en werden de weggeno-

    Eind vorig jaar ontving het Stadsarchief Amsterdam een opmerkelijke collectie drukkers-materialen uit de voormalige Stadsdrukkerij van Amsterdam. Pronkstuk van de schenking is een unieke koperplaat van de stadsplattegrond uit omstreeks 1660. De Stadsdrukkerij begon in 1735 als stadscouranten-drukkerij en breidde in 1796 haar werkzaamheden voor de stad uit. Bij een verhuizing in 2011 werden in het pand van de drukkerij tal van archiefstukken gevonden, die overgedragen werden aan het Stadsarchief Amsterdam. Maar n kast in de kelder van het gebouw moest lange tijd gesloten blijven omdat de sleutel zoek was. Uiteindelijk bleek de kast een schat aan historische drukkersmaterialen

    te bevatten, met onder meer 34 koperplaten van zeventiende-eeuwse gravures, series van oude houtblokken, clichs met stadswapens en biljetletters. Het absolute topstuk is de koperplaat die gegraveerd werd door de bekende kaartuitgever Nicolaes Visscher (1618-1679) met de plattegrond van Amster-dam omstreeks 1660. De gravure toont de stad op het hoogtepunt van de Gouden Eeuw, met een oningevulde strook voor de beoogde stadsuitbreiding aan de oostkant. Het is prachtig om de originele koperplaat te zien waarop de ambitie van Amster-dam zo duidelijk tot uiting komt in het doortrekken van de grachten, zegt Garrelt Verhoeven, hoofdconservator van de Bijzondere Collecties van de UvA.

    Er zijn maar heel weinig koper-platen uit de zeventiende eeuw bewaard; ze werden meestal hergebruikt totdat ze helemaal versleten waren en werden dan versmolten. Koper was een dure

    grondstof, ook toen al. Vanaf 1660 werkte Amsterdam intensief aan een vierde stads-uitbreiding, waarbij het gebied tussen het IJ en de Leidsegracht bij de stad werd getrokken. Op

    Restauratie mikwe in Limburgs Museum afgerond

    Unieke koperplaat van Amsterdam in de Gouden Eeuw ontdekt

    Ned

    erla

    nds

    | Nie

    uws

    Nederlands | Nieuws

    NL

    Het mikwe bij de opgraving in 2004. (foto: Limburgs Museum)

    Nicolaes Visscher, Amstelodamum celebre emporium forma plana, circa 1660. Een handgekleurde afdruk van de onlangs ontdekte koperplaat. (foto: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam).

    Het mikwe in het Limburgs Museum. (foto: L Giesen)

  • 7Tot enkele weken voor de inhul-diging van koning Willem Alexander presenteert De Nieuwe Kerk in Amsterdam een boeiende tentoonstelling over de artistieke tradities van indianen van het Noord-Amerikaanse continent. Aan de hand van zeven regios wordt een beeld geschetst van de rijke kunst en cultuur van indianenvolken. Ruim tweehon-derd kunstobjecten en gebruiks-voorwerpen nemen de bezoekers mee naar de prairies in de Midwest, de vlakten rond de Great Lakes, Californi, de Canadese westkust en de landen van de Navajo en de Inuit.In Noord-Amerika zijn de indianen verdeeld over meer dan 500 stam-men. Verreweg de meeste hebben een eigen taal, kunsttraditie en cultuur, veelal benvloed door geografische ligging en klimaat. Indianen toont de schoonheid en diversiteit van de Native American Art en gaat specifiek in op de overdracht van tradities bij de

    indianen. Al deze kunst- of kunst-nijverheidstradities zijn zeer eigen aan een bepaalde regio: vlecht-werk van stekelvarkennaalden uit het gebied van de Great Lakes, historische schilderkunst uit de prairies, aardewerk van de pueblos in het zuidwesten, textiel van de Navajo, manden uit Californi, houtsnijwerk van de noordwestkust en beeldhouwwerk van het Arctische noorden. Naast eeuwenoude voorwerpen toont de kerk werk van hedendaagse indiaanse kunstenaars die zich inspannen om indiaanse kunst en cultuur door te geven. De objecten vertellen bijna altijd een persoon-lijk verhaal dat onlosmakelijk met het leven en de cultuur van de maker verbonden is.De eerste contacten tussen Noord-Europeanen en Noord-Amerikaanse indianen vormen het startpunt van de tentoonstelling. In De Nieuwe Kerk is de zogeheten Schaghen-brief uit 1626 (Nationaal Archief Den Haag) te

    bewonderen, een beroemd Nederlands archiefstuk dat de aankoop van Manhattan voor zestig gulden van de indianen bezegelde. Het document staat bekend als de geboorteakte van New York. Ook de Nederlandse (en Europese) beeldvorming over de indianen, in de loop der tijd ontstaan met vele clichs en stereotypen, wordt in de kerk onder de loep genomen. De tentoonstelling kwam tot stand in samenwerking met gastconser-vator David Penney, specialist op het gebied van Native American Art en verbonden aan het National Museum of the American Indian in Washington DC. Dit museum werd in 2004 geopend op initiatief van het Congres van de Verenigde Staten en is een van de belangrijke bruikleengevers van de tentoon-stelling.

    Indianen in de Nieuwe Kerkmen stukken teruggeplaatst. Zo is nu de kenmerkende nissenwand weer te zien en zijn de vloeren opnieuw gelegd met maaskeien en bakstenen. Het mikwe ligt er weer bij als op de dag van de opgraving. In de zaal met het gerestaureerde monument wordt een documen-taire vertoond over de religieuze en historische context van deze belangrijke vondst. Tevens is er een expositie te zien van de Amerikaanse fotografe Janice Rubin die een potische reportage maakte van het bezoek aan een mikwe. Later dit jaar wordt het mikwe opgenomen in de vernieuw-de presentatie over Limburgse archeologie. De herinrichting start op 1 mei aanstaande.

    deze kaart is de nieuwe stads-uitleg bewust wit gelaten, aldus Erik Schmitz van het Stadsarchief, zodat men die met de hand kon invullen met de verschillende ontwerpen voor de stadsuitbreiding. De precieze invulling van het gebied stond op dat moment immers nog ter discussie. Van de getste koper-plaat zijn twee versies (staten) bekend, waarvan diverse exem-plaren in het Stadsarchief en bij de Bijzondere Collecties van de UvA worden bewaard.

    Ned

    erla

    nds

    | Nie

    uws

    Nederlands | Nieuws

    NL

    Winter Count (voorstelling van het tellen van de winters, Yanktonai Sioux), 1911. Detroit

    Institute of Arts / The Bridgeman Art Library, London.

    Beschilderde elandhuid (Pawnee).

    National Museum of the American

    Indian, Smithsonian Institution,

    Washington, DC.

    Nadere info: Limburgs Museum, Keulsepoort 5 te Venlo, www,limburgsmuseum.nl

    Tot en met 26 mei 2013 maken deze en andere koperplaten deel uit van de tentoonstelling Booming Amsterdam. De groei van Amsterdam in de Gouden Eeuw in het Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32, www.stadsarchief.amsterdam.nl

    Indianen. Kunst en

    cultuur tussen mythe en

    realiteit t/m 14 april 2013

    (of mogelijk eerder i.v.m. inhu

    l-

    diging, zie website) in De Nieu

    we

    Kerk, Dam te Amsterdam,

    www.nieuwekerk.nl

  • 8Jo

    rdan

    i |

    Tell

    Dam

    iyah

    Aan de oevers van de Jordaan Rijksmuseum van Oudheden start nieuwe opgravingen in de Jordaanvallei

    Tell DamiyahNegen jaar geleden kwam het bericht binnen bij een groep Leidse archeologen dat een bulldozer een deel van Tell Damiyah, een bewoningsheuvel vlak bij n van de weinige doorwaadbare plaatsen in de Jordaan, had weggegraven. De Universiteit Leiden was al sinds 1960 samen met het Jordaanse Departement van Oudheden en de Jordaanse Yarmouk Universiteit in deze regio bezig met het archeologisch onderzoek naar de brons- en ijzertijdbewoning van de Jordaanvallei, ca. 1550 tot 500 v.Chr.. Dit project werkte vooral op Tell Deir Alla iets ten noorden van Tell Damiyah. In 2004 werd het onderzoek uitgebreid en kreeg het een regionaal karakter door de start

    ningsheuvel bleef echter strategisch interes-sant. In de 20e eeuw was de plek veelvuldig het middelpunt van oorlogen. Granaatscherven en kogels op Tell Damiyah zijn hiervan de stille getuigen.

    Spijkerschrift in de JordaanvalleiIn vergelijking met de grote nederzettings-heuvels in de buurt, zoals Tell Deir Alla en Tell as-Saidiyeh, is Tell Damiyah slechts een klein pukkeltje, dat niet meer dan een paar huizen kon herbergen. Een enorme verrassing in 2004 was dan ook de vondst van een bolletje klei, een zegeling, met spijkerschrift. Hoe kwam dit schrift op Tell Damiyah, waar in de ijzertijd een geheel ander schrift gebruikt werd? Slechts een tiental spijkerschrift opschriften zijn er tot nu toe in dit gebied gevonden, bijna allemaal in veel grotere bewoningsheuvels dan Tell Damiyah. In dezelfde bewoningslaag kwam ook gemiteerd Assyrisch aardewerk tevoorschijn. Dit soort aardewerk wordt wel vaker in Jordani, Isral en Palestina gevonden, maar de combi-natie van het spijkerschrift en het aardewerk doet vermoeden dat deze vindplaats rond 700 v.Chr. een bijzondere rol speelde in de Jordaanvallei. Maar welke rol? Eind september 2012 vlogen met mij vier ervaren archeologen van het Rijksmuseum van Oudheden naar Jordani om deze vraag proberen te beantwoorden. Het plan was om iets ten noorden van de oude opgraving vier nieuwe vakken te openen, elk met een af meting van 5x5 meter. We zouden zo een beter idee krijgen over de bewoning in de 7e eeuw v.Chr.

    van het NWO-gesubsidieerde onderzoeks-project Settling the Steppe. Waarom gingen mensen in deze droge vallei rond Tell Deir Alla wonen en hoe konden ze een bestaan opbouwen? Een klein onderzoeksteam, waaronder ikzelf, mocht vier jaar lang op deze vragen een antwoord proberen te vinden. In 2004 en 2005 werden daarom op Tell Damiyah enkele opgravingsvakken geopend. Redden wat er te redden viel, want door de jaar-lijkse regenbuien spoelde veel materiaal uit de bulldozersleuf weg. Het onderzoek heeft aan-getoond dat Tell Damiyah waarschijnlijk onafge-broken bewoond is geweest van de 16e eeuw tot de 5e eeuw v.Chr., waarna de vindplaats nog slechts sporadisch werd opgezocht. De bewo-

    De menselijke schedel bij de rechterknie was n van de onverwachte aanblikken

    voor de Leidse archeologen afgelopen najaar. Waren de benen en het hoofd van n

    en dezelfde persoon? Omdat het skelet niet volledig kon worden blootgelegd, bleef

    een antwoord op die vraag de archeologen verstoken. Maar het geven van een

    verklaring voor deze unieke vondst werd een spelletje onder de teamleden:

    Het hoofd was in het graf gelegd en behoorde tot een familielid; een dier had het

    hoofd verplaatst; de schedel was veel ouder en was in het graf gerold tijdens een

    latere begrafenis of het is een duidelijk aanwijzing voor een schedelcultus. Het

    bleek niet het enige geheimzinnige dat archeologen van het Rijksmuseum van

    Oudheden op Tell Damiyah in Jordani aantroffen.

    Jordani | Tell Damiyah

  • 9Jo

    rdan

    i |

    Tell

    Dam

    iyah

    De Jordaanvallei gezien vanuit de oostelijke heuvels.

    Links: Een onverwachte aanblik: een schedel naast de onderbenen. Rechts: Een kaart waarop de ligging van Tell Damiyah is aangegeven.

  • 10Jo

    rdan

    i |

    Tell

    Dam

    iyah

    De archeoloog Yannick Boswinkel bij n van de graven.

    De lager gelegen Zor, met in het midden van de foto Tell Damiyah.

  • 11

    tevoorschijn. Aan het einde van de opgraving hadden we meer dan twintig graven gevonden, van babys, kinderen en volwassenen. De complete of bijna complete skeletten lagen in ovale putten, meestal met het hoofd naar het westen en de voeten naar het oosten. Maar we vonden ook veel vreemde vondstsituaties: een hoofd vlak bij de knien, een put met slechts een hoopje beenderen, verschillende dubbele graven en een kuil met enkel onderbenen. Soms leken de familieleden haastig te werk gegaan te zijn, dan weer met eerbied en res-pect. In tegenstelling tot 2004, troffen we dit keer wel grafgiften aan: kralen, een glazen flesje, sieraden en ijzeren voorwerpen.

    De laatste rustplaats voor nomaden?De grafgiften doen vermoeden dat Tell Damiyah ergens in de Laat-Romeinse of Byzantijnse tijd

    De eerste dagen werden gebruikt om de topsoil, de bovenste verstoorde laag, te verwijderen. We hoopten hieronder resten uit de 5e eeuw v.Chr. aan te treffen. Uit eerdere opgravingen wisten we dat Tell Damiyah in deze tijd door vee-houders of semi-nomaden als opslagplaats voor veevoer was gebruikt. De keuze is goed te begrijpen: het klimaat in de vallei was in de winter aangenaam en er was genoeg voedsel te vinden. Op 14 oktober 2012 vonden we echter iets heel anders.

    Elk graf was andersEn van de voorgravers meldde de vondst van menselijk botmateriaal. Dat was op zich niet zo bijzonder; in 2004 hadden we al twee kinder-graven gevonden, die we echter niet precies konden dateren. In de dagen die op 14 oktober volgden, kwam het ne na het andere graf

    De laagst gelegen opgraving ter wereldDe locatie van Tell Damiyah is zeer bijzonder, maar ook extreem moeilijk te bereiken: in de bufferzone tussen Jordani en Palestina, aan de oever van de Jordaan. Deze zone was in gesteld na de oorlog in 1967 en nu slechts overdag toegankelijk, alleen met de juiste papieren. Dank zij de medewerking van het Jordaanse leger kon ons team in dit gebied gedurende vijf weken onderzoek doen. En het was de moeite waard. Iedere ochtend werden we beloond met een prachtig uitzicht over de lager gelegen Zor, de smalle vallei waarin de Jordaan zijn weg zoekt. Het rare was: je klom omhoog, maar je bevond je meer dan 330 meter onder het zee niveau! Mogelijk groeven we op de laagst gelegen droge plek ter wereld.In de vier opgravingsputten werd met n voor-graver, n arbeider en n supervisor gewerkt.

    Jord

    ani

    | Te

    ll Da

    miy

    ah

    Jordani | Tell Damiyah

    Een hoopje beenderen in een put.

  • 12Jordani | Tell Damiyah

    als grafveld was gebruikt, grofweg tussen 300 en 700 na Chr. Opmerkelijk is dat er nergens in de buurt een Byzantijnse nederzetting is gevonden. Waarschijnlijk hebben we hier te maken met een begraafplaats voor een meer mobiele- of nomadische bevolkingsgroep. Los van vragen die deze nieuwe vondsten opriepen, konden we in elk geval n probleem oplossen. Het was tot nu toe een raadsel, waar-om het oppervlak van Tell Damiyah bezaaid was met scherven uit de Laat-Romeinse en Byzantijnse periode, terwijl er in de opgravings-putten in 2004 en 2005 bijna niets uit deze tijd was aangetroffen. De begraafplaats verklaart nu de aanwezigheid van deze scherven. Nomaden kwamen zo nu en dan op bezoek en brachten hun aardewerken vaatwerk mee. Ze maakten vuurtjes, kookten, aten en dronken, goed mogelijk tijdens n van de begrafenis-ceremonies. De restanten zijn blijven liggen.

    Najaar 2013Het onderzoek naar de begraafplaats op Tell Damiyah in Jordani is een prachtig project, waarbij veel informatie kan worden verkregen over de nomadische bevolking in het eerste millennium na Chr. Volgend jaar zal hier verder naar worden gekeken. Het is interessant om te zien dat niet alleen permanente nederzettingen een begraafplaats hadden, maar ook de noma-dische bevolking. Ook zij hadden een centrale plaats nodig, een plek waar ze herinneringen konden opdoen en hun familieleden konden begraven. En die plaats was zeer waarschijnlijk Tell Damiyah. Op de vraag wat voor rol Tell Damiyah in de ijzertijd in de regio speelde, hebben we in 2012 nog geen antwoord gevonden. Het opgraven van het Byzantijnse grafveld bleek zeer tijd-rovend, waardoor we slechts in de laatste week het verbrande dakpuin van de ijzertijd- bewoning bereikten. Het was voor ons toen duidelijk dat de Assyrische bewoners nog een jaartje moesten wachten op hun ontdekking.

    Tekst en fotos: Lucas Petit, conservator Collectie

    Nabije Oosten, Rijksmuseum van Oudheden,

    projectleider van de opgraving op Tell Damiyah

    Jord

    ani

    | Te

    ll Da

    miy

    ah

    Een glazen flesje uit n van de graven.

    Overzicht van de opgraving in 2012.Voor meer informatie

    over de

    opgraving: www.rmo.nl

  • 14

    Sliesthorp of Haithabu? Op zoek naar het machtscentrum van de Deense Vikingkoning Godfred

    Op het eerste gezicht is er op deze akker niet veel te zien dat doet geloven dat Godfred hiervandaan een deel van de bouw van de Danevirke, de dertig kilometer lange Vikinger variant van de Muur van Hadrianus, heeft gecordineerd. Een houten keetje, een tent, een niet zo nieuwe camper en een opgeworpen heuvel met een Deens en een Amerikaans vlaggetje zijn nu de belangrijkste blikvangers.

    LiggingDobat weet dat zijn opgraving op het eerste gezicht niet spectaculair is. Wacht maar. Ik zal je eerst iets meer over de ligging van deze plek vertellen. Kom maar mee. Hij loopt naar de nabijgelegen weg, de Winningmay. Als dat stomme mas er niet was geweest, had je hier-vandaan al over de Schlei kunnen uitkijken. Nu moeten we iets verder gaan. Intussen vertelt hij dat hij geen Deen is, maar een Duitser. Ik werk al twaalf jaar in Denemarken, maar kom uit de buurt, uit Flensburg.Vierhonderd meter naar het zuidwesten is de Schlei uitgegroeid tot een reusachtige waterplas. De Kleine Breite. In de verte rijst de Domtoren van Schleswig op. Dobat wijst naar links. Veertig kilometer naar het oosten stroomt de Schlei uit in de Oostzee. Enkele kilometers ten zuiden van hier ligt de Danewerke. En aan de overkant van dit water ligt wat eens Hedeby of Haithabu, een belangrijke Vikinger handels-plaats, was. Mijn vindplaats ligt dus op een belangrijke strategische plek. Van hieruit heeft Godfred de Danevirke van west naar oost uit-gebreid, als verdediging tegen de Franken van Karel de Grote. Dobat last een terzijde in: In de Annalen van de Frankische Koningen staat dat Godfred in 804 met zijn leger en een vloot is gekomen en de Danevirke heeft gebouwd, maar dat laatste klopt niet helemaal. Uit recent archeologisch en dendrochronologisch onder-zoek is gebleken dat het eerste deel van de verdedigingswal al in 737 is gebouwd. Hij keert snel weer terug naar de betekenis van zijn vindplaats: Verder heeft Godfred volgens mij van hieruit Haithabu als internationale handelsplaats gesticht. Hij heeft hier alleen zo

    In een grote opgravingsput zijn alleen een paar dichtgegooide kuilen en enkele grondsporen te zien. Ook die geven nog weinig reden aan te nemen dat dit nou de plek is die in de negende-eeuwse Annalen van de Frankische Koningen wordt genoemd, maar die nog nooit gevonden zou zijn. De man die meer over de vindplaats kan vertellen, Andres Dobat van de Universiteit van Aarhus, loopt verderop over een naastgelegen omgeploegde akker. Een van zijn metaaldetec-torpiloten zou daar eerder op de dag een deel van een byzantijns zegel hebben gevonden. Dobat is aan het kijken of hij ontbrekende delen kan vinden. Even later komt hij op zn gemak aanlopen; een 36-jarige man met een kort gewiekt baardje, zomerhoedje op het hoofd, een beker koffie in de rechterhand, de linker in een zak van zijn korte broek, de blote voeten op slippers. In zijn gevolg enkele studenten van Harvard University, die hem deze zomer tijdens zijn derde opgravingscampagne hebben geholpen. Het is hun laatste dag; we gaan straks de traditionele groepsfoto maken.

    Een archeologische vindplaats doet vaak een beroep op het verbeeldingsvermogen.

    Dat geldt ook voor de braakliggende akker bij Fsing en Schleswig in Noord-

    Duitsland. Herbergt deze grond echt de resten en sporen van Sliesthorp? Was dit

    door masvelden omgeven stuk grond veertig kilometer ten zuiden van de Deense

    grens nou de plek die de Deense Vikingkoning Godfred begin negende eeuw als

    politiek en militair machtscentrum gebruikte?

    Duitsland | Sliesthorp

    Duits

    land

    | Sl

    iest

    horp

    Andres Dobat van de Universiteit van Aarhus.

  • 15

    nu en dan gebivakkeerd. Hij kwam en ging met zijn leger als de politieke omstandigheden er om vroegen. Het ene moment telde de plek honderd bewoners en het andere moment duizend. In de tiende eeuw is de plek mogelijk overvallen en geplunderd. Een van de lang-huizen is toen platgebrand en verder hebben we pijlpunten en kraaienpoten gevonden. Allemaal zaken die wijzen op een gewelddadig conflict.

    HaithabuHaithabu was de reden dat Dobat in de om geving op onderzoek ging. De handelsplaats is eind negentiende eeuw ontdekt. Tijdens tien-tallen jaren van opgravingen zijn ter plekke of in de onmiddellijke omgeving duizenden vond-sten gedaan: er is een haven met aanleg-steigers ontdekt, een omwalde nederzetting met een grootte van ongeveer vijftig voetbalvel-den, huisplattegronden, ovens, een gezonken schip, graven, een praalgraf met paarden als bijgift, koninklijke gedenkstenen met runen-tekens, talloze voorwerpen en munten. Allemaal te zien in het Wikinger-Museum Haithabu naast de vindplaats. Hier wordt in een recent vernieuwde opstelling het verhaal van de nederzetting en handelsplaats verteld van het begin in de vroege achtste eeuw tot het einde in de elfde eeuw, toen de West-Slaven de handelsplaats plunderden. Daarna nam het een paar kilometer verder gelegen Schleswig de functie van belangrijke internationale handels-plaats over. Op de vindplaats, waar van 2005 tot 2010 voor het laatst archeologisch onder-zoek is gedaan, vormen enkele replicas van Vikinghuizen een mini- Archeon.

    fotos te maken. Op die fotos waren duidelijk verkleuringen te zien die wezen op de aanwe-zigheid van vele huissporen in de ondergrond. Geomagnetisch onderzoek door de Universiteit van Kiel bevestigde dat er minstens honderd hutkuilen moesten zijn geweest.

    Haithabu en SliesthorpMet geld van de Carlsberg Foundation en steun en toestemming van het Landesamt van Sleeswijk-Holstein is Dobat in 2010 op het terrein met graven begonnen. Met succes. We hebben tot nu toe naast vele hutkuilen zeven

    Dobat had tien jaar geleden al het idee dat in het omringende achterland van zon belangrijke handelsplaats nog meer vindplaatsen uit de Vikingtijd te vinden zouden moeten zijn. Hij wist dat bij Fsing in de jaren zestig al eens aardewerk was gevonden en daarom trok hij daar naar toe om met een metaaldetector zijn speurtocht naar een onbekende naburige Vikingvindplaats te beginnen. Op de eerste de beste akker die hij onderzocht had hij meteen geluk en vond hij een gouden armband. Daarna besloot hij uit de lucht een kijkje te nemen. Met een collega vloog hij over het terrein om lucht-

    Duits

    land

    | Sl

    iest

    horp

    Links: Het opgravingsterrein bij Fsing en Schleswig in Noord-Duitsland. Rechts: Kleine Breite met torenspits Schleswig.

    Reconstructies van vikinghuizen binnen de oude omwalling van Haithabu.

  • 16

    langhuizen een meet ongeveer dertig bij negen meter opgegraven en zeker vijfhon-derd metalen voorwerpen gevonden. Behalve de armband heeft hij onder meer pijlpunten, een klein amulet met de hamer van de god Thor, glazen kralen en (Arabische) munten opgegraven. Genoeg om te denken dat dit een bijzondere vindplaats is. Toch heeft Dobat toen hij aan het zoeken sloeg geen moment gedacht aan het Sliesthorp dat in de Annalen van de

    Duitse wetenschap begint von Carnap zijn jongere collega eerst te prijzen en van harte te feliciteren. Hij heeft uitstekend werk verricht. In Duitsland zijn archeologen nogal huiverig voor metaaldetectoren, maar Dobat heeft laten zien hoe nuttig ze kunnen zijn, mits ze door betrouwbare mensen worden gebruikt. Ook heeft hij daarna uitstekend geofysisch onder-zoek laten doen en is hij er in geslaagd om in de vorm van de Carlsberg Foundation een goede financier te vinden. Tot slot heeft hij belangwekkende vondsten gedaan. Alleen ben ik als ouder archeoloog voorzichtiger en ben ik er nog niet van overtuigd dat zijn vind-plaats Sliesthorp is. Ik ben er wel van overtuigd dat Haithabu en zijn vindplaats met elkaar te maken hebben. Om de precieze verhoudingen vast te stellen zullen we de vondsten van beide plekken goed met elkaar moeten vergelijken.

    HypothesenDobat kent von Carnaps opvatting. Hij reageert zoals een archeoloog hoort te reageren. Voorzichtig. Maar ik hoor niet tot de voorzichtige archeologen. Ik werk met hypothesen. Mijn

    Frankische Koningen wordt genoemd. Ook niet meteen na zijn vondst in 2003. Het was een Noorse archeoloog die het verband legde. Er is discussie over wat Sliesthorp was en waar het lag. Dagfinn Skre van de Universiteit van Oslo opperde in 2007 in een artikel over handels-plaatsen en centrale koninklijke plaatsen bij de Vikingen dat mijn vindplaats de centrale koninklijke plaats bij de handelsplaats Haithabu was. Daar denken ze aan de overkant van het water bij Haithabu mogelijk anders over. Claus von Carnap Bornheim is hoogleraar aan de uni-versiteit van Kiel en directeur van de Stiftung Schleswig-Holsteinische Landesmuseen, waaronder ook Haithabu valt. In 2007 heeft hij over de handelsplaats de openingslezing van de Reuvensdagen, het jaarlijkse Nederlandse archeologencongres, gehouden. Aan hem de vraag wat hij van Dobats opgraving vindt. Met name omdat in zijn museum een tekstbordje hangt waarop staat dat Sliesthorp en Haithabu twee namen voor een en dezelfde handels-plaats zijn. Geheel volgens de omgangsvormen in de

    Duits

    land

    | Sl

    iest

    horp

    Twee hutkommen die in Sliesthorp werden opgegraven.

    Een haard in de opgegraven hutkom.

  • hypothese is nu dat mijn vindplaats Sliesthorp is geweest. Echt bewijzen kan ik het niet, want ik zal niet het naam-bordje Sliesthorp vinden. Maar alle nu beschikbare gegevens wijzen volgens mij wel in die richting. En hij somt ze op: Mijn vindplaats is bijna honderd jaar ouder dan Haithabu, waar de oudste dateringen uit ongeveer 810 stammen. Verder hield een koning zich niet op in een handelsplaats als Haithabu, want daar zou hij alleen maar last hebben gehad van vreemde vogels. Vanuit Sliesthorp had hij wel de controle over de plek, maar geen last van de ongemakken. Centrale koningsplaatsen waren heilige plekken, die niet voor buitenlanders toegankelijk waren. Haithabu was juist bedoeld om handel met vreemden te drijven, daarom lag de plaats ook net iets ten zuiden van de Danevirke. Een centrale koningsplaats zou niet buiten de bescher-mende muur hebben gelegen. Verder betekent het woord thorp in Schliesthorp zoiets als dorp of hof, dat is dus wat anders dan een handelsplaats. Maar wig in de naam Schleswig, de opvolger van Haithabu, is afgeleid van het Romeinse woord vicus, wat de handelsplaats bij het fort betekende. Elders in Scandinavi zijn ook voorbeelden bekend van een centrale plaats met daarbij in de buurt een handels plaats, zoals Birka bij Stockholm, Kaupang in Noorwegen en Ribe in Denemarken. Het model is dus bekend.Dobat houdt dus voorlopig vast aan zijn hypothese. Lachend: Net zolang tot iemand twee kilometer verderop vond-sten doet die deze plek in de schaduw stellen. Van iemand die met hypotheses werkt mag je verwachten dat hij zelf al bezig is om de rest van de omgeving te onderzoeken. Hoef ik niet te doen, zegt hij met een grijns. Dat wordt al voor me gedaan. Er zijn hier genoeg metaaldetec-torpiloten die het gebied afstruinen. Met hen heb ik goed contact. Als ze iets vinden hoor ik het wel.

    Tekst en fotos: Theo Toebosch

    17

    Han Mulder

    Han

    Mul

    der

    in vervoering

    De trekschuit is ooit een keer verdwenen. Ook de postkoets maakt geen deel meer uit van het openbaar vervoer. Onlangs berichtten media dat bij de generatie van twintigers de auto snel aan populariteit verliest. We hebben vaak moeite met dingen die lijken te verdwijnen. Geloven het niet. Maar het gebeurt wel. Blijft de trein bestaan op de manier die wij kennen? Misschien wel niet. De eerste treinen leken qua interieur op de diligence. De eerste auto's zagen eruit als een aapje maar dan zonder paard en koetsier. Van dat oorspronkelijke voorbeeld neemt men in de loop van de tijd steeds meer afstand. Dan komt het zelfs tot een keerpunt. Ontwerpers, daartoe opgefokt door de baas, de 'manager', gaan zich richten op wat nieuwer en daarom alleen al meer 'sexy' is. Eerst was er de trein. Een hele tijd later kwam het vliegtuig. Zoiets gaan we ook doen, zei de manager van de trein. Wie thans het gigantische mededelingenbord met ver-trektijden aanschouwt in Utrecht Centraal of een ander grootscheeps station waant zich minstens op Schiphol. Er springen nog net geen blauwgekleurde elektrische bordjes met 'delayed' erop voorbij. Maar het scheelt weinig en het zal ook niet zolang meer duren. Er is veel heisa, zowel in Nederland als in Vlaanderen vanwege de introductie van de supersnelle Fyra. De treinstellen zien er ook al uit als vliegtuigen, vooralsnog zonder vleugels eraan. Die Fyra is ooit wanneer veel meezit wel een stuk sneller dan het oude puffende materieel. Ook een stuk duurder trouwens. En wat nog typischer is: je mag niet zomaar meer mee met een vers gekocht kaartje. Je moet een 'ticket' hebben en een gereserveerde zitplaats. April in Paris, chestnuts in blossom. Prima maar wel 90 dagen tevoren bestellen. Dus halverwege januari. Als de ijsbloemen in bloei staan in plaats van de kastanjes in de Tuilerien. Op een mooie Pinksterdag wakker worden en zeggen, kom, we gaan een dag de lente vieren achter een grote pint in Brussel. Vergeet dat maar. De Fyra zat al vol. De auto als alternatief is er alleen voor oude mensen. Ik zei hierboven al dat die onder jongeren snel zijn status verliest en in elk geval qua kostenpost moet concurreren met de kinderopvang. Natuurlijk zit er wat ongerijmds in mijn redenering tot nu toe. Vroeger was het anders en niet noodzakelijk beter. Ik kon wel zonder hindernis van reserveren en verse sneeuw in de wissels zomaar rechtstreeks van Den Haag Hollands Spoor in zeven uur naar Parijs, wee broodjes kauwend in het nooit eindigende voornamelijk vlakke en morsige Noord-Franse land. Met zonder wifi en iPad aan boord. De trein deed nog niet of hij een vliegtuig was en was bedreven in zijn imitatie van postkoets met ambitie. Ik ben benieuwd hoe straks historici, antropologen en archeologen gaan kijken naar dingen die vele generaties binnen ons bereik lagen en hun vanzelfsprekendheid verliezen. De internationale trein ging op een taxind vliegtuig aan de grond lijken, met nog net geen controlepoorten die piepen. In romans uit de 19e en vroege 20e eeuw stapt het welvarende deel der Europese mensheid ontspannen in Praag in de eersteklascoup met zachte canaps om op te zitten. De bedienden werden verwezen naar de derdeklas, waar het ruikt naar uien uit Polen en naar dragonders van de Dubbelmonarchie op verlof. In Wenen wordt onder-broken voor een dagje winkelen. De bedienden torsen de valiezen. En voort gaat weer de trein. Veneti komt in zicht en zie, daar is Florence al. Als een mens zoals ik die in zijn jonge jaren nog echte locomotieven met stoom heeft gezien zo in vervoering raakt, dan gunt hij een verre generatie hetzelfde met de Fyra en de Thalys. Gaat dat gebeuren? Wie weet? Misschien raakt een archeoloog in vervoering.

  • 18

    Kosten en moeite werden niet gespaard bij de bouw en onder-houd van oude zeegaande schepen. Vele vrachtvaarders kregen voor hun maandenlange reizen een dubbele scheepswand aan gemeten om zich te bescher-men tegen de gevreesde paal-worm. Maar dat een Nederlands admiraliteitsschip zelfs van drie lagen hout werd voorzien, was nog niet eerder bekend. Het unicum kwam aan het licht gedurende recent onderzoek op het wrak van De Utrecht (1648) bij Brazili. Van diverse schepen van de

    Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) was al bekend dat ze met een driedubbele huid te water werden gelaten. Alles om lekkage door aantasting van de paalworm te voorkomen. Maar niemand had een dergelijk verschijnsel ooit bij vaartuigen van de admiraliteit, de voorloper van de marine, waargenomen. We weten dat de VOC drie lagen toe-paste, maar helaas is dat nooit goed gedocumenteerd, vertelt maritiem archeoloog Martijn Manders van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RACM) die

    het onderzoek leidt.De Utrecht behoorde tot een vloot onder leiding van admiraal Witte de With. In september 1648 kwam het voor de kust in Brazili in aanraking met twee Portugese schepen en ging tijdens die scher-mutselingen verloren. Toen het wrak onlangs van dichtbij werd bekeken, kwamen Manders en zijn team erachter dat er niet twee, maar drie lagen hout waren aan-gebracht. Twee van eikenhout en n van naaldhout. De vraag is nu of die extra laag tijdens de bouw al werd aangebracht of juist later voor zijn functie naar de tropen. Dat kan veel vertellen over de investeringen die werden gedaan om de handelsposten in Brazili

    te verdedigen. Het onderzoek zal zich volgens Manders daarom ver-der concentreren rond de kiel, de grondvesten van een schip, omdat daaraan valt te zien of de bouwers van begin af aan de driedubbele wand in gedachten hadden.

    Afgelopen zomer werden er in het zestiende-eeuwse scheepswrak aan de Vogelweg in Lelystad mun-ten ontdekt. Gedurende het najaar ondergingen de bijna 50 betaal-middelen een grondige schoon-maak en analyse. Nu blijkt het dat ze afkomstig zijn uit zowel de vijftiende als zestiende eeuw met

    het jaar 1571 voor de jongste munt. Tijdens de

    Tachtigjarige Oorlog, in 1573 en 1574, was het mogelijk om geld-stukken tegen betaling te laten stempelen om daarmee de opstand te financieren. Op de opgegraven munten zijn echter geen merkjes gevonden. Waarschijnlijk moet de koop vaarder dan ook vlak vr deze periode, dus in 1572 zijn ver-gaan. De RCE Scheepsarcheologie te Lelystad meent dat het spora-disch voorkomt dat het zinken van een schip zo accuraat kan worden gedateerd.

    Nederlands admiraliteitsschip Brazili had extra dikke huid

    Geld spreekt

    Onde

    rwat

    erni

    euw

    s | N

    iels

    de

    Groo

    t

    Onderwaternieuws | Niels de Groot

    Romeinse ogentroostGeneeskundige kennis was bij de Romeinen ruim tweeduizend jaar geleden al hoog ontwikkeld. Uit het wrak van een vrachtvaarder die in de tweede eeuw voor Christus langs de kust van Toscane zonk, borgen archeologen jaren geleden al een doosje met daarin zes pillen. Onderzoekers van de universiteit van Pisa namen de medicijnen onlangs onder de loep en kwamen erachter dat zink n van de bestanddelen was. Vermoedelijk werden de pillen gebruikt om er een oogbad van te maken; in geschriften die de oude Grieken en Romeinen achterlieten, beschreven ze al het gebruik van het element bij de behandeling van oogaandoeningen.

    Kanon op scherpMedewerkers van Central Park in New York kregen tijdens schoon-maakwerkzaamheden van een oud kanon de schrik van hun leven. Het stuk geschut, afkomstig van het in 1780 gezonken Britse fregat HMS Hussar, was nog geladen met zowel buskruit als een kogel. Toegesnelde explosievenexperts bevestigden dat het kanon inderdaad op scherp stond en verwijderden bijna een kilo kruit. Toch wilde de politie van de stad van paniek niets weten. In een reactie aan de media lieten de orde-bewaarders optekenen: We brachten in 1776 het Britse kanongebulder tot zwijgen (Amerikaanse revolutie, red.) en dat willen we in Central Park dus niet meer horenHet zestiende-eeuwse scheepswrak aan de Vogelweg in Lelystad

    met enkele van de gevonden munten. (fotos: RCE)

    De site van het wrak van De Utrecht (1648) bij Brazili.

  • Special | Marche (Marken) - met de meest typische Italiaanse regio: Hoogstandjes in de zuidelijke provincies Macerata, Fermo en Ascoli Piceno, en Geen enkele eeuw komt net aan bod: Rijkdom in de noordelijke provincies Psaro/Urbino en Ancona

    Een typisch landschap in de Marken: glooiende heuvels, hier en daar verfraaid met zonnebloemenvelden, afgewisseld door middeleeuwse stadjes bovenop heuvels. Hier een uitzicht nabij Ripatransone, met als inzet een meisje in middeleeuwse klederdracht in Ascoli Piceno.

  • 20Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    Special | Marche (Marken)

    de meest typische Italiaanse regioHoogstandjes in de zuidelijke provincies Macerata, Fermo en Ascoli Piceno

    vestingwerken en een vlootbasis. In de Middeleeuwen kon zij een nagenoeg onafhan-kelijke positie handhaven, maar sedert de 16e eeuw maakte zij deel uit van de Kerkelijke Staat (die uiteindelijk in het Koninkrijk Itali opging). De stad is een aantal fraaie paleizen en kerken rijk. In een van die paleizen, het 16e-eeuwse Palazzo Ferretti, bevindt zich thans het nationale museum van de Marche met een interessante archeologische collectie. Wat de kerken betreft is om meerdere redenen zeker een bezoek aan te bevelen aan de kathedraal San Cyriacus bovenop het voorgebergte de Monte Guasco. Allereerst is het uitzicht vanaf deze plaats op de haven niet te versmaden. Vooral het havengedeelte dat uit de Romeinse tijd dateert en waar ook nog een marmeren triomfboog voor keizer Trajanus uit 115 n.Chr. aan herinnert, is een lust voor het oog. Dat geldt evenzeer voor de architectuur van de kerk, die hier op de plaats van een tempel uit de 4e of 3e eeuw v.Chr. werd opgetrokken. Al in de 6e eeuw was hier een kerkgebouw gevestigd, maar het huidige imposante romaans gotische bouwwerk - in de vorm van een Byzantijns kruis - verrees in de 11e-13e eeuw. Niet ver van

    ten, moet je zeker niet missen. Net als in vele andere grote Italiaanse steden komt de drukte in de binnenstad je als een stevige wervelwind tegemoet, maar waar je ook kijkt lonken evenzeer boeiende resten van een rijke his-torie. Al vroeg in de prehistorie verschenen hier Sabijnen en Picenen, in de 4e eeuw v.Chr. gevolgd door Grieken. De Romeinen verschenen kort daarop in de 3e eeuw v.Chr. ten tonele. Onder Caesar en Trajanus kreeg de stad tevens

    AnconaDe regio- en provinciehoofdstad Ancona is een prima startlocatie voor een bezoek aan het noordelijke en het zuidelijke deel van de Marche. Deze havenplaats aan de Adriatische Zee beschikt inmiddels op 18 km afstand - ook over een vliegveld en heeft goede aan-sluitingen met autowegen en treinverbindingen in allerlei richtingen. De stad zelf, schilderachtig gelegen aan de hellingen van twee voorgeberg-

    Marche oftewel Marken is een pittoreske regio in het midden van Itali aan de

    Adriatische Zee. Voor de komst van de Romeinen werd de regio vooral bewoond door

    de Picenen, een van de Italische volken die zich in het eind van het tweede millen-

    nium v.Chr. in het heuvelland hadden gevestigd. De Romeinse keizer Augustus hield

    vast aan de naam van de oorspronkelijke bewoners en noemde de regio Picenum.

    Zon tien eeuwen later ontstond de huidige naam Marche, afgeleid van het Germaanse

    woord Mark dat markering of grens betekende. Niet verwonderlijk dat hier ontelbare

    herinneringen aan talloze eeuwen tussen en op de heuvels verspreid liggen. In deze

    special belichten we in twee bijdragen een willekeurige selectie uit deze rijk gevulde

    historische en archeologische snoeppot. In deze eerste bijdrage nemen we een kijkje

    bij hoogstandjes in het niet te versmaden zuiden. Daarna volgt een tweede waarin

    een impressie gegeven wordt van enkele noordelijke hoogtepunten in deze

    markante regio.

    De regio Marche ofwel Marken telt vijf provincies. (kaartje: Regione Marche)

    Pesa

    ro e

    Urbin

    o

    Ancona

    Macer

    ata

    Fermo

    Ascoli P

    iceno

  • 21Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    Links: Waar je in de binnenstad van Ancona ook kijkt, overal lonken boeiende resten van een rijke historie. Hier resten van het Romeinse forum, met op de achtergrond de kathedraal San Cyriacus. Rechts: De crypte in de kathedraal San Cyriacus met relieken van de heilige.

    De huidige kathedraal San Cyriacus stamt uit de 11-13e eeuw en werd in een mengvorm van romaanse en gotische stijlen gebouwd op resten van een 6e eeuwse basiliek, die op haar beurt op het fundament van een Venustempel uit de 4e of 3e eeuw v.Chr. verrees.

  • 22Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    Links: Het kleine maar fijne stadje Recanati straalt op een heuvel in een prachtig glooiend landschap.Rechts: Het centrale plein, de Piazza della Libert, in de stad Macerata, met links het Palazzo del Comune.

    Macerata, plafond in het Teatro Lauro Rossi.

  • 23Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    deze kerk werden de resten van een Romeins amfitheater blootgelegd, die na een recente renovatie opnieuw als theater fungeren.

    MacerataDe provincie Ancona verlaten we zuidwaarts, waar de provincie Macerata ons allereerst het kleine maar fijne plaatsje Recanati op een heuvel in een prachtig glooiend landschap openbaart. Het stadje heeft twee bekende zonen voortgebracht, de dichter Giacomo Leopardi (1798-1837) en de tenor Beniamino Gigli (1890-1957). Het geboortehuis van Leopardi, een imposant barokpaleis uit de 18e eeuw, wordt nog steeds door een nazaat bewoond, maar enkele interessante vertrekken daarvan kunnen met gids worden bezocht. Gigli wordt hier thans geerd met een museum (op de 2e etage van het Palazzo Comunale aan de Piazza Leopardi). Zijn graf, in de vorm van een kleine piramide, bevindt zich aan de rand van het kerkhof van Recanati. Verder zuidwestwaarts nemen we een kijkje in de provinciehoofdstad Macerata, een levendige universiteitsstad, waarvan het historische centrum ook weer op een heuvel gelegen is. Het is een relatief jonge stad: de eerste sporen van een nederzetting dateren hier vermoedelijk uit de 5e eeuw n.Chr. en de plaats ging zich echt pas in de 12e eeuw ontwikkelen toen de nog kleine boerengemeenschap zich een vrije stad mocht noemen. In 1290 kreeg zij het privilege om een universiteit op te richten, waarmee ze een van de oudste universiteiten van Itali rijk is. Uit die tijd dateren ook de eerste bouwwerken aan het centrale plein, de Piazza della Libert, namelijk de Palazzo dei Priori en de Palazzo del Podest (beide vormen thans de Palazzo del Governo). Na in bezit te zijn geweest van verschillende adellijke families kwam de stad in de 15e eeuw korte tijd in handen van de familie Sforza. In die periode van adellijke families kreeg de steden-bouw overigens opnieuw een stevige oppepper, die zich onder meer manifesteerde in de pittoreske stadsmuren die Macerata ook thans nog om geven. Kort na de Sforzas werd de stad onderdeel van de Kerkelijke Staat. In de 16e tot de 19e eeuw kende Macerata een grote econo-mische bloeiperiode, hetgeen zich mede uitte

    in de bouw van verschillende andere paleizen, waaronder fraaie renaissance- en barok-exem-plaren, die voor de huidige groteske uitstraling van het centrum verantwoordelijk zijn. Vooral de bouwwerken die toen rond en in zijstraten van de Piazza della Libert werden bijgebouwd of verbouwd, hebben dat imago sterk gevoed. Op dit plein zijn thans naast het Palazzo del Governo monumenten te bewonderen zoals het Palazzo del Comune, de Loggia dei Mercanti met twee verdiepingen arcaden, verder een

    In Macerata, aan de Via Don Minzoni, pre-senteert het Palazzo Buonaccorsi prachtige zalen vol beschilderde plafonds en barok- en rococo-versieringen.

    Special | Marche (Marken)

    De Romeinse stad Urbs Salvia

    Het archeologisch park Urbs Salvia bij het plaatsje Urbisaglia, ruim 35 kilometer ten zuidwesten van Civitanova Marche en 20 kilometer van Macerata, bevat over honderd hectare de overblijfselen van de oude Romeinse stad. Een aantal leidende figuren van het Romeinse Rijk werd op deze plek geboren, onder wie C. Fufius Geminus en Lucius Flavius Silva Nonius Bassus. Geschiedkundige Leonardo Catucci heeft, samen met twee collegas, sinds kort de leiding in het archeologisch park. Hiervoor werden we als freelancers ingehuurd door de overheid en moesten we ons aan allerlei regels houden, maar nu runnen wij zelf het bedrijf en kunnen we iedere dag open. De ogen van Catucci fonkelen bij het uitspreken van de woorden. Hij wil de gevonden schatten graag met zoveel mogelijk bezoekers delen. Op meerdere plekken in de Marken liggen de archeologische parken er enigszins vervallen bij, maar Catucci wil van Urbs Salvia een toeristische trekpleister maken, met ook workshops voor kinderen. Enthousiast laat hij het amfitheater en de tempel zien en brengt hij ons in een donkere, ondergrondse ruimte, die de Romeinen als waterreservoir gebruikten. Dit complex werd in 1947 toevallig door een kind gevonden, toen het verstoppertje speelde. Nog steeds ligt een deel van de Romeinse stad ondergronds, maar er moet eerst geld komen om alles op te kunnen graven. De oude weg is twintig kilometer lang, dus probeer je maar eens voor te stellen wat hier allemaal ligt.Verderop is archeoloog Matteo Tadolti met zijn team druk bezig met nieuwe opgravingen. Dit stukje is het oudste gebied van de Romeinse stad Urbs Salvia, uit 200 B.C., zegt hij. Er moet hier een grote oven hebben gestaan, waar ze bakstenen maakten. We hebben al veel keramiek gevonden. Catucci weet boeiend te vertellen over de geschiedenis van het park. Toen de barbaren kwamen, vluchtten

    de Romeinen naar de heuveltop, waar het huidige Urbisaglia ligt. Er is hier door de eeuwen heen aan recycling gedaan. In de Middeleeuwen werd een fort op de Romeinse fundering gebouwd, later plunderden bewo-ners de bakstenen voor hun woningen. Het plaatsje is schitterend gerenoveerd en zeker de moeite waard te bezoeken. Hetzelfde geldt voor het nabijgelegen Fiastra klooster. (Jessica de Korte)

    Nadere info: www.urbisaglia.com.

    Voor meer informatie als het boeke

    n van een rondleiding en openings

    tijden:

    Leonardo Catucci, [email protected]

    , tel. 0039-339 744 2627.

    Resten van het amfitheater in het archeologisch park Urbs Salvia bij Urbisaglia.

  • 24Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    Links: Offida, resten van een 14e-15e-eeuws fresco in de bovenkerk van de Chiesa Santa Maria della Rocca, een bakstenen dubbelkerk uit 1330 gebouwd op resten van een oude abdijkerk van een Benedictijnenklooster. Rechts: Een beschilderd plafond in de bovenkerk van de Chiesa Santa Maria della Rocca.

    Het centrale plein, de Piazza del Popolo, in Offida toont vol trots een van de mooiste stadhuizen van de Marken.

  • 25Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    Special | Marche (Marken)

    klokkentoren (Torre Civica) en het Teatro Lauro Rossi met zijn chique interieur vol stucwerk en ornamenten. Vlakbij, aan de Via Don Minzoni, presenteert het Palazzo Buonaccorsi prachtige zalen vol beschilderde plafonds en barok- en rococo-versieringen, alsmede diverse kunstcol-lecties, waaronder een prachtige verzameling antieke kunst. Zeker een bezoek waard is ook nog het kerkje Madonna della Misericordia naast de Dom, dit vooral vanwege prachtige frescos en schilderijen. Opvallend qua archi-tectuur en functies - is tenslotte ook het bouw-werk Sferisterio, dat begin 19e eeuw voor balspelen en andere sporten en culturele bijeenkomsten werd opgetrokken, maar dat sinds 1921 in de zomer vooral voor operas en andere muziekevenementen fungeert.

    FermoWe gaan verder naar het zuiden en meer rich-ting Adriatische kust om de gelijknamige hoofd-stad van de provincie Fermo aan te doen. Het historische centrum van deze stad ligt weder-om op een heuvel, op zon tien km afstand van de kust. Middeleeuwen en Renaissance komen in het huidige centrum samen, met vleugjes Romeins. De heuvel wordt sinds de prehistorie al bewoond, werd onder de Romeinen in 264 v.Chr. een kolonie (met de naam Firmum Picenum), later een Romeins legerkamp en nog later kwam zij in handen van de Longobarden en Franken. Vanaf 1199 was Fermo een vrije stad, maar kwam in de 16e eeuw net als verschillende andere steden in de Marche ook in handen van de Kerkelijke Staat. Al die tijd-perken hebben in de stad sporen nagelaten. Om te beginnen in hartje centrum, het schilder-

    achtige Piazza del Populo, een marktplein met arcadengalerijen waar het oog meteen naar twee in de 16e eeuw vernieuwde paleizen en een loggia getrokken wordt. Een van die paleizen, het Palazzo dei Priori, dateert reeds van eind 13e eeuw en draagt een standbeeld van paus Sixtus V, die in een dorpje vlakbij

    De Chiesa Santa Maria della Rocca in Offida.

    Kantklossen (merletto a tombolo) in Offida, hier in de benedenkerk van de Santa Maria della Rocca.

    Fresco in de benedenkerk van de Santa Maria della Rocca.

  • 26Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    Links: Fermo, bibliotheek met een globe uit 1713 in het Palazzo dei Priori. Rechts: Ook het pittoreske dorpje Torre di Palme beschikt over een historische kern met verschillende middeleeuwse religieuze bouwwerken.

    De Dom van Fermo werd vanaf begin 13e eeuw opgetrokken op resten van vroegere kerken en een tempeltje uit de oudheid. De romaans-gotische faade wordt door beelden van leeuwen bewaakt.

  • 27Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    Special | Marche (Marken)

    Romeinen, Lombarden, diverse families die elkaar om de macht bestreden en de paus. Thans resteren van deze tijdperken vooral een goed geconserveerde middeleeuwse bebou-wing met daartussen kleine smalle straatjes. Het centrale plein, de Piazza del Popolo, toont vol trots een van de mooiste stadhuizen van de Marken. Dit Palazzo Comunale heeft een karakteristieke 15e-eeuwse faade bestaande uit een arcaden gang, daarboven een etage compleet met loggia, waar bovenuit nog een 14e-eeuwse rechthoekige klokkentoren prijkt bekroond met kantelen. Nabij dit grootse gebouw bevindt zich het Castellotti-Pagnanelli-paleis uit 1700, uitgebreid medio 19e eeuw, waarin diverse museale collecties zijn onder-gebracht, waaronder een kleine archeologische verzameling en een schilderijencollectie. Maar Offida is nog een snoepje rijk: de Chiesa Santa Maria della Rocca. Deze bakstenen dubbelkerk op een heuvel aan het einde van een weg die naar het centrum voert, werd in 1330 gebouwd op de runes van een oude abdijkerk van een Benedictijnenklooster. Van buiten is deze kerk al een architectonisch plaatje, maar de 14e- en 15e-eeuwse frescos in de boven- en beneden-

    proeven in enkele andere letterlijke en figuur-lijke hoogtepunten. Wat verder van de kust af, zon 15 km van de badplaats Grottamare, maken we allereerst het plaatsje Ripatransone onveilig. Ook hier weer vooral middeleeuwse bebouwing op een heuvel ditmaal een hoge van liefst 494 boven zeeniveau - met smalle schilderachtige straatjes waaronder de smal-ste straat van Itali - en schitterende uitzichten op de omgeving. Een klein archeologisch museum met een pinacotheek voltooien deze lekkernij. De zuidelijker gelegen badplaats San Benedetto del Tronto oogt aan de strandkant niet anders dan andere badplaatsen. Het his-torische centrum van de plaats is wat meer landinwaarts gelegen en zou reeds bij de Romeinen geliefd zijn als handelsplaats annex haven. Niettemin gaat slechts de 14e-eeuwse Torre dei Gualtieri door voor het oudste bouw-werk van dit centrum. Verder landinwaarts lonkt, wederom op een heuvel, het stadje Offida, vooral bekend van-wege de traditionele kunst van het kantklossen (merletto a tombolo). Het oude stadscentrum ademt ook hier een rijke historie vanaf de Sabijnen en Picenen, later gevolgd door de

    geboren werd en ook bisschop van Fermo was. De eerste verdieping van dit paleis herbergt het Archeologisch Museum, waar onder meer vond-sten te zien zijn die ervan getuigen dat deze plaats en haar omgeving reeds in de pre-Ro-meinse tijd van de Picenen (9e-3e eeuw v.Chr.) bewoond was. De tweede verdieping biedt ruimte aan een prachtige pinacotheek en een niet minder boeiende bibliotheek met oude manuscripten - vooral 16e-eeuwse boeken - en een reusachtige globe uit 1713. Om de hoek van het plein bevindt zich een groot ondergronds Romeins cisternencomplex uit eind 1e eeuw v.Chr.. Vanaf het plein voert een smalle steile weg naar de top van een heuvel, die reeds in de oudheid als Colle Sabulo bekend stond en waarop thans een imposante kathedraal pronkt. Deze dom werd vanaf begin 13e eeuw opgetrokken op resten van vroegere kerken en een tempeltje uit de oudheid. Van de middeleeuwse reconstructie resteren nog de imposante romaans-gotische faade en een atrium met 14e-eeuwse frescos. In het interi-eur zijn nog ook sporen zichtbaar van oudere bouwconstructies, waaronder een 5e-eeuwse mozaekvloer en een 13e-eeuwse crypte met een vroeg-christelijke sarcofaag uit de 3e-4e eeuw. De rest van het bouwwerk werd bij een 18e-eeuwse renovatie in een neoklassieke stijl opgetrokken. Verder zuidwaarts richting Adriatische kust wordt opnieuw het oog getrokken naar een heu-vel waarop oude huisjes en een kerkje rusten. Ditmaal is het Torre di Palme, een dorpje met een historische kern die op deze heuveltop al eeuwen de tijd trotseert. Slenterend door de hoofdstraat trekken allerlei stokoude gebouw-tjes aan je oog voorbij. Vooral fraaie religieuze optrekjes, maar dat hadden we hier niet anders verwacht. Een 15e-eeuws kerkje, een andere kerk annex klooster en een 12e-eeuws oratori-um concurreren met elkaar om onze volle aan-dacht. En het uitzicht op de omgeving met de Adriatische kust is al evenmin te versmaden.

    Ascoli PicenoWe zijn hier inmiddels in de zuidelijkste provin-cie van de regio Marche beland: Ascoli Piceno. Voordat we de gelijknamige hoofdstad van deze provincie bezoeken, gaan we eerst nog sfeer

    Ascoli Peceno, de stad van honderd torens. Bord van M. Riga in het keramiekmuseum van deze hoofdstad van de gelijknamige zuidelijkste provincie van de Marken.

  • 28Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    Links: Ascoli Piceno, het Piazza del Popolo met links het Palazzo dei Capitani en rechts de kerk San Francesco. Rechts: Onder het Palazzo dei Capitani uit de 15e tot medio 16e eeuw werden bij verbouwingswerkzaamheden in 1982-1983 resten van Romeinse en middeleeuwse bouwwerken blootgelegd.

    Het Piazza Arringo in Ascoli Piceno met links het 13e-eeuwse Palazzo Comunale.

  • 29Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    allascolana) die hier ook al eeuwenlang tot de plaatselijke lekkernijen behoren, op tafel staan. We ronden ons bezoek af met een korte trip zuidwestwaarts naar het berglandschap van de Apennijnen, meer specifiek naar de Monti Sibillini. Opnieuw een hoogtepunt, waar we helaas maar even de sfeer van kunnen proe-ven. Imposante rotsformaties worden hier afgewisseld met brede hoogvlaktes en diepe kloven, maar we hebben nog slechts tijd voor een wandeling naar het heiligdom van Madonna dellAmbro in Montefortino. Dit heiligdom, een van de oudste van de Marken, ontleent zijn naam aan het beekje dat we volgen om de plaats - in het hart van het Sibillini National Park op 650 m boven de zeespiegel - te bereiken waar zich in 1073 een soort van Lourdes-tafereel zou hebben voorgedaan. In dit geval een verschijning van Maria aan een doof meisje en een daaropvolgende genezing. De kerk in barokstijl die nu bij deze plaats oprijst, werd in de 17e eeuw gebouwd op resten van een 11e-eeuwse voorganger. Vooral de rust en het pittoreske landschap maken hier indruk, als een spiritueel toetje na een copieus diner van ontelbare hoogtepunten.

    Tekst en fotos: Lou Lichtenberg

    van de stad in de 15e tot medio 16e eeuw, werden bij verbouwingswerkzaamheden in 1982-1983 Romeinse en middeleeuwse resten van bouwwerken blootgelegd, die thans ook nog te bezichtigen zijn. Bij de Romeinse sporen kwam onder meer een deel van een vloer in visgraatmotief aan het licht, die tot onder het Piazza del Popolo doorloopt en aan een gebouw van het Romeinse forum heeft toebehoord. De kathedraal San Emidio werd in de Middeleeuwen (12e eeuw) eveneens gebouwd op resten van een ouder bouwwerk, in casu een vroeg-christelijke romaanse basiliek. In latere eeuwen werd ze diverse malen verbouwd en uitgebreid tot het impo-sante bouwwerk dat thans het Piazza Arringo beheerst. Links van de dom is het vroeg- romaanse baptisterium behouden gebleven. Vlak daarbij ligt het Archeologisch Museum, dat een rijke en interessante collectie vondsten uit verschillende tijdperken toont, waaronder een buste van Trajanus en enkele Romeinse vloermozaeken. Het 13e-eeuwse Palazzo Comunale werd eind 17e eeuw gentegreerd met het 12e-eeuwse Palazzo dellArengo en presenteert thans een pinacotheek met prach-tige schilderijen en meubels uit vroegere eeuwen. Naast de 11e-eeuwse Romaanse kerk San Tommaso laat een keramiekmuseum ook een collectie zien die er wezen mag. Kortom, Ascoli Piceno is een stad waar liefhebbers van overblijfselen uit allerlei tijden hun vingers bij kunnen blijven aflikken. En dat niet alleen wanneer die heerlijke olijfballetjes (olive fritte

    kerk maken dit bouwwerk helemaal tot een juweel. Een bezoek aan de hoofdstad Ascoli Piceno verder zuidwestwaarts kan na deze hoogstand-jes alleen nog maar in een deceptie resulteren. Maar niets is minder waar. Deze stad van honderd torens in de Middeleeuwen stonden hier liefst 200 torens elk bewoond door een familie heeft net als vele stadjes in deze regio een rijke geschiedenis. Ascoli zou zelfs ouder zijn dan Rome. Hoe dat ook zij, in tegenstelling tot andere plaatsjes in deze regio is deze stad niet op een heuvel gelegen, maar op een pla-teau omgeven door twee rivieren (Tronto en Castellano) die al vroeg een natuurlijke verde-diging voor deze locatie boden. Daarom ook hier Sabijnen, Picenen, gevolgd door Romeinen, enzovoort. De Romeinen gaven de stad de naam Asculum en de latere toevoeging Piceno duidt op de Picenen, de stam die door de Romeinen onderworpen werd. De Picenen kwamen echter in 91 v.Chr. samen met andere volksstammen in de omgeving tegen hun over-heersers in opstand in een poging om gelijke rechten voor alle volkeren af te dwingen. Korte tijd later werden zij bloedig door de Romeinen verslagen. Maar Rome verwoest en Rome bouwt: in het huidige Ascoli Piceno getuigen nog een aantal sporen van dat laatste, zoals delen van een stadspoort en stadsmuur (Porta Gemina), een brug (Ponte di Gecco) en resten van een amfitheater. De Goten versloegen de Romeinen en werden op hun beurt door de Longobarden opgevolgd en die weer door de Franken. In 1183 werd de plaats een vrije stad. De familie Sforza kwam in de 14e eeuw ten tonele, gevolgd door andere families en ten-slotte ook weer door de Kerkelijke Staat. De stad is verscheidene fraaie gotische bouw-werken vooral uit de 15e en 16e eeuw rijk. Een ware lust voor het oog vormen de centrale pleinen Piazza del Popolo - met het Palazzo dei Capitani en de kerk San Francesco - en het Piazza Arringo - met de kathedraal San Emidio, het Archeologisch Museum in het Palazzo Panichi, het Bisschoppelijk Paleis en het Palazzo Communale. Het Palazzo dei Capitani en de kerk San Francesco stammen uit de 13e eeuw maar werden in latere eeuwen verbouwd. Onder het Palazzo dei Capitani, het raadhuis

    In het huidige Ascoli Piceno getuigen nog een aantal sporen van de Romeinse tijd. Hier resten van een amfitheater.

    Nadere info: www.turismo.marche.it

    www.cultura.marche.it; www.enit.it

    www.regione.marche.it; . Met dank aan

    Sara Iachini van Comitel & Partners.

  • 30Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    Special | Marche (Marken)

    Rijkdom in de noordelijke provincies Psaro/Urbino en AnconaGeen enkele eeuw komt net aan bod

    Veel Italianen in de Marken moeten momenteel de eindjes aan elkaar knopen, met de recessie die in hun nek hijgt. Het is moeilijk voor te stellen dat het gebied een paar eeuwen geleden nog zoveel rijkdom kende. De bezoeker wordt daar nog steeds op vrijwel iedere hoek aan herinnerd. Voordat je Psaro inrijdt, schie-ten onderweg vanuit Ancona langs de kustlijn talloze indrukwekkende bouwwerken in het oog, zoals de vier kastelen van Falconara Alta,

    v.Chr. onder de naam Pisaurum. Later werden de stadjes het domein van Italiaanse adellijke families, die hun rijkdom graag toonden en de meest opzienbare gebouwen neerzetten. Natuurlijk moest die rijkdom ook worden beschermd er werd veel strijd geleverd, door Cesare Borgia bijvoorbeeld en daarom ontbreken nergens de metersdikke stadswallen en forten. De daarachter liggende straatjes zijn juist heel pittoresk. Je kunt gemakkelijk een paar uur rondlopen, de gebouwen verkennen, de Italiaanse bordjes proberen te ontcijferen en de sfeer opsnuiven.In het hart van Psaro, het Piazza del Popolo, staat het statige Palazzo Ducale. Ook dit gebouw is in de 15e eeuw neergezet door de Sforza-familie. Hertog Della Rovere van Urbino en Pesaro vond het paleis blijkbaar niet groot genoeg en zorgde voor uitbreiding naar de huidige omvang, een project waar van 1523 tot ongeveer 1621 aan werd gewerkt. In de nauwe straatjes rondom het plein liggen andere palei-zen verborgen, waaronder Mazzolovi Mosca en Toschi Mosca uit respectievelijk de 18e en 17e eeuw, beide in 1842 gekocht door verzamelaar Marchesa Vittoria Mosca en tegenwoordig dienstdoend als (kunst)musea. Ook kun je ineens het indrukwekkende decor van een kerk binnenstappen, zoals bij Santuario Madonna delle Grazie (heiligdom van de genadigde Madonna) of Chiesa di SantAgostino uit de 14e eeuw.Jesi, ruim 30 kilometer van Ancona vandaan, heeft een soortgelijke opbouw als Psaro. Deze stad ligt wel wat hoger en daarom leiden vanaf de stadsmuren steile trappetjes naar het cen-trum. Veel Romeinen besloten hun heil hogerop

    het fort van Senigllia en de stadsmuur van Fano. Aan de kust ziet Psaro er enigszins vervallen uit, met slecht onderhouden hotels die zo uit het communistische tijdperk lijken te komen. De oude binnenstad toont een heel andere wereld, verwelkomt door Rocca Constanza; een gigantisch fort, tussen 1474 en 1483 gebouwd door de machtige Sforza familie. Het betreft hier een van de eerste vesting-werken van de Marken, dat bestaat uit een vierkanten vorm met op de hoeken cilindrische torens. De bouw werd nog even afgeremd door de pest, die heftig in de stad woedde. Wrede heerser Cesare Borgia, zoon van paus Alexander VI, liet in 1500 een gracht aan-brengen, mogelijk op advies van Leonardo da Vinci, zijn militaire ingenieur.

    Romeinse fundamentenZoals veel oude stadjes in de Marken, liggen de fundamenten van Psaro in de Romeinse tijd. De Romeinen stichtten het oord in het jaar 184

    Herinneringen aan talloze eeuwen liggen ook in de noordelijke provincies verspreid

    tussen de heuvels, die het reizen niet eenvoudig, maar tegelijkertijd heel verleidelijk,

    maken. Steden als Urbino, Psaro en Jesi werden gebouwd op oude Romeinse

    fundamenten, tonen middeleeuwse stadsmuren en kastelen met cilindervormige

    torens, maar ook theaters, kerken en bibliotheken uit de renaissance. In het gebied

    vinden verder talloze archeologische opgravingen plaats, zoals bij Sassoferrato en

    de beroemde grotten van Frasassi.

    Psaro, de Rocca Constanza.

  • 31

    Special | Leipzig

    Spec

    ial |

    Mar

    che

    (Mar

    ken)

    te zoeken, om de barbaren zo van zich af te houden. Het Romeinse Aesis werd in de 12e eeuw een rijke stad onder keizer Frederik II en bloeide verder onder machtige families als Malatesta en Sforza. In 1447 bracht Francesco Sforza Jesi onder de heerschappij van de kerk. Veel huizen zijn op Romeinse fundamenten gebouwd, vertelt stadsgids Maria Brunori. Als je bij mensen in de kelders kijkt, kun je vaak oude stenen zien, van zon 40 centimeter dik. Bij de oude stadspoort Porta Valle uit de 15e eeuw liggen meerdere eeuwenoude Romeinse stenen bven de grond, onbeschermd.

    RococostijlHet 18e-eeuwse Palazzo Pianetti is tegenwoor-dig een kunstmuseum, volgens de stadsgids het neusje van de zalm. Op de eerste verdie-

    ping bevindt zich een weelderige rococogalerij, vol symbolen en allegorische voorstellingen, die aangeeft dat de adel het hier zeker niet slecht had. De rococostijl zie je vooral in Duitsland en Oostenrijk; in Itali is het echt een uitzondering, aldus Brunori. Napoleon en zijn soldaten hebben helaas veel mooie werken weggehaald. De liefhebber kan in het gebouw nog steeds van schilderijen genieten, onder meer van Raphael, die in Jesi floreerde toen Titian en Michelangelo in respectievelijk Veneti en Rome aan het werk waren. Ook zijn er farmaceutische vazen uit 1775 en kunst-werken uit kerken, zoals een voorstelling van een opera in steen uit 1521, beschadigd door Franse troepen.Het Palazzo della Signoria werd aan het eind van de 15e eeuw gebouwd en huisvest onder meer een bibliotheek. Voor rijke families was het vrij gebruikelijk om boeken te verzamelen en Jesi kreeg in 1859 een selectie aangereikt door de markies Angelo Ghislieri. Stadsgids Brunori laat de ruimte op de eerste verdieping zien, die op een speciale temperatuur wordt gehouden. Er zijn hier ongeveer 40.000 boeken, waarvan sommigen aan de wieg van de drukpers stonden; zij stammen uit de 15e eeuw. Beneden is een bibliotheek die vrij toegankelijk is en op de tweede verdieping vind je de stadsarchieven. Sommige boeken hier zijn dus even oud als het gebouw en nog steeds intact.Als je door de stad loopt, schieten gebouwen uit allerlei eeuwen in het oog, van een middel-eeuwse kerk tot aan paleizen uit de Renais-sance of in de barokstijl. Het oudste deel van de stad is omring door muren, die zon 1,5 kilo-

    meter lang doorlopen. Ook zijn er diverse bogen en poorten, zoals de Arco della casa dei Verroni (boog van het huis van Verroni) uit de 17e eeuw en de Arco Clementino uit de 18e eeuw. Het lijkt wel alsof iedere centimeter een eigen stukje geschiedenis blootlegt. Op het Piazza della Repubblica glinstert de leeuw van Jesi, aangebracht in de vloertegels, in de zon, met daarachter het statige Teatro Pergolesi.

    Rijke graafJesi was welvarend, maar Urbino was nog veel rijker. Een familie uit San Leo maakte op een heuveltop van 485 meter een openluchtmuse-um vol allure, dat tegenwoordig op de Unesco Werelderfgoedlijst prijkt. Alle paleizen uit de regio vallen in het niet bij het Palazzo Ducale van Urbino, dat graaf Federico da Montefeltro in het midden van de 15e eeuw liet bouwen door architect Luciano Laurana, eveneens betrokken bij het fort in Psaro. De twee torens rijzen hoog boven je uit, dusdanig dat het even kan duizelen. Stenen traptreden voeren naar de toegangspoort van het plein, waar honderden toeristen hun ogen uitkijken. Wat was deze man toch machtig.Federico da Montefeltro wist zo rijk te worden

    Jesi, stadsmuur met oude stadspoort Porta Valle.

    Links: Het Palazzo Ducale in Psaro. Rechts: Psaro, Sanctuario Madonna delle Grazie

    De weelderige rococogalerij van het 18e-eeuw-se Palazzo Pianetti in Jesi.

  • 32Special | Leipzig

    Spec

    ial |

    Mar

    che

    (Mar

    ken)

    Jesi, bibliotheek met eeuwenoude boeken in het Palazzo della Signoria.

    Het oudste deel van Jesi is omringd door muren met diverse bogen en poorten. Hier de Arco Clementino uit de achttiende eeuw.

  • 33

    Special | Leipzig

    Spec

    ial |

    Mar

    che

    (Mar

    ken)

    door als huurlingenleider succesvol voor machtige families en steden te vechten, zoals de Sforzas en Florence. De inwoners verdienden op hun beurt hun geld door als huursoldaat in dienst te gaan. Da Montefeltro had als buitenechtelijke kind het graafschap Montefeltro gerfd, omdat de wettige zoon door de bevolking van Urbino was vermoord. De bewoners konden Federico blijkbaar wl verdragen, want hij had een langer leven. De graaf trouwde met Battista Sforza, een telg uit een andere succesvolle familie, met veel invloed in Milaan. Hij schonk Psaro aan de Sforzas en kreeg als dank Fossombrone, waar tegenwoordig een archeologische park ligt. De graaf maakte van Urbino, dat waarschijnlijk al in de tijd van de Kelten bestond, een centrum van renaissancecultuur. Van veraf kun je Urbino al tussen de heuvels zien liggen, als een plaatje uit een sprookjesboek. De restauratie, die sinds de 20e eeuw plaatsvond, heeft de stad weer doen floreren. Wandelend door de zijstraatjes zie je indrukwekkende gevels, maar de hoogte-punten zijn te vinden op de Piazza Duca Federico, waar de ingang van de Palazzo Ducale ligt. Hier staat ook de neoclassicistische Cattedrale, die de aandacht trekt met de impo-sante beelden rondom de entree. Tegenover het paleis zie je de 14e eeuwse gotische kerk San Domenico.

    Archeogische opgravingenDe geschiedenis in de regio gaat, zoals eerder al genoemd, nog veel verder terug. Waar nu woningen staan, leefden voorheen onder meer de Kelten en Romeinen. Archeologen zoeken op veel plekken naar resten uit die tijden. Bij Fossombrone ligt bijvoorbeeld het archeolo-gische park Forum Semprionii, dat de overblijf-selen van de Romeinse stad Forum Sempronii bevat. Een ander archeologisch park is Sentinum in Sassoferrato, dat zuidwestelijk van Jesi ligt, vlakbij de indrukwekkende grotten van Frasassi. En als je toch die richting opgaat, kun je de reis direct combineren met een bezoek aan het museum bij de grotten en het plaatsje Genga. De reisduur kan enigszins tegenvallen,

    Alle paleizen uit de regio vallen in het niet bij het Palazzo Ducale van Urbino.

    Het Piazza Duca Federico in Urbino, met het Palazzo Ducale.

    De neoclassicistische Cattedrale op het Piazza Duca Federico in Urbino.

    Het Museum van Speleologie, Paleontologie en Archeologie bij Genga.

  • 34Sp

    ecia

    l | M

    arch

    e (M

    arke

    n)

    Uitzicht vanaf het middeleeuwse plaatsje Genga.

    Archeologisch park Sentinum bij Sassoferrato.

    Met dank aan: ENIT-Italiaans Bureau

    voor Toerisme (www.enit.it), Regione

    Marche (www.regione.marche.it), Comune

    di Jesi (www.turismojesi.it)

  • 35

    Special | Leipzig

    Spec

    ial |

    Mar

    che

    (Mar

    ken)

    oorspronkelijke stad ligt onder de grond en het ziet ernaar uit dat dit nog lang zo blijft.Misschien kun je het de overheid ook niet kwalijk nemen, want er is zoveel moois in de provincies Psaro/Urbino en Ancona te vinden, dat je moeilijk lles de volle aandacht kunt geven. Er is nu eenmaal geen welvarende graaf meer die al zijn kapitaal in het bouwen van indrukwekkende paleizen en kerken wil steken. Duidelijk is dat de Marken nog tamelijk onont-dekt is, maar ontzettend veel te bieden heeft. We verlaten het gebied met het gevoel dat we slechts een fractie van alle rijkdom gezien hebben.

    Tekst en fotos: Jessica de Korte

    Welvaart onder roestBezichtiging kan alleen op afspraak ([email protected] of 0039-338 403 3204), de oude stenen liggen onder lelijke, roestende overkappingen, en naast de locatie wordt volop gebouwd, zo te zien aan een nieuwe woning. Jammer, want het is een interessante plek, op een prachtige locatie. Na de strijd van de naties, die hier in 295 v.Chr. werd geleverd, kon Sentinum tot een welvarende stad uitgroeien. Er kwamen drie rivieren samen, dus er was genoeg (drink)water en al snel barstte de stad letterlijk uit zijn voegen. Sentinum lag langs de belangrijke Romeinse weg Via Flaminia, die van Rome naar Ancona voerde, en waar nog een stukje van te zien is. Een groot deel van de

    want de weg maakt steile bochten en soms moet de auto behoorlijk klimmen. Maar het uitzicht is schitterend, over de groene heuvels.Rondom de grotten van Frasassi werden her-inneringen aan hl oud leven gevonden, tot aan de Laat-Jura tijd aan toe. Zo trof men 317 botten van een ichthyosaurus; een reptiel, 3 tot 3,5 meter lang, dat hier 150 miljoen jaar geleden door het water zwom. Andere vondsten zijn onder meer urnen uit de necropolis van de Pianello di Genga, het skelet van een bruine beer en paleontologisch materiaal. Al die opgra-vingen liggen in het Museum van Speleologie, Paleontologie en Archeologie, dat in een oud klooster huist: Abbazia di San Vittore. Voor de verandering hangen er naast de Italiaanse ook Engelstalige teksten en als je alles wilt lezen, ben je hier zo een middagje zoet. De expositie is klein, maar zeker interessant, en wordt dan ook druk bezocht.

    TrekpleistersVerder rijdend naar Sassoferrato verschijnt Genga in het zicht, een klein middeleeuws plaatsje, ook weer met oude stadsmuren. Je bent hier zo uitgekeken, want het plaatsje bestaat uit n straat die in een rechthoek loopt, met daaromheen de woningen. Verder is er een klein plein met kerk en museum. De tijd lijkt hier echt even stilgestaan. Op deze zon-dag wordt Genga druk bezocht door Italianen uit de nabije omgeving en dat is niet zo gek, want het uitzicht is waanzinnig. Aan het grote par-keerterrein te zien, is het plaatsje populair. Het archeologisch park Sentinum bij Sasso-ferrato is een minder grote toeristische trek-pleister en het is nog een hele kunst om de locatie te vinden. Na twee keer heen en weer rijden, blijkt het bord omver te zijn gevallen. In het archeologisch park zijn de opgravingen van de Romeinse stad Sentinum te zien, met de restanten van een gigantisch thermische bad, dat door reizigers werd gebruikt, een metaal-gieterij en een groot provinciaal complex uit de 1e eeuw van de Keizertijd. In Psaro, Jesi, Urbino en Genga zagen we hoe de overheid er alles aan deed om de gebouwen in optimale conditie te houden, maar het archeologisch park krijgt heel wat minder aandacht.

    In het archeologisch park zijn de opgravingen van de Romeinse stad Sentinum te zien, met de restanten van een gigantisch thermische bad, dat door reizigers werd gebruikt, een metaalgieterij en een groot pro-vinciaal complex uit de 1e eeuw van de Keizertijd.

  • 36N

    eder

    land

    |

    Utre

    chts

    e he

    uvel

    rug

    Nederland | Utrechtse heuvelrug

    Mesolithisch jachtkamp op de HeuvelrugBooronderzoek leverde interessante vindplaatsen op uit periode vr neolithicum

    De Utrechtse Heuvelrug is ontstaan als een stuwwal tijdens de voorlaatste ijstijd. Het hoog-ste punt ligt op 69 meter boven NAP. Door het voortstuwende landijs zijn grindhoudende for-maties ontstaan die in latere perioden bedekt zijn met een laag dekzand. Het landijs duwde

    Utrechtse Heuvelrug is de Darthuizerpoort bij Leersum, die vroeger bekend was als het Gat in den Bergh. Een ander mooi voorbeeld van een (sneeuw)smeltwaterdal met een sandr bevindt zich op de plaats van de oude tabaksplantage Plantage Willem III te Elst.De vindplaats ligt aan de rand van een klein smeltwaterdal bovenop een sandr. Van het oor-spronkelijke relif zijn nog de contouren in het landschap zichtbaar. Een nabijgelegen parkeer-plaats ligt duidelijk hoger dan de vindplaats zelf. Andere hoogteverschillen zijn vervaagd door stuifzand en menselijke ingrepen. De begroeiing bestaat voor een belangrijk deel uit naaldbomen, afgewisseld door loofbomen, voornamelijk berken. Ter plaatse bevindt zich een zorgcentrum van de Bond Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers, tegenwoordig Stichting De Basis. In de directe omgeving van de vindplaats zijn bomen gekapt om plaats te maken voor nieuwbouw.

    Gemeente Utrechtse HeuvelrugGemeentearcheoloog Annemarie Luksen-IJtsma benadrukt de betekenis van de vondst voor onze kennis over de menselijke aanwezig-heid op de Heuvelrug tijdens het mesolithicum (midden-steentijd). Het jachtkamp kan een aanvulling bieden op vondsten die op andere plaatsen op de Heuvelrug zijn gedaan. Bij Leersum is een vuistbijl gevonden en in de zandgroeve Kwintelooijen bij Rhenen zijn vuurstenen uit het midden-paleolithicum opgegraven. De meeste archeologische gegevens op de stuwwal betreffen echter een latere periode: de overgangsperiode van het laat-neolithicum naar

    grond in een brede strook de hoogte in, waar-door materialen uit diverse geologische tijdvak-ken over elkaar heen schoven. Dat maakt de Heuvelrug tot een bewaarplaats van gegevens uit verschillende perioden. Na de voorlaatste ijstijd trok het landijs zich terug en ontstond een landschap dat vergelijkbaar is met de toen-dras in Noord-Scandinavi. Op plaatsen waar het landijs smolt werden spoelzandwaaiers gevormd, die door archeologen naar IJslands voorbeeld sandrs worden genoemd. Het smelt-water verspreidde zand en grind in waaiervor-mige afzettingen op de flanken van de stuwwal. Aan de voet van de stuwwal kon een sandr breed uitwaaieren. Op verschillende plaatsen in de stuwwal werden door het stromende smeltwater diepe dalen uitgesneden. Van deze smeltwaterdalen zijn sommige nog terug te zien in het land-schap. Het bekendste smeltwaterdal in de

    In de Gemeente Utrechtse Heuvelrug zijn sporen ontdekt van een jachtkamp uit

    de midden-steentijd, de periode tussen circa 8800 en 4900 v.Chr. Een bijzondere

    ontdekking, want vondsten uit dat tijdvak zijn in Nederland dun gezaaid. De jager-

    verzamelaars die in deze contreien rondtrokken hebben weinig sporen nagelaten.

    De sporen zijn aangetroffen op het grondgebied van een zorginstelling die ver-

    gevorderde plannen heeft voor nieuwbouw. Het belang van de vondst was voor de

    directie van de instelling snel duidelijk. Dan zetten we het gebouw toch 10 meter

    verderop!

    Onderzoeksterrein. (Bron: BAAC rapport V-09.0294 Gemeente Utrechtse Heuvelrug

    Plangebied Woestduinlaan 87 te Doorn, bureauonderzoek en

    inventariserend veldonderzoek, auteur drs. C.C. Kalisvaart).

  • 37

    Land | Plaats

    Ned

    erla

    nd |

    Ut

    rech

    tse

    heuv

    elru

    gde bronstijd. Op de Heuvelrug is een groot aan-tal grafheuvels aanwezig die informatie bieden over bewoning na 2900 v.Chr. Uit de inhoud van de grafheuvels is op te maken hoe de levenden met de dood om gingen. Vooral de hogere delen van de stuwwal hebben een hoge verwach-tingswaarde voor archeologische vondsten. Om regels op te kunnen