Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

of 64 /64
P 309638 Nieuwsbrief Mossen en Lichenen - Planten - Paddenstoelen 2010 - 10 e jaargang nr. 3 juli - augustus - september Verschijnt driemaandelijks Afzendadres: Coxiestraat 11 2800 Mechelen [email protected] www.natuurpunt.be V.u. Willy Ibens. Coxiestraat 11 2800 Mechelen Kantoor van afgifte: 2800 Mechelen 1 België Belgique P.B. – P.P. 2800 Mechelen 1 BC 7215

description

Midden oktober organiseert Natuurpunt voor de eerste maal een nationaal paddenstoelenkijkweekend. Naar voorbeeld van succesvolle acties als Voeren en Beloeren en Vlindermee nodigen we iedereen uit om naar paddenstoelen te speuren in eigen tuin.

Transcript of Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

Page 1: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

P 309638

Nieuwsbrief Mossen en Lichenen - Planten - Paddenstoelen 2010 - 10e jaargang nr. 3 juli - augustus - september

Verschijnt driemaandelijks

Afzendadres: Coxiestraat 11 2800 Mechelen [email protected] www.natuurpunt.be

V.u. Willy Ibens. Coxiestraat 11 2800 Mechelen

Kantoor van afgifte: 2800 Mechelen 1 België – Belgique

P.B. – P.P. 2800 Mechelen 1

BC 7215

Page 2: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

2

Deze nieuwsbrief wordt gratis toegestuurd aan alle geïnteresseerden. Wenst u lid te worden van één van de werkgroepen en de nieuwsbrief op regelmatige basis te ontvangen, stuur dan een briefje naar Natuurpunt Studie, Coxiestraat 11, 2800 Mechelen of een mailtje naar [email protected] De nieuwsbrief wordt digitaal verstuurd (PDF-formaat). Wie dit wil kan de nieuwsbrief nog wel op papier ontvangen. Wenst u de nieuwsbrief niet langer te ontvangen, geef dan een seintje. Veel leesplezier!

Wil u ons financieel steunen dan kan dat. Giften vanaf 30€ zijn fiscaal aftrekbaar.

Storten kan op rekening nr.: 230-0524745-92 met vermelding van de volgende projectnummers:

- Natuurstudie algemeen .......... 2000

- Plantenwerkgroep .................. 2351 - Paddenstoelenwerkgroep....... 2301 - Mossenwerkgroep.................. 220

De volgende nieuwsbrief zal in december verschijnen.

Artikels en kalenders kunnen tot 20 november ingestuurd worden.

Page 3: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

3

INHOUD Paddenstoelentelweekend 16 en 17 oktober 4 Welkom op de floristendag – 26 september 2010 5 Nieuw: Planten.flits 6 Hulp gezocht bij het beantwoorden van allerlei vragen 6 Nieuwsbrief Mossen en lichenen Lophocolea semiteres, een korte geschiedenis van een nieuw mos 9 Juul Slembrouck Een nieuwe mossoort voor Vlaanderen 11 Juul Slembrouck Nieuwsbrief Planten Plantenwerkgroep Oost-Brabant in de pers 15 Fon op excursie – verslagen door Erik Molenaar 15 Nationale Werkgroep Botanie: verslag Botanisch verlof in de Alpen 31 André Van den Bergh Nationale Werkroep Botanie: aankondiging botanische week 2011 35 Limburgse plantenexcursies – Verslag excursie SAP-clubje Jan Wyers 36 Plantenwerkroep Natuurpunt De Wielewaal – Verslag excursies

Kristine Wuyts 37 PWG Vlaamse ardennen plus - Bijzondere vondsten + verslag excursies Karel Dewaele 38 Planten- & Zwammenwerkgroep Schijnvallei Verslag planten Staf Brusseleers – Verslag Lichenen Karl Hellemans 43 Plantenwerkgroep Gent – Excursieverslagen door Jean Deprez, Kristel Keppens en Lut Van Daele 47 Florawerkgroep Natuurpunt Oost-Brabant Verslag door Liesbet Cleynhens 52 Nieuwsbrief Zwammen Roze stinkzwam voelt zich thuis in tuinen 55 Paddenstoelen voor beginners 55 Paddenstoelen voor gevorderden 56 Weetjes en verhalen over paddenstoelen 56 Paddenstoelwandelingen voor kinderen 57 Paddenstoelwandelingen onder begeleiding van een kenner 57 Paddenstoelhappening in Keerbergen 61 Zwammenwerkgroep Zuid-West-Brabant 61 Nieuw: Paddenstoelenwerkgroep Brugge 62

Page 4: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

4

Paddenstoelenkijkweekend 16 en 17 oktober Midden oktober organiseert Natuurpunt voor de eerste maal een nationaal paddenstoelenkijkweekend. Naar voorbeeld van succesvolle acties als Voeren en Beloeren en Vlindermee nodigen we iedereen uit om naar paddenstoelen te speuren in eigen tuin. Deze mooie verschijningen zijn zeer goede indicatoren voor de kwaliteit van onze natuur. De misvattingen dat nuttige paddenstoelen enkel in het bos groeien en paddenstoelen in de tuin slechts schade aanrichten, sturen we bij deze de wereld uit. Zelfs een kleine tuin die ecologisch beheerd wordt kan een thuis zijn voor heel wat soorten. Het doel van deze actie is mensen warm maken voor paddenstoelen, tips geven voor een paddenstoelvriendelijke tuin en zoveel mogelijk gegevens over tuinpaddenstoelen verzamelen. Net zoals bij de rest van de publieksacties zal een uitgebreide folder bij Natuur.blad verschijnen waarbij een aantal soorten in de kijker worden gezet. Paddenstoelen bedreigd Helaas gaat het in Vlaanderen niet zo best met de paddenstoelen, meer dan de helft van de zwammen is ofwel uitgestorven ofwel bedreigd. Vooral de soorten met relatief grote, met het blote oog zichtbare vruchtlichamen hebben het zeer moeilijk. De oorzaak moeten we zoeken bij de veranderingen in landgebruik en moderne landbouwtechnieken, waardoor hun leefgebied vernietigd wordt. Deze soorten zijn van groot belang voor de algemene kwaliteit van onze inheemse bossen. Ook de graslandpaddenstoelen hebben zwaar te leiden onder de intensieve landbouw, waar geen plaats meer is voor begrazing met dieren en onbemeste graslanden. De grasmat in de tuin wordt kort geschoren, altijd groen en mosvrij gehouden. Bij voorkeur groeit er enkel gras. Nochtans wordt je tuin zoveel rijker wanneer je de gazon niet bemest en mos laat gedijen tussen het gras. Al snel zullen er massa’s paddenstoelen verschijnen en na enkele jaren volhouden verschijnen wellicht kleurrijke en zeldzame soorten waaronder wasplaten en knotszwammen.

Tips voor een paddenstoelvriendelijke tuin Laat bomen staan, ook al worden ze oud en beginnen ze af te sterven. Als een boom toch afgezaagd moet worden, laat dan de stronk staan tot op zekere hoogte, en laat de ondergrondse delen ongemoeid. Grote omgevallen stammen mag je laten liggen, deze zorgen voor een hele serie opruimende paddenstoelen, die vaak zeldzaam zijn geworden. Plant een nieuwe boom voor elke gekapte boom. Plant bij voorkeur bomen die in symbiose leven met zwammen: ondermeer Eik, Beuk, Berk, Hazelaar of Linde.

Page 5: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

5

Een gazon hoef je niet te bemesten of ontmossen, bespaar jezelf op die manier uren werk. Het enige wat je moet doen is minstens twee maal per jaar maaien en het maaisel goed afvoeren. Op een houtsnipperpad, kunnen massa’s paddenstoelen verschijnen, maar zorg ervoor dat je ze niet tussen bomen legt, want dat is nadelig voor de zwammen die in symbiose leven met die bomen. Verwijderen van bladstrooisel, onder alleenstaande bomen of kleine boomgroepen, bevordert de groei van symbionten.

Je vindt alle informatie op de website http://www.natuurpunt.be/paddenstoelen Je vindt er foto’s van de meest voorkomende paddenstoelsoorten in tuinen, je leest er hoe je de paddenstoelen kan herkennen en hoe je de resultaten kan doorgeven. Wie op de hoogte wil blijven van het laatste ‘paddenstoelennieuws’, kan zich inschrijven op de gratis maandelijkse e-zine paddenstoelen.flits via http://www.natuurpunt.be/mijnnatuurpunt/Ezines.aspx.

Nog paddenstoelrijke tuinen gezocht ...

In Vlaams-Brabant en de provincie Antwerpen vonden we al een geschikte tuin waar paddenstoelen een kans krijgen. Maar voor de overige provincies zijn we nog steeds op zoek....het hoeft niet groot te zijn, met eenn onbemest gazonnetje en/of wat bomen. Per provincie willen we een tuin als voorbeeld kiezen, waar we de pers te woord kunnen staan. Indien je dit ziet zitten, stuur dan alvast een foto van je tuin door aan aan Roosmarijn en voeg een lijstje toe van jaarlijkse herfstwaarnemingen. Het paddenstoelenkijkweekend gaat door op 16 en 17 oktober. Laat ook weten welke dag je vrij bent.

Welkom op de floristendag - 26 september 2010 Op 26 september wordt de tweejaarlijkse Emiel Van Romaeyprijs voor Plantkunde uitgereikt in de Plantentuin van Meise. Twee jaar geleden ging deze prijs naar de "Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brussels Gewest" en vier jaar geleden kreeg de Paddenstoelenatlas van Limburg deze prijs. De winnaar van deze editie wordt voorlopig nog geheim gehouden. Maar FLo.wer vzw wilde in samenwerking met Natuurpunt van deze gelegenheid profiteren om alle Vlaamse floristen samen te brengen. Er werd een dagvullend programma opgesteld, waarvoor u nog gratis kan inschrijven tot 10 september.

Page 6: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

6

Nieuw Planten.flits Sinds september 2007 wordt een maandelijkse paddenstoel.flits vol nieuwtjes en weetjes verzonden. Er is altijd genoeg stof om de mensen weer warm te maken voor paddenstoelen. Ondertussen zitten we al aan meer dan 2000 abonnee’s, dus het zijn niet enkel de kenners die hiervoor intekenen. De flits is bedoeld om een breed publiek te bereiken. Onze nieuwsbrief planten -mossen & lichenen - paddenstoelen gaat naar 310 mensen op papier en 1.000 mensen digitaal. Met een flits kunnen we ongetwijfeld nog veel meer mensen bereiken en kunnen we kort op de bal spelen. Binnenkort mag u de eerste planten.flits verwachten… aan het einde van het plantenseizoen welliswaar. Maar tijd genoeg om in te tekenen en items te bedenken voor het volgende seizoen. Plantennieuws voor de planten.flits is voortaan welkom bij [email protected]

Hulp gezocht bij het beantwoorden van allerlei vragen Een groot deel van onze werktijd investeren we bij natuur.studie in het beantwoorden van vragen van allerlei aard. Meestal gaat dit om determinatievragen. In sommige gevallen gaat het eerder om overlastvragen zoals het verwijderen van plaagsoorten. Om deze vragen per thema zo snel mogelijk te kunnen behandelen werden thematische mailadressen aangemaakt. [email protected] [email protected] [email protected] [email protected] In het verleden werden deze mails voornamelijk door professionelen beantwoord. Maar in de toekomst zouden wij graag ook enkelevrijwilligers die graag willen helpen bij het beantwoorden van dergelijke vragen opnemen in deze mailgroepen. Wens je toegevoegd te worden aan één van volgende mailgroepen, laat het dan weten aan [email protected]

Page 7: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

7

Nieuwsbrief MOSSEN & LICHENEN

Page 8: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

8

Werkgroep Mossen en Lichenen een symbiose tussen

Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud

& Natuurpunt

FON Voorzitster: * Chris Janssens (014/21.67.49) Secretaris: * Karl Hellemans (03/383.26.58) Penningmeester: * Jan Dirkx (014/58.64.64) Ereleden: * Juul Slembrouck (03/321.32.75) * Hubert De Meulder (03/830.13.87) Redactie: * Marie-Claire Bottu (011/68.03.01) * Jan Dirkx (014/58.64.64) * Chris Janssens (014/21.67.49) * Vera Tetsch (014/36.88.50) * Juul Slembrouck (03/321.32.75) * Henri Stappaerts (03/288.43.70) excursies op maandagnamiddag om de veertien dagen ContactpersonenNatuurpunt EDUCATIE * Hans Vermeulen (014/47.29.50) Graatakker 11, 2300 Turnhout ARTIKELS & INFO * Roosmarijn Steeman (015/29.72.22) Coxiestraat 11, 2800 Mechelen

Doelstellingen Werkgroep * bijdrage vormen voor natuurbehoud/-beheer

* ecologisch onderzoek * verspreidingsonderzoek * popularisatie van de (korst)mossen-studie

* stevige band met educatie: cursussen en initiatie-excursies

* publicaties De Werkgroep Mossen en Lichenen FON - Natuurpunt is een symbiose tussen de Werkgroep Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud en Natuurpunt. De werkgroep F.O.N. bestudeert al meer dan een decennium de mossen van ons land. De werkgroep opereerde in het verleden hoofdzakelijk in het Antwerpse maar richtte ook tal van excursies elders in, o.a. naar Wallonië en het buitenland. De werkgroep staat open voor iedereen die geïnteresseerd is in mossen en/of lichenen, leken of gevorderden. Op de excursies worden beginners met zorg opgevangen (educatie). Er wordt tevens veel gewerkt aan feedback naar de leden. Met dit alles poogt de werkgroep zijn steentje bij te dragen aan zowel mossen- en lichenenstudie, als aan het natuurbehoud. Ook jij kan iets bijdragen aan deze

nieuwsbrief!

Page 9: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

9

Lophocolea semiteres Een korte geschiedenis van een “nieuw” mos

Jules Slembrouck

In de Nieuwsbrief 8e jg, nr 3 (2008), p. 8, verscheen een “Reactie op de uitbreiding Gaaf kantmos door klimaatopwarming”. Op die reactie nog deze aanvulling! Theo Arts schreef in het verslag van excursie van 16/10/1988 van de Vlaamse Werkgroep Bryologie naar het voormalig Brits militair domein van Grobbendonk: “Op te merken valt ook een bijzondere vorm van Gedrongen kantmos (Lophocolea heterophylla) met gave, breed afgeronde bladtoppen, die op ruwe humus op de grond aangetroffen werd (fig. 2)” (Arts 1990). Inderdaad, hij begeleidde het verslag met correcte, ietwat gestyleerde tekeningen van een vertakt en een onvertakt plantje (dorsaal en ventraal) met de opvallende, afstaande, grote onderblaadjes. Ik had die (toen nog ‘onbekende’) soort tijdens de voorbereidende wandeling aangetroffen en alle deelnemers aan die wandeling (27 in getal, jawel) uitgenodigd om die nog eens te zoeken en zij vonden die ook. De vondst werd met “eindelijk weer eens Lophocolea heterophylla !!” begroet – (dit mos is zo erg algemeen dat het verder dus geen aandacht behoefde). Theo gaf de naam … en daar bleef het bij. Eerder (1988) had ik die soort ook al eens aangetroffen op de Kesselse heide te Nijlen en die – zonder naam – (ik dacht aan Lippenmos [Chylocyphus polyanthos], maar de standplaats klopte niet…) gedeponeerd in BR (Nationale Plantentuin). Pas toen de nieuwe flora van de levermossen van Smith verscheen (Smith 1990) ging er een lichtje in de Nationale Plantentuin branden: het was – nog zonder Nederlandse naam - : Lophocolea semiteres. Smith vermeldt de vindplaats in de Scilly Islands ‘very rare but locally common’ en de verspreiding: Kaapprovincie (Zuid Afrika), het zuiden van Chili, Australië, Tasmanië, Nieuw Zeeland en de Nieuwe Hebriden. De juiste determinatie werd bevestigd door Mevrouw Paton (Engeland) en Dr. Grolle (Duitsland) beide dé kenners bij uitstek van levermossen. Herman Stieperaere publiceerde dan uitvoerig in het tijdschrift van de Vlaamse Werkgroep Bryologie (Stieperaere 1993) - met tekeningen, die stukken beter zijn, dan die in Smith voormeld – vervolgens ook in het tijdschrift met internationale allure en faam Lindbergia (Stieperaere 1994) met een eerste voorlopige verspreidingskaart. Op grond van de voorlopige verspreidingskaart in Vlaanderen bleek, dat de soort al een hele tijd bij ons aanwezig moest zijn, maar door alle bryologen over het hoofd gezien. Hubert De Meulder, die ook betrokken was bij onze “eerste vondst” stelde prompt de Nederlandse naam “Gaaf kantmos” voor. Maar dat zinde een aantal mensen niet, die liever “Zuiders” kantmos hoorden. Bij de laatste herziening van de Nederlandse namen kreeg Hubert, zonder zijn tussenkomst, gelijk: het werd en het zal nu wel “Gaaf kantmos” blijven. Olivier Heylen maakte van het Gaaf kantmos het voorwerp van zijn licenciaatsverhandeling (Heylen 1995) en zocht naar de optimumniveaus voor de soort (Heylen 1995bis). In mijn herbariummateriaal van mossen op kerkhoven en begraafplaatsen staat het vermeld in Putte (Noord-Brabant) en in de vroegere begraafplaats van

Page 10: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

10

Wilrijk als L. heterophylla met “terrestrisch” plus uitroepingstekens, want dat klopte niet met de standplaats van het Gedrongen kantmos, die niet terrestrisch wordt gevonden (1988). Bij nazicht van de mossenverzameling van prof. ir. J.-E. De Langhe vond ik materiaal, weer eens met de naam Lophocolea heterophylla, dat door Vanden Berghe was nagezien, maar met een kaartje ‘let wel! grote onderblaadjes!’, - jaartal ben ik vergeten -, maar ook daaruit bleek, dat de soort inderdaad al jaren geleden opgemerkt noch juist gedetermineerd was gebleven. Het Gaaf kantmos is op dit ogenblik niet alleen volledig ingeburgerd, maar komt als krachtige veroveraar en als indringer op zure gronden (pijnbossen, heiden, stuifzand) overal voor en gaat zelfs over tot gesloten vegetaties van honderden m², b.v. in het Mastbos (Breda). In vrijwel geen mossenopname van het FON in de Kempen ontbreekt het; het komt zowel voor op verzuurde eroderende hellingen van gestoorde gronden in het verstedelijkt milieu als de Brilschans (Borgerhout-Antwerpen). Terwijl Smith als ecologie opgeeft : “tree bases and rotting logs, especially under conifers in turf and on peaty soils and banks” dus zuur, zoals tot nog toe bij ons gevonden, is de soort nu ook de basische biotopen en de (bos- en park-) bomen aan het veroveren. Laatst vonden wij het in “Hortiflora” een deel van het Nachtegalenparkcomplex (Antwerpen) in vrij duidelijk basische omstandigheden en als epifyt tot hoog in de bomen. Dit is ook elders het geval (mond. meded. Herman Stieperaere). Het zoeken naar “optimumniveaus” is nu volkomen achterhaald. Wij gaan er misschien nog last mee krijgen! En dat heeft dus niets te maken met de “opwarming van de aarde”. Literatuur ARTS, THEO (1990) Bryologische excursie naar Pulderbos en Grobbendonk,

Muscillanea 9, p. 27-34

HEYLEN, OLIVIER (1995) Onderzoek naar de invloed van de neofyt Lophocolea semiteres (Lehm.) Mitt. (Hepatophyta) op andere mossen in de Kempen, Licenciaatsthesis KU Leuven, 172 pp.

HEYLEN, OLIVIER (1995bis) Beschrijving van optimummilieus voor Lophocolea semiteres (Lehm.) Mitt, Muscillanea 15, p. 6-11

SMITH, A.J.E. (1990) The Liverworts of Britain & Ireland, Cambridge University Press, 362 pp.

STIEPERAERE, HERMAN (1993) Lophocolea semiteres (Lehm.) Mitt. in de Vlaamse Zandstreek, de Antwerpse Kempen en Nederlands Noord-

Brabant, wie zoekt mee?, Muscillanea 12, p. 11-16 STIEPERAERE, HERMAN (1994) Lophocolea semiteres (Lehm.) Mitt. in Belgium

and the Netherlands, Another Bryophyte Spreading on the European Continent, Lindbergia 19, p. 29-36

Page 11: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

11

Een nieuwe mossoort voor Vlaanderen Juul Slembrouck, Drakenhoflaan 147, 2100 Deurne (Antwerpen) Er is een tijd geweest, dat het kwistig gebruik van vergift in het openbaar leven gelijk stond met het verzekeren van de toekomst van ons volk. In die tijd hebben wij eens de mossengroei op de kerkhoven in het Antwerpse onderzocht (SLEMBROUCK & DE MEULDER 1989). Het St.-Fredeganduskerkhof te Deurne (Antwerpen) leverde slechts 14 soorten op. Het vergif was alom tegenwoordig. Maar dat wordt gelukkig stilaan anders. In 2009 verzocht ons Ludo PEETERS, de voorzitter van de Deurnese heemkundige kring “Turninum” de vaatplanten- (DE BEER, opname 2007 en SLEMBROUCK opname 2009 in één verslag samengebracht) en een mosseninventaris van het kerkhof op te maken. Het kerkhof was inmiddels (deels) als landschap beschermd (K.B. 14.10.1976) en een beheerplan moest worden opgesteld. Het hele kerkhof had tevens het statuut “begraafpark” gekregen. In het beheerplan werd o.a. opgenomen dat mossen en korstmossen, die op paden of tussen zerken of monumenten groeien, erkend worden als eigen aan het kerkhof en niet worden verwijderd of weggeschrobd of weggespoten. Nu er niet meer “gespoten” wordt, leverde de inventaris 37 soorten op1, waaronder één, waarvoor wij met veel onzekerheid de naam Sciurohypnum plumosum voorstelden en Philippe DE ZUTTERE om bevestiging vroegen. Hij dacht Cirriphyllum tenuinerve 2 te herkennen, maar vroeg op zijn beurt toch nog om bevestiging aan ons beider vriend André SOTIAUX, die met de determinatie van Philippe akkoord ging … Zulke voorzichtigheid is in de bryologie niet ongebruikelijk, vooral wanneer zoals in ons geval, de soort in de loop der tijden al vijf verschillende namen had gekregen als gevolg van het toewijzen aan een andere familie! Sindsdien is de soort van Cirriphyllum (Spitsmos) in de familie Brachythecium (Dikkopmos) (HILL et al. 2006) terechtgekomen en om héél zeker te zijn werd het staal naar Parijs gestuurd, waar dè Dikkopmosspecialiste van Europa, R. SKRZYPCZAK woont. En die bevestigde de naam: Brachythecium tommasinii (Sendtn. ex Boulay) Ignatov & Huttunen De soort is een “blijver”, vrij zeldzaam in de Maasstreek, zeldzaam in het Ardeens district met de Nederlandse naam “Kalkspitsmos” (SIEBEL & DURING 2006). Voor alle andere districten van België en Nederland, dus ook voor Vlaanderen is zij helemaal “nieuw”. De soort komt niet voor in de laatst verschenen “bryophyte checklist” van ons land (SOTIAUX et al. 2007) – daarvoor kwam onze vondst te laat… Voorkomen op de groeiplaats: op en rond een oude arduinen (= kalksteen!) grafzerk (1924), verspreid over een oppervlakte van ca. ½ m² (20 % bedekking), in gezelschap van Gewoon dikkopmos (bedekking 60 %), Bleek 1 Een verslag (12 pagina’s), een inventaris en een omstandige bespreking, zowel van biotopen als van

soorten , (“leesbaar” voor mensen, die nooit met het verschijnsel “mos” te doen hadden) werd ter

beschikking van het beheer gesteld. 13 soorten van pionierbiotopen, 8 soorten van graslanden en 16

soorten van schors- en steenbiotopen werden opgetekend . 2 De vroegere naam van de nu hetende Brachythecium tommasinii.

Page 12: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

12

dikkopmos (bedekking 5 %), Fijn laddermos (bedekking ± 3%), Gewoon muisjesmos, Gedraaid knikmos en Purpersteeltje (samen minder dan 1 % bedekking). Hoe ziet die soort er “in de hand “ uit ? Gelijkend op Bleek dikkopmos, tenzij een ietsje groener, dus minder bleek. Voor de “kenner” zijn de stam (en takjes) nogal smal vergeleken met Bleek dikkopmos. Maar ook met ‘mollig’ rond de stengel aanliggende bladeren, die de plantjes het uitzicht van een dun koordje geven. En zo begon het … Men zou eigenlijk goed kunnen zeggen: poging tot dubbelgangertje spelen. De “officiële” publicatie gebeurde in het tijdschrift voor bryologen “Nowellia bryologica” n° 37 (SLEMBROUCK & DE ZUTTERE.2009), met reproductie van oude microscopische tekeningen (HUSNOT [1884-1880, herdruk ASHON 1967], NYHOLM [1965] en B[RUCH], S[CHIMPER] & G[ÜMBEL] [1854] ) en verspreidingskaartje . Herbariummateriaal (Herbariumnummer SLEMBROUCK 09/6334, IFBL C4.27.23, 7.3.09) : origineel in het archief van “Turninum”, duplum DE ZUTTERE, triplum SOTIAUX, quadruplum SLEMBROUCK. Literatuur HILL, M.O., N. BELL, M.A. BRUGGEMAN-NANNENGA, M. BRUGUES, M.J. CANO, J. ENROTH, K.I. FLATBERG, J.P. FRAHM, M.T. GALLEGO, R. GARILLETI, J. GUERRA, L. HEDENÄS, D.T. HOLYOAK, J. HYVÖNEN, M.S. IGNATOV, F. LARA, V.MAZIMPAKA, J. MUNOZ EN L. SÖDERSTRÖM (2006) - An Annotated Checklist of the Mosses of Europe and Macaronesia, Journal of Bryology (2006) 28, p.198-267 SIEBEL, H. & H. DURING , m.m.v. H. STIEPERAERE & A. SOTIAUX (2006) –

Beknopte Mosflora van Nederland en België, KNNV, 559 pp. ill. SLEMBROUCK, J. & H. DE MEULDER (1989) - Mossengroei op kerkhoven in het

Antwerpse, Muscillanea 8, V(laamse) W(erkgroep) B(ryologie), p. 22-28.

SLEMBROUCK, J. & PH. DE ZUTTERE (2009) - Brachythecium tommasinii (Sendtn. ex Boulay) Ignatov & Huttunen présent en Flandre à Deurne-Antwerpen, au cimetière Sint-Fredegandus, nouveau pour le nord du pays, Nowellia bryologica n° 37, ill., p. 41-51

SOTIAUX, A., H. STIEPERAERE & A. VANDERPOORTEN (2007) - Bryophyte and European Red List of the Brussels-Capital Region, Flanders and Wallonia (Belgium), Belgian Journal of Botany 140 (2) p.174-196

Page 13: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

13

NWB

Nieuwsbrief PLANTEN

Page 14: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

14

Plantenwerkgroepen Natuurpunt In het Vlaamse land zijn tientallen plantenwerkgroepen actief binnen Natuurpunt. Zij organiseren i.s.m. de natuurvereniging talloze excursies. De meeste excursies staan open voor beginners, er wordt dan expliciet aandacht besteed aan educatie. Veel werkgroepen doen aan inventarisatie op kilometerschaal (via het ‘IFBL-raster’) in het kader van atlasprojecten. Een reeks werkgroepen spitst zich evenwel toe op de studie en inventarisatie van natuurgebieden. Tijdens een aantal activiteiten van de werkgroep Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud wordt zelfs zeer nadrukkelijk aan vegetatiekunde gedaan (vegetatie-opnamen). Je krijgt als vrijwilliger de kans om hieraan actief deel te nemen en bij te leren. Informatie inventarisatie & monitoring: Roosmarijn Steeman Natuurpunt Studie Coördinator Planten, mossen, lichenen, fungi Coxiestraat 11 2800 Mechelen tel. 015/29.72.22 fax. 015/42.49.21 (tav. Studie) e-mail: [email protected]

Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud

FON Voorzitter: Erik Molenaar Ferdinand Coosemansstraat 24 2600 Berchem tel. 03/218.59.69 e-mail: [email protected] fon-o-foon 0474/35.53.69

FON-Website: http://users.skynet.be/fon/

Website (algemeen): http://www.natuurpunt.be (Fauna & Flora)

Nationale Werkgroep Botanie NWB

Voorzitter: André Van den Bergh Vitsgaard 9 1745 Opwijk tel. 052/35.05.18 GSM 0472/68.83.35 e-mail: [email protected]

Ook jij kan iets bijdragen aan de

Nieuwsbrief Planten!

Page 15: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

15

Plantenwerkgroep Oost-Brabant in de pers Zeldzame planten opgemerkt in vijver Schalbroek Het Belang van Limburg, dinsdag 24 augustus 2010 In opdracht van Natuurpunt zijn in 2005 grote werken uitgevoerd in het natuurgebied rond De Kleen Meulen. De visvijvers werden in hun oude glorie hersteld. Ondertussen is de zeldzame roerdomp hier al gespot. "In 2006 werd het gebied geïnventariseerd door Pieter Hendrickx en de leden van de plantenwerkgroep van Diest", vertelt Guido Huygens, conservator van het natuurgebied. "Woensdag zakten ze opnieuw af naar de vijvers. Bedoeling was de pioniersplanten op de drooggevallen slibbodems te determineren. Ze ontdekten onder meer glaskroos, een plantje dat maximum 2 mm boven het slib uitsteekt. Ook Zeebies (of Heen), wat je normaal aan zee en in het Scheldegebied zou verwachten, was daar te vinden. We vermoeden dat het via vogels hier is terechtgekomen. Verder werd ook Waterpostelein, Ruwe bies en Naaldwaterbies opgemerkt.

FON op excursie Erik Molenaar

Onderzoek in St-Job (Ukkel): Kauwberg en Avijl 15 mei

Vooraf St. Job is een wijk van Ukkel, één van de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het gaat door als een vrij groene gemeente. In ons hok e4-45-24 liggen enkele groene zones, voor de rest is het urbaan district er heer en meester. De hoogtepunten, ook in botanisch opzicht, zijn het plateau van Avijl en dat van Kauwberg, de laatste ligt nog steeds onder vuur van de bouwpromotoren. Het wordt een warme dag en de hellingen die we de dag op en af lopen zijn niet mals. Door een aantal wegonderbrekingen, het onbediend zijn van de halteplaats van de trein en een lokale kermis is het niet makkelijk geweest om elkaar te treffen, noch om er weer vandaan te raken. Het is hier tweetalig, dus we konden er ons desnoods met de Nederlandse streeplijst behelpen. Na een poos blijken er geen Brusselse natuurgidsen of botanisten, of 'Vrienden van de Kauwberg' op te dagen en tellen we onder de aanwezigen Nico Wysmantel (lijst), Daniël De Wit, Erik Molenaar (nota's, foto's) en Pierre Van Vooren. Bespreking Sint-Jobsplein en kerk We vermelden alvast Hoge fijnstraal. Rond de kerk noteren we Muurvaren, Schaduwgras, Kruipertje en Geel nagelkruid. Halteplaats St.-Job Op het emplacement, de perrons en de spoorballast heeft zich Klein robertskruid gevestigd, dat fraai in bloei staat. Op de flanken van de spoorinsnijding heeft zich een ruderaal essen-iepenbos ontwikkeld, waarin zich soorten als Kardinaalsmuts, Boskortsteel, Kerspruim, Dolle kervel, Bosrank en Zomereik hebben genesteld. Ook Gewone veldsla en Muursla is er ruim aanwezig. In de groenvoorzieningen rondom treffen we een boeket van akkerkruiden, allen in het begin van hun ontwikkeling. In sommige

Page 16: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

16

boomspiegels groeit Akkerkers weelderig. Verder langs het spoor staat ook veel Reuzenberenklauw en op een tunnel een populatie Tongvaren. Muurflora De wijk op de heuvels is residentieel en in de laagte eerder volks. Bovenaan vinden we op de muren vooral tuinsoorten die er verwilderen. Ierse klimop, Chinese kamperfoelie, Spinnenwebhuislook, Kamchatka-vetkruid, Zachte vrouwenmantel, Prikneus enz. De holle wegen zijn grotendeels met stenen bekleed. Tussen de villa's vinden we ook een Vossenhol, en aan de omwoelingen er rond te zien zijn de jongen al aardig actief. Op de muren en op de stoepen groeien ook bosplanten, zoals Bergbasterdwederik, Heggenduizendknoop en Muursla. Kauwberg Beneden aan de restanten van de berg liggen splinternieuwe sociale woningen, villa's, volkstuinen en ruigten. Iets hogerop zien we enkele schrale, overbetreden paardenweiden, waar we niet in gaan. Met de verrekijker herkennen we wel Gelderse roos, aan de rand van Sleedoorn- en Meidoornstruwelen. Er staat een fraaie solitaire Zomereik en een Schietwilg. Langs de toegangsweg bloeit volop Gewone ereprijs. Op de lemige heuvel heeft zich een Essen-Iepenbos gehandhaafd met Kruisbes, Rode kormoelje en Dauwbraam. We ontmoeten er een hele reeks van bosplanten die we nog niet gestreept hebben, zoals Bosgierstgras, Bosanemoon, Rode bes,… Er staat ook Heelkruid, en als we tellen komen we toch aan een 10-tal soorten langs het pad. Verderop in het bos staan er nog meer. Hoe hoger we stijgen hoe schraler het wordt. Er groeit Dalkruid, Gladde witbol, Lelietje-der-dalen, Valse salie en Grote muur. Op de top kijken we neer in een verlaten zavelontginning, geheel geërodeerd door sport en spel, aangerijkt door ontelbare hondendrollen. Op de steilkanten van de uitgesleten paden treffen we resten aan van schraalland met Echte guldenroede, Brem, Veelbloemige veldbies, Klein vogelpootje Schapengras, Schapenzuring en Struikhei. De historische vindplaats van Bochtige smele kunnen we niet vinden. In de groeve zelf lijkt het wat vochtiger met Drienerfmuur, Gevlekte aronskelk, Gewoon reukgras en Tijmereprijs. Er woekeren weer volop soorten als Armeense braam, Tuin-gele dovenetel, Witte kornoelje en Late guldenroede. We volgen hierna de straat op de voet van de heuvel. In de tuinen en langs greppels vinden we aan kwel gebonden taxa zoals Reuzenpaardenstaart, Hangende zegge, Moeraszegge en Beekpunge. We zamelen ook een ons onbekende Kardinaalsmuts in, met smalle hulstige blaadjes. Mogelijk een populatie zaailingen, maar eerder ontstaan uit wortelende takken. In een voortuin staat ook een eenzame Grote keverorchis in bloei. Plateau van Avijl Tot slot steken we de volgende heuvel over, waarop paarden grazen in een wei vol Gewoon reukgras, Veldlathyrus en Knolboterbloem. Hier zijn ook nog 'wilde' volkstuinen, waaruit weggeworpen snoeisel o.a. Aardpeer, Slaapbol en Valse wingerd opslaat. Besluit We zien vandaag 260 soorten, waarvan Vijfdelig kaasjeskruid, Heelkruid en Rode spoorbloem als zeldzaam vermeld zijn. Muizenoor, Knolboterbloem en

Page 17: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

17

Struikhei staan op de Rode Lijst als Achteruitgaand. Dit was voorlopig het laatste onderzoek op de taalgrens.

In de Vagevuurbossen te Wingene 29 mei

Vooraf Opnieuw bezoeken wij het Houtland in West-Vlaanderen voor een exploratie van de flora op de Vlaamse zandgronden met onze gids Pierre Vanvooren. Het Vagevuurbos (Wingene, Beernem) is een 200ha groot complex van naaldhoutpercelen omgeven door mooie dreven van Zomereik en Beuk. Bij het omvormingsbeheer van naald- naar loofhout werden een aantal stukken open gemaakt en opnieuw verbost of begraasd met het moeflonachtig 'Soayschaap'. We doorkruisen het bos en maken een streeplijst van c2-53-43. Er zijn enkele losse nota's van aan de kerk van Wildenburg in d2-13-12. Vandaag nemen acht floristen deel aan de tocht: Pierre Van Vooren, Nico Wysmantel (lijst), Erik Molenaar (foto's, nota's), Daniël De Wit, Mia Barbieur, Marc Detollenaere, Veva Van Vooren en Miel Wagemans. Een onverwachte overvloed aan plantensoorten is er ons deel, evenals een verfrissende douche met hemelwater vanaf halfvier. Bespreking Dreven en bospaden Al voor we het eigenlijke domeinbos bereiken treffen we schraallandsoorten aan in de bermen van de centrale dreef, met Biezenknoppen, Brem, Mannetjesvaren en Gewoon reukgras. Op een plekje waar we een concentratie van Dubbelloof op de grachtkant zien, groeit een grootbloemige variant van Tormentil (Potentilla x suberecta) vergezeld van Blauwe knoop, Struikhei en Schermhavikskruid. In andere dreven staat een werkelijke overvloed aan Hengel (soms zelf een 100m lange aaneengesloten populatie langs beide wegzijden). In de buurt van villa's duiken de gebruikelijk tuinvlieders op, zoals Mansbloed, Tuinakelei, Italiaanse aronskelk, Spaanse hyacint en Vingerhoedskruid. Het duurde tot de regen viel voor wij het blauwegroene grasje herkenden op de schrale paden. Meer dan verwacht staat hier Tandjesgras, terwijl Borstelgras pas herkend is door zijn uitbundige bloei vol wapperende sneeuwwitte meeldraadjes. Fijn schapengras onderging het zelfde lot; de inschatting op de overzichtslijst is dan ook vaag, maar waarschijnlijk onderschat. Boommarter - vaste klant in deze bossen - werd tijdens de plantenexcursie niet gezien... Plagplaatsen Heideherstel is in een sterk bemeste streek geen sinecure. Op veel open plaatsen domineert al snel Gewone braam. Op recente plagplaatsen zien we o.a. Pilzegge, Hazenzegge, Knolrus en Geelgroene zegge, Schapenzuring, Biezenknoppen en Straatgras. De plekken verbossen echter snel met Ruwe berk, Esp, Amerikaans krentenboompje, Amerikaanse vogelkers, Gewone lijsterbes en Amerikaanse eik. Hoewel het hier doorgaat voor een vrij nat biotoop, is de grond uitgedroogd en liggen de greppeltjes met Veenmos er droog bij. Van de begrazende dieren zien we slechts Soayschaapjes, die zelfs met hooi bijgevoerd werden, terwijl de heide volstaat met Pijpenstrootje. Wel

Page 18: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

18

vallen dichte matten met Groot laddermos op. Levendbarende hagedis zit her en der te zonnen, maar het blijft een frisse dag voor deze fraaie schuwe dieren. Bos De plantages met coniferen hebben naar Vlaams model een ondergroei van Brede stekelvaren, Braam en Amerikaanse vogelkers. De gebruikelijke coniferen hebben hier bijna allen hun zaailingen achtergelaten: Douglasspar, Fijnspar, Corsicaanse den, Europese lork en Grove den. Bovendien vallen de purperen cultivar van Gewone esdoorn en Beuk erg op onder de juveniele boompjes. Nitrifiëring lijkt de streekvreemde soorten een voorsprong te geven. We zien regelmatig Zoete kers, Framboos, Bosaardbei, Geel nagelkruid, Dolle kervel en ook enkele exemplaren van Muursla verschijnen. In het spoor van paardentoerisme en hondenliefde staan Fluitenkruid, Hondsdraf en Grote brandnetel. Rankende helmbloem en Bleeksporig bosviooltje is zeldzaam aanwezig. Er zijn ook plekken die overwoekerd zijn met Bonte gele dovenetel. Oosterse karmozijnbes werd maar op enkele plaatsen ontdekt. Waterpartijen en co De meeste waterloopjes zijn ijzerhoudend en vrij diep uitgegraven, met een lage waterstand. Op de oevers is veel kwel te zien. Knolrus en veenmossen zijn op de schonere plekken volop aanwezig. We ontmoeten één plek met Duizendknoopfonteinkruid. Op de droogvallende oevers komt Gevleugeld sterrenkroos in bloei. In kwellende zones staat ook Veldrus, vergezeld van Biezenknoppen, Kantig hertshooi en Waternavel. In meer voedselrijke omstandigheden - helaas ook erg talrijk te vinden hier - groeit Geknikte vossenstaart, Getand vlotgras, Blaartrekkende boterbloem, Grote water-weegbree, Mannagras en Rietgras. Open water is grotendeels overgroeid met Riet. De gagelstruwelen zijn het vitaalste met veenmos aan hun voeten. Er is ook een populatie naast een akker, maar de struiken zijn grotendeels afgestorven of kwijnend. Op vochtige bospaden treffen we nog soorten aan als Moerasmuur, Tijmereprijs en Kruipganzerik. Wildenburg Voor de middagpauze moeten we even naar Wildenburg. Als we in de wegberm gaan kijken, vinden we nog een aantal fraaie soorten, zoals Spinaziezuring, Roomse kervel en in een greppel Grote waterranonkel. Besluit Op de Rode Lijst staan 10 soorten die we vandaag vonden, allen vermeld als achteruitgaand. Dat zijn Struikhei, Tandjesgras, Gewone dophei, Muizenoor, Hengel, Wilde gagel, Borstelgras, Tormentil en Blauwe knoop.

Meerbeek: Plantsoenbos en Molenbeekvallei 12 juni

Vooraf Het hok dat we vandaag gaan onderzoeken is ons bekend van 20 juni 1998. We houden dus opnieuw de vinger aan de pols. Ten noorden van de kerk van Meerbeek daalt de vallei naar de Molenbeek, die door het natuurgebied Rotte Gaten loopt. Daar liggen een aantal graslanden, bossen en moerasbossen. Landelijke wegen en de Leuvensesteenweg lopen door het hok. De

Page 19: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

19

verschillende biotopen staan garant voor een dag vol afwisseling. Ook in de bermen wordt heel wat bijzonders aangetroffen. Recente natuurwerken en reservaatuitbreiding moeten de natuurwaarden verhogen, we zijn benieuwd. We blijven de hele dag in e5-11-42, maar er werden ook enkele losse gegevens van e5-11-44 (Dorpscentrum) opgenomen. Deelnemers zijn vandaag Nico Wysmantel (lijst), Miel Wagemans, Daniël De Wit, Erik Molenaar (nota's, foto's), Pierre Van Vooren, Geert Andries, Nicole Gellens, Paul Nuyts en Krista De Greef. Bespreking Een van de opmerkelijke bodemfeiten is dat er kalkrijke kwel uit de hellingen en het moeras treedt. Bovenaan de vallei is de bodem schraler. Over de waterkwaliteit valt niet veel te zeggen, wetende dat er nog steeds vuil water door de Molenbeek vloeit. In het uiterste noorden van het hok ligt de Kouterstraat die naar het station van Erps-Kwerps loopt. Dit deel is niet bezocht. We bleven ten zuiden van de Leuvensesteenweg. Bos, bospaden en dreven Vanuit het dorp komen we via enkele weiden in het bos. Opvallende soorten in de kruidlaag zijn Eenbes, Bosanemoon, Hondstarwegras en Boswederik. In het lagere deel werden populieren verwijderd. De overgebleven bomen staan vol Maretakken. Naast Zomereik, Gewone es en Schietwilg neemt Zwarte els een belangrijke plaats in. Op open moerassige stukken domineert Oever-zegge. In het eigenlijke moerasbos staat Dotterbloem, vergezeld van Ijle zegge, Beekpunge en Knopig moerasscherm. Op enkele plaatsen komt ook Kleine watereppe voor, goed onderscheidbaar van deze laatste door de scherp getande bladrand en het 'litteken' dat gevormd wordt door een niet ontwikkeld onderste bladpaar. Dieper in het moerasbos staat het gewoon vol met Moerasstreepzaad. Een waar unicum is de vondst van een pol Tongvaren, gewoon op een omgevallen Schietwilg, vlak boven de waterlijn. In het quasi ondoordringbare gebied gaan we op zoek naar de Grote boterbloem, die we hier vanouds weten staan. Na een hele omzwerving ontdekken we slechts één exemplaar, en wel op dezelfde plek als 12 jaar geleden. Als we nagaan wat er van die honderd stuks van '98 is overgebleven, is dat maar een zure zaak. Hopelijk staat ze elders in het complex nog talrijk. Ook in de namiddag - in de dreefjes en houtkanten aan de oostzijde - worden er nog soorten opgetekend, zoals Kardinaalsmuts, Kruisbes, Bermooievaarsbek, en dichter bij de bewoning soorten als Akelei. Alleen al dit biotoop levert bijna 160 soorten. Graslanden en bermen Na het weiland is het hooiland nabij de Rotte Gaten aan de beurt. (We zijn nog net op tijd, want in het perceel ernaast is een landbouwer al aan het hooien.) Het perceel ligt in een glooiing en is duidelijk gezoneerd. Bovenaan domineert Margriet, met Jacobskruiskruid, Wilde peen, Groot streepzaad, Goudhaver, Rood zwenkgras, Veldzuring en Knoopkruid in haar gezelschap. Lager staat het vol Bosorchis, prima in bloei, met Beemdlangbloem, Gewoon reukgras, Knolsteenbreek en Herfsttijloos. Dan gaat het over in een rietland, met Tweerijige zegge, Heelblaadjes en Grote kattenstaart. Er zijn buiten het reservaat nog interessante graslandjes, o.m. langs de Leuvensesteenweg, waar we Kleine bevernel aantreffen, en op een greppelrand Gewone bermzegge. Op andere schrale plaatsen vinden we zelfs nog Bevertjes, samen met Biezenknoppen, Platte rus en Wilde marjolein.

Page 20: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

20

Open water, beken, vijvers, oeverplanten Natuurlijk valt deze rubriek wat samen met het moerasbos, maar de echte lichtminnende soorten zijn niet erg talrijk. In de Molenbeek staat Stomphoekig sterrenkroos en in de vijver van de Rotte Gaten is een populatie Gekroesd fonteinkruid en Veenwortel aanwezig. Het voorkomen van Hoge cyperzegge op strandjes en oevers wijst alvast op sterk aangerijkt water. Ruderale plaatsen, akkers, muurflora Onder dit hoofdstukje vallen 170 waarnemingen, waarvan er toch een aantal echt speciaal zijn. Zo vinden we op een bruggetje over een beekje een forse niet bloeiende composiet die een raadsel is gebleven, wel in het gezelschap van Vlas. Iets verder staat Kleine honingklaver, met zijn piepkleine bloempjes, reeds grotendeels in zaad. Naast tal van neofyten in de urbane sfeer vinden we Haagbeuk, gekiemd op een stenen richeltje. Ook Akkerereprijs komt regelmatig voor, soms zelfs met volblauwe bloempjes, zodat we blijven denken aan een Doffe of Gladde ereprijs. Langs de grote baan is de speurtocht naar pekelsoorten een flop, maar we treffen er ter compensatie een aantal verwilderde landbouwgewassen aan, zoals Tweerijige gerst, Koolzaad en Raapzaad. De muurflora is maar bedroevend. We het moeten stellen met Uitstaande vetmuur, Muurleeuwenbekje en Muurvaren. De eerste C4-grassen komen uit; zo staat Groene naaldaar al in bloei. De akkerflora is dan weer fraaier. Zo staat er in het koren nog heel wat Oot, Akkerviooltje, Grote klaproos en zelfs een beetje Korenbloem: een lust voor het oog. Bij enkele huizen in aanbouw is allerlei akkerkruid te vinden op grondbergen, benevens een aantal exotische zaken zoals Pepermunt, Slaapbol, Prachtklokje, Hanenpoot en Prikneus. Voorts Gele ganzenbloem, Zwarte nachtschade en Knopherik. Op stenige bermpjes en opritten kiemt volop Postelein: de zomer is eindelijk in aantocht. Dorpscentrum Van uit het raam van het café waar we 's middags middagmalen is een over-woekerende massa Ierse klimop ons zicht. De meeste zaken hebben we al gezien in ons hok, maar Straatliefdegras staat hier, en niet zoals verwacht aan de grote baan.

Moerasstreepzaad in bloei Kleine honingklaver in vrucht

Besluit Van de 325 soorten staan er een aantal op de Rode Lijst. Als achteruitgaand worden Korenbloem, Groot streepzaad, Beemdkamgras en Goudhaver vermeld. Bevertjes is kwetsbaar, Grote boterbloem zeldzaam en van Bosorchis

Page 21: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

21

is de status onvoldoende gekend, door aanvankelijke notatie als (complex) Gevlekte orchis. Een groot deel van het hok ligt in Habitat-richtlijngebied. De maatregelen die hier zijn genomen hebben een grote invloed op de soortenrijkdom tot doel. Maar als de waterkwaliteit en de woonuitbreiding onevenredig evolueren kan de vindplaats van o.a. Grote boterbloem verloren gaan. We hebben heel wat meer gevonden dan de vorige keer, voornamelijk omdat de graslanden toen al gemaaid waren en de lente op tijd begonnen was, maar een aantal soorten hebben we niet gezien. We geven Katwilg, Fraai en Gewoon duizendguldenkruid, Liggend hertshooi, Bittere veldkers, Waterviolier en Moerasbeemdgras als voorbeeld. Op onze website vind je een bondig verslag van 1998.

Floristisch onderzoek in Ruiselede: De Visserij en omgeving 3 juli Vooraf Vandaag nemen we het West-Vlaamse Houtland opnieuw onder de floristische loep, geleid door Pierre Van Vooren, die een ware thuismatch speelt. Ons kilometerhok d2-14-23 omvat, naast velden en de dorpskern van Kruiskerke, bosgebied en een aantal waterpartijen. In de noordkant van het hok ligt een landduin dat zuidwaarts glooit, met hierin de Wantebeekvallei. Ten zuiden van de Kruisbergstraat gaat het dan nog 10 meter lager, met hierin de Vorte Bossen, waarvan wij het minst natte, noordelijk deel bezoeken. Bosgebied “De Visserij” is gelegen tussen de Kruisebergen en het Achterste Veld, ten noorden van de Kruisbergstraat, tegen de grens met het Oost-Vlaamse Aalter. Heideontginning heeft in 'De Visserij' een groot naaldbos doen ontstaan, met hierin een aantal witzandontginningen. Het gebied wordt door de Gemeente beheerd en is geflankeerd door enkele schrale graslanden die helaas zijn beplant (Geboortebos, Vredesbos). Natuurgebied De Vorte Bossen wordt beheerd door Natuurpunt. Door de vakantie zijn we maar met weinig. Naast onze gids nemen deel: Erik Molenaar (foto's, nota's), Marc Detollenaere, Danny Minnebo (streeplijst) en Christine Troch. Bespreking Akkers, graslanden, landelijke wegen We starten de excursie midden in het hok. Eerst bekijken we een raaigrasland waar een bijenonderzoek is opgestart door de Universiteit van Gent. De akkerrand is ingezaaid met een hele reeks exoten, die de wilde bijen van voedsel moeten voorzien en waarna men de larven kan tellen en determineren. Phacelia is erg toonaangevend, maar er bloeit ook Dille en rariteiten als Kranskaasjeskruid. De lijst is raadpleegbaar in een paneel terplekke. Uiteraard hebben wij deze zaken niet op de streeplijst gezet. Naast de gebruikelijk akkeronkruiden staat er ook Waterpostelein in een natte hoek. In de prikkeldraadflora treffen wij een relict van een ooit grote populatie Karwijselie. Blauwe knoop wordt verwacht, maar is niet gevonden. De hele berm is pas op de schop gegaan voor nutswerken, zodat we alleen aan de boomvoeten in deze dreef de schraallandflora aantreffen. Het gaat om Vogelpootje, Vroege haver, Struikhei, Schermhavikskruid, Kruipganzerik, Pilzegge, Dubbelloof en Fijn schapengras. Over grote delen zijn de bermen langs de grotere landwegen getroffen door herbiciden. De kleinere paadjes die ons in het bos toegang geven herbergen de meeste graslandsoorten. Zo vinden we hier nog

Page 22: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

22

Biezenknoppen. Op de schrale greppelranden groeit plaatselijk alleen een mospakket, waarin diverse haarmossen fraai staan te kapselen. Op een ruigere greppelrand vinden we Bitter barbarakruid in knop, goed herkenbaar aan de gewimperde oortjes van de bovenste blaadjes. Er rare vondst is de aanwezigheid van 2 exemplaren Grote ratelaar aan een composthoop. Het blijkt nadien dat het om afgevoerd maaisel van de Gulke Putten gaat, waar de soort ook al per ongeluk is ingevoerd met zwaar maaimaterieel. Hier vinden we heel wat ruderalen en akkersoorten bijeen. Kleine majer is al goed herkenbaar. Als we 's namiddags door het dorp gaan vinden we nog enkele schrale gazons, waarin kussentjes met Gewone veldbies staan, en ook een plek met Oranje havikskruid. Bos, kapvlakten en struweel We doorzoeken eerst het noordelijke bos, gekend als De Visserij. Overwegend droog bos, met veel oud naaldhout, wisselt af met vochtige stukken en enkele waterpartijen en greppels. In een beukenplantage ontdekken we zowaar enkele jonge planten Blauwe bosbes. In de natte delen met kwel getuigt jonge Koningsvaren van een zeker herstel van de boskwaliteit. Sporkehout, Geoorde wilg, Zomereik en Zachte berk zijn toonaangevend. Op de drogere delen staat ook Veelbloemige veldbies, waaronder de ondersoort congesta, massa's Pilzegge en een fraai aandeel Sterzegge. Na de middag bezoeken we het noordwestelijke stuk, waar we een verbraamde kapvlakte bekijken met een beperkt aandeel Bochtige smele, Boskruiskruid en Brem. De bodem is lokaal bedekt met het mos Grijs kronkelsteeltje. Op de meeste plaatsen is na de kapping het kruinhout en het strooisel blijven liggen en komt er van enig natuurlijk herstel niets in huis. Daarna zijn we in de Vorte Bossen, waar ook aan omvormingsbeheer wordt gedaan. Daar zijn sommige percelen bevrijd van Amerikaanse eik. Helaas is er op een bosbouwkundige manier heraangeplant. Er staat ook een massa Gewone esdoorn. De hemelsluizen gaan open als we in de zuidrand van het hok een nat stuk bos bereiken, met hierin Eenbes, Gele dovenetel, IJle zegge, Sleedoorn, Wilde kardinaalsmuts, Dolle kervel en Slanke sleutelbloem. Langs de Bruwaanstraat, met Bosgierstgras en Reuzen-zwenkgras in de bosrand, keren we door het gehucht Kruiskerke via De Visserij naar ons vertrekpunt. Daar vinden we in het bos nog enkele zaken die er 'nieuw' zijn voor de lokale floristen, zoals Bergbasterdwederik. Japanse bamboe en Italiaanse aronskelk zijn natuurlijk met tuinafval meegekomen. Waterpartijen, Wantebeek, greppels en plassen Op een stockageplaats van een boomkwekerij, dicht bij de Wantebeek, staat naast de Ratelaar een vlek met Klimopwaterranonkel. Deze zeldzame soort staat hier in de buurt overal tussen plantages en enkele greppels. Deze wordt vergezeld van Slanke waterkers, Klein bronkruid en Akkerkers. In De Visserij ligt een grote vijver, waarin het spierwit zand goed is te zien. Op de kanten zijn matjes met Vlottende bies aanwezig en de planten staan in bloei. Duizendknoopfonteinkruid bloeit er eveneens. In de oeverzone, met plukjes Veenmos en Knolrus, krioelt het van de kikkervisjes. We zoeken nog een poos naar Moerashertshooi, maar de planten zijn niet meer te vinden. Er liggen nog enkele waterpartijtjes en na enig zoeken vinden we een afleidingsgreppel met een grote populatie Wateraardbei, vergezeld van Gele lis, Kikkerbeet en Klein kroos. Daar vlakbij ligt ook een kikkerpoel, ooit gegraven door de Gemeente. De oevers zijn volledig verruigd met Grote egelskop, Riet en Grote kattenstaart.

Page 23: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

23

Er ligt een grote plant Waterlelie in, en dat doet ons eveneens fronsen bij het vinden van Kikkerbeet en Parelvederkruid. Urbaan district In Kruiskerke houdt men niet van het urbane district: alles is tot de laatste centimeter besproeid met vergif of geharkt. Op de voetpaden staat geen enkele plant, zelfs geen vetmuurt of een zilvermos. Oude muurtjes zijn we niet tegengekomen. We vermelden slechts enkele marginaliteiten. Zomerlinde is gekiemd in een lang niet meer gemaaide berm, en staat 1m hoog boven het Fluitenkruid. Tussen steenslag vinden we een rozet Spinazie. Ergens anders een enkele Phacelia in bloei. Eén exemplaar Bloedgierst onder een heg en Uitstaande vetmuur talrijk in de blote rand van een gazon. Besluit Met 271 taxa, en heel wat gewoons niet gezien, kan je toch van een goed gevarieerd hok spreken. Op de Rode Lijst staan vier soorten die vandaag werden gezien: Tormentil en Struikhei zijn achteruitgaand, Kikkerbeet is kwetsbaar en Klimopwaterranonkel is zeldzaam. Als je dat met de excursie in Wingene vergelijkt, dan zie je dat het toch maar toeval is dat we geen Tandjesgras, Gewone dophei, Muizenoor, Hengel, Wilde gagel, Borstelgras, en Blauwe knoop hebben ontdekt. Met enkele floristen meer op het appel hadden die wellicht ook in deze lijst gestaan. Beernem, De Gevaerts en de Vallei van de Zuidleie 10 juli Vooraf Binnen het IFBL-hok c2-43-41 bevinden we ons in de vallei van de Zuidleie, waar thans een kanaal Brugge met Gent verbindt. Op deze plaats doorsnijdt het kanaal een hoogtekam, een landduin met gaspeldoornstruwelen en schrale graslanden. Op de noordzijde situeert zich het natuurgebied Gevaerts-Noord. Aan de zuidzijde ligt bewoning, wegen en een voormalig fort, dat stilaan verbost en een soort industriële bestemming heeft gekregen. Langs het kanaal is in het groen een wandelpad en een fietspad voorzien. Voor de florist een uitdagend hok vol afwisseling. De moordende hitte weerhoudt ons er niet van deze km² grotendeels af te speuren. Het stukje spoorweg is echter niet bezocht. Daar we langs het kanaal even oostelijk buiten ons hok zijn en er andere zaken zien dan op de lijst, vermelden we deze zaken uit c2-43-42 in een aparte rubriek. Deelnemers zijn Pierre Van Vooren (Gids, streeplijst), Danny Minnebo (streeplijst), Christine Troch, Daniël De Wit en Erik Molenaar (verslag, foto’s). Bespreking Wegbermen, struwelen en akkerranden We starten de inventaris in de oostkant van het hok, langs een wegberm die parallel langs het kanaal loopt. Het eerste dat opvalt zijn de reuzenscheuten van Armeense braam (thans Dijkviltbraam) en de intussen veel zeldzamere roep van Zomertortel. In de schrale en enigszins zure bermen duiken al spoedig soorten op die we op neutrale en licht basische bodem verwachten. Zo staat in zomen soms Gewone agrimonie, Heggendoornzaad, Iep, Sleedoorn en

Page 24: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

24

Zoete kers en in grasland Kleine leeuwentand, Vijfvingerkruid, Asperge en Zandmuur. Al spoedig zien we Kleine ratelaar in bloei. Buiten maïsvelden hebben we geen akkers gezien; de nieuwe generatie herbiciden is bijzonder straf. Alleen in de randen staat soms een beetje Bloedgierst, soms overvloedig. Aan het reservaat De Gevaerts-Noord is de greppel naast het veld volledig gedood, met uitzondering van Echte kamille en Heermoes. De doornstruwelen langs het kanaal zijn eveneens geraakt door sproeistoffen die over het veld zijn afgedreven. In een heg met Sleedoorn hangen Hongerpruimen, een olijfgal die door de schimmel Taphrina pruni ontstaat. In de houtkanten langs het fietspad staan enkele jonge cotoneasters (Cotoeaster dielsianus), die we inzamelen. Er ligt hier een heel fraai graslandje, waar het wemelt van de vlinders en sprinkhanen. Kleine ratelaar staat er nog in bloei. Boven op een knotwilg groeit een flinke Hulst. Het fenomeen is weinig gezien. Op deze korte weg hebben we toch al 150 soorten genoteerd. Fort Door een houtkant heen zien we het fort, waar we de bedrijvige eigenaar vragen of we eens rond mogen zien. De man wijst ons zelfs een aantal vijvertjes. De verlaten site is stilaan aan het verbossen. Op enkele grondhopen vinden we heel wat akkersoorten, waaronder heel wat Zwarte mosterd in bloei. Er ligt ook een klein stukje heide met veel Akkerhoornbloem en Zandzegge. Veel van de vegetatie is al verdord in de aanhoudende hitte. Onder Brem staat hier Grote bremraap, met een drietal grote groeiplaatsen. In een gemaaid graslandje staat Potentilla x suberecta. In de verdroogde bloem zit alleen loos zaad. Kruipganzerik zelf kunnen we niet vinden. Hier bloeit nu ook Grote teunisbloem. We vinden op dit terrein vrijwel dezelfde planten als in de bermen er buiten. Urbaan district Als we het fort verlaten langs de echte toegangsweg noteren we een aantal ‘straatgebonden’ soorten. Zo kruipt Ierse klimop een pad op, en zaait Brede lathyrus zich langs het voetpad uit. Kleine varkenskers en Langbaardgras staan ook op het voetpad. Aan het recyclagepark heeft een aangeplante Duindoorn zich uitgezaaid: het gaat hier echter om Hippophae rhamnoides subsp. fluviatilis, een veel verkochte groenvoorziening die echter geen Atlantische soort is. De twijgen staan trouwens veel ijler dan subsp. rhamnoides uit de duinen zelf. Ook Sneeuwbes gaat hier zijn eigen gang. Op een stenig paadje staat een zaailing van een Prunus (met kleine steunblaadjes aan de bladsteel). Deze heeft veel weg van Weichselboom; we zamelen toch maar een tak in. Om te checken dat de tak naar cumarine zou ruiken ben ik later gefopt: er zit een Goudgele honingklaver mee in de kaft, dus alles ruikt er naar. Het blad klopt alvast. Kanaal en waterpartijen In en om het fort bekijken we enkele plassen. Het vijvertje dat ons gewezen is ziet er nogal verzorgd uit. Er staat 1 plant Oosterse waterlelie en flink wat Watergentiaan. Er zijn door de eigenaar geen soorten uit de winkel ingebracht en de poel is vorig jaar helemaal drooggevallen, zodat we deze laatste soort toch maar opnemen in de lijst. Ze zou hier in de buurt nog voorkomen… De andere poel die we bezoeken is helemaal verruigd. Hoewel de kikkers er vrolijk kwaken zijn er geen waterplanten te bespeuren. Wel is dit de enige plek met Grote lisdodde, die er wedijvert met Riet en Liesgras. We gaan ’s middag langs

Page 25: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

25

een wandelpad langs het kanaal terug naar ons vertrekpunt. Onze gids is benieuwd of de plek met Onderaardse klaver hier heeft standgehouden. Na vijftien jaar is de zaak helemaal overgroeid en worden de planten niet meer gevonden. Wel heeft er zich een duinachtige vegetatie ontwikkeld, met als fraaiste klant twee grote populaties Zandhaver. De Gevaerts-Noord Terwijl de hitte blijft toenemen bereiken we het natuurgebied ten noorden van het kanaal. Het is een steile kanaaloever, waarvan de dijk als wandelpad is opengesteld. Ook hier staat overal de exoot Dijkviltbraam, maar er wordt toch tegen opgetreden. De planten zijn ook nog herkenbaar in hun bastaarden, die iets minder fors en viltig zijn. Boslathyrus staat fraai in bloei. Enige jonge scheuten Sneeuwbalspirea, met hun Elsbesachtig blad staan in de bosrand. Er worden nog wat bijkomende soorten gevonden, zoals Slangenkruid, Kraailook, Margriet, Zandblauwtje en Knolboterbloem. Ook hier staat veel Kleine ratelaar. Halfweg het pad verschijnt de eerste Kleverige ogentroost, die haar naam eer aandoet met duizend klierharen op bloem, blad en steel. Aan de noordzijde werd een oude maïsakker afgegraven en is een begrazingsproject gaande. Als we in dit plagdeel van het natuurgebied een kijkje gaan nemen staan er daar werkelijk honderden bloeiende exemplaren Kleverige ogentroost, al dan niet vergezeld van Grote ratelaar. Centraal loopt een slenkje, dat met dit weer al helemaal is uitgedroogd. Ook hier kunnen we nog tal van soorten optekenen, zij het dat er veel in verdorde toestand verkeert. Aan een grotere poel groeit er Waterpostelein tussen de Grote waterweegbree. We vermelden nog Heelblaadjes, Veldrus, Getand vlotgras, Knolrus en Zeegroene rus, de nominaatsoort van Moeraswalstro, met de zeer fijne kleine bloempjes en enkele mooie vindplaatsen van Grote bremraap. De cotoneaster die hier in het natuurgebied verwilderd is, met de kleine ronde kale blaadjes, is op naam gebracht als Cotoneaster hjelmqvistii. Net buiten hok Hoewel de biotopen geenszins zijn afgelijnd per km², staan in dezelfde berm toch nog een aantal typische soorten die we niet terug vinden in ons hok. Tussen het reservaat en de brug van Beernem over het kanaal noteren we o.a. Gevlekte scheerling, Dauwbraam, Kruldistel, Avondkoekoeksbloem, Klein kruiskruid en Late ogentroost. Het zal we toeval geweest zijn. Besluit Van de 250 soorten die we hier vandaag hebben gezien staan er zeven op de Rode Lijst als aandachtsoort. Tormentil, Gewone agrimonie en Knolboterbloem zijn achteruitgaand. Watergentiaan - weliswaar enkel gevonden in een poel achter in een tuin - is bedreigd. Grote bremraap, wier populatie al flink is afgenomen langs het kanaal, is zeldzaam. Zowel Grote als Kleine ratelaar zijn kwetsbaar. Deze soorten zijn inmiddels populair bij de Gemeentelijke groendiensten. Ze worden vrij verkocht uit een genetisch smalle kweekpopulatie (net als zoveel Rode-Lijstsoorten) en drukken door regel-matige inzaai de kosten van het bermbeheer. Waarom de soortgenoot Kleverige ogentroost hier eveneens zo massaal voorkomt is voorlopig een raadsel. Ivan Hoste (Plantentuin Meise) schrijft ons: Van vroegere waarnemingen in die omgeving is me niets bekend. Echt wel een onverwachte soort! Meegekomen uit Zedelgem lijkt inderdaad een mogelijkheid. De bekende vindplaats van Kleverige ogentroost bevindt zich in het militair domein, 20km

Page 26: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

26

hier vandaan! Na de excursie gaan we nog even napraten aan het station van Beernem, waar we op een terras verder opdrogen na de onweersbui van deze namiddag. Men beschikt hier trouwens over een zeer goede collectie bieren. Als Pierre zijn lage schoenen even uitklopt, vallen daar de zaden van ratelaar gewoon uit. Een deel van de geheimzinnige verspreiding van deze soort is hiermee al opgelost! Als de zaden van Kleverige ogentroost, eveneens uit de familie van de Orobanchaceae, met het zelfde gemak verspreid worden, dan is deze soort snel ofwel een pest ofwel een fraaie inburgerende neofyt. In Nederland gaat ze echter door voor ‘onstandvastig’. We houden de vinger aan de pols.

Heverlee, Philips site en Abdij van Park 17 juli

Vooraf Na signalisatie van ontsnappende siergrassen uit 'prairietuinen' wordt een excursie gepland naar het IFBL-hok e5-24-13. Hierin liggen uiteenlopende biotopen. De Norbertijnenabdij ligt nog steeds buiten de stad, maar Philips site ligt er midden in. Er gaan spoorlijnen, wegen en waterlopen door een kleine vallei, er zijn eeuwenoude muren, volkstuinen en landbouw. Vandaag handtekenen er op het onderzoek Marc Detollenaere, Paul Nuyts, Krista De Greef, Roger Dierickx, Emiel Wagemans, Geert Andries, Nico Wysmantel (lijst en determinaties achteraf) en Erik Molenaar (verslag, streeplijst en foto's). Enige Leuvenaar ontbreekt. Bespreking Woonwijk Oost-Heverlee Aan de start van de excursie bevinden we ons in de Noordwestelijke punt van het hok. We gaan eerst even door de straten om de toch wel verrassende flora op te tekenen. De goten en voetpaden zijn niet doodgespoten en uit de voortuintjes groeit allerlei de straat op. Er zitten overal vlinders en de mensen (die niet op vakantie zijn) maken een praatje over de natuur in de straat. Dat maak je niet veel mee. Zo bloeit er Zwarte toorts en Wilde sorgo tegen de gevels, Fraaie vrouwenmantel, Oranje havikskruid en Getande weegbree op de stoep, Kleine leeuwentand op de oprit en Hoge fijnstraal tegen de verkeerspaal. Net buiten het hok staat er een grote plek Schaafstro op een oprit; de planten hebben zich naar de buren verplaatst en al worden ze bestreden, ze sporuleren er zelfs. We vermelden nog twee amaranten, nl. Kleine majer en Witte amarant, beide op de stoep. Philips site Het voormalige industriegebied is omgevormd tot een sportcomplex met nutsgebouwen en open ruimten. Het regent bijna de hele tijd terwijl we op de gemaaide bermen en afgeschraapte bodems de flora noteren. Allerlei schraallandsoorten, tot Zandblauwtje toe, staan hier in de zomerhitte te groeien. Het plateau eindigt op het spoortalud, dat grenst aan het kerkhof. Dit laatste is niet onderzocht. Er is een oude houtkant langs de straat die omlaag loopt. Hierin vinden we allerlei bosplanten, zelfs Boskortsteel. Naast Sleedoorn, Appel en Zoete kers groeit er ook een Pruim (Prunus domestica). Op de open steilten kiemt Grove den, samen met Stijf en Schermhavikskruid. Er bevinden

Page 27: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

27

zich grote zandhopen op het terrein waar we tal van akkerkruiden noteren. Hier vinden we ook Amerikaanse kruidkers; er is dus weer geen Dichtbloemige gezien, en we vragen ons af of de flora wel duidelijk genoeg is!!! De vruchtjes zijn immers rond en de haartjes spits, sikkelvormig gekromd. Er zijn kleine witte kroonblaadjes te zien. Er werd hier trouwens geen enkel siergras waargenomen. Spoorberm Langs een spoorbruggetje belanden we buiten de stad, met zicht op de grote ommuurde abdij. Van op de brug merken we al dat alles er onder ros is gespoten. Er groeit een grote Ierse klimop tegen de beton omhoog, met de typische terpentijnige geur en ook wat Plat beemdgras. Beneden vinden we o.a. Zwenkdravik, Hondsroos, Gewone es en Hollandse iep. Rond de Norbertijnenabdij met abdijkerk, kerkhof en hoeve Langs de Parkweg, goed voorzien van Kruldistel, Gewoon IJzerhard, Zwarte toorts en Zwenkdravik, bereiken we de dreef naar de Norbertijnerpoort. Hier vinden we nog een verzameling graanadventieven, waaronder Gewoon vlas, Pluimgierst, Kanariegras, Postelein en Knopherik. Reuzenberenklauw staat er als een schildwacht aan de poort. Langs de boerderij en de Watermolen gaan we terug naar de stad voor het middagmaal. Later doorsnuffelen we nog het Abdijkerkhof, maar het is er zo netjes 'gegritseld' dat we er alleen nog Kleine leeuwenbek, Rood guichelheil en Japanse kamperfoelie terug vinden als wilde planten. De Bonte zandloopkever brengt hier echter leven in de zaak, want zelfs op de romaanse muren staat niets. Voor de echte muurflora moeten we 'binnen' zijn. Er is ook een klein graslandje aan de ingang waarin een aantal soorten van droge graslanden in bloei gaan. Dat zijn Wouw, Echt bitterkruid, Kleverig kruiskruid, Beklierde nachtschade en Gewoon IJzerhard. Abdij binnentuin Hier worden nog een aantal fraaie vondsten gedaan. Onder de hoge muur groeien soorten als Koningskaars, Grote kaardenbol, er is een grote vindplaats Rankende duivenkervel, een honderdtal exemplaren Esdoornganzenvoet, een beetje Schijnaardbei en zaailingen van Witte paardenkastanje. Voorts Klein springzaad, Moederkruid en Muursla. Abdij Muurflora Ondanks de respectabele leeftijd van de muren is de oogst hier magertjes. Onze meest voorkomende muurbewoner is Steenbreekvaren, met een honderdtal exemplaren, vergezeld van Gewoon zijdemos. Ook staat er boven op de abdijmuur heel wat Spoorbloem. Opmerkelijke coniferen op de muren zijn Californische schijncipres (blad geurend naar ananas en jasmijn) en Reuzenlevensboom. Grote delen van de ommuring zijn al bevrijd van Ierse klimop, maar de exoot heeft nog erg veel ruimte ingepalmd. Oevers, vijvers, bassins, moerasjes, waterpartijen, beekjes en greppels We overlopen hier de vochtgebonden biotopen in het hok. Die bevinden zich allemaal in de diepte van het valleitje, met daarin de afleidingsbeek naar de oude Abdijmolen (voorlopig gestut), de greppels rond de vijvers en het moerasje gekend als de kwellen. Een oud Vlaams verhaal van ruimtelijke ordening: zandzakjes getuigen van recente wateroverlast in de bewoonde beekvallei. Eerst bekijken we een oud bassin aan de poort van de eigenlijke

Page 28: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

28

abdij. Het bevat een meter slib en 25cm water, waarin enkele soorten die we later niet meer terug zien. Dat gaat dan om Kikkerbeet en Veelwortelig kroos. In een hoek staan Kleine watereppe, Watermunt, Beekpunge en Blaartrekkende boterbloem. Verder op loopt de Molenbeek langs de oude molen, met op de oevers naast Reuzenzwenkgras ook Reuzenbalsemien, Japanse duizendknoop (bestreden) en Gewone engelwortel. In de loop zien we veel Aarvederkruid, Gewoon sterrenkroos en Schedefonteinkruid. Overal schieten visjes weg. We volgen de zijloop stroomopwaarts rond de vijvers. Daar stuiten we nog op enkele lastige exoten, zoals Grote waternavel (een vijftal populaties) en woekerende soorten als Rotsooievaarsbek en Gunnera, die intussen al enkele uitlopers in de beek heeft geworteld. Aan inheemse soorten ontbreekt het gelukkig niet, want naast een grote partij Witte waterkers (brede hauwen) vinden we ook haaksterrenkroos en enkele grotere vlekken met Stomphoekig sterrenkroos. De vijvers van de Abdij worden beheerd als natuurreservaat door de vrienden van de Parkabdij en Natuurpunt Leuven. De vloedgolf van exoten die aan de poort rammelt is een hot item. Op de vijvers vol algenbloei drijven nog steeds vermeldenswaardige Rode Lijstvogels. Er zijn maar enkele plekjes waarvan de oevers niet verruigd zijn. Daar vinden we nog Hangende zegge, maar ook Fraaie vrouwenmantel en Nieuw-Nederlandse aster, vermoedelijk alle drie ontsnapte tuinsoorten. De villa's en volkstuinen liggen hier vlakbij, een gevaarlijke buffer voor een natuurgebied. We keren naar de abdij terug langs de Molenbeek en de Norbertijnenweg. Buiten hok Op de spoorberm oostzijde (hok e5-24-14) staat de Dijkviltbraam, samen met de andere griezel Grauwe abeel. In de wijk aan de Geldenaaksebaan gaan we even uit het hok. In e5-23-24 noteren we Schaafstro en de exoot Bidens triplinervia. Rankende duivenkervel Kikkerbeet

Besluit Uit de nota's van 550 waarnemingen hebben we in ons km-hok 285 soorten. We hebben niet het ganse hok bemonsterd (wie kan dat, zeg) want de wijk en de spoorbermen aan de Hoegaardenstraat, de zuidzijde van het Leuvens kerkhof, noch de velden aan de Abdijstraat hebben wij gezien. De vervollediging laten we graag aan de lokale floristen over, want wie weet, wat hebben we gemist. Op de Rode Lijst staat als achteruitgaand Witte waterkers vermeld. Kikkerbeet, in het bassin aan de poort van de Abdij, is kwetsbaar. Zeldzaam zijn Rode spoorbloem, Esdoornganzenvoet, Rankende duivenkervel en Schaafstro (e5-23). Na afloop bezoeken 'enkelen onzer' nog bepaalde

Page 29: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

29

locaties langs de Leuvense vaart en in Rotselaar op weg naar het station van Aarschot. e5-13-43: Leuven, verwilderde siergrassen en kanaalbermen d5-53-44: Wijgmaal, loskade Remy en kanaalbermen d5-53-22: Rotselaar, schrale bermen, slootje en graanakkers

In het Niels Broek en op de Boomse Krekelenberg 31 juli

Vooraf Aan het Niels broek zijn enkele nieuwe percelen toegevoegd. In de loop van het jaar wordt het Broek perceel per perceel geprospecteerd. De bevindingen zullen in het najaar in een apart artikel verschijnen. Hierbij dan al een voorproefje, met losse waarnemingen. Vandaag zijn we in de zuidhoek van IFBL c4-55-13. We gaan door het bos naar het schor aan de Rupel - in c4-55-31 - en keren langs het veer terug naar de vertrekplaats. In de namiddag doen we een onderzoek op een toekomstig industriegebied, gekend als IZ Krekelenberg II in Boom. Hier is het merendeel van de Rugstreeppadpopulatie afgevangen en naar het Noordelijk eiland overgebracht. De interessante flora heeft men er laten staan. De bevindingen hiervan zijn opgenomen in een totaallijst, met een aantal onverwachte aandachtssoorten voor de Provincie Antwerpen. Vandaag handtekenden Nico Wysmantel (lijst), Erik Molenaar (nota's en foto's), Pierre Van Vooren, Frans Wouters, Emiel Wagemans, Judith De Keyser, Veva Van Vooren en Thierry Heyman, die ons deels vergezelt in de namiddag. Bespreking Verlaten weiland met sloten Op deze percelen hebben zeer lang ezels gestaan, schattige woestijndieren die zelfs dorre distels en bramen een lekkernij zouden vinden. Uit de buurt kwam snel een voedselstroom op gang, maar van enige verschraling komt zo niets terecht. De dieren horen niet in het natuurgebied en hebben nu een andere plek die ze kunnen verwoesten. De werken die gebeurd zijn hebben hun sporen nagelaten in omwoelingen met pioniers zoals Korrelganzenvoet. Er is pas gemaaid, zodat we alleen op de slootranden ontwikkelde planten zien. Daar vinden we o.a. Penningkruid, Gevleugeld hertshooi, Biezenknoppen, Pitrus, Oeverzegge en een massa Mannagras, Glanshaver en Rietgras. Op Moeraszegge vinden we een overvloed aan Zeggenspleetlip, een kleine ascomyceet met een sprekende naam. Zwart en Veerdelig tandzaad staan ook in het ruige deel van het grasland. Een opvallende verschijning in het kort gemaaide hooiland is Potentilla x mixta, al duidelijk onderscheiden door de drie i.p.v. vijf blaadjes op de uitlopers. De bloemen zijn viertallig en als Pierre de zaaddozen bekijkt, zien we er niets van zaadvorming in. Deze zeer algemene bastaard wordt eigenlijk veel te weinig vermeld. In de sloot staat volop Kikkerbeet in bloei en er drijven dikke pakken Waterviolier en Klein kroos tussen de rietstengels. Het Kroosvlindertje raast over de planten. Vandaag is het Vlinderteldag, maar erg veel soorten zien we niet. Ook de weilandvogels stellen teleur. Het Broek wordt gedomineerd door Nijlganzen en Canadese ganzen, de Japanse duizendknopen van de avifauna.

Page 30: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

30

Dwarssloot Een klein biotoop, maar apart vermeld omdat hier Dwergkroos aanwezig is. Het is vergezeld van Kroosmos, dat we hier dit voorjaar ook al hebben gezien. De Kikkerbeet is in de overschaduwde beek met een zeer grote bladschijf uitgerust. Broekbos Langs het bos gaan we naar de dijk. Onderwijl worden planten geroepen, maar het merendeel staat al op de voorjaarslijst. Ik noteerde hiervan Zoete kers, Zomereik, Bloedzuring, Blauw glidkruid, Bosandoorn, Boszegge, Ruwe smele, Moesdistel en Slanke sleutelbloem. Het prevernaal aspect is helemaal verdwenen (gelukkig maar) en nu pas valt op hoeveel Damastbloem er in het bos is verwilderd. Een grote populatie Groot hoefblad uit het bos is de dijk opgegroeid. Zo komen we aan het volgende biotoop. Dijk en Schor Ook op de dijk groeit Potentilla x mixta uitbundig voort in de pas gemaaide vegetatie. Onze aandacht gaat vooral naar het Rupelschor, waar in een zee van Riet, Reuzenbalsemien en Wilgen gele vlekken met metershoge, bloeiende Moerasmelkdistel staan. Vele jaren geleden werd hier van op het water Dodemansvinger gesignaleerd en ook daadwerkelijk opgenomen in de atlas. In het voorjaar werd al eens gepiept en vandaag gaan we de vindplaatsen checken op de zaadjes en de wortelstokken. De verspreiding van Dodemansvingers in Vlaanderen is erg treurig. Twee vlekjes: één in Gent en de andere langs de Rupel, in zijn normale habitat. Dit kan volledig naast de waarheid zijn, maar ook in Nederland zijn maar enkele natuurlijke vindplaatsen bekend. De soort zit in de strook met brakwater invloeden. Wie de schorren langs de Schelde en de Rupel kent weet wel waarom er zo weinig van deze soort gevonden wordt: wie waagt zijn hachje voor de eer? Het F.O.N. trotseert de Cettiszanger en na een glibberige tocht door het metershoge ongewisse komen we de eerste planten tegen. Ze zijn manshoog en dragen duizenden zaden, met typische lange stijlen op de zwak geribde vruchtjes. De wortelstokken bestaan inderdaad uit lange zwarte vingers, die we reserveren voor een dodelijk middagmaal. Op het slik staat volop Heen, waarin Moeraszuring, Gele waterkers en Blauwe waterereprijs een dagelijks grijs modderbad ontvangen. Kleine matjes met Sterrenkroos en algen bedekken het meest rustige slib. We lopen de dijk verder af langs het gesloten veer en bereiken het dorp. Veerhuis en omgeving Op enkele oude muurtjes bekijken we de muurflora. Over grote delen is hier met een hogedrukreiniger op de planten ingewerkt. Er verschijnt bijna alleen nog Muurvarentje. In de straatjes rondom noteren we o.a. Campanula fenestrellata, met de zeer diep ingesneden kroon. Hoewel de klokjes thans allemaal op één hoop worden gegooid is deze toch nog wel onderscheidbaar. Er staat nogal wat Straatliefdegras en Groene naaldaar op de stoepen en in de goten. Hoge fijnstraal is hier al flink uitgebreid. Krekelenberg Na een deugddoend middagmaal en een overvloed aan Moerbeibessen in de tuin van Miel bezoeken we het laatste fragment van een lang vergeten heide op een landduin. De relicten zijn evenwel zeer interessant en verbonden door de

Page 31: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

31

spoorbermen tussen Boom en Hoboken. De bestemming is echter industriegebied. Er zijn enkele greppels gegraven en ook grote delen afgedekt met gipsstort en elders weer afgegraven. Van het voormalig weiland is niets meer te zien. In al deze rimram is de zaadbank echter geroerd en na een fraaie zoektocht tussen neofyten en ‘gipsofielen’ komen we op een aantal unieke vegetaties uit. Het onweerachtig weer is zeer vermoeiend, maar de soorten die we ontmoeten zijn dat eveneens. In een depressie vinden onder meer de bastaard van Krulzuring en Moeraszuring, en grote plekken met Duizendguldenkruid, Dwergviltkruid, Borstelbies en zelfs enkele exemplaren Bosdroogbloem. Na een poos stuiten we zelfs op zaailingen van Koningsvaren. Het terrein heeft erg veel overeenkomsten met het 14km noordelijker gelegen terrein in Hoboken waar we naast Koningsvaren ook Stippelvaren vonden. Beide terreinen zijn niet voor natuur bestemd. We zijn benieuwd of de Provincie haar voornemens kan waarmaken en de habitat van deze beschermde soorten zal veilig stellen. Spoorbermen Krekelenberg Hier vinden we een flinke populatie Klein robertskruid, sinds dit seizoen sterk in uitbreiding op de spoorballast, én Echte guldenroede op retour en Mannetjesvaren op de spoorberm. Als het nabijgelegen heideterrein verdwijnt zal Echte guldenroede in het land van Boom geen schijn van kans meer hebben; het is één van de prioritaire soorten van de Provincie Antwerpen. Besluit Ook vandaag zijn een aantal Rode Lijstsoorten terug te vinden in het overzicht. Dwergviltkruid en Kikkerbeet zijn Kwetsbaar. Moerasmelkdistel, Dodemansvingers en de verwilderde tuinplant Damastbloem zijn Zeldzaam. Echte guldenroede is Achteruitgaand.

Nationale Werkgroep Botanie

Verslag Botanisch verlof in de Alpen: Kleinwalsertal, 20-27 juni 2010

André Van den Bergh Van zondag 20 juni tot zondag 27 juni verbleven we in Hotel Berggasthof Hammerer te Hirschegg in het Kleinwalsertal in Oostenrijk, van waaruit we telkens een bepaald gebied in de omgeving botanisch onderzochten. Afhankelijk van de weersomstandigheden, werd getracht om tijdens deze week een maximale verscheidenheid aan biotopen in deze Alpenregio te bekijken. Naast het verslag is er ook per dag een streeplijst van de gevonden soorten. Er waren 23 deelnemers: Andre, Christiane, Lucrèse, Eric, Rita, Jozef, Vera, Marc, Jacqueline, Boudewijn, Brigitte, Luc, Lydie, Willy, Mady, Hedy, Harry, Leo, René, Mia, Freddy, Daniel en Nico. Maandag 21 juni: Schwarzwassertal en Breitachtal (tussen 1100m en 900m) Tijdens de nacht van zaterdag op zondag was de sneeuwgrens gedaald tot 1300m en ook de maandagmorgen bleven de bergen gehuld in een dicht wolkendek. Geen weer om hoog in de bergen te gaan, zodat de optie voor het pad langs de beide bergriviertjes de beste keuze leek. Met paraplu, regenkledij

Page 32: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

32

en lichte winterkleding werd de tocht vanaan het hotel aangevat. Eens aan de ontstuimige Schwarzwasser kon het strepen beginnen met Carum carvi, Tragopogon orientalis, Chaerophyllum villarsi, Astrantia major, Epilobium alpestre, Galium rotundifolium, Geum rivale, Melampyrum sylvaticum, Polygonum viviparum, Phyteuma orbiculare en P. spicatum, Phegopteris connectilis, Prenanthes purpurea, Rhinanthus alectorolophus en R. minor, Rumex alpinus, Huperzia selago, Selaginella selaginoides, Trifolium montanum, Valeriana dioica, tripteris en V. montana, Veronica urticifolia, Vicia sylvatica, Viola biflora en talloze andere taxa. Rosa pendulina vonden we als meest verspreide roos en Ranunculus aconitifolius gaf de toon aan bij de Ranonkels, terwijl de distelachtigen vertegenwoordigd werden door Carduus deflorata en C. personata. Aan een overdekte houten brug over de Scharzwasser was de beschutte zitplaats welgekomen voor de picknick. We kwamen aan de samenvloeiing van de beide riviertjes en de kloof werd almaar smaller met een imposante kolkende watermassa. Het pad was met houten balken gestut en hier en daar beveiligd met kabels, maar toch zorgden kleine glijpartijen voor enige paniek. Gentiana asclepiadea werd gestreept, alsook en heel gamma orchideeën, zoals Gymnadenia conopsea, Neottia nidus-avis, Dactylorhiza majalis en D. maculata, Listera ovata en als kers op de taart een groepje van een tiental prachtig bloeiende Cypripedium calceolus. Nog enkele belangrijke vondsten waren: Erucastrum nasturtifolium, Oreopteris limbosperma, Parnassia palustris, Polygala amarella (geproefd) en P. chamaebuxus, Primula farinosa, Moneses uniflora. Uit het Carex geslacht vonden we o.m. C. davalliana, C. digitata, C. echinata, C. flava, C. pallescens, C. panicea, C. paniculata en C. rostrata. Hordelymus europaeus, Melica nutans, Nardus stricta, Poa alpina en P. chaixii waren de bijzonderste grassoorten.

Dinsdag 22 juni: Zaferna zetellift tot Zafernaalpe (1420m) en te voet tot Baad (1200m) via Bühlalpe en Stützalpe ( ongeveer 1500m) Met onze Gästekarte hadden we gratis gebruik van alle kabelbanen en zetelliften in het Kleinwalsertal en Oberstdorf en vandaag konden we die uittesten op de Zafernalift. En inderdaad, naar Österreichische Gründlichkeit scheen die kaart perfect te werken. Op de Höhenweg aan de alm bleken de weersvoorspellingen niet helemaal te kloppen, want de bergen bleven gehuld in een dicht wolkendek, maar het regende niet. De basisflora van de Alpen keerde zowat dagelijks terug, doch op elke uitstap troffen we telkens een aantal nieuwe soorten aan, zoals hier o.m. Achillea macrophylla, Adenostyles alliaria, Anemone narcissiflora, Cerinthe glabra, Euphrasia rostkoviana, Gnaphalium sylvaticum, Laserpitium latifolium. Een opvallende vlinderbloemige trok onze aandacht en na heel wat zoeken in de boeken kwamen we uit bij Lathyrus occidentalis of laevigatus. Aan de Bühlalpe begon het te miezeren, zodat niet veel overtuigingskracht nodig was om de groep in de almhut binnen te krijgen. De picknick werd voor ’s anderendaags gereserveerd en in de hut werd van de nood een deugd gemaakt om de plaatselijke gastronomie uit te proberen. Leo kende het lievelingsgerecht van keizer Franz Jozef niet en wou de Kaiserschmarren toch eens proberen samen met mij, Chris en Daniel. Uiteindelijk moesten we beroep doen op Hedy, Nico en Freddy om de borden leeg te krijgen. Gelukkig moesten we nog een steile glibberige afdaling verwerken tot Baad. Verder kwamen op de streeplijst nog Pedicularis foliosa, Polygala alpestris, Sanicula europaea, Saxifraga paniculata, Senecio alpinus of cordifolius en de opvallende Streptopus amplexifolius, die wat op

Page 33: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

33

salomonszegel lijkt, maar opvallende stengelomvattende bladeren heeft. De vondst van Orchis mascula wees er op dat het plantenseizoen ook in de Alpen ver achteruit was. Lucrèse liet ons Carex montana zien. Woensdag 23 juni: Oberstdorf Fellhorngifpelstation (1967 m), Fellhorngipfel (2038m), Schlappoldtkopf, Schlappoldalm, Schlappoltsee (1719m) Mittelstation Vandaag een korte autorit van zowat een halfuur naar het dalstation van de Fellhornbahn op 904m. Eindelijk zagen we de bergtoppen en scheen volop de zon. Het hogedrukgebied had de Alpen bereikt en zou zeker tot het weekend het weer gunstig beïnvloeden. Er was heel wat volk op de been, zodat de kabine van de kabelbaan goed gevuld was. In twee secties geraakten we aan het bovenstation met zijn prachtig uitzicht. Op de bergkam zagen we al direct dat we in een ander biotoop zitten. We konden onmiddellijk twee gentianen op naam brengen: Gentiana verna en G. acaulis. Beide juist want even verder staat een verklarend bord met de uitleg. Op de zuidflank, tussen enkele sneeuwresten vonden we massaal Primula auricula en Allium victorialis. Op het rotsachtig gedeelte van de kam troffen we enkele nieuwkomers aan: Antennaria dioica, Androsace chamaejasme, Astragalus frigidus, Gentiana acslepiadea, Dryas octopetala, Botrychium lunaria, Coeloglossum viride, Globularia nudicaulis, Hieracium villosum, Pedicularis recutita, Linaria alpina, Peucedanum ostruthium, Plantago maritima, Primula farinosa, Ranunculus alpestris en R. montanus. De mooi bloeiende Pulsatilla alpina gaf alleszins nog een lentetint aan de bergflora. Aan enkele sneeuwvelden bloeiden massaal de beide Soldanella’s, nl. alpina en pusilla. Verder ook beide Rhododendron ferrugineum en hirsutum, Carex ornithopoda en sempervirens, alsook Sorbus chamaemespilus. Blinkende gentiaanbladeren zonder bloeiwijze deden ons denken aan purpurea of punctata. Een beginnende bloeiwijze met al de duidelijk zichtbare zwarte punten op een gele achtergrond gaven ons uitsluitsel voor G. punctata. Op de Gratweg waren we verplicht te blijven staan om te kijken, want hier was het oppassen om de voeten te plaatsen en afwijken van de weg was geen optie wegens het ontbreken van de terugweg. We picknickten op de Schappoltkopf, waar we konden genieten van een prachtig bergpanorama. Na de steile afdaling naar de alm konden we nog even verpozen; alvorens het laatste stukje aan te vatten naar het bergmeertje en het middenstation. Veronica aphylla groeide op een rots aan het bergmeer, maar voor de rest viel dit meer een beetje tegen. Salix myrsinifolia en reticulata, alsook Silene pusilla, Arnica montana, Dactylorhiza majalis, D. maculata en Geum montanum vulden verder de lijst aan. De Seilbahn bracht ons veilig terug beneden en met de wagens keerden we terug naar Hirschegg, waar we na het Happy Hour (tussen 15 en 17u) terugkwamen. Donderdag 24 juni: Bergstation Kanzelwand (1968m), Kuhgehrenspitze (1910m), Innere Kuhgehrenalpe, Wannenalpe, Vorderwildenalpe, Fluchtalpe, Höfle (Mittelberg – 1200m) Opnieuw een prachtige zomerdag met iets hogere temperaturen voor deze toch tamelijk lastige tocht over een moeilijk parcours. Om 9u20 zaten we al op het busje dat ons naar de Kanzelwand bracht. Met de gondels naar het bergstation, waar onze botanische tocht begon. Acinos alpinus, Arabis subcoriacea en Biscutella laevigata waren al de eerste nieuwkomers. Luzula forsteri, L. luzulina, alsook Pinguicula leptoceras en Polystichium lonchitis vulden dit lijstje aan. Aan de Kuhgehrenspitze hadden we een mooie bergkam met heel wat

Page 34: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

34

prachtige planten, zoals, Botrychium lunaria, Orchis mascula, Traunsteinera globosa, Pseudorchis albida, Coeloglossum viride, Buphtalmum salicifolium, Crepis bocconei, Daphne striata, Lilium martagon, Gypsophila repens, Moehringia muscosa, Sedum atratum, Thesium alpinum, Thlaspi rotundifolium, Trifolium badium en Veronica bellidoides. Op de top zelf konden we genieten van een wondermooi uitzicht op alle Kleinwalserdorpjes. Verder noteerden we nog Eriophorum latifolium en scheuchzeri, alsook talrijke andere Alpenplanten van de voorbije dagen. Tot de Innere Kuhgeherenalpe ging het nog vlot, maar het stuk naar de Wannenalpe deed ons terug 200m klimmen en die laatste waren lastig, maar ook Mady en Lucrèse geraakten boven op hun eigen tempo. We kwamen stilaan in tijdnood om de laatste lokale bus in Höfle te halen en het stuk naar de Fluchtalpe via de Vorderwildenalpe leek nog zwaarder dan we dachten. Freddy en ikzelf besloten dan maar zelf snel af te dalen en de wagens aan het hotel te gaan halen. En inderdaad de afdaling tussen boomstronken en verder op losliggende kalksteen was voor sommigen een ware hel, maar ik heb Chris naar de Fluchtalpe meegesleurd en vandaar ben ik met Freddy in ijltempo afgedaald en we haalden nog nipt die laatste bus in Höfle en we keerden samen met Luc, Harry en Marc met de wagens terug naar Höfle om de anderen op te pikken.

Vrijdag 25 juni: Bovenloop van de Schwarzwasser - Wäldele, Auenhütte, Melköde en terug tot de bushalte aan het dalstation van de Ifen zetellift (tussen 1200 en 1350m) Het weer bleef mooi en het werd van dag tot dag warmer. Vandaag was er een gemakkelijke excursie gepland stroomopwaarts in het Schwarzwassertal. Nico was streper van dienst, zodat ikzelf wat meer tijd kreeg om een boek open te slaan en de flora wat rustiger te bekijken. Langs een slingerend bospad gingen we richting Auenhütte en ontdekten in het bos al enkele mooie planten, zoals Arabis ciliata, Aruncus dioecus, Phegoptersi connectilis, Lonicera alpigena, Moneses uniflora, Orthilia secunda en Pyrola media. Talrijke exemplaren van Corallorhiza trifida trokken onze aandacht en ook Epipactis atrorubens kwam op het lijstje. We passeerden enkele mooie hooilandjes met Dactylorhiza majalis, D. maculata en D. fuchsii, Gymnadenia conopsea, alsook Orchis mascula en O. ustulata. Enkele prachtige veengebiedjes tussen de almen leverden enkele nieuwe soorten op zoals Andromeda polifolia, Menyanthes trifoliata, Parnassia palustris, Pedicularis palustris, Eriophorum angustifolium en E. vaginatum. Aan een waterafvoer door een weide vonden we Equisetum sylvaticum en E. variegatum en verder noteerden we in de zonnige wegbermen

Page 35: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

35

nog Doronicum austriacum, Stachys alpina en een gele onbekende plant, die als Tozzia alpina gedetermineerd werd. Zoals gewoonlijk keerden we met de bus terug en we waren nog net op tijd om in het hotel van het Happy Hour (alles aan 2€) te genieten. Zaterdag 26 juni: Vanaf Auenhütte met de zetellift tot de Ifenhütte (1586m) en vandaar te voet tot het Gottesackerplateau op 2000m en terug tot het bergstation In de zetellift werd al ijverig uitgekeken naar de planten en langs de bosrand onder de zetellift werden talrijke witte orchideeën ontdekt. Aanvankelijk werd gedacht aan Platanthera bifolia, maar achteraf bleek het hier te gaan om Cephalanthera longifolia. Aan het bergstation werd afgesproken om eerst tot boven te wandelen zonder te kijken en dan in de afdaling gedetailleerd rond te zien. Enkele mensen, zoals Mady, Lucrèse en Leo bleven op de panoramaweg genieten en de overigen geraakten zonder planten te kijken naar boven, ieder op zijn tempo. Boven op het plateau wachtte ons een verrassing, want het ganse hoogplateau was nog ondergesneeuwd, zodat van verdere exploratie afgezien werd. Rond de 2000m werd de inventarisatie ingezet met Aster alpinus, Globularia cordifolia en G. nudicaulis. Intussen was Freddy op weg naar de top van de Ifen (2230m) en konden we even later hem zelfs bovenop de top aan het kruis herkennen. We volgden een rotsrichel onder een skilift en ontdekten er Loiseleuria procumbens, Coeloglossum viride, Gymnadenia conopsea, Pedicularis rostrato-capitata, Plantago alpina, Pseudorchis albida en Platanthera bifolia. Onze zoektocht naar Nigritella werd uiteindelijk beloond met een minuscuul exemplaar van Nigritella nigra. Beide Soldanella’s werden gestreept en ook Traunsteinera globosa, Dactylorhiza majalis, D. maculata, Thesium alpinum en T. pyrenaicum kregen een potloodlijn over hun naam. Een klein opvallend zonneroosje werd gedetermineerd als Helianthemum alpestre en verder noteerden we ook nog Huperzia selago, Saxifraga exarata en Senecio doronicum. We waren aan het bergstation en lieten ons naar beneden voeren met de zetellift, terwijl we nog konden genieten van de talrijke Cepalanthera longifolia naast de pylonen. De Ifenbus bracht ons een laatste keer naar Wäldele. We moeten toegeven dat dit systeem van gratis busvervoer en liften in de vallei en Oberstdorf een heel milieuvriendelijke oplossing is, waardoor de auto praktisch aan de kant kan blijven staan. Ook financiëel was dit een meevaller, want kabelbanen kosten al vlug rond de 20€ per rit per persoon heen en terug. Onze botanische week in de Alpen was weer eens veel te vlug voorbij. Ik bedank alle deelnemers voor de goede sfeer in de groep, alsook voor het ijverig opzoeken en determineren van de planten (ook de avondploeg die niet verzadigd geraakte). Dank aan streper Nico voor de hulp in het veld, maar ook voor het opstellen van de plantenlijsten. Ook dank aan Lucrèse voor het nakijken van de zeggendeterminaties.

BOTANISCHE WEEK IN DE AVEYRON LARZAC (F) MET DE NWB VAN 22/5/2011 TOT 29/5/2011 Na een aantal jaren in de Alpen is het misschien tijd om eens wat anders te doen tijdens de jaarlijkse botanische vakantie. De Larzac hebben we 10 jaar geleden al eens verkend met een klein groepje en dit programma kunnen we bijna integraal hernemen, vermits bijna niemand van de traditionele deelnemers is meegeweest in 2001. Alleen moest nog een geschikt hotel gevonden worden

Page 36: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

36

voor de groep. In La Cavalerie (tussen Millau en Montpellier op zowat 1000 km van Brussel) vond ik een degelijk hotel (Hotel de la Poste) met 31 kamers, waarvan ik 12 tweepersoonskamers en 2 singles gereserveerd heb op basis van halfpension in kamers met bad/douche en wc. De prijs bedraagt 45 € per persoon per dag in tweepersoonskamers. Voor een single geldt een toeslag van 16€ per dag. Er is een parking aan het hotel voor 15 auto’s. Het ontbijt kan vanaf 7u tot 9u30 en avondeten kan vanaf 19u30 tot 21u. Botanisch is de streek een juweeltje. Het is een kalkplateau, dat door verschillende riviertjes begrensd wordt. De Larzac ligt tussen 400 en 900 m. De streek herbergt heel wat orchideëen, alsok talrijke endemische soorten. Ook de Tarnvallei ligt vlakbij. Gewoon een aanrader voor elke botanist ! ! ! Maar ook op cultureel vlak kan men aan zijn trekken komen. De meeste dorpen en steden zijn oude vestingen van de voormalige tempeliers ; de Middellandse Zee bevindt zich amper op 100km en ook de kaasfreak wordt niet vergeten (Rochefort met zijn beroemde grotten ligt maar een boogscheut verwijderd). Inschrijven kan vanaf nu en UITERLIJK TOT 30 SEPTEMBER 2010 door overschrijving van 100 EURO per persoon op rekeningnummer 000-0891025-80, Van den Bergh Andre, Vitsgaard 9, 1745 Opwijk. Voor eventuele bijkomende inlichtingen, kan je steeds op mijn telefoonnummer terecht. 052/35.05.18, na 18 u of GSM: 0472/ 688.335

Limburgse plantenexcursies

Natuurstudiewerkgroep Natuurpunt Hasselt-Zonhoven http://users.telenet.be/natuurpunthasseltzonhoven/

Contacpersonen: Jan Wyers 011 81 55 33, [email protected] Bart Wursten, [email protected]. Verslag excursie SAP-clubje planten Prinsenhof Kuringen 30 juni

Jan Wyers De plantenwandeling ging dit keer door in de parkomgeving van het Prinsenhof te Kuringen, een plaats waar we met het SAP-Clubje nog nooit waren. Omdat de vijver rond het kasteel droog was gezet en de vijverbodem geheel of gedeeltelijk op de binnenste dijk werd afgezet konden de planten die daarin weer opgeschoten waren op een gemakkelijke manier gedetermineerd worden. We zagen onder andere Watertorkruid, een Waterranonkel en Blaartrekkende boterbloem. Verder volgden we onze gids Rik die ons via het geboortebos in het park en omgeving bracht met de biotopen grasland, loofbos, Demerdijk en ruigten. Er konden een groot aantal planten, struiken en bomen gestreept worden en enkele daarvan waren toch niet zo alledaags. Een Europese blazenstruik viel op door zijn opgeblazen vruchten van 5 tot 7cm. Lang en met een papierdunne geaderde wand. Een tulpenboom of Liriodendron tulipifera zie je ook niet zo dikwijls: erg opvallende bladeren en bloemen. De bladeren zijn 10-15cm groot, in omtrek vierkant, aan de top afgeknot en enigszins ingesneden. De prachtige bloemen, die pas verschijnen vanaf dat de boom zeven jaar oud is, zijn met 5cm erg groot en groengeel. Ook de Grote ereprijs konden we tot nu toe nog niet strepen, maar hier zagen we deze liggende plant, met tot 40cm lange stengels, die een voorkeur heeft voor kalkhoudende kleigrond. Op de dijk van de Demer stond heel wat Bonte of Zachte wikke: een

Page 37: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

37

plant die we hier in Midden-Limburg tot nu toe, buiten Sluisbemden, nog nergens anders vonden. Ze is wel goed ingeburgerd in de Maasvallei. Van op afstand lijkt deze plant op Vogelwikke, maar ze is er toch wel duidelijk verschillend van; de plaat van de vlag is korter of half zo lang, als de nagel terwijl bij Vogelwikke de plaat even lang is als de nagel. Een groot verschil met Vogelwikke zijn ook de opvallend lange bloemen die een bonte indruk maken, doordat de lichtblauwe tot witte zwaarden contrasteren met de dieppaarse vlag. Er werd afgesloten in een lindendreef die de weg naar het kasteel afboordt. We verorberden er de smakelijke vers geplukte kersen die Rik ons aanbood. Omdat alle linden volop in bloei stonden konden we dit doen bij een aangename bloesemgeur. Alles puur natuur. De volledige waarnemingenlijst vind je op waarnemingen.be

Plantenwerkgroep Natuurpunt De Wielewaal

Excursieverslagen Kristine Wuyts

Wandeling rond de Steenbeemden – 25 juli De uitgestippelde wandeling rond De Steenbeemden te Kessel maakt ook een ommetje langs het Zomerklokjesreservaat. Vandaag is dit aan de beurt. Het Zomerklokje is natuurlijk al lang uitgebloeid, maar op de oevers van de Bolllaak en de Kleine Nete vinden we wel wat. Poelruit , Gele waterkers, Moesdistel, Wilde bertram zijn vermeldenswaard. Van de Lange ereprijs vonden we nog bloeiplaatsen die we niet eerder hadden. Grote Kaardenbol en Kleine Pimpernel bloeien op het pad tussen het gebied en de Kleine Nete. Grote Bevernel bloeit massaal in de berm. Cursus composieten en schermbloemigen In juni en september stonden ter gelegenheid van de cursus composieten en schermbloemigen, deze planten extra in de kijker. De lesgever was Hans Vermeulen. De dijk van de Jutse Plassen te Koningshooikt was ideaal om de verschillende bloemtypes van de composieten uit te leggen. De bloemen van Korenbloem, Knoopkruid, Echte kamille, Akkerdistel werden opengepruts om de prachtige bloemstructuren te observeren. Op de dijken van de Kleine Nete in Kessel en Emblem probeerden de cursisten de verschillende determinatiesleutels van Hans uit. De Bleke morgenster stond prachtig in bloei. Deze verschilt van zijn gewone soortgenoot onder andere door de bleekgele kleur en de geleidelijke verbreding aan de stelen van de hoofdjes. Op het pad waar we eerder de Kleine pimpernel vonden, bloeiden het Kleverig kruiskruid, de Kleine klit en Guichelheil. Natuurlijk keken we ook naar de ander planten die zo typisch zijn voor deze dijken: de Wilde marjolein, Zwarte toorts, Rechte ganzerik, Ijzerhard. In het Viersels Gebroekt werd door de cursisten het Moeraskartelblad bewonderd. Deze plant is aan een opmars bezig in het gebied. Pijptorkruid en Melkeppe werden gesleuteld met de tabel van onze lesgever. Alvast hartelijk dank aan Hans voor de cursus en de vele weetjes. Ter voorbereiding van de inventarisatie in Berlaar trokken we Broekelst in. Dit bestaat eigenlijk uit drie verschillende percelen. In een ruig gedeelte met Riet, Grote Brandnetel en Haagwinde stond massaal het Groot Warkruid. Nog vermeldenswaard is het Watertorkruid. Enkele akkeronkruiden zoals Korrelganzevoet en Spiesmelde zijn langs de rand ook talrijk te vinden. Het

Page 38: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

38

andere gedeelte inventariseerden we tijdens een officieel aangekondigde activiteit op 28 augustus maar daar werden geen uitschieters gevonden. De typische ruigteplanten waaronder Koninginnekruid en Moerasspirea zijn massaal aanwezig. Het is nat geweest en dat merkten we al aan de paddenstoelen waarvan vooral de talrijke Zwerminktzwammen heel schattig waren en hun naam alle eer aandeden.

PWG Vlaamse Ardennen plus 2 augustus 2010 Oprukkende pekelplanten in Leupegem-Oudenaarde Tijdens onze plantenwerkgroepsexcursie op 31 augustus 2010 was het al van in het begin prijs. We waren amper begonnen aan het rondpunt in Leupegem en hadden zeker al meer dan twintig minuten gespendeerd aan de eerste honderd meter met het noteren van de gewone soorten als Varkensgras, Straatgras, Canadese fijnstraal, ... maar ook van de minder gewone soort als Straatliefdegras. Toen trokken we de Berchemse steenweg in, waar een braakliggend terreintje onze eerste aandacht trok. Maar enkele van onze deelnemers bleven de strook tussen het fietspad en de rijweg afspeuren en sloegen alarm: eerst voor een klein, platgereden plantje met roze bloempjes. Het verdict was al vlug geveld (te vlug bleek achteraf): het zal wel Rode schijnspurrie zijn. Een stap verder merkte iemand dan al vlug ook een rare grassoort op: dit bleek Stomp kweldergras te zijn. En toen we al speurend op deze plek ook nog Hertshoornweegbree ontdekten was de vreugde bij mij, als gids, die de mensen tracht te motiveren met educatieve achtergrond-verhaaltjes, niet meer te stelpen. We hadden hier op enkele meters afstand drie soorten die indicatoren waren voor het oprukken van pekelplanten, die in het binnenland profiteren van het winterse zoutstrooien ... en daarbij werd dan ook melding gemaakt van het Deens lepelblad dat op 100meter hiervandaan al enkele jaren de middenberm van de N60 siert met een witte middenboord in de vroege lente. Het straffe is dat ik mijn kritische observatiezin blijkbaar volledig kwijt raakte bij het vertellen van dat pekelverhaal, want op dezelfde plek vonden we ook een grote groeiplek van verse, niet platgereden schijnspurries, waarbij ik zelfs de moeite niet nam om ze eens beter te bestuderen. Gelukkig was ook Dirk Duytschaever mee, die in alle stilte een exemplaar meenam om thuis eens beter te bekijken ... en was er ook een fotograaf mee, die enkele weliswaar niet 100% gelukte detailfoto’s nam van die vegetatie. Want in mijn enthousiasme was ik eraan voorbijgegaan dat de rode schijnspurrie geen echte pekelplant is, maar dat er een broertje van bestaat dat de laatste jaren meer en meer in het binnenland gesignaleerd wordt, met als toepasselijke naam “Zilte” schijnspurrie. Resultaat: twee dagen later kreeg ik van Dirk het volgende mailtje: “Dag Karel, Ik heb nog een leuke verrassing: die schijnspurrie die we vonden is wel degelijk een zoutminnende soort, wat S. rubra eigenlijk niet is. Ik heb een plantje meegenomen en dat eens met al mijn flora's bestudeerd. Wat valt er te melden? Bladen vlezig en spits en stekelpuntig; kroonbladeren wit aan de voet. Drie meeldraden. Zaadje 0,5 à 0,6mm lang, ongevleugeld. De conclusie is dat we Zilte schijnspurrie (S. marinar) hebben gevonden. Heukels vermeldt de plant als voorkomend in het binnenland langs gepekelde wegen, en de Nederlandse ecologische Flora voegt eraan toe dat de plant vaak in het

Page 39: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

39

gezelschap van Stomp Kweldergras op zulke plaatsen optreedt. We hadden daar dus echt een mooi trio van zoutplanten.” En inderdaad: ook op foto waren die vlezige blaadjes goed te zien! Voor mij enerzijds een les in nederigheid en een aansporen tot meer zin voor kritische waarneming ... maar anderzijds ook een voldoening, dat we zo’n mooi verhaal hebben kunnen vertellen aan de deelnemers ... Of moeten we met deze vondst eigenlijk niet zo blij zijn ??? Want duidt dit niet op een verzilting van ons milieu in het normaal zoete binnenland??? Foto’s vind je bij het verslag van deze excursie. Belangrijke opmerking: bekijk ook eens de foto bij het verslag van 12 juni: ook dit is een foto van zilte en niet van rode schijnspurrie! 10 augustus Dwergviltkruid: een mysterieuze nieuwe vondst in het Burreken Begin augustus kreeg ik van Ronny De Clercq een seintje dat hij bij het plaatsen van de genummerde paaltjes in de “Bramentuin” van Natuurpunt aan de Ganzenberg, een deel van het Burrekenreservaat, ‘gestruikeld’ was over de aanwezigheid van enkele tientallen exemplaartjes van Dwergviltkruid op de open zavelplekjes in de gemaaide gangen tussen de bramenrijen. Beseffend dat deze vondst eerder ongeloofwaardig was, vroeg hij mij deze plantjes eens te gaan bekijken. Op 9 augustus trok ik dan maar eventjes langs die bramentuin, op weg naar een te inventariseren “zwart” hok in de buurt. En inderdaad: alle kenmerken

van dit plantje waren duidelijk te herkennen en zijn zelfs enigszins te zien op bijgaande foto die ik daar genomen heb. Toch vreemd dat zo’n plantjes van droge, kale, voedselarme zandgronden hier in het Burreken te voorschijn komen. Alhoewel de plekjes waar ze gevonden zijn toch enigszins aan die voorwaarden voldoen (enkel aan dat voedselarme zou ik twijfelen). De dichtste bekende groeiplaatsen lagen in de periode vóór 1939 in het

Gentse, in de periode tussen 1939 en 1972 in de buurt van Deinze (ik vermoed Nazareth), én na 1972 moest men al meer naar de streek tussen Gent en Sint Niklaas gaan. Meest van al vindt men deze Filago minima echter in de Kempen. Ronny opperde dat er misschien zaden meegekomen zijn aan de schoenen van bezoekers van de bramentuin, die daarvoor bvb. in de Kempen rondgelopen hebben, wat een plausibele verklaring is. In de “Atlas van de Flora van Vlaanderen” maakt men echter ook de bemerking dat de verschillende verspreidingspatronen in die drie periodes een indicatie zijn voor het pionierskarakter van de plant en de onstabiele aard van veel van de groeiplaatsen. Het is dus helemaal niet zeker of dit plantje over tien jaar nog zal staan in die bramentuin, want op dit moment is de bodem daar nog op vele plaatsen verstoord en kaal, maar bijna onvermijdelijk zullen die gangen steeds maar graziger worden en minder herbergzaam voor ons “dwergje”.

Page 40: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

40

Excursieverslagen Bostmolen in Roborst 1 mei Gids: Karel De Waele 17 deelnemers Met een minder talrijke, maar comfortabeler groep kamden we de muren aan de Bostmolen uit en noteerden Tongvaren, Steenbreekvaren en (na lang zoeken ook) Muurvaren, naast Muurleeuwenbek en Muurfijnstraal (hier al enkele jaren verwilderd vanuit de bloembakken op de vensterbank). Op de Zwalmoever ontdekten we Barbarakruid, Wolfspoot, Hangende zegge en jammer genoeg ook Reuzenbalsemien. Op de voetpaden stond Zandraket volop in bloei en vroegeling in vrucht. Daarna trokken we naar een stukje van het Bertelbos dat nog net in onze km-hok lag. Daar constateerden we dat de voorjaarsflora al flink over haar hoogtepunt van bloei was, maar toch genoten we van de vele bosanemonen, Muskuskruid, Daslook, Boszegge, Ijle zegge en Slanke sleutelbloem. Jammer dat de Reuzenpaardenstaart net buiten onze km-hok groeide! We sloten de lijst af met 194 soorten. Foto Karel De Waele Foto van C. Vanheuverzwijn: de groep op zoek naar muurvegetaties “Wat groeit daar ?"

Schorisse 15 mei Gids: Karel De Waele 32 deelnemers Opnieuw een grote opkomst, maar gelukkig zitten er onder de deelnemers genoeg kenners, die ook hier en daar spontaan een woordje uitleg geven, zodat iedereen aan zijn trekken kan komen. Een langgerekt beekbegeleidend bosje met Dotterbloem, Moesdistel, Bosbies, Hangende zegge, Boszegge, Moeraszegge, Muskuskruid, Bosanemoon, Bittere veldkers, Reuzen-paardenstaart, Slanke sleutelbloem, Speenkruid en beide soorten goudveil vormde de hoofdschotel van deze excursie.

Claude Grandsart: Heggevogelmuur Bosereprijs

Page 41: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

41

Aan de grotere beek, waar zich een aantal huisjes genesteld hebben had de streper het iets moeilijker: waren dat Daslook en dat Gevlekt longkruid, die daar toch massaal groeiden wel wild of eerder verwilderd vanuit de aanplant in de tuinen ??? Ze kwamen wel op de lijst, ook al omdat ze in de streek zeker in het wild voorkomen. De lijst vulde zich op die manier aan tot weeral 194 soorten. Maarke-Kerkem 29 mei Gids: Karel De Waele 20 deelnemers Na een korte verkenning van het kerkhof waar we o.a. Vreemde ereprijs vonden en een muurtje bij het schooltje dat vol muurvaren stond trokken we richting Maarkebeek. Aan de watermolen hoorden en zagen we de Grote gele kwik, maar daarvoor waren we niet gekomen. Dus noteerden we daar de eerste beekbegeleidende soorten zoals Gewone smeerwortel, Rietgras, Reuzenbalsemien, Dagkoekoeksbloem, ... maar ook Gewone es, Vlier en Amerikaanse vogelkers. Op een braakliggend stukje grond leerden sommigen voor het eerst Stippelganzenvoet kennen. Op die manier was al heel wat tijd verstreken en we wilden persé nog naar een klein bosje langs de beek. Maar het begon plots fel te regenen zodat we verplicht moesten schuilen tegen een gevel. Gelukkig ging de regenbui over, maar we moesten wel door het hoge natte gras naar ons bosje en niet iedereen had laarzen aan! Gelukkig voor die onverlaten stond dit normaal drassig moerasbosje zo droog als wat. Een raar gezicht die dotterbloemen in een uitgedroogd bos. We noteerden daar ook Bosmuur en Paarse schubwortel. Via een weide klommen we naar de hoger gelegen weg. En op de terugweg vonden we in een gazonnetje op zandige bodem zelfs nog Vogelpootje, de derde vondst in de Vlaamse Ardennen! In totaal kwamen 185 soorten op de lijst. Claude Grandsart: de groep aan de watermolen Klein vogelpootje Plantenstudienamiddag “Voorzomerflora” deel 1 in Ronse 12 juni Gids: Karel De Waele 15 deelnemers De excursie verliep voornamelijk langs wegbermen met toch op meerdere plekken heggenrank en op één plaats zelfs Brede lathyrus. De Veldlathyrus kleurde de wegbermen mooi geel. We waren wel verbaasd bij de vondst langs een straatkant van Stomp kweldergras en Zilte schijnspurrie (foto Claude Grandsart hieronder), beide soorten die nogal houden van pekeltoestanden en dus in het binnneland verband houden met het zout strooien in de winter. De spoorberm leverde eigenlijk niet veel op, maar op de bakstenen spoorbrug groeide wel overvloedig muurvaren. Langs een voetpaadje door een bosje noteerden we ook een aantal typische bosplanten zoals Bosanemoon, Gevlekte aronskelk en Muskuskruid, maar we zochten vergeefs naar

Page 42: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

42

Speenkruid (wat daar zeker wel zal groeien onder de nu te hoge brandnetelvegetatie). En langs een beekje langs dit paadje ontdekten we nog een late Paarse schubwortel, bloeiende Grote valeriaan en Reuzenzwenkgras met zijn blinkende bladeren. Claude Grandsart - Zilte schijnspurrie Eddy Vervynck - Hertshoornweegbree

Andere mooie vondsten waren Kruisbladwalstro, Kamgras en Kleine zandkool. Door de gevarieerdheid aan biotopen kwamen we aan een totaal van 220 soorten. We hadden dus geen reden tot klagen! “Voorzomerflora” deel 2 in Ronse, aan de Hotond 26 juni Gids: Karel De Waele 12 deelnemers Onder een snikhete zon waren we blij dat een groot deel van de excursie verliep in de schaduw van het bos en de houtkanten op de zuidkant van de Hotond en pas op het einde op de akkers op de top en de noordkant. We deden twee verrassende vondsten: Rapunzelklokje en Beemdkroon. Ook het Kamgras op een nochtans zandige weide hadden we eigenlijk niet verwacht. Wel verwacht was het Muurhavikskruid, Ruige veldbies en Eikvaren op een talud van Diestiaanzand. Ook Mannetjesereprijs en Muizenoortje in een zandige berm lagen in dezelfde lijn van de verwachting. Interessant was ook het vergelijken van de mannelijke en de vrouwelijke bloemen van Heggenrank, die we op meerdere plaatsen vonden. Dank zij de ijverige speurneuzen van de deelnemers groeide het lijstje toch aan tot 188 soorten. Plantenstudienamiddag “Zomerflora” deel 1 in Leupegem 31 juli Gids: Karel De Waele 17 deelnemers Een km² met de N60 erin, de baan naar Berchem, de industriezone ernaast, de Maarkebeek en verschillende baangrachten én de oevers van de Schelde, dat beloofde een grote plantenoogst te worden. En inderdaad: er kwamen 229 soorten op de lijst, met uiteraard veel adventieven en tuinvlieders zoals Prikneus, Wijnrank, Oranje havikskruid,... en ook zaailingen van de aangeplante struiken in het industriepark en langs de banen zoals Spaanse aak, Mahonie, Kardinaalsmuts, Rode kornoelje,... Aan de Maarkebeek vielen vooral de kleine kaardebol en – jammer genoeg – de Reuzenbalsemien op. Opvallend was ook dat in de vochtige bermen massaal de Heelblaadjes aanwezig waren. Langs de Schelde vonden we vanzelfsprekend Pluimzegge, Grote engelwortel, Gele lis, Grote egelskop en Blauw glidkruid. En op de dijk groeiden al even verwacht de Middelste teunisbloem, Koningskaars, Slangenkruid, Bitterkruid en Bosrank. Maar we waren vooral blij met de vondst – langs de Berchemse steenweg – van de ‘pekelplanten’ Stomp kweldergras, Hertshoornweegbree en Zilte schijnspurrie.

Page 43: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

43

Plantenstudienamiddag “Zomerflora” deel 2 in Moregem 14 augustus Gids: Karel De Waele 9 deelnemers Vakantie, regen voorspeld, ... daardoor een eerder lage opkomst? Toch hadden we niet veel last van regen ... maar eerder van de voetwegeltjes die plots doodliepen op een akker of een weide of privaat terrein! Opvallendste soorten waren het Straatliefdegras tussen de kasseien op het Moregemplein, Vogelwikke met de witte bloemen, Parelvederkruid dat een langzame dood te wachten staat (want met het slib van een tuinvijver gedumpt in de rand van een akker), de massa’s Veerdelig tandzaad, Beekpunge en Groot moerasscherm in een beek met heerlijk helder stromend water, Bosbies die op de oever van die beek blijkbaar een voor hem gunstige kwelzone gevonden had ... én enkele plekjes Kaal breukkruid op het voetpad, die daar blijkbaar toch niet van nature gekomen waren, want in de tuin ernaast had de eigenaar blijkbaar dit plantje gebruikt als mini-bodembedekker! In totaal kwamen toch 190 soorten op de lijst: niet mis dus voor een dorpshok.

Planten- & Zwammenwerkgroep Schijnvallei

Op verzoek van Rembrandt De Vlaeminck van de Dienst Duurzaam Milieu- en Natuurbeleid van de Provincie Antwerpen deed de plantenwerkgroep van NP Schijnvallei in juni 2010 een tweetal inventarisaties langsheen de 1.5km lange Korhoendreef op de Brechtse Heide. De Brechtse Heide is sinds 1977 beschermd landschap en heeft een opper-vlakte van ca. 1700ha. Het is een open landbouwgebied met in de periferie een aantal bosgebieden. Historisch was de Brechtse Heide een enorm uitgestrekt heidegebied met een groot aantal vennen. Hier en daar zijn er nog een aantal relicten van de vroegere (heide)biotoop te vinden. Ondanks het statuut van beschermd landschap is de ecologische kwaliteit van het gebied de laatste jaren sterk afgenomen. Daarom werd door de provincie Antwerpen, het Regionaal landschap en de aangrenzende gemeentes een landschapsbeheerplan voor dit unieke gebied opgemaakt. Hieronder vind je het resultaat van onze inventarisaties en we hopen toch een weliswaar bescheiden bijdrage te hebben geleverd aan het beheer van het gebied. In tabel 1 vind je de plantenlijst, tabel 2 vermeldt de gevonden lichenen. Wij zijn vertrokken vanaf de Vraagstraat richting Noenheuvel. Jammer genoeg hebben wij het lopend onderzoek vroegtijdig moeten stopzetten vermits er op diverse plaatsen duchtig herbiciden waren gesproeid. Vermoedelijk werden vooral de distels geviseerd. Wat de planten betreft vonden we in de houtkant naast de dreef een aantal heiderelicten zoals Struikhei, Dophei, Spurrie, Pijpenstrootje, Zilverschoon & Rode schijn-spurrie. Ook waren een aantal typische bosplanten aanwezig zoals Bochtige smele, Scherm- en Stijf havikskruid, Smalle- en Brede stekelvaren, enz. Wat ook opviel was de aanwezigheid van diverse parelamanieten, een boom-begeleidende paddenstoel, die je normaal niet in volle zomer zou verwachten. Hopelijk kunnen we een van de volgende jaren opnieuw een inventaris doen, maar dan van een onbespoten berm. Deelnemers: Lucy de Nave, Leo Van Herbruggen, Nicole Van Hoydonck, Jacqueline Poeck, Karel Demeyere, Christine Simons, Alberto Durinck, André Bosmans, Karl Hellemans, Walter Van Spaendonk, Dré Van Steenvoort, Roland De Jonghe, Staf Brusseleers

Page 44: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

44

Notitie & verslag lichenen: Karl Hellemans Notitie & verslag planten: Staf Brusseleers

Korhoendreef – Brechtse heide 15 & 29 juni 2010 km-hok: b5-52-11

N° Wetenschappelijke naam Nederlandse naam KFK

4 Achillea millefolium Duizendblad 10 19 Agrostis capillaris Gewoon struisgras 10 18 Agrostis stolonifera Fioringras 10 40 Alopecurus geniculatus Geknikte vossenstaart 9 66 Anthoxanthum odoratum Gewoon reukgras 10 70 Anthriscus sylvestris Fluitenkruid 10 73 Apera spica-venti Grote windhalm 9 96 Arrhenatherum elatius Glanshaver 10 101 Artemisia vulgaris Bijvoet 10 119 Athyrium filix-femina Wijfjesvaren 9 140 Betula pendula Ruwe berk 10 143 Bidens frondosa Zwart tandzaad 7 144 Bidens tripartita Veerdelig tandzaad 9 2337 Bromus hordeaceus Zachte dravik 10 186 Calluna vulgaris Struikhei 8 200 Capsella bursa-pastoris Herderstasje 10 203 Cardamine hirsuta Kleine veldkers 10 235 Carex hirta Ruige zegge 10 296 Cerastium fontanum subsp. vulgare Gewone hoornbloem 10 295 Cerastium glomeratum Kluwenhoornbloem 9 305 Chelidonium majus Stinkende gouwe 10 306 Chenopodium album Melganzenvoet 10 331 Cirsium arvense Akkerdistel 10 336 Cirsium vulgare Speerdistel 10 475 Conyza canadensis Canadese fijnstraal 10 358 Coronopus didymus Kleine varkenskers 8 372 Crepis capillaris Klein streepzaad 10 386 Cynosurus cristatus Kamgras 8 1140 Cytisus scoparius Brem 10 390 Dactylis glomerata Kropaar 10 398 Deschampsia flexuosa Bochtige smele 9 426 Dryopteris carthusiana Smalle stekelvaren 9 419 Dryopteris dilatata Brede stekelvaren 9 446 Elytrigia repens Kweek 10 450 Epilobium angustifolium Wilgenroosje 10 460 Epipactis helleborine Brede wespenorchis 9 473 Erica tetralix Gewone dophei 6 490 Eupatorium cannabinum Koninginnenkruid 10 520 Festuca rubra Rood zwenkgras 10 543 Galeopsis tetrahit Gewone hennepnetel 10 544 Galinsoga quadriradiata Harig knopkruid 10 546 Galium aparine Kleefkruid 10 2376 Galium palustre Moeraswalstro 9 570 Geranium dissectum Slipbladige ooievaarsbek 9 571 Geranium molle Zachte ooievaarsbek 10 574 Geranium pusillum Kleine ooievaarsbek 10 582 Glechoma hederacea Hondsdraf 10 589 Gnaphalium uliginosum Moerasdroogbloem 10 618 Hieracium laevigatum Stijf havikskruid 6 625 Hieracium umbellatum Schermhavikskruid 9 647 Hypericum dubium Kantig hertshooi 8 649 Hypericum perforatum Sint-Janskruid 10 654 Hypochaeris radicata Gewoon biggenkruid 10 2290 Jacobaea vulgaris Jakobskruiskruid 10 680 Juncus effusus Pitrus 10 706 Lamium purpureum Paarse dovenetel 10 708 Lapsana communis Akkerkool 10

Page 45: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

45

725 Leontodon autumnalis Vertakte leeuwentand 10 745 Linaria vulgaris Vlasbekje 10 756 Lolium perenne Engels raaigras 10 763 Lotus pedunculatus Moerasrolklaver 10 1933 Luzula multiflora Veelbloemige veldbies 7 767 Luzula multiflora subsp. congesta Veelbloemige veldbies subsp. congesta 7 772 Lychnis flos-cuculi Echte koekoeksbloem 9 780 Lycopus europaeus Wolfspoot 10 784 Lysimachia vulgaris Grote wederik 10 796 Matricaria discoidea Schijfkamille 10 794 Matricaria recutita Echte kamille 10 799 Medicago lupulina Hopklaver 10 832 Molinia caerulea Pijpenstrootje 9 872 Oenothera biennis Middelste teunisbloem 6 973 Persicaria lapathifolia Beklierde duizendknoop 10 977 Persicaria maculosa Perzikkruid 10 977 Persicaria maculosa Perzikkruid 10 932 Phleum pratense subsp. pratense Timoteegras 9 943 Pinus sylvestris Grove den 7 946 Plantago lanceolata Smalle weegbree 10 947 Plantago major subsp. major Grote weegbree 10 952 Poa annua Straatgras 10 959 Poa trivialis Ruw beemdgras 10 968 Polygonum aviculare Gewoon varkensgras 10 983 Populus tremula Ratelpopulier 9 1006 Potentilla anserina Zilverschoon 10 1008 Potentilla erecta Tormentil 8 1017 Prunella vulgaris Gewone brunel 9 1020 Prunus serotina Amerikaanse vogelkers 10 1037 Quercus robur Zomereik 10 1048 Ranunculus flammula Egelboterbloem 8 1056 Ranunculus repens Kruipende boterbloem 10 530 Rhamnus frangula Sporkehout 10 1076 Rorippa palustris Moeraskers 9 1078 Rorippa sylvestris Akkerkers 8 1634 Rubus fruticosus Gewone braam 10 1093 Rumex acetosa Veldzuring 10 1094 Rumex acetosella Schapenzuring 10 1101 Rumex obtusifolius Ridderzuring 10 1118 Salix caprea Boswilg 10 1593 Salix xmultinervis X Geoorde wilg x Grauwe wilg 9* 1133 Sambucus nigra Gewone vlier 10 1170 Scrophularia nodosa Knopig helmkruid 10 1192 Senecio vulgaris Klein kruiskruid 10 1218 Solanum dulcamara Bitterzoet 10 1224 Sonchus asper Gekroesde melkdistel 10 1225 Sonchus oleraceus Gewone melkdistel 10 1234 Spergula arvensis Gewone spurrie 9 1237 Spergularia rubra Rode schijnspurrie 6 1248 Stellaria graminea Grasmuur 10 1250 Stellaria media Vogelmuur 10 1260 Tanacetum vulgare Boerenwormkruid 10 2430 Taraxacum officinale Paardenbloem 10 1299 Trifolium dubium Kleine klaver 10 1306 Trifolium repens Witte klaver 10 1321 Urtica dioica Grote brandnetel 10 1347 Veronica arvensis Veldereprijs 10 1351 Veronica chamaedrys Gewone ereprijs 9 1369 Vicia cracca Vogelwikke 10 1370 Vicia hirsuta Ringelwikke 10 5454 Vicia sativa subsp. nigra Smalle wikke ? 5455 Vicia sativa subsp. segetalis Vergeten wikke ?

Page 46: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

46

Kilometerfrequentieklasse KFK 0: 0 kwartierhokken niet meer waargenomen sinds 1972 KFK 1: 1-17 kwartierhokken uiterst zeldzaam KFK 2: 18-59 kwartierhokken zeer zeldzaam KFK 4: 132-228 kwartierhokken vrij zeldzaam KFK 5: 228-353 kwartierhokken vrij algemeen KFK 6: 354-729 kwartierhokken vrij algemeen KFK 7: 730-1128 kwartierhokken Algemeen KFK 8: 1129-1856 kwartierhokken Algemeen KFK 9: 1857-3183 kwartierhokken zeer algemeen KFK 10: >= 3184 kwartierhokken uiterst algemeen N° : Plantennummers refereren aan de

Foto ‘s Alberto Durinck

Lichenen op de Brechtse heide Notitie van de lichenen bij een bezoek aan de Brechtse Heide op de begroeiing langs de Korhoendreef op 16 juni 2010. Het toont nog maar eens hoe een hout-kant ook kansen biedt aan de korstmossen om zich te vestigen. Een voordeel naast vele andere! Notitie: Karl Hellemans N° Wetenschappelijke naam Nederlandse naam Substraat Zeldz. 1 Amandinea punctata Vliegenstrontjesmos wilg aaa 2 Candelaria concolor Vals dooiermos eik aaa TNB 3 Candelariella reflexa Poedergeelkorst eik aaa 4 Evernia prunastri Eikenmos eik aaa 5 Flavoparmelia soredians Groen boomschildmos eik aa TNB 6 Hyperphyscia adglutinata Dun schaduwmos populier aa TNB 7 Lecanora barkmaniana Ammoniakschotelkorst wilg a 8 Lecanora carpinea Melige schotelkorst populier aaa 9 Lecanora chlarotera Witte schotelkorst populier aaa 10 Lecanora hagenii Kleine schotelkorst populier aaa 11 Lecidella elaeochroma Gewoon purperschaaltje populier aaa 12 Lepraria incana Gewone poederkorst wilg aaa 13 Melanelixia subaurifera Verstop-schildmos populier aaa 14 Parmelia sulcata Gewoon schildmos wilg aaa 15 Parmotrema perlatum Groot schildmos wilg aaa 16 Phaeophyscia orbicularis Rond schaduwmos eik aaa 17 Physcia adscendens Kapjesvingermos wilg aaa 18 Physcia tenella Heksenvingermos wilg aaa 19 Physconia grisea Grauw rijpmos eik aaa 20 Punctelia borreri Witstippelschildmos eik aa TNB 21 Punctelia jeckeri Rijpschildmos eik aaa TNB 22 Punctelia subrudecta Gestippeld schildmos populier aaa 23 Ramalina farinacea Melig takmos eik aaa 24 Ramalina fastigiata Trompettakmos wilg aaa 25 Xanthoria parietina Groot dooiermos wilg aaa

Page 47: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

47

26 Xanthoria polycarpa Klein dooiermos wilg aaa 27 Xanthoriicola physciae Xanthoria parietina p

Zeldzaamheidsklassen zzz =uiterst zeldzaam zz = zeer zeldzaam z = zeldzaam aaa = heel algemeen aa = zeer algemeen a = algemeen 0 = uitgestorven p = parasiet ( geen zz) Rode Lijst-categorieën VN = verdwenen in Nederland EB = ernstig bedreigd BE = bedreigd KW = kwetsbaar GE = gevoelig TNB = totaal niet bedreigd

Plantenwerkgroep Gent Excursieverslagen Gent Molenhoek HOK C3-52-34 17 juni Onze gids was in voor een grapje (of gewoon een heel klein beetje verstrooid?) en dus mochten de fietsers deze avond voor het strepen begon eerst bewijzen hoe snel ze meekonden met de auto’s bij een ommetje rond door de straten van Wondelgem. Ons onderzoeksgebied was een verkaveling ‘de lange velden’ waar we zouden onderzoeken welke planten een gewisse dood staat te wachten als de bouwwerken echt beginnen. De eerste minuten konden we bij de auto’s blijven staan, Gewone spurrie, Bezemkruiskruid, Grote klaproos, Klein streepzaad, een reuzenexemplaar van de Speerdistel, Kleine klaver,… We moesten maar 1 stap zetten en ze stonden allemaal binnen handbereik. Onze grassenspecialist Pierre, legde geduldig enkele keren opnieuw uit dat Agrostis stolonifera of Fioringras en Agrostis gigantea of Hoog struisgras allebei een lange tong hebben maar dat Fioringras bovengrondse uitlopers heeft die wortelen op de knopen, terwijl Hoog struisgras zich uitbreidt via ondergrondse wortelstokken. We mochten ook enkele “mooie” vondsten noteren waaronder enkele manshoge, prachtexemplaren van Wegdistel, de niet zo zeldzame maar toch niet zo vaak gestreepte Bleekgele droogbloem, het Vogelpootje en de Blaassilene. Voor één plantje, de Eenjarige hardbloem of Scleranthus annuus van de anjerfamilie, ging de helft van de groep zelfs op de buik aangezien er maar één exemplaartje te zien was. Natuurlijk stonden er wat verder veel meer maar het eerste is toch altijd speciaal. Eenjarige hardbloem - foto Gert Arijs

Page 48: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

48

Bij de vijver zagen we een uit de kluiten gewassen vlasplantje, Linum usitatissimum. En omdat we in het huidige politieke bestel ons Latijn best op peil houden, toch even vermelden dat usitatissimum ‘zeer nuttig’ betekent. Vlas wordt immers gebuikt om linnen van te maken, om lijnzaadolie te maken, de zaadjes zijn ook goed voor onze gezondheid, al bij al toch wel een uiterst nuttig plantje. Op de terugweg herkenden we nog Potentilla recta, alweer een niet alledaagse plant. Stilaan begon de groep uit elkaar te vallen, het was een mooi gevulde avond geweest! Driedaagse naar de Peel, Nederland Lang, lang geleden lag er in Nederland op de grens van Brabant en Limburg een gigantisch hoogveengebied van ± 30.000ha. Het grootste deel van dit hoogveengebied is ondertussen jammer genoeg verdwenen door turfwinning en ontginning tot landbouwgrond. Er rest nu nog ± 4.000ha waarvan het Nationaal Park De Groote Peel en de Mariapeel deel uitmaken. Daar gingen we met onze PWG de eerste 2 dagen van ons weekend de lokale flora onderzoeken. Gelukkig bestaan er nog ouderwetse wegenkaarten en wegwijzers zodat iedereen toch min of meer op tijd op de plaats van afspraak geraakte. Als het van de “GPS-madammen” alleen zou afgehangen hebben, waren sommigen misschien nog niet ter plaatse… Van oorsprong zijn hoogveengebieden voedselarm maar door de aanvoer van voedingsstoffen via de regen en de omliggende landbouw is daar wel verandering in gekomen. We streepten dus een heleboel algemene soorten, grassen en talrijke tred- en ruigteplanten maar ook o.a. Koningsvaren, Wateraardbei, Eenarig wollegras, Veenpluis, Trosbosbes en Melkeppe. Op de geplagde stukjes bewonderden we natuurlijk Kleine- en Ronde zonnedauw en in het bos stond vooral Berk, Blauwe bosbes, Bochtige smele en Adelaarsvaren. Daar 6 van de 15 aanwezigen op dit moment grassencursus volgen, besteedden we relatief veel tijd aan het determineren van grassen, biezen en zeggen. Knolrus, Vroege haver, Canadese rus, Vroege zegge, Gewone en Naaldwaterbies en Pijpenstrootje hebben voor ons geen geheimen meer…Tussen de pollen Pijpenstrootje zagen we de prachtige Dophei in bloei en op de verhogingen van de pollen veel jonge struikhei! De derde dag wandelden we op de Somerensche heide waar we vooral de bovenvermelde heidesoorten terugzagen en -hoe kan het anders- natuurlijk ook weer héél veel Pijpenstrootje in alle stadia. foto’s Nancy Leyssens

Page 49: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

49

Het was een zeer leerrijk weekend, we zagen misschien niet zoveel soorten maar elk plantje werd door elke aanwezige die het wilde uitvoerig onder de loep genomen, niets werd als vanzelfsprekend aangenomen en vele plantjes werden meermaals gedetermineerd met behulp van de verschillende flora’s, kwestie van de flora’s te vergelijken en zeker te zijn dat wat we uitkwamen ook correct was. Merelbeke HOK D3-32-44 1 juli Ondanks temperaturen van 30°C en meer waren we toch met 13 present aan de kerk van Merelbeke. Na enig overleg vertrokken we te voet richting hok. Naar goede gewoonte lag het tempo aanvankelijk traag, wat bij deze temperaturen voor één keer een pluspunt was. De streeplijst was al gauw ingevuld met een lange lijst... De wandeling ging richting Bergwegel. Toen we de Valleiweg insloegen zaten we ineens volop in het groen. Toch was de oogst eerder mager. Langs een boswegeltje stond volop Salomonszegel en ook de Brede wespenorchis vonden we hier. Vriendelijke bewoners lieten ons graag in hun tuin waar ondermeer adelaarsvaren groeide. Al bij al waren we het erover eens dat een groen gebied niet noodzakelijk synoniem is van gevarieerde plantengroei. Een drietal "vondsten" maakten het nog enigszins goed: Duizendguldenkruid (en nog wel in de greppel!), Kleine leeuwentand en Ruige leeuwentand. Rond negen uur gaven we er de brui aan, erg vroeg voor zo´n mooie zomeravond. Lut Van Daele Sint-Martens-Latem, Buizenberg HOK D2-38-22 13 juli Ons studieterrein van vanavond besloeg de met kasseien belegde straatjes in de buurt van het golfterrein. We verwachtten dus niet te veel qua biodiversiteit of qua bijzondere plantjes. Maar kijk, de eerste meters gestapt leverden ons al een paar “speciallekes” op: Muursla, Klein springzaad, Wilde liguster en een Bosroos. Een massa zaailingen van Amerikaanse vogelkers lieten ons van op afstand bijna geloven dat er Maagdenpalm onder de bomen stond, gelukkig wordt er altijd van dichtbij gecontroleerd. Peter bewees dat hij op de driedaagse goed opgelet had door zomaar Pijpenstrootje te herkennen achter de omheining. Ons grasje stond ook hier in goed gezelschap van Struikhei en Brem. Robert maakte ons attent op de kruisbekken die boven onze hoofden vlogen, ’t moeten niet altijd alleen maar plantjes zijn… We vonden ook twee exemplaren van de Springzaadveldkers met zijn typische pijlvormige, stengelomvattende bladstelen met lange spitse oortjes en getande bladslippen, toch een vrij zeldzame plant. We moesten langs dezelfde weg terug en de grote meerderheid van de groep deed dat aan een iets sneller tempo dan een ander deel met als gevolg dat de groep daar splitste. Als er nog zeldzaamheden gevonden zijn, lees je dat dus in een later verslag…. St.Amandsberg / Potuit Hok D3-13-31 29 juli Is het nog vakantieregime of zit er, na 9 streeptochten, de klad al een beetje in of was het misschien omdat dit uurhok vorig jaar ook op ’t programma stond dat er slechts 10 mensen, mijzelf inbegrepen, op de plaats van afspraak waren. Wie zal het zeggen? Maar vandaag hadden om een of andere reden, spijtig genoeg vooral de dames het laten afweten. Of was ook dat toeval? Toch is twee jaar na elkaar hetzelfde hok strepen, zeker in dit geval, geen overbodige

Page 50: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

50

luxe. Ten eerste lukt het ons zo goed als nooit om op een avond een volledig hok te bewandelen en in dit geval is er voor een stadshok toch redelijk wat groen te zien op de Google Earth luchtfoto. Een beetje ontgoochelt over de opkomst maar vol verwachting vertrokken de aanwezigen toch maar, precies op tijd. De eerste straat, die we vorig jaar ook al eens bekeken, leverde zoals verwacht niets bijzonders op voor een hok in de rand van een grootstad. Behalve dan misschien de Amerikaanse kruidkers of Lepidium virginicum die tot de kruisbloemenfamilie behoort en van nature in Noord-Amerika voorkomt, maar sinds enkele jaren zo goed is ingeburgerd dat we hem tot de stadsflora mogen rekenen. In de volgende straat werden we echter weer geconfronteerd met de steeds prangender wordende vraag, strepen of niet? Doordat verschillende natuur en milieuorganisaties en instanties natuurlijke tuinen promoten en daarvoor zaadmengels tegen spotprijs of zelfs gratis ter beschikking stellen, worden wij steeds vaker geconfronteerd met uit half verwilderde of zogenaamde natuurlijke tuinen ontsnapte of bijna ontsnapte planten. Ook boomspiegels en geveltuintjes worden door brave burgers welwillend van kleurrijk groen voorzien. Zelfs de stedelijke plantsoendienst geeft onze moderne stadsparken graag een door wandelaars gesmaakt, zei het dan een exotisch inheems, kleurrijk tintje. De vraag is dan wanneer hebben wij een interessante nieuwe vondst gedaan. Moeten we als ingeburgerd aanvaarde nieuwkomers koesteren of moeten we ze aangeven wanneer ze als invasief staan gecatalogeerd. Wie zal bepalen of een soort al dan niet invasief is, economische instanties, natuurliefhebbers of plantenfreaks? Wat mij persoonlijk betreft vind ik Geelgroene naaldaar, Vingergras, Hemel-boom, Dalmatiëklokje, Hoge fijnstraal, Gele helmbloem, Japanse duizendknoop, Gouden regen, Liefdegras dan wel Amerikaanse kruidkers, die hun plekje, toegegeven misschien tijdelijk, gevonden hebben tussen de straatstenen langs een gevel of voortuinmuurtje of op een nog braakliggend maar bouwklaar perceeltje, altijd weer plezante vondsten. Misschien is het wel een leuk idee om onze nieuwe (inheemse) flora te zien als een afspiegeling van de moderne multiculturele samenleving van een grootstad. Jean De Prez Sint-Amandsberg HOK D3-13-32 11 augustus Was het het miezerige weer, was het de vakantieperiode of was het de verwachte onaantrekkelijkheid van dit hok? Feit is dat er weer slechts amper 7 streeplustigen aan de kerk van Campo Santo verzamelden. Maar gelukkig waren daar dan weer wél vrouwen bij… We begonnen met het buurtpark “Potuit”, een beetje een verwaarloosd parkje met vooral veel grasvelden. We vonden er de klassieke gazonplanten zoals Brunel, weegbree, Madeliefje en Witte klaver. Maar toch ook bv Klein springzaad, een plantje dat afkomstig is uit Azië en bij ons ondertussen ingeburgerd is in loofbossen en struwelen, aan bosranden en in tuinen. Klein springzaad heeft bleekgele, hoogstens 1cm lange bloemen met een korte, rechte spoor. Dit laatste in tegenstelling tot de gekromde spoor bij de veel grotere bloemen van het Groot springzaad, de enige echt inheemse plant uit de balsemienfamilie. We streepten nog Zwarte toorts, Akkerklokje en, minder aangenaam, ook Alsemambrosia. Langs de drukke Antwerpsesteenweg leek het eerst alsof er niets aan de lijst zou toegevoegd worden, maar uiteindelijk kwamen er toch nog wat planten bij zoals Harig vingergras, Tengere rus, Gele morgenster, Muurvaren, Gele helmbloem en Uitstaande melde. Ondertussen probeerden we ons lijstje met planten met een dierennaam te vervolledigen: Hazenpootje, Vogelpootje, Reigersbek,

Page 51: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

51

Schapenzuring, Kleine leeuwentand, Hanenpoot, Schermhavikskruid, Kleine ooievaarsbek,… ’t Was niet direct een droomhok maar we vonden toch wel meer variatie dan verwacht. Kristel Keppens Zwijnaarde Hekers HOK D3-32-14 26 augustus Zoals de traditie het wil als we een Zwijnaards hok strepen, regende het weer flink vanavond. Maar toch waren er 7 mannen en 5 vrouwen, dapper of “goed zot”, zoals Peter ons bestempelde, die samen de regen wilden trotseren om de lokale plantengroei in beeld te brengen. En wat ziet een mens zoal langs de straten in Zwijnaarde? Harig vingergras en Straatliefdegras, twee soorten die nu hun hoogtepunt kennen. Straatliefdegras komt oorspronkelijk uit Oost-Azië. Het is een kosmopoliet van de warme en gematigde gebieden maar sinds een dertigtal jaren steeds meer te vinden langs onze wegen. Meel gemaakt van graantjes van het Harig vingergras zou goed zijn om pasta te maken, een ideetje om eens uit te proberen? We zagen alle te verwachten tred- en ruigteplanten en de aandacht verplaatste zich wat van de flora naar de medemens tot een Dubbelkelk ons weer wat alerter maakte voor de omgeving. Er werd even gefilosofeerd over waarom we enkele jaren geleden overal Klein liefdegras vonden en nu haast nooit, waarom we sommige seizoenen vaak Slipbladige ooievaarsbek zagen terwijl die dit jaar niet lijkt voor te komen in onze hokken, kortom over het komen en gaan en weer opduiken van planten zonder dat er onmiddellijk zichtbare redenen voor zijn. De regen bleef vallen en er werd voorgesteld om na nog tien soorten te stoppen. De eerste tien planten werden echter snel gevonden dus zouden we er nog twee bijdoen, dan nog één, dan nog… We keerden gewoon rustig terug en vonden onderweg toch nog wat mooie soorten. We leerden dat Agrostis vinealis of Zandstruisgras te herkennen valt aan de lange wortelstokken met strokleurige schubben en aan het fijne, spitse tongetje bij het vlagblad. In een straatje stond overal Geelrode naaldaar verspreid, een C4-gras dat te herkennen is aan het feit dat de aartjessteel 5 tot 10 roodachtig gele borstels met naar boven gerichte tandjes heeft. De trosvormige aartjes staan ieder apart op niet vertakte steeltjes. Even werd geopperd dat bij “rijpe” exemplaren van de groene naaldaar de borsteltjes onder de aartjes ook roodpaarsig kunnen kleuren maar na de “klit-test” werd de discussie lachend afgesloten. Enkele grote exemplaren van Gevlekte scheerling mochten onze streeplijst afsluiten en na een laatste lekker snoepje van Annie, stapte iedereen in de auto of op de fiets. Ik mocht zelf nog een laatste lesje “aan den lijve” ondervinden: zelfs een totaal regenpak garandeert je geen droog vel als de regen klettert zoals vanavond op de terugweg…. Kristel Keppens

Page 52: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

52

Florawerkgroep Natuurpunt Oost-Brabant Verslag excursies Liesbet Cleynhens

Het Betserbroek in Geetbets, een deel van het door Natuurpunt beheerde gebied Aronst Hoek, werd op 4 augustus het voorwerp van een minutieuze zoektocht. Doel van de dag: het Kruipend moerasscherm vinden. De dag kon bijna niet meer stuk toen we dachten het vermoedelijk in Vlaanderen uitgestorven Klein vlooienkruid te hebben gevonden, maar het bleek Heelblaadje te zijn. Heel veel speuren leverde enkel Pijptorkruid op. Aardbeiklaver was wel massaal aanwezig.

11 augustus kreeg de Leeuwerikenheide (Averbode Bos & Heide) bezoek van de florawerkgroep. Hier werd een jaar geleden over een grote oppervlakte geplagd. Ons bezoek was een jaartje te vroeg, want nog weinig planten hadden zich al gevestigd. Waterpostelein was wel reeds present. Langs de bosrand stond ook nog het vrij zeldzame Dicht havikskruid.

Op 18 augustus trokken we allemaal de laarzen aan om de bodem van één van de vijvers van Kleen Meulen, beheerd door Natuurpunt, te onderzoeken. De planten die hier groeien hebben een heel spannend bestaan. Zij moeten snel kiemen en zaad zetten op die enkele weken in de zomer wanneer de vijver droog staat. Daarom blijven ze ook allemaal lilliputtertjes, soms slechts enkele millimeters hoog. Maar het loonde wel de moeite: o.a. Drietallig glaskroos, Gesteeld glaskroos en Schijngenadekruid. De Pinnekenswijer in Gerhagen was de bestemming op 25 augustus. Eerst liepen we door het bos, waar Muursla en Stijf havikskruid langs het pad groeiden. Deze laatste wordt steeds zeldzamer langs bospaden, omdat de randen van het bos steeds rijker worden. Aan het ven zelf troffen we heel wat zeldzaamheden aan die voorkomen op natte heide: Moeraswolfsklauw, Veelstengelige waterbies en uiteraard Ronde en Kleine zonnedauw. Op 1 september trok de Florawerkgroep Diest er op uit naar het Webbekoms Broek. Jules Robijns begon meteen ijverig te vissen in de vijver en haalde heel wat interessants boven. Met stip op één staat het Groot nimfkruid, een plant die normaal enkel in mariene milieus voorkomt, maar hier in het Hageland op enkele plaatsen (o.a. ook in Schulensbroek) vaste voet aan wal heeft. Haarfonteinkruid, met zijn heel spitse blaadjes en op het einde 1 nerf, groeit er naast Gekroesd en Drijvend fonteinkruid. Verder vonden we heel wat planten die starten met ‘moeras’: o.a. de zeldzame Moerasvaren en Moeraskartelblad (vermoedelijk uitgezaaid). Interesse om volgend seizoen mee te wandelen met de florawerkgroep, geef dan een seintje aan: [email protected]. Voor de volledige lijst van de waarnemingen: zie www.waarnemingen.be.

foto Jules Robijns

Page 53: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

53

Nieuwsbrief Paddenstoelen

Page 54: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

54

Paddenstoelenwerkgroep Natuurpunt

Momenteel zijn er in Vlaanderen 16 paddenstoelenwerkgroepen van Natuurpunt actief. Zij organiseren talloze excursies waarbij aandacht besteed wordt aan educatie en inventarisatie van gebieden. Deze waarnemingen worden systematisch ingevoerd op op kwartierhokniveau (1 km x 1 km). Deze verspreidingsgegevens kunnen gebruikt worden om een beter inzicht te krijgen in de diversiteit, verspreiding en achteruitgang van paddenstoelen in Vlaanderen. In Vlaams-Brabant werd in 2001 een atlasproject opgestart met ondersteuning van de provincie. Momenteel wordt naar 60 gemakkelijk herkenbare soorten op houtsnippers, in graslanden, tussen mossen en in bossen gezocht. Dit project wil iedereen aansporen om in eigen tuin en streek naar paddenstoelen te kijken en de gegevens door te sturen naar Natuurpunt Studie. Meer info over het project vind je op de website. Een handige brochure voor herkennen van de 60 soorten is verkrijgbaar in de Natuurpunt winkel voor de symbolische prijs van 3 euro. Coördinatie Natuurpunt Studie Roosmarijn Steeman Natuurpunt Studie Coxiestraat 11 2800 Mechelen 015/ 29 72 22 [email protected] Natuurpunt Educatie Hans Vermeulen & Wim Veraghtert Graatakker 11 2300 Turnhout tel. 014 47 29 53 [email protected] [email protected]

Website (algemeen): http://www.natuurpunt.be (Fauna & Flora) Paddenstoelen

Paddenstoel.flits Dé maandelijkse digitale nieuwsbrief over paddenstoelen. Vol nieuws over nieuwe publicaties, projecten, excursies en interessante vondsten. Schrijf je in via www.natuurpunt.be

Ook jij kan iets bijdragen aan de

Nieuwsbrief Paddenstoelen!

Page 55: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

55

Roze stinkzwam voelt zich thuis in tuinen

De Roze stinkzwam (Mutinus ravenelii), het roze, exotische broertje van de Kleine stinkzwam is stillaan niet meer zeldzaam te noemen. Tien jaar geleden kwam deze soort nog als "zeldzaam" op de Rode Lijst. Maar tegenwoordig wordt de soort her en der in tuinen gemeld. Deze stinkzwam is in feite afkomstig uit Noord-Amerika. Aan het einde van de 19e eeuw werd hij in Zuid-Europa opgemerkt en sinds 1950 wordt deze stinkzwam uit Nederland gemeld. In Vlaanderen is deze soort voor het eerst opgedoken in 1988 te Beernem. Maar in de provincie Vlaams- Brabant werd hij pas voor het eerst in 2004 waargenomen. De Roze stinkzwam voelt vooral thuis in tuinen, daar hij graag op vermolmd hout, strooisel en compost groeit. De Spitse stinkzwam (Mutinus elegans) heeft eveneens een roze top, maar die is veel spitser en de stinkende, bruine, kleverige massa waarin de sporen zitten bevindt zich meer op de helft van de steel. Deze soort werd pas in 2007 voor het eerst in Vlaanderen gemeld, het is best mogelijk dat deze exoot zich in de toekomst ook snel zal uitbreiden.

Ook Inktviszwam wordt tegenwoordig regematig uit tuinen gemeld en af en toe wordt er ook een Traliestinkzwam gezien.

Paddenstoelen voor Beginners

Deze praktijkcursus laat je kennis maken met de algemene mycologische begrippen, de indeling van het zwammenrijk, de ecologische aspecten van zwammen, actuele literatuur rond zwammen en giftigheid en eetbaarheid van paddenstoelen. Tijdens de excursies ligt het accent niet enkel en alleen op het opsporen van de juiste paddenstoelennaam, maar ook en vooral op het herkennen van grotere groepen. Er wordt zeer uitvoerig ingegaan op welke kenmerken essentieel zijn en welke minder.

Provincie Antwerpen Land van Reyen kern Mortsel Theorie: 8/10 en 15/10 van 19u30 tot 22u30 Plaats: Hoeve Dieseghem, Wouter Volckaertstraat 44, Mortsel Praktijk: 16/10 en 30/10 van 9u00 tot 12u00 Prijs: 20€/leden en 30€/niet-leden op 000-1002509-14 t.n.v. NP Land van Reyen met mededeling “cursus paddenstoelen” Inschrijven: Yves Joris, 03 440 08 70, [email protected] Lesgever: Hans Vermeulen Wilrijk Plaats: Lokaal De IJsvogel, Fort VII, Legerstraat 40 te Wilrijk. Theorie: 2/9 van 20u00 tot 23u00

Page 56: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

56

Praktijk: De excursies vinden plaats op 18 + 25 september en 2 + 9 + 16 + 23 oktober, telkens van 9u00 tot 12u00. Gebieden worden later meegedeeld. Organisatie: Natuurpunt-afdeling Zuidrand Antwerpen/ Natuurpunt Educatie Meer info: Vandercruyssen Catherine 03-288 81 07 0486-16 06 14 [email protected] Brussels Gewest Brussel Plaats: Gemeenschapscentrum De Markten, Oude Graanmarkt 5 te 1000 Brussel. Theorie: 19u30 dinsdag 21 + 28 september Praktijk: De excursies vinden plaats op zaterdag 9 + 16 oktober van 14u00 tot 17u00. Afspraakplaatsen worden meegedeeld tijdens de theorieles. Organisatie: Natuurpunt-afdeling Brussel/ Natuurpunt Educatie/ vzw Uitstraling Permanente Vorming Meer info: Seynaeve Adriaan - 0498-74 76 06 [email protected] Lesgever: Wim Veraghtert Provincie Oost-Vlaanderen ‘s Heerenbosch Theorie: 2/9 en 9/9 van 19u30 tot 22u30 Plaats: Taverne De Groene Wandeling, Kasteelstraat 189, Buggenhout Praktijk: 11/9 en 25/9 van 9u00 tot 12u00 Prijs: 20€/leden en 25€/niet-leden op 001-2567282-59 t.n.v. NP ’s Heerenbosch met mededeling “cursus paddenstoelen” Inschrijven: Geert Van Damme, 0474/93 84 81, [email protected] Lesgever: Hans Vermeulen

Provincie West-Vlaanderen InZicht Theorie: 3/9 en 10/9 van 19u30 tot 22u30 Plaats: Jeugdverblijf Merkenveld, Merkenveldweg 15, Zedelgem Praktijk: 11/9 en 25/9 van 14u00 tot 17u00 Prijs: 25€/leden en 30€/niet-leden op 001-2773465-20 t.n.v. NP InZicht met mededeling “cursus paddenstoelen” Inschrijven: Kris Lesage, 0486/25 25 30, [email protected] Lesgever: Hans Vermeulen Provincie Limburg Hechtel-Eksel Theorie: 27/9 en 4/10 van 19u30 tot 22u30 Plaats: De Schans, Rode Kruisplein 10, Hechtel-Eksel Praktijk: 10/10 en 17/10 van 9u30 tot 12u30 Prijs: 20€/leden en 25€/niet-leden Inschrijven: Krista Bovens, 011/73 12 79, [email protected] Lesgever: Wim Veraghtert Lanaken Theorie: 30/9 en 7/10 van 19u30 tot 22u30 Plaats: Cultureel Centrum, Aan de Engelse Hof 10, Lanaken Praktijk: 9/10 en 16/10 van 9u00 tot 12u00 Prijs: 10€/leden en 15€/niet-leden Inschrijven: Bart Hoelbeek, 0472/48 81 72, [email protected]

Page 57: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

57

Lesgever: Wim Veraghtert Beringen i.s.m. VBC De Watersnip Theorie: 30/9 en 7/10 van 19u30 tot 22u30 Plaats: VBC De Watersnip, Grauwe Steenstraat 7/2, Koersel (Beringen) Praktijk: 9/10 en 23/10 van 9u00 tot 12u00 Prijs: 20€/leden en 28€/niet-leden Inschrijven: Jan Kenens, 011/45 01 91, [email protected] Lesgever: Hans Vermeulen

Paddenstoelen voor Gevorderden Provincie Antwerpen Wilrijk Plaats: Lokaal De IJsvogel, Fort VII, Legerstraat 40 te Wilrijk. Theorie: 2/9 van 20u00 tot 23u00 Praktijk: De excursies vinden plaats op 18 + 25 september en 2 + 9 + 16 + 23 oktober, telkens van 9u00 tot 12u00. Gebieden worden later meegedeeld. Organisatie: Natuurpunt-afdeling Zuidrand Antwerpen/ Natuurpunt Educatie Meer info: Vandercruyssen Catherine 03-288 81 07 0486-16 06 14 [email protected] Inschrijving voor Natuurpuntleden door storting van € 32op rekening 979-9767547-40 van Natuurpunt Zuidrand Antwerpen met als mededeling “paddenstoelen - gevorderden” + uw naam en telefoonnummer/e-mail adres. Niet-leden betalen € 56 en zijn dan automatisch lid.

Provincie Oost-Vlaanderen Boven-Schelde Praktijk: 11/9, 25/9, 6/11 en 13/11 van 13u30 tot 16u30 Plaats: locaties worden meegedeeld bij inschrijving Prijs: 17€/leden en 22€/niet-leden Inschrijven: Lieve Van Acker, 09/232 23 70, [email protected] Lesgever: Wim Veraghtert Provincie Vlaams-Brabant Paddenstoelenwerkgroep Zemst Praktijk: 15/9, 22/9, 29/9, 6/10, 13/10, 20/10, 27/10, 10/11 en 17/11 van 14u00 tot 17u00 Plaats: kerk van Weerde Prijs: gratis Inschrijven: Jeanne Peeters, 015/61 20 86, [email protected] Lesgever: Hans Vermeulen

Weetjes en Verhalen over Paddenstoelen Provincie Antwerpen Voorkempen Theorie: 14/10 en 21/10 van 19u30 tot 22u30 Praktijk: 23/10 en 30/10 van 14u00 tot 17u00 Inschrijven: Frank Reusens, 03/384 01 83, [email protected] Lesgever: Wim Veraghtert

Page 58: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

58

Kasterlee Theorie: 11/10 en 18/10 van 19u30 tot 22u30 Plaats: De Pastorij, Pastorijstraat 10, Kasterlee Praktijk: 23/10 en 30/10 van 9u00 tot 12u00 Prijs: 16€/leden en 24€/niet-leden Inschrijven: Dirk Potters, 0485/41 54 29, [email protected] Lesgever: Wim Veraghtert Provincie Limburg Werkgroep Ecologie Tessenderlo vzw Theorie: 28/9 en 5/10 van 19u30 tot 22u30 Plaats: Bosmuseum Gerhagen, Zavelberg 10, Schoot (Tessenderlo) Praktijk: 9/10 en 23/10 van 14u00 tot 17u00 Prijs: 15€/leden WET en NP en 20€/niet-leden Inschrijven: Werkgroep Ecologie Tessenderlo, 013/67 38 44, [email protected] Lesgever: Hans Vermeulen

Paddenstoelwandelingen voor kinderen Zondag 19 september Natuurspeurdertjes - Kabouters en paddenstoelen Afspraak: 14u00 Grauwe Steenstraat 7/2, 3582 Koersel Organisatie: Vl. Bezoekerscentrum De Watersnip Meer info: Vl. Bezoekerscentrum De Watersnip - 011-45 01 91 [email protected] Zondag 17 oktober Herfsttocht met aparte kinderwandeling en excursie paddenstoelen Afpsraak: 14u00 Kamertstraat , 3940 Hechtel Organisatie: Natuurpunt-afdeling Hechtel-Eksel Meer info: Bovens Krista 011-73 12 79 [email protected]

Paddenstoelwandelingen onder begeleiding van een kenner Dit najaar worden her en der weer talloze paddenstoelwandelingen georganiseerd. Woensdag 1 september Provinciaal domein Ardooie Het provinciedomein met zijn oude bomen is een schatkamer aan kleurrijke paddenstoelen. Afspraak parking van het domein via Brugsesteenweg. Afspraak: 13u30 Aardbeienstraat, 8850 Ardooie Organisatie: Natuurpunt-afdeling Kortrijk Meer info: Chrtistine Hanssens 056-21 23 13 Zondag 3 oktober paddenstoelwandeling Koersel Afspraak: 14u00 Grauwe Steenstraat 7/2, 3582 Koersel Meer info: Vlaams Bezoekerscentrum De Watersnip 011-45 01 91 [email protected] Zondag 3 oktober – Op zoek naar prioritaire paddenstoelen in het Viersels gebroekt Afspraak: 14u00 kerk Viersel Meer info: Roosmarijn Steeman [email protected] 0485 68 88 48 Zondag 3 oktober Paddenstoelwandeling Huizingen Paddenstoelenwandeling Over buisjes, plaatjes en doempers. Paddenstoelen spreken tot de verbeelding : ze verschijnen snel en verdwijnen even vlug. Wat is hun rol in het

Page 59: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

59

bos en hun band met kabouters en reuzen. Afspraak: 14u30 H. Torleylaan 100, 1654 Huizingen Natuurpunt-afdeling Beersel Meef info: Onnockx Piet 02-380 17 52 [email protected] Zondag 3 oktober Hegte Heyde, St.-Antonius-Zoersel Afspraak: 9u30 op de parking achteraan de Oude Liersebaan (nierdialyse). Gids: Wim Veraghtert 0496/97.87.79 Zondag 3 oktober Paddenstoelenwandeling in het Landschap De Liereman O.l.v. Marianne en Paul maken we kennis maken met de wondere wereld van de paddenstoelen. Je hoeft zeker geen specialist te zijn om van deze tocht te genieten. Afspraak: 9u00 Schuurhovenberg 43, 2360 Oud-Turnhout Vertrek aan de ingang van het bezoekerscentrum Landschap De Liereman. Zondag 6 oktober Paddenstoelen in provinciedomein De Palingbeek te Zillebeke In loof- en naaldbos is de variatie en ook het grote aantal soorten aan paddenstoelen zeer uitgebreid. Afspraak: 13u30 Begijnenbosstraat, 8902 Zillebeke, grote parkin van het Palingbeekdomein Organisatie: Natuurpunt-afdeling Kortrijk Meer info: Hanssens Christine - 056-21 23 13 Dinsdag 8 oktober Paddenstoeleninventarisatie van het Goorbos en omgeving Paddenstoeleninventarisatie van het Goorbos en omgeving : voor ieder die zijn kennis over paddenstoelen wil bijschaven. Voorkennis is vereist! Afspraak: Mechelsebaan 218, 2570 Duffel De inventarisatie start aan 't Mosterdpotje, Mechelsebaan 218, Duffel. Parkeermogelijkheid op PVT. Zelfde afspraakplaats om 13u00 voor diegenen die in de namiddag aansluiten. Meer info en inschrijving bij Van Driessche Lutgarde - 015-32 01 66 - 0485-55 97 13 [email protected] Deze inventarisatie wordt ingericht door Natuurpunt Oude Spoorweg in samenwerking met Natuurpunt Educatie. Gids is Wim Veraghtert, educatief medewerker van Natuurpunt Educatie Zondag 10 oktober Paddenstoelwandeling Hechtel Afspraak: 14u00 Resterheide Parking Begijnenvijvers - Begijnenstraat Hechtel Organisatie: Natuurpunt-afdeling Hechtel-Eksel Meer info: Bovens Krista - Contactpersoon 011-73 12 79 [email protected] Zondag 10 oktober Paddenstoelenwandeling in Beisbroek In Beisbroek treffen we een rijke variatie aan zwammen, vooral op het heideterrein kun je de vliegenzwammen of eekhoorntjesbrood niet missen. Maar ook tref je er de bijzonder grote echte tonderzwammen aan die overleven op de afgestorven bomen. Dood hout laten liggen is trouwens een belangrijke vereiste om zwammen te laten ontwikkelen. Op deze excursie leer je veel over de levenswijze van zwammen. Ze spelen namelijk een belangrijke rol bij de afbraak van afgestorven organismen en leveren op deze wijze voedingsstoffen voor de planten. Afspraak: 14u00 parking Diksmuidse Heerweg , 8200 Brugge Organisatie: Natuurpunt-afdeling Brugge Meer info: Jans Wim - 0498-29 61 26 [email protected] Zondag 10 oktober Paddenstoelwandeling Hellebos Kampenhout Afspraak om 10u00 aan de slipschool gids: Roosmarijn Steeman

Page 60: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

60

meer info: Katrien Devlieger [email protected] Natuurpunt afdeling Kampenhout Zondag 10 oktober Paddenstoelwandeling Kluysbos Galmaarden Afspraak om 14u00 aan de St.-Pauluskapel te Galmaarden gids: Roosmarijn Steeman meer info: André Prové [email protected] Vzw De Mark Zondag 10 oktober Paddenstoelenwandeling De Inslag – Maria-ter-Heide Het domein De Inslag is 147ha groot en ligt in het noordelijk deel van de gemeente Brasschaat. Er groeit veel Grove den en Lork en er staan dus veel paddenstoelen. Afspraak: 13.30 u aan de Bist te Wilrijk (kostendelend vervoer) en eindigen om 17 u ter plaatse. Wie rechtstreeks naar daar wil gaan wordt om 14.00 u verwacht in de Kerkedreef, voor de ingang van het domein ‘De Mik’. Mee te brengen: loep, fototoestel, paddenstoelengids, stevig schoeisel. Leiding en gids: Lucy de Nave 03/237 99 52 - 0485/71 73 48 (GSM-nummer is enkel op de dag zelf bereikbaar).

Zondag 17 oktober Paddenstoelen in Provinciedomein Baliekouter te Wakken In dit relatief jonge gebied met diverse aanplantingen vinden we een groot aantal kleurrijke paddenstoelen. Oktober is paddenstoelenmaand. We genieten van vorm- en kleurenrijkdom van deze nuttige organismen uit onze natuur. Afspraak: 14u00 Ommegangstraat , 8720 Wakken, parking van het domein Organisatie: Paddenstoelenwerkgroep ZW-Vlaanderen Mycologia Meer info: Vandendriessche Frank - 056-22 71 39 - [email protected] Zondag 17 oktober Paddenstoelenwandeling in de Gulke Putten (Wingene) Afspraak: 9u30 aan de Parking OC Wingene (Rode Kruis), Boskapeldreef 6, St.-Pietersveld, Wingene. Meer info: Natuurpunt Kern Gulke Putten, Lindeveld 4, 8730 Beernem (tel: 050 / 78 94 63 ) [email protected] Zondag 24 oktober Paddenstoelen in vele vormen en kleuren De diversiteit aan biotoopjes in dit jonge bos is een garantie voor een grote verscheidenheid aan kleurrijke paddenstoelen. Afspraak: 9u30 Doorniksesteenweg , 8500 Kortrijk, aan de ingang van het bos in de Kennedylaan. Organisatie: Natuurpunt-afdeling Kortrijk Meer info: De Prest Trees 056-20 05 10 [email protected] Vandendriessche Frank – Gids 056-22 71 39 [email protected] Zondag 24 oktober Wasplaten d'Heye Paddenstoelen zijn goede indicatoren voor het natuurbeheer. In het natuurgebied d'Heye vinden we verschillende soorten Wasplaten, een ecologisch hoog gewaardeerde groep Afspraak: 10u00 Danckaertstraat , 8450 Bredene VWM d'Heye Organisatie: Natuurpunt-afdeling Middenkust Meer info: Vanhoecke Dirk 059-32 29 29 Woensdag 3 november Paddenstoelen in het bos Den Doel te Zonnebeke Tot diep in de herfst is het provinciedomein bekend om zijn gevarieerde paddenstoelenflora. Het hoge aantal soorten vindt men zelfs nog in de winter. Afspraak: 13u15 Albertstraat , 8980 Zonnebeke, aan de afrit A19 Besqelare

Page 61: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

61

- Bellewaarde of 13u30 parking domein Organisatie: Natuurpunt-afdeling Kortrijk Meer info: Vandendriessche Frank – 056-22 71 39 Woensdag 1 december: Zwammen in de Godtschalkbossen In de Godtschalkbossen leven de oude bomen noodgedwongen samen met een grote verscheidenheid aan paddenstoelen. Russula's, Melkzwammen en vele andere zijn er te bewonderen. Afspraak: 13u15 Albrecht Rodenbachplein , 8980 Beselare, afrit A19 Beselare-Bellewaarde Afspraak: Natuurpunt-afdeling Kortrijk Contact: Hanssens Christine - 056-21 23 13

Paddenstoelhappening Zondag 24 oktober Paddenstoelenhappening Natuurpunt Keerbergen Vanaf 13u30 in Zaal Berk en Brem: tentoonstelling over paddenstoelen Om 14u00 starten 5 gidsen met een begeleide wandeling door de Broekelei. Na terugkomst in de zaal rond 16u30 worden alle wandelaars op gratis paddenstoelensoep getrakteerd. Deze happening is gratis voor leden van Natuurpunt en kost 1 euro voor niet-leden. Afspraak: Zaal Berk en Brem, Sint Michielsstraat 20, 3140 Keerbergen Meer info: www.natuurpuntkeerbergen.be Voorzitter: Guido Baert, 016 – 53 31 12, [email protected] Organisator: Hugo Sweerts, 016 – 60 27 78, [email protected]

Zwammenwerkgroep Zuid-West-Brabant

Elke woensdag- en zondagvoormiddag trekt de paddenstoelenwerkgroep Zuidwestbrabant er op uit om in de Zennevallei en het Pajottenland, de paddenstoelen onder de loep te nemen. De periode begint op woensdag 1 september en eindigt op zondag 7 november. De uitstappen beginnen steeds om 9 uur en eindigen omstreeks de middagklok. Vast vertrekpunt is de parking van de St Gurikkerk Dworp Alsemberg-esteenweg, tenzij anders vermeld. Veranderingen in het wandelschema aijn steeds mogelijk afhankelijk van de weersgestelheid.

Meer info: Piet Onnock - 02/380 17 52 - [email protected] Organisatie: Natuurpunt Afdeling Beersel Woensdag 8 september Kleetbos Afspraakplaats: Laborelec Zondag 12 september Hallerbos Afspraakplaats: parking ’t Kriekske Woensdag 15 september Weikes (reservaat Natuurpunt) Zondag 19 september Hanenbos Afspraakplaats: Parking Hanenbos Woensdag 22 september Zevenbronnen Afspraakplaats: Zevenbronnen

Page 62: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

62

Zondag 26 september Hof ter Plutsingen, Pepingen Afspraakplaats: Parking Provinciaal domein Huizingen Woensdag 29 september Rilroheide Afspraakplaats: Parking voetbal Dworp Zondag 3 oktober Lombergbos, Leerbeek Afspraakpaats: Parking Prov. domein Huizingen Woensdag 6 oktober Acht dreven, Hallerbos Afspraakplaats: Acht dreven, Hallerbos Zondag 10 oktober Begijnenbos Woensdag 13 oktober Maasdalbos Afspraakplaats: Maasdal Zaterdag 16 en Zondag 17 oktober weekend Gaume (meer info: [email protected]) Woensdag 20 oktober Gaasbeek Afspraakplaats: Parking domein Gaasbeek Zondag 24 oktober Zevenbronnen Afspraak: 9u15 Zevenbronnen Woensdag 27 oktober Kanaaloevers en kasteelpark Lembeek Afspraakplaats: Kerk Lembeek Zondag 31 oktober Kesterheide, Kester Afspraakplaats: Parking prov. domein Huizingen Woensdag 3 november Gasthuisbos Afspraakplaats: Watertoren Alsemberg

Nieuw: Paddenstoelenwerkgroep Brugge

Reeds jarenlang wordt door enkele mensen in de Brugse bosrijke omgeving actief naar paddenstoelen gekeken. Onder impuls van Yan Verschueren, die prachtige foto's maakt, gaat dit najaar de Brugse paddenstoelenwerkgroep van start. Charlotte Pieters (studeerde in 2003 af aan de universiteit van Gent, met haar licentiaatsverhandeling over de "Strophariaceae in Vlaanderen") neemt de coördinatie op zich. Op de startvergadering werd gekozen om op zondagochtend te gaan wandelen en de kalender werd vastgelegd. Iedereen is welkom. Wil je op de hoogte blijven van de activiteiten van de werkgroep, stuur dan een mail naar de kersverse coördinator Charlotte Pieters: [email protected] De eerste excursie van de werkgroep op 22 augustus in Bulskampveld was een overweldigend succes met 31 deelnemers en heel veel paddenstoelen. Planning: 26 september Ryckevelde 9u00 ingang Schobbejakshoogte 24 oktober Vloethemveld 9u00 parking 14 november Damme 9u00 parking Zuid 12 december Zwin 9u00 aan bezoekerscentrum

Page 63: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

63

Page 64: Plantaardig nieuwsbrief 3-2010

64