Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis....

of 35 /35
Ouder- en Kindteams evaluatieonderzoek Taken en tijdsbesteding medewerkers van de Ouder- en Kindteams Maart 2016

Embed Size (px)

Transcript of Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis....

Page 1: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

Ouder- en Kindteams

evaluatieonderzoek

Taken en tijdsbesteding medewerkers van de Ouder- en

Kindteams

Maart 2016

Page 2: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

2

Inhoud

Inhoud ........................................................................................................................................................... 2

Samenvatting ................................................................................................................................................ 3

Inleiding ......................................................................................................................................................... 4

Onderzoeksopzet .......................................................................................................................................... 6

Resultaten ..................................................................................................................................................... 7

Onderzoekspopulatie en respons ............................................................................................................... 7

Activiteiten ................................................................................................................................................ 8

Preventief en niet-preventief ................................................................................................................ 10

Cliëntcontact, cliëntgebonden activiteiten en indirecte tijd .................................................................. 12

Bereikte doelgroep................................................................................................................................... 16

Thema’s ................................................................................................................................................... 19

Veiligheid ................................................................................................................................................. 23

Doelgroep 0-4 jarigen .............................................................................................................................. 23

Contacten ................................................................................................................................................ 24

Cliëntcontact ........................................................................................................................................ 24

Contacten binnen eigen team .............................................................................................................. 25

Contacten buiten eigen team ............................................................................................................... 26

Gemiddelde dag........................................................................................................................................... 27

Ouder- en kindadviseur jeugdhulp ........................................................................................................... 27

Ouder- en kindadviseur JGZ ..................................................................................................................... 27

Jeugdarts ................................................................................................................................................. 27

Jeugdpsycholoog ..................................................................................................................................... 27

Ontwikkeling Ouder- en Kindteams ............................................................................................................. 28

Algemeen ................................................................................................................................................ 28

Activiteiten .............................................................................................................................................. 28

Bereikte doelgroep.................................................................................................................................... 31

Thema’s ................................................................................................................................................... 32

Contacten ................................................................................................................................................. 33

Conclusie ..................................................................................................................................................... 34

Discussie ...................................................................................................................................................... 35

Rapport ‘Ouder- en Kindteams evaluatieonderzoek:

Evaluatie Preventietaken Medewerkers OKT's’, maart 2016.

In opdracht van: Programmadirectie Ouder- en Kindteams Amsterdam.

Auteurs: Ralph Rusconi, MSc. & Lara Schout, BSc.

Page 3: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

3

Samenvatting

Per 1 januari 2015 zijn de Ouder- en Kindteams in Amsterdam van start gegaan: 22 wijkteams en 5 VO/MBO

teams. Een Ouder- en Kindteam bestaat uit een groep generalisten en specialisten, die gezamenlijk

verantwoordelijkheid draagt voor de hulp- en zorgverlening aan ouders en kinderen tussen 0 en 23 jaar in

één van de 22 gebieden in Amsterdam.

Om inzicht te krijgen in de werkwijzen van de Ouder- en Kindteams en mogelijke ontwikkel- en

verbeterpunten te formuleren, is in november 2015 een onderzoek uitgevoerd, in navolging van een

soortgelijk onderzoek afgelopen april 2015. Ditmaal digitaal, wederom in de vorm van een dagboekje waarin

alle activiteiten van medewerkers gedurende één dag geregistreerd zijn. De uitkomsten van dit onderzoek,

zowel apart als in combinatie met de uitkomsten van het eerste onderzoek, bieden informatie op basis

waarvan de programmadirectie, teamleiders en medewerkers met elkaar in dialoog kunnen gaan om de

teams verder te ontwikkelen en verbeteren.

In totaal hebben 393 medewerkers (66 procent van het totaal) de evaluatie ingevuld. Op basis van de

dagboekjes kan vastgesteld worden dat relatief de meeste tijd gewijd wordt aan direct cliëntcontact (43

procent), gevolgd door cliëntgebonden tijd (32 procent) en indirecte tijd (25 procent), waarbij medewerkers

de meeste tijd besteden aan contacten met cliënten (zowel kortdurende contacten als langdurige trajecten),

relatiebeheer (netwerken en professionaliseren) en cliënt gerelateerde administratie (RIS, Kidos et cetera).

Medewerkers van de Ouder- en Kindteams hebben vooral contact met de cliënt (de ouders, het kind, etc.) of

met collega’s (voornamelijk ouder- en kindadviseurs met een jeugdhulpachtergrond en medewerkers uit het

schoolcircuit, zoals bijvoorbeeld docenten). Van de activiteiten gaan de meesten over schoolgerelateerde

thema’s, lichamelijke en emotionele ontwikkeling en gedragsgerelateerde thema’s. Daarnaast worden door

de 22 wijkteams vooral de leeftijdsgroepen baby/peuter (0-4) en basisschoolleeftijd (4-12) bereikt. De 5

schoolteams hebben, logischerwijs, voornamelijk contact met twaalf tot achttienjarigen.

Om te zien in hoeverre de Ouder- en Kindteams zich ontwikkelen en in welke richting, is er een vergelijking

gemaakt tussen de resultaten van het eerste en tweede onderzoek. Hieruit bleek dat korte cliëntcontacten

in beide onderzoeken de meeste tijd in beslag nemen en er veel minder tijd is gaan zitten in langdurige

trajecten en in voorbereiding & registratie. De tijd besteed aan relatiebeheer lijkt haast verdubbeld: van 240

naar 410 uur. Echter is het wel belangrijk om hierbij te vermelden dat het zou kunnen dat medewerkers in de

eerste evaluatie netwerken onder de optie ‘overig’ of ‘email’ hebben geschaard. Ook gaat er meer tijd naar

trainingen voor cliënten.

Er wordt meer van de directe tijd besteed aan preventie: van 59% van de tijd naar 72%. Ook wordt er meer

tijd besteed aan direct cliëntcontact en minder aan indirecte activiteiten. Wanneer er gekeken wordt naar de

bereikte doelgroep zijn er geen grote verschillen te zien tussen de twee onderzoeken. Ook lijkt er weinig

veranderd te zijn in de thematiek van de activiteiten: schoolgerelateerde, lichamelijke en

opvoedingsgerelateerde thema’s komen het vaakst voor.

Page 4: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

4

Inleiding

Per 1 januari 2015 is de gemeente Amsterdam, met de decentralisatie van de jeugdzorg, jeugdbescherming,

jeugdreclassering, jeugd-GGZ en jeugd-VB, verantwoordelijk voor het gehele Jeugdzorgstelsel. De spil van

het nieuwe stelsel vormen de 27 Ouder- en Kindteams. Deze teams bestaan uit generalisten (ouder- en

kindadviseurs) en specialisten (jeugdpsychologen en jeugdartsen), die gezamenlijk verantwoordelijkheid

dragen voor de hulp- en zorgverlening aan ouders en kinderen tussen 0 en 23 jaar in één van de 22 gebieden

in Amsterdam (Figuur 1). Ook familieleden, buren, kennissen of vrienden van de gezinnen kunnen bij de

Ouder- en Kindteams terecht. Onder de 27 Ouder- en Kindteams vallen ook vijf onderwijsteams; ingericht

om hulp- en zorgverlening op scholen in het Voortgezet Onderwijs en Middelbaar Beroeps Onderwijs te

verzorgen.

(bron: OJZ, Gemeente Amsterdam)

Figuur 1: de verdeling van de Ouder- en Kind wijkteams Amsterdam

Page 5: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

5

Waar voor de decentralisatie de nadruk lag op verzuilde zorg, geboden door diverse organisaties en

aanbieders met verschillende specialisaties, staat nu één ketenorganisatie centraal, waarin verschillende

organisaties binnen een wijk nauw samenwerken. Waar een gezin voorheen vaak te maken had met een

groot aantal verschillende instanties en zorgverleners, hebben de jeugdigen en gezinnen sinds de invoering

van de teams één contactpersoon: de ouder- en kindadviseur (oka). De contactpersoon probeert samen met

de ouders en kinderen een oplossing te zoeken. Hierbij kan hij/zij collega’s uit het team raadplegen voor

advies, hulp- en zorgverlening. Indien deze hulp- en zorgverlening onvoldoende is, kan men het gezin

doorverwijzen naar specialistische zorg. Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij

gezinnen thuis.

Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en zorgverlening op te

bouwen vanuit de expertise in het team, de lokale mogelijkheden en de behoeften van de doelgroep in het

gebied. Om inzicht te krijgen in de voortgang van de Ouder- en Kindteams is in november 2015 een tweede

onderzoek uitgevoerd, in navolging van een eerder onderzoek afgelopen april 2015, wederom bestaande uit

een dagboekje, ditmaal digitaal, waarin medewerkers gedurende één dag hun activiteiten registreren. De

doelen van de evaluatie zijn:

Het verzamelen van informatie voor de interne en externe prestatiedialogen

Het verkrijgen van inzicht in de wijze waarop de Ouder- en Kindteams te werk gaan

Het ontdekken van ontwikkel- en verbeterpunten van de Ouder- en Kindteams

Het verkrijgen van inzicht in de wijze waarop de Ouder- en Kindteams zich ontwikkelen

Dit rapport bestaat uit vier delen. Allereerst wordt de onderzoeksopzet verder uitgewerkt. In hoofdstuk 2

volgt een overzicht van de belangrijkste resultaten van het onderzoek. De resultaten in hoofdstuk 2 zijn

gebaseerd op de informatie uit de ingevulde dagboekjes en geven inzicht in de werkwijze van de Ouder- en

Kindteams, zoals het aantal uitgevoerde activiteiten per dag, de bereikte doelgroep en de meest

voorkomende thematieken. Vervolgens volgt een hoofdstuk over de gemiddelde dag van een medewerker

van het Ouder- en Kindteam. In hoofdstuk 4 worden ten slotte de resultaten van het eerste onderzoek

vergeleken met de resultaten van het tweede onderzoek. Op basis van deze informatie kunnen de

programmadirectie, de teamleiders en de medewerkers in dialoog gaan om de Ouder- en Kindteams verder

te ontwikkelen, zowel OKT-breed als op teamniveau.

Page 6: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

6

Onderzoeksopzet

Start van het onderzoek

In overleg met de programmadirectie zijn vier doelstellingen opgesteld, die de basis vormen voor het

ontwerpen van dit onderzoek naar de Ouder- en Kindteams in Amsterdam. Naar aanleiding van diverse

besprekingen is besloten om een dagboekje te ontwikkelen. In het dagboekje registreren alle medewerkers

gedurende één dag alle activiteiten. Deze methode zorgt ervoor dat de werkdruk beperkt blijft

(medewerkers hoeven enkel één werkdag te beschrijven in het dagboekje), dat rijke data verzameld wordt

(een veelheid aan antwoordmogelijkheden) en dat betrouwbare conclusies getrokken kunnen worden op

verschillende niveaus (per team, OKT-breed en per functie).

Na goedkeuring van het instrument door de betrokken leden van het programmateam, is een online tool

ontwikkeld. In navolging hiervan zijn alle medewerkers van de teams per mail op de hoogte gesteld van de

evaluatie. Ook de teamleiders en teamassistenten hebben een aankondigingsmail ontvangen.

Dataverzameling

Op basis van een overzicht van alle medewerkers van de Ouder- en Kindteams is een schema gemaakt, met

daarin voor iedere medewerker één toegewezen evaluatiedag. Door de evaluatiedagen over twee weken te

verspreiden, ontstaat een betrouwbaar beeld van de werkwijze van de Ouder- en Kindteams. Verstoring van

de uitkomsten, doordat bijvoorbeeld op één dag een teamtraining heeft plaatsgevonden, zijn door de

spreiding van evaluatiedagen beperkt. Eind oktober heeft iedere medewerker een mail ontvangen met

daarin een instructie. De link naar het online dagboekje werd begin november verstuurd. Het onderzoek

vond plaats over de periode van maandag 9 november tot en met vrijdag 27 november 2015. Indien

medewerkers het dagboekje niet in konden vullen in verband met ziekte of afwezigheid, is in overleg per

mail een nieuwe invuldag voorgesteld. Na het invullen hebben de medewerkers het dagboekje digitaal

verstuurd naar de onderzoekers.

Dataverwerking

Na ontvangst van de ingevulde dagboekjes zijn alle gegevens voor zover nodig ingevoerd, gecodeerd en

overgezet naar het analyseprogramma SPSS. Met behulp van de gecodeerde data zijn statistische

overzichten gemaakt: het aantal contacten per dag, de gemiddelde tijdsbesteding aan verschillende

activiteiten en de meest voorkomende thematieken. Op basis van de kwantitatieve analyse is een concreet

overzicht ontstaan van de werkwijze van de Ouder- en Kindteams, zijn er mogelijke ontwikkel- en

verbeterpunten naar voren gekomen en werd zichtbaar hoe de teams zich ontwikkelen.

Anonimiteit

De dagboekjes zijn anoniem verwerkt, wat inhoudt dat gegevens niet gekoppeld kunnen worden aan

medewerkers. Er wordt zodanig gerapporteerd dat de resultaten niet zijn te herleiden naar individuele (of

kleine groepen) medewerkers. Dit is in de eerste plaats om de medewerkers de vrijheid te geven eerlijk

antwoord te geven op de vragen in de evaluatie om zo te voorkomen dat er sociaal wenselijke antwoorden

gegeven worden.

Page 7: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

7

Resultaten

Onderzoekspopulatie en respons In totaal zijn er 594 medewerkers van de Ouder- en Kindteams aangeschreven om deel te nemen aan het

onderzoek. Het aantal geretourneerde, ingevulde dagboekjes bedraagt 393 stuks. Dit betekent dat 66

procent van de werkzame medewerkers het dagboekje heeft ingevuld.

Om een realistisch beeld te krijgen van de werkwijze van de teams, zijn de toegewezen evaluatiedagen voor

alle medewerkers over twee weken verspreid, met een extra uitloop van één week. Uit analyse bleek dat het

aantal ingevulde dagboekjes gelijkmatig verdeeld is over de verschillende dagen.

De Ouder- en Kindteams bestaan uit diverse generalisten en specialisten om die in de wijken en advies en ondersteuning te bieden aan ouders en kinderen. Dit zijn jeugdartsen, jeugdpsychologen en ouder- en kindadviseurs (met een jeugdverpleegkundige- of jeugdhulpachtergrond). In onderstaand schema staat per functie vermeld wat de respons is.

Tabel 1. Respons per functie

Functie Respons

aantal

Totaal per functie Percentage per functie

Jeugdarts 36 93 38,7

Jeugdpsycholoog 53 75 70,7

OKA JGZ 99 125 79,2

OKA jeugdhulp 205 301 68,3

Totaal 393 594

Uit het schema blijkt dat meer dan drie kwart (304) van de ingevulde dagboekjes afkomstig is van een ouder-

en kindadviseur. Dit komt neer op 77 % van het totaal.

Page 8: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

8

Activiteiten

Aan de medewerkers is gevraagd om in het dagboekje elke activiteit op te geven die ze die dag hebben

uitgevoerd. Om een wirwar aan activiteiten te voorkomen, zijn hierbij 9 keuzeopties gegeven, namelijk:

Cliëntcontact 1. Korte contacten met cliënten (voorlichting, informatie & advies, vaccineren, screenings, preventief

gezondheidsonderzoek, spreekuren, emailcontact, contacten met het netwerk van cliënten) 2. Langdurige trajecten voor cliënten (meervoudige contacten, contacten met een procesmatig

karakter) 3. Trainingen & themabijeenkomsten voor cliënten (Triple P, competentietraining, voorlichting over

opvoeden en opgroeien)

Cliëntgebonden activiteit 4. Verwijzingen & beschikkingen (overleg met verwijsteam en PGB team, verplicht multidisciplinair

overleg voorafgaand aan verwijzing en beschikking, herindiceren) 5. Cliëntgerelateerde voorbereiding & registratie (opzoeken, vermelden of wijzigen van

cliëntgegevens in RIS, KIDOS et cetera, inlezen problematiek/dossier van cliënt, nabellen cliënt) 6. Cliëntgerelateerde contacten met professionals binnen eigen team (gericht op specifieke

cliënt(en): bespreken situatie cliënt, casuïstiekbespreking, informatie inwinnen over cliënt, emailcontact)

7. Cliëntgerelateerde contacten met professionals buiten eigen team (gericht op specifieke cliënt(en): informatie en advies, netwerkopbouw, verkennen ondersteuningsmogelijkheden voor specifieke cliënt, emailcontact)

Indirecte tijd 8. Niet cliënt gerelateerd relatiebeheer/netwerken/professionaliseren (verkennen

ondersteuningsaanbod in buurt, een kennismakingsbezoek aan een huisarts of voetbalclub, opdoen van professionele kennis, zoals bv. een bijeenkomst over een relevant thema)

9. Overige indirecte tijd (niet cliënt gerelateerd: pauze, opruimen, wachten op afspraak, algemeen teamoverleg, reistijd, reserveren ruimtes, organisatie)

In totaal zijn er 3502 activiteiten opgegeven door alle medewerkers. Op basis van de verkregen informatie is

vastgesteld wat de gemiddelde duur van iedere activiteit is, hoe vaak een activiteit voorkomt in het

algemeen, en hoe vaak een activiteit voorkomt per functie.

In onderstaand schema is weergeven hoeveel van de totale werkduur besteed wordt aan elke activiteit.

Page 9: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

9

Figuur 2. Duur van alle activiteiten in uren

Uit de weergeven informatie blijkt dat de meeste tijd besteed is aan: 1. korte contacten met cliënten, 2.

langdurige trajecten voor cliënten, 5. cliënt gerelateerd voorbereiding en registratie en 8.

relatiebeheer/netwerken/professionaliseren.

Activiteit 8 (relatiebeheer/netwerken/professionaliseren), neemt relatief veel tijd in beslag per keer (een uur

en een kwartier), waardoor een grote hoeveelheid van de totale werkduur hieraan besteedt wordt. Dit geldt

ook voor bijvoorbeeld activiteit 2 (langdurige trajecten), die per keer gemiddeld 53 minuten kost.

Uit de gegevens blijkt verder dat er in totaal meer tijd gaat zitten in cliënt gerelateerd contact met

professionals buiten het eigen Ouder- en Kindteam dan met professionals binnen het eigen team.

0

100

200

300

400

500

600

700

800

Page 10: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

10

De gemiddelde tijdsduur van een activiteit is 48 minuten. De activiteiten ‘Trainingen & themabijeenkomsten’ en ‘relatiebeheer/netwerken/professionaliseren’ duren aanzienlijk langer dan de gemiddelde tijdsduur. De kortst durende activiteit is ‘korte contacten met cliënten’, deze categorie bestaat onder andere uit: korte gesprekjes op de gang, spreekuren, een vraag van een ouder beantwoorden, een leerling aanspreken, et cetera. In het volgende schema is de gemiddelde duur van ieder activiteit vermeld:

Tabel 2. Gemiddelde duur van de activiteiten1

Activiteiten Gemiddelde duur

1. Korte contacten 0:402

2. Langdurige trajecten 0:53

3. Trainingen & themabijeenkomsten 1:28

4. Verwijzingen & beschikkingen 0:48

5. Voorbereiding & registratie 0:43

6. Contact binnen eigen team 0:46

7. Contacten buiten eigen team 0:42

8. Relatiebeheer/netwerken/professionaliseren 1:17

9. Overige indirecte tijd 0:44

Gemiddelde tijdsduur 0:48

Standaard deviatie. = 3 min. Min= 0 min. Max=12 uur3

Preventief en niet-preventief Om de verhouding tussen preventieve en niet preventieve activiteiten te kunnen bepalen, is gekeken naar

de tijd die wordt besteed aan direct cliëntcontact. Hierbij zijn de activiteiten als volgt ingedeeld: korte

contacten met cliënten (activiteit 1) en trainingen & themabijeenkomsten (activiteit 7) zijn als preventief

meegenomen en langdurige trajecten als niet-preventieve activiteiten. Het percentage preventieve

activiteiten blijkt 75 procent van het totaal aantal directe activiteiten te zijn, wat neerkomt op ongeveer 70

procent van de duur van alle directe activiteiten samen.

1 De gemiddelde duur ligt over het algemeen hoger dan in het onderzoek van april. Dit kan verklaard worden

doordat een aantal medewerkers meerdere losse activiteiten als één activiteit geregistreerd hebben. Dit is

voornamelijk het geval bij ‘korte contacten met cliënten’ (spreekuren), ‘verwijzingen en beschikkingen’,

‘voorbereiding en registratie’ en ‘overige indirecte tijd’.

2 De gemiddelde duur van de “korte contacten” van OKA’s JGZ is 42 minuten. Echter, in totaal zijn er 77 “korte

contacten” opgegeven door de OKA’s JGZ die langer duurden dan een uur. Dit duidt op clustering: het zou goed

kunnen dat veel van deze 77 “korte activiteiten” spreekuren betroffen die als één activiteit opgeschreven zijn. Dit

zou het hoge gemiddelde van 42 minuten kunnen verklaren.

3 Het maximum van 12 uur kan verklaard worden doordat een aantal medewerkers een hele dag één activiteit

hebben gedaan, bijvoorbeeld een netwerkbijeenkomst of training. Dit is echter bij een zeer klein percentage het

geval, waardoor de hoge max weinig invloed heeft op de gemiddelden.

Page 11: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

11

In onderstaande figuren is de verhouding tussen preventieve en niet-preventieve activiteiten weergegeven

in duur van de activiteiten. Uit figuur 3a blijkt bijvoorbeeld dat 72 procent van de duur van alle directe

activiteiten samen van preventieve aard is. Vervolgens is deze verhouding weergeven per functiegroep.

Figuur 3a. Preventief vs. niet-preventief (duur van alle directe activiteiten)

Figuur 3b. Ouder- en kindadviseur JGZ Figuur 3c. Ouder- en kindadvseur jeugdhulp

72%

28%

Preventief

Niet preventief

86%

14%

Preventief

Niet preventief

65%

35%

Preventief

Niet preventief

Page 12: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

12

Figuur 3d. Jeugdpsycholoog Figuur 3e. Jeugdarts

Cliëntcontact, cliëntgebonden activiteiten en indirecte tijd De verschillende soorten activiteiten zijn ook verdeeld over drie type activiteiten;

Cliëntcontact; tijd die direct wordt besteed aan cliënten (denk hierbij aan Preventief Gezondheid

Onderzoek, voorlichting, een gesprekje op de gang met een bezorgde moeder)

Cliëntgebonden tijd; tijd besteed aan activiteiten rondom cliënten (bijvoorbeeld verwijzingen

doorgeven, registratie in Kidos of RIS, overleg met collega’s over een cliënt)

Indirecte tijd; alle tijd die wordt besteed aan niet-cliëntgebonden activiteiten (pauze, opstarten

computer, reistijd, overleg over zaken niet die niet met cliënten samenhangen, planning, deel van

de administratie, etc)

De verhouding tussen de tijd die aan deze drie type activiteiten wordt besteed is hieronder in figuur 4a

weergeven.

Figuur 4a. Verhouding cliëntcontact, cliëntgebonden en indirecte tijd

43%

32%

25%

Direct cliëntcontact

Cliëntgebonden tijd

Indirecte tijd

52%

48% Preventief

Niet preventief

88%

12%

Preventief

Nietpreventief

Page 13: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

13

Ook kan deze worden bekeken voor de wijkteams en de VO- en MBO-teams afzonderlijk.

Figuur 4b. Verhouding cliëntcontact, cliëntgebonden en indirecte tijd bij wijkteams

Figuur 4c. Verhouding cliëntcontact, cliëntgebonden en indirecte tijd bij VO- en MBO- teams

Te zien is dat de VO- en MBO teams een vergelijkbare verdeling van tijd hebben met de wijkteams, het

percentage cliëntcontact ligt bij beide rond de 45% van de tijd.

De drie type activiteiten zijn samengesteld uit de 9 categorieën waarbij de volgende indeling is gebruikt:

Cliëntcontact; korte cliëntcontacten, langdurige trajecten en trainingen voor cliënten

Cliëntgebonden; verwijzingen en beschikkingen, voorbereiding en registratie, contact binnen eigen

team en contact buiten eigen team

Indirecte tijd; relatiebeheer en overige indirecte tijd

43%

32%

25%

Direct cliëntcontact

Cliëntgebonden tijd

Indirecte tijd

45%

29%

26%

Direct cliëntcontact

Cliëntgebonden tijd

Indirecte tijd

Page 14: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

14

Tot slot is in figuur 5 te zien hoe de tijdsverdeling eruit ziet voor de verschillende functietypen (van links naar

rechts: jeugdarts, jeugdpsycholoog, Ouder- en kindadviseur jeugdhulp en Ouder- en kindadviseur JGZ).

Figuur 5. Verhouding cliëntcontact, cliëntgebonden en indirecte tijd per functie

Jeugdarts Jeugdpsycholoog

Ouder- en kindadviseur jeugdhulp Ouder- en kindadviseur JGZ

52%28%

20%Directcliëntcontact

Cliëntgebondentijd

Indirecte tijd

45%

30%

25%

Directcliëntcontact

Cliëntgebondentijd

Indirecte tijd

43%

31%

26%

Directcliëntcontact

Cliëntgebondentijd

Indirecte tijd

29%

43%

28%

Directcliëntcontact

Cliëntgebondentijd

Indirecte tijd

Page 15: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

15

In figuur 6 is te zien hoe de totale tijd verdeeld wordt over de 9 activiteiten. Hierbij zijn in rood de cliëntcontacten, in blauw de cliëntgebonden tijd en in groen de indirecte tijd weergegeven.

Figuur 6. Drie type activiteiten, uitgesplitst naar de 9 activiteiten, in percentage van totale duur

24%

12%

7%

3%12%

7%

9%

15%

11%

1. Korte contacten

2. Langdurige trajecten

3. Trainingen &themabijeenkomsten

4. Verwijzingen &beschikkingen

5. Voorbereiding &registratie

6. Contact binnen eigenteam

7. Contacten met buiteneigen team

8.Relatiebeheer/netwerken/professionaliseren9. Overige indirecte tijd

Page 16: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

16

Bereikte doelgroep

De doelgroep die het vaakst bereikt wordt door de wijkteams is de groep kinderen van basisschoolleeftijd

(vier tot twaalf jaar). Daarnaast worden ook veel kinderen gezien in de leeftijd van nul tot vier jaar (de baby-

peuter leeftijd) en in de middelbare school leeftijd van twaalf tot achttien jaar. Dit is redelijk in verhouding

met het aantal kinderen dat in die leeftijdsgroep in Amsterdam rondloopt, te zien in tabel 3.

Jong volwassenen (18-23 jaar) en volwassenen (24+) worden relatief weinig bereikt. De VO- en MBO-teams

bereiken, logischerwijs voornamelijk twaalf tot achttienjarigen. Een kanttekening die hierbij gemaakt moet

worden, is dat de bereikte doelgroep erg verschilt per functie; de ouder- en kindadviseurs JGZ zien relatief

veel 0-4 jarigen, terwijl het percentage bij de ouder- en kindadviseur jeugdhulp voor deze leeftijdsgroep een

stuk lager ligt.

Belangrijk om te vermelden is dat de kolom ‘leeftijd van cliënt’ betrekking had op de leeftijd van de cliënt:

indien een ouder gesproken is over een kind, is de leeftijd van het betreffende kind ingevuld. In een enkel

geval is de leeftijd van de ouder ingevuld indien het gesprek betrekking had op de ouder.

In figuur 7a tot en met 7c is de bereikte doelgroep uitgesplitst voor alle teams en de VO- en MBO teams en

wijkteams apart. In figuur 7d tot en met 7g is vervolgens hetzelfde weergeven, maar dan per functiegroep

apart.

Figuur 7a. Bereikte doelgroep alle teams

24%

46%

24%

5%

1%

Baby/peuter (0-4 jaar)

Basisschoolleeftijd (4-12jaar)

Middelbare schoolleeftijd (12-18 jaar)

Jong volwassen (18-24jaar)

Volwassen (24+)

Page 17: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

17

Figuur 7b. Bereikte doelgroep bij VO- en MBO-teams

Figuur 7c. Bereikte doelgroep bij wijkteams

Figuur 7d. OKA JGZ Figuur 7e. OKA Jeugdhulp

3%4%

74%

17%

2%Baby/peuter (0-4 jaar)

Basisschoolleeftijd (4-12jaar)

Middelbare schoolleeftijd (12-18 jaar)

Jong volwassen (18-24jaar)

Volwassen (24+)

30%

59%

9%

1% 1%

Baby/peuter (0-4 jaar)

Basisschoolleeftijd (4-12jaar)

Middelbare school leeftijd(12-18 jaar)

Jong volwassen (18-24 jaar)

Volwassen (24+)

43%

32%

21%

3% 1%

Baby/peuter (0-4jaar)

Basisschoolleeftijd (4-12 jaar)

Middelbareschool leeftijd(12-18 jaar)

Jong volwassen(18-24 jaar)

Volwassen (24+)

11%

56%

26%

5% 2%

Baby/peuter (0-4jaar)

Basisschoolleeftijd (4-12 jaar)

Middelbareschool leeftijd(12-18 jaar)Jong volwassen(18-24 jaar)

Volwassen (24+)

Page 18: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

18

Figuur 7f. Jeugdpsycholoog Figuur 7g. Jeugdarts

Tabel 3. Verhouding bereikte doelgroep in verhouding tot totaal in Amsterdam

0-4jr 4-12jr 12-17jr 18-24jr

Bereikte doelgroep4 683 24% 1308 46% 660 24% 136 5%

Totaal in Amsterdam 81548 18% 143344 31% 85102 18% 15362 33%

4 De genoemde aantallen zijn absoluut. De percentages zijn berekend aan de hand van alle activiteiten, dus ook

de activiteiten die betrekking hebben op de doelgroep 24+

10%

58%

25%

7%

0%

Baby/peuter (0-4jaar)

Basisschoolleeftijd(4-12 jaar)

Middelbare schoolleeftijd (12-18 jaar)

Jong volwassen(18-24 jaar)

Volwassen (24+)

48%

27%

19%

5% 1%

Baby/peuter (0-4jaar)

Basisschoolleeftijd (4-12 jaar)

Middelbareschool leeftijd(12-18 jaar)Jong volwassen(18-24 jaar)

Volwassen (24+)

Page 19: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

19

Thema’s Bij elke activiteit kon in het onderzoek worden aangegeven op welk thema de activiteit betrekking had. Deze optie heeft 12 categorieën waaruit gekozen kon worden, voortgekomen uit een lijst van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI), en zijn aangepast in de formulering door de onderzoekers. Er zijn in totaal 2934 thema’s aangegeven. Hieronder staan de thema’s waaruit kon worden gekozen weergegeven. Schoolgerelateerd

1. Schoolgerelateerd (schoolprestaties, leerachterstand, schoolkeuzes, schoolverzuim, voortijdig schoolverlaten)

Lichaam & leefstijl

2. Lichamelijk ontwikkeling & gezondheid (groei, spraaktaal, motoriek, zintuigen) 3. Leefstijl (voeding, sport, overgewicht, slaapproblematiek, gamen/computergebruik)

Gedrag

4. Gedragsgerelateerd (van gewoon lastig/druk gedrag tot ernstige gedragsstoornis en delinquentie) Sociaal/emotioneel/relationeel

5. Emotionele ontwikkeling (angst, somberheid, depressie) 6. Sociale ontwikkeling (van sociaal onhandig tot autisme) 7. Relationele sfeer (scheiding, loverboys, familieconflict, conflict met leeftijdsgenoten)

Opvoeding

8. Opvoeding (van opvoedingsonzekerheden tot aan ernstige opvoedproblemen) Overig

9. Werk gerelateerd (werkloosheid, werkstress, kinderopvang) 10. Geweld binnen huiselijke kring (van pedagogische tik tot fysieke en psychische kindermishandeling) 11. Geweld buiten huiselijke kring (zinloos geweld, pesten, fysieke en/of psychische mishandeling) 12. Overig (financiën, wonen, middelengebruik, seksueel gedrag, zwangerschap)

In figuur 8a is te zien dat de medewerkers van de Ouder- en Kindteams zich voornamelijk bezig houden met

thema’s rond lichamelijke en emotionele ontwikkeling, gedrag en school. Thema’s rond leefstijl, geweld en

gerelateerd aan de relationele sfeer werden weinig aangekruist.

Page 20: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

20

Figuur 8a. Aantal activiteiten per thema in percentages (N=2934)

Bovenstaande is ook geanalyseerd specifiek per functie. In figuren 8b t/m 8e is te zien met welke thema’s de

jeugdartsen, jeugdpsychologen, ouder- en kindadviseur jeugdhulp en ouder- en kindadviseurs JGZ zich

bezighouden. Jeugdartsen en ouder- en kindadviseurs JGZ (verpleegkundigen) zijn, logischerwijs, het vaakst

bezig met lichamelijke ontwikkeling en gezondheid, waar jeugdpsychologen en ouder- en kindadviseurs

jeugdhulp voornamelijk bezig zijn met gedragsgerelateerde thema’s en emotionele ontwikkeling.

Figuur 8b. Jeugdarts (N=344)

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

0%

5%

10%

15%

20%

25%

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Page 21: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

21

Figuur 8c. Jeugdpsycholoog (N=388)

Figuur 8d. Ouder- en kindadviseurs Jeugdhulp (N=1410)

Figuur 8e. Ouder- en kindadviseurs JGZ (N=792)

0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

0%

2%

4%

6%

8%

10%

12%

14%

16%

18%

20%

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

45%

50%

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Page 22: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

22

In onderstaande tabel zijn de thema’s ook weergeven voor de verschillende leeftijdscategorieën. Per leeftijdscategorie is door middel van een ‘heat map’ aangegeven waar de zwaartepunten in de thema’s liggen. Per leeftijdscategorie tellen de percentages op tot 100%.

Tabel 4. Thema’s per leeftijdscategorie

Leeftijd 0-4 jr 4-12 jr 12-18 jr 18-24 jr 24+ NVT Thema

Emotionele ontw. 4% 15% 19% 28% 9% 0%

Gedragsgerelateerd 6% 20% 16% 10% 6% 2%

Geweld binnen 1% 3% 4% 3% 0% 4%

Geweld buiten 0% 0% 0% 3% 3% 1%

Leefstijl 1% 2% 3% 2% 3% 0%

Lichamelijk 58% 12% 14% 6% 3% 1%

Opvoeding 15% 12% 8% 1% 26% 1%

Overig 6% 8% 5% 15% 21% 36%

Relationeel 2% 3% 4% 4% 3% 0%

Schoolgerelateerd 1% 15% 18% 24% 12% 9% Sociale ontwikkeling 3% 6% 5% 2% 3% 0%

Werkgerelateerd 3% 3% 3% 2% 12% 45%

Eindtotaal 100% 100% 100% 100% 100% 100%

De belangrijkste thema’s per leeftijdscategorie zijn:

- Baby/peuter: lichamelijke ontwikkeling (58%) en opvoeding (15%)

- 4-12 jarigen: gedrags (20%)- en schoolgerelateerde (15%) thema’s en emotionele ontwikkeling

(15%)

- 12-18 jarigen: emotionele (19%) en lichamelijke ontwikkeling (14%), gedragsgerelateerde (16%) en

schoolgerelateerde (18%) thema’s

- Jongvolwassenen: emotionele ontwikkeling (28%) en schoolgerelateerde thema’s (24%)

- Volwassenen: opvoeding (26%).

Er is ook gekeken welke thema’s vaak voorkomen bij de verschillende activiteiten. Binnen de activiteit contact met professional(s) binnen het eigen team zijn voornamelijk gedragsgerelateerde (17%) en schoolgerelateerde (14%) thema’s en thema’s rond emotionele ontwikkeling (16%) aangegeven. Contact met professionals buiten het eigen team gingen voornamelijk over gedragsgerelateerde (22%) en schoolgerelateerde thema’s (21%). Voorbereiding en registratie werd het meest aangekruist bij thema’s rond lichamelijke ontwikkeling (17%), terwijl trainingen en themabijeenkomsten voor cliënten met name betrekking hadden op gedragsgerelateerde thema’s (33%) en sociale ontwikkeling (18%). Korte contacten met cliënten gingen vooral over lichamelijke ontwikkeling (42%) en langdurige trajecten over emotionele ontwikkeling (23%). Tot slot zijn bij de activiteit verwijzingen en beschikkingen voornamelijk gedragsgerelateerde thema’s (28%) en lichamelijke ontwikkeling (23%) aangegeven.

In tabel 5 staan ten slotte ter overzicht de 12 thema’s voor de activiteiten ‘korte contacten’, langdurige

trajecten’, ‘ verwijzingen’ en ‘trainingen’ weergeven. De percentages zijn als heat map gekleurd net als bij

tabel 4.

Page 23: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

23

Tabel 5. Thema’s per activiteit

Activiteit

Thema Korte contacten

Langdurige trajecten Verwijzingen Trainingen

Emotionele ontwikkeling 11% 23% 14% 13%

Gedragsgerelateerd 9% 17% 26% 33%

Geweld binnen huiselijke kring 1% 6% 3% 1%

Geweld buiten huiselijke kring 0% 1% 0% 0%

Leefstijl 2% 2% 2% 2% Lichamelijk ontwikkeling en gezondheid 42% 10% 22% 2%

Niet van toepassing 1% 1% 7% 1%

Opvoeding 10% 14% 11% 19%

Overig 7% 3% 5% 2%

Relationele sfeer 2% 7% 3% 1%

Schoolgerelateerd 10% 10% 3% 6%

Sociale ontwikkeling 3% 6% 4% 18%

Werkgerelateerd 0% 1% 1% 3%

100% 100% 100% 100%

Veiligheid

Van het totaal aantal activiteiten hebben er 91 betrekking op het thema geweld (thema 10 & 11): 3 procent.

Van de 380 aangegeven langdurige trajecten zijn dit er 23. Dit komt neer op zes procent. Bovenstaande

houdt dus in dat per dag 91 activiteiten betrekking hebben op het thema geweld. Van alle activiteiten

omtrent het thema geweld was er per dag 16 keer contact met JBRA en 16 keer met Veilig Thuis.

De meeste activiteiten die betrekking hebben op veiligheid zijn met kinderen in de leeftijdsgroep van de

basisschoolleeftijd (43 procent) en middelbare schoolleeftijd (26 procent). Het zijn voornamelijk de ouder-

en kindadviseur jeugdhulp die zich bezig houden met deze thematiek (63 procent), gevolgd door de

jeugdpsychologen (19 procent).

Doelgroep 0-4 jarigen

Van de 2771 directe cliënt contacten en cliëntgebonden contacten gaan er 647 over 0-4 jarigen. Dit komt

neer op 23 procent. De helft van deze activiteiten zijn aangegeven door ouder- en kindadviseurs JGZ,

namelijk 50 procent (324 activiteiten). De contacten hebben voornamelijk betrekking op lichamelijke

ontwikkeling (58%) en opvoeding (15%).

49 % van de directe en cliëntgebonden contacten van jeugdartsen zijn 0-4 jarigen. Bij de ouder- en

kindadviseurs JGZ is dit 42 %. Ouder- en kindadviseurs jeugdhulp en jeugdpsychologen zien relatief gezien

weinig 0-4 jarigen, namelijk 10 procent van de contacten bij ouder- en kindadviseurs jeugdhulp en 9 procent

van de contacten bij jeugdpsychologen.

Bij activiteiten die betrekking hebben op 0-4 jarigen is er per dag 27 keer contact met een kinderdagverblijf

of voorschool geweest.

Page 24: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

24

Contacten Er is bij de activiteiten in de dagboekjes ook aangegeven met wie er contact heeft plaatsgevonden. Hierbij

kon gekozen worden uit 14 verschillende opties. Ook was het mogelijk om meerdere opties aan te kruisen. In

totaal zijn er bij 2588 van de 3502 activiteiten contacten vermeld, wat neerkomt op iets meer dan 70%. Dit

betekent dat meer dan 70% van de activiteiten plaats vindt met andere personen.

De opties waaruit gekozen kon worden zijn hieronder weergeven.5

binnen eigen team

1. Ouder- en kindadviseurs JGZ

2. Ouder- en kindadviseurs jeugdhulp

3. Jeugdarts

4. Jeugdpsycholoog

buiten eigen team

5. Specialisten jeugdhulp, GGZ, LVB

6. LVB

7. JBRA, Veilig Thuis

8. Medisch circuit: huisarts, medische specialist

9. School circuit: leraar, schooldirecteur, IB-er

10. Kinderdagverblijf of voorschool

11. Samen DOEN

12. Overige netwerkpartners in de wijk

rondom gezin

13. Ouder(s)/kind(eren)

14. Overig

Cliëntcontact Medewerkers van het Ouder- en Kindteam besteden gemiddeld 43 % van hun tijd aan directe

cliëntcontacten (zie ook pagina 12). Dat is op een werkdag van 8 uur gemiddeld 3 uur en 27 minuten. In die

tijd hebben ze gemiddeld 4 cliëntcontacten. Een cliëntcontact is meestal een contact met een ouder, een

kind of met meerdere gezinsleden. Sommige cliëntcontacten – zoals trainingen – zijn met een groep

cliënten. Per functiegroep is er een verschil in het percentage van de tijd dat besteed wordt aan directe

cliëntcontacten en in het gemiddeld aantal cliëntcontacten per dag.

5 De respons van jeugdartsen was met 30% aan de lage kant. De resultaten met betrekking tot deze functie zijn dus

minder betrouwbaar.

Page 25: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

25

Jeugdartsen besteden gemiddeld 45% van hun totale tijd aan direct cliëntcontact. Binnen deze tijd zien zij

iets meer dan 5 verschillende cliënten. Jeugdpsychologen besteden 29% van hun tijd aan direct

cliëntcontact, waarbij ze tussen de 2 en 3 verschillende cliënten per dag zien. De ouder- en kindadviseurs

JGZ, die per dag gemiddeld de helft van de tijd besteden aan directe cliëntcontacten, zien gemiddeld iets

meer dan 5 verschillende cliënten per dag. Tot slot de ouder- en kindadviseurs jeugdhulp. Zij besteden 43%

van hun tijd aan direct cliëntcontact, waarbij ze tussen de 3 en 4 cliënten per dag zien.

Tabel 6. Cliëntcontact per functie

Functie

% Directe tijd Totaal aantal directe contacten

Totaal aantal functionarissen

Gemiddeld aantal contacten per persoon per dag

Jeugdarts 45,2 187 36 5,2

Jeugdpsycholoog 28,6 136 53 2,6

OKA JGZ 51,6 504 99 5,1

OKA Jeugdhulp 42,6 712 205 3,5

Contacten binnen eigen team Medewerkers van het Ouder- en Kindteam spreken elkaar vaak. Onderstaande tabel geeft inzicht in wie zij voornamelijk spreken en hoe vaak per dag. Hierbij is allereerst in van licht naar donker rood te zien welke functiegroep het vaakst gesproken wordt, waarna vervolgens het gemiddeld aantal contacten per dag per functionaris is weergeven. Jeugdartsen hebben 35 keer per dag contact met andere jeugdartsen en 34 keer met ouder- en kindadviseurs JGZ Dit betekent dat iedere jeugdarts per dag gemiddeld 1 keer een ouder- en kindadviseur JGZ spreekt en 1 keer een jeugdarts. Jeugdpsychologen hebben voornamelijk contact met ouder- en kindadviseur jeugdhulp, namelijk gemiddeld 102 keer per dag. Iedere ouder- en kindadviseur jeugdhulp spreekt per dag gemiddeld 2 andere ouder- en kindadviseurs jeugdhulp. Ouder- en kindadviseurs JGZ hebben vooral contact met collega ouder- en kindadviseurs JGZ; 193 keer per dag. Dit houdt in dat ouder- en kindadviseurs JGZ per dag gemiddeld 2 collega ouder- en kindadviseurs JGZ spreken. Ouder- en kindadviseurs jeugdhulp hebben ten slotte vooral contact met collega ouder- en kindadviseurs jeugdhulp, 315 keer per dag. Gemiddeld spreekt een ouder- en kindadviseurs jeugdhulp dus tussen de 1 à 2 keer per dag met een collega ouder- en kindadviseurs jeugdhulp. Bovenstaande is schematisch weergeven in tabel 7. Tabel 7. Contacten binnen eigen team

Jeugd arts

Per dag6

Jeugd psycholoog

Per dag OKA

JGZ

Per dag OKA

Jeugdhulp

Per dag

OKA JGZ 34 0,94 19 0,36 193 1,95 81 0,40

OKA Jeugdhulp 19 0,53 102 1,93 64 0,65 315 1,54

Jeugdarts 35 0,97 17 0,32 63 0,64 39 0,19

Jeugdpsycholoog 14 0,39 55 1,04 23 0,23 88 0,43

6 Het gemiddeld aantal contacten per dag is berekend door het totaal aantal contacten per dag te delen door het

aantal functionarissen binnen één functiegroep.

Page 26: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

26

Contacten buiten eigen team De medewerkers van het Ouder- en Kindteam hebben dagelijks 787 keer contact, zowel face-to-face als

telefonisch en per mail, met professionals in de wijk en op school. Elke medewerker heeft dus gemiddeld per

dag contact met twee andere professionals.

Er is vanuit het Ouder- en Kindteam 136 keer per dag contact met iemand van de specialistische hulp. Er is

54 keer contact met JBRA of veilig thuis, 69 keer contact met het medisch circuit en 33 keer met

kinderdagverblijf of voorschool. Jeugdartsen hebben per dag samen 31 keer contact met het medisch circuit

en ook 31 keer met het school circuit. Jeugdpsychologen spreken voornamelijk collega’s van de

specialistische hulp. Ouder- en kindadviseurs JGZ hebben samen 59 keer per dag contact met het

schoolcircuit. Ook de ouder- en kindadviseurs jeugdhulp hebben vooral contact met collega’s binnen het

schoolcircuit, namelijk 227 keer per dag.

Tabel 8. Contacten buiten eigen team

Totaal Jeugd-

arts Jeugd- psycholoog

OKA JGZ

OKA Jeugdhulp

Specialisten jeugdhulp, GGZ, LVB 136 17 37 19 63

LVB (los genoemd) 24 2 6 3 10

JBRA, Veilig Thuis 54 2 9 13 31

Medisch circuit: huisarts, medische specialist 69 31 2 28 9

School circuit: leraar, schooldirecteur, IB-er 338 31 22 59 227

Kinderdagverblijf of voorschool 33 1 1 10 22

Samen Doen 38 0 14 5 20

Overige netwerkpartners in de wijk 95 9 9 18 60

Page 27: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

27

Gemiddelde dag

In dit hoofdstuk wordt er per functie (ouder- en kindadviseurs jeugdhulp, ouder- en kindadviseurs JGZ,

Jeugdarts en Jeugdpsycholoog) beschreven hoe een gemiddelde dag er uitziet. Dit wordt gedaan op basis

van de dagboekjes; veel voorkomende activiteiten en thema’s zijn hiervoor gebruikt.

Ouder- en kindadviseur jeugdhulp Ouder- en kindadviseurs jeugdhulp besteden gemiddeld 43% van hun tijd aan direct cliëntcontact, waarbij ze

tussen de 3 en 4 cliënten per dag zien. De focus ligt vooral op thema’s in de schoolgerelateerde,

gedragsgerelateerde en opvoedingsgerelateerde sfeer. De meeste activiteiten zijn korte contacten met

cliënten (21% van de activiteiten) en langdurige trajecten voor cliënten (15% van de activiteiten). De

doelgroep die het meest bereikt wordt, is de groep in de basisschoolleeftijd, namelijk in 56% van de

contacten.

Ouder- en kindadviseur JGZ De ouder- en kindadviseurs JGZ, die per dag gemiddeld de helft van de tijd besteden aan directe

cliëntcontacten, zien gemiddeld iets meer dan 5 verschillende cliënten per dag. Ze houden zich voornamelijk

bezig met korte cliëntcontacten (45% van de activiteiten), gevolgd door cliëntgerelateerde voorbereiding &

registratie (13% van de activiteiten). Hierbij is voornamelijk het thema lichamelijke ontwikkeling veel

voorkomend. De doelgroep die het vaakst bereikt wordt, is die van de 0-4 jarigen: 43 procent van de

activiteiten zijn rondom deze doelgroep gecentreerd.

Jeugdarts Jeugdartsen besteden gemiddeld 45% van hun totale tijd aan direct cliëntcontact. Binnen deze tijd zien zij

iets meer dan 5 verschillende cliënten. Ze houden zich voornamelijk bezig met 0 tot 4 jarigen (48% van de

contacten) en dan voornamelijk met korte cliëntcontacten (42% van de activiteiten). Een thema dat

jeugdartsen veel voorbij zien komen, is net als bij verpleegkundigen voornamelijk lichamelijk ontwikkeling

en gezondheid.

Jeugdpsycholoog Jeugdpsychologen besteden 29% van hun tijd aan direct cliëntcontact, waarbij zij tussen de 2 en 3

verschillende cliënten per dag zien. De activiteiten van jeugdpsychologen zijn voornamelijk gericht op

thema’s in de emotionele en school gerelateerde sfeer. De dagen worden voornamelijk gevuld met

cliëntgerelateerde contacten met professionals binnen eigen team (16% van de activiteiten)

cliëntgerelateerde voorbereiding & registratie (18% van de activiteiten) en overige indirecte tijd (17% van de

activiteiten). De jeugdpsychologen bereiken vooral kinderen in de basisschoolleeftijd, namelijk in 58% van

hun activiteiten.

Page 28: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

28

Ontwikkeling Ouder- en Kindteams

Om te zien in hoeverre de Ouder- en Kindteams zich ontwikkelen en in welke richting, wordt in dit hoofdstuk een vergelijking gemaakt tussen de resultaten uit het eerste dagboekjesonderzoek van april 2015 en de tweede van november 2015. Hierbij wordt er allereerst een algemene vergelijking gemaakt, waarna dieper ingegaan wordt op specifieke onderwerpen.

Algemeen Allereerst is het belangrijk om te vermelden dat het aantal mensen dat mee heeft gedaan aan de evaluatie van afgelopen voorjaar en deze evaluatie zo goed als gelijk is, namelijk 411 in april 2015 en 393 in november 2015. Hoewel het dagboekje, op wat aanscherpingen na, inhoudelijk hetzelfde is gebleven, is er ditmaal gekozen voor een digitale versie. Verder is er gekozen voor gesloten vragen, waardoor de antwoordmogelijkheden beperkt zijn gebleven en er beter onderscheid gemaakt kan worden tussen bijvoorbeeld verschillende functies (ouder- en kindadviseur JGZ en ouder- en kindadviseur jeugdhulp zijn bijvoorbeeld nu van elkaar te onderscheiden). Echter zijn door deze veranderingen de twee onderzoeken niet altijd perfect te vergelijkingen.

Activiteiten In het onderzoek van november zijn, in vergelijking met het onderzoek van april, een stuk minder

activiteiten aangegeven, namelijk 3502 nu ten opzichte van 5883 toen. Dit zou verklaard kunnen worden

door de overgang van een schriftelijke naar digitale evaluatie: de medewerkers vullen waarschijnlijk het

papieren dagboekje vaker tussen de bedrijven door in, waarbij de digitale versie waarschijnlijk vaker aan het

eind van een werkdag wordt ingevuld en meerdere verschillende activiteiten wellicht als één activiteit

opgeschreven worden (zoals bijvoorbeeld in het geval van spreekuren). Ook zijn er een aantal categorieën

samengevoegd en of beter gespecificeerd: categorie ‘overig’ valt in de tweede evaluatie onder andere onder

‘overige indirecte tijd’ en ‘e-mail, afspraken en organisatie’ is ondergebracht onder ‘overige indirecte tijd’,

‘korte contacten met cliënten’ en ‘cliëntgerelateerde contacten met professionals binnen en buiten team’.

Totale duur van de activiteiten

Wanneer gekeken wordt naar de totale duur van alle activiteiten, neemt in beide evaluaties de activiteit

‘korte contacten met cliënten’ in totaal het meest tijd in beslag (bijna 600 uur in het voorjaar, en bijna 700 in

het najaar). Voorbereiding en registratie lijkt in totaal minder tijd in beslag te nemen dan afgelopen voorjaar

(iets meer dan 400 uur in het voorjaar en 350 uur in het najaar). Ook gaat er in totaal veel minder tijd naar

langdurige trajecten (500 uur in het voorjaar en bijna 350 uur in het najaar). Hoewel in het voorjaar er nog

ongeveer net zo veel tijd ging zitten in contacten buiten (ongeveer 230 uur) en binnen eigen team (240 uur in

totaal), lijkt er nu minder van de totale tijd te gaan naar contacten binnen eigen team (ongeveer 200 uur) en

meer naar contacten buiten eigen team (ongeveer 270 uur in totaal). Tijd besteed aan relatiebeheer lijkt

haast verdubbeld: van 240 uur naar 410 uur. Echter is het wel belangrijk om hierbij te vermelden dat het zou

kunnen dat medewerkers in de eerste evaluatie netwerken onder de optie ‘overig’ of ‘email’ hebben

geschaard. Tot slot lijkt er meer tijd te gaan naar trainingen voor cliënten: van ongeveer 130 uur naar iets

meer dan 200 uur van de totale tijd (140 trainingen in totaal).

Page 29: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

29

In figuur 9 is de duur van alle activiteiten in uren van beide evaluaties naast elkaar gezet. Categorie ‘overig’,

‘email, afspraken, etc’ en ‘onbekend’ zijn enkel voor evaluatie 1 weergeven. Deze categorieën zijn in het

tweede onderzoek elders ondergebracht.

Figuur 9. Duur van alle activiteiten in uren van totaal

Gemiddelde duur van de activiteiten

Wanneer er gekeken wordt naar de gemiddelde duur per activiteit valt allereerst op dat evaluatie 2 een

hoger gemiddelde scoort dan evaluatie 1 op iedere activiteit. Voor activiteit 1 (korte contacten) kan dit

wellicht verklaard worden doordat in de digitale evaluatie een aantal medewerkers verschillende korte

afspraken onder één noemer hebben geregistreerd, bijvoorbeeld in het geval van een spreekuur. Hetzelfde

geldt voor verwijzingen & beschikkingen en voorbereiding & registratie. De overgang naar een digitale

evaluatie kan invloed gehad hebben op de resultaten. 7 De gemiddelden van beide evaluaties zijn terug te

vinden in tabel 9.

7 De medewerkers vullen waarschijnlijk het papieren dagboekje vaker tussen de bedrijven door in, waarbij de

digitale versie waarschijnlijk vaker aan het eind van een werkdag wordt ingevuld. Dit kan leiden tot clustering van

activiteiten. Het aantal activiteiten langer dan 3 uur is bijvoorbeeld hoger in evaluatie 2 dan in evaluatie 1. Waar in

evaluatie 1 in totaal 20 activiteiten langer duurden dan 3 uur, ligt dit aantal in evaluatie 2 op 61.

0100200300400500600700800

Evaluatie 1 Evaluatie 2

Page 30: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

30

Tabel 9. Gemiddelde duur van de activiteiten

Activiteiten Evaluatie 1 Evaluatie 2

Korte contacten 0:26 0:40

Langdurige trajecten 0:46 0:53

Verwijzingen en beschikkingen 0:36 0:48

Voorbereiding & registratie 0:29 0:43

Contact binnen eigen team 0:35 0:46

Contact buiten eigen team 0:28 0:42

Training & themabijeenkomsten 1:02 1:28

Relatiebeheer 0:59 1:17

Overige indirecte tijd 0:28 0:44

Overig 0:36

E-mail, afspraken, etc. 0:26

Gemiddelde tijdsduur 0:33 0:48

Preventief en niet- preventief

De totale duur van het directe cliëntcontact (korte contacten, langdurige trajecten en trainingen) die

besteed wordt aan preventieve activiteiten (korte contacten en trainingen) lijkt gestegen. Waar eerst nog

59% van de duur aan preventie werd besteed, is dit nu gestegen naar 72%. Deze stijging is waarschijnlijk te

verklaren door een afname van de totale tijd besteed aan langdurige trajecten en een toename van de totale

tijd besteed aan trainingen en korte contacten. De verhoudingen van beide evaluaties zijn te zien in figuur

10, waarbij links de eerste evaluatie weergeven is en rechts evaluatie 2.

Figuur 10. Preventief vs. Niet-preventief (duur van alle directe tijd)

De tijd besteedt aan preventieve activiteiten is ook per functiegroep veranderd. De jeugdpsychologen besteedden in het voorjaar 24% van hun directe tijd aan preventieve activiteiten (25 van de 104 uur), en in het najaar 52% (60 van de 116 uur). De jeugdartsen besteedden in het voorjaar nog 93% van hun directe tijd aan preventieve activiteiten (164 van de 176 uur) en nu 88% (98 van de 111 uur). Ten slotte de ouder- en

59%

41%

Evaluatie 1

Preventief Niet preventief

72%

28%

Evaluatie 2

Preventief Niet preventief

Page 31: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

31

kindadviseurs (JGZ en jeugdhulp samengenomen): in het voorjaar 56% (500 van de 885 uur) en nu 73% (730 van de 1001 uur). 8

Belangrijk om te vermelden is dat in de tweede evaluatie de functies verplicht ingevuld moesten worden, en

er gekozen kon worden uit 4 functies (ouder- en kindadviseur jeugdhulp, ouder- en kindadviseur JGZ,

jeugdpsycholoog of jeugdarts). Echter, in de eerste evaluatie was functie een open vraag, waardoor een

aantal ouder- en kindadviseurs JGZ hebben aangegeven dat ze ouder- en kindadviseur waren en anderen

aangegeven hebben dat ze ouder- en kindadviseurs JGZ waren. Hierdoor viel er geen onderscheid te maken

tussen bijvoorbeeld de verschillende ouder- en kindadviseurs.

Cliëntcontact, cliëntgebonden tijd en indirecte tijd

De verhouding tussen direct cliëntcontact, cliëntgebonden tijd en indirecte tijd lijkt wat te zijn verschoven:

hoewel het percentage van de totale tijd besteed aan cliëntgebonden activiteiten vrijwel gelijk gebleven is

(ongeveer 33 procent) is de directe cliëntcontact tijd toegenomen (van 38% naar 43%) en de indirecte tijd

afgenomen (van 29% naar 25%). Wanneer gekeken wordt naar alleen de wijkteams, is ook de directe tijd

toegenomen (van 37% naar 43%) en de indirecte tijd afgenomen (van 30% naar 25%). Bij de VO- en MBO

teams lijkt weinig veranderd: de verhoudingen zijn vrijwel gelijk. Figuur 11. Verhouding cliëntcontact, cliëntgebonden tijd en indirecte tijd (in duur)

Bereikte doelgroep Wanneer er gekeken wordt naar de doelgroep die bereikt wordt door alle teams gezamenlijk, zijn er geen

grote verschillen te zien tussen de twee evaluaties. Belangrijk om te vermelden echter is dat in de digitale

evaluatie de doelgroep verplicht ingevuld moest worden, terwijl dat in de schriftelijke versie nog niet

mogelijk was. Hierdoor weten we in de tweede evaluatie van 3502 activiteiten de doelgroep (waarvan 678

niet van toepassing/onbekend) en in de eerste evaluatie van de 5883 activiteiten 4716: 80 procent.

0-4 jarigen worden iets minder vaak bereikt (32 % van het totaal in het voorjaar en 24% in het najaar) en 4-

12 jarigen iets meer (42% in het voorjaar, 46% in het najaar), net al 12-17 jarigen (19% in het voorjaar, 24 % in

het najaar). De VO- en MBO-teams lijken minder 12-17 jarigen te bereiken (83% in het voorjaar, 74% in het

najaar), maar meer jongvolwassenen (14% in het voorjaar, 17% in het najaar). De wijkteams bereiken nog

8 Aantal deelnemers per evaluatie: 268 ouder- en kindadviseurs, 51 jeugdartsen en 56 jeugdpsychologen in de

eerste evaluatie en 304 ouder- en kindadviseurs (99 ouder- en kindadviseurs JGZ en 205 ouder- en

kindadviseurs jeugdhulp), 36 jeugdartsen en 53 jeugdpsychologen in de tweede evaluatie.

38%

33%

29%

Directcliëntcontact

Cliëntgebondentijd

Indirecte tijd

43%

32%

25%

Directcliëntcontact

Cliëntgebondentijd

Indirecte tijd

Page 32: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

32

steeds voornamelijk 4-12 jarigen (50% in het voorjaar, 59% in het najaar), gevolgd door 0-4 jarigen (38% in

het voorjaar, 30 % in het najaar)9.

Doelgroep per functie

De ouder- en kindadviseurs lijken relatief meer 4-12 jarigen te bereiken dan in de eerste evaluatie (47% van

de contacten nu, en 21% van de contacten toen) en minder 0-4 jarigen (23% van de contacten nu en 34%

van de contacten toen). Jeugdpsychologen bereiken nog steeds voornamelijk 4-12 jarigen, maar dit aantal is

wel gedaald (58% van de contacten nu en 84% van de contacten toen). De jeugdartsen bereiken tot slot

bijna dezelfde doelgroep als bleek uit de eerste evaluatie: voornamelijk 0-4 jarigen (48% nu en 44% toen),

gevolgd door 4-12 jarigen (27% nu en 27 % toen). Er is wel een lichte daling te zien in het aantal contacten

met 12-18 jarigen: eerst 25% van de contacten en nu 19%.

In figuur 12 is bovenstaande grafisch weergeven. Figuur 12. Bereikte doelgroep (van links naar rechts: ouder- en kindadviseurs, jeugdpsychologen & jeugdartsen)

(in rood evaluatie 1, in roze evaluatie 2)

Thema’s Hoewel in het dagboekje van afgelopen voorjaar gekozen kon worden uit 17 verschillende thema’s en er

meerdere thema’s gekozen konden worden, is er dit keer voor gekozen om het overzichtelijker te houden:

weinig voorkomende thema’s zijn samengenomen (financiën, wonen, middelengebruik, seksueel gedrag en

zwangerschap) en de thema’s zijn beter gegroepeerd. Ook was het ditmaal niet meer mogelijk om meerdere

thema’s te selecteren.

De medewerkers van de Ouder- en Kindteams hielden zich in het voorjaar vooral bezig met

schoolgerelateerde, lichamelijke en opvoedingsgerelateerde thema’s, en dit is in het najaar weinig

veranderd. Thema’s rond geweld worden relatief nog steeds weinig aangekruist.

Thema’s per functie

De thematiek kan ook specifiek bekeken worden per functiegroep. Echter, omdat in de eerste evaluatie

ouder- en kindadviseurs JGZ en ouder- en kindadviseurs jeugdhulp nog niet gescheiden werden, is deze

specifieke uitsplitsing niet zuiver.

9 Met bereik wordt hier het aantal contacten bedoeld, niet het aantal cliënten.

0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

45%

50%

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Page 33: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

33

Jeugdartsen hielden zich in het voorjaar voornamelijk bezig met lichamelijke ontwikkeling. Ook opvoeding

en leefstijl komen regelmatig aan bod. In het najaar is dit teruggebracht naar voornamelijk lichamelijke

ontwikkeling; in maar liefst 60% van de activiteiten wordt dit thema aangegeven. Jeugdpsychologen

werkten voornamelijk rondom thema’s in de sociale, emotionele en relationele sfeer. Dit is weinig

veranderd; echter ligt de nadruk nu op gedragsgerelateerde thematiek en emotionele ontwikkeling.

Thema’s per leeftijdscategorie

Als gekeken wordt naar thema’s per leeftijdscategorie, is er bij de 0-4 jarigen weinig veranderd: lichamelijke

ontwikkeling is nog steeds het belangrijkste thema (50% van alle activiteiten in deze leeftijdsgroep ging in

het voorjaar over lichamelijke ontwikkeling en 58% van de activiteiten in het najaar). In de leeftijdsgroep van

4-12 jarigen is een lichte verschuiving te zien: waar in het voorjaar de nadruk vooral lag op sociale- en

emotionele ontwikkeling (27% van de gevallen) en lichaam en leefstijl (20%), lijkt de nadruk nu te liggen op

gedragsgerelateerde (20%) - en schoolgerelateerde thematiek (15%). In de leeftijdsgroep van 12-18 jarigen

lijkt weinig veranderd te zijn: de aandacht gaat nog steeds vaak naar sociale- en emotionele ontwikkeling en

thema’s in de relationele sfeer en schoolgerelateerde thema’s. Wel is er een stijging te zien van het aantal

activiteiten rondom het thema gedrag, namelijk van 10% tot 16 %. Ook in de leeftijdsgroep van

jongvolwassenen lijkt weinig veranderd: de activiteiten gaan voornamelijk over thema’s rond school en

emotionele ontwikkeling. Wel is door betere specificering van de thema’s het thema ‘overig’ aanzienlijk

minder aangegeven (van 35% van de activiteiten naar 15% van de activiteiten). Tot slot de leeftijdsgroep

volwassenen (24+). Nog altijd gaan ongeveer een kwart van de activiteiten over opvoeding. Wat opvallend

is, is dat in het voorjaar nog 30% van de activiteiten verbonden waren aan het thema sociale- en emotionele

ontwikkeling en relationele sfeer, en in het najaar nog maar 12%. Een groot deel van deze tijd lijkt nu te gaan

naar werk gerelateerde thematiek (12%).

Thema’s per activiteit

Tot slot is er voor de activiteiten ‘korte cliëntcontacten’, ‘langdurige trajecten’, verwijzingen &

beschikkingen’ en ‘trainingen en themabijeenkomsten’ in beide evaluaties gekeken naar welke thema’s vaak

voorkomen. Korte cliëntcontacten zijn in beide evaluaties vooral gecentreerd rondom het thema lichaam en

leefstijl. Langdurige trajecten gingen veelal over sociale en emotionele ontwikkeling en thema’s in de

relationele sfeer, maar lijken daarnaast nu ook gericht te zijn op gedrag en opvoeding. De thematiek die

aangegeven wordt bij verwijzen en beschikken lijkt onveranderd: lichamelijke, sociale en emotionele

ontwikkeling zijn veel aangegeven in beide evaluaties. Tot slot de activiteit trainingen en

themabijeenkomsten: de focus lijkt ietwat verschoven te zijn, van sociale en emotionele ontwikkeling naar

gedragsgerelateerde thematiek.

Contacten In de eerste evaluatie is bij het invullen van de dagboekjes de mogelijkheid gegeven om aan te geven met

wie er contact is geweest bij een activiteit. Echter, omdat deze vrij in te vullen was, is er een grote

verscheidenheid aan antwoorden en combinaties ontstaan. Om hier meer overzicht in te creëren is er bij de

tweede evaluatie gekozen voor een meerkeuzevraag, waarbij meerdere antwoorden aangekruist konden

worden. Door deze verandering is het niet goed mogelijk om de twee evaluaties op dit vlak precies te

vergelijken. Wel is te zien dat er bij beide evaluaties voornamelijk contact is met ouder(s) en/of kind(eren). Er

lijkt per dag iets meer contact te zijn met Samen DOEN (een stijging van 4 keer per dag) en iets meer met

scholen (een stijging van bijna 60 keer per dag). Voorscholen worden minder genoemd, in het voorjaar is er

nog 33 keer per dag contact met hen en nu maar 21 keer.

Page 34: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

34

Conclusie Sinds de start van de decentralisatie van het Jeugdzorgstelsel zijn de Ouder- en Kindteams van de gemeente

Amsterdam volop in ontwikkeling. Dit onderzoek, uitgevoerd in november 2015, geeft inzicht in de

voortgang van deze ontwikkeling door vast te stellen wat de werkwijzen van de Ouder- en Kindteams zijn en

op welke wijze de teams zich ontwikkelen.

Uit de analyse is gebleken dat relatief de meeste tijd gaat zitten in korte contacten met cliënten, langdurige

cliënttrajecten en cliëntgerelateerde voorbereiding en registratie. Van de besteedde tijd is 75% ofwel

cliëntgebonden tijd ofwel cliëntcontact. Daarnaast is 72% van de directe tijd (direct cliëntcontact)

preventief.

De bereikte doelgroep lijkt met name kinderen in de baby/peuter leeftijd (0-4 jaar) en in de

basisschoolleeftijd (4-12 jaar) te zijn bij de wijkteams, bij de VO- en MBO-teams zijn het logischerwijs vooral

de 12-18 jarigen en de jong volwassenen.

De meest veelvoorkomende thema’s zijn de thema’s lichamelijke en emotionele ontwikkeling,

gedragsgerelateerd en schoolgerelateerd.

Wanneer het eerste dagboekjesonderzoek (van april 2015) vergeleken wordt met het tweede

dagboekjesonderzoek, blijkt dat korte cliëntcontacten in beide evaluaties de meeste tijd in beslag nemen en

er veel minder tijd is gaan zitten in langdurige trajecten en voorbereiding & registratie. Tijd besteed aan

relatiebeheer lijkt haast verdubbeld en er gaat meer tijd naar trainingen voor cliënten. Er wordt meer van de

directe tijd besteed aan preventie: van 59% van de tijd naar 72%. Ook wordt er meer tijd besteed aan direct

cliëntcontact en minder aan indirecte activiteiten.

Wanneer er gekeken wordt naar de bereikte doelgroep zijn er geen grote verschillen te zien tussen de twee

evaluaties. Ook lijkt er weinig veranderd te zijn in de thematiek van de activiteiten: schoolgerelateerde,

lichamelijke en opvoedingsgerelateerde thema’s komen het vaakst voor.

Page 35: Ouder- en Kindteams...Ouder- en kindadviseurs werken op scholen, in de buurt en bij gezinnen thuis. Momenteel zijn de Ouder- en Kindteams volop in ontwikkeling om de lokale hulp- en

35

Discussie

Door de overstap van het dagboekjesonderzoek in een papieren versie in de eerste meting naar digitaal

dagboekjesonderzoek zijn er (te verwachten) verschillen ontstaan; de respons op online instrumenten is van

oudsher lager dan bij papieren versies, dat leek ook in dit onderzoek aan de orde. Wel zorgt het digitaal

aanbieden van het instrument voor een lastenverlichting voor de medewerkers. Een ander groot voordeel

was de hoeveelheid invoerwerk die deze omzetting bespaarde voor de onderzoekers.

Tijdens het terugkijken op het eerste onderzoek in april 2015 zijn er een aantal verandering en verbeteringen

doorgevoerd in de categorieën. Een aantal categorieën zijn gesloten vragen geworden in plaats van open

vragen en bij activiteiten zijn categorieën samengevoegd. De optie toelichting is weggelaten in het tweede

onderzoek. Voordelen van deze veranderingen zitten vooral in de analyse (minder open vragen, minder

ambigue categorieën, etc.), het nadeel zit in de vergelijkbaarheid van de tweede meting met de eerste, juist

omdat er voor een aantal wijzigingen in de categorieën is gekozen. Bij een volgende ronde zijn deze

wijzigingen niet of nauwelijks nodig waardoor er een betere vergelijking te maken is.

Bij het eerste onderzoek hebben de onderzoekers veel ondersteuning en hulp gehad van de

managementassistenten van de verschillende ouder- en kindadviseurs, bijvoorbeeld bij het controleren van

de medewerkerslijsten, het verzamelen van de dagboekjes en het navragen in het geval van ontbrekende

dagboekjes. Omdat bij het tweede onderzoek de dagboekjes online waren, was deze ondersteuning niet

meer mogelijk en minder nodig. Een berekening van de responscijfers hangt sterk samen met de correctheid

en compleetheid van het totale medewerkersbestand, deze konden in deze ronde echter niet samen met de

managementassistenten worden gecontroleerd.

In het tweede ronde van het dagboekjesonderzoek kwam de duur van de activiteiten soms aanzienlijk hoger

uit dan in de eerste ronde. Een waarschijnlijke verklaring hiervoor is de kwaliteit van de ingevulde

dagboekjes; vaker zijn activiteiten geclusterd opgegeven door de medewerkers in plaats van elk met een

eigen activiteit. Er werd dus vaker een blok van bijvoorbeeld 2 uur ingevuld met ‘inentingen’ of ‘spreekuur’

dan in de eerste ronde. Een goede toelichting/voorlichting hierover in een volgende ronde zou de

medewerkers hiervoor kunnen waarschuwen.