Kijk op de linie

download Kijk op de linie

of 123

  • date post

    27-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    248
  • download

    13

Embed Size (px)

description

Kijk op de linieop zoek naar de circumvallatielinie uit 1627 rondom Groenlo

Transcript of Kijk op de linie

  • kijk op de linieop zoek naar de circumvallatielinie uit 1627 rondom Groenlo

    Godfried NijsJoep van der Pluijm

  • 4

  • 1kijk op de linieop zoek naar de circumvallatielinie uit 1627 rondom Groenlo

    Godfried Nijs

    Joep van der Pluijm

    Uitgave Stadsmuseum Groenlo

  • 2Uitgave: Stadsmuseum Groenlo

    Auteurs: Godfried NijsJoep van der Pluijm

    Vormgeving: John Ligtenberg Vormgeving

    Druk: Rehms-druck GmbhLandwehr 52, D-46325 Borkenwww.rehmsdruck.de

    CIP gegevens:Nijs, G.A.Th.M.van der Pluijm, J.E.

    Kijk op de linieOp zoek naar de circumvallatielinie rondom Groenlo uit 1627

    Door:Godfried Nijs - Lichtenvoorde Joep van der Pluijm - Groenlo

    Uitgave:Stadsmuseum Groenlo 2008

    ISBN/EAN 978-90-813429-1-9

    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of worden openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, digitalisering of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijketoestemming van de uitgever.

    Colofon

  • 3Inhoud

    VoorwoordDe Tachtigjarige OorlogHet belegeren van een vestingstadGroenlo in de Tachtigjarige OorlogDe belegering van Grol in 1627 Het Staatse leger voor Grol Het garnizoen van Grol De kaart van Bleau De Kwartieren De Linie De Schansen De Engelse Schans De Redoutes De Hoornwerken De verdediging van de tussen de verdedigingswerken liggende linies De Redans De Batterijen De verdubbeling van een deel van de linie De linie voltooid De Ruiterij binnen de linie De Approches Beschieting van de stad De Galerijen Nog twee kampementen Quartier des vivres Aankomst van het Spaanse leger en pogingen om de stad te ontzettenDe overgave van GrolFrederik Hendrik geerdHistorie van het onderzoek naar de ligging van de circumvallatielinieKaarten, fotos en satellietbeelden De 19e eeuwse stafkaarten De luchtfotos De satellietbeelden

    De linie in beeld De zuizijde van de linie De Engelse Schans De Franse Schans De linie tussen de Franse Schans en het Kwartier van Ernst Casimir Het Kwartier van Frederik Hendrik Het Quartier des vivres De westzijde van de linie De Kanonnenweg De linie ten noorden van het Kwartier van Frederik Hendrik Redoute en uitlopers van de Slinge Vermoedelijke ligging van de linie ten noorden van de Ruurloseweg De noordzijde van de linie Het Kwartier van Pinsen Het kampement van Varick De Hollandse Schans De redoute aan de Ruiterweg Het Groot Hoornwerk De dubbele linie De oostzijde van de linie De Schans Altena De redoutes tussen de Schans Altena en de Friese Schans De Friese Schans De linie tussen de Friese Schans en het Kwartier van Ernst Casimir Het Kwartier van Ernst Casimir van Nassau De ApprochesTot slotGeraadpleegde literatuur Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bronnen internet Fotoverantwoording Met dank aan

    567910101112131414151617

    1718181920202223262728

    293133

    3638383839

    41444453 5964687171

    7476

    7882848690949699102102

    104106

    108110116118119120120120120

  • 4

  • 5Voorwoord

    Jan Klaassen was trompetter in het leger van prins Fre-

    derik Hendrik (1584-1647), zo wil de legende en het

    lied van Rob de Nijs. Hij marcheerde met het prinselijk

    leger het land door en hielp mee de Spaanse tirannie te

    verdrijven. In 1627 werd Groenlo veroverd, nadat het

    ruim twintig jaar eerder door Spinola was ingenomen.

    Prins Frederik Hendrik, de kunstminnende stadhou-

    der die de middenweg en het compromis verkoos bo-

    ven het conflict en paleis Noordeinde liet bouwen, was

    een groot strateeg. Hij voerde geen veldslagen, maar

    belegerde en omsingelde. Rond Groenlo wierp hij een

    aarden wal op, isoleerde de vesting volledig en rukte

    vanaf de wal meter voor meter op naar de overwinning.

    Deze strategie paste hij hier voor het eerst toe, en later

    nog vele malen.

    Tien dagen had de prins nodig voor de aanleg van de

    wal, twintig voor de opmars en de inname van Groenlo.

    De verschansing lag op iets meer dan twee kilometer

    afstand van de stad, was vijftien kilometer lang en bood

    bescherming aan een prinselijk leger van zon 20.000

    koppen. Aan Spaanse zijde waren het er niet meer dan

    1350; die hadden geen schijn van kans. De tolerante

    prins bood de vijand de aftocht en liet m zuidwaarts

    vluchten.

    Het grondplan en de geschiedenis van de unieke linie

    rond Groenlo is door de auteurs - de een onderwijzer

    te Lichtenvoorde, de ander bioloog in Groenlo - nu in

    kaart gebracht. Met een grote mate van nauwkeurig-

    heid en na jaren van veldwerk en intensieve studie. Al

    dat werk heeft een fascinerend boek opgeleverd, dat

    uitnodigt tot lezen en een stevige wandeling.

    Ik complimenteer Godfried Nijs en Joep van der Pluijm

    van harte met hun Kijk op de linie. Zij verdienen, geen

    twijfel, de loftrompet.

    Clemens Cornielje

    Commissaris van de Koningin in Gelderland

  • 6De Tachtigjarige Oorlog

    Tussen Spanje en de Nederlanden ontbrandde in de

    tweede helft van de 16de eeuw een oorlog, gebaseerd op

    gebiedsaanspraken en godsdienstige tegenstellingen.

    De Opstand (eerder aangeduid met de Tachtigjarige

    Oorlog) tegen het Spaanse regime over de Nederlanden

    begon in 1568 met de Slag bij Heiligerlee en duurde tot

    de Vrede van Munster in 1648. Aan de kant van de Ne-

    derlanden was Willem van Oranje in het begin leider

    van de opstand. Na zijn gewelddadige dood in 1584

    werd zijn taak overgenomen door zijn toen 17-jarige

    zoon Maurits. Naast het feit dat deze zich tot een groot

    veldheer ontwikkelde genoot hij in heel Europa grote

    bewondering vanwege hervormingen van het Staatse

    leger. In een aantal veldtochten veroverde Maurits een

    aanzienlijk aantal vestingen op de Spanjaarden.

    Slechts n keer rustten de wapens voor langere tijd. In

    1609 sloten de koning van Spanje en de Staten Generaal

    van de Verenigde Nederlanden een wapenstilstand. Dit

    bestand duurde tot 1621.

    Na het overlijden van Maurits op 23 april 1625 volgde

    zijn halfbroer Frederik Hendrik hem op als bevelheb-

    ber van de Staatse troepen. Hij erfde van Maurits de

    titel Prins van Oranje. Veel leden van de Staten Gene-

    raal hadden echter nogal wat bedenkingen wat betreft

    de bekwaamheid als veldheer van Mooi Heintje, zoals

    hij smalend genoemd werd. In 1626 werd Oldenzaal, na

    een belegering van enkele dagen, door zijn neef Ernst

    Casimir van Nassau ingenomen. De belegeringen van

    Hulst en Sas van Gent mislukten echter jammerlijk. De

    kritiek op de nieuwe prins werd hierna openlijker. Men

    verweet hem onder andere een te grote voorzichtig-

    heid en er werd geklaagd over het quade beleyt ende

    versuym binnen het Staatse leger. Nee, 1626 was niet

    bepaald een glorieuze start van de loopbaan van prins

    Frederik Hendrik als opperbevelhebber van het Staatse

    leger. Maar de gebeurtenissen in het daarop volgende

    jaar zouden alle kritiek doen verstommen.

    Aan Spaanse zijde waren in het begin van de Opstand

    de elkaar opvolgende landvoogden bevelhebber van

    het Spaanse leger in de Nederlanden. In 1605 werd de

    Italiaanse bankierszoon Ambrogio Spinola benoemd

    tot opperbevelhebber van dat Spaanse leger. Hij moest

    die functie eind 1627 afstaan aan zijn onderbevelheb-

    ber Hendrik van den Bergh, een volle neef van Frederik

    Hendrik.

    Prins Frederik Hendrik

    (1584-1647).

    Graaf Hendrik van den Bergh

    (1573-1638).

  • 7Het belegeren van een vestingstad

    Zowel het Spaanse regime te Brussel als de Staten Ge-

    neraal der Verenigde Nederlanden te Den Haag bezaten

    een onvoldoende omvangrijk leger om hun grondge-

    bied militair onder controle te houden. Het waren de

    talrijke vestingsteden van waaruit het omliggende plat-

    teland werd beheerst. Die vestingsteden bezaten dan

    ook een eigen garnizoen. In de loop van de Tachtig-

    jarige Oorlog kwam een groot deel van de noordelijke

    Nederlanden onder de controle van het Staatse leger.

    Toen waren het de vestingsteden in het grensgebied,

    die het meest werden bedreigd. Geen van beide partijen

    was echter financieel bij machte al deze zogenaamde

    frontiersteden permanent van voldoende bezetting en

    uitrusting te voorzien om een krachtig beleg te kun-

    nen weerstaan. Dat was zeker het geval wanneer men

    daarnaast ook nog een veldleger beschikbaar moest

    houden.

    Voor beide partijen gold dat bij het belegeren van een

    vesting het van het grootste belang was deze zo onver-

    wacht mogelijk in te sluiten. Niet alleen had dit een

    ontmoedigende invloed op de bezetting en vooral op de

    burgerij, maar ook gold een beleg al voor de helft mis-

    lukt, wanneer de stad nog tijdig militair kon worden

    versterkt en van extra voorraden kon worden voorzien.

    Door het verspreiden van valse geruchten of