“Is het wat je weet, of is het wie je kent?â€‌ ... 1.1 De definitie van sociaal kapitaal...

download “Is het wat je weet, of is het wie je kent?â€‌ ... 1.1 De definitie van sociaal kapitaal volgens Bourdieu,

If you can't read please download the document

  • date post

    17-Jun-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of “Is het wat je weet, of is het wie je kent?â€‌ ... 1.1 De definitie van sociaal kapitaal...

  • Copyright (2007) Steunpunt SSL p/a Parkstraat 47, 3000 Leuven

    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder uitdrukkelijk te verwijzen naar de bron.

    No part of this material may be made public without an explicit reference to the source.

    De verantwoordelijkheid voor dit rapport berust volledig bij de auteurs en vertolkt niet noodzakelijk de officiële visie van de Vlaamse Overheid.  

     

    “Is het wat je weet, of is het wie je kent?” Een literatuurstudie naar de relatie tussen sociaal kapitaal, levenslang leren en werken

    Heidi Knipprath & Katleen De Rick

  •  

     

     

    “Is het wat je weet, of is het wie je kent?” Een literatuurstudie naar de relatie tussen sociaal kapitaal, levenslang leren en werken

    Heidi Knipprath & Katleen De Rick

    T

    Onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, in het kader van het programma ‘Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek’

    SSL-rapport nr. SSL/OD2/2010.22 datum oplevering eerste versie: 25 januari 2011

    datum publicatie: dd mmmm yyyy

  • Copyright (2007) Steunpunt SSL p/a Parkstraat 47, 3000 Leuven

    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder uitdrukkelijk te verwijzen naar de bron.

    No part of this material may be made public without an explicit reference to the source.

    De verantwoordelijkheid voor dit rapport berust volledig bij de auteurs en vertolkt niet noodzakelijk de officiële visie van de Vlaamse Overheid.

    Voor meer informatie over deze publicatie:

    Steunpunt SSL, onderzoeksdomein ‘2.4‘

    Auteurs: Heidi Knipprath & Katleen De Rick

    Adres: Parkstraat 47 bus 5300, 3000 Leuven Tel.: 016/32 04 52 Fax: 016/32 33 44 E-mail: heidi.knipprath@hiva.kuleuven.be

    Website: http://www.steunpuntloopbanen.be

  • 1   

    Inhoudsopgave

    Inleiding 3

    1. Sociaal kapitaal in de literatuur 5

    1.1 De definitie van sociaal kapitaal volgens Bourdieu, Coleman en Putnam 5

    1.2 Andere onderzoekers over sociaal kapitaal 7

    1.3 De positieve krachten van sociaal kapitaal 9

    1.4 De schaduwzijde van sociaal kapitaal 11

    1.5 De bronnen van sociaal kapitaal 12

    1.6 Conclusie 13

    2. Levenslang leren in de literatuur 15

    2.1 De definitie van levenslang leren 16

    2.2 Determinanten van levenslang leren 17

    2.3 De effecten van levenslang leren 23

    2.4 Conclusie 26

    3. De relatie tussen sociaal kapitaal en levenslang leren in de literatuur 28

    3.1 Het werk van Field 28

    3.2 Het model van Strawn 32

    3.3 Het model van OESO 39

    3.4 Conclusie 45

    4. Integratie en het toetsen van de bevindingen uit de literatuurstudie 47

    4.1 Integratie van de bevindingen van de literatuurstudie 48

    4.2 De bruikbaarheid van bestaande databestanden om de bevindingen te

    Toetsen 55

    4.3 Conclusie 61

    5. Algemeen besluit 62

    5.1 Lessen uit de literatuurstudie 63

  • 2   

    5.2 Hiaten in de huidige onderzoeksliteratuur 66

    5.3 Tot slot 68

    Literatuurlijst 69

  • 3   

    Inleiding

    Het realiseren van gelijke onderwijskansen krijgt bijzondere aandacht in het Vlaamse

    onderwijsbeleid. Gelijke kansen betekent volgens het beleid: zoveel mogelijk halen uit

    elk kind en elke jongere (Smet, 2010). Wanneer jongeren echter niet voldoende kansen

    krijgen om hun talenten te ontplooien en school vroegtijdig verlaten, maken zij minder

    kans op de arbeidsmarkt om een kwalitatief aantrekkelijke job te vinden (Smet, 2009).

    In Vlaanderen verlaat bijna 15% van de jongeren het leerplichtonderwijs zonder diploma

    of getuigschrift (Van Landeghem, Goos, & Van Damme, 2010). Vlaams Minister van

    Onderwijs, Jeugd, Gelijke kansen en Brussel beschouwt deze relatief grote groep

    ongekwalificeerde uitstromers als problematisch (Smet, 2009).

    Naast de problematiek van de vroegtijdige schoolverlaters, krijgt ook participatie aan

    levenslang leren aandacht van de beleidswereld. Vlaamse en Europese beleidsmakers

    beschouwen deelname aan levenslang leren als zinvol (Commissie van de Europese

    Gemeenschappen, 2000; Smet, 2009; Vanweddingen, 2008; Vlaamse overheid, 2010).

    Volgens de Europese Unie is levenslang leren belangrijk omdat Europa zich ontwikkeld

    heeft tot een op kennis gebaseerde maatschappij en economie. Deelname aan levenslang

    leren bevordert het actief burgerschap en de inzetbaarheid van de beroepsbevolking –

    het vinden en behouden van werk – in deze op kennis gebaseerde maatschappij

    (Commissie van de Europese Gemeenschappen, 2000). Levenslang leren lijkt dus de

    uitgelezen kans te zijn om vroegtijdige schoolverlaters de mogelijkheid te bieden een

    kwalificatie te behalen en zodoende hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Maar

    ondertussen is het duidelijk geworden dat ook op vlak van levenslang leren door

    (jong)volwassenen Mattheüseffecten bestaan. Hoogopgeleiden nemen vaker deel aan

    levenslang leren dan laagopgeleiden. Deze ongelijke deelname aan levenslang leren

    versterkt vervolgens de kloof tussen hoger en lager opgeleiden (De Rick & Maes, 2005;

    Nicaise, 2003; Saliën & De Rick, 2008; Smet, 2009; Van Woensel, 2006; Vanweddingen,

    2008). Laagopgeleiden overtuigen toch deel te nemen aan levenslang leren is met

    andere woorden niet vanzelfsprekend. Voor het Vlaams onderwijsbeleid is het daarom

    relevant om te weten te komen of het zinvol is om laaggeschoolden extra te stimuleren

    deel te nemen aan levenslang leren en, indien het zinvol is, hoe laaggeschoolden

    gestimuleerd kunnen worden.

    Om na te gaan wat de zin en haalbaarheid is van participatie aan levenslang leren door

    (jong)volwassenen, met name laagopgeleiden, moet de vraag gesteld worden wat de

    effecten zijn van levenslang leren op werkgerelateerde aspecten. Met andere woorden in

    welke mate bevordert levenslang leren de positie van (laagopgeleide) volwassenen op de

    arbeidsmarkt? In dit rapport bouwen we op basis van een literatuurstudie een model om

  • 4   

    deze vraag in een later onderzoek te beantwoorden en besteden we daarbij bijzondere

    aandacht aan de rol van sociaal kapitaal. Beleidsmakers, vooral op Europees niveau,

    krijgen steeds meer belangstelling in de rol van sociaal kapitaal omdat ze sociaal kapitaal

    samen met levenslang leren sterk verbonden zien met fundamentele doelstellingen zoals

    welzijn, sociale cohesie en economische groei (Field, 2005; Green, Preston, & Sabates,

    2003; OECD, 2001). Sociaal kapitaal krijgt ook steeds meer aandacht van onderzoekers.

    Onderzoekers stellen vast dat sociaal kapitaal in het bezit is van mensen uit verschillende

    lagen van de bevolking en dat sociaal kapitaal een positief effect heeft op leerprestaties,

    het deelnemen aan levenslang leren en kansen op de arbeidsmarkt. Kortom, er wordt

    veel verwacht van sociaal kapitaal.

    In dit rapport bespreken we eerst de resultaten van onze literatuurstudie naar sociaal

    kapitaal, levenslang leren en de relatie tussen sociaal kapitaal en levenslang leren. In

    hoofdstuk één en in hoofdstuk twee komen de definitie, bronnen of determinanten en de

    effecten van respectievelijk sociaal kapitaal en levenslang leren aan bod. Vervolgens

    kijken we in hoofdstuk drie naar de relatie die gelegd wordt in de onderzoeksliteratuur

    tussen sociaal kapitaal en levenslang leren. In hoofdstuk vier integreren we de

    bevindingen van de eerste drie hoofdstukken in nieuwe modellen en bespreken we met

    welke databestanden de variabelen van deze modellen geoperationaliseerd kunnen

    worden. In hoofdstuk vijf bespreken en vatten we samen de lessen die we hebben

    getrokken uit de literatuurstudie: waarmee moeten we rekening houden in later

    onderzoek naar de effecten van levenslang leren op werkgerelateerde uitkomsten, bij

    laaggeschoolden?

  • 5   

    Hoofdstuk 1. Sociaal kapitaal in de literatuur

    Hoewel het begrip sociaal kapitaal niet nieuw is, werd het pas op het einde van de 20ste

    eeuw erg populair onder onderzoekers en beleidsmakers. Aan de populariteit van het

    begrip hebben vooral socioloog James S. Coleman en politicoloog Robert D. Putnam

    bijgedragen (Balatti & Falk, 2001; Field, 2005, 2009b; Performance and Innovation Unit,

    2002; Portes, 1998; Putnam, 2000). In de onderzoeksliteratuur verwijst men vaak naar

    het werk van Coleman (1988) en Putnam (1995; 2000) en ook naar dat van de Franse

    socioloog Pierre Bourdieu (1980; 1986) om sociaal kapitaal te definiëren. Hieronder

    geven we de definitie van sociaal kapitaal volgens Bourdieu, Coleman, Putnam en andere

    auteurs weer. Daarna bespreken we de positieve en negatieve aspecten die worden

    toegeschreven aan sociaal kapitaal, met name op het vlak van leren en de arbeidsmarkt.

    We ronden dit hoofdstuk af met een samenvatting.

    1.1 De definitie