RUP MEERGEZINSWONINGEN BERTEM · Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’...

Click here to load reader

  • date post

    01-Feb-2020
  • Category

    Documents

  • view

    3
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of RUP MEERGEZINSWONINGEN BERTEM · Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’...

  • Adviesverlening en begeleiding

    Ruimtelijke ordening

    Maart 2017 (ontheffingsaanvraag)

    Projectnr. IL: 506.031

    SCRPL-nr.: SCRPL17021

    RUP MEERGEZINSWONINGEN BERTEM

    PLAN-MER SCREENINGSNOTA

    (deel II – kaartenbundel)

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 2/33

    Gemeente Bertem

    RUP MEERGEZINSWONINGEN BERTEM

    Onderzoek naar plan-MER-plicht

    Verzoek tot raadpleging

    Initiatiefnemer:

    Gemeente Bertem

    Tervuursesteenweg 178

    3060 Bertem

    Uitvoering:

    Interleuven

    Brouwersstraat 6

    3000 Leuven

    DEEL II: KAARTENBUNDEL

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 3/33

    INHOUDSOPGAVE

    KAART 1: SITUERING GEMEENTE BERTEM ..................................................................... 5 KAART 2: AFBAKENING PLANGEBIED (GRB/KADASTER): GRAFISCH PLAN RUP

    ‘MEERGEZINSWONINGEN BERTEM’ ............................................................................... 6

    KAART 3: UITTREKSEL GEWESTPLAN BERTEM ................................................................ 7 KAART 4: WOONGEBIED IN RUIME ZIN ......................................................................... 8

    KAART 5: BODEMKAART .............................................................................................. 9 KAART 6: EROSIEGEVOELIGE GEBIEDEN ...................................................................... 10

    KAART 7: OVERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN ........................................................ 11 KAART 8: WATERLOPEN EN RISICOZONES OVERSTROMINGEN ........................................ 12

    KAART 9: INFILTRATIEGEVOELIGE GEBIEDEN ............................................................... 13

    KAART 10: GRONDWATERKWETSBAARHEID .................................................................. 14

    KAART 11: GRONDWATERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN .......................................... 15 KAART 12: BESCHERMINGSZONES GRONDWATER ......................................................... 16

    KAART 13: ZONERINGSPLAN VMM ............................................................................... 17

    KAART 14: BIOLOGISCHE WAARDERINGSKAART ........................................................... 18 KAART 15: VOGEL- EN HABITATRICHTLIJNGEBIEDEN ..................................................... 19

    KAART 16: GEBIEDEN VAN VEN EN IVON ...................................................................... 20 KAART 17: HABITATKAART ......................................................................................... 21

    KAART 18: LANDSCHAPSATLAS ................................................................................... 22 KAART 19: INVENTARIS BOUWKUNDIG ERFGOED .......................................................... 23

    KAART 20: BESCHERMD ERFGOED ............................................................................... 24

    KAART 21: FIJN STOF (PM10 DAGGEMIDDELDE) ............................................................ 25

    KAART 22: FIJN STOF (PM10 JAARGEMIDDELDE) ........................................................... 26 KAART 23: GELUIDSKAART WEGEN VAN VLAAMS-BRABANT VOLLEDIGE DAG (LDEN) ......... 27

    KAART 24: GELUIDSKAART WEGEN VAN VLAAMS-BRABANT NACHT (LNIGHT) .................... 28

    KAART 25: BEDIENINGSKAART OPENBAAR VERVOER ..................................................... 29

    BIJLAGE I: BRONVERMELDING GEBRUIKTE KAARTLAGEN................................................ 30

    1.1. Fusiegemeentegrenzen ............................................................................... 30

    1.2. Deelgemeentegrenzen ................................................................................ 30

    1.3. Gewestgrens ............................................................................................. 30

    1.4. Provinciegrens .......................................................................................... 30

    1.5. Arrondissementgrens ................................................................................. 30

    1.6. Gewestplan .............................................................................................. 30

    1.7. Kadaster .................................................................................................. 30

    1.8. Orthofoto’s ............................................................................................... 30

    1.9. Topografische kaart ................................................................................... 30 1.10. Atlas Buurtwegen ...................................................................................... 30

    1.11. Atlas woonuitbreidingsgebieden (WUG) ......................................................... 30

    1.12. HAG ........................................................................................................ 31 1.13. Stations NMBS .......................................................................................... 31

    1.14. Spoorwegen ............................................................................................. 31 1.15. Watertoets ............................................................................................... 31

    1.16. Beschermingszones van de grondwaterwinningen........................................... 31 1.17. Vlaams Hydrografische Atlas ....................................................................... 31

    1.18. Wateroppervlakken .................................................................................... 31 1.19. Atlas van de Waterlopen ............................................................................. 32

    1.20. Bodem ..................................................................................................... 32

    1.21. Landschap ................................................................................................ 32

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 4/33

    1.22. Fietsroutenetwerken .................................................................................. 32

    1.23. Habitatrichtlijngebieden .............................................................................. 33 1.24. Vogelrichtlijngebieden ................................................................................ 33 1.25. Vlaams Ecologisch Netwerk ......................................................................... 33

    1.26. Biologische waarderingskaart fauna en flora .................................................. 33 1.27. Geluid ...................................................................................................... 33

    1.28. Lucht ....................................................................................................... 33 1.29. GRB ........................................................................................................ 33

    1.30. Zoneringsplan VMM: .................................................................................. 33

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 5/33

    KAART 1: SITUERING GEMEENTE BERTEM

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 6/33

    KAART 2: AFBAKENING PLANGEBIED (GRB/KADASTER): GRAFISCH PLAN RUP ‘MEERGEZINSWONINGEN BERTEM’

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 7/33

    KAART 3: UITTREKSEL GEWESTPLAN BERTEM

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 8/33

    KAART 4: WOONGEBIED IN RUIME ZIN

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 9/33

    KAART 5: BODEMKAART

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 10/33

    KAART 6: EROSIEGEVOELIGE GEBIEDEN

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 11/33

    KAART 7: OVERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 12/33

    KAART 8: WATERLOPEN EN RISICOZONES OVERSTROMINGEN

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 13/33

    KAART 9: INFILTRATIEGEVOELIGE GEBIEDEN

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 14/33

    KAART 10: GRONDWATERKWETSBAARHEID

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 15/33

    KAART 11: GRONDWATERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 16/33

    KAART 12: BESCHERMINGSZONES GRONDWATER

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 17/33

    KAART 13: ZONERINGSPLAN VMM

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 18/33

    KAART 14: BIOLOGISCHE WAARDERINGSKAART

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 19/33

    KAART 15: VOGEL- EN HABITATRICHTLIJNGEBIEDEN

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 20/33

    KAART 16: GEBIEDEN VAN VEN EN IVON

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 21/33

    KAART 17: HABITATKAART

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 22/33

    KAART 18: LANDSCHAPSATLAS

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 23/33

    KAART 19: INVENTARIS BOUWKUNDIG ERFGOED

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 24/33

    KAART 20: BESCHERMD ERFGOED

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 25/33

    KAART 21: FIJN STOF (PM10 DAGGEMIDDELDE)

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 26/33

    KAART 22: FIJN STOF (PM10 JAARGEMIDDELDE)

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 27/33

    KAART 23: GELUIDSKAART WEGEN VAN VLAAMS-BRABANT VOLLEDIGE DAG (LDEN)

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 28/33

    KAART 24: GELUIDSKAART WEGEN VAN VLAAMS-BRABANT NACHT (LNIGHT)

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 29/33

    KAART 25: BEDIENINGSKAART OPENBAAR VERVOER

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 30/33

    BIJLAGE I: BRONVERMELDING GEBRUIKTE KAARTLAGEN

    1.1. Fusiegemeentegrenzen

    Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, vectorbestand, toestand 22/05/2003,

    Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen.

    1.2. Deelgemeentegrenzen

    Deelgemeenten, vectorbestand, bronbestand 2005, bewerking 2009, Provincie Vlaams-

    Brabant.

    1.3. Gewestgrens

    Voorlopig referentiebestand gewestgrens, vector, toestand 22/05/2003, Agentschap voor

    Geografische Informatie Vlaanderen.

    1.4. Provinciegrens

    Voorlopig referentiebestand provinciegrenzen, vector, toestand 22/05/2003, Agentschap voor

    Geografische Informatie Vlaanderen.

    1.5. Arrondissementgrens

    Voorlopig referentiebestand arrondissementgrenzen, vector, toestand 22/05/2003,

    Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen.

    1.6. Gewestplan

    Gewestplan, vectorbestand, 02.05.2012, Vlaamse overheid - Departement Ruimtelijke

    Ordening - Woonbeleid en onroerend erfgoed.

    1.7. Kadaster

    Digitale kadastrale percelenplannen, cadmap, vectorbestand, toestand 01/01/2012, Federale

    Overheidsdienst financiën, Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie.

    1.8. Orthofoto’s

    Middenschalige orthofotomozaïek, Vlaanderen, winteropnames (wordt jaarlijks vernieuwd),

    actuele toestand, AGIV en Provincie Vlaams-Brabant.

    1.9. Topografische kaart

    Topografische kaart, kleur, grid, opname 1991-2005, schaal 1/10.000, Nationaal

    Geografisch Instituut.

    Topografische kaart, zwart-wit, grid, opname 1991-2005, schaal 1/10.000, Nationaal

    Geografisch Instituut.

    1.10. Atlas Buurtwegen

    Atlas Buurtwegen Vlaams Brabant, vector en raster, toestand 26.09.2012, Provincie Vlaams-

    Brabant.

    1.11. Atlas woonuitbreidingsgebieden (WUG)

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 31/33

    Atlas van de woonuitbreidingsgebieden, vector, actuele toestand, Vlaamse overheid –

    Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed.

    1.12. HAG

    Herbevestigde agrarische gebieden, 2009, vector, Vlaamse overheid - Departement RWO -

    Afdeling Ruimtelijke Planning.

    1.13. Stations NMBS

    Stations, vector, versie 01/01/2009, NMBS.

    1.14. Spoorwegen

    Navstreets native, versie 2012.3 (16/01/2013), vector, NAVTEQ.

    1.15. Watertoets

    Signaalgebieden, vector, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal

    Waterbeleid.

    Winterbedkaart, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid.

    Infiltratiegevoelige bodems, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal

    Waterbeleid.

    Hellingenkaart, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid.

    Grondwaterstromingsgevoelige gebieden, grid, actuele toestand,

    Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid.

    Erosiegevoelige gebieden, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal

    Waterbeleid.

    Overstromingsgevoelige gebieden, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie

    Integraal Waterbeleid.

    Recent overstroomde gebieden, vector, 27.06.2012, Vlaamse Milieumaatschappij -

    afdeling Operationeel Waterbeheer, MOW.

    1.16. Beschermingszones van de grondwaterwinningen

    Beschermingszones van de grondwaterwinningen, vector, toestand 06/07/2006, Vlaamse

    Milieumaatschappij – afdeling Operationeel Waterbeheer.

    1.17. Vlaams Hydrografische Atlas

    VHA-waterlopen, vector versie 24.05.2013, Vlaamse Milieumaatschappij – afdeling

    Operationeel Waterbeheer.

    VHA-zones, vector, versier 20.03.2013, Vlaamse Milieumaatschappij – afdeling

    Operationeel Waterbeheer.

    VHA-wateroppervlakken, vector, versie 05.06.2009, Vlaamse Milieumaatschappij –

    afdeling Operationeel Waterbeheer.

    VHA - waterlopen met aanvulling van IL obv terreinonderzoek en luchtfotoverwerking,

    vector, VMM - afdeling Operationeel Waterbeheer en Interleuven bijwerkingen.

    Grondwaterkwetsbaarheidskaart, vector, 1987, VMM – Afd. Operationeel Waterbeheer.

    1.18. Wateroppervlakken

    Wateroppervlakken Navstreets Native, vector, 16/01/2013, Navteq

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 32/33

    1.19. Atlas van de Waterlopen

    Atlas Waterlopen Vlaams-Brabant, vector en raster, 1950, Provincie Vlaams-Brabant.

    1.20. Bodem

    Bodemkaart, vector, versie 19.04.2001, IWT.

    Potentiële bodemerosiekaart per perceel, vector, 2013, Vlaamse overheid

    (departement Leefmilieu en Energie, afdeling Land en Bodembescherming,

    Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen).

    Waardevolle bodems in Vlaanderen, vector, 2006, ALBON.

    Landbouwtypering, vector, versie 2004, VLM.

    Ruilverkavelingsprojecten VLM, vector, actuele toestand, Vlaamse Landmaatschappij -

    Afdeling Ruilverkaveling.

    Beheersovereenkomsten VLM, vast en variabel: Beheerovereenkomsten in het kader

    van erosiebestrijding, natuur-, milieu-, en landschapsbeheer, vector, 01.01.2013,

    VLM.

    Beheersovereenkomsten erosiebestrijding (grasstrook), vector, 2010, VLM.

    Bodemgebruik, vector, 30/04/2008, AGIV (gevectoriseerd dr Prov. Vlaams-Brabant).

    Bodembedekking, vector, 30/04/2008, AGIV (gevectoriseerd dr Prov. Vlaams

    Brabant).

    1.21. Landschap

    Ankerplaatsen relictenatlas, Ruimte en Erfgoed, vector, actuele toestand.

    Landschapsatlas vlakrelicten (relictzones): Relicten van de traditionele landschappen,

    vector, 08/05/2001, Ruimte en Erfgoed.

    Landschapsatlas lijnrelicten: Relicten van de traditionele landschappen, vector,

    08/05/2001, Ruimte en Erfgoed.

    Landschapsatlas puntrelicten: Relicten van de traditionele landschappen, vector,

    08/05/2001, Ruimte en Erfgoed.

    Traditionele landschappen: vectorbestand, toestand 8/05/2001, UG – Vakgroep

    Geografie, 2001.

    Unesco werelderfgoed: Unesco werelderfgoed, vector, actuele toestand, Unesco.

    Bouwkundig Erfgoed - relicten en gehelen: Inventaris bouwkundig erfgoed,

    vectorbestand, actuele toestand, VIOE.

    Erfgoedlandschappen: Onroerend erfgoed, vectorbestand, actuele toestand.

    Definitief aangeduide ankerplaatsen: Voorlopige en definitief aangeduide

    ankerplaatsen en erfgoedlandschappen, Onroerend Erfgoed, vectorbestand, actuele

    toestand.

    Beschermde archeologische zone, monumenten, landschappen en dorps- en

    stadsgezichten: Beschermde Monumenten en Landschappen, Onroerend Erfgoed,

    vectorbestand, actuele toestand.

    Hoogtelijnen met interval 5m, vector, 31/05/2006, Provincie Vlaams-Brabant, afgeleid

    bestand van DHM-Vlaanderen (AGIV).

    1.22. Fietsroutenetwerken

    Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk Vlaanderen, vector, 27/05/2013, Provincie

    Vlaams-Brabant.

    Recreatief fietsroutenetwerk Vlaams-Brabant, vector, versie 2012, Provincie Vlaams-

    Brabant.

  • Plan-MER screening - herziening RUP ‘Centrum Begijnendijk’

    Deel II: kaartenbundel maart 2017 33/33

    1.23. Habitatrichtlijngebieden

    Habitatrichtlijngebieden, vectorbestand, toestand 15/02/2008, Agentschap voor Natuur en

    Bos.

    1.24. Vogelrichtlijngebieden

    Vogelrichtlijngebieden, vectorbestand, toestand 22/07/2006, Agentschap voor Natuur en Bos.

    1.25. Vlaams Ecologisch Netwerk

    Gebieden van VEN en IVON, vector, 01/01/2013, Agentschap voor Natuur en Bos.

    1.26. Biologische waarderingskaart fauna en flora

    Biologische waarderingskaart Fauna, vectorbestand, versie actuele toestand, Instituut voor

    Natuur- en bosonderzoek.

    1.27. Geluid

    Geluidskaarten wegverkeer overdag, vector, 01/09/2009, AWV.

    Geluidskaarten wegverkeer nacht, vector, 01/09/2009, AWV.

    Geluidskaarten spoorverkeer, vector, 01/09/2009, LNE.

    1.28. Lucht

    Advisering RUP-thema lucht, actuele toestand, VMM.

    1.29. GRB

    GRB, vector, actuele toestand, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen.

    1.30. Zoneringsplan VMM:

    Zoneringsplan, vector, 01-09-2009, VMM.

  • Adviesverlening en begeleiding

    Ruimtelijke ordening

    Maart 2017 (ontheffingsaanvraag)

    Projectnr. IL: 506.031

    SCRPL-nr.: SCRPL17021

    RUP MEERGEZINSWONINGEN BERTEM

    PLAN-MER SCREENINGSNOTA

    (deel I – tekstbundel)

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 2/35

    Gemeente Bertem

    RUP MEERGEZINSWONINGEN BERTEM

    Onderzoek naar plan-MER-plicht

    Verzoek tot raadpleging

    Initiatiefnemer:

    Gemeente Bertem

    Tervuursesteenweg 178

    3060 Bertem

    Uitvoering:

    Interleuven

    Brouwersstraat 6

    3000 Leuven

    DEEL I: TEKSTBUNDEL

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 3/35

    INHOUDSOPGAVE

    1. INLEIDING ............................................................................................................ 4 1.1. Doelstellingen van het RUP ................................................................................. 4 1.2. Bepaling van de plan-MER-plicht ......................................................................... 4

    2. RUIMTELIJKE SITUERING VAN HET PLAN ................................................................... 6

    2.1. Situering van de gemeente Bertem ...................................................................... 6 2.2. Situering en afbakening van het plangebied van het RUP binnen de gemeente ........... 6

    3. PLANNINGSCONTEXT ............................................................................................. 10

    3.1. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen ............................................. 10

    3.2. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaams-Brabant ...................................... 11

    3.3. Relatie met het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan .......................................... 11

    4. BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE & EFFECTEN PER MILIEUDISCIPLINE ................... 15

    4.1. Gewestplan ..................................................................................................... 15 4.2. Bodem ........................................................................................................... 16

    4.3. Water: oppervlakte- en grondwater .................................................................... 17 4.4. Fauna, flora en biodiversiteit .............................................................................. 20

    4.5. Ruimtelijke ordening ......................................................................................... 21 4.6. Cultureel erfgoed, landschap en archeologie ......................................................... 23

    4.7. Lucht en klimaat .............................................................................................. 26

    4.8. Licht, geluid en geur ......................................................................................... 27

    4.9. Gezondheid, socio-organisatorische aspecten en veiligheid van de mens .................. 27 4.10. Mobiliteit ....................................................................................................... 28

    5. CONCLUSIE N.A.V. ADVIESRONDE ........................................................................... 29

    5.1. Overzicht, samenvatting en eventuele behandeling van de ontvangen adviezen ........ 29

    5.1.1. Advies provincie Vlaams-Brabant .................................................................. 29

    5.1.2. Advies Agentschap Wonen-Vlaanderen ........................................................... 29

    5.2. Eindconclusie ................................................................................................... 29

    BIJLAGE I: ONTVANGEN ADVIEZEN .............................................................................. 30

    BIJLAGE II: BRONVERMELDING GEBRUIKTE KAARTLAGEN .............................................. 32

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 4/35

    1. INLEIDING

    1.1. Doelstellingen van het RUP

    Het RUP ‘Meergezinswoningen’ zal belangrijke lijnen uitzetten voor het gemeentelijk beleid

    inzake de realisatie van nieuwbouwprojecten met meerdere entiteiten en het opdelen van

    bestaande gebouwen tot meergezinswoningen. Het RUP bepaalt waar in de gemeente in de

    toekomst eventueel meergezinswoningen kunnen worden gerealiseerd en waar dit niet meer

    mogelijk zal zijn.

    In principe zijn momenteel overal in het woongebied van Bertem meergezinswoningen

    vergunbaar. De gemeente hanteert vandaag bij het beoordelen van stedenbouwkundige

    vergunningsaanvragen al wel een aantal basisprincipes en een afbakening waar

    meergezinswoningen kunnen. Deze basisprincipes en afbakening hebben evenwel nog geen

    juridische basis waardoor de opmaak van een RUP zich opdringt.

    Het RUP zal over het gehele grondgebied van de gemeente Bertem die zones afbakenen

    waarbinnen geen meergezinswoningen kunnen worden gerealiseerd. Het betreft een

    perimeter-RUP dat een overdruk legt over de woongebieden in de ruime zin volgens het

    gewestplan waarbinnen het niet wenselijk is dat er meergezinswoningen kunnen worden

    gerealiseerd. Het RUP ‘Meergezinswoningen’ beoogt dus niet de ordening van de zones

    waarbinnen in principe wel meergezinswoningen toelaatbaar zijn.

    Samengevat beoogt de gemeente Bertem met het ruimtelijk uitvoeringsplan:

    - het instellen van een principieel verbod tot oprichting van en omvorming naar

    meergezinswoningen, in specifiek daartoe afgebakende zones;

    - het bepalen van uitzonderingen binnen de verbodszones voor bestaande grote

    gebouwen.

    1.2. Bepaling van de plan-MER-plicht

    De milieueffectenrapportage (m.e.r.) is geregeld in het decreet van 18 december 2002 (B.S.

    13.02.2003), als titel IV van het decreet algemene bepalingen inzake milieubeleid. Sedert 1

    december 2007 is het nieuw plan-MER-decreet (B.S. 20/06/2007) in voege. Deze regelgeving

    bepaalt dat elk ruimtelijk uitvoeringsplan binnen het toepassingsgebied van het plan-MER-

    decreet valt. Voor de projecten en plannen die niet van rechtswege MER-plichtig zijn, is er een

    screeningsplicht van toepassing. In dit onderzoek worden de milieueffecten van het plan

    onderzocht en worden milderende maatregelen naar voor geschoven. De milieueffecten van

    het plan en de milderende maatregelen die worden gevraagd in het onderzoek tot m.e.r. (of

    het plan-MER), worden - waar nuttig, noodzakelijke en/of mogelijk - op het planologisch

    niveau doorvertaald en juridisch verankerd in het RUP.

    Het RUP vormt het kader voor de toekenning van een vergunning voor een project opgesomd

    in bijlage I, II of III van het project-MER-besluit van 10 december 2004, namelijk voor een

    project opgesomd in rubriek 10b van bijlage III. Het RUP bepaalt echter het gebruik van een

    klein gebied op lokaal niveau, en is dus screeningsgerechtigd.

    Het uitvoeringsplan is ver gelegen van een grens met een buurland en de afstand tot zowel

    het Waalse Gewest als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedraagt ongeveer 18 km

    (vogelvlucht). Aangezien dat er geen significante milieueffecten worden verwacht in de

    onmiddellijke omgeving van het voorgenomen plan en gezien de afstand tot de grenzen, en

    het feit dat er geen directe relaties zijn van het plangebied met gebieden aan de overzijde van

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 5/35

    de grens, wordt aangenomen dat er zich geen bijkomende grensoverschrijdende effecten

    kunnen voordoen.

    Aangezien:

    geen passende beoordeling vereist is;

    het RUP het kader vormt voor de toekenning van een vergunning voor een project

    opgesomd in bijlage I, II of III van het project-MER-besluit van 10 december 2004,

    namelijk voor een project opgesomd in rubriek 10b van bijlage III. Het RUP bepaalt

    echter het gebruik van een klein gebied op lokaal niveau;

    er geen grensoverschrijdende effecten zijn;

    wordt eerst enkel een screening of ‘onderzoek tot MER’ uitgevoerd om het vermoeden dat er

    geen significante milieueffecten zijn te onderzoeken.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 6/35

    2. RUIMTELIJKE SITUERING VAN HET PLAN

    2.1. Situering van de gemeente Bertem

    Bertem is een gemeente in de provincie Vlaams-Brabant (arrondissement Leuven) in de

    landstreek Dijleland en telde op 1 januari 2016 9.790 inwoners1. Met een oppervlakte van

    29,75 km² wordt een bevolkingsdichtheid van 329 inwoners/km² bekomen. De gemeente is

    centraal gelegen tussen Brussel en Leuven en kent een goede ontsluiting op het

    (internationale) wegennet doordat twee autosnelwegen het grondgebied doorkruisen (E40 en

    E314) met een op- en afrittencomplex binnen de gemeentegrenzen. Desondanks heeft

    Bertem haar landelijk karakter nog grotendeels weten te bewaren. De gemeente telt drie

    deelgemeenten: Bertem, Leefdaal en Korbeek-Dijle.

    Toegevoegd kaartmateriaal (plan-MER screeningsnota - deel II: kaartenbundel):

    Kaart 1: situering gemeente Bertem

    2.2. Situering en afbakening van het plangebied van het RUP binnen de gemeente

    Het RUP zal over het gehele grondgebied van de gemeente Bertem die zones afbakenen

    waarbinnen geen meergezinswoningen kunnen worden gerealiseerd. Het betreft een

    perimeter-RUP dat een overdruk legt over de woongebieden in de ruime zin volgens het

    gewestplan waarbinnen het niet wenselijk is dat er meergezinswoningen kunnen worden

    gerealiseerd. Het RUP zal nieuwe meergezinswoningen verbieden binnen de aangegeven

    zwarte arcering (figuur 1).

    Figuur 1: schematische weergave van de vorm van het RUP

    1 Bevolkingscijfers per provincie en per gemeente op 1 januari 2016, bron: FOD Binnenlandse Zaken.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 7/35

    Om tot de afbakening van het plangebied te komen, werden verschillende stappen doorlopen.

    Stap 1 – afbakening woonzone in ruime zin

    Binnen de gehele gemeente Bertem worden op het gewestplan de woonzones in ruime zin

    beschouwd. Enkel binnen deze zones is het oprichten van meergezinswoningen immers in

    principe toegelaten. De woongebieden in ruime zin die aanwezig zijn op het grondgebied

    van de gemeente Bertem, aangeduid op het gewestplan, vormen de basis van het perimeter-

    RUP:

    - woongebieden;

    - woongebieden met culturele, historische en/of esthetische waarde;

    - woongebieden met landelijk karakter;

    - woonuitbreidingsgebieden.

    Daaraan worden de zonevreemde (buiten woongebied), goedgekeurde en niet-vervallen

    verkavelingen en het Povinciaal RUP ‘Weekendverblijven, campings en residentiële

    woonwagenterreinen in de deelruimte Dijle – deelRUP Den Tomme’ toegevoegd. Hun

    stedenbouwkundige voorschriften geven immers eveneens wonen als bestemming aan.

    Figuur 2: schematische weergave van afbakeningsstap 1: woonzone in ruime zin

    Stap 2 - uitsluiten van zones waarin het toelaten / verbieden van

    meergezinswoningen al wordt geregeld

    Uit de woonzone in ruime zin van stap 1 worden volgende ruimtelijke plannen uitgesloten,

    die ieder op zich al een uitspraak doen over het toelaten en/of verbieden van

    meergezinswoningen:

    - goedgekeurde BPA’s en RUP’s

    sectoraal BPA ‘Zonevreemde bedrijven’.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 8/35

    sectoraal BPA ‘Zonevreemde terreinen voor sport-, recreatie- en

    jeugdactiviteiten’ .

    gemeentelijk RUP ‘Centrum’.

    provinciaal RUP ‘Weekendverblijven, campings en residentiële

    woonwagenterreinen in de deelruimte Dijle – deelRUP Den Tomme’.

    - goedgekeurde en niet-vervallen verkavelingen waarbinnen het oprichten van

    meergezinswoningen al expliciet is toegelaten.

    Figuur 3: schematische weergave van afbakeningsstap 2: uitsluiting van zones waarin het toelaten / verbieden van meergezinswoningen al wordt geregeld

    Stap 3 – uitsluiting van zones waar het oprichten van meergezinswoningen in

    principe wel is toegelaten

    Op basis van een aantal ruimtelijke criteria werd een selectie gemaakt van zones in de

    gemeente waarbinnen het realiseren van meergezinswoningen onder bepaalde voorwaarden

    wel mogelijk zou kunnen zijn.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 9/35

    Figuur 4: schematische weergave van afbakeningsstap 3: uitsluiting van zones waar het oprichten van meergezinswoningen in principe wel is toegelaten

    Stap 4 – het uiteindelijke plangebied van het RUP

    Het plangebied van het perimeter-RUP, waarbinnen een verbod wordt ingesteld om

    meergezinswoningen op te richten, wordt bijgevolg bepaald door het omgekeerde van de

    afgebakende zones (binnen woongebied) waar meergezinswoningen wel worden toegelaten of

    waar de oprichting ervan al verboden is. Binnen de verbodszone van het plangebied is wel

    een uitzonderingsbepaling voorzien om onder strikte voorwaarden de creatie van een

    meergezinswoning mogelijk te maken in bestaande grote gebouwen.

    Figuur 5: schematische weergave van de afbakening van het plangebied van het RUP ‘Meergezinswoningen’

    Toegevoegd kaartmateriaal (Plan-MER screening - deel II: kaartenbundel):

    Kaart 2: afbakening plangebied (GRB/kadaster): grafisch plan RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 10/35

    3. PLANNINGSCONTEXT

    3.1. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

    Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)2 bepaalt de planningscontext op gewestelijk

    niveau.

    Het RSV vormde een kader bij de opmaak van het provinciaal en het gemeentelijk

    structuurplan. Het RUP ‘Meergezinswoningen’ is niet in strijd met het RSV.

    Relevante inhoudelijke aspecten

    Bertem wordt in het RSV opgenomen als een gemeente behorende tot het buitengebied en

    maakt tegelijk deel uit van het stedelijk netwerk van de Vlaamse Ruit.

    Twee van de vier basisdoelstellingen van het RSV zijn belangrijk voor de ruimtelijke

    ontwikkeling van de gemeente Bertem:

    - het behoud en waar mogelijk de versterking van het buitengebied en een bundeling

    van wonen en werken in de kernen van het buitengebied;

    - het optimaliseren van de bestaande verkeers- en vervoersinfrastructuur waarbij de

    ruimtelijke condities worden gecreëerd voor het verbeteren van het collectief vervoer

    en de organisatie van vervoersgenererende activiteiten op punten die worden

    ontsloten door openbaar vervoer.

    Binnen de gemeente Bertem moet zeker met de volgende principes rekening worden

    gehouden:

    - gedeconcentreerde bundeling;

    - infrastructuren als bindteken en basis voor locatie van activiteiten;

    - fysisch systeem ruimtelijk structurerend.

    Specifiek voor het buitengebied waartoe de gemeente Bertem behoort, zijn volgende

    doelstellingen van belang:

    1. het buitengebied vrijwaren voor de essentiële functies.

    2. tegengaan van versnippering van het buitengebied.

    3. bundelen van de ontwikkeling in kernen van het buitengebied.

    4. landbouw-, natuur- en bosfunctie in goed gestructureerde gehelen.

    5. bereiken van gebiedsgerichte ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied.

    6. afstemmen van ruimtelijk beleid en milieubeleid op basis van het fysisch systeem.

    7. bufferfunctie in het buitengebied.

    Ter versterking van de kernen wordt een zekere bebouwingsdichtheid nagestreefd. In de

    kernen van het buitengebied wordt binnen het RSV een richtcijfer van 15 woningen per

    hectare gehanteerd, wat ook is overgenomen in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van

    Bertem (20 woningen per hectare in de kern van Bertem).

    Bertem maakt ook deel uit van de Vlaamse Ruit, het enige stedelijke netwerk op

    internationaal niveau dat werd geselecteerd in het RSV. De ontwikkelingsperspectieven voor

    de Vlaamse Ruit mogen er echter niet toe leiden dat het stedelijk netwerk wordt gelijkgesteld

    met één grootstedelijk gebied. Binnen de Vlaamse Ruit moet tot een ruimtelijke afstemming

    tussen de verschillende groot-, regionaal- en kleinstedelijke gebieden en de

    2 Definitief vastgesteld door de Vl. Regering d.d. 23/09/1997, eerste herziening d.d. 12/12/2003, tweede herziening d.d.

    17/12/2010.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 11/35

    buitengebiedgemeenten worden gekomen. Bertem behoort tot deze laatste en het is

    aangewezen om het buitengebiedbeleid in de Vlaamse Ruit veeleer aan te scherpen dan af te

    zwakken.

    3.2. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaams-Brabant

    Het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan Vlaams-Brabant (RSVB)3 vormde een kader bij de

    opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Het RUP ‘Meergezinswoningen’ is

    er niet mee in strijd.

    Relevante inhoudelijke aspecten

    In het ruimtelijk structuurplan Vlaams-Brabant behoort de gemeente Bertem tot de

    deelruimte Verdicht Netwerk, een uitgestrekte en zeer gediversifieerde regio binnen de

    provincie. Binnen het Verdicht Netwerk worden zes subgebieden onderscheiden, waarbij de

    gemeente Bertem behoort tot de Open Schicht. Dit is een open wig tussen Leuven, Brussel en

    Mechelen en behelst het gebied dat zich uitstrekt van het Zoniënwoud, Meerdaalwoud en

    Heverleebos, langs de open kouterlandschappen ter hoogte van Kortenberg, Herent en

    Bertem en stroomafwaarts langsheen de Dijlevallei.

    Relevante ontwikkelingsperspectieven voor de Open Schicht in het kader van het RUP

    ‘Meergezinswoningen’ zijn:

    - vanuit de idee een halt toe te roepen aan de stedelijke uitdeining en de verdere

    verneveling, dient het open karakter in de toekomst te worden behouden en verder

    versterkt;

    - de uitbouw van de bestaande woonkernen dient beperkt te blijven: geen grootschalige

    residentiële ontwikkelingen;

    - de ontsluiting van de regio dient maximaal te worden gericht op het openbaar

    vervoer;

    Het provinciaal RUP over weekendverblijven vloeit voort uit de bepalingen tot uitvoering van

    het provinciaal ruimtelijk structuurplan en is ook van toepassing op het grondgebied van

    Bertem. De contouren van de deelzones uit het provinciaal RUP worden eveneens uit het

    plangebied van het RUP ‘Meergezinswoningen’ gesloten, analoog aan het gemeentelijk RUP

    over het centrum van Bertem.

    Bertem wordt binnen het provinciaal structuurplan Vlaams-Brabant geselecteerd als

    hoofddorp, Leefdaal als woonkern en Korbeek-Dijle als kern-in het-buitengebied.

    Als laatste wordt in het provinciaal ruimtelijk structuurplan ook functionele verweving

    vooropgesteld, mits rekening te houden met de draagkracht van het gebied. Voor de lokale

    bedrijven wordt er maximaal gestreefd naar vermenging, behoudens hinderlijke bedrijvigheid

    (hinderlijkheid die de woon- en leefkwaliteit aantast). Dit is belangrijk in het kader van het

    creëren van meergezinswoningen in bestaande grote gebouwen. Het is immers niet de

    bedoeling om ten alle kosten andere functies (o.a. lokale bedrijvigheid) te verdringen in het

    voordeel van de woonfunctie.

    3.3. Relatie met het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan

    Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Bertem werd bij besluit van 11 januari 2007

    goedgekeurd door de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant.

    Het RUP is niet in strijd met het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.

    3 Definitieve vastgesteld door de provincieraad Vlaams-Brabant d.d. 07/04/2004, herziening (addendum) d.d. 05/03/2012.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 12/35

    In het bindend gedeelte van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan is het opstellen van een

    RUP kern Leefdaal en een RUP kern Bertem opgenomen in het kader van

    meergezinswoningen. Het RUP ‘Meergezinswoningen’, hoewel niet expliciet aangekondigd in

    een aparte bindende bepaling, draagt dus bij tot de realisatie van de gewenste structuur van

    de gemeente. Het streeft immers dezelfde doelstellingen na als de in het bindend gedeelte

    opgenomen RUP’s.

    Relevante inhoudelijke aspecten

    De gemeente Bertem is een landelijke gemeente met drie kwaliteitsvolle valleikernen: het

    hoofddorp Bertem en de woonkernen Leefdaal en Korbeek-Dijle. Met het gemeentelijk

    ruimtelijk structuurplan kiest Bertem voor een kwalitatief geïntegreerd ruimtelijk beleid,

    waarbij dit de concrete aandachtspunten zijn:

    - optimaal gebruik van de ruimte in de kern-bebouwde ruimte;

    - openhouden van de open ruimte tussen Brussel en Leuven;

    - beschermen en herstellen van de historische eigenheid en diversiteit;

    - duurzaamheid en draagkracht hanteren als norm;

    - belang hechten aan de kwaliteit van de ruimte.

    Bij de vertaling van deze uitgangspunten in basisdoelstellingen en ruimtelijke principes voor

    de gewenste ruimtelijke structuur vinden we volgende elementen terug die zeker relevant zijn

    in het kader van het RUP ‘Meergezinswoningen’:

    - Bertem en Leefdaal moeten verder worden ontwikkeld tot kernen met een

    kwaliteitsvolle vermenging van de functies wonen, werken, natuur, landschap en

    recreëren, terwijl in Korbeek-Dijle het landelijk karakter bewaard moet blijven;

    - een grote uitbreiding van de woonkernen is uitgesloten: beperkte groei moet worden

    geconcentreerd in en/of aansluitend bij de kernen. Voor Bertem, als hoofddorp, geldt

    wel dat de mogelijkheden ruimer zijn dan deze voor Leefdaal. In Korbeek-Dijle kan

    beperkt worden voorzien in ontwikkeling van de kern wegens de afgelegen ligging ten

    opzichte van de andere kernen;

    - door het bundelen van de bebouwing in de kernen wordt het zich verderzetten van de

    lintbebouwing in de gemeente algemeen tegengegaan. Het is vooral in de zones

    Leefdaal - Vossem en Bertem - Leuven dat de open ruimte corridors moeten behouden

    blijven;

    - in functie van het behoud van de authenticiteit van de drie kernen is renovatie en

    optimaler gebruik van bestaande slecht uitgeruste woningen aangewezen

    (bijvoorbeeld omzetten van eengezinswoningen naar meergezinswoningen, …);

    - naast de aandacht voor woonverbetering en herbruik moet ook een gedifferentieerd

    woningaanbod worden nagestreefd door middel van verschillende woontypologieën;

    - de gemeente gaat voor een ontwikkeling gericht op het behoud en de opvang van

    nieuwe ambachtelijke bedrijven verweven in de woonkern zolang de draagkracht niet

    overschreden wordt. Dit is belangrijk in het kader van het creëren van

    meergezinswoningen in bestaande grote gebouwen. Het is immers niet de bedoeling

    om ten alle kosten andere functies (o.a. lokale bedrijvigheid) te verdringen in het

    voordeel van de woonfunctie.

    In het structuurplan van Bertem worden vijf deelgebieden afgebakend:

    - de Dijlevallei;

    - woonband Korbeek-Dijle;

    - het plateau van Duisburg;

    - de Voerader als lappendeken van functies;

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 13/35

    - het plateau Bertembos-Eikenbos.

    Enkel de ‘woonband Korbeek-Dijle’ en de ‘Voerader als lappendeken van functies’ zijn relevant

    in het kader van het RUP ‘Meergezinswoningen’. De drie andere gebieden bevatten geen

    woongebied en geven voorrang aan landbouw en natuur.

    Woonband Korbeek-Dijle

    De woonband Korbeek-Dijle wordt gevormd door een oost-west georiënteerde woonstrook

    die aan de zuidzijde grenst aan de Dijlevallei en ten noorden een scherpe aftekening kent met

    zeer open plateau van Duisburg. Een belangrijk natuurverbindingselement tussen het plateau

    van Duisburg en de Dijlevallei is de Ruwaal. Dit element is een groenader die de woonband

    van noord naar zuid doorkruist net langsheen de westzijde van het kerngebied van Korbeek-

    Dijle. Centraal wordt het gebied oost-westelijk doorsneden door de lokale verbindingsweg

    Nijvelsebaan.

    Ontwikkelingsperspectieven op het vlak van wonen krijgen voorkeur binnen onbebouwde

    binnengebieden in woongebied. Onbebouwde binnengebieden in woonuitbreidingsgebied

    komen in aanmerking voor de ontwikkeling in functie van sociale koop- en huurwoningen,

    doch enkel als er geen andere mogelijkheden meer zijn in Bertem of Leefdaal. Er wordt voor

    geopteerd om geen meergezinswoningen (meer) toe te laten in Korbeek-Dijle.

    De Voerader als lappendeken van functies

    De vallei van de Voer is de ruggengraat en bepalende factor in de ruimtelijke structuur van

    het hoofddorp Bertem en de woonkern Leefdaal. De gehele ruimtelijke structuur van de

    gemeente is opgehangen aan de vallei van de Voer en de er parallel langsheen gelegen

    plateauhellingen. Haar structurerende waarde binnen de gemeente is erg groot. Zij heeft

    tegelijk een dragende, scheidende en verbindende functie. Op deze ader bevinden zich tal van

    verschillende functies zoals wonen in het bijzonder, natuur, recreatie, hobbylandbouw en

    bedrijvigheid. De kernen van Bertem en Leefdaal vormen de belangrijkste woonconcentraties

    van het deelgebied. Het deelgebied wordt ontsloten door twee belangrijke lokale

    verbindingswegen, nl. de Tervuursesteenweg en de Dorpstraat. Daarnaast bezit de gemeente

    binnen dit deelgebied een belangrijke ontsluitingsmogelijkheid door middel van het op- en

    afrittencomplex naar de autosnelweg E40.

    De woonkern Leefdaal wordt in grote mate ruimtelijk gestructureerd door de aanwezigheid

    van het Kasteelpark en de Voer. Beide elementen hebben historisch mee de structuur van de

    woonkern bepaald en zullen dit ook in de toekomst doen. Wonen wordt gestimuleerd binnen

    de kern (af te bakenen in RUP kern Leefdaal) met een minimum dichtheid van 15

    woningen/ha. Verder geldt in de woonkern het hanteren van een dichtheid afgestemd op de

    omgeving waarin het betreffende gebied zich bevindt.

    Het hoofddorp Bertem kent historisch gezien drie verschuivingen voor wat betreft het

    centrumgebeuren. Binnen het RUP ‘Centrum’ wordt de historische link tussen de Sint-

    Pieterskerk, het gemeenteplein en de centrumfuncties aan de Tervuursesteenweg tot uiting

    gebracht met centraal een projectzone voor meergezinswoningen. Binnen de kern van Bertem

    wordt een dichtheid nagestreefd van 20 woningen/ha. Buiten de kern wordt de in het

    Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV4) voorziene dichtheid nagestreefd van 15

    woningen/ha. Doordat het RUP ‘Centrum’ al een uitspraak heeft gedaan over het toelaten

    4 Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen bepaalt de planningscontext op gewestelijk niveau. Het werd

    definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering d.d. 23/09/1997 met een eerste herziening d.d. 12/12/2003 en

    een tweede herziening d.d. 17/12/2010.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 14/35

    en/of verbieden van meergezinswoningen, wordt dit gebied uit de verbodszone van

    voorliggend RUP ‘Meergezinswoningen’ uitgesloten.

    In het kader van wijzigende gezinssamenstellingen en veroudering van de bevolking wordt

    voor de kernen van Bertem en Leefdaal voorzien in de mogelijkheid van omvorming tot en

    ontwikkeling van meergezinswoningen (2 bouwlagen en een dak). Voor plaatsen waar het

    ruimtelijk aansluit op de bestaande typologie, kan worden voorzien in de omvorming tot en

    ontwikkeling van meergezinswoningen bestaande uit maximaal 3 bouwlagen en een dak. De

    RUP’s van de respectievelijke kernen (het al bestaande RUP van Bertem en het eventueel

    toekomstige RUP van Leefdaal) bepalen binnen de RUP-contouren onder andere de zones

    waarbinnen meergezinswoningen zijn toegestaan en onder welke vorm. Bij het bepalen van

    deze zones worden daarbij minimaal volgende criteria gehanteerd:

    - het gebied moet gelegen zijn in volrood woongebied van het huidige gewestplan;

    - het gebied moet functioneel deel uitmaken van het kernleven (concentratie winkels,

    horeca, kerk, …);

    - de bestaande ruimtelijke draagkracht van het gebied mag niet worden overschreden;

    - een goede ruimtelijke inpassing moet optimaal worden nagestreefd.

    In het RUP ‘Meergezinswoningen’ wordt de contour van het deelgebied ‘Bertem Centrum’ dus

    uit het plangebied gesloten aangezien de bestemming en voorschriften voor het gebied al zijn

    vastgelegd in het gemeentelijke RUP dat dit gebied behandelt, en dus enkel kunnen worden

    verfijnd (en niet gewijzigd om bijvoorbeeld meergezinswoningen in het gebied te verbieden).

    Naast deze zone afgebakend door het RUP ‘Centrum’ waarbinnen meergezinswoningen

    kunnen worden opgericht, zal het RUP ‘Meergezinswoningen’ op basis van meerdere criteria

    zones in het hoofddorp Bertem afbakenen waarin dit in principe wordt toegelaten.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 15/35

    4. BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE & EFFECTEN PER MILIEUDISCIPLINE

    4.1. Gewestplan

    Huidige situatie

    Het gewestplan is een juridisch verordenend document en is zodoende de randvoorwaarde

    voor alle mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Met de uitwerking van dit RUP kunnen

    voorstellen tot behoud, verfijning of aanpassing van het gewestplan worden gedaan.

    Voorliggend plangebied valt onder het gewestplan Leuven, goedgekeurd bij KB van 7 april

    1977. Het plangebied situeert zich in woongebied (in de ruime zin).

    De woongebieden zijn voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en

    kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet

    in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor

    sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische

    voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen

    mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke

    omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting

    en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

    Uitwerking RUP met maatregelen

    Het RUP ‘Meergezinswoningen’ voorziet enkel in een overdruk over alle bestaande

    bestemmingen die een verbod oplegt om in die zone meergezinswoningen op te richten over

    het ganse grondgebied van de gemeente. De onderliggende (bestaande) bestemming op deze

    plaatsen is de gewestplanbestemming en wordt door het RUP niet gewijzigd. De huidige

    functies, namelijk wonen en aan het wonen aanverwante functies, blijven behouden. Het RUP

    zal bijgevolg voor deze zone enkel als gevolg hebben dat de oprichting van

    meergezinswoningen wordt verboden en dat het aantal woongelegenheden zo dus beperkt

    blijft.

    Toetsing nulalternatief

    De ontwikkelingen die in het plangebied van het RUP ‘Meergezinswoningen’ mogelijk zijn

    zonder dat voorliggend RUP in werking treedt, zijn de bestemmingen zoals aangeduid door

    het gewestplan Leuven, de geldende bijzondere plannen van aanleg (BPA’s), de goedgekeurde

    ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) en de goedgekeurde en niet vervallen

    verkavelingsvergunningen. Ieder op zich doet een uitspraak over het toelaten van

    meergezinswoningen.

    Conclusie

    Het ruimtelijk uitvoeringsplan veroorzaakt geen aanzienlijke (negatieve) effecten t.o.v. de

    referentiesituatie, aangezien de bestemmingszones van het gewestplan niet gewijzigd worden

    en de stedenbouwkundige voorschriften enkel het aantal woongelegenheden kunnen

    inperken.

    Toegevoegd kaartmateriaal (plan-MER screeningsnota - deel II: kaartenbundel):

    Kaart 3: uittreksel gewestplan Bertem

    Kaart 4: woongebied in ruime zin

    Kaart 2: grafisch plan RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 16/35

    4.2. Bodem

    Huidige situatie

    a. Bodemkaart

    Volgens de bodemkaart bestaan de bodems in het plangebied

    - Deelgemeente Leefdaal: de bodem in dit deel bestaat hoofdzakelijk uit een

    antropogene bodem (grijs) met enkele grotere gebieden droge leem (types Apb, AbB,

    Aba1 – roos) en kleinere gebieden uit droog zandleem (types sLba en gLba - geel),

    vochtige leem (types Adp en Acp - oranje), natte leem (Aep – rood), droog zand (type

    Sbf - licht blauw) en vochtige klei (type Edx – groen).

    - Deelgemeente Bertem: de bodem in deel bestaat hoofdzakelijk uit een antropogene

    bodem (grijs) met enkele grotere gebieden droge leem (types Apb, AbB, Abp1, Aba0 –

    roos) en kleinere gebieden uit vochtige droog zandleem (types sLba, wLba en Lbp -

    geel), droog zand (types Sbf en ZAfe - licht blauw), vochtige leem (types Adp, Adp1

    en Acp - oranje), natte leem (Aep – rood) en vochtige klei (type Edx – groen).

    - Deelgemeente Korbeek-Dijle: de bodem in dit deel bestaat in het zuidelijk deel

    hoofdzakelijk uit een antropogene bodem (grijs) en het noordelijke deel hoofdzakelijk

    uit droge leem (types Apb, AbB, Abp1 – roos), vochtige leem (types Adp1 en Acp –

    oranje) of een antropogene bodem (grijs), met kleinere gebieden uit natte leem (Aep

    – rood) of droog zand (type ZAfe - licht blauw).

    b. bodemerosie

    Volgens de kaart met erosiegevoelige gebieden plangebied zijn grote delen van het

    plangebied ingekleurd of opgenomen in deze kaart, m.a.w. het plangebied is zeer

    erosiegevoelig. Dit wordt ook bevestigd door de potentiële bodemerosiekaart en de

    hellingenkaart.

    De hoogte binnen het plangebied varieert sterk volgens de kaart ‘Digitale Hoogtemodel

    Vlaanderen’.

    Uitwerking RUP met maatregelen

    Het plangebied behoudt de bestemmingen volgens het gewestplan, nl. woongebied,

    woonuitbreidingsgebied en woongebied met landelijk karakter. De enige wijziging is het

    verbod op bouwen of verbouwen van woningen van/tot meergezinswoningen in het

    plangebied.

    Bij het oprichten van eengezinswoningen in plaats van een meergezinswoning zal de

    bebouwde of verharde oppervlakte mogelijks groter zijn doordat er in sommige gevallen

    minder verdicht kan worden. Anderzijds kunnen momenteel in het volledige plangebied in

    principe woningen gebouwd worden, zowel eengezinswoningen als meergezinswoningen. Door

    een verbod op meergezinswoningen kan er minder verdicht worden, maar daarom niet per se

    meer bebouwd worden. Het gevolg voor de bebouwde bodemoppervlakte en de infiltratie van

    regenwater zal daarom zeer beperkt zijn.

    Aangezien het plangebied vaak hellend is, kan er zich een probleem van bodemerosie stellen

    binnen het plangebied. Door de aanplant van heesters en bomen zal voorkomen worden dat

    er bodemerosie ontstaat.

    Toetsing nul alternatief

    Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zijn de bestemmingen zoals aangeduid door

    het gewestplan Leuven, de geldende bijzondere plannen van aanleg (BPA’s), de goedgekeurde

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 17/35

    ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) en de goedgekeurde en niet vervallen

    verkavelingsvergunningen van toepassing. Elk van deze plannen of vergunningen op zich doet

    een uitspraak over het toelaten van meergezinswoningen.

    Conclusie

    De ontwikkeling van het voorliggend RUP zal geen betekenisvolle negatieve effecten op de

    bodemstructuur en het bodemgebruik in het plangebied hebben door een verbod op

    meergezinswoningen.

    Toegevoegd kaartmateriaal (planMER Screeningsnota - deel II: kaartenbundel):

    Kaart 5: bodemkaart

    Kaart 6: erosiegevoelige gebieden

    4.3. Water: oppervlakte- en grondwater

    Huidige situatie

    a. Watertoetskaart overstromingsgevoelige gebieden

    Volgens de kaart voor overstromingsgevoelige gebieden (Vlaamse Milieumaatschappij,

    afdeling Operationeel Waterbeheer) is het plangebied gelegen in effectief of mogelijk

    overstromingsgevoelig gebied in de woonkern Leefdaal en de woonkern Bertem, en in

    mogelijk overstromingsgevoelig gebied in de woonkern Korbeek-Dijle. Dit wordt ook bevestigd

    door de kaart Natuurlijk oversstroombare gebieden en de recente overstromingskaart (ROG).

    Het volledige plangebied is niet ingekleurd als mogelijks overstromingsgebied op de MOG-

    kaart met enkele kleine uitzonderingen in het bekken van de Voer (cat. 2).

    b. Waterlopen in het plangebied

    Door de centra van de deelgemeente Leefdaal en de deelgemeente Bertem loopt de Voer (cat.

    2), langs de straat Het Bies in Leefdaal loopt de Vloetgracht (cat.2). De Redelle (cat. 2), de

    Bosdelle (cat. 2), de Delle (cat. 2), de Dorpsgracht (cat. 2) en de Blankaartgracht (cat. 2)

    monden uit in De Voer in deelgemeente Bertem. De Leigracht (cat. 2), Ruwaal (cat. 2), de

    Leibeek (cat. 2) en meerdere kleinere beken (cat.9) monden uit in de Dijle (cat. 1), ten

    zuiden van het dorpscentrum van Korbeek-Dijle. In en in de onmiddellijke buurt van het

    plangebied lopen verschillende kleine beken of grachten, gecatalogeerd als categorie 9.

    c. Infiltratiekaart

    Volgens de infiltratiekaart is het plangebied hoofdzakelijk niet infiltratiegevoelig.

    d. Bodemerosie

    Zie deel 3.2. bodem, c. bodemerosie.

    e. Grondwaterkwetsbaarheid en grondwaterstroming

    Volgens de kaart voor grondwaterkwetsbaarheid is het grondwater zeer kwetsbaar in het

    plangebied, met name in de voerbedding en in de buurt van de Dijlebedding. Verderaf van

    deze beddingen is de grondwaterkwetsbaarheid in het plangebied kwetsbaar tot matig

    kwetsbaar. Voor het (zeer) kwetsbare deel wil dit zeggen dat (oppervlakkige) vervuiling kan

    aanleiding geven tot verontreiniging van het (diepere) grondwater.

    Het plangebied in de bedding van de voer is matig tot zeer gevoelig voor grondwaterstroming,

    het plangebied deel Korbeek-Dijle is zeer gevoelig voor grondwaterstroming in de buurt van

    de Dijle. Zie ook kaart voor grondwaterstroming.

    f. Zoneringskaart van de VMM

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 18/35

    Het noordelijk deel van het plangebied is hoofdzakelijk opgenomen in de zoneringskaart als

    centraal gebied en het zuidelijk deel (kern Korbeek-Dijle) als collectief te optimaliseren

    buitengebied.

    g. Waterwinningsgebied

    Het plangebied is niet gelegen in een waterwinningsgebied, maar wel in beschermingszones

    van

    - winning Puttebos, Sint-Veronica en winning Dispatching in Leefdaal

    - winning Egenhoven Oost en Egenhoven West in Heverlee

    - winning Ormendaal (2x), winning Omendeel Noord, winning Het Broek en winning

    Zuid in Korbeek-Dijle

    h. Signaalgebied

    In het plangebied is geen signaalgebied gelegen. Deze kaart is niet gegenereerd.

    Uitwerking RUP met maatregelen

    De ontwikkeling van het RUP in het plangebied heeft een invloed op het overstromingsrisico in

    het plangebied. Binnen het plangebied geldt een verbod op meergezinswoningen. Deze zijn

    vaak verantwoordelijk voor inname van een groter oppervlakte voor verharding dan

    eengezinswoningen, waardoor een minder hemelwater ter plaatse kan infiltreren.

    De ontwikkeling van het RUP in het plangebied heeft een invloed op het oppervlaktewater en

    het grondwater in het plangebied. Bij bouwen zal steeds de geldende gewestelijke, provinciale

    en/of gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie- en

    buffervoorzieningen van toepassing zijn, zodat het bouwen een minimale impact heeft op het

    oppervlaktewater en het grondwater in het plangebied en in de onmiddellijke omgeving van

    het plangebied.

    Aangezien het plangebied uit woongebied, woonuitbreidingsgebied en woongebied met

    landelijk karakter met voornamelijk woningen met tuinen bestaat, is het overgrote deel

    verhard. De groene zones met o.a. de tuinen garanderen infiltratie, alhoewel het plangebied

    grotendeels niet infiltratiegevoelig is.

    Een deel van het plangebied is opgenomen in de zoneringskaart als centraal gebied, een

    ander deel als collectief te optimaliseren buitengebied. De nodige voorzieningen om het

    huishoudelijk afvalwater gescheiden van het hemelwater op te vangen en aan te sluiten op de

    bestaande riolering worden of zijn voorzien. Aangezien er beken en grachten in het

    plangebied zijn, kunnen er wel waterlopen verlegd, ingekokerd of overwelfd worden, maar

    steeds volgens de van toepassing zijnde wetgeving.

    Aangezien het plangebied hoofdzakelijk gelegen is in een matig tot zeer gevoelig gebied voor

    grondwaterstroming, kunnen ondergrondse constructies deze grondwaterstroming wel

    beïnvloeden. Indien bronbemaling tijdens de constructies van gebouwen nodig is, zal er

    steeds naar gestreefd worden om te voldoen aan de wettelijke bepalingen en in overleg met

    Aquafin, en de werken te beperken in de tijd. Er zal steeds getracht worden om het niet

    vervuild bemalingswater opnieuw in de bodem te brengen.

    De grondwaterkwetsbaarheid is zeer kwetsbaar in het plangebied, met name in de

    voerbedding en in de buurt van de Dijlebedding. Verderaf van deze beddingen is de

    grondwaterkwetsbaarheid in het plangebied kwetsbaar tot matig kwetsbaar. Dit wil zeggen

    dat oppervlakkige vervuiling in aanleiding kan geven tot verontreiniging van het (diepere)

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 19/35

    grondwater. De opslag van gevaarlijke producten en mogelijk van opslag van stookolie voor

    gebouwverwarming moet voldoen aan de wettelijke normen.

    Toetsing nul alternatief

    De ontwikkelingen die in het plangebied van het RUP ‘Meergezinswoningen’ mogelijk zijn

    zonder dat voorliggend RUP in werking treedt, zijn de bestemmingen zoals aangeduid door

    het gewestplan Leuven, de geldende bijzondere plannen van aanleg (BPA’s), de goedgekeurde

    ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) en de goedgekeurde en niet vervallen

    verkavelingsvergunningen. Ieder op zich doet een uitspraak over het toelaten van

    meergezinswoningen.

    Conclusie

    Door ontwikkeling van het RUP zal de inname van bebouwbare oppervlakte zeker niet

    vergroten door een verbod op meergezinswoningen en dus op de overstromingsgevoeligheid

    van het plangebied.

    De ontwikkeling van het RUP zal een positieve invloed hebben op het oppervlaktewater en het

    grondwater in het plangebied omdat de mogelijke verharding door een verbod op

    meergezinswoningen kleiner zal zijn bij de bouw van eengezinswoningen.

    Infiltratie van hemelwater zal maximaal bevorderd worden zodat voldaan wordt aan de van

    toepassing zijnde stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie- en

    buffervoorzieningen, en door maximaal gebruik van waterdoorlatende materialen voor de

    aanleg van trage wegen, parkeerterreinen…, zoals opgenomen in de stedenbouwkundige

    voorschriften. Wateroverlast bij hevige regenval zal door toepassing van deze maatregelen tot

    een minimum herleid wordt.

    De nodige voorzieningen worden getroffen om huishoudelijk afvalwater gescheiden van het

    hemelwater op te vangen en aan te sluiten op de bestaande riolering in de onmiddellijke

    omgeving.

    Aangezien er wel beken en grachten in het plangebied zijn, is het mogelijk dat er waterlopen

    gedempt, verlegd, ingekokerd of overwelfd worden. Dit zal steeds gebeuren volgens de

    geldende voorschriften.

    Aangezien het plangebied hoofdzakelijk gelegen is in een matig tot zeer gevoelig gebied voor

    grondwaterstroming, kunnen ondergrondse constructies deze grondwaterstroming wel

    beïnvloeden. Door een verbod op meergezinswoningen, soms gepaard met grote

    ondergrondse constructies zoals voor garages, zal dit een positieve invloed hebben op de

    beïnvloeding van de grondwaterstroming. Indien bronbemaling nodig zou zijn bij constructie

    van een gebouw, zal er steeds naar gestreefd worden om de werken te beperken in de tijd, te

    voldoen aan de wettelijke bepalingen en in overleg met Aquafin. Er zal steeds getracht

    worden om het niet vervuild bemalingswater opnieuw in de bodem te brengen.

    Door te voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake opslag van gevaarlijke producten zal de

    bodem en het grondwater maximaal beschermd worden.

    De ontwikkeling van het gemeentelijke RUP met een verbod op meergezinswoningen zal een

    positieve invloed hebben op de waterhuishouding in het plangebied.

    Toegevoegd kaartmateriaal (planMER Screeningsnota - deel II: kaartenbundel):

    Kaart 7: overstromingsgevoelige gebieden

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 20/35

    Kaart 8: waterlopen en risicozones overstromingen

    Kaart 9: infiltratiegevoelige gebieden

    Kaart 10: grondwaterkwetsbaarheid

    Kaart 11: grondwaterstromingsgevoelige gebieden

    Kaart 12: beschermingszones grondwater

    Kaart 13: zoneringsplan VMM

    4.4. Fauna, flora en biodiversiteit

    Huidige situatie

    Volgens de biologische waarderingskaart is het plangebied hoofdzakelijk ingekleurd als

    biologisch minder waardevol, met een beperkt aantal eilandjes ingekleurd als een complex

    van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen, als een complex van

    waardevolle en zeer waardevolle elementen, als biologisch waardevol of als biologisch zeer

    waardevol.

    Het plangebied is niet gelegen in een habitatrichtlijngebied. Het habitatrichtlijngebied

    ‘Valleien van de Dijle, Laan en IJse met aangrenzende bos- en moerasgebieden’ ligt ten

    noorden van het plangebied deel Bertem-centrum-oost op minstens 127 m en aangrenzend

    ten oosten van het plangebied deel Bertem-centrum-oost, op 207 m ten zuiden van

    plangebied deel Hertwinkel en grenzend aan het plangebied deel Korbeek-Dijle-kern.

    Het plangebied is niet gelegen in een GEN-gebied. Het GEN-gebied ‘Het Bertembos-

    Grevensbos’ ligt ten noorden van het plangebied deel Bertem-centrum-oost op minstens

    127 m en aangrenzend ten oosten van het plangebied deel Bertem-centrum-oost. Het GEN-

    gebied ‘De Dijlevallei’ grenst ten zuiden aan het plangebied deel Korbeek-Dijle-kern.

    Het plangebied deel Bertem-centrum, Bertem-centrum-oost en Dalem is volgens het

    gewestplan ingekleurd als woongebied, als woonuitbreidingsgebied of als woongebied met

    culturele, esthetische en historische waarde. Het plangebied deel Korbeek-Dijle-kern is

    ingekleurd als woongebied met landelijk karakter of als woonuitbreidingsgebied op het

    gewestplan. Het plangebied deel Sint-Verona en deel Voerhoek is ingekleurd als woongebied

    met landelijk karakter en het plangebied deel Leefdaal-centrum-Dorpstraat, deel Leefdaal-

    centrum-Mezenstraat en deel Hertwinkel zijn ingekleurd als woongebied, woongebied met

    landelijk karakter, woonuitbreidingsgebied of als goedgekeurde en niet-vervallen

    verkavelingen.

    Volgens de habitatkaart is een deel van het perceel gekend als afd. 1, sectie B, perceelsnr.

    57D in leefdaal dorp ingekleurd als ‘deels habitat’, de begroeiing langs het hoger deel van de

    Hoogveldbaan is ingekleurd als ‘habitat’, de hoek Blokkenstraat en Nijvelsebaan is ingekleurd

    als ‘deels habitat’, ook percelen langs de Damstraat en gelegen in het plangebied zijn

    ingekleurd als ‘deels habitat’.

    Uitwerking RUP met maatregelen

    Doordat het plangebied van het RUP niet gelegen is een habitatrichtlijngebied, een GEN-

    gebied, hoofdzakelijk in een biologisch minder waardevol gebied en er slechts enkele

    gebieden opgenomen zijn in de habitatkaart, zal door de uitwerking van het RUP dit geen tot

    zeer beperkt invloed hebben op de ontwikkeling van het plangebied.

    Toetsing nul alternatief

    De ontwikkelingen die in het plangebied van het RUP ‘Meergezinswoningen’ mogelijk zijn

    zonder dat voorliggend RUP in werking treedt, zijn de bestemmingen zoals aangeduid door

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 21/35

    het gewestplan Leuven, de geldende bijzondere plannen van aanleg (BPA’s), de goedgekeurde

    ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) en de goedgekeurde en niet vervallen

    verkavelingsvergunningen. Ieder op zich doet een uitspraak over het toelaten van

    meergezinswoningen.

    Conclusie

    De uitwerking van het RUP zal geen betekenisvolle negatieve effecten hebben binnen de

    discipline fauna, flora en biodiversiviteit in het plangebied.

    Toegevoegd kaartmateriaal (planMER Screeningsnota - deel II: kaartenbundel):

    Kaart 3: uittreksel gewestplan Bertem

    Kaart 14: biologische waarderingskaart

    Kaart 15: vogel- en habitatrichtlijngebieden

    Kaart 16: gebieden van VEN en IVON

    Kaart 17: habitatkaart

    4.5. Ruimtelijke ordening

    Huidige situatie

    Omwille van haar strategische ligging tussen Brussel en Leuven ondervindt de gemeente

    Bertem een alsmaar groter wordende verstedelijkingsdruk. Dit resulteert onder andere in een

    stijgende vraag van projectontwikkelaars om meergezinswoningen te realiseren op haar

    grondgebied, ook buiten de kernen en in de landelijke woongebieden. In principe zijn

    momenteel overal in het woongebied van Bertem meergezinswoningen vergunbaar. De

    gemeente hanteert vandaag bij het beoordelen van stedenbouwkundige

    vergunningsaanvragen al wel een aantal basisprincipes en een afbakening waar

    meergezinswoningen kunnen. Deze basisprincipes en afbakening hebben evenwel nog geen

    juridische basis waardoor de opmaak van een RUP zich opdringt.

    Gewenste ruimtelijke ordening – toekomstvisie

    Het gemeentebestuur van Bertem wil niet tot elke prijs toegeven aan de verstedelijkingsdruk

    en wenst dan ook een rem te zetten op de bouw van meergezinswoningen op plaatsen waar

    deze niet ruimtelijk geïntegreerd zijn in de omgeving maar waar het volgens de huidige

    planologische context wel mogelijk is. De trend om meergezinswoningen op te richten op

    percelen gelegen in het buitengebied, vaak gelegen aan de rand van de woonkernen Bertem,

    Leefdaal en Korbeek-Dijle en grenzend aan open landbouwgebied, moet omwille van een

    grotere impact op de omgeving worden tegengegaan.

    De gemeente zet de stap tot de opmaak van een RUP dat de (nieuw)bouw van

    meergezinswoningen en/of de omvorming van eengezinswoningen naar meergezinswoningen

    in bepaalde zones binnen de gemeentegrenzen verbiedt om zo de specifieke kenmerken van

    de verschillende woonentiteiten binnen Bertem te versterken en te vrijwaren. Om het

    karakter van ‘landelijke gemeente tussen Leuven en Brussel’ te behouden, moet erover

    worden gewaakt dat de toename van het aantal inwoners de draagkracht niet overstijgt. Het

    grootste aandeel van de toekomstige woonbehoefte moet bijgevolg worden opgevangen in de

    kerngebieden van Bertem en Leefdaal in plaats van in de perifere woonwijken of het

    buitengebied. Deze kernen hebben immers een hogere potentie voor de opvang van nieuwe

    woon- en werkfuncties dan de rest van de gemeente, als gevolg van hun grotere draagkracht

    op vlak van voorzieningen, de ontsluiting met openbaar vervoer en autoverkeer en de

    ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde omgeving. De kern van Korbeek-Dijle is kleinschaliger

    en landelijker dan de andere twee kernen, wat ook in de toekomst wenselijk blijft. Concreet

    betekent dit dat nieuwe meergezinswoningen enkel thuishoren in de kernen van Bertem en

    Leefdaal, aangezien deze leiden tot hogere woondichtheden dan eengezinswoningen.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 22/35

    Hiermee streeft de gemeente een gedifferentieerd ruimtelijk beleid na, zoals reeds werd

    vastgelegd in het gemeentelijke ruimtelijke structuurplan. Het baseert zich op kernversterking

    van het centrum van Bertem en van de deelgemeente Leefdaal. Daarentegen moet het

    kleinschalige karakter van het dorp Korbeek-Dijle behouden blijven en moeten luwe zones

    worden gerespecteerd zonder nieuwe meergezinswoningen in de woongebieden rond de

    kernen waar meergezinswoningen wel zijn toegelaten. Op die manier wordt voorkomen dat de

    verschillende woonkernen binnen en buiten de gemeente (verder) aan elkaar vastgroeien tot

    één ongedifferentieerd bebouwd geheel met een monotoon woonweefsel en kan de

    samenhangende structuur en de beleving van kwaliteitsvolle open ruimte worden gevrijwaard

    met respect voor cultuur-historische waarde, voornamelijk bouwkundig erfgoed en

    landschapselementen zoals holle wegen.

    Uitwerking RUP met maatregelen

    Met het RUP ‘Meergezinswoningen’ wijkt de gewenste ruimtelijke structuur met betrekking tot

    meergezinswoningen niet zoveel af van de bestaande ruimtelijke structuur, maar wordt in de

    toekomst de realisatie van bijkomende meergezinswoningen in bepaalde zones (plangebied

    RUP / verbodszone) wel aan banden gelegd. Een verbod op meergezinswoningen is een

    verbod op de realisatie van een gebouw waar minstens één niet-grondgebonden woning

    aanwezig is (gestapelde woningen vallen ook onder deze noemer). De bestaande vergunde

    meergezinswoningen kunnen overal behouden blijven. Maar indien ze gelegen zijn binnen het

    plangebied van het RUP ‘Meergezinswoningen’, kunnen ze enkel worden verbouwd binnen het

    bestaande volume, zonder het aantal woonentiteiten te verhogen.

    Om efficiënt om te springen met het gebruik van bestaande grote gebouwen en in te spelen

    op de groeiende behoefte aan kleinere woonentiteiten, is binnen de verbodszone een

    uitzonderingsbepaling voorzien om onder strikte voorwaarden de creatie van een

    meergezinswoning mogelijk te maken binnen het bestaand volume van deze grote gebouwen.

    Op die manier kan een invulling worden gegeven aan al dan niet leegstaande grote huizen en

    andere panden in functie van de meer hedendaagse gezinssamenstellingen, waarbij een

    groeiende behoefte bestaat aan kleinere woonentiteiten en dit zonder het huidige

    woonweefsel te ontwrichten. Natuurlijk komen niet alle bestaande gebouwen in aanmerking

    voor opdeling. Er moet voldaan worden aan bepaalde modaliteiten zoals onder andere een

    minimaal bouwvolume, de bouwfysische staat van het gebouw, het voorkomen op een lijst

    van markante gebouwen voor bestaande niet-woningen etc. Deze voorwaarden zullen strikt

    vastgelegd worden in de stedenbouwkundige voorschriften horende bij het RUP

    ‘Meergezinswoningen’.

    Huisvesting voor een groep van samenlevende personen zoals toeristische accommodaties of

    collectieve verblijfsaccommodaties (tehuizen voor bejaarden, assistentiewoningen,

    verpleeginrichtingen, internaten, cohousing …), studentenkamers en zorgwoningen die geen

    volwaardige woonentiteit zijn, worden niet beschouwd als woonentiteiten en dus ook niet als

    meergezinswoningen.

    Toetsing nulalternatief

    De ontwikkelingen die in het plangebied van het RUP ‘Meergezinswoningen’ mogelijk zijn

    zonder dat voorliggend RUP in werking treedt, zijn de bestemmingen zoals aangeduid door

    het gewestplan Leuven, de geldende bijzondere plannen van aanleg (BPA’s), de goedgekeurde

    ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) en de goedgekeurde en niet vervallen

    verkavelingsvergunningen. Ieder op zich doet een uitspraak over het toelaten van

    meergezinswoningen.

    Conclusie

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 23/35

    Het RUP ondersteunt en is een uitvoering van de doelen vooropgesteld in het gemeentelijk

    ruimtelijk structuurplan.

    Het RUP zorgt uitsluitend voor positieve effecten op het gebied van ruimtelijke ordening en

    veroorzaakt geen betekenisvolle negatieve effecten voor de discipline ruimtelijke ordening

    t.o.v. de referentiesituatie.

    Toegevoegd kaartmateriaal (plan-MER screeningsnota - deel II: kaartenbundel):

    Kaart 2: grafisch plan RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    4.6. Cultureel erfgoed, landschap en archeologie

    Huidige situatie

    a. Discipline landschappen (cultureel erfgoed en landschap):

    De ‘Landschapsatlas’5 is opgemaakt vanuit het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed,

    Afdeling Monumenten en Landschappen en geeft een inventarisatie van de relicten van de

    traditionele landschappen in het kader van een gemeentelijk landschapsbeleid. Er wordt een

    onderscheid gemaakt tussen ankerplaatsen, relictzones, puntrelicten en lijnrelicten.

    Ankerplaatsen zijn gebieden die een veelsoortig ensemble van erfgoedelementen met hoge

    waarde bevatten. Volgende ankerplaatsen zijn binnen de gemeentegrenzen van Bertem

    gesitueerd en overlappen alle voor ten minste een klein gedeelte met het plangebied van het

    RUP ‘Meergezinswoningen’:

    - Kasteel van Leefdaal (A20040)

    - Bertembos en Grevensbos (A20041)

    - Valleien van Dijle en Laan ten zuiden van Leuven (A20042)

    - Plateau van Duisburg (A20059)

    Relictzones zijn gebieden met een grote dichtheid aan punt- of lijnrelicten, zichten en

    ankerplaatsen en zones waarin de connectiviteit tussen de waardevolle landschapselementen

    belangrijk is voor de gehele landschappelijke waardering. De aanduiding gebeurt

    maximalistisch, doch zonder scherpe grenzen te definiëren. Volgende relictzones zijn binnen

    de grenzen van de gemeente Bertem gesitueerd en overlappen alle voor ten minste een klein

    gedeelte met het plangebied van het RUP ‘Meergezinswoningen’:

    - Vallei van de Laan, IJse en de Dijle stroomopwaarts Leuven (R20084)

    - Plateau van Duisburg (R20091)

    - Plateau van Moorselbos – Hagenbos – Eikenbos – Bertembos (R20092)

    Puntrelicten stemmen overeen met monumenten, kunstwerken, bouwelementen,

    archeologica, etc. Volgende puntrelicten liggen in het plangebied van het RUP

    ‘Meergezinswoningen’:

    - Pastorij (P20017)

    - Voorburg (P20149)

    - Speelgoed (P20150)

    - Sint-Bartholomeuskerk (P20151)

    - Brouwershuis (P20152)

    5 MVG, Dep. LIN, AROHM, afd. M & L, CD Rom Landschapsatlas, juni 2000; Ankerplaatsen, vector, 2001, MVG – Dep. LIN –

    AROHM – afd. M & L; Traditionele landschappen, vector, 2001, UG – Vakgroep Geografie; Relicten van de traditionele

    landschappen, vector, 2001, MVG – Dep. LIN – AROHM – afd. M & L.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 24/35

    - Sint-Pieterskerk (P20163)

    - Hof van Bertem (P20164)

    - Eikenmolen (P21111)

    Lijnrelicten worden gevormd door beken, kanalen, wegtracés, oude spoorzaten, steile

    reliëfovergangen, markante holle wegen, etc. Volgende lijnrelicten liggen ten minste voor een

    deel in het plangebied van het RUP ‘Meergezinswoningen’:

    - De Voer (L20012)

    - KW-bunkerlinie langs de Dijle (L20073)

    Op 14 september 2009 heeft de administrateur-generaal van het Vlaams Instituut voor het

    Onroerend Erfgoed (VIOE) de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed6 voor Vlaanderen

    vastgesteld. Alle beschermde monumenten zijn opgenomen in de inventaris van het

    bouwkundig erfgoed, maar niet alle relicten opgenomen in deze inventaris zijn een beschermd

    monument. Volgende gebouwen/objecten/locaties (uit de Inventaris) zijn binnen de perimeter

    van het plangebied van het RUP gelegen:

    - Hoeve van 1859, Dorpstraat 262

    - Hoeve van het langgeveltype, Jozef Ginisstraat 12

    - Gevelniskapelletje, Jozef Ginisstraat 6

    - Dorpswoning van 1759, Korbeekse Kerkstraat 10

    - Burgerhuis, Korbeekse Kerkstraat 18

    - Hoeve van het langgeveltype, Korbeekse Kerkstraat 27

    - Hoeve Bleyenberg van 1810, Korbeekse Kerkstraat 36-40

    - Parochiekerk Sint-Bartholomeus, Korbeekse Kerkstraat zn

    - Schuur, Nijvelsebaan 47

    - Voorburghoeve van 1738, Nijvelsebaan 59

    - Middelgrote hoeve, Rotspoelstraat 1

    - Reclamemuurschildering voor Texaco, Tervuursesteenweg 377

    Volgende beschermde gebouwen/objecten/locaties liggen in het plangebied van het RUP

    ‘Meergezinswoningen’.

    Beschermde monumenten:

    - Sint-Pieterskerk (OB000146, K.B. 01/02/1937)

    - Hoevegebouwen Groenendaallaan (OB000148, K.B. 12/08/1943)

    - Kapucijner orgel in de Sint-Bartholomeuskerk (K.B. 23/01/1981)

    - Retabel in de Sint-Bartholomeuskerk (OB000155, K.B. 24/01/1985)

    - Pastorie van Bertem met poortgebouw, muur, gracht en brug (OB000976, K.B.

    08/03/1993)

    - Brouwershuis met stalvleugel Korbeek-Dijle (OB000978, K.B. 07/04/1995)

    - Omgeving kerkhof Bertem (OB001292, K.B. 28/10/1999)

    Beschermde stads- en dorpsgezichten:

    - Dorpskern Bertem (OB001326, K.B. 16/12/1991)

    - Pastorie van Bertem met poortgebouw, muur, gracht en brug (OB000977, K.B.

    08/03/1993)

    6 Deze inventaris is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in

    Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.

  • Plan-MER screening – RUP ‘Meergezinswoningen Bertem’

    Deel I: tekstbundel maart 2017 25/35

    b. Discipline archeologie:

    Het RUP doet geen afbreuk aan de verplichtingen voortvloeiend uit de wetgeving met

    betrekking tot de bescherming van archeologisch erfgoed.

    Uitwerking RUP met maatregelen

    De beschermingsbesluiten omtrent beschermde monumenten, stads- en dorpsgezichten en

    landschappen blijven van kracht naast het RUP. Om niet in conflict te komen met deze

    beschermingsbesluiten, worden de beschermde monumenten uit het plangebied van het RUP

    uitgesloten en wordt er binnen het RUP geen verdere uitspraak over gedaan.

    Het gaat hier uiteraard enkel om de vier beschermde gebouwen die eventueel voor opdeling

    in aanmerking kunnen komen:

    - de Sint-Pieterskerk;

    - de Hoevegebouwen in de Groenendallaan;

    - de Pastorie van Bertem;

    - het Brouwershuis in Korbeek-Dijle.

    Ze zijn alle vier aangeduid met een stersymbool op het grafisch plan van het RUP.

    Om de instandhouding van waardevolle gebouwen te verzekeren en in te spelen op de

    groeiende behoefte aan kleinere woonentiteiten, is binnen de verbodszone een

    uitzonderingsbepaling voorzien om onder strikte voorwaarden de creatie van een

    meergezinswoning mogelijk te maken binnen het bestaand volume van bestaande grote

    gebouwen. In de eerste plaats is het de bedoeling om het behoud van waardevolle gebouwen

    te garanderen. Bertem telt een aantal grotere hoevewoningen, herenhuizen en andere pand