Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

of 28 /28
NAJAAR 2015 good 8 COMPANY NUMMER 8 JAARGANG 5 over ondernemersfinanciering Michaël van Straalen kredietverlening in Friesland en Limburg Regionale fondsen voor het MKB nu de ondernemers nog... Politiek achter kredietunie Themanummer MKB-financiering

Transcript of Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

Page 1: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

N A J A A R 2 0 1 5

good 8company

N U M M E R 8 J A A R G A N G 5

over ondernemersfinancieringMichaël van Straalen

kredietverlening in Friesland en LimburgRegionale fondsen voor het MKB

nu de ondernemers nog...Politiek achter kredietunie

Themanummer MKB-financiering

Page 2: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

I tem

2

Michaël van Straalen, voorzitter MKB Nederland

“Ik ben voorstander van MKB-fondsen

maar ook van mening dat er strategische

keuzes gemaakt moeten worden vanuit

een bestuurlijk provinciaal perspectief.

Daar hoort pluriformiteit bij, want het

MKB is pluriform.”

Regionale fondsen voor MKB kredietverlening

Agnes Mulder en Roland Lampe over kredietunies

Ondernemersimpuls Fryslân, een initiatief

van de provincie Friesland, stelt 5 miljoen

euro beschikbaar aan kredieten voor Friese

MKB-ondernemers. In Limburg is zelfs

60 miljoen beschikbaar. Ger Jaarsma en

Jeu Titulaer over nut en noodzaak.

cover

colofonGoodCompany is hét magazine voor de

publieke sector over ondernemerschap.

IMK wil met GoodCompany een platform

voor debat creëren over de complexe

relatie tussen ondernemers en de

overheid.

GoodCompany verschijnt in controlled

circulation onder beslissers en

beïnvloeders binnen de diverse sociale

en economische domeinen van de

overheid.

Wilt u ook een gratis abonnement op

GoodCompany, stuur dan een e-mail

naar [email protected]

De volgende GoodCompany verschijnt

in het voorjaar van 2016.

GoodCompany is een uitgave van IMK

en verschijnt tweemaal per jaar in een

oplage van 5.000 stuks.

Concept & realisatie: Mindset

Design: Philip van der Pol (Studio Obus)

Fotografie: Laura Andalou,

Hans Catshoek, Arie Cijfer, Corina

Sprokkelenburg, Ruud van der Graaf.

Redactie/coördinatie:

Anja van Voorthuijzen en Pascalle Kaljé

Postbus 443

3740 AK Baarn

T 035 - 750 79 10

F 035 - 750 79 01

E [email protected]

W www.imk.nl

Het Instituut voor het Midden- en

Kleinbedrijf (IMK) helpt in nauwe

samenwerking met gemeenten, enkele

duizenden gevestigde ondernemers

per jaar. Daarnaast begeleidt IMK

circa duizend startende ondernemers

per jaar naar ondernemerschap.

CDA-politica Agnes Mulder en VKN-

bestuurder Roland Lampe praten met

IMK-directeur Han Dieperink over krediet-

unies als financieringsinstrument voor

het MKB. De wet is door de Tweede en

Eerste Kamer heen. Het wachten is op

goedkeuring vanuit Brussel.

4

8

12

I nhoud

Page 3: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

3

en verderGastcolumn van Erik Stam ..................................................................................................... 11

Investeringsfonds Sociale Firma’s Amsterdam .......................................................... 16

Petra de Boevere stelt haar crowd centraal ................................................................. 18

IMK werkt samen met NEOS ................................................................................................... 26

Ins & Outs ......................................................................................................................................... 27

Sinds de introductie van

155-Red-een-Bedrijf door

het IMK als nationaal noodloket voor ondernemers

eerder dit jaar, sloten al 42 gemeenten zich aan

met ruim 250.000 bedrijven. Bijna een kwart van

alle grote gemeenten. Bestuurders van die

gemeenten spreken daarmee de ambitie uit om

levensvatbare ondernemers, als het even tegenzit,

niet in de kou te laten staan. Die bestuurders zijn

zich er van bewust dat de helft van alle onder-

nemingen, die tegenwind ervaren, in de basis goede

ondernemingen zijn die zorgen voor ondernemers-

inkomen, voor werkgelegenheid en voor bedrijvig-

heid in de regio. En door aan te sluiten bij 155

zorgen de gemeenten voor een heldere en makke-

lijk te communiceren plek, waar ondernemers

terecht kunnen.

Inmiddels hebben zich al ruim 600 ondernemers

bij het 155-noodloket gemeld, telefonisch of via

internet, en dat aantal groeit snel. Daarbij valt op

dat veel noodroepen gerelateerd zijn aan de

persoonlijke omstandigheden van de ondernemer.

Goede ondernemers in financiële problemen.

Niet door de markt of slechte strategie, niet door

managementfouten, maar door pech in crisis met

mogelijke grote gevolgen voor de onderneming.

Als de auto van de buurman met een lege accu

staat, dan is dat niet automatisch een slechte auto,

maar zonder hulp komt die niet van z’n plaats.

Zo’n auto breng je ook niet meteen naar de sloop;

die duw je gewoon aan. Met z’n allen. En daarna

rijdt ‘ie meestal weer.

Dit nummer van GoodCompany heeft het thema

ondernemingsfinanciering centraal staan met veel

aandacht voor de opkomst van alternatieve

financiering. Op zich prachtige ontwikkelingen,

maar voor de levensvatbare ondernemer ‘met een

uitgeputte accu’ leveren de nieuwe alternatieven

weinig soelaas. Daarvoor is de beeldvorming rond

ondernemers met een krasje in de financierings-

wereld te beladen. Daarom zijn wij vastbesloten om

te gaan duwen. Wie duwt er mee?

Han Dieperink Algemeen directeur Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf

voorwoordAls de auto van de buurman met een lege accu staat, dan help je toch ook even duwen?

artikelen

Ondernemen in zwaar weer

Prof. dr. Jan Adriaanse is een autoriteit op het gebied van turnaround management. Hij vindt dat er in de relatie tussen de bank en de ondernemer-in-zwaar-weer nog veel winst te behalen valt. “Ook voor deze relatie geldt: it takes two to tango.”

24

“Het is een risicovolle markt”

Elwin Groenevelt is directeur van Qredits dat sinds 2009 al 130 miljoen euro aan kredieten verstrekte aan 7.000 ondernemers. “De grote vraag is, is de markt voor microfinanciering wel zo groot als we met elkaar denken?”

22

“De verschuiving is onomkeerbaar”

Jeroen ter Huurne is directeur van Collin Crowdfund dat juni 2014 is gestart en volgend jaar een obligo van 100 miljoen euro verwacht. Ter Huurne denkt dat er in de toekomst in Nederland maximaal voor een handvol platformen markt is.

20

Page 4: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

I nterview

“Ik ben blij met die hele diversiteitsgolf rondom financiering”

Page 5: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

5

Mijn vader en moeder hebben altijd hard gewerkt. Ik heb mijn vader dag en nacht zien

werken, ook in de weekenden, om geld te verdienen voor het gezin.”

Michaël van Straalen woonde na zijn militaire dienstplicht op kamers en zijn ouders droegen bij aan de huur. “Mijn vader vroeg na een maand of vier: ‘joh, kun je zelf niet wat gaan bijverdienen?’ Wetende hoe-zeer mijn ouders zich altijd hebben ingezet, was dat voor mij geen discussie. Ik had voor mijn diensttijd gewerkt in een winkel, maar dat boeide me eigenlijk niet zo. Toen ben ik gaan zoeken naar de mogelijk-heid om een eigen onderneming te starten. Die moge-lijkheid was nul, gewoon nul. Want je moest een middenstandsdiploma hebben, of een vakdiploma, om te kunnen voldoen aan de vestigingswet. Wel bleek dat je een technisch bureau kon beginnen, zonder enige opleiding. Dat ben ik toen gaan doen, naast mijn studie Nederlandse taal en letterkunde.”

ComplexGedurende zijn loopbaan was Michaël van Straalen altijd al bestuurlijk actief. Van functies in het primair onderwijs tot een basketbalvereniging. Hij werd door de Metaalunie gevraagd als districtsbestuurder en twee jaar later al was hij vicevoorzitter van het lande-lijk bestuur. “Dat ben ik jaren geweest - ik weet niet eens precies hoe lang - en toen werd ik gevraagd om voorzitter te worden. Bij MKB-Nederland is het niet veel anders gegaan. Ik werd hier vicevoorzitter in 2007 en in 2014 vroeg het bestuur of ik voorzitter wilde worden.”

“Ik heb nooit dit soort posities geambieerd. Het komt op je pad. Mensen vragen: ‘ben je geïnteres-

“ seerd, zou je het leuk vinden om te doen?’ Als ik het niet leuk vind, zeg ik nee. En als ik het wel leuk vind, dan zeg ik ja.”

Twee van zijn bedrijven heeft hij overgedragen aan het zittende management, bij een derde bedrijf is hij nog op afstand betrokken. Want voorzitter zijn van MKB-Nederland is een fulltime job. “Maar de ervaring van 35 jaar ondernemerschap, met je poten in de klei staan en ook de shit absorberen en dat weer omzetten in iets positiefs, dat sprankelende gevoel van onder-nemer zijn, dat raak je niet kwijt. En dat heb je ook nodig in deze functie. Want je weet: ondernemers hebben het niet altijd makkelijk. Om voor en mét ondernemers te werken, vind ik eervol. Het is een uit-daging. Het is complex. Maar het is heel erg leuk om te doen.”

Op het gebied van ondernemersfinanciering zijn allerlei stappen

gezet om tot meer diversiteit te komen. Nog een beetje embryonaal in

sommige gevallen, in sommige gevallen ook niet. Kredietunies zijn met

veel publiciteit neergezet, maar de eerste heeft zichzelf alweer opge-

heven. Crowdfunding explodeert, relatief, maar is in totaalomvang nog

heel erg beperkt. Er dient zich een totaal nieuwe marktordening aan van

publieke en ook private initiatieven. We weten nog niet precies welke

positie de banken gaan innemen. Die praten steeds vaker over ge-

stapelde financiering.

“Dat komt bij ons vandaan: gestapelde en hybride financiering. Maar zullen we eens proberen de schets vanuit het verleden op te bouwen? Het bijzondere van deze thematiek is dat die eind september 2008 startte en eigenlijk tot op de dag van vandaag doorloopt.

In 2008 viel de bank Lehman Brothers om. Maar er gebeurde nog iets. Er kwamen direct al signalen

Koninklijke Vereniging MKB-Nederland is al sinds jaar en dag belangenbehartiger

van het midden- en kleinbedrijf in Nederland. Ondernemerschap is een groeimotor

in een economie waarin groei niet vanzelfsprekend is, stelt MKB-Nederland in het

boekje ‘Kansrijk!’, een uitvoeringsagenda met concrete voorstellen die belemme-

ringen wegnemen en ondernemers stimuleren en ruimte geven. Bijvoorbeeld door

diversiteit in financiering en fiscaalvriendelijk investeren. Reden voor een vraag-

gesprek met voorzitter Michaël van Straalen.

Michaël van Straalen (mkb-nederland)

over ondernemingsfinanciering

Page 6: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

6

I nterview

- tweede helft september, begin okto-ber - dat de banken hier terughoudend werden met kredietverstrekking. Zelf ontkenden ze dat overigens. We hebben de toenmalige minister van Economische Zaken, Maria van der Hoeven, benaderd en de situatie met haar besproken. Zij heeft toen direct een aantal maatregelen genomen, zoals het optrekken van de borgstelling, en gaf daarmee een belangrijk signaal af. Vervolgens is een commissie benoemd die de problematiek rondom de krediet-verstrekking moest beoordelen. Loek Hermans zat die commissie voor. Ik zat daarin namens MKB-Nederland, samen met onder andere vertegenwoordigers van de banken en de ministeries van Financiën en Economische Zaken. Toen bleek dat de cijfers die wij in Nederland beschikbaar hadden om een oordeel te geven over kwaliteit en kwantiteit van de kredietverstrekking, eigenlijk onvol-doende eenduidig waren. Er zijn weinig curves die zo mooi naar boven lopen als de kredietverstrekking in Nederland. Maar op de onderliggende waarden van die curves, daar kun je echt wel wat op afdingen. Wij signaleerden dat je heel erg moeilijk, op basis van stevige data, uitspraken kon doen over wat er in Nederland gebeurde. Heel erg inge-wikkeld. Dat was een signaal dat er ook in de financiële wereld nog heel veel moest gebeuren qua transparantie en onafhankelijke data.”

Diversiteit“MKB-Nederland heeft twee jaar gele-den gesteld dat de diversiteit in het financieringsaanbod veel groter moet worden. De bank moet van rol wisselen, als het ware de makelaar en schakelaar voor de ondernemer zijn in die finan-ciële wereld. De banken pakken dat nu op. Ik weet bijvoorbeeld dat ING meer accountmanagers in dienst heeft geno-men om ondernemers te bedienen. En zo heeft ABN AMRO de code Bijzonder Beheer op de website gezet.”

“Tegelijkertijd heeft MKB-Nederland de partijen die alternatieve financie-ring aanbieden, uitgenodigd voor een gesprek. Aangegeven: wij denken dat de wereld deze kant op gaat. Kunnen we met elkaar een traject ingaan waarbij we de concurrentieverhoudingen die er onderling zijn even vergeten, maar gezamenlijk kijken naar de onder-liggende problematiek? Naar de positie van de banken ten opzichte van jullie? Naar wet- en regelgeving? Naar funding van die nieuwe partijen? Wij hebben aangegeven als MKB-Nederland graag dat domein te willen ontsluiten voor de ondernemers. We hebben met die nieuwe aanbieders en met de banken de afspraak gemaakt om een portal te bouwen waarbij de ondernemer met een financieringsvraag geholpen wordt met zijn ondernemersplan en wordt gewezen op verschillende private financieringsmogelijkheden.”

Deze Ondernemerskredietdesk - uitgebreid met ook alle publieke rege-lingen - is op 21 september opnieuw gelanceerd door minister Henk Kamp van EZ tijdens een top over MKB-financiering. “Deze nieuwe Nationale Financieringswijzer is een soort ‘ANWB voor de financiering van het MKB”, aldus Van Straalen.

Je zegt dat de ING heeft geïnvesteerd in account-

managers. Maar ABN AMRO heeft YourBusiness-

Banking ingevoerd. Waarmee eigenlijk alles beneden

de miljoen wordt afgedaan met een computermodel.

Daar wordt eerder afstand genomen van de kleine

ondernemer dan de verbinding gemaakt.

“Dat hoeft niet per definitie slechter te zijn. Ook als burger hebben wij allerlei relaties naar een bank. En bank- rekeningen. Hoe vaak kom je nog in de hal van een bank? Hoe vaak spreek je nog iemand? Dat is vaak niet meer nodig. Tenzij er iets bijzonders aan de hand is. Dan moet die bank er staan. En dat geldt voor ABN ook in dat model.”

Bij de kredietunies spelen aspecten als coöpera-

tieve binding en sociale controle, zeker in een geo-

grafisch georiënteerde kredietunie. In de Verenigde

Staten zijn ze vooral vermaard vanwege de lage

faalkans, die is daar slechts 1 procent. In Nederland

hebben een aantal oud-bankiers hiervoor het initiatief

genomen. Dat is door de politiek omarmd, misschien

nog wel meer dan door het bedrijfsleven. In een

reactie op het wetsvoorstel heb je geschreven: ‘Wij

omarmen iedere vorm van diversificatie’. Maar is het

hele idee eigenlijk wel passend voor Nederland? Wat

gaat daar goed en wat niet?

“Kredietunies waren er al voordat de discussie over de kredieten kwam. Dat moeten we ons goed realiseren. Het coöperatieve gedachtegoed om met elkaar op basis van expertise en risico-deling te financieren, dat is al zo oud als de weg naar Kralingen. Toen de roep om kredietunies toenam, heeft de toezicht-houder zich ook gemeld. Ja, dan wordt het ingewikkeld. Eddy van Hijum en Ad Koppejan hebben er toen namens het CDA in de Tweede Kamer voor gepleit om die toezichthoudende rol beperkt te houden, afhankelijk van het domein waarop die kredietunie zich manifesteert en de omvang en het risico. Ik ben blij dat dit is gebeurd. Ik heb ook tegen Agnes Mulder, die later is

“Dat sprankelende gevoel van ondernemer zijn, dat raak je niet kwijt. Om voor en mét

ondernemers te werken, vind ik eervol.”

Page 7: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

7

aangehaakt op dat dossier, mijn waar-dering uitgesproken voor het feit dat voor dat lichtere regime is gekozen. Als je daar een zwaar regime op zet, dan is het scheepje gelijk gezonken. Zo een-voudig is het.”

“Als je kijkt naar sectoraal georiën-teerde kredietunies, dan valt op dat in sectoren waar het goed gaat, er geen behoefte is aan een kredietunie. En in sectoren waar het slecht gaat, wel. Dat is interessant. Maar ook gelijk een beperking, want wie in de sector steekt dan geld in zijn collega? Je zou ook kunnen denken: ik neem hem wel over.”

“Maar het zou mij niet verbazen, gezien de ontwikkeling van het economisch tij, dat die kredietunies alsnog gaan vliegen. Omdat dan de beperkingen als het ware genivelleerd worden door die financiële onder-stroom. De kredietunies zijn ontstaan vanwege de kredietbehoefte die er was in een economische baisse. Het kon wel eens gebeuren dat de beschikbaarheid van kapitaal veel makkelijker en beter ingezet wordt, ook in de kredietunies, in een economische hausse.”

Crowdfunding groeit harder dan de kredietunies.

Op het ogenblik bestaan er ruim 100 platforms.

Hoe kijkt MKB-Nederland aan tegen crowdfunding?

“Crowdfunding heeft, even los van de risico’s, iets aantrekkelijks. Het past in deze tijd. We hebben de boekwinkels van Polare failliet zien gaan. En dan staan er mensen op, die met crowd-funding en een stukje bancair- en een stukje eigen kapitaal, daar toch weer die ondernemersgeest laten opleven. Dat spreekt tot de verbeelding. Dat is toch wat anders dan het achter de schermen tot stand komen van een financiering bij een bank. Dit is transparant, je kent de propositie. Wat je minder weet, is het risico. Ik denk dat de crowdfunding platforms die blijvend succesvol zullen zijn, de platforms zijn die toetsing doen en die ook op een gestructureerde wijze het risico inzichtelijk zullen maken. Platforms die pro actief kijken naar hun eigen business case en die continuïteit op hun netvlies hebben.”

“Ik vind het mooie aan crowdfunding, dat het appelleert aan die nieuwe dyna-miek die niet alleen in de economie,

maar in de hele maatschappij zit. En dus heel goed aansluit op het gevoel van ver-andering wat bij mensen aanwezig is.”

Dan zijn er nog de zogenaamde MKB-fondsen,

zoals in Friesland, Groningen en Limburg, waarbij

publiek geld - uit bijvoorbeeld de opbrengsten van de

verkoop van de Nuon en uit boetes die de overheid en

de NAM betalen aan de aardbevingsgebieden - wordt

ingezet. Het lijkt erop dat we daarbij heel erg in poli-

tiek vaarwater zitten. Is dat voldoende duurzaam?

“Ik ben voorstander van MKB-fondsen maar ook van mening dat er strategi-sche keuzes gemaakt moeten worden vanuit een bestuurlijk provinciaal perspectief. Daar hoort pluriformiteit bij, want het MKB is pluriform.”

“Wat ik belangrijk vind, is dat be-stuurders hun omgeving kunnen lezen. Dat ze begrijpen wat daar gebeurt. Met een visie die een basis vormt voor een strategie naar de toekomst. Zet men-sen bij elkaar die daar, allemaal vanuit een ander gezichtspunt, een bijdrage aan kunnen leveren. Doe dat gewoon. Nederland is toe aan die openheid. En een goede bestuurder die geconfron-teerd wordt met besluiten, waarbij hij denkt van ‘kan ik dat wel overzien?’, die moet op de rem trappen. Maar op het moment dat je weet dat het goed is, moet je ook gas kunnen geven.”

“Waarom zou het in de ene gemeente zus moeten en in de andere zo? Ga bij elkaar zitten en probeer dan de plussen eruit te halen voor beide. Dat is voor het bedrijfsleven, voor de arbeidsmarkt, cruciaal. Die kennen namelijk geen grenzen. Al die bestuurlijke grenzen zijn arbitraire grenzen. Dus daar is een wereld te winnen, in het kader van die MKB-fondsen. Ik vind het echt goed dat ze er komen. Net zoals ik blij ben met die hele diversiteitsgolf rondom financiering. Ik ben ervan overtuigd dat veel van de instrumenten veranderd zullen worden en op termijn misschien zelfs wel niet meer nodig zijn. Dat zou allemaal kunnen. Geef die ruimte aan elkaar. En besef dat dingen ook tijdelijk kunnen zijn.”

Page 8: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

8

Ondernemersimpuls Fryslân, een initiatief van de provincie Friesland, stelt

5 miljoen euro beschikbaar aan kredieten voor Friese MKB-ondernemers.

Het bedrag komt voort uit de opbrengsten van de verkoop van Nuon. De provincie

heeft daaruit 300 miljoen euro gereserveerd om economie en werkgelegenheid te

stimuleren. Kredietbank Nederland beheert de 5 miljoen van Ondernemersimpuls

Fryslân. Inmiddels staat de teller op 2 miljoen aan verstrekte kredieten.

Ons adagium is: wij doen wat de markt niet doet”, stelt Ger Jaarsma, directeur

van Kredietbank Nederland. “Onze normale kredietverlening aan particulieren betreft enerzijds de bijstandsmoeder met een was-machine die stuk gaat en nergens anders geld kan lenen, maar anderzijds (en dat aantal is sinds de crisis in 2008 sterk toegenomen) MKB-ondernemers die ook nergens anders terecht kunnen.”

“De provincie leent ons het geld, wij lenen dat door aan de ondernemer. Waarbij het uitgangspunt is dat de ondernemer door zijn

( k r e d i e t b a n k n e d e r l a n d )

5 miljoen in Ondernemersimpuls Fryslân

I tem

Ger Jaarsma

Page 9: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

9

eigen bank is afgewezen. IMK beoor-deelt of de onderneming levensvatbaar is en of er voor de dienst of het product een markt is.”

In eenzelfde samenwerkingsmodel - overigens zonder IMK - is Kredietbank Nederland betrokken bij het MKB Doorstartloket in Flevoland en de Economic Board Groningen. Die laatste is opgericht om de economie in het aardbevingsgebied te versterken en de leefbaarheid te vergroten. “Leefbaarheid creëer je ook door ondernemerschap te stimuleren en er voor te zorgen dat daar nieuwe ondernemers kunnen begin-nen. Of dat zittende ondernemers toch in hun kredietbehoefte kunnen worden voorzien.”

RegelgevingDat de banken met aangescherpte wet- en regelgeving hebben te maken, hebben ze voor een deel aan zichzelf te danken, vindt Jaarsma. “Feit is, dat ze het zelf hebben verprutst. Maar Nederland is daarbij ook weer in staat om strenger te zijn dan de rest van Europa. Het leverage ratio moet volgens Brussel 3 procent zijn, Nederland denkt na of dat misschien vier of vijf procent moet zijn. Als dat de opgave wordt voor banken, dan kunnen ze aan twee knop-pen draaien. Dat is aan de ene kant de kredietportefeuille verkleinen en aan de andere kant het eigen vermogen vergro-ten. Hoe doe je dat? Geen nieuwe kredie-ten meer verstrekken, oude kredieten innen en je personeel eruit gooien. Een tweede aspect betreft de compliance. Die impliceert dusdanige kosten dat een bank aan een zakelijke lening tot 250.000 euro geen cent kan verdienen. En daarmee creëert de overheid zelf het gat. In mijn beleving, moeten we niet het braafste jongetje van de klas willen zijn in Europa. En dat betekent: niet veel soepeler, maar wel ánders omgaan met regelgeving. Daarmee komt de bancaire sector terug in wat zij moet doen en zijn crowdfunding, kredietunies en dit soort

lokale initiatieven op termijn in feite niet eens meer nodig.”

“Wat je ziet, is dat de politiek het graag aan de markt overlaat, maar zich wel overal mee bemoeit. En daar heb je dan met z’n allen weer last van. Teveel controle werkt niet. Neem een krediet-unie: als je tien ondernemers hebt die er allemaal een bedrag insteken, dan letten die echt wel op aan wie ze hun eigen geld uitlenen.”

De doelstellingen rond die fondsen, zijn die scherp

genoeg? Hoe bepaal je of het geld goed besteed is?

“Of het geld goed besteed is, weet je pas op het moment dat de onderneming is blijven staan of niet. En dat is pas na vijf tot tien jaar. In het grote geheel van het fonds geldt: als aan het einde van de rit 80 procent van de bedrijven het heeft gered, dan heb je het goed gedaan. Ik geloof in een kleine overheid. Maar ik geloof ook in een overheid die op het moment dat het lastig is, gewoon het smeermiddel moet leveren. En dat is nu.”

Moet dat smeermiddel revolverend zijn - dus

worden terugbetaald - of een subsidie?

“Geen subsidie! Op het moment dat je met die onderneming geld gaat ver- dienen, dan kun je ook gewoon het krediet afbetalen. Waar ik wel moeite mee heb: hier in Friesland moeten wij 10,5 procent rente vragen en dat vind ik gewoon te hoog. Een marktconforme rente, en die is voor het MKB tussen de 8 en 10 procent, lijkt me prima.”

Die hoge rente heeft een reden.

Het zou marktverstorend kunnen werken.

“Dat vindt Europa. Maar als de bank dat krediet niet wil verstrekken, hoezo is het dan marktverstorend? De ING is hier in Friesland één van de grootste door-verwijzers naar ons. Zij leggen aan hun MKB-klanten uit dat zij geen krediet kunnen verstrekken, maar ze willen

hen wel graag een oplossing bieden. Banken zien ons niet als concurrent, ze zien ons als een aanvulling. “

Hij lacht: “We hebben twee onder-nemers gehad die na een positieve beoordeling door IMK met alle gegevens terug naar hun bank zijn gegaan en daar alsnog een lening hebben gekregen. Dat vind ik prachtig. Die ondernemers kunnen verder, die zorgen voor econo-mische bedrijvigheid.”

Wat zie jij als leerpunten voor toekomstige

regionale fondsen? Noord Holland zit ook nog op

flinke sommen geld.

“In mijn beleving moet je een simpele constructie hebben waarbij de provincie geld leent aan de kredietbank. Die is de facilitator. De overheid neemt het eerste deel van het risico, de kredietbank het tweede deel. En je moet werken met een marktconforme rente.”

En ten aanzien van de doelgroepen: alleen voor die

ondernemers die werkgelegenheid creëren en dus niet

voor zzp-ers? Of voor sectoren die in het verlengde

liggen van de topsectoren? Of juist voor sectoren die

voor de ontwikkeling van de regio belangrijk zijn?

“Wat mij betreft niet. Op het moment dat iemand 5.000 euro leent en een fietsenmakerij in zijn garage begint en daarmee los komt van een WW-uit- kering, is dat prima. Of het nu een zzp-er is of een ondernemer die tot 20 mensen wil groeien, ik vind het allebei mooi. We moeten stoppen met allerlei categorieën te maken. Hier heb je veel fondsen, eentje voor innovators, eentje voor starters, ons fonds, noem maar op. Dat maakt het onoverzichtelijk. Beter is het om niet te segmenteren op sector, maar op bedrag. Op de financieringsbe-hoefte. Waarbij wij als kredietbank heel erg goed zijn in de kleinere bedragen, maar een partij als de NOM, de Noorde-lijke Ontwikkelings Maatschappij, juist heel goed iets kan met een krediet van 3 ton.”

Page 10: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

10

I tem

Jeu Titulaer - econoom en voorma-lig bankier - toont zich in de CDA-

fractiekamer op het Provinciehuis in Maastricht een tevreden man. Hij heeft over een lange adem moeten beschik-ken. Zijn motie werd in december 2012 al Statenbreed aangenomen. Toch duurde het tot april 2015 voordat er daadwerkelijk gestart kon worden.

“De banken in Nederland hebben door de financiële crisis behoorlijke klappen opgelopen. De ABN daar weten we alles van, de SNS is naar mijn mening verkwanseld door cowboys die meenden groot te moeten denken met vastgoed en de ING heeft aan het infuus gelegen. De Rabobank is overeind geble-ven, maar heeft wel problemen gekend omdat zij in veel MKB sectoren actief is. Door deze ontwikkelingen werden de voorwaarden voor ondernemers om te lenen er nergens gunstiger op. En als het MKB slecht aan krediet kan komen, is dat slecht voor de economie.”

Hij neemt een slok van zijn koffie. “De regelgeving zorgt voor enorme bureaucratie. Een bank heeft gemid-

De man van 60 miljoen in Limburgdeld 4.000 euro aan kosten om een financieringsaanvraag te beoordelen. Nederland schiet zichzelf in de voet met die regelgeving.”

BeleidsdoelDe 60 miljoen waarover het MKB Fonds Limburg beschikt, is afkomstig uit de belegde reserve van de provincie. Deze is in 2009 gevormd door de verkoop van de aandelen in Essent. “We hebben met elkaar afgesproken om die mid-delen goed te beheren en revolverend in te zetten”, aldus Titulaer, sinds 2003 Statenlid. Revolverend wil zeggen dat ondernemers het geleende bedrag plus rente moeten terug betalen. “Het gro-tere beleidsdoel is het stimuleren van de werkgelegenheid en dit is het mes dat aan twee kanten snijdt. We willen zoveel mogelijk investeren in onze eco-nomie. En dan met name in het MKB, want dat vormt de ruggengraat van de Limburgse economie.”

Voorjaar 2013, tijdens de begrotings-behandeling, bleek Titulaer dat er hoe- genaamd niets met zijn motie van

december 2012 was gebeurd. En een half jaar later was dat naar zijn mening ook nog onvoldoende. ““Na aankondiging in de begrotingsvergadering heb ik toen een initiatiefvoorstel gemaakt. Dat recht hebben we als Staten, maar zo vaak komt het niet voor.” Hij lacht: “Het is best een bewerkelijk traject, zeker voor een parttime politicus.”

Het initiatiefvoorstel werd januari 2014 ingediend. De behandelproce-dure - vlak voor de gemeenteraadsver-kiezingen (“Elke partij had bezwaren”) - verliep niet vlekkeloos en na de ver-kiezingen is Titulaer met verantwoorde-lijk gedeputeerde Beurskens om de tafel gaan zitten om de voorwaarden helder te krijgen.“De garantiestelling moest eruit, mede omdat de staatsgarantie-regeling was verruimd. Ook moest het Limburg Business Development Fund, gericht op innovatie, een plaats krijgen”, licht Titulaer toe.

Vervolgens is het initiatiefvoorstel na een nieuwe behandelprocedure mee-genomen in de voorjaarsnotabehande-ling, in mei langs de commissie gegaan en in juni 2014 door Provinciale Staten unaniem aangenomen. “Omdat de provincie vanwege de structuur twee BV’s moest oprichten, moesten ze in Den Haag nog een stempel zetten. Dat heeft nog ruim een half jaar geduurd - ja ongelooflijk- en dus is het fonds pas april 2015 effectief gegaan.”

60 miljoenDe uitvoering - de beoordeling van de aanvragen en het beheer van de kredieten - is ondergebracht bij NV Industriebank LIOF, de regionale ont-wikkelingsmaatschappij. Van de totale 60 miljoen is de helft toegewezen aan het Limburg Business Development Fund. “Dat is voorzien voor een periode van zes jaar. Zes miljoen daarvan is bedoeld voor ideeontwikkeling waarbij

Jeu Titulaer (P rov i nc ia l e S t a t en )

Voor de doorstart van autoproducent

VDL Nedcar had de provincie Limburg

in 2012 een co-garantie afgegeven

van 25 miljoen euro, gelijk aan de

staatsgarantie-regeling. ‘Wat voor het

grootbedrijf kan, zou voor het kleinbe-

drijf ook mogelijk moeten zijn’, bedacht

Jeu Titulaer, lid van Provinciale Staten

namens het CDA. Op zijn initiatief

is er 60 miljoen euro beschikbaar

gekomen voor het MKB in Limburg.

Page 11: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

11

Al jarenlang wordt er in Nederland ge-roepen dat er een stigma op falen is. Dit zou ondernemerschap in Nederland in de weg staan. We zouden een voorbeeld moeten nemen aan de Verenigde Staten, waar het failliet gaan van een startup wordt gezien als een badge of honor: je probeert een nieuw bedrijf op te bouwen, soms lukt het, meestal niet, je leert ervan, en de volgende startup wordt nog beter.

Het is een broodjeaapverhaal. Onderzoek naar ondernemerschap in Nederland en in een groot aantal andere landen laat zien dat relatief weinig Nederlanders zich laten weerhouden om een startup te beginnen door de angst voor het falen hiervan.Volgens de Global Entrepreneurship Monitor is dit zo’n 35 procent in Nederland en 30 procent in de VS. Dit is een stuk lager dan bijvoorbeeld Griekenland (62 procent),

Door Erik Stamgastcolumn

Polen (51 procent) en Japan (55 procent). In deze landen kan je pas echt van een excessief stigma op falen spreken.

Er is iets anders aan de hand in onder-nemend Nederland. Het aantal mensen dat voor zichzelf begint is sterk gegroeid in de afgelopen decennia. Het percentage zelf-standigen in de beroepsbevolking is zelfs hoger in Nederland dan in de Verenigde Staten. Zelfstandig ondernemerschap is heel gewoon, of zelfs cool geworden in Nederland. De meeste Nederlanders laten zich niet door dat zogenoemde stigma op falen tegenhouden. Wel zijn ze, in tegen-stelling tot de gemiddelde Amerikaanse ondernemer, en zeker die in Silicon Valley, niet zo ambitieus: 21 procent van de Amerikaanse ondernemers wil hun onder-neming laten doorgroeien tot een substan-tiële omvang (tenminste 20 werknemers),

Het Nederlandse stigma op falen: een broodje aap

Erik Stam is Hoogleraar Strategie, Organisatie en Ondernemerschap aan de Utrecht University School of Economics & Academic Director van het Utrecht Center for Entrepreneurship

terwijl maar 7 procent van de Nederlandse ondernemers die ambitie heeft. Het lijkt erop dat de Nederlandse ondernemers klein wel fijn vinden en liefst niet de risico’s nemen die gepaard gaan met het

opschalen van hun startup. Groots en mee-slepend ondernemen, met de daarmee ge- paard gaande ups en downs, lijkt in Nederland niet zo populair.

Laten we eens ophouden met het napraten van het broodjeaapverhaal over het stigma op falen en ons inzetten voor ambitieus on- dernemerschap. Samen bouwen aan een ecosysteem rondom dat ambitieuze onder-nemerschap: bijvoorbeeld door het finan-cieringslandschap op orde te krijgen en een toekomstbestendige arbeidsmarkt te creëren. Laten we voor grote impact gaan. Daarvoor moet je leren, met vallen en opstaan.

per keer 50.000 euro als subsidie kan worden verstrekt. Voor de ontwikkeling van idee tot product zijn (achtergestel-de) leningen beschikbaar. In principe komen alle sectoren in aanmerking. Maar beleidsmatig ligt de focus op top-sectoren, waaronder agrofood (rond Venlo), de chemische sector (Geleen-Sittard) en de biomedische sector (Maastricht).”

Het MKB Leningenfonds Limburg is 20 miljoen euro groot. “Daarvoor kan elke MKB-er aankloppen. In het recente coalitieakkoord staat dat ook zzp-ers, culturele ondernemers en de land/tuinbouw sector worden gestimuleerd. Dat moet nog geëffectueerd worden. De gedeputeerde heeft toegezegd bij de behandeling van de najaarsnota met een voorstel te komen.”

De resterende 10 miljoen euro is bestemd voor de co-financiering van kredietunies. “Maar dat loopt nog niet zo. Ze hebben te maken met opstart- kosten maar ook met restricties. Ze mogen bijvoorbeeld niet werken met deposito’s, dus de funders moeten hun geld wegzetten als risicodragend kapi-taal en ook nog perpetueel, dus voor onbepaalde tijd. Dan redeneren men-sen: ‘Ik moet wel heel veel doen voordat ik drie procent rendement maak’. Ook hier belemmert Den Haag dus de toe-treding van nieuwe financiële dienst-verleners. Ik vind het soms schieten met kanonnen op muggen.”

Verankeren“Op termijn, als het goed loopt, zouden we andere partijen kunnen interesseren voor funding, denk aan de pensioen- fondsen. De provincie heeft als taak om het bedrijfsleven zo goed mogelijk te verankeren.”

De verwachtingen zijn hoopvol. “De behoefte is er bij ondernemers, maar de vraag is nog of de toegang gemakkelijk genoeg is. Dat zal uit de evaluatie later dit jaar moeten blijken.”

Over zijn eigen rol is Titulaer duidelijk: “Heel kort monitoren en du moment dat het niet goed loopt heel snel bijstellen.”

Page 12: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

12

V.l.n.r.Han Dieperink (IMK), Agnes Mulder (CDA,

Tweede Kamer) en Roland Lampe

(bestuurder Vereniging van Kredietunies in

Nederland)

I nterview

Het alternatief kredietunie: ondernemers die ondernemers financieren

Page 13: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

13

Agnes Mulder is sinds 12 september 2012 Tweede Kamerlid voor het

CDA. Eerder was zij actief als Statenlid in de provincie Drenthe en als fractie-voorzitter van het CDA in de gemeen-teraad van Assen. Voorafgaand aan haar politieke loopbaan werkte Mulder bij de ABN AMRO en was zij adviseur regionale economie bij de Kamer van Koophandel. In die hoedanigheden was zij betrokken bij MKB financiering. Dus toen collega-Kamerlid Eddy van Hijum, inmiddels gedeputeerde in Overijssel, haar vroeg samen aan de slag te gaan met kredietunies, zei ze onmiddellijk ja. Eerder al had voormalig CDA-Kamerlid Ad Koppejan de discussie geopend over het verbreden van het financieringsaan-bod voor het MKB. Dit naar aanleiding van het succes van kredietunies voor ondernemers in de Verenigde Staten.

Roland Lampe vertelt drie jaar bezig te zijn geweest met het verkrijgen van toestemming van de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Dit had te maken met de positionering van kredietunies. In de woorden van Lampe: “We moesten een gat in de wet vinden om aan de slag te kunnen.” De toestemming is - per ‘standpuntenbrief’ van 16 januari 2013 - afgegeven onder de voorwaarde dat de benodigde financiering bij de leden van kredietunies wordt aangetrokken via de uitgifte van perpetuele ledencertifica-ten. Hierdoor vallen kredietunies niet onder de werking van de Wet Financieel Toezicht.

RL: “Wij zijn het eens geworden over de volgende definitie: rente en aflossing van verstrekte kredieten staan niet per

definitie ter beschikking van nieuwe kredietverlening, zodat die perpetuele ledencertificaten terug betaald konden worden. In de wet is ook de internatio-nale definitie van de kredietunie geko-men: een coöperatie die geld aantrekt van leden, en geld uitzet bij leden. Heel kernachtig. Het model van krediet-bemiddeling is tijdelijk gedoogd, maar daarvoor is wel een vergunning van de AFM nodig. Het wachten is nu op goed-keuring vanuit Brussel.”

AM: “De grootste zorg van Brussel betreft ‘shadow banking’. Je moet wel zorgen dat er toezicht is, maar liefst zo min mogelijk. De wet is gelukkig door de Tweede en de Eerste Kamer heen. Dit is het laatste stukje. Als dit klaar is, kan iedereen echt van start.”

RL: “We hebben al zestien ‘common bond’ kredietunies opgericht. Van de ruim 192 aanvragen zijn er 30 geselec-teerd om binnen een jaar opgericht te worden. Er is een zestal kredietunies dat daadwerkelijk kredieten verstrekt, naar schatting voor circa 2,5 miljoen euro. Wij hopen dat er over vijf jaar 100 kredietunies in Nederland zijn.”

AM: “Ik hoop dat we snel aan de slag kunnen. Kredietunies zijn één van de alternatieven voor bancaire finan-ciering. Dat is hard nodig. Wij willen uiteindelijk allemaal dat mensen aan het werk kunnen. Ondernemers zorgen voor werkgelegenheid en dan is dit een heel belangrijke randvoorwaarde.”

LeergeldHan Dieperink: “Met die 100 krediet-unies kan het gaan vliegen. Dan is er in elk geval een serieus instrument

ontwikkeld en kunnen we tot de grens van 10 miljoen euro doorgaan, denk ik? Of zijn er dan nog andere obstakels? Ik zie eigenlijk drie soorten initiatieven. De eerste is de kredietunie volgens het coöperatieve model waarbij succesvolle ondernemers een bijdrage willen leve-ren. Daarnaast zie ik een aantal krediet-unies, daar zijn vooral politici mee bezig. Ik noem Zeeland maar even als voorbeeld. En dan is er een derde groep, en die noem ik de ‘dekmantel krediet-unies’. Dat zijn slimme zakenmannen - de een heeft een administratiekantoor, de ander een juridisch advieskantoor - en die gebruiken de unie als business model. Hebben die alle drie recht van leven, kunnen die alle drie floreren? Wat is de les daarvan?”

RL: “Ik denk dat je in iedere groeifase van de markt ziet dat er heel veel pro-beersels zijn. Onze ‘common bond’ kredietunies houden zich aan de nieuwe wet en aan internationale standaarden. Zij gaan ervan uit dat ondernemers bereid zijn hun eigen belang onderge-schikt te maken aan een hoger maat-schappelijk doel, het delen van kennis, ervaring en netwerken. En daarmee het scheppen van werkgelegenheid.”

AM: “Ik zou het niet willen onderver-delen in die drie categorieën. Het voor-beeld dat je noemt, Zeeland, betreft een kredietunie die vroegtijdig is opgericht en er ook tegenaan liep dat die wetge-ving er nog niet was.”

RL: “Nou, wij zijn twee jaar bezig geweest om in Zeeland 2,5 miljoen euro bij elkaar te krijgen. Wat daar speelde, was dat er geen ‘common bond’ blijkt te kunnen bestaan van alle Zeeuwse ondernemers. Ondernemers in Goes investeren hun spaargeld niet in Zierikzee.”

AM: “De wet geeft de ruimte om dat regionaal met elkaar te regelen. Dus het hangt altijd van de ondernemers af of het wel of niet een succes wordt.”

RL: “Eens, maar respecteer de cultu-

In de fractieburelen van de Tweede Kamer, treffen CDA-politica Agnes Mulder, VKN-bestuurder

Roland Lampe en IMK-directeur Han Dieperink elkaar om te praten over het fenomeen

kredietunie. In de Verenigde Staten zijn kredietunies een belangrijk financieringsinstrument

voor het midden- en kleinbedrijf. In Nederland komen ze van de grond, kredietunies, en is hun

positie inmiddels bij wet geregeld. Het wachten is op witte rook uit Brussel.

Page 14: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

14

I nterview

rele begrenzingen die er zijn. Maak daar gebruik van.”

HD: “Moet je dit dan ‘bottom up’ laten ontstaan of toch op de een of andere manier ‘ top down’ neerzetten? Daarna komt vraag en aanbod dan wel bij elkaar.”

AM: “Ik zou nooit voor ‘top down’ kiezen. Wel belangrijk is dat onder-nemers weten dat het er is, dus ‘spread the news’. Dat is geen ‘top down’, maar ik krijg een beetje de indruk dat jullie dit zo beleven?”

HD: “Nee, maar wat er is gebeurd in Zeeland, is veelbesproken. Ook onder ondernemers. En die vinden daar alle-maal wat van.”

AM: “Maar wat let ze dan om het anders te regelen? Ik bedoel, het is toch voor en door ondernemers?”

RL: “Er lopen een paar aanvragen in Zeeland. We hadden 2,5 miljoen toege-zegd geld. Dat is nou weer terug gege-ven en dat is doodzonde. Wij geloven in de subsidiariteit van kredietunies. Alles wat zij zelf kunnen regelen, regelen zij ook zelf. Wat beter en efficiënter geza-menlijk gedaan kan worden, wordt aan de Vereniging uitbesteed, de Algemene Ledenvergadering is het hoogste orgaan binnen de VKN. VKN is een belangen-vereniging, geen ‘top-down’ koepel.”

AM: “Je betaalt leergeld aan het begin. Om dan meteen te concluderen dat het verkeerd is, vind ik een beperkte visie. “

HD: “Maar kunnen we dat leergeld onmiddellijk omzetten in betere ini-tiatieven? Het lijkt erop dat regionaal per definitie beter werkt dan sectoraal, ook vanwege de onmiddellijke risico-spreiding. Dat wordt in de context van die ‘common bond’ ook heel belangrijk gevonden.”

AM: “Ik vind het wel mooi als een bakker in Zeeland een bakker in Drenthe financiert. Dus ik heb juist bewust in de wet ook ruimte willen laten aan de sectoren. Waarbij het wel

goed is om naar de ontwikkelingen in de branche te kijken. Uiteindelijk draait het om continuïteit en werkgelegen-heid.”

RL: “Ik heb vanmiddag een afspraak in Almere. De plannen om een krediet- unie in Flevoland op te richten zijn veel te ambitieus. Eerst klein begin-nen en als er dan enkele kredietunies in Flevoland zijn ontstaan en krediet verlenen, kun je altijd nog afspreken dat die kredietunies hun back-office gaan delen, of andere dingen uit kos-tenoverwegingen samen gaan doen. Samen optrekken naar de Provincie toe kan natuurlijk nooit kwaad en daar helpen we bij. Ook in andere provincies zijn er plannen geweest om provinciale verbanden te smeden en van daaruit regionale kredietunies op te richten. Zo’n proces duurt soms een jaar en het gevolg is dat er geen krediet wordt ver-strekt. Ondernemers hebben de neiging om te groot te denken. Dat siert ze, dat horen ze ook te doen als ondernemers. Maar dat je bij een kredietunie dus klein moet beginnen en dat langzaam moet uitbouwen, dat is moeilijk te accepteren.”

AM: “Dit is nieuw voor Nederland. Je wilt dat mensen de ruimte hebben om zelf het wiel uit te kunnen vinden en tegelijkertijd wil je helpen voorko-men dat ze fouten maken die elders zijn gemaakt. Maar je kunt moeilijk in hun schoenen gaan staan. En als politica ga ik dat ook beslist niet doen.”

OpstartkostenRL: “Het opstellen van een kredietunie kost ongeveer 50.000 euro. Dat geld moet uit publiek-private bronnen komen. Soms zijn wij een jaar bezig om de opstartfinanciering voor een kredietunie rond te krijgen. Zo’n proces kost teveel tijd en daarmee gaat veel enthousiasme van ondernemers van

agnes mulder “Uiteindelijk

draait het om continuïteit en

werkgelegenheid.”

Page 15: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

15

het eerste uur verloren. Een idee is: bij de opstart obligaties van 1.000 euro uitgeven. Als je dan 50 leden hebt, kun je je opstartkosten betalen. Maar dan is je eigen vermogen weg. Dat vind ik niet verstandig.”

HD: “Dus wat je zegt is: als je een kredietunie opzet, doe het dan snel. Want anders raak je de dynamiek en het enthousiasme kwijt en dat is juist een van de succesfactoren van een kredietunie?”

RL: “Ja, en je moet een raamwerk klaar hebben liggen.”

AM: “Zonder dat het een overheids-dingetje wordt hè? Het moet wel voor en door ondernemers blijven. Als de overheid het weer overneemt, dan schiet het totaal zijn doel voorbij wat mij betreft.”

HD: “Hoe moet die overheid er dan wel mee omgaan?”

AM: “Een overheid kan dit tijdelijk voorfinancieren en moet dat geld dan ook weer terug willen zien.”

RL: “We praten nu met andere partijen om twee miljoen op tafel te krijgen voor het oprichten van 40 kredietunies. Waarbij het uitgangs-punt is dat wanneer je als krediet-unie positieve resultaten boekt, je die opstartkosten terugbetaalt.”

AM: “Ik heb ook ondernemers horen zeggen dat ze het liever zonder doen. Het uitgangspunt is dat je het zonder kunt. Maar stel dat je het nodig zou hebben, dan is het fijn dat het er is.”

RL: “Ik werd gisteren gebeld door Kredietunie Oostland uit Lansinger- land. Daar is door mannen van VNO-NCW in zes maanden tijd een kredietunie opgezet. Die belden om te zeggen dat ze hun eerste krediet heb-ben verleend, iets van 30.000 euro aan een Indisch restaurant. Ik stelde voor om daar een keer af te spreken voor een vergadering. Waarop ze zeiden: we gaan met alle leden al regelmatig eten daar, want het is wel ons lid hè?”

AM: “Zo ken ik een voorbeeld uit Groningen van een bloemenzaak. Die ondernemers gaan op vrijdag bij die mevrouw bloemen kopen voor thuis in het weekend. Dat wij-gevoel, het weloverwogen eigenbelang, is uniek aan een kredietunie.”

RL: “Ik was laatst in het Transvaal-kwartier in Den Haag. Daar zijn we bezig met een project microkredietunie. Dat doen we samen met Fonds 1818 en de gemeentelijke kredietbank. Ik zat aan tafel met een Hindoestaanse juwe-lier, een Marokkaanse aannemer, een Turkse groenteboer en een Surinaamse fietsenmaker. De bereidheid van die ondernemers om samen te werken, om samen risico te delen, maar ook

om ervaringen over te dragen: dat is een ideaal model. In zo’n wijk kun je de sociale cohesie door een kredietunie helpen verstevigen.”

Hij vertelt dat het samenstellen van een initiatiefgroep en het vinden van een goede projectleider, geen sinecure is.”De projectleider - we hebben er nu 25 - moet weten wat kredietverlening is. We willen in de initiatiefgroep ook graag een ondernemersicoon hebben, en een accountant. Aangevuld met nog eens twee ondernemers die maatschap-pelijk betrokken zijn en het gewoon leuk vinden om te doen. Nou, als je met zo’n groep niet het heilig vuur kunt aanblazen…”

Agnes Mulder voegt eraan toe dat ze laatst op het voetbalveld in Assen werd aangesproken door een voormalig accountant. “Die is nu druk bezig met de kredietunie daar, puur vanuit de passie voor zijn vakgebied en de omge-ving. Hij is bekend met de randvoor-waarden en zet ook mensen bij elkaar waarvan hij weet dat ze iets willen doen en bereiken. Dat heilige vuur heb je nodig met elkaar.”

HD: “Het spanningsveld dat oor-spronkelijk zat tussen banken en kredietunies, is dat aan het verdwijnen?”

RL: “Er zijn een paar banken die ons nu opzoeken voor stapel- of co-financie-ring. Dankzij de nieuwe wet worden we opeens serieus genomen. Er is dus een doorbraak, gelukkig. De wet is zo opge-zet dat er veel bijstelling mogelijk is via een Algemene Maatregel van Bestuur, die de minister van Financiën kan uit-vaardigen.”

AM: “Dat hebben we bewust zo gedaan om flexibel te kunnen zijn.”

HD: “Maar gaat de overheid t.z.t. misschien wel weer aan de knopjes draaien?”

AM: “Nou, ik zou dat toezicht onder de 10 miljoen echt zo willen laten, zoals we in de wet hebben verwoord. Maar, kredietunies kunnen failliet gaan.

roland lampe “We hopen dat er over vijf jaar

100 kredietunies in Nederland zijn.”

Page 16: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

16

I tem

Het Investeringsfonds Sociale Firma’s past binnen

het Werkplan van de gemeente Amsterdam en ver-

bindt de kracht van ondernemerschap aan de uitda-

ging van participatie door mensen met een serieuze

afstand tot de arbeidsmarkt. Over welke mensen heb-

ben we het? Welk type ondernemer wilt u bereiken?

“In Amsterdam moet iedereen kunnen meedoen. Ook mensen die het niet redden in een gewone baan. Voor die mensen zijn er dagbestedingsplekken of beschut werk. Dat zijn plekken waar ze iets nuttigs doen en onder de mensen komen én waar ze goed begeleid worden. Wij hopen met het investeringsfonds ondernemers te bereiken met hart voor de stad en hart voor de Amsterdammers. We zoeken ondernemers die plek willen bieden aan mensen ‘met een grote afstand tot de arbeidsmarkt’ zoals dat heet.”

Waarom is het instrument van een investerings-

fonds aan het Werkplan toegevoegd?

“We merkten dat sociale firma’s behoef-te hebben aan hulp bij de financiering van investeringen. Je kunt je voorstellen dat de aanschaf van apparatuur, machi-nes, gebouwen of voertuigen veel geld kost. De financiering hiervan is maat-

werk en moeilijk te verkrijgen bij een gewone bank. Sociale firma’s hebben een dubbele doelstelling, die niet alleen bestaat financiële winst maar ook uit maatschappelijk rendement. Daarom stelt Amsterdam een startbedrag van 1,1 miljoen euro beschikbaar in het Investeringsfonds Sociale Firma’s.”

Welke impact verwacht u dat dit fonds op de

arbeidsmarkt in Amsterdam zal hebben? Zijn er

aantallen in arbeidsplekken en verstrekte leningen

geformuleerd die beoogd zijn?

“Ik hoop dat het investeringsfonds er-voor zorgt dat meer Amsterdammers die het nodig hebben ook terecht kun-nen voor dagbesteding of voor beschut werk.”

Investeringsfonds

Arjan Vliegenthart was van juni 2007 tot juli

2014 Eerste Kamerlid voor de SP. Daarna

werd hij wethouder in Amsterdam waar hij de

portefeuilles Werk, Inkomen en Participatie

beheert. Vliegenthart is ook verantwoordelijk

voor de uitvoering van het werkplan

‘Investeren in Sociale firma’s’, waarvoor

de Amsterdamse gemeenteraad eerder dit

jaar groen licht gaf. Een investeringsfonds

moet helpen om werkplekken te creëren voor

mensen met afstand tot de arbeidsmarkt

bij bedrijven die economische continuïteit

combineren met maatschappelijke

betrokkenheid. Reden voor Good Company

om wethouder Vliegenthart een aantal

vragen voor te leggen.

Wethouder Arjan Vliegenthart:

“Iedereen moet kunnen

meedoen”

We moeten voorkomen dat we dan in de automatische reflex schieten van heel veel toezicht. In wezen leg je heel veel verantwoordelijkheid, en vertrou-wen, in de samenleving om het zelf te regelen.”

RL: “Onze leden houden zich aan internationale governance en com- pliance regels, een gedragscode en regels voor een zorgvuldige bedrijfs-voering. Uit oogpunt van veiligheid is dat het minste dat je kunt doen.”

AM: “Als je wilt doorgroeien, dus boven die 10 miljoen, dan moet je ook een zekere professionaliteit heb-ben. En dat moet je waarborgen in de opbouw en de groei van je krediet-unie. Als dat je doel is tenminste. Je kunt ook klein blijven.”

AanvullingAM: “Ik hoop dat er heel veel onder-nemers gebruik van gaan maken. Ik denk dat kredietunies een heel mooie aanvulling zijn op banken. Die heb-ben er toch ook belang bij dat aan de onderkant nieuwe bedrijven ontstaan en dat ze gefinancierd worden. En misschien gaan ze op een gegeven moment wel over naar het bancaire circuit.”

HD: “Het zou mooi zijn als de kredietunies een klein stukje van het gat gaan opvullen in het financie-ringslandschap, en dat is: de behoefte aan werkkapitaal. De platforms voor crowdfunding voorzien daar nog niet voldoende in. De ondernemer die werkkapitaal nodig heeft, omdat hij groeit en bijvoorbeeld meer voorraad moet houden, die staat in de kou. De kredietunie kan vanuit de ‘common bond’ daar een rol spelen.”

RL: “Ja, en dan gaat het toch weer om persoonlijk contact. Elkaar in de ogen kunnen kijken. In plaats van een checklist invullen.”

Page 17: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

17

“Hoeveel plekken we gaan realiseren met het fonds is natuurlijk afhankelijk van het aantal aanvragen. Met een start-budget van 1,1 miljoen euro kunnen we naar verwachting 10 tot 15 initiatieven ondersteunen, en kunnen zo’n 50 tot 150 plekken worden gerealiseerd.”

Wat zijn de eerste ervaringen met dit programma?

“Het programma is net van start maar de eerste ervaringen zijn positief. We merken dat bestaande zorginstellingen in de stad, die nu bijvoorbeeld al dag-besteding verzorgen, ook sociale fir-maprojecten gaan opzetten. Maar ook nieuwe ondernemingen kijken hoe ze in hun bedrijf een plek kunnen bieden aan mensen met een arbeidsbeperking.”

Hoeveel aanvragen voor een financiering zijn al

binnengekomen en welke achtergrond hebben deze

bedrijven?

“We hebben sinds de start deze zomer één aanvraag binnen, maar er is intus-sen veel contact met verschillende partijen waarvan een aantal bezig is met de uitwerking van een business-plan. Ik verwacht dat zij zich de komen-de tijd nog gaan aanmelden.”

Met de instelling van dit fonds voor de Sociale

Firma en in zijn algemeenheid het Werkplan Sociale

Firma’s, wordt ook het Amsterdamse economische

klimaat geraakt en spelen thema’s als een gezond

business model en concurrentievervalsing een rol. In

hoeverre is hier aandacht voor bij het investerings-

fonds en de uitgifte van eventuele leningen?

“Een gezond businessmodel is inder-daad van belang. Daarom hebben we ook gekozen voor een lening met rente en niet voor subsidie voor sociale firma’s. Er is geen sprake van markt-verstoring, want alle bedrijven en ondernemer kunnen er voor kiezen om sociale firma te worden. Ook bedrijven met 100% commerciële inkomsten kun-nen een sociale firma zijn als ze genoeg mensen aannemen die voor beschut werk of dagbesteding in aanmerking komen.”

In hoeverre is er aandacht voor de zakelijkheid van

de ondernemer of managers van een sociale firma die

een financiering vanuit het fonds ontvangt? Worden

zij ondersteund of begeleid?

“Ondernemers die dat willen, kun-nen bij de gemeente en verschillende partners terecht voor ondersteuning. Een van die partners is het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK). Momenteel ontwikkelen we een begeleidingsprogramma voor sociale firma’s, dat als voorbereiding kan dienen voor een aanvraag voor het investeringsfonds.”

Wij kunnen ons voorstellen dat dit fonds te zijner

tijd ook ingezet zou kunnen worden voor sociale onder-

nemingen. Een sociale onderneming is een onder-

neming die een maatschappelijk probleem aanpakt

met een gezond business model. Dit type bedrijven

heeft ook vaak moeite financieringen te verkrijgen.

Het creëren van arbeidsplekken is dan een onderdeel

en geen doel meer op zich. Hoe kijkt u hier tegenaan?

“Ook die initiatieven dragen we een warm hart toe. Sociale ondernemingen zijn in de stad een belangrijke partner bij creëren van werkplekken of dagbe-steding voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. We zijn bezig met het onderzoeken wat hun financie-ringsbehoeften zijn. Daarbij kijken we ook naar hoe bestaande gemeentelijke fondsen, als het Microkredietenfonds, het Duurzaamheidfonds en het Investeringsfonds Sociale Firma’s, kunnen aansluiten bij de vraag vanuit de ondernemers.”

Sociale Firma’s in Amsterdam

Wethouder Arjan Vliegenthart:

“Iedereen moet kunnen

meedoen”

Page 18: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

18

I ntroductie

Petra de Boevere staat bekend als ‘Meisje van de Slijterij’, naar de titel

van haar weblog dat ze in 2003 startte en haar eerste boek (2010). Dat ging over sociale media en internet marke-ting. Haar tweede boek (2013) heet ‘Durf te doen’ en gaat over de netwerksamen-leving. Ondernemen heeft zij niet van huis uit meegekregen – haar vader was timmerman, haar moeder huisvrouw – maar ondernemersbloed stroomt onmiskenbaar door haar aderen. “Mijn vader kwam elke vrijdagmiddag met zijn loonzakje thuis. Dan haalde hij er iets uit voor zichzelf - hij had duiven als

hobby - en gaf de rest aan mijn moeder. Ik zag dat en bedacht me: ik ga later nooit mijn hand ophouden. Ik kon ook slecht tegen hiërarchie, kwam ik tijdens vakantiebaantjes achter. Dat ik zelfstan-dig zou worden, wist ik al vroeg.”

BrommertjeZe was 17 toen ze school verliet en in de horeca begon. “Ik was voor het atheneum getest, maar kwam op de havo terecht en deed uiteindelijk mavo-examen. Daarna ging ik naar de INAS. Ik was nog leerplichtig en die was het dichtst bij huis. Ik ging weinig naar

school, maar maakte wel de repetities en haalde achten en negens. Op een dag moest ik bij de directrice op gesprek. Ze stelde dat ik méér op school moest komen of helemaal niet meer. Ik ben op m’n brommertje gestapt en ben vier horecagelegenheden in de buurt langs gegaan. Ik kon bij alle vier een baantje krijgen. Je begrijpt, die heb ik mooi tegen elkaar uitgespeeld, haha!”

Tijdens het werken op een cruise-schip in de Caraïben leerde Petra haar man Bram kennen.

Ondertussen had ze haar papieren gehaald: cafébedrijf, middenstandsdi-ploma, slijtersvakdiploma. Omdat Bram wilde blijven varen, begon ze in 1993 geen café maar een slijterij in Breskens. Toen Petra in 2005 werd getroffen door een nekhernia, kwam Bram alsnog in de zaak. Dat ging goed, totdat in 2010 de routing in het dorp veranderde en

Petra de Boevere

“Ik had de crowd centraal

gesteld in plaats van

de funding”

Petra de Boevere had 100.000 euro nodig voor de inrichting van haar nieuwe slijterij-

wijnhandel De Vuurtoren in Sluis. Maar de bank gaf niet thuis. Petra liet zich er niet

door ontmoedigen. Door middel van crowdfunding haalde ze het bedrag alsnog op.

Drie jaar na dato gaan de zaken voorspoedig.

Page 19: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

19

er minder klanten langskwamen. Ook gingen er twee borrelshops bij super-markten open.

Petra en Bram wilden de zaak naar Sluis verhuizen. Aan de Groote Markt was een pand beschikbaar. Sluis telt slechts 2.000 inwoners, maar trekt op goede dagen 10.000 toeristen. Brugge is maar een halfuurtje rijden. “Er zijn hier 13 drogisterijen en die verdienen alle-maal een boterham. Alle benchmarks die banken hanteren, gelden niet voor Sluis”, stelt Petra.

Het pand zou casco worden opge-leverd. “Ik had mijn voorraad en mijn interieur, maar er was een ton nodig

om de boel in te richten. Ik wist dat de bank niets zou doen, omdat mijn omzet al een paar jaar terugliep.”

Het was 24 december 2011 toen Petra bedacht: maar wat als ik nou aan 100 mensen 1.000 euro vraag en ze dan 1.200 euro aan cadeaubonnen retour geef?

“Ik had het gevoel dat ik iets over het hoofd zag, het leek zo simpel. Dus ik belde een bevriende accountant en vertelde hem over mijn plan. Die begon te lachen en zei: ‘schrijf mij maar op als nummer 1’. Eerste Kerstdag sprak ik mijn zwager, die is bedrijfseconoom, en die zei: ‘Schrijf mij maar op als num-mer 2’. Toen heb ik Tweede Kerstdag een filmpje online gezet waarin ik vertelde dat ik een ton nodig had voor ‘de slijterij

van de toekomst’ en dat wie interesse had, mij kon bellen.”De telefoon rinkelde aan één stuk.

Na 70.000 euro aan toezeggingen, durfde Petra het aan om het huurcon-tract te tekenen. “Ik had de bank nodig voor de huurgarantie. Maar die heb ik nooit gekregen. Uiteindelijk is de huur-baas akkoord gegaan zonder bankga-rantie.”

En de ton kwam er. “Ik had de crowd centraal gesteld in plaats van de fun-ding - die ik wel nodig had natuurlijk. Ik had een community van mensen die van lekker eten en drinken hielden, die ons het beste gunden en die ook

die investering konden doen. De suc-cesfactor was en is het hebben van dat netwerk. Mensen uit het hele land, tot aan Groningen en Friesland, zelfs uit België en Luxemburg. Ze boeken een weekendje aan de kust als ze hun bon-nen komen inleveren.”

DrijfveerHaar drijfveer is altijd geweest: je moet het zelf doen. “Door de bank word je gewoon gestraft voor je creativiteit. Als ik mijn netwerk niet had gehad, had-den ze mij vorig jaar laten omvallen. Ik herinner me nog dat ik bij de bank zat in 2013, bij die meneer van Bijzonder Beheer. Die had die morgen net voor het eerst van crowdfunding gehoord.

Hij vertelde me dat ik bij de gemeente 18.000 euro kon lenen. Ik kon mijn oren niet geloven: Ga jij nou echt tegen een ondernemer zeggen dat-ie z’n hand moet ophouden?! Ik ben heel boos weg-gelopen.”

“Ik weet niet wat het verdienmodel van de bank gaat zijn in de toekomst. Maar ik weet wel dat ze de afgelopen jaren veel kwaad bloed hebben gezet bij veel ondernemers. Ik geloof niet dat ze dat zo maar weer goed maken. Elke bankier die ik spreek, geeft me in prin-cipe gelijk, maar wijst naar het systeem. Dat systeem zegt dat ik privé geen 500 euro per maand aan hypotheek op mijn pand in Breskens kan betalen. Maar zakelijk kennelijk wel 1.700 euro. Dat is Kafka. Als zelfstandig ondernemer ben ik mijn bedrijf. Er wordt een verschil gemaakt tussen particulier en zakelijk, maar bij kleine ondernemers is dat één persoon. Maar voor zo’n instituut ben ik geen persoon, maar een aantal reke-ningnummers. Mijn risicoprofiel wordt berekend door de computer. Vroeger deed je zaken met elkaar op basis van vertrouwen. Ik vind het heel krom dat je een computer meer vertrouwt dan een persoon. Dat is toch absurd, dat een systeem groter is geworden dan waar het om gaat?”

Wat is de volgende stap?

“Er is drie tot vijf jaar nodig om zo’n winkel op te bouwen. We werken zeven dagen per week, zijn alleen dicht op Eerste Kerstdag en Nieuwjaarsdag. We zitten op koers. 2012 was lastig, maar in 2013 hebben we 60 procent geplust, in 2014 32 procent en halverwege 2015 al 20 procent. Die getallen gaan we niet volhouden, maar we kunnen nog wel twee jaar doorgroeien tot we stabilise-ren. Daarna gaan we sowieso personeel aannemen, zodat we wat meer tijd heb-ben voor onszelf, of om andere dingen te doen. In mijn crowd zitten ook de leveranciers van mijn spullen. De liefde van het maken proef je in het product. Daar wil ik nog een boek over schrijven.”

Page 20: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

20

I tem

jeroen ter huurne( c o l l i n c r o w d f u n d )

“De verschuiving is onomkeerbaar”

Crowdfunding bestaat eigenlijk al eeuwen, vertelt Ter Huurne. “Een leuk voorbeeld is het Vrijheidsbeeld

in New York. Dat is door de Franse overheid geschonken aan de stad. Maar het geld voor de sokkel is door de lokale bevolking bij elkaar gebracht. Toen werd er dage-lijks in de krant over gepubliceerd, nu kunnen dankzij internettechnologie een grote hoeveelheid mensen, ‘the crowd’, worden bereikt en transacties afgewikkeld.”

Advies aan DijsselbloemCollin Crowdfund is na anderhalf jaar voorbereiding op 4 juni 2014 van start gegaan. Naast het kantoorteam in Oisterwijk, werken er crowdfund coaches verspreid over

heel Nederland. Ter Huurne is één van de drie directie-leden. Na een bancaire carrière van ruim 30 jaar, koos hij voor het zelfstandig ondernemerschap. Zijn ouders runden twee kapsalons en Jeroen leverde als tiener al hand- en spandiensten. “Ik heb altijd geweten dat ik ooit de stap naar een eigen bedrijf zou zetten.”

De jaarlijkse financieringsbehoefte van het MKB is 20 miljard euro groot, schetst Ter Huurne, “en daarvan is crowdfunding met 100 miljoen slechts een druppel op de gloeiende plaat. Maar de sector groeit hard en ver-drievoudigt zich jaarlijks in Nederland.”

Hij zegt dat er in Engeland sprake is van een miljarden business. “Daar gaat het in Nederland naar

Jeroen ter Huurne spreekt liever van crowdfinance dan van crowdfunding. Dat geeft ook direct aan hoe de oprichter/directeur van Collin Crowdfund in de materie staat. Collin, “een stoere jongensnaam”, is de personificatie van het bedrijf. Mét betekenis: de CO van comfortabel en coöperatief, de COLL van collectief en de IN van investeren.

Page 21: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

21

verplichtingen heeft kunnen voldoen. Maar de termijn waarvoor dat geldt, is te kort om als representatief te beschouwen.”

Kijken we naar de investeerders/geld-verstrekkers achter Collin, dan betreft twee derde deel kleine, particuliere investeerders. “Die doen frequent mee - al vanaf 500 euro - en zij volgen ons advies om nadrukkelijk te spreiden over meer leningsaanvragen.” Eén derde betreft zakelijke investeerders, mensen die vanuit een stamrecht BV of personal holding beleggen. “Zij zijn goed voor de helft van het volume. Wij bereiken nog niet de institutionele belegger, maar als ik zie hoe hard wij groeien, is dat een kwestie van tijd. Ook omdat er door hen bij ons geautomatiseerd geïnvesteerd kan worden.”

Het aantal investeerders neemt toe met 100 per week. “Eind volgend jaar zitten we naar verwachting op een obligo van 100 miljoen. Tegen een verantwoord risico kan een mooi rendement gehaald worden én mensen vinden het gewoon leuk om op deze manier het MKB te kunnen ondersteunen. Ze maken zelf de keuze waarin ze investeren. Dus ja, de groei is exponentieel en vertrouwen speelt daarin een cruciale rol. Ons credo is kwaliteit, kwaliteit, kwaliteit; naast het investeerdersmotto spreiden, spreiden, spreiden.”

Heb je het idee dat geldverstrekkers ‘shoppen’ op

de verschillende platformen?

“Ik denk dat de meer zakelijk georiën-teerde investeerder dat zeker doet. Wat ons betreft zelfs graag, want wij kunnen de vergelijking goed aan. We hebben het niet over ‘unique selling points’ maar over ‘unique buying reasons’, omdat we nu eenmaal vanuit de klant redeneren. Wij selecteren streng: twee van de drie aanvragen wijzen wij af. Het proces van kredietbeoordeling begint bij onze crowdfund coaches in het land. Wij beoordelen niet één bedrijf waarvan we de leiding niet zelf op locatie hebben gesproken. Daarna kijkt onze risk coach

naar de aanvraag en tenslotte nog de directie. In de techniek onderscheiden we ons door onze app waarmee een geregistreerde investeerder binnen tien seconden, en vanaf elke locatie, kan meedoen. Geregistreerde investeerders ontvangen een mailbericht of een ‘alert’ op hun mobiel over het ‘live’ gaan van een aanvraag.”

Naast de bekende Dun & Bradstreet Score wordt de Collin Credit Score gebruikt voor kredietrisicokwalificatie. Ook erkent Collin een zorgplichtverant-woordelijkheid. “Dat is niet verplicht, maar wel een rol die wij pakken. De AFM wil in 2016 een passendheidstoets invoeren voor crowdfunding waarbij de totale positie van de investeerder in kaart moet worden gebracht. Dat onder-steunen wij van harte.”

Co-financiering“Wij werken graag samen met andere partijen om tot een financieringsinvul-ling te komen. Dat wordt wel ‘gestapeld financieren’ genoemd, maar ik vind co-financieren een beter woord. Dat passen wij in één op de vier constructies inmiddels ook toe.” Voorbeelden hier-van zijn factoring en leasing en samen-werkingen met banken en beursfonds NPEX. Punt bij co-financiering, tekent Ter Huurne aan, is de regierol. “Ik denk dat alle partijen die wel willen claimen, maar uiteindelijk bepaalt de klant wie die rol vervult. Waar het ons om gaat is dat het totaaloverzicht er is en dat de ondernemer op verstandige wijze wordt gefinancierd. Het is mijn stellige over-tuiging dat co-financiering een nieuwe standaard wordt.”

“Ik denk dat in algemene zin de kosten van financiering toenemen naarmate geld in zekere zin schaarser wordt. Het vreemde is: er is geld genoeg, maar om het te verkrijgen, dat is nog een heel ander verhaal. Wat ik al schets-te: de rol van de banken zal procentueel dalen. Dan heb je het even goed over gigantische volumes: één procent is tweehonderd miljoen euro. Maar de verschuiving is onomkeerbaar.”

mijn volle overtuiging ook naar toe. Eén van de redenen dat de markt in Engeland vele malen groter is, komt doordat de Britse overheid crowd- funding ook nadrukkelijk stimuleert. De overheid participeert automatisch voor 20 procent in elke leningsaan-vraag. Dat schept naar ondernemers en investeerders veel vertrouwen. Dus eigenlijk is het beste advies dat ik minister Dijsselbloem (of Kamp) - en de politiek in z’n algemeenheid - zou kun-nen geven: doe dit ook. Want op de eer-ste plaats haal je een mooi rendement, ten tweede is het een relatief goedkope stimulans naar het MKB en ten derde zou het de crowdfunding wereld een stuk groter maken.”

Volumes nodigIn ons land zijn op dit moment 106 crowdfunding platforms actief, waar-van er tien zich richten op financiering van het MKB. Met betrekking tot dat laatste, denkt Ter Huurne dat er in de toekomst in Nederland maximaal voor een handvol platformen markt is. “Je hebt nu eenmaal volumes nodig om in die markt rendabel te kunnen acteren.” Qua volume, voegt hij eraan toe, is Collin nummer twee.

In Nederland wordt 80 procent van de MKB financieringsbehoefte op bancaire wijze ingevuld. Dat kunnen de banken door aangescherpte regelgeving en solvabiliteitseisen niet meer vol- houden. Ter Huurne verwacht dat genoemd percentage op termijn zal dalen naar Engels (60) niveau.

Collin Crowdfund financiert alleen bedrijven die over een bestaande kas-stroom beschikken en die vanaf maand één rente en aflossing kunnen betalen. “Geen gegarandeerd rendement, maar een vaststaande rente waarbij de on-zekerheid zit in de terugbetaling. Je moet er altijd rekening mee houden dat een deel niet zal worden terugbetaald. Wij prijzen ons gelukkig dat van de 76 nu gefinancierde bedrijven op een tota-le som van 13 miljoen euro, er nog geen één niet aan de rente- en aflossings-

Page 22: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

Zijn grootvader was werkzaam bij de AMRO

bank en zijn vader was directeur van

een Rabobank, dus dat Elwin Groenevelt

in hun voetsporen zou treden, was bijna

vanzelfsprekend. Zijn oudste zoon wil ook

bankier worden, de ander liever ondernemer.

Dat laatste is Groenevelt zelf sinds 2009 in

feite ook, al is ‘zijn’ Qredits dan formeel een

stichting zonder winstoogmerk. Deze zomer

wist Qredits de 125 miljoen euro grens aan

microfinancieringen te doorbreken.

Elwin Groenevelt (45) raakte ooit geïnspireerd door Muhammad

Yunus, in 2006 winnaar van de Nobel-prijs voor de Vrede en grondlegger van het microkrediet. Groenevelt zegt tijdens zijn bancaire carrière veel te hebben geleerd over het financieren van ondernemers, over hoe banken denken en georganiseerd zijn in systemen en processen. Veel van die kennis past hij toe op Qredits. “Mijn ogen zijn open gegaan toen ik als regiodirecteur van Fortis Bank merkte dat wij startende bedrijven niet meer financierden omdat het onvoldoende rendabel was. Yunus ontving de Nobelprijs en datzelfde jaar sprak ik een vriend die 5.000 euro nodig had om in zijn bedrijf te investeren. Dat kon hij nergens lenen. Ik besloot om hem privé te helpen en een jaar later had hij de lening terugbetaald. Toen heb ik dat bedrag weer uitgeleend aan iemand die een nagelstudio wilde beginnen. Dat heeft me zo geïnspireerd dat ik de directie van Fortis Bank heb voorgesteld om met een budget van 200.000 euro 20 kredieten van 10.000 euro beschikbaar te stellen aan men-sen die, ondanks goede plannen, bij de bank geen krediet konden krijgen. Daarnaast had ik 20 collega’s bereid gevonden om die mensen te coachen. We noemden dat project ‘microfinan-ciering’, analoog aan het gedachtegoed van Yunus: een klein krediet in com-binatie met coaching. Het ministerie ( q r e d i t s )

Elwin Groenevelt

22

I tem

Het is een risicovolle markt

Page 23: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

23

van Economische Zaken heeft mij toen benaderd om mee te denken over de vraag ‘Is microfinanciering iets voor Nederland?’ Na een intensief voorberei-dingsjaar is in 2009 met ondersteuning van de drie grootbanken Qredits opge-richt.”

Strategische ‘mover’Qredits helpt ondernemers met finan-ciering tot 250.000 euro, coaching en e-learnings. Qredits heeft zo’n 7.000 ondernemers gefinancierd de afge-lopen jaren. “We zijn op dit niveau gekomen door heel praktisch te werk te gaan. Waar zit de behoefte in de markt? Als we zeggen dat we iets willen, is het meestal na drie maanden ook een feit. Dat zit in mijn aard. Ik ben eigenlijk een strategische ‘mover’. Strategisch omdat ik langer vooruit kijk en precies weet waar ik naartoe wil. En ‘mover’ omdat ik vandaag iets kan bedenken en de hele organisatie op z’n kop zet als het moet om het dan ook te realiseren. Dat is bij een bank anders. Daar zit je in een web van procedures. Ondernemers hebben daar last van. ‘Het systeem zegt dat je geen krediet kunt krijgen’, dat is het meest vreselijke dat je als ondernemer kunt horen.”

Het Nederlandse bedrijfsleven is voor 80 procent

bancair gefinancierd. Er is inmiddels sprake van veel

alternatieven. Hoe kijk jij naar dat hele landschap?

“Ik vind het interessant om te zien wat er allemaal opkomt. Maar ik plaats er twee kanttekeningen bij. Ten eerste: voor de ondernemer is het lastig om in dat woud van kleine instituutjes te vinden wat het beste bij hem of haar past. Ten tweede: het verstrekken van kredieten is niet zo moeilijk, maar het beheren van kredieten wél. Een duur-zaam business model opbouwen met kredieten tot een ton, dat is gewoon heel lastig. Het is een risicovolle markt. Wij hebben gemerkt: 20 procent van onze klanten heeft altijd wel een keer

een probleem. En de meeste problemen ontstaan door privé situaties. Dan is je focus minder en als je dan weinig eigen vermogen hebt, of weinig reserves, dan val je heel snel om.”

Groenevelt vertelt over een collega-organisatie in Peru die geen business-plannen beoordeelt maar ondernemers een persoonlijkheidstest laat doen. “De redenering is daar: ben je stabiel genoeg om een bedrijf te beginnen? Hoe ga je om met tegenvallers?”

Hij voorziet dat veel van de alter-natieve aanbieders nog met dit soort situaties te maken zullen krijgen, “en dan moet je wel volume hebben om dat te kunnen opvangen. Ik durf te zeggen dat wij nu pas, na zes jaar, voldoende schaal hebben om de voorzieningen, die je moet opbouwen voor toekomstige afschrijvingen, te kunnen financieren. Nu pas, terwijl Qredits toch al 7.000 klanten heeft en 130 miljoen euro aan krediet heeft verstrekt.”

Zorgen makenGroenevelt zegt zich zorgen te maken over de ‘default’ reeks van de crowd-funding platforms. “Ik verwacht dat zij eenzelfde infectiegraad krijgen op hun portefeuille als wij. Onze ‘default’ is overigens maar vier procent, maar er zit - in relatie tot die 20 procent - heel veel ‘effort’ op om die probleemgevallen erbij te houden. Daarnaast maak ik mij zorgen om de kredietunies. De ‘drive’ en de passie waardeer ik ten zeerste, maar dat betekent nog niet dat je een professionele organisatie bent. Met het beheren van tien kredieten kun je al heel druk zijn. Maar wat als van die tien er drie omvallen?”

Groenevelt ziet overigens wel toe-komst in sector georiënteerde krediet-unies. “Ik denk dat het een goede zaak is als brancheorganisaties zoals de Bovag een kredietunie beginnen. Dat is een duidelijke toegevoegde waarde voor de leden. Maar regionale kredietunies lij-ken me niet iets voor de lange termijn.

Ik denk dat gemeenten goed moeten nadenken voordat ze daar geld instop-pen. Hier in Twente pleit ik ervoor om juist geen kredietunie op te richten maar samen te werken met Qredits.”

“De grote vraag is, is de markt voor microfinanciering wel zo groot als we met elkaar denken? De latente doelgroep is enorm, want er zijn heel veel mensen die overwegen om voor zichzelf te beginnen. McKinsey heeft ooit op verzoek van het ministerie van Economische Zaken gepoogd de markt in kaart te brengen. Het zou gaan om ongeveer 10.000 potentiële micro-kredietklanten per jaar. Ook spreek ik mensen in ondernemerskringen die zeggen ‘veel signalen over gebrek aan financiering’ te horen. Als je dat ver- taalt als ‘er is een enorme vraag’, dan denk ik dat er sprake is van een zeker sentiment en geen wetenschappelijke onderbouwing.”

Qredits heeft ook een succesvol onderwijsprogramma ‘Ik word Eigen Baas’ ontwikkeld over ondernemer-schap en financiën voor het MBO- en VO-onderwijs. Groenevelt lacht: “We moeten de vraag voor de toekomst managen. Onder die studenten zitten toekomstige klanten. In de gemiddelde klas steekt de helft z’n vinger op als je vraagt wie voor zichzelf wil beginnen.”

Wetenschappelijk onderzoek“We gaan binnenkort in samen- werking met de Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht een PhD-onderzoek starten naar de effecten van Qredits. Ik wil graag wetenschappelijk kunnen aantonen wat de maatschap-pelijke, sociale en economische impact is van onze activiteiten. Het lijkt me mooi om over vier jaar, als we ons tien-jarig jubileum vieren, de uitkomsten te kunnen presenteren. We zijn deels met overheidsgeld gestart, dus vind ik het relevant om te bewijzen wat het effect is van microfinanciering in Nederland. En ook wat wél en wat níet werkt.”

Page 24: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

24

Dus dat werd voor Jan Adriaanse eerst bedrijfskunde op Nyenrode

en aansluitend rechten in Leiden. Vandaar ook op het visitekaartje: Prof. dr. J. A.A. Adriaanse. “Mijn afstudeer-scriptie ging over het faillissement van Fokker. Ik heb de curator gebeld en met hem afgesproken in een hangar op Schiphol. Al vrij snel diende zich de vraag aan: waarom komen bedrijven in zwaar weer terecht, wat zijn daar-van de oorzaken? Waarom lukt het de ene onderneming wel om succesvol te reorganiseren en een ‘turn around’ te maken, en een ander bedrijf niet?”

Ondernemen in zwaar weerAdriaanse kreeg van zijn hoogleraar een baan aangeboden als onderzoeker/docent met het verzoek om een proef-schrift te schrijven over bedrijven in zwaar weer. “Het was kort na het millen-nium en er was discussie gaande over de rol van de afdeling Bijzonder Beheer bij banken en ook of je door veranderin-gen in het faillissementsrecht de ruimte voor het reorganiseren van bedrijven zou kunnen vergroten. Ik was op het juiste moment op de juiste plaats. Ik heb bij vier grote banken onderzoek gedaan op de afdeling Bijzonder Beheer. Heel veel dossiers bestudeerd en enquê-tes gehouden onder bankiers, accoun-tants en bedrijfsadviseurs.”

Adriaanse is sinds 2012 hoogleraar Turnaround Management aan de afde-ling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden. Hij geeft leiding aan een team dat vanuit verschillende disciplines - strategisch, financieel, juridisch, marketing, psychologie - onderzoek doet naar ondernemingen in zwaar weer. Daarnaast is hij eige-naar/directeur van het adviesbureau

“ook voor de relatie bankier/

ondernemer geldt:

Turnaround Powerhouse, dat weten-schappelijke inzichten vertaalt naar instrumenten die bedrijven kunnen gebruiken.

Samen met voormalig bankier en ervaringsexpert Erik in ’t Groen schreef Adriaanse het boek ‘Zwaar weer onder-nemen (de overlevingsgids voor onder-nemers in Bijzonder Beheer)’. Hij geldt als toonaangevend op het onderwerp en reist de hele wereld over om lezingen te houden en simulatie business games te leiden. “Bij die games behandelen we een casus van een bedrijf in zwaar weer. Daarbij spelen een aantal actoren - de ondernemer, de adviseur, de bank, de leverancier - die dan in elkaars rol moe-ten kruipen. De bankier toont zich in de rol van ondernemer meer risicodragend dan wanneer hij als bankier zou doen. Je voelt hem al aankomen: een onder-nemer in de rol van bankier is strenger dan de bankier zelf. De context is heel bepalend voor het gedrag van mensen.”

Relatie“De relatie tussen bankier en onderne-mer is een heel bijzondere. In feite is er sprake van een leveranciersrelatie: je leent geld en in ruil daarvoor krijg je rente. De bankier heeft ook een zorgplicht. Duitsland kent dat ook, dat is toch het Rijnlandse model. In de Angelsaksische landen handelt men minder uit zorgplicht maar meer van-uit welbegrepen eigenbelang. Maar los van de zorgplicht, ook voor deze rela-tie geldt: it takes two to tango. Dus de ondernemer moet ook openstaan voor de input van de bankier. Mijn idee is dat de relatiecultuur moet veranderen. Nu is het zo dat als de bank zich zorgen maakt, er vrijwel direct een harde inter-ventie plaatsvindt: de ondernemer gaat

it takes two to tango”

Als zoon van een transportondernemer was het een optie voor Jan Adriaanse om zijn vader in

het bedrijf op te volgen. Senior zag dat de onderneming een schaalslag zou moeten maken, iets

dat hij zichzelf niet zag doen. Maar ook niet iets dat hij van zijn zoon verwachtte. “Hij heeft het

bedrijf kunnen verkopen. ‘Ga jij maar lekker studeren’, zei hij tegen mij.”

I nterview

Page 25: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

25

direct naar Bijzonder Beheer. Dan ver-andert ook de tone of voice.”

Voor banken is er volgens Adriaanse winst te behalen door goed na te den-ken over het overgangsproces van normaal beheer naar bijzonder beheer. “Uit mijn onderzoek bleek dat men-sen van de afdeling Bijzonder Beheer zich afvroegen: ‘waarom heeft die accountmanager zo lang gewacht?’ En die accountmanager zei: ‘als ik meteen met de afdeling Bijzonder Beheer kom aanzetten, leg ik een zware claim op de relatie met de ondernemer’.”

Die rol ligt nu heel nadrukkelijk bij de bank als

leverancier, maar zou je die rol niet beter kunnen

neerleggen bij strategische leveranciers of aandeel-

houders?

“Dat is een heel goede vraag. Banken zijn in de wederopbouw na WOII met

ondernemers meegegroeid. Het is ook deel van de Nederlandse onderne-merscultuur: ik heb een idee, ik maak een businessplan en dan ga ik voor geld naar de bank. Ik heb eens meege-daan aan een symposium op Harvard Business School over entrepreneurs en dan zeggen ze: ‘hoezo, naar een bank gaan? Met een goed idee ga je naar een venture capitalist’. Ook kleine bedrijven doen dat, en dan trek je samen op.”

“Ik stond vorig jaar voor een zaal met 400 Bijzonder Beheer bankiers en toen heb ik de vraag gesteld: waarom richten jullie niet de ‘Bijzonder Beheer Bank’ op? Men begon te lachen, maar ik bedoelde het serieus. Want dan is vanaf dag één duidelijk hoe de relatie in elkaar steekt. Dan is het ook logisch dat je met elkaar 24/7 informatie deelt. Dat kan tegenwoordig real-time, dus dat is allemaal niet zo ingewikkeld. De rol

van de bankier is om de ontwikkelingen permanent te monitoren. Als er iets is, dan ga je in dialoog met elkaar. In plaats van met elkaar in gevecht gaan. Dat kan een vorm zijn van het nieuwe bankieren. Ondernemers die ik spreek, en met name de jongere, die begrijpen dat model wel.”

Vertrouwen“Crowdfunding is volgens mij ook dat je een relatie definieert met je financiers. Ieder initiatief om op een creatieve manier financiering te vinden is mooi. Of het duurzaam is, is een tweede. Als je een miljoen nodig hebt voor een machine in je productielijn, dan wordt het al een meer formele kredietrelatie. Als ik via een crowdfunding platform mijn geld erin stop en ik krijg acht procent rente, dan is dat mooi. Maar de vraag is wel: wat voor garantie heb ik? Als het fout gaat en ik ben voor één-honderdste eigenaar van die machine… In wezen is crowdfunding het bundelen van veel kleine kredieten tot één grote. Het gaat echt om vertrouwen.”

“Als crowdfunding een duurzaam alternatief zou moeten zijn voor banken, dan verwacht ik dat er op een gegeven moment ook governance mechanismes als Bijzonder Beheer gaan ontstaan bij die platforms.”

De kredietunie zou je ook kunnen zien als een

vorm van bijzonder beheer?

“Ja. Misschien is de kredietunie wel de voorloper van de Bijzonder Beheer Bank. We noemen het anders en het vertrek-punt is anders, maar eigenlijk is het een loonsyndicaat. Dat zie je bij Imtech ook: daar zitten 40 banken aan tafel. Het is basic economics: risicodragend kapitaal en risicomijdend gedrag. In de toekomst zouden banken gezamen-lijk via een fonds kunnen investeren. Of banken en private investeerders samen, dat soort mechanismes zal ook gaan ontstaan. Misschien is dat wel de hybride vorm van de toekomst: banken, kredietunies en crowdfund platforms die ondernemers co-financieren.”

Jan

Adria

anse

Page 26: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

26

I tem

Het MKB Impulsfonds is 1 december 2014 in

het leven geroepen voor MKB ondernemers

die behoefte hebben aan financiering om te

groeien of extra werkkapitaal nodig hebben

en deze niet volledig bij de banken kunnen

financieren. Het MKB Impulsfonds kan die

ondernemers helpen met een bedrijfslening

tussen 250.000 en 1 miljoen euro.

Initiatiefnemer van het MKB Impuls-fonds is het Pensioenfonds Detailhandel dat 40 miljoen euro hiervoor heeft vrij-gemaakt. Het MKB Impulsfonds hoopt met steun van andere institutionele beleggers eind 2015 tenminste 100 miljoen euro in kas te hebben.

NetwerkNEOS Business Finance vertolkt voor het MKB Impulsfonds de rol van krediet-beoordelaar en portefeuillemanager. Het in Rotterdam gevestigde NEOS is al langer actief in de Nederlandse markt als financieringsplatform. NEOS brengt (institutionele) beleggers die willen investeren in leningen voor het MKB en ondernemingen met een financierings-behoefte bij elkaar. Voor de vraagkant maakt men gebruik van een business partnernetwerk, bestaande uit onder andere bedrijfsadviseurs en accoun-tants. IMK maakt sinds deze zomer ook deel uit van dat netwerk.

Het investeren van pensioengelden is een maatschappelijk gevoelig onder-werp. Om die reden mikt het MKB Im- pulsfonds op interessante investeringen met een zo hoog mogelijke kans op een positief rendement en een zo laag mogelijk risico voor haar deelnemers.

Het gaat om leningen met een ren-tevaste looptijd van drie tot zeven jaar waarbij elk kwartaal wordt afgelost. De rente varieert van 7 tot 12 procent.

“Wij kijken naar de markt als risico-kapitaalverstrekker, maar het product dat wij aanbieden is een lening”, zegt Lieuwe Teuwsen, credit officer bij NEOS. “Andere producten of diensten verko-

pen wij niet. IMK levert toegevoegde waarde waar het gaat om het begeleiden en ondersteunen van de ondernemer.”

Zijn collega Joost Buchner vult aan: “Je gaat een relatie aan met die onder-nemer voor een langere termijn met een aantal contactmomenten per jaar. Los van de financieringsaanvraag speelt er vaak nog een grotere adviesbehoefte. Als een ondernemer met je in gesprek gaat over groeifinanciering, dan komt er een breed pallet aan onderwerpen ter sprake. In die spin off kun je veel voor de ondernemer betekenen.”

Groeigericht Maurice Croux, regiomanager en lid van het IMK management team, her-kent dat uit de praktijk. “Onze adviseurs zitten middenin die ondernemerswereld en komen allerlei vragen tegen. In de achterliggende periode was de vraag veelal: het gaat niet goed en kun je me helpen de zaak weer op de rit te krijgen? Daar zien we nu een verschuiving ont-staan, de vraag is weer meer groei- en ontwikkelingsgericht. Wij zien dit als

een mooie gelegenheid om de MKB ondernemer breder van dienst te kun-nen zijn.”

Collega-ondernemersadviseur Kwintun de Rijk: “De crisis is over zijn hoogtepunt heen en de ondernemer heeft nieuw instrumentarium nodig. Dit biedt ons een extra set gereedschap om te adviseren en te helpen.” Hij ver-telt dat een eerste aanvraag in behande-ling is. “Een bedrijf dat actief is op het gebied van industriële coating. Mooie producten, goede klanten. Men heeft net een turn around fase achter de rug en nu behoefte aan groeifinanciering.”

Afgezien van het feit dat de financie-ringsbehoefte tenminste 250.000 euro moet zijn, gelden nog een aantal andere criteria. Zo moet de onderneming ten-minste twee jaar bestaan, minimaal drie fte hebben en een jaaromzet van 600.000 euro of meer. “De lening moet gericht zijn op groei en expansie, niet op herkapitalisatie of verliesfinancie-ring. We moeten wel overwogen om-gaan met pensioengeld”, aldus Buchner en Teuwsen.

IMK werkt samen met NEOS in kader van MKB Impulsfonds

V.l.n.r. Lieuwe Teuwsen (NEOS), Maurice Croux (IMK), Kwintun de Rijk (IMK) en Joost Buchner (NEOS)

Page 27: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

27

I ns & Outs

In plaats van de VAR: Belastingdienst zet voorbeelden online

Binnensteden verliezen inwoners

Er verandert niets aan de regels

voor zzp’ers. De zelfstandigen-

aftrek blijft bestaan en er ko-

men geen verplichte verze-

keringen tegen bijvoorbeeld

arbeidsongeschiktheid.

Dat blijkt uit de kabinetsreactie

op een ambtelijk onderzoek

naar de positie van zelfstan-

digen. Hierbij zijn de oorzaken

en gevolgen van de opkomst

van zzp’ers in Nederland

onderzocht. In het rapport

wordt aanbevolen de ver-

schillen in belastingdruk tus-

sen werknemers en zzp’ers te

verkleinen. Het kabinet onder-

schrijft die lijn maar stelt de

besluitvorming uit.

Bron: Rijksoverheid en SC Online

Consumenten blijven hun da-

gelijkse boodschappen (voor-

namelijk food) grotendeels in

hun eigen woonplaats doen.

Dit geldt niet voor de ‘niet-

dagelijkse’ inkopen (non-food).

Dit blijkt uit het Koopstro-

menonderzoek Oost-Neder-

land 2015. Hoewel de omzet-

De VAR-verklaring hoeft voor

2016 niet meer te worden

aangevraagd. In plaats daarvan

kunnen zzp’ers en opdracht-

gevers hun overeenkomst

voorleggen aan de Belasting-

dienst. Die bepaalt op grond

daarvan of er al dan niet sprake

is van een verkapt dienstver-

band. De Belastingdienst heeft

voorbeelden online gezet.

Bron: Z24Zzp-beleid kabinet blijft bij het oude

Het Kadaster vergeleek van de

41 grootste gemeenten de be-

bouwde kom van 2000 met

die van nu en keek naar de

ontwikkeling van het aantal

woningen en het aantal in-

woners. In 40 procent van de

‘binnensteden’ wonen momen-

teel minder mensen dan vijf-

tien jaar geleden. De bevol-

kingskrimp is het grootst in de

Aantal startende ondernemers licht gestegen

Het aantal startende onder-

nemingen is in de eerste ne-

gen maanden van dit jaar licht

gestegen. Minder bedrijven

stopten ermee en het aantal

faillissementen nam aanzien-

lijk af. Dat blijkt uit gegevens

van de Kamer van Koophan-

del (KvK). In totaal registreerde

de KvK 140.000 ‘beginners’,

een stijging van 1 procent ten

opzichte dezelfde periode

2014. Het merendeel betreft

zelfstandigen zonder perso-

neel (zzp’ers): 90.000 zzp’ers

begonnen een onderneming,

3 procent meer dan een jaar

geleden. Bij het mkb nam de

groei af. Bijna 15.000 nieuwe

midden- en kleinbedrijven

schreef de KvK in, 4 procent

minder. Bij 74.000 bedrijven

ging, zonder dat sprake was

van een bankroet, de stekker

eruit. Dat is 2 procent minder

dan een jaar geleden. Vooral

in de bouw en bij financiële

instellingen daalde het aantal

stoppers relatief het hardst,

met respectievelijk 13 en 18

procent. Bron: Nu.nl / ANP

Jaarrekeningenrecht op de schop

De Eerste Kamer heeft inge-

stemd met de Uitvoeringswet

richtlijn jaarrekening.

De nieuwe regels moeten

zorgen voor een modernise-

ring en vereenvoudiging van

het jaarrekeningenrecht, met

minder administratieve lasten.

De totale lastenverlichting zou

meer dan 300 miljoen euro

bedragen. Bron: SC Online

Geleen wil seniorenstad worden

Geleen wil de eerste stad in

Nederland worden die zich

specifiek op senioren richt.

Naast een speciaal winkelaan-

bod moeten in de parkeer-

garages rollators, rolstoelen

en scootmobielen worden

verhuurd om het de ouderen

zo gemakkelijk mogelijk te

maken. Volgens de initiatief-

nemers Peter Coumans en

Rob Blokker van City Centrum

Promotion hebben senioren

de toekomst. De Limburgse

stad heeft te maken met een

uitstroom van jongeren, terwijl

de ouderen blijven.

Bron: Retailnews.nl

ontwikkeling per plaats ver-

schilt en lokaal specifiek is,

hebben met name kernen met

20.000-50.000 inwoners een

relatief sterke omzetkrimp.

“Men besteedt over het geheel

gezien minder aan niet-dage-

lijkse artikelen (er wordt minder

gewinkeld), maar als men dan

Veranderingen in koopgedrag treffen vooral middelgrote steden

gaat winkelen, wordt vaker de

keuze gemaakt voor een grote

stad”, aldus het onderzoek.

Bron: I&O Research

kommen van Sittard-Geleen,

Zoetermeer en Heerlen: tus-

sen de 7 en 9 procent. De

bekende Vinex-gemeenten

Almere (498 procent), Zoeter-

meer (438 procent), Utrecht

(390 procent), Den Haag (375

procent) en Amersfoort (348

procent) groeiden in hun

uitleggebieden het hardst.

Bron: Binnenlands Bestuur

Page 28: Michaël van Straalen Themanummer MKB-financiering

Steeds meer gemeenten helpen hun ondernemers in nood. U ook?

Een omvallend bedrijf kost veel geld. Denk bijvoorbeeld alleen al aan uitkeringen. Daarom investeren steeds meer gemeenten in ‘hun’ ondernemers door zich aan te sluiten bij 155-red-een-bedrijf.

155 is een initiatief van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf waarmee gemeenten noodlijdende bedrijven kunnen helpen. En het werkt, want dankzij 155 blijven jaarlijks honderden ondernemers behouden. Deze ondersteuning verlaagt de drempel om hulp te zoeken en voorkomt onnodig tijdverlies. Goed voor de ondernemer, goed voor de werkgelegenheid, goed voor uw gemeente, goed voor de samenleving. Het bestaat nu bijna één jaar. En 42 gemeenten hebben zich al aangesloten, waaronder een kwart van de 45 grootste.

Benieuwd wat 155 voor uw gemeente kan betekenen? En welk serviceniveau bij uw ambities rondondernemerschap past? Neem dan eens contact met ons op.

Kijk voor meer informatie op www.155.nl of www.imk.nl.

Nieuwsgierig? Bel 035 750 7900 of mail [email protected].