Marleen van Beek

of 57/57
Cardiale angst: consequenties en therapie mogelijkheden Verpleegkundig Vizier 18-06-2015, Marleen van Beek

Embed Size (px)

Transcript of Marleen van Beek

  1. 1. Cardiale angst: consequenties en therapie mogelijkheden Verpleegkundig Vizier 18-06-2015, Marleen van Beek
  2. 2. Disclosure belangen spreker Geen Disclosure belangen spreker
  3. 3. Opzet Angst Achtergrond Cardiale angst Voorkomen Beloop Effect op cardiale prognose Therapie mogelijkheden Cognitieve Gedragstherapie
  4. 4. Dhr. Jansen 4
  5. 5. Vraag (1) Overleg met uw buurman/buurvrouw welke gebieden in het lichaam betrokken zijn bij een angstreactie. 5
  6. 6. 6
  7. 7. Fysiologie Angst 7
  8. 8. 8
  9. 9. Dhr. Jansen (2) 9
  10. 10. Vraag (2): Juist of onjuist? Angststoornissen zijn de meest prevalente psychiatrische stoornissen onder ouderen. In de top 10 van ziekten die de grootste ziektelast veroorzaken nemen angststoornissen de zesde plaats in. Voor mannen staan de angststoornissen op een hogere plek in deze top tien dan voor vrouwen. Een comorbide depressie benvloedt het beloop van een angststoornis ongunstig. 10
  11. 11. Angst Natuurlijke emotie, reactie op dreiging Pathologisch niet overeenkomstig potentile dreiging, overmatig vermijding, verhoogde aandacht, anticipatie-angst benvloeding dagelijks functioneren 11
  12. 12. Denkfouten bij angst Catastrofaal denken Gedachten lezen Onderschatting van de eigen mogelijkheden Zwart kijken Zwart-wit denken 12
  13. 13. Angst en somatiek Paniekaanval Hypochondrie Somatische stressor -> hartaanval 13
  14. 14. Coronaire Hartziekten 14
  15. 15. Dhr Jansen (3) 15
  16. 16. Vraag (3) Welke bewering (en) is (zijn) waar? A: In onderzoek onder hart patinten is gevonden dat angst geassocieerd is met een betere cardiale prognose B: In onderzoek onder hart patinten is gevonden dat angst geassocieerd is met een slechtere cardiale prognose C: In de meeste onderzoeken die de prognostische impact van angst bekijken is uitgegaan van een lineair verband 16
  17. 17. Psychiatrie & hart- en vaatziekten
  18. 18. Rol voor angst-algemene bevolking Meta-analyse (Roest et al, J American Coll Cardiol 2010): 20 studies, 250.000 lichamelijk gezonde mensen Verhoogd angstniveau voorspelt MI (follow-up gem. 11 jaar) Verband blijft na correctie voor confounders 18
  19. 19. Rol voor angst-hartpatinten Meta-analyse (Roest et al, Psychosom Med 2011): 12 studies, 5750 hartpatinten Angststoornis verhoogt kans op recidief cardiaal event met 36% Studies van onvoldoende kwaliteit om te corrigeren voor confounders 19
  20. 20. Gegeneraliseerde angststoornis en MI 20 Roest et al Br J Psychiatry 2012; 200(4):324-9.
  21. 21. Lineair versus U Vormig verband? Soms ook beschermende werking gevonden van angst Misschien is enige reele angst zinvol, maar pathologische (te veel) juist belemmerend? 21
  22. 22. Cardiale angst Specifiek getriggerd door cardiale stimuli Letten op cardiale symptomen Vermijden gedrag dat klachten kan uitlokken Geruststelling zoeken Zorg en angst over de symptomen 22
  23. 23. 23
  24. 24. Cardiac Anxiety Questionnaire 18 vragen, score 0-4 (nooit-altijd) Originele validatie 3 subschalen: angst, vermijding, aandacht Eigen valideringsonderzoek in cardiale populatie (n=237): Goede psychometrische eigenschappen Een extra schaal: geruststelling zoekend gedrag Eifert et al. Behaviour Research and Therapy 2000; 38: 1039-1053. van Beek MH et al. Int J Psychiatry Med. 2012;43(4):349-64. 24
  25. 25. Voorbeelden items Ik let op mijn hartslag Ik doe het zo rustig mogelijk aan Ik controleer mijn pols Als ik pijn op de borst voel, of een drukkend gevoel heb, of als mijn hartslag snel isword ik bang 25
  26. 26. 26
  27. 27. Vraagstelling Beloopsvormen cardiale angst gedurende n jaar na myocardinfarct? Exploratie verschillen tussen evt groepen in cardiale, psychiatrische en sociaal-demografische gegevens? van Beek MH et al. J Psychosom Res. 2012 Nov;73(5):362-8. 27
  28. 28. Methode; populatie Alle patinten opgenomen met myocardinfarct en bewezen troponine stijging op cardiologie Radboudumc tijdens inclusieperiode Exclusie; ouder dan 85, onvermogen vragenlijsten in te vullen door te ziek/forse cognitieve problemen/nederlandse taal onvoldoende machtig 28
  29. 29. Methode 2; design Vijf meetmomenten; bij opname, na 1, 3, 6, 12 maanden Vragenlijsten: Cardiale angst: CAQ Depressie: BDI Angst/vermijding: ACQ, MI 29
  30. 30. Resultaten (1) Respons: n=203 (77%) patinten Gemiddelde leeftijd 61.8 (SD=11.5) Man : vrouw = 2 : 1 Cardiale VG: 32% 30
  31. 31. Cardiale angst na een hartaanval (MI) 31 0,00 0,50 1,00 1,50 2,00 2,50 t=1 t=2 t=3 t=4 t=5 A (7,7%) B (45,4%) C (30,4%) D (16,5%)
  32. 32. Verschillen tussen de beloopsklassen Significant verschillen gevonden m.b.t. Leeftijd scholing diabetes mellitus, cardiale vg psychiatrische symptomatologie (angst, depressie, vermijding) 32
  33. 33. Persistent hoog versus Hooglaag Patinten met persisterend cardiale angstklachten gedurende een jaar: Minder vaak werk Vaker diabetes mellitus Vaker cardiale voorgeschiedenis Meer depressieve symptomen Meer angstige symptomen Meer vermijding 33
  34. 34. Effect op kwaliteit van leven na 1 jaar 34
  35. 35. 35
  36. 36. 36
  37. 37. Effect op cardiale prognose 193 patinten opgenomen met hartaanval CAQ tijdens ziekenhuisopname en 3 maanden na ontslag Tijd tot eerste event in 5 jaar follow up Heropname ivm hartaanval of vergelijkbaar Overlijden Van Beek MH et al. Submitted. 2015 37
  38. 38. Covariaten Leeftijd Geslacht Ernst van de hartziekte LVEF, cardiale voorgeschiedenis Depressieve symptomen Beck Depression Inventory 38
  39. 39. Resultaten (1) Gemiddelde leeftijd ongeveer 60, ongeveer 2/3 man 77 (39.9%) van 193 hadden een event tijdens follow up Patinten met een event: Waren significant ouder, Hadden vaker cardiale comorbiditeit en diabetes mellitus Hadden vaker al eerder een hartaanval gehad, Scoorden meer op cardiale angst 39
  40. 40. Resultaten (2) Hazard ratio (95% CI) CAQ sum score at hospitalization N=77/193 CAQ sum score at approximately 3 months after discharge N=67/189 Model 1 1.70 (1.17-2.47); p=0.005** 2.13 (1.37-3.33);p=0.001** Model 2 1.65 (1.14-2.39);p=0.008** 2.06 (1.27-3.33);p=0.003** Model 3 1.48 (1.01-2.17);p=0.044* 2.01 (1.22-3.30);p=0.006** Model 4 1.56 (1.03-2.38);p=0.038* 1.71 (0.99-2.59);p=0.054 40
  41. 41. Resultaten (3) Met elke punt toename op CAQ, 56% (baseline) tot 71 % (3mnd) meer kans op een event Negatieve prognostische impact blijft ook als je corrigeert voor: Leeftijd, geslacht Ernst hartziekte Depressieve symptomen Vooral subschaal fysieke vermijding relevant 41
  42. 42. Mogelijk werkingsmechanismen Verminderde hartslag variabiliteit Verhoogde bloedplaatjes activiteit Verhoogde ontstekingsparameters (depressie) Invloed risico verhogend gedrag: Vermijding fysieke activiteit Roken Comorbiditeit depressie (slechtere medicatie compliance) NB Soms angst ook beschermend! (beter medicatie compliance, vaker checks) 42
  43. 43. Dhr Jansen (4) 43
  44. 44. Vraag (4) Welke bewering(en) is (zijn) waar? A Je kan angst maar beter negeren, dat voorkomt aanstelleritis. B Voortdurende geruststelling kan angst versterken. C Angst is per definitie ongezond. 44
  45. 45. Therapeutische mogelijkheden? 45
  46. 46. Aanpakken gedachtenfouten Gedachten fouten opsporen De gedachte kritisch bevragen Klopt dit wel? Is de gedachte gebaseerd op feiten of op gevoel? Hoe zou iemand anders er tegenaan kunnen kijken? Tegen gedachten formuleren Gedrag veranderen-> exposure 46
  47. 47. Rol exposure Vermijding houdt angst in stand Geruststelling zoeken werkt hetzelfde Exposure berust op algemene principe van uitdoving van angst Er gebeurt niet waar je bang voor was 47
  48. 48. Vraagstelling Effectiviteit van kortdurende CGT versus standaard zorg (interventie) op ernst van angst en depressieve klachten na 6 maanden (outcome en follow up) bij patinten met niet-cardiale PODB op de SEH (populatie) Van Beek MH et al. Depress Anxiety. 2013 Jul;30(7):670-8. 48
  49. 49. Methode: Interventie 6 sessies individuele cognitieve gedragstherapie (CGT): Psycho-educatie Cognitieve herstructurering Aanpakken vermijdingsgedrag Gedragscomponenten / huiswerk individueel toegespitst op Angst: Exposure in vivo Depressie: Reactivering 49
  50. 50. Resultaten: Primaire uitkomstmaat CGI*
  51. 51. Conclusie (resultaten samengevat) Primaire uitkomstmaat (CGI): CGT significant beter dan standaard zorg. Effect size van 0.6 Effect blijft overeind ook als gecorrigeerd voor MINI- verschillen op baseline Secundaire uitkomstmaten: Soortgelijke bevindingen voor zowel angst als depressie 51
  52. 52. Gullikson et al 2011 JAMA Internal Med 71 (2) 52
  53. 53. Conclusies/Klinische implicaties Angst is relevant, want: Cardiale risicofactor Hoge prevalentie Vaak gemaskeerd als cardiale klachten Link met gedrags- en cardiale risicofactoren Barrire voor medische interventies Verminderde kwaliteit van leven
  54. 54. Conclusies/Klinische Implicaties Angst is aan te pakken Opsporen en onderkennen (screening en uitleg) Opvolgen Zo nodig samenwerking met psychiater/vpk consulent psychiatrie/ psycholoog/andere deskundige Nut cognitieve gedragstherapie Angstreductie, kwaliteit van leven Cardiale prognose? 54
  55. 55. Tot slot- Tips voor vpk Van belang angst te erkennen Aangeven dat de patint niet de enige is die dit ervaart Valideren dat patint hierover communiceert en hulp vraagt Naasten betrekken bij uitleg Gezonde coping bekrachtigen Psycho-educatie geven over de angst en wat ermee samen hangt Aanbieden mee te denken hoe goed met de angst om te kunnen gaan Zo nodig rustgevende/stressverlagende handvatten aanreiken; bijvoorbeeld ademhalingsoefeningen, afleiding Zo nodig deskundige hulp inschakelen 55
  56. 56. Betrokken hoofdonderzoekers Radboud UMC (Nijmegen): Prof. Dr. Anne Speckens drs. Marleen van Beek dr. Gheorghe Pop UMCG, ICPE (Groningen): Prof. Dr. Richard Oude Voshaar VU/GGz in Geest (Amsterdam): Prof. Dr. Ton van Balkom
  57. 57. Vragen? 57