JONCKHEERE - Fevlado Karel... Interview met Jos Vranckx in Gazet van Antwerpen/Mechelen, t.g.v. zijn

download JONCKHEERE - Fevlado Karel... Interview met Jos Vranckx in Gazet van Antwerpen/Mechelen, t.g.v. zijn

of 16

  • date post

    10-Jul-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of JONCKHEERE - Fevlado Karel... Interview met Jos Vranckx in Gazet van Antwerpen/Mechelen, t.g.v. zijn

  • KAREL JONCKHEERE

    Oostende 1906 - 1993 Rijmenam

    Literaire wandeling

    Aangeboden door de gemeente Bonheiden in samenwerking met Gemeentelijke Cultuurrraad Heemkring ’t Hoefyser Davidsfonds Bonheiden-Rijmenam

    Anne Van Herreweghen

  • 2

    Samenstelling en redactie

    Guy Pauwels Luc Vangeel

    Francis Verdoodt

    Duur van de wandeling ± 01u30

    Deze wandelroute gaat langs verharde wegen, geschikt voor rolstoelen

    en kinderwagens.

  • 3

    Vooraf

    Karel Jonckheere, de dichter van de zoute zee en de zoete aarde, komt terug naar Bonheiden en Rijmenam. De komen­ de zes maanden kan jong en oud zijn imposante oeuvre (her) ontdekken.

    Karel Jonckheere was een doorzetter, een idealist die volop voor zijn zaak ging, namelijk de Nederlandstalige letterkunde naam geven tot ver buiten de grenzen. Het gemeentebestuur van Bonheiden keek niet op een inspanning om deze veel­ besproken figuur in de kijker te zetten. In Rijmenam werd zelfs een pleintje ingericht met zijn borstbeeld, enkele banken en verzen uit bekende gedichten.

    Ik nodig jouw, beste cultuurliefhebber, uit: kijk tijdens deze wandeling eens rond naar de natuurlijke schoonheid van onze gemeente. Het is dan ook geen verrassing dat deze mooie omgeving menig kunstenaar heeft geïnspireerd.

    Van 5 mei tot 13 december bezit Karel Jonckheere de cultuur­ sleutel van onze gemeente. Deze sleutel opent de deur naar zijn poëzie, voor iedereen van Oostende tot Rijmenam.

    Geniet van de wandeling en kom snel nog eens terug!

    Guido Vaganée Burgemeester Mei 2013

  • 4

    De wandeling start aan Sint-Maartensberg in Rijmenam.

    Hier bevindt zich de kerk, toe­ gewijd aan Sint­Martinus, al meer dan 1000 jaar de bidplaats van de plaatselijke gemeenschap. Het is een merkwaardige kerk met een eigentijds interieur in een oud be­ schermd gebouw. De kerk is dage­ lijks vrij te bezoeken. Achteraan in de kerk ligt een gastenboek. Het is reeds het vierde sinds de eind­ restauratie van het gebouw in 2005. In een van deze gastenboeken liet Karels blinde zoon Floris (geboren 25 juli 1951) een boodschap op­ tekenen tijdens een bezoek.

    1 In zijn persoon heeft Karel Jonckheere vier ‘oerberoepen’ verenigd, zonder dewelke men zijn merkwaar- dige filosofie niet kan begrijpen. Interview met Jos Vranckx in Gazet van Antwerpen/Mechelen, t.g.v. zijn 80ste verjaardag, d.d. 9 april 1986.

    Foto: Ten huize Jonckheere-Deketelaere: Karel, Denise en Floris (3/02/1990) [foto: Marc Van Middelem, archief: Dirk Beirens]

    Boer en herder, visser en jager.1 Eerst en vooral wens ik, Karel Jonckheere, boer te zijn, dit wil zeggen: uit de aarde halen wat er in steekt, zowel concreet als geestelijk. Daar hoort ook het grootbrengen van een kind bij. Ten tweede wens ik visser te zijn: uit de diepte en de hoogte halen wat er zou kunnen inzitten. Ten derde herder: trachten te verza- melen wat er hier te verzamelen is en het met verantwoordelijkheid bewaren. Daar reken ik ook het Nederlands bij, dat ik wil helpen bewa- ren tegen allerlei gekke ingrepen of slordig- heden. Ook mijn huis reken ik daarbij: onder het dak bewaart men de eenheid man-vrouw- kind. En ten vierde ben ik een jager: altijd tuk op nieuwe indrukken, bestendig “gewarig”, zoals een waakhond.

  • 5

    Karel Jonckheere had een merkwaardige relatie met kerk en geloof. Al op jonge leeftijd brak hij ermee. Hij was ervan overtuigd dat er geen God bestond, ook al waren God en zijn heiligen pro- minent aanwezig in zijn huis. Hij bezat immers heel wat iconen uit boerderijen en kerken, die hij had meegebracht van zijn reizen naar Roemenië.

    Als er een god bestaat, dan zijn wij zijn microben, die hij, verveeld, verwoed bestrijdt met oorlog, ziekte, droom en tijd. 2

    Bij de priesterwijding van Cyriel Coupé (Anton van Wilderode) dichtte hij o.a.:

    God liet mij koud, ik nam de vrouw; Mijn zwoele nachten doen u blozen Wordt eens uw spijt mijn laat berouw, Wie heeft voor elk zijn deel gekozen? 3

    We verlaten de kerk en gaan de grote trap af. Aan de voet van de trap slaan we rechts in en bereiken de Kloosterstraat. Links van ons bevindt zich een sociale woonwijk. De Kloosterstraat dankt haar naam aan het klooster van de Zusters van Vorselaar die in 1884 hier naast het klooster ook een school oprichtten.

    2 Als … de eerste helft van het korte gedicht ‘Als’ in de bundel ‘De overkant is hier’. 3 Naar C. Coupé, bij zijn priesterwijding. Poëtische inventaris, Paris – Manteau, 1973, p. 254.

  • 6

    In deze school vindt sinds de jaren zestig de muziekschool De Koekoek een onderkomen. Koster Edward Fierens was er jarenlang directeur. Edward Fierens was slechtziend, op het einde van zijn leven zelfs blind. Voor de blinde Floris zette bij geruime tijd muziek om in braille. Zo kon Floris de partituren instuderen en de balletklas van het Mechelse conservatorium met zijn pianospel begeleiden.

    We vervolgen onze wandeling via de Sint­Elooisweg, steken de Korte Dreef over en kruisen de vroegere trambedding (1957). In het huis met het nummer 2 woonde de laatste burgemeester van het zelfstandige Rijmenam (tot 1976). Louis Van Looy was de laatste klompenmaker van vele generaties in het dorp. Tijdens zijn bestuur (1965­1976) werd Karel Jonckheere ereburger van Rijmenam. Dat ge­ beurde tijdens een academische zitting op 6 mei 1976.

    De burgemeester heeft on- langs voorgesteld in de gemeente- raad, dat de pastoor en ik zouden bijgezet worden op het ereperk van mijn gemeente. Maar de oppositie vond, vindt, dat alleen oudstrijders op het ereperk moeten komen en dat de verdienstelijken dan naast de onverdienstelijken, of liever, de niet-verdienstelijken moesten. Is dit ook geen reden voor voldoe- ning? Naast de pastoor op het ere- kerkhof? We schieten goed op met elkaar wat een rustige, oude, eeu- wige dag voorspelt! 4

    Het kerkhof bevindt zich op de linkerzijde van de weg naar Putte - de Weynisbaan - ongeveer 3 km. van het dorp. Karel Jonckheere en zijn echtgenote liggen niet op het ereperk.

    4 In Dossier 3 vandaag een interview in de retrovisor met twee sprekers, Karel en Jonckheere, BRT 3, 8 april 1976.

  • 7

    Ons leven moet een juichkreet zijn die luid in eigen oren schalt en na de dood nog over ’t graf blijft galmen. 5

    Aan het einde van de Sint­ Elooisweg komen we in de Lange Dreef. Daar gaan wij links en zien we op onze rechterzijde Residen­ tie Zonneweelde, een tehuis voor bemiddelde bejaarden. Aan het kruispunt stappen we rechts de Kruisstraat in. Net voorbij het ge­ bouw van de telefoonmaat schappij uit de jaren zestig nemen we links de Zilverberklaan. Deze straat leidt ons naar het dichtst beboste ge­ deelte van Rijmenam. We lopen helemaal tot op het einde. Rechts nemen we de Jachthoornlaan. Aan het kruispuntje van diverse wegen gaan we rechts de Kraaivenstraat in.

    De Kraaivenstraat dankt haar naam aan een van de vele ven- nen die zich indertijd in de dennenbossen bevonden en waarvan de zandleurders het water gebruikten om het opgedolven zand te wassen voor de verkoop. Het Kraaiven waarvan hier sprake is, be- vond zich nog tot in de late jaren vijftig op de grens van Rijmenam en Keerbergen.

    5 Bij een zelfbeeltenis, Poëtische inventaris, Paris – Manteau, 1973, p. 39.

  • 8

    Naast een volstrekt verdriet om ’t lot van alle leven, weegt ook een lichter weemoed waar ik nooit aan wen; het schennen van een graf, een dichter uitgeschreven, een wezel in een klem, dit klein veroordeeld ven. 6

    In de villa Clémine in de scherpe bocht van de weg (num- mer 33) woonde vanaf 1953 het ge- zin Jonckheere.

    Onze zoon Floris werd geboren in Oostende op 25 juli 1951 en toen hij kleuter was geworden stonden wij voor het probleem: hem in een blindengesticht te steken in Brus- sel en hem nu en dan eens zien, of verhuizen van de kust, dichter bij Brussel gaan wonen, en hem dage- lijks bij ons hebben. We hebben dit laatste verkozen. De heer Dewit uit Mechelen, de tapijtwever, was een vriend en die vond te Rijmenam in de Venstraat een huis voor ons. Ik volgde te Brussel Maurice Roelants op, de romancier, als letterkun- dig adviseur van de Minister van Openbaar Onderwijs en zo ruilden wij het ruisen van de zee voor het suizen van de dennen. 7

    Namens Floris’ grootvader bouwde Denise Deketelaere (mevrouw Jonckheere) in 1962 een beetje verder in de straat het nieuwe huis voor haar man en haar zoon.

    6 Dood van een ven. Speciaal geschreven t.g.v. Beentje Buiten, een programma van de BRT van 28 juni 1975. 7 Ongedateerd interview door L.V. (circa 1976).

  • 9

    Hier in dit duin bij spar en populieren In ’t lage huis met vrouw en hond en boek, Wil ik tevreden zijn met simpele manieren En zien wie ‘k ben, het laatste wat ik zoek. 8

    Ik wil ten hoogste wat geruis om me heen en wie de zee niet hoort, kan het eens proberen met de nog stillere dennenbomen. 9

    We vervolgen de Kraaivenstraat en lopen de riante woning (num­ mer 24) voorbij. We steken schuin links de Oude Keerbergsebaan over. Hier vinden we de enige nog onverharde weg van Rijmenam, de Eekhoornlaan. Aan het eind van deze rustige wandelweg komen we aan de Brughoevestraat. Die dankt haar naam aan de wijk Bruggen­ hoeven, die reeds in de 16e eeuw bekend was. We gaan de Brug­ hoevestraat links in. Wat verder bereiken we een klein pleintje aan een industrieel ge