Het gebruik van de telefoon en internettap in de opsporing

Click here to load reader

Embed Size (px)

description

 

Transcript of Het gebruik van de telefoon en internettap in de opsporing

  • 1 Het gebruik van de telefoon- en internettap in de opsporing G. Odinot D. de Jong J.B.J. van der Leij C.J. de Poot E.K. van Straalen Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum
  • 2 Voorwoord Jaarlijks wordt door de minister van Veiligheid en Justitie bekend gemaakt hoeveel taps er door Nederlandse opsporingsdiensten worden ingezet ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten. Over het jaar 2010 is voor het eerst ook het aantal IP- en e-mailtaps bekend gemaakt. Sinds het laatste WODC-onderzoek naar het gebruik van de telefoontap, dat stamt uit 1996, is de wereld van de telecommunicatie sterk veranderd. Zo is het gebruik van de mobiele telefoon explosief gestegen en is het internet niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. Mede daardoor is het aantal taps dat jaarlijks door opsporingsdiensten wordt ingezet sinds die tijd fors gestegen. Echter, de jaarlijkse cijfers over aantallen taps zeggen op zichzelf niet veel en krijgen pas kleur en betekenis als er inzicht bestaat in het feitelijk gebruik van de tap. Wat zijn de motieven en overwegingen die een rol spelen bij de beslissing om een tap aan te sluiten? En waarom wordt er zo vaak gekozen voor de tap en minder vaak voor andere heimelijke opsporingsmiddelen? De politieke belangstelling voor het onderwerp lijkt vooral te zijn ingegeven door het belang dat wordt gehecht aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Met de inzet van een telefoon- of internettap maakt de overheid inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van burgers, terwijl het gebruik van dit opsporingsmiddel zich niet beperkt tot verdachten. Ook niet-verdachte personen kunnen worden getapt. Er is, onder andere door de Tweede Kamer, naar voren gebracht dat uit een vergelijking van tapstatistieken blijkt dat er in Nederland vaker telefoon- en internetgegevens worden afgetapt ten behoeve van de opsporing dan in veel andere Westerse landen. Deze bevinding heeft vragen opgeroepen over de wijze waarop de telefoon- en internettap in Nederland wordt ingezet en over de oorzaken van deze verschillen. Dit rapport geeft een beeld van de wettelijke kaders en het gebruik van de telefoon- en internettap in de opsporing in Nederland en enkele ons omringende landen, te weten Engeland en Wales, Zweden en Duitsland. Hiermee worden de jaarlijkse tapstatistieken in een context geplaatst. In het onderzoek wordt inzichtelijk gemaakt hoe de cijfers tot stand komen en welke overwegingen een rol kunnen spelen bij het wel of niet inzetten van een telefoon- of internettap. Op basis van de analyse van informatie die is verkregen uit verschillende bronnen, waaronder vele tientallen interviews die zijn gehouden met respondenten vanuit de politie, het openbaar ministerie, de zittende magistratuur, de advocatuur en met enkele andere personen die beroepshalve te maken hebben met de tap, is een uniek beeld ontstaan van de wijze waarop de tap in Nederland en in enkele andere Westerse landen wordt ingezet als opsporingsinstrument. Dit rapport had niet tot stand kunnen komen zonder de medewerking van velen. Mede namens de auteurs dank ik alle personen die door hun medewerking aan de interviews, het verlenen van toegang tot gegevens en het verstrekken van informatie hebben bijgedragen aan dit onderzoek. Daarnaast gaat onze dank uit naar de leden van de begeleidingscommissie (zie bijlage 1) die met hun kritische vragen en hun zorgvuldige commentaar op de geschreven stukken een waardevolle bijdrage hebben geleverd aan dit rapport. Prof. dr. Frans Leeuw Directeur WODC
  • 3 Inhoud Afkortingen 7 Samenvatting 9 I Introductie 1 Inleiding 23 1.1 Probleemstelling en onderzoeksvragen 24 1.2 De opzet van het onderzoek 25 1.2.1 Gebruikte onderzoeksmethoden 25 1.2.2 De vergelijkingslanden 26 1.2.3 De Nederlandse politieregios 26 1.2.4 Het empirische onderzoek: de selectie van respondenten in Nederland 27 1.2.5 Selectie van respondenten in de vergelijkingslanden 28 1.2.6 Werkwijze van het empirisch onderzoek 28 1.3 De opbouw van dit rapport 29 2 De telefoon- en internetmarkt 30 2.1 Telefoniemarkt 30 2.2 Het internet 31 2.3 Grenzen aan de aftapbaarheid 32 II Het gebruik van de tap in Nederland 3 Regulering van het tappen in Nederland 36 3.1 De Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden 36 3.2 Uitgangspunten van de wet BOB 37 3.3 De bijzondere opsporingsbevoegdheden 37 3.3.1 De ingrijpendheid in de persoonlijke levenssfeer 38 3.3.2 Verdenkingsgraad 39 3.3.3 Tegen wie ingezet 40 3.3.4 Duur 40 3.3.5 Toestemmingsprocedure 40 3.3.6 Gronden 41 3.4 Specifiek voor de tap 41 3.5 Geheimhouders 42 3.6 Notificatie, vernietigen en gebruik voor ander doel 44 3.7 Hoofdstuk 13 van de Telecommunicatiewet 46 4 Wat is een tap en hoe komt deze tot stand? 47 4.1 Wat is een telefoontap? 47 4.2 Verkeersgegevens van communicatie 47 4.3 Historische verkeersgegevens van e-mail- en internetverkeer 48 4.4 Wat is een internettap? 48 4.5 De procedurele weg van een tap 49 4.5.1 Spoedtap 49 4.5.2 Het uitwerken van tapgesprekken 50 4.5.3 Notificeren en vernietigen 50 4.6 Het CIOT 50 4.6.1 Hoe verloopt een aanvraag? 52
  • 4 5 De tapstatistieken in Nederland 53 5.1 Telefoontaps 53 5.2 Historische verkeersgegevens 54 5.3 Statistieken internettap 54 5.4 Voorbeeld casus 54 6 De telefoontap in de praktijk 56 6.1 Schets van de inzet bij verschillende misdrijven 56 6.2 Doelen 60 6.2.1 Traceren 60 6.2.2 Sturing 61 6.2.3 Bewijs 61 6.3 Overwegingen om te tappen 62 6.3.1 Proportionaliteit en subsidiariteit 63 6.3.2 Capaciteit 67 6.3.3 Gemak 68 6.3.4 Persoonlijke voorkeur van de teamleider 69 6.3.5 Tapcultuur 70 6.4 Wie wordt er getapt 71 6.5 Aantal taps per onderzoek 71 6.6 Spoedtap 72 6.7 CIOT 73 6.7.1 Hoeveelheid bevragingen 73 6.7.2 In control statement 74 6.8 Opvragen verkeersgegevens 75 6.8.1 Historische verkeersgegevens 75 6.8.2 Toekomstige verkeersgegevens 77 6.9 Uitluisteren en uitwerken 77 6.10 Tolken 80 6.11 Verlengen of afsluiten 82 6.12 Opbrengsten 83 6.12.1 Bewijs 83 6.12.2 Sturing 83 6.12.3 Traceren 84 6.12.4 Restinformatie 84 6.13 Geliefd en waardevol? 85 6.14 Wat benvloedt de opbrengst? 86 6.15 Stealth-sms 88 6.16 IMSI-catcher 89 6.17 Geheimhouders 90 6.18 Privacy 92 6.18.1 Verdachte of betrokkene 92 6.18.2 Mate van inbreuk 93 6.19 Notificeren en vernietigen 94 6.19.1 Plichtsgetrouw? 94 6.19.2 Moment van notificeren 95 6.19.3 Meningen over notificeren 95 6.19.4 Nadere informatievoorziening en klachten 97 6.19.5 Derdenbescherming 98 6.19.6 Vernietigen 98 6.19.7 Uitzonderingen 100 6.19.8 Concluderend 100 6.20 Administratieve last van de tap 101 6.21 Knelpunten van de tap 102 6.22 Samenvattend 102
  • 5 7 De internettap in de praktijk 105 7.1 De inzet van de internettap 105 7.2 Uitwerken en verbaliseren 107 7.3 Hoeveelheid opgeslagen data en privacy 108 7.4 Geheimhouders en de internettap 110 7.5 Aftapbaarheid 112 7.6 Concluderend 114 8 Alternatieven voor de tap 115 8.1 Factoren 115 8.1.1 Misdrijf 115 8.1.2 Capaciteit en prioriteit 116 8.1.3 Voorkeur 117 8.1.4 Kennis en ervaring 117 8.1.5 Doorlooptijd onderzoek 118 8.1.6 Administratieve hobbels en stroperige procedures 118 8.2 Bewust opsporen zonder de tap 119 8.3 Alternatieven voor de tap? 119 8.4 Concluderend 121 III Het gebruik van de tap in Engeland en Wales, Zweden en Duitsland 9 Het gebruik van de tap in Engeland en Wales 125 9.1 Het Engelse strafrechtssysteem 125 9.1.1 Karakteristieken 125 9.1.2 Enkele organen binnen het Engelse strafrechtssysteem 126 9.1.3 Fasen in het strafproces 129 9.2 De telefoon- en internettap in de praktijk 130 9.2.1 Het tapbevel en het autorisatieproces 131 9.2.2 Verzoeken om gebruik te maken van abonnee- en verkeergegevens 136 9.2.3 Het gebruik van de tap 138 9.2.4 Het gebruik van telecommunicatiedata als bewijs 141 9.3 Waarborgen bij het gebruik van heimelijke opsporingsmiddelen 142 9.3.1 Inbreuk op het recht op privacy 142 9.3.2 Investigatory Powers Tribunal 145 9.4 Concluderend 145 10 Het gebruik van de tap in Zweden 148 10.1 Het Zweedse strafrechtssysteem 148 10.1.1 Karakteristieken 148 10.1.2 Enkele organen binnen het Zweedse strafrechtssysteem 149 10.1.3 Fasen in het strafproces 151 10.2 De telefoon- en internettap in de praktijk 151 10.2.1 Het tapbevel en het autorisatieproces 151 10.2.2 Machtigingen voor het gebruik van verkeersgegevens 154 10.2.3 Het gebruik van de tap 156 10.3 Waarborgen bij het gebruik van heimelijke opsporingsmiddelen 158 10.3.1 Inbreuk op het recht op privacy 158 10.3.2 Openbaar Vertegenwoordiger (Offentliga Ombud) 159 10.3.3 Veiligheid- en Iintegriteitbeschermingscommissie 159 10.3.4 Notificatie 160 10.4 Concluderend 160 11 Het gebruik van de tap in Duitsland 162 11.1 Het Duitse strafrechtssysteem 162
  • 6 11.1.1 Karakteristieken 162 11.1.2 Enkele organen binnen het Duitse strafrechtssysteem 163 11.1.3 Fasen in het strafproces 165 11.2 Het gebruik van de telefoon- en internettap in de praktijk 166 11.2.1 Het tapbevel en het autorisatieproces 167 11.2.2 Het gebruik van de telefoon- en de internettap en afluisterapparatuur 171 11.3 Waarborgen bij het gebruik van heimelijke opsporingsmiddelen 174 11.3.1 Inbreuk op het recht op privacy 174 11.3.2 Notificatie 175 11.4 Concluderend 176 IV Slotbeschouwing 12 Slotbeschouwing 179 Summary 188 Literatuur 189 Bijlage 1 Samenstelling begeleidingscommissie 195 Bijlage 2 Notificatiebrieven 196
  • 7 Afkortingen AID Algemene Inspectiedienst AIVD Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst ARPA Advanced Research Projects Agency BKA Bundeskriminalamt BOB Bijzondere Opsporingsbevoegdheden BoF Bits of Freedom BRD Bondsrepubliek Duitsland BVerfG Bundesverfassungsgericht BVO Basis Voorziening Opsporing CBP College Bescherming Persoonsgegevens CCP Chief Crown Prosecutor CEOP Child Exploitation & Online Protection Centre CHIS Covert Human Intelligence Source CIE Criminele Inlichtingen Eenheid CIOT Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie CoP Code of Practice CPIA 1996 Criminal Procedure and Investigations Act 1996 CPS Crown Prosecution Service CRCA 2005 Commissioners for Revenue and Customs Act 2005 CSP Communication Service Providers CTC Centrale Toetsingscommissie CvPGs College van procureurs-generaal DDR Duitse Democratische Republiek DSRT Dienst Specialistische Recherche Toepassingen EHRM Europese Hof voor de Rechten van de Mens EVRM Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens FCO Foreign and Commonwealth Office FIOD Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst FP Functioneel Parket FTP File Transfer Protocol GCHQ Government Communications Headquarters GG Grundgesetz GLA Greater London Authority GVG Gerichtsverfassungsgesetz Gw Grondwet HRA Human Rights Act HMRC Her Majesty's Revenue and Customs IGZ Inspectie voor de Gezondheidszorg IMEI International Mobile Equipment Identity IMSI International Mobile Subscriber Identity IOD Inlichtingen- Opsporingsdienst IP Internet Protocol IPT Investigatory Powers Tribunal IRT interregionaal rechercheteam IS Intrusive Surveillance ITU International Telecommunication Union KLPD Korps Landelijke Politiediensten LP Landelijk Parket MET Metropolitan Police MI5 Security Service MI6 Secret Intelligence Service MIVD Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst MP Members of Parlement NAW Naam, Adres en Woonplaats
  • 8 NN personen onbekende personen NOvA Nederlandse Orde van Advocaten OM Openbaar Ministerie OPTA Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit OVC opnemen van vertrouwelijke communicatie OvJ officier van justitie PACE 1984 Police and Criminal Evidence Act 1984 PEO Parlementaire Enqutecommissie Opsporingsbevoegdheden PIDS Platform Interceptie, Decryptie & Signaalanalyse PII Public Interest Immunity POA 1985 Prosecution of Offences Act 1985 Pw Politiewet RC rechter-commissaris RCoP Revised Code of Practice Rgb Rttegngsbalken RIPA 2000 Regulation of Investigatory Powers Act 2000 r.o. Rechtsoverweging SCDEA Scottish Crime and Drug Enforcement Agency SIM Subscriber Identification Module SIOD Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst SIS Secret Intelligence Service SOCA Serious Organised Crime Agency SOCAP Serious Organised Crime and Police Act Sr Wetboek van Strafrecht StGB Strafgesetzbuch StPO Strafprozeordnung Sv Wetboek van Strafvordering TGO Team Grootschalig Onderzoek TNO Nederlandse Organisatie voor Toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek Tw Telecommunicatiewet UKBA United Kingdom Border Agency ULI Unit Landelijke Interceptie VoIP Voice over IP Wiv Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten WLM Windows Live Messenger WOB Wet Openbaarheid van Bestuur WODC Wettenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum zwacri zware criminaliteit
  • 9 Samenvatting Het onderzoek: aanleiding, onderzoeksvragen en gegevensverzameling Aanleiding en de onderzoeksvragen Regelmatig verschijnt er in de media berichtgeving over het tappen in Nederland. Deze berichten zijn echter niet gevoed door recent onderzoek naar het gebruik van de tap. Het is vooral het gebrek aan informatie dat de toon van de artikelen bepaalt. Jaarlijks publiceert de minister van Veiligheid en Justitie het aantal telefoontaps dat door Nederlandse opsporingsdiensten is ingezet. Naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer over deze tapstatistieken heeft de toenmalige minister van Justitie een onderzoek toegezegd naar het gebruik van de telefoontap (Kamerstukken II 2009/10, 30 517, nr. 16). Dit onderzoek heeft als doel inzicht te bieden in het feitelijk gebruik van de telefoon- en internettap bij de opsporing van strafbare feiten. Dit rapport bestaat uit meerdere delen. In deel I wordt de inleiding en de telefoon- en internetmarkt behandeld, in deel II wordt een beeld geschetst van de inzet van de telefoon- en internettap in de Nederlandse opsporingspraktijk, deel III van dit rapport is gericht op de vraag hoe de tap wordt ingezet in enkele ons omringende West-Europese landen (Engeland en Wales, Zweden en Duitsland) en in deel IV worden de bevindingen uit dit onderzoek besproken in een slotbeschouwing. In het onderzoek wordt uitgegaan van een getrapte vraagstelling: 1 Hoe wordt in Nederland gebruik gemaakt van de telefoon- en internettap tijdens het opsporingsproces? 2 Hoe wordt in enkele andere West-Europese landen met dit opsporingsmiddel omgegaan? 3 Kunnen (grote) verschillen tussen deze landen in het gebruik van dit opsporingsmiddel worden verklaard? Deze vraagstelling is uitgewerkt in verschillende onderzoeksvragen, die zich samen laten vatten als: hoe vaak, waarom en wanneer wordt de telefoon- en internettap ingezet, voor hoe lang wordt een tap aangesloten en wat voor een informatie levert het dan op? Gegevensverzameling...