De volgende generatie medicijnen voor hersenziekten

of 28 /28
NEUROBASIC PHARMAPHENOMICS De volgende generatie medicijnen voor hersenziekten

Embed Size (px)

description

ersenziekten scoren in de overlijdensstatistieken ver onder kanker en hart- en vaatziekten. Daardoor wordt de impact van aandoeningen aan de hersenen nogal eens onderschat. Terwijl vrijwel iedereen in zijn leven ooit – zelf of in zijn omgeving – te maken krijgt met een hersenaandoening, volgens de Hersenstichting. De invloed op kwaliteit van leven, de behandelkosten en het ziekteverzuim als gevolg van ziektes als depressie, epilepsie, autisme en schizofrenie is immens. Bovendien blijkt het enorm moeilijk om goed werkende medicijnen tegen hersenziekten te ontwikkelen.Binnen het onderzoeksconsortium NeuroBasic Pharmaphenomics is een methode ontwikkeld om adequaat en gericht een stof te ontwikkelen die epileptische aanvallen onderdrukt of schizofrenie bestrijdt. In de uitgave ‘De volgende generatie medicijnen voor hersenziekten’ lees je alles over de zoektocht naar nieuwe medicijnen voor ingewikkelde hersenziekten.

Transcript of De volgende generatie medicijnen voor hersenziekten

  • NEUROBASIC PHARMAPHENOMICS

    De volgende generatie medicijnen voor hersenziekten

  • Amsterdam 2016

    De volgende generatie medicijnen voor hersenziektenNEUROBASIC PHARMAPHENOMICS

  • NEUROBASIC

    InhoudVoorwoord 3

    Medicijnen ontwikkelen voor hersenziekten 4

    NeuroBasic in vogelvlucht 6

    Schizofrenie behandelen begint bij begrip 8

    Muizen met epilepsie 13

    Ingenieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelijker 16

    Het is geen automatisme; soms word je teleurgesteld 22

    NeuroBasic partners 24

    Colofon 25

    Deze uitgave kwam tot stand in samenwerking met Kennislink.nl, d populairwetenschappelijke website

    voor het Nederlandse taalgebied. Voor meer actuele informatie en nieuws over onderwerpen in dit boek, raad-

    pleeg de partnerpagina van NeuroBasic: http://www.kennislink.nl/partners/neurobasic-pharmaphenomics,

    of het thema: www.kennislink.nl/thema/ziek-brein

    Voor meerinformatie klik op de links en de ikonen

  • NEUROBASIC

    Voorwoord

    Voor U ligt een fraai boek over de baanbrekende

    resultaten die zijn geboekt binnen het LSH-FES-

    project NeuroBasic. LSH staat voor Life Sciences

    & Health, oftewel de toepassing van de levens-

    wetenschappen voor onze gezondheid, en FES

    voor Fonds Economische Structuurversterking,

    de zogenoemde aardgasbaten.

    NeuroBasic begon zijn activiteiten in 2010, na goed-

    keuring door de Nederlandse overheid van een over-

    koepelend voorstel. Dit voorstel werd ingediend door

    een combinatie van vele partners waaronder kleine

    en middelgrote bedrijven, multinationals, universi-

    taire en medische onderzoeksgroepen, patintenor-

    ganisaties, en de ministeries van VWS, OCW en EZ.

    De FES-subsidie werd ingezet om tot een publiek-

    private samenwerkingsverband te komen: tegen

    elke euro subsidie van de overheid werd ook een

    euro door de partners genvesteerd. Na zes jaar hard

    werken zijn de resultaten direct inzetbaar voor

    patinten, danwel kunnen ze worden gebruikt voor

    onderzoek dat heel dicht bij patinten staat. Hiermee

    heeft het consortium aangetoond dat het de onder-

    zoeksgelden optimaal heeft ingezet om bij te dragen

    aan het verbeteren van de nationale gezondheid, en

    voor het aanjagen van de economische bedrijvigheid

    in Nederland.

    Veel van deze resultaten vindt u terug in dit boek,

    waarbij u zich keer op keer zult kunnen verwonderen

    over de laatste ontwikkelingen in dit boeiende vak-

    gebied. Ik wens u dan ook veel leesplezier!

    Herman Verheij

    L S H - F E S S E C T O R C O R D I N A T O R

    NeuroBasic PharmaPhenomics heeft doorgepakt

    waar NeuroBSIK MousePhenomics, eveneens gefi-

    nancierd uit FES-geld, is gestopt. MousePhenomics

    leverde gestandaardiseerde methoden om hersen-

    ziekten te kunnen meten aan een muismodel. Voor

    ons lag de uitdaging om met dat enorm krachtige

    onderzoeksgereedschap medicijnen te ontwikkelen

    die daadwerkelijk ingrijpen op de genetische oorzaak

    van hersenziekten zoals schizofrenie, epilepsie en

    depressie.

    MousePhenomics was voor ons bovendien het

    bewijs dat de kruisbestuiving tussen wetenschap en

    bedrijfsleven die FES beoogde, goed werkte en zowel

    in termen van wetenschappelijke progressie als

    valorisatie en economische spin-off goede resultaten

    behaalde. Zowel patint als economie zijn winnaar.

    De patint omdat we nu zicht hebben op medicijnen

    tegen zeker vijf hersenziekten. De economie omdat

    we de standaard hebben kunnen zetten in muis-

    modellen voor hersenonderzoek, met een florerende

    commercile spin-off.

    Het is alleen jammer dat FES geen verstandig gevolg

    heeft gekregen. Het is zeer de moeite waard, zowel

    voor patinten als voor onderzoekers, om ook het

    effect op sociaal gedrag van ontworpen medicijnen

    in een proefdiermodel te kunnen onderzoeken.

    Daardoor zou je een nog betere simulatie van

    hersenziekten in een model kunnen krijgen. Met

    het stopzetten van de FES-regeling enerzijds, en

    het telkens verscherpen van het toezicht op het

    gebruik van proefdieren anderzijds, is de kans op

    een NeuroBasic SocioPhenomics zeer klein.

    Chris de Zeeuw

    P R O G R A M M A D I R E C T E U R E N H O O G L E R A A R N E U R O W E T E N S C H A P P E N E R A S M U S U N I V E R S I T A I R M E D I S C H C E N T R U M R O T T E R D A M

    3

  • NEUROBASIC

    Behalve een onderschatte impact hebben die hersen-

    ziektes nog iets gemeen: er bestaat geen medicijn

    tegen. Maar dat gaat veranderen, als het aan het

    NeuroBasic consortium ligt. Het consortium

    ontwierp een methode waardoor je adequaat en

    gericht een stof kunt ontwikkelen die epileptische

    aanvallen onderdrukt of schizofrenie bestrijdt.

    Het grote probleem bij hersenziektes is dat medi-

    cijnen op geen enkele manier te testen waren. De

    geschiedenis telt tal van ethisch onverantwoorde

    experimenten waarin mensen als proefkonijn

    werden gebruikt. In de farmacologie is het testen op

    proefdieren de regel, maar omdat niemand kon ver-

    tellen of een muis schizofreen is of niet, laat staan

    schizofrenie bij muizen kon veroorzaken, was het

    ontwikkelen van een medicijn voor een hersenziekte

    een hachelijke onderneming.

    In een voorloper van NeuroBasic, hebben we een

    methode ontwikkeld om muizen heel specifiek dt

    genetische defect te bezorgen dat bij mensen tot een

    hersenziekte leidt, vertelt programmadirecteur en

    hoogleraar Neurowetenschappen Chris de Zeeuw.

    Vervolgens hebben we heel nauwkeurig vastgelegd

    hoe een muis zich afwijkend gedraagt bij de ver-

    schillende hersenziekten. Dat is nodig. Bij ziekten

    als kanker of hart- en vaatziekten kun je vaak op

    cellulair niveau zien wat er mis is en of je genees-

    middel iets heeft gedaan. Bij hersenziekten moet

    je dat afleiden uit het gedrag van een proefdier.

    Om het muisgedrag te kunnen vastleggen was veel

    innovatie nodig: een methode om naar behoefte

    genen aan of uit te kunnen zetten, testjes die zorg-

    vuldig meten in hoeverre een proefdier lijdt aan de

    aandoening die door de genetische mutatie zou

    moeten zijn veroorzaakt, en een registratiesysteem

    dat van honderden muizen tegelijk het gedrag kan

    vastleggen en analyseren.

    Medicijnen ontwikkelen voor hersenziekten

    Hersenziekten scoren in de overlijdensstatistieken ver onder kanker en hart-

    en vaatziekten. Daardoor wordt de impact van aandoeningen aan de hersenen

    nogal eens onderschat. De invloed op kwaliteit van leven, de behandelkosten

    en het ziekteverzuim als gevolg van ziektes als depressie, epilepsie, autisme

    en schizofrenie is immens.

    Introductie

    tekst: Ren Rector beeld: Parkers

    4

  • NEUROBASIC

    NeuroBasic startte met iets wat nog geen weten-

    schappelijk onderzoeker eerder had gehad: een

    proefdiermodel waarop je kan testen. De Zeeuw:

    Nederland was de enige locatie waar je zoveel

    wetenschappers van zoveel verschillende disciplines

    dicht bij elkaar hebt. Er zitten mensen tussen met

    veel verstand van gedrag, van hersenen, zenuwen,

    het limbische systeem, van software, van techniek

    om in hoog tempo muizen te screenen zonder stress

    te veroorzaken. Elders in de wereld krijg je de exper-

    tise niet voldoende bij elkaar, niet in de academische

    wereld en niet bij de farmaceutische industrie.

    Het was een begin. Met een zieke muis in de hand

    was de grote uitdaging binnen NeuroBasic om werk-

    zame stoffen te ontwerpen voor medicijnen. Daarna

    volgde de test op proefdieren, en werd duidelijk

    of een medicijn in de dop ook doet wat het moet

    doen. De volgende stap was om duidelijk te

    krijgen waarom het medicijn bij de muis wel of

    niet werkte. Soms moesten de onderzoekers terug

    naar de tekentafel.

    De laatste stap voor de klinische tests begonnen,

    was misschien wel de spannendste. Want een epi-

    leptische muis kunnen behandelen is n ding. Of

    het middel ook bij mensen werkt, is altijd nog maar

    de vraag. We lijken op muizen. Maar we hadden al

    eerder gezien dat ook al grijpt een middel in op de

    synthese van n bepaald eiwit en is die synthese bij

    de muis gelijk aan die bij de mens, er toch verschil-

    len zijn in wat het lichaam doet met een medicijn,

    of met het eiwit, stelt De Zeeuw. Daarom blijft het

    spannend tot de laatste klinische trials zijn afgerond.

    Maar hij acht de kans groot dat NeuroBasic niet

    alleen het proefdieronderzoek naar een nieuw

    niveau heeft getild, maar dat het ook medicijnen

    gaat opleveren tegen autisme, neurofibromatose1,

    tubereuse sclerose2, epilepsie en schizofrenie.

    1 Neurofibromatose is het erfelijk onvermogen neurofibromine aan te maken, met zeer uiteenlopende kenmerken, varirend van caf-au-lait-vlekken tot leerproblemen.

    2 Tubereuse sclerose is meestal een mutatie, met uiteenlopende gevol-gen zoals epilepsie, autisme, een verstandelijke handicap, huidaandoe-ningen en nieraandoeningen.

    Medicijn********

    5

  • NEUROBASIC

    NeuroBasic in vogelvluchtHet ontwikkelen van medicijnen voor hersenziekten lukte nooit

    goed, omdat hun werkzaamheid pas wordt aangetoond in het

    gedrag. Daardoor was ontwikkeling een kwestie van trial and error.

    1 In de zaad- en eicellen genetische mutaties worden aangebracht. Dit veroorzaakt genetische defecten.

    2 De muizen worden gescreend of ze het juiste defect hebben.

    4 Op basis van het genetische defect wordt een medicijn ontworpen.

    3 Met behulp van gestandaardiseerde test-jes wordt gemeten welke hersenaandoening de testmuis heeft, zoals epilepsie, schizofrenie of Parkinson.

    5 Het medicijn wordt toege-diend aan de muis. Daarna wordt het effect van het medicijn geanalyseerd.

    Infographic

    tekst: Ren Rector beeld: Parkers

    mutaties worden aangebracht. Dit veroorzaakt genetische defecten.

    2 De muizen worden gescreend of ze het juiste

    4 Op basis van het genetische

    Met behulp van gestandaardiseerde test-jes wordt gemeten welke hersenaandoening de testmuis heeft, zoals epilepsie,

    5 Het medicijn wordt toege-

    AGGTCC

    OK?JA

    NEE

    ?Epilepsie?

    Medicijn

    ********

    6

  • NEUROBASIC

    6 Als het medicijn niet het gewenste effect heeft, wordt het ver jnd, of gaat de onderzoeker terug naar de tekentafel.

    8 Een werkzaam medicijn voor een muis is niet automatisch hetzelfde als voor een mens. Nu zoekt de onder-zoeker uit of het medicijn in mensen hetzelfde zou doen.

    7 Nu moet bepaald waarom het medicijn goed werkt.

    9 Pas dan is het tijd voor een klinische test.

    10 Het medicijn is klaar.

    6 Als het medicijn niet het gewenste effect heeft, wordt

    Een werkzaam medicijn voor een muis is niet automatisch hetzelfde als voor een mens. Nu zoekt de onder-zoeker uit of het medicijn in mensen

    7 Nu moet bepaald waarom het medicijn goed werkt.

    AGGTCC

    OK?JA

    NEE

    ?Epilepsie?

    Medicijn

    ********

    7

  • NEUROBASIC Interview

    tekst: Rineke Voogt beeld: Michel Mees

    Schizofrenie behandelen begint bij begrip

    Voor mensen met schizofrenie is het dagelijks

    leven niet makkelijk. Medicijnen kunnen helpen

    om de symptomen te onderdrukken, maar de

    bijwerkingen zijn niet mild. Steven Kushner,

    hoogleraar Neurobiologische psychiatrie aan het

    Erasmus Medisch Centrum zoekt als onderzoeker

    binnen NeuroBasic naar alternatieve behandelin-

    gen, maar: de ziekte is lastig te begrijpen en de

    stap van proefdieren naar de mens is groot.

    8

  • NEUROBASIC

    In de volksmond wordt schizofrenie soms aangeduid

    als een gespleten persoonlijkheid, met talloze

    alter egos. In werkelijkheid heeft de ziekte niets

    te maken met meervoudige persoonlijkheid, maar

    met een gebroken denkproces. Schizofrenie tast

    de manier van denken aan. Het lopen, praten, eten

    of slapen is niet anders, maar de patint heeft het

    fundamenteel lastiger om de wereld om zich heen te

    begrijpen. Kushner: Wij zien dingen om ons heen

    en we snappen meteen wat belangrijk is, en wat we

    kunnen negeren; wat echt is en wat niet. Iemand

    met schizofrenie kan dat niet goed. Als ik als gezond

    persoon bijvoorbeeld in mijn eentje ben en zit te

    dagdromen over een gesprek, dan weet ik: dat is niet

    echt, het is een dagdroom. Een schizofreniepatint

    kan zon dagdroomgesprek juist als de realiteit erva-

    ren. Dat maakt het leven erg ingewikkeld.

    Opgeteld bij de vervelende symptomen komt

    ook nog een vervelend stigma van de ziekte, zegt

    Kushner: Als een persoon tegen zichzelf praat,

    rinkelt er bij de omgeving al snel een alarmbel: hier

    klopt iets niet. We vinden het eng. Terwijl als iemand

    zichzelf met insuline injecteert, we meteen weten

    waar het om gaat en vinden we dat misschien

    oncomfortabel, maar normaal.

    9

  • NEUROBASIC

    Zon half tot n procent van alle volwassenen

    heeft schizofrenie. Dat percentage is in elke bevol-

    kingsgroep gelijk. De ziekte openbaart zich vanaf

    het twintigste levensjaar en is chronisch: schizo-

    frenie is ongeneeslijk. Er zijn medicijnen, en vol-

    gens Kushner maken die het verschil tussen dag

    en nacht. Voordat er medicatie was, moest een

    patint eigenlijk continu in een psychiatrisch

    ziekenhuis verblijven, maar dat is gelukkig niet

    meer nodig. Toch is het voor patinten lastig om

    al hun mogelijkheden te benutten en een gelukkig,

    productief leven te leiden. Medicatie is niet niks.

    Antipsychotica de medicijnentypen die de

    meeste patinten slikken resulteren in een ver-

    moeidheid die nooit verdwijnt en in afgestompte

    emoties. Patinten worden niet meer heel verdrie-

    tig, maar ook niet uitzinnig blij. Sommige mensen

    kunnen beter met die bijwerkingen omgaan dan

    anderen, maar vergelijkbaar met een leven zonder

    schizofrenie is het nooit. Op de lange termijn lei-

    den de medicijnen ook tot abnormale bewegingen,

    vergelijkbaar met der ziekte van Parkinson. Dat

    komt doordat de receptoren waar de medicijnen op

    aangrijpen ook belangrijk zijn voor beweging.

    De ruimte voor verbetering zit dus vooral in het

    verminderen van de bijwerkingen. Je zal zelden

    een patint horen klagen: ik wou dat mijn medi-

    cijn beter werkte. Het zijn altijd de bijwerkingen,

    die soms zo naar zijn dat iemand liever helemaal

    geen medicijnen neemt, zegt Kushner.

    Binnen NeuroBasic zijn de onderzoekers op zoek

    gegaan naar manieren om medicijnen te verbete-

    ren. Dat deden ze in verschillende stappen.

    Allereerst moet je een ziekte beter begrijpen.

    Schizofrenie wordt, net als de overgrote meerder-

    heid van ziektes, veroorzaakt door een combinatie

    van genen en wat onderzoekers levenservaring

    noemen: voeding, leefstijl, ongelukken, omge-

    ving, et cetera. Maar in welke verhouding genen

    en levenservaring bepalend zijn, is nog niet

    bekend. Daarom zijn we gestart met de

    Gezin-studie (Gezin komt van GEnetische Zoek-

    tocht In Neuropsychiatrische Stoornissen), een

    onderzoek bij families bij wie schizofrenie voor-

    komt, zegt Kushner. Bij hen is de genetische

    component sterk aanwezig, en zo konden we de

    genen identificeren die bij schizofrenie horen.

    Zodra die genen bekend waren, maakte dat het

    makkelijker om een ziekte te bestuderen bij proef-

    dieren. In de zoektocht naar betere medicijnen

    moest de werking van verschillende stoffen getest

    worden. Dat kan met proefdieren, maar gelukkig

    ben je als onderzoeker sinds een paar jaar niet

    meer uitsluitend daarop aangewezen. Ook van

    induced pluripotent stem cells (IPSCs), volwassen

    huid- of bloedcellen die herprogrammeerd zijn tot

    stamcel, kunnen hersencellen zoals neuronen

    worden gekweekt. Die actieve levende hersencel-

    len gedragen zich op dezelfde manier als hersen-

    cellen uit het lichaam.

    Van de deelnemers aan de Gezin-studie kon dus een

    klein beetje huidweefsel worden afgenomen om met

    IPSCs hersencellen te kweken in de eerste plaats

    Het zijn altijd de bijwerkingen waar patinten over klagen.

    10

  • NEUROBASIC

    om te zien hoe de werking van hun hersencellen

    verschillen, en in de tweede plaats om de effecten

    van een stof te testen. De onderzoekers bestudeer-

    den de morfologie, genexpressie en elektrofysiolo-

    gische eigenschappen van de hersencellen. Het is

    voor schizofrenie belangrijk om op neuronniveau te

    kijken, omdat er uiteindelijk dr iets misgaat, zegt

    Kushner. Maar we hebben daarnaast gekeken naar

    de andere hersenceltypen zoals oligodendrocyten

    (de cellen die verantwoordelijk zijn voor de isolatie

    van neuronen, om ze efficinter elektrische impul-

    sen te laten geleiden, red.). Het probleem kan ook

    op een andere plek ontstaan. Tot nu toe lijken de

    tests er inderdaad op te wijzen dat vooral oligoden-

    trocyten (uit IPSCs) anders zijn bij schizofreniepa-

    tinten, vergeleken met hun gezonde familieleden.

    De onderzoekers wisten met IPSCs een aantal moge-

    lijke werkzame stoffen te identificeren. Maar als je

    weet dat een stof het gewenste effect heeft op een

    neuron, ben je er nog niet. Het volgende stadium

    is bestuderen of het middel de goede invloed heeft

    op het gedrag en het functioneren van het

    hle individu. En daar komt de werkwijze van

    NeuroBasic weer om de hoek kijken. Voor het

    behandelen van hersenziektes is het niet mogelijk

    om alleen op celniveau te kijken, maar is juist het

    gedrag bepalend: daaraan kun je zien of de stof

    de gewenste uitwerking heeft. Kushner: Voor

    dit soort studies ontkom je er niet aan om met

    proefdieren te werken.

    Voor dit soort studies ontkom je er niet aan om met proefdieren te werken.

    Schizofrenie behandelen begint bij begrip

    Steven Kushner: Als een persoon tegen zichzelf praat, vinden we het eng.

    11

  • NEUROBASIC Schizofrenie behandelen begint bij begrip

    In een voorloperproject van NeuroBasic slaagden

    onderzoekers erin om muizen genetisch z aan te

    passen dat ze menselijke ziekten hebben. De eerste

    stap is dan: controleer of de muizen ook daadwer-

    kelijk de bijbehorende symptomen vertonen.

    Voor schizofrenie is dat lastig. Kushner: Het is

    nog onbekend of muizen cht schizofreen kunnen

    worden. Bij mensen wordt de diagnose aan de

    hand van een gesprek gesteld, gebaseerd op

    iemands gedachten en ervaringen wat bij een

    muis natuurlijk niet mogelijk is. Toch lukt het

    onderzoekers om met behulp van genetische

    en farmacologische manipulaties het risico voor

    schizofrenie te verhogen en de symptomen ervan

    te veroorzaken bij de muizen. Zo kunnen ze de

    neurobiologische mechanismen die bij schizo-

    frenie veranderingen in het brein teweegbrengen

    onderzoeken. Het lukt goed om de neurofysiolo-

    gische veranderingen in het brein en de cognitieve

    en sociale stoornissen van mensen met schizo-

    frenie bij een muis na te bootsen, zegt Kushner.

    Vervolgens kunnen er stoffen getest worden bij de

    muizen, om te zien wat de stoffen doen met hun

    gedrag, motoriek en cognitieve functies. Om het

    effect van een stof op de hersenfuncties van een

    schizofrene muis te beoordelen, kun je de muis

    bijvoorbeeld een taak laten doen waarbij geheugen

    en cognitieve flexibiliteit nodig zijn (zie ook: Inge-

    nieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelij-

    ker). Als een muis moeite heeft om een routine die

    hij geleerd heeft te veranderen, dan duidt dat op

    een symptoom van schizofrenie: inflexibiliteit.

    Lijkt die stof te werken, en gaat het gedrag van de

    dieren vooruit, dan is dat nog steeds geen reden

    voor een feestje. Uiteindelijk moet het medicijn

    ook bij mensen werken. Die stap van muis naar

    mens is groot. Een proefdier is geen persoon, het

    is de next best option: een model. Voordat een

    middel dat moet ingrijpen op de slecht functione-

    rende neurologische circuits aan een patint kan

    worden gegeven, moet dus goed duidelijk zijn of

    de fysiologische eigenschappen waarop de stof

    inwerkt hetzelfde zijn bij mens en muis. Zelfs dan

    is succes niet verzekerd. Een klinische studie aan

    het eind van het traject kan pas echt uitsluitsel

    geven.

    Voor schizofrenie lopen op dit moment meerdere

    klinische studies, die zich allemaal richten op het

    verbeteren en aanvullen van antipsychotica. Over

    de resultaten is nog niets bekend, maar Kushner

    heeft positieve verwachtingen: We hebben met

    NeuroBasic al zoveel vooruitgang geboekt voor de

    behandeling van erfelijke neurologische aandoe-

    ningen vooral voor ziektes waarvan we vanaf

    het begin al meer wisten. Nu hebben we ook voor

    schizofrenie veel meer kennis opgebouwd, die op

    termijn veel betere medicijnen kan opleveren.

    Een proefdier is geen persoon, het is de next best option.

    12

  • NEUROBASIC Schizofrenie behandelen begint bij begrip

    In een voorloperproject van NeuroBasic slaagden

    onderzoekers erin om muizen genetisch z aan te

    passen dat ze menselijke ziekten hebben. De eerste

    stap is dan: controleer of de muizen ook daadwer-

    kelijk de bijbehorende symptomen vertonen.

    Voor schizofrenie is dat lastig. Kushner: Het is

    nog onbekend of muizen cht schizofreen kunnen

    worden. Bij mensen wordt de diagnose aan de

    hand van een gesprek gesteld, gebaseerd op

    iemands gedachten en ervaringen wat bij een

    muis natuurlijk niet mogelijk is. Toch lukt het

    onderzoekers om met behulp van genetische

    en farmacologische manipulaties het risico voor

    schizofrenie te verhogen en de symptomen ervan

    te veroorzaken bij de muizen. Zo kunnen ze de

    neurobiologische mechanismen die bij schizo-

    frenie veranderingen in het brein teweegbrengen

    onderzoeken. Het lukt goed om de neurofysiolo-

    gische veranderingen in het brein en de cognitieve

    en sociale stoornissen van mensen met schizo-

    frenie bij een muis na te bootsen, zegt Kushner.

    Vervolgens kunnen er stoffen getest worden bij de

    muizen, om te zien wat de stoffen doen met hun

    gedrag, motoriek en cognitieve functies. Om het

    effect van een stof op de hersenfuncties van een

    schizofrene muis te beoordelen, kun je de muis

    bijvoorbeeld een taak laten doen waarbij geheugen

    en cognitieve flexibiliteit nodig zijn (zie ook: Inge-

    nieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelij-

    ker). Als een muis moeite heeft om een routine die

    hij geleerd heeft te veranderen, dan duidt dat op

    een symptoom van schizofrenie: inflexibiliteit.

    Lijkt die stof te werken, en gaat het gedrag van de

    dieren vooruit, dan is dat nog steeds geen reden

    voor een feestje. Uiteindelijk moet het medicijn

    ook bij mensen werken. Die stap van muis naar

    mens is groot. Een proefdier is geen persoon, het

    is de next best option: een model. Voordat een

    middel dat moet ingrijpen op de slecht functione-

    rende neurologische circuits aan een patint kan

    worden gegeven, moet dus goed duidelijk zijn of

    de fysiologische eigenschappen waarop de stof

    inwerkt hetzelfde zijn bij mens en muis. Zelfs dan

    is succes niet verzekerd. Een klinische studie aan

    het eind van het traject kan pas echt uitsluitsel

    geven.

    Voor schizofrenie lopen op dit moment meerdere

    klinische studies, die zich allemaal richten op het

    verbeteren en aanvullen van antipsychotica. Over

    de resultaten is nog niets bekend, maar Kushner

    heeft positieve verwachtingen: We hebben met

    NeuroBasic al zoveel vooruitgang geboekt voor de

    behandeling van erfelijke neurologische aandoe-

    ningen vooral voor ziektes waarvan we vanaf

    het begin al meer wisten. Nu hebben we ook voor

    schizofrenie veel meer kennis opgebouwd, die op

    termijn veel betere medicijnen kan opleveren.

    Een proefdier is geen persoon, het is de next best option.

    NEUROBASIC Case study

    tekst: Joost van der Gevel beeld: Ruud Toonen

    De baby op het filmpje ligt op zijn rug en maakt plots

    samentrekkende, spastische bewegingen. Dan ligt

    hij weer even stil en schokt opnieuw. Op een EEG

    (hersenfilmpje) zie je dit terug. Het is even rustig,

    en ineens piekt er activiteit. Het zijn epileptische

    aanvallen. Het kind heeft Ohtahara-syndroom,

    een vorm van epilepsie die gepaard gaat met zware

    mentale retardatie. Kinderen met dit syndroom

    komen hiervoor vaak al tijdens hun eerste levens-

    maanden naar het ziekenhuis. De Japanner Ohtahara

    vond in 2008 de oorzaak: spontane mutaties in het

    eiwit MUNC18.

    SignaaloverdrachtDoor die mutaties gaat er in de hersenen van deze

    kinderen iets mis in de signaaloverdracht tussen

    de zenuwcellen. Het MUNC18-eiwit heeft daarin een

    cruciale functie. Het zorgt ervoor dat blaasjes gevuld

    met signaalstoffen, die stoffen in de uiteinden van

    de zenuwcellen op het juiste moment en in de juiste

    hoeveelheid afgeven. Waarna de volgende zenuwcel

    ze opneemt. Zo praten de zenuwcellen met elkaar.

    Door foutjes in het eiwit raakt dit proces ontregeld.

    Dat wordt zichtbaar als epileptische aanvallen en

    leidt tot mentale retardatie.

    MUNC18 is niet het enige eiwit dat betrokken is bij

    de signaaloverdracht in de hersenen. Van een aantal

    eiwitten was al bekend dat mankementen leiden tot

    hersenziekten zoals schizofrenie, Alzheimer, ADHD

    en epilepsie. Neurobioloog Ruud Toonen uit de groep

    van Matthijs Verhage richt zijn speurtocht specifiek

    op MUNC18. Hij onderzoekt hoe fouten in dat eiwit de

    signaaloverdracht verstoren, en hoe dat samenhangt

    met Ohtahara-syndroom. Dit eiwit is onmisbaar

    voor de signaaloverdracht in het brein, benadrukt

    hij, er is geen menselijk of dierlijk leven mogelijk

    als dit in het genoom ontbreekt. Zonder MUNC18

    Stills uit een filmpje van een 'springende' muis met epilepsie.

    Muizen met epilepsieBinnen het NeuroBasic-consortium maakt de groep van Matthijs Verhage

    muismodellen voor epilepsie door een eiwit uit te schakelen dat betrokken is

    bij de signaaloverdracht tussen de zenuwcellen in de hersenen, de neurale

    communicatie. Een zoektocht naar gerichte geneesmiddelen voor hersenziektes.

    Met hulp van een muis met epilepsie.

    13

  • NEUROBASIC

    /

    /

    +/+

    +/++/

    Mutante MUNC18 muizen een dag voor ze geboren zouden worden. Een hersendood jong met twee gemuteerde MUNC18 genen (-/-), een normaal jong met twee gezonde MUNC18 genen (+/+) en een muis met epilepsie, met een gezond en een gemuteerd MUNC18 (+/-). De middelste en de rechter lijken sterk op elkaar, maar de linker ziet er een beetje anders uit: die kan niet bewegen en is hersendood. Als je een elektrode in het brein brengt, zie je dat er zonder het eiwit helemaal geen signaaloverdracht is. Dat is het bewijs dat als je het eiwit MUNC18 weghaalt, de zenuwcellen geen signalen meer kunnen overdragen.

    kunnen de zenuwcellen niet met elkaar communi-

    ceren. En zit er een weeffout in, dan raakt de balans

    in de signaaloverdracht verstoord.

    Slimme medicatieJe zou dus een medicijn willen ontwikkelen dat heel

    precies aangrijpt op die verstoring van de commu-

    nicatie tussen de zenuwcellen, en de verbinding

    weer herstelt. Een middel dat de fout in het eiwit

    kan repareren of compenseren. Toonen: Maar daar-

    voor moeten wij eerst begrijpen hoe de mutatie de

    hersencommunicatie precies verstoort. Waarom

    de patint ziek wordt. Zodra we dat weten, kunnen

    we heel gericht medicijnen ontwikkelen die de

    functie van dat eiwit veranderen of verbeteren.

    Medicatie die slimmer is dan de bestaande medi-

    catie, of beter werkt.

    Voor de ontwikkeling van zon geneesmiddel is een

    model nodig waarin je het defect kan bestuderen,

    en om in een latere fase zon medicijn op te testen.

    Voor die speurtocht naar adequate medicijnen ont-

    wikkelde NeuroBasic een methode om proefdieren

    exact dezelfde genetische defecten te geven als de

    defecten die aan de ziekte van Alzheimer, schizo-

    frenie en andere hersenziektes ten grondslag liggen.

    In de VS bij Thomas Sdhof die in 2013 de Nobel-

    prijs kreeg voor zijn onderzoek naar de signaalover-

    dracht in hersenen maakte Matthijs Verhage zon

    model voor het Ohtahara-syndroom. Een muis-

    model met een mutatie in het eiwit MUNC18: een

    muis met epilepsie.

    Nonsens-genZon muismodel maak je met stamcellen die je uit

    een heel vroeg embryo haalt. Die stamcellen heb-

    ben zich dan nog niet vaak gedeeld en kunnen nog

    uitgroeien tot het hele dier. Met DNA-technologie

    wordt het MUNC18-gen kapotgemaakt of vervan-

    gen door een nonsens-gen, vertelt Toonen. Met

    die techniek maak je een klein stukje van een gen

    na en je plakt er een ander stukje tussen dat de

    plaats inneemt van het oorspronkelijk stukje DNA.

    Als de cellen delen wordt dat nonsensgedeelte

    mee gekopieerd. Dat doen we op n chromo-

    soom, n van de twee delen van het gen je

    hebt er van allebei je ouders een. Je krijgt dan

    embryonale stamcellen met n functioneel en

    14

  • NEUROBASIC Muizen met epilepsie

    Zenuwcel met in rood de dendrieten en in groen de synapsen, de contactpunten.

    n niet-functioneel MUNC18. Die gemuteerde

    embryonale stamcellen plaatsen we terug in

    zon vroeg embryo. Ze delen dan verder mee als

    dat uitgroeit tot een muis.

    Zwart-wit-mozaekEen deel van de stamcellen is dus gemanipuleerd,

    maar niet allemaal. Om ze verderop in het wordings-

    proces van de muis te kunnen lokaliseren, nemen

    de onderzoekers de stamcellen die ze manipuleren

    van witte muizen en injecteren ze de gemuteerde

    cellen in een vroeg embryo van een zwarte muis.

    Van de jongen die daaruit worden geboren, hebben

    de meeste een zwarte vacht, maar er zijn er ook die

    voor een deel uit zwarte en voor een deel uit witte

    cellen bestaan: zij worden een mozaekmuis. Van

    deze muis zullen sommige van de ei- en zaadcellen

    ook de mutatie hebben en sommige niet, legt

    Toonen uit. Als je deze muis gaat kruisen en uit een

    van de zaadcellen met de mutatie wordt een jong

    geboren, dan is dat volledig wit. Dat krijgt de witte

    vacht mee van zijn vader. Dat jong heeft de mutatie

    in alle cellen op n chromosoom, afkomstig van de

    vader. Het van de moeder afkomstige chromosoom

    is normaal. De vachtkleur moet van de embryonale

    stamcel met de mutatie komen en die gebruik je

    dan als verklikker. Dit is het muismodel voor

    Ohtahara-syndroom.

    VertaalslagDe muizen leven in kooien met bovenop een camera

    waarmee de onderzoekers het gedrag van de muis

    kunnen analyseren. Ze kunnen op afstand de onder-

    zoekssetting veranderen en de muizen taakjes laten

    uitvoeren zonder ze te storen. We hebben een test-

    batterij waarin we heel veel muizen tegelijkertijd

    kunnen observeren. We proberen zo de vertaalslag

    te maken van de mutaties in het genoom naar het

    gedrag, legt Toonen uit en hij laat een filmpje zien

    van muizen met een mutatie in MUNC18, het proef-

    diermodel voor het Ohtahara-syndroom. Links in

    beeld loopt een muis rustig in zijn kooi en ineens

    springt hij op vier poten tegelijk omhoog. De muis

    in de kooi ernaast ligt te slapen en lijkt plots vreemd

    te rillen. En even later weer. Het zijn ongecontro-

    leerde bewegingen. De muizen hebben op epilepsie

    lijkende aanvallen. Wat we zien aan gedrag is

    dus dat springen en trillen. Maar het is lastig om

    met zekerheid te zeggen dat dat epilepsie is. Want

    epilepsie wordt eigenlijk gedefinieerd met EEGs,

    hersenfilmpjes, bij mensen. Een gespecialiseerd

    laboratorium in Duitsland gaat binnenkort EEGs

    maken bij de muizen. Dan wordt zichtbaar of ze

    echte epileptische aanvallen hebben.

    MedicijnDe volgende stap in het onderzoek is de zoektocht

    naar stoffen die de verstoorde signaaloverdracht

    kunnen herstellen. Een molecuul dat de mutatie in

    MUNC18 compenseert, is in potentie een medicijn.

    Andere onderzoeksgroepen binnen NeuroBasic en

    de farmaceutische industrie ontwerpen dit soort

    stoffen. Toonen: Dat begint met een bibliotheek

    van wel honderdduizend moleculen. Die verzame-

    ling wordt teruggebracht tot zon vijftig kandidaten

    die we dan op zenuwcellen in een schaaltje testen

    om te zien hoe goed ze de neurale signaaloverdracht

    benvloeden. Als daar uitkomt dat ze die verbeteren,

    dan zou je de vijf meest veelbelovende kunnen tes-

    ten in zon muismodel. Maar, dat doe je pas op het

    allerlaatst. Dat is eigenlijk net voordat ze op mensen

    worden getest.

    15

  • NEUROBASIC Beeldreportage

    Het onderzoek van het NeuroBasic consortium heeft meerdere spin-offs opgeleverd. Verschil-lende bedrijven specialiseren zich in het ontwikkelen van hardware en software om beter hersenonderzoek uit te kunnen voeren bij proefdieren, en zelfs ook bij mensen.

    37 sportenEen looptestje om breinfuncties te testen: dat is het idee van de Erasmusladder. De muizen-catwalk is ontwikkeld door Neurasmus, het neuro-wetenschappelijk bedrijf van de Erasmus Uni-versiteit. Omdat de genen van muizen aangepast kunnen worden om hersenziektes na te bootsen, zijn tests nodig die de effecten van die aandoenin-gen en van medicijnen te kunnen meten. Dat kan met dit apparaat: een horizontale ladder met 37 sporten aan elke kant, tussen twee kooitjes. Elke trede kan op commando veranderen van hoogte. Muizen worden getraind om met constante snel-heid van de ene kooi naar de andere te lopen, en het apparaat meet met druksensoren de snelheid, misstappen en sprongetjes. Op die manier kun je niet alleen goed het loopgedrag van een muis bestuderen, maar ook hoe een muis een nieuw looppatroon aanleert, zegt Chris de Zeeuw, hoogleraar Neurowetenschappen aan het Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam. Veran-dert de positie van de traptreden waardoor er een obstakel verschijnt, dan moet de muis zijn pootjes anders plaatsen om dat obstakel te omzeilen.

    Ingenieuze apparatuur maakt hersen-onderzoek makkelijker

    tekst: Rineke Voogt beeld: Noldus

    16

  • NEUROBASIC

    17

  • NEUROBASIC

    beeld: Sylics

    350 keer proberenDeze muis kan kiezen uit drie poortjes om door-heen te klimmen. Kiest hij de goede, bij de groene pijl, dan krijgt hij een snoepje. Kiest hij de verkeer-de, dan gebeurt er niets. Simpel genoeg, zo lijkt het. Maar hij krijgt het lekkere hapje pas na elke vijfde keer door het juiste poortje kruipen. Het duurt bij een gewone muis een uur of twee voor hij leert welk gat hij moet kiezen. En dat maakt dit een geschikte taak om bijvoorbeeld Alzheimer mee te bestuderen, vertelt Maarten Loos van bio-informaticabedrijf Sylics, dat deze CognitionWall ontwikkelde. Muizen die net als Alzheimer-patinten breinschade ontwikkelen, functioneren cognitief minder goed en doen signi cant langer over deze taak. Ze moeten tot wel 350 keer probe-ren voor ze het doorhebben. Geef je zon muis een stof die de ziekte van Alzheimer tegen moet gaan, dan kun je dus kijken of die effectief genoeg is om het leren en geheugen te bespoedigen. Ook om schizofrenie te testen kan de test een handig hulp-middel zijn: verander je na een poosje de juiste ingang, dan moet de muis cognitief exibel genoeg zijn om dat in de gaten te hebben. Schizofrene dieren vinden dat erg moeilijk. Binnen NeuroNasic is deze techniek al voor verschillende stoffen gebruikt. Een voordeel van deze techniek is dat de muizen niet opgetild hoeven te worden, zoals bij veel andere testen. Loos: Muizen houden daar niet van. Hierbij zitten ze lekker in hun eigen kooitje terwijl ze een taak uitvoeren.

    18

  • NEUROBASIC Ingenieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelijker

    19

  • NEUROBASIC

    D

    2.9588 cm

    beeld: Sylics

    Zeen van tijdAan dit rijtje muizenkooien is niets bijzonders te zien. Toch zijn het ingenieuze apparaten: muis aan muis kan in de gaten worden gehouden, zonder dat daar een onderzoeker aan te pas hoeft te komen. In het deksel zit een camera, die minutieus iedere beweging van de dieren volgt en doorstuurt naar een computer. Die analyseert de videobeelden en dat levert de onderzoeker een overzicht op van de urenlange omzwervingen van zijn proefdieren. In verschillende kleuren kan hij zien waar de muis lang heeft stilgestaan, welke hoek van zijn kooi hij het jnst vindt of welke route hij prefereert. Voor veel proefdieronderzoek is het handig om dat soort bewegingen te bestuderen, bijvoorbeeld als je de dieren een taak als de CognitionWall of angsttest laat doen. Je wilt immers weten hoe snel een muis iets leert. Maar het kost zeen van tijd om dat met de hand te doen. Vandaar de door informatietech-nologiebedrijf Noldus ontwikkelde PhenoTyper, een kooi met bijbehorende software. Tientallen muizen kunnen in hun eigen kooitje naast elkaar hun gang gaan, en worden allemaal door een automatisch oog gadegeslagen. Dat de PhenoTyper volautoma-tisch werkt en voor allerlei testen is te con gure-ren maakt hem zo gewild onder wetenschappers, zegt algemeen directeur Lucas Noldus. Het is ook een commercieel succes: er zijn al meer dan duizend genstrumenteerde kooien met video-trackingsoftware verkocht.

    Voedings-plaats

    Korte pauzeLange pauzeKleine bewegingGrote beweging

    Schuilplaats

    Drink-plaats

    20

  • NEUROBASIC Ingenieuze apparatuur maakt hersenonderzoek makkelijker

    21

  • NEUROBASIC

    Het principe achter NeuroBasic is om geneesmiddelen op een zinnige manier

    te testen op proefdieren, waarbij de ziekte die ze moeten genezen vooral tot

    uiting komt in hun gedrag. Een muis blijft echter een proefdier van dertig gram

    en lange snorharen. Is een muis wel zo geschikt om menselijke aandoeningen

    aan te meten? Aan het woord Chris de Zeeuw, programmadirecteur NeuroBasic

    en Steven Kushner, Transworkpackageleader Schizofrenie.

    Het is geen automatisme; soms word je teleurgesteld

    Discussie

    22

  • NEUROBASIC

    Waarom is gekozen voor een muis als proefdier?De Zeeuw: We hebben voor 97 procent dezelfde

    genen als een muis. Dat betekent dat heel veel gene-

    tische defecten, die ervoor zorgen dat een bepaald

    eiwit niet of verkeerd wordt aangemaakt, bij een

    muis identieke problemen veroorzaakt. Bovendien

    kan een muis gemakkelijk genetisch gemanipuleerd

    worden, is een muis eenvoudig te houden, plant hij

    zich snel en makkelijk voort en is goedkoop wat

    het altijd al tot een geschikt proefdier maakte.

    Toch zijn er ook cases bekend van medicijnen die op de muis goed werkte, maar in de klinische trials teleurstelden.De Zeeuw: Dat komt voor. We hebben het binnen

    NeuroBasic ook gezien. In de praktijk blijkt dan dat

    een proces genetisch dezelfde oorsprong heeft bij

    muis en mens, maar dat de mate waarin de genen

    tot expressie komen bij een mens toch anders is.

    Daarom is het ook zo belangrijk dat je goed blijft

    opletten zodra je de vertaalslag naar de mens gaat

    maken: het is geen automatisme dat het daar net

    zo werkt. Soms word je gedeeltelijk teleurgesteld.

    Het blijft echter ook interessant om te kijken wat

    er nu juist wel en wat juist niet vergelijkbaar is.

    Kushner: Een proefdier is geen persoon: de muis

    is expliciet een model, niet de daadwerkelijke

    patint. Dat maakt het moeilijk. We moeten

    goed uitzoeken welke delen van de fysiologie

    vergelijkbaar of juist compleet anders zijn.

    Je zou ook kunnen kiezen voor een ander proefdier.Kushner: Het kan soms voordelig zijn om te kiezen

    voor bijvoorbeeld de zebravis of een fruitvlieg. Maar

    voor ons type hersenonderzoek blijft het essentieel

    dat het modelbrein lijkt op dat van een mens. Het

    brein moet zo ontwikkeld mogelijk zijn, maar het

    dier moet zo min mogelijk lijden. Een potentieel

    diermodel als een primaat komt dan te dichtbij:

    hun emoties lijken te veel op die van ons.

    De Zeeuw: Er is geen beter model. Welk dier je ook

    kiest, de stap waarbij je van proefdier naar mens gaat

    blijft cruciaal. En juist omdat we wel veel lijken op

    andere zoogdieren, maar er wel degelijk verschillen

    zijn, wordt iets wat veelbelovend leek toch geen

    succes of slechts een gedeeltelijk succes.

    Het argument dat proefdieren soms helemaal niet zon goed model blijken, wordt door lobbyisten ook aangevoerd om dan maar helemaal van proef-dieren af te stappen. Wat vindt u?De Zeeuw: Ik heb wel sympathie voor de moraal die

    voorschrijft dat elk proefdier er n te veel is. Ik vind

    dat je proefdieren alleen maar mag opoff eren als er

    een rele kans is op nieuwe kennis. Toen ik als jonge

    onderzoeker mijn eerste rat moest doodmaken, heb

    ik overwogen een carrireswitch te maken. Maar

    de realiteit is nu eenmaal dat we geen alternatief

    hebben. Er zijn geen proefdieren in het rijkdom

    der zoogdieren die geschikter zijn voor genetische

    manipulatie dan een muis, en helemaal zonder

    proefdieren kan je eigenlijk alleen in sommige

    gevallen, door op gekweekt weefsel te testen, en

    dan nog moet dat weefsel ergens vandaan komen.

    Waar dat kan, gebeurt dat ook. Maar je kunt aan

    weefsel niet zien of het depressief is, of epileptisch.

    Je kunt dat alleen maar aan het gedrag van een

    levend organisme zien.

    Kushner: Het komt er uiteindelijk op neer dat geen

    enkele patint medicijnen zou willen testen die hem

    kunnen schaden. Als je proefdieren volledig buiten

    beschouwing laat, neem je dus een enorm risico.

    Niet alles kun je testen op computermodellen of

    gekweekte cellen. Maar het is echt niet zo dat

    wetenschappers dolgraag met proefdieren werken.

    Hopelijk hebben we ze op een dag niet meer nodig.

    Als er een net zo goed alternatief was, al kwam het

    zelfs maar in de buurt van net zo goed: ik zou het

    morgen overnemen, en velen met mij.

    tekst: Ren Rector en Rineke Voogtbeeld: Ren den Engelsman

    23

  • PharmaPhenomics

    Partners

    Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdamwww.erasmusmc.nl

    Vrije Universiteit Amsterdamwww.vu.nl

    Universitair Medisch Centrum Utrechtwww.umcutrecht.nl

    Wageningen Universiteitwww.wageningenur.nl

    Nederlands Herseninstituutwww.herseninstituut.knaw.nl

    Delta Phenomics bv

    Grif n Discoveries bvwww.grif ndiscoveries.com

    Neurasmus bvwww.neurasmus.com

    Noldus Information Technology bvwww.noldus.com

    PsyNova Ltd.www.psynova.com

    Synaptologics bvwww.sylics.com

    NeuroBasic PharmaPhenomics is een Nederlands publiek-privaat consortium dat werkt aan de volgende generatie geneesmiddelen voor hersenaandoeningen. Centraal in de benadering staat het op grote schaal en met hoge snelheid kunnen ontwerpen en testen van mogelijk werkzame stoffen die als basis kunnen dienen voor een geneesmiddel tegen hersenaandoeningen. Meer begrip van complexe signaaltransductieroutes heeft geleid tot de identifi catie van een groot aantal kandidaat-genen voor grote hersenaandoeningen en het ontwikkelen van specifi eke muismodellen. Deze nieuwe modellen maken effi cinter preklinisch onderzoek naar neurologische en psychiatrische ziekten mogelijk, en uiteindelijk ook nieuwe behandelingen voor menselijke patinten.

    Contact: Arjen Brussaard, [email protected], 020-5987003

    24

  • ColofonRedactie

    Joost van der Gevel, Elles Lalieu, Rineke Voogt

    Hoofd/eindredactie

    Sciencestories.nl, Ren Rector

    Vormgeving

    Parkers, Rick Verhoog en Sara Kolster

    Infographics

    Parkers, Marjolein Fennis en Sara Kolster

    Projectleiding

    Giovanni Stijnen, Science Center NEMO

    Cordinatie

    Giovanni Stijnen en Sanne Deurloo, Kennislink

    Deze uitgave kwam tot stand dankzij het LSH-FES subsidieprogramma en in samenwerking met Science Center NEMO (uitgever van Kennislink.nl) en Annemieke Steenbergen (NeuroBasic PharmaPhomics).

    25