De Franse revoluties 1789 1871

of 24/24
Algemeen overzicht
  • date post

    10-Jun-2015
  • Category

    Education

  • view

    1.093
  • download

    4

Embed Size (px)

description

Een Marxistische kijk op de Franse revoluties.Op basis van de geschriften van Marx en de marxisten zoals Albert Soboul.

Transcript of De Franse revoluties 1789 1871

  • 1. Algemeen overzicht

2.

  • De vorming van de Franse Natie en de opkomst van de burgerij onder het ABSOLUTISME
    • Absolutisme was de laatste fase van de feodaliteit
    • Economische en sociale opgang van het kapitalisme en de burgerij
    • Lodewijk XIV Ltat cest moi

3.

  • De Franse Revolutie van 14 juli 1789
    • Veegde de resten van de feodaliteit weg
    • Bracht de burgerij aan de macht
    • Geeft land aan (een deel van ) de boeren
    • Wekte verwachtingen bij het volk

4.

    • De constitutionelemonarchie, 1789-1792
    • een onmogelijk compromis tussen
      • Adel grootgrondbezitters
      • Degrote burgerij
      • Historische figuren: Lodewijk XVI, Lafayette, Mirabeau,..
      • Latere partij van de Legitimisten (1815-1830)

5.

    • De burgerlijke liberale republiek (1792-1793)
      • De grote burgerij tegen de adel en het volk
      • Lanceren veroveringsoorlogen (Belgi)
      • Historische figuren: Louis Philippe dOrleans, Condorcet
      • De republiek wordt uitgeroepen
      • Partij van de Girondijnen
      • Latere Orleanisten (1830-1848)
      • Voorstanders van het federalisme tegen het centralisme en de macht van Parijs

6.

    • De burgerlijke democratische republiek(1793-1794)
      • De terreur van het algemeen welzijn
      • De radicale klein-burgerij (deJacobijnen ) steunt zich op het volk tegen de vroegere adel en de invasies
      • Historische figuren:Robespierre,Saint-Just,
      • Latere partij van de Republikeinen (1848-1852)

7. 8.

    • Militaire dictatuur vanNapoleon I(1798-1815)
      • Eerste Franse keizerrijk verzekert binnenlandse stabiliteit
      • Consolideert (zeker voor de boeren) de verworvenheden van de Revolutie van 1789
      • Verzekert de rijkdom van de burgerij dankzij de veroveringsoorlogen
      • Frans imperialisme doet de feodale krachten in Europa beven

9.

    • Tijdens de Franse revolutie van 1789 tot 1815
      • Was de feodaliteit definitief verdwenen (economisch)
      • Hadden de verschillende fracties van de burgerij elkaar bevochten en n na n de macht veroverd
      • De idealen van de revoluties hadden enorme verwachtingen losgemaakt bij het volk: sociale gelijkheid
      • Het volk had als voetvolk en kanonnenvlees gediend
      • De militaire dictatuur verving de parlementaire dictatuur
      • om volksopstanden en revoluties tegen te gaan
      • Na de nederlaag van Napoleon gaan de verschillende fracties van de burgerij opnieuw vechten voor de macht
      • Het volk gaat leren haar klassebelangen te verdedigen

10.

    • De Restauratie (1815-1830)
      • Legitieme monarchie neemt de macht over dankzij de steun van de reactionaire feodale krachten in Europa
      • Macht van de Bourbons wordthersteld (Louis XVIII, Karel X)

11.

    • De Restauratie (1815-1830)
      • Democratie voor de vroegere adel,
      • nu grootgrondbezitters ( herstel van feodaliteit gaat niet)
      • Dictatuur en repressie tegen het volk en een deel van de burgerij
      • Gedeeltelijke terugkeer van de macht van de kerk

12.

    • De Julirevolutie en de Julimonarchie (1830-1848)
      • Het volk van Parijs en de republikeinen verjagen de Bourbons
      • De grote burgerij duidt Louis-Philippe aan als vorst
      • Le regne des banquers est arriv
      • De volksbeweging heeftgeen programma,zij verlangt het herstel vande grondwet van het jaar II(Robespierre)

13.

    • De Februari-revolutie en de tweede Franse Republiek (1848-1852)
      • Van 24 februari tot 25 juni 1848
      • Algemene verzoeningszwendel
      • Deelname van de arbeidersbeweging aan de regering
      • Emancipatie vanhet proletariaatvia verkiezingen

14.

    • Eerlijke en offervaardige proleet
    • Wordt overtuigd dat
    • het geweerdient omde
    • buitenlandse vijand te verslaan
    • de verkiezingenom
    • zijn vertegenwoordigers aante duiden
    • - meerderheidkaneenarbeidersregeringde macht verzekeren

15.

    • Karl Marxwaarschuwt in het
    • Communistisch Manifest (febr.48)
    • De revolutie kan alleen het werk
    • zijn van het proletariaat
    • Na de revolutie moet het
    • proletariaat de heersende
    • klasse zijn

16.

    • De Februari-revolutie en de tweede Franse Republiek (1848-1852)
      • Van juni 1848 tot december 1851
        • Juniopstand(1848) van het proletariaat wordt neergeslagen
        • Alle fracties van de burgerij verenigen zich nu in de Repbliek tegen de arbeidersklasse
        • De Partij van de Orde oefent de parlementaire dictatuur uit
        • Afschaffing van algemeen stemrecht, beperking van de democratie (persvrijheid, vrijheid van vergaderen.

17.

    • De tweede militaire dictatuur van Louis Bonaparte en het Tweede Keizerrijk (2 december 1851 4 september 1870)
      • Napoleon III regeert boven de klassen (combineert voortdurend repressie met demagogie)
      • Versterking vanhet staatsapparaat (leger, politie,
      • bureaucratie, )

18.

    • De tweede militaire dictatuur van LouisBonaparte en het Tweede Keizerrijk (2 december 1851 4 september 1870)
      • Veroveringsoorlogen en militaire interventies
      • Koloniale veroveringen

19.

    • De tweede militaire dictatuur van LouisBonaparte en het Tweede Keizerrijk (2 december 1851 4 september 1870)
      • Hij begint een oorlog tegen Pruisen in juni 1870
      • Hij wil de eenmaking van Duitsland beletten en het overwicht van Frankrijk behouden op het vasteland
      • Hij wil de binnenlandse moeilijkheden overwinnen
      • omwille van de toename van de klassenstrijd en de versterking van de arbeidersbeweging, van de Internationale

20.

    • De tweede militaire dictatuur van LouisBonaparte en het Tweede Keizerrijk (2 december 1851 4 september 1870)
      • Begint oorlog tegen Pruisen in juli 1870
      • De oorlog begint slecht voor de Fransen
      • Nederlaag te Sedan op 2 september

21.

    • De tweede militaire dictatuur van LouisBonaparte en het Tweede Keizerrijk (2 december 1851 4 september 1870)
      • Nederlaag te Sedan op 2 september en ineenstorting van het Keizerrijk

22.

    • De Republiek wordt uitgeroepen
    • Proletariaat staat nu voor dubbele taak
    • Met de opstand tegen het oude regime nam het proletariaat een dubbele taak op zich: een algemeen nationale taak en een klassenstaak: Frankrijk bevrijden van de Duitse invasie en de socialistische bevrijding van het kapitaal
    • Lenin
    • Tussen september 1870 en maart 1871 ontstaat er een dubbele macht in Parijs
    • Tussen 21 maart en 28 mei de Commune van Parijs, de eerste arbeidersstaat., eennieuwe socialistische staat (in wording)

23. 24.

  • Leve de Commune