Presentatie 19e eeuw definitief

download Presentatie 19e eeuw definitief

of 18

  • date post

    14-Jun-2015
  • Category

    Documents

  • view

    1.023
  • download

    2

Embed Size (px)

Transcript of Presentatie 19e eeuw definitief

  • 1. Ontwikkelingen 19 eeeuw Bert Both, Anja Kap, Ida Luttikhuisen

2. Inleiding: een roerige eeuw

  • 1848 invoering grondwet in Nederland.
  • Combinatie ontwikkeling in de natuurwetenschappen, technologische vernieuwingen en industrile revolutie zorgde voor versnelling.
  • Natuur onderworpen, orde werd norm.
  • Aanleg bruggen, tunnels, spoorwegen ontsluiten de wereld; telefonie, telegrafie overbruggen tijd. Begin massacommunicatie en massamobiliteit.
  • Mens zette ruimte en tijd naar zijn hand en kreeg andere kijk op de wereld.
  • Niet langer plaats voor oude beschavingsnormen: massacultuur.
  • Toename bevolking van 2 naar ruim 5 miljoen; alfabetisering van 50 naar 90%.

3. Politiek: vrijheid en onafhankelijkheid

  • Nationalisme
        • Als reactie op Napoleon: vaderlandsliefde, onafhankelijkheidsstrijd
    • 1815: Slag bij Waterloo (Napoleon verslagen)
    • Belgi (in de 18e eeuw bij Oostenrijk) verenigd met NL
    • 1830: Belgische opstand
  • Liberalisme
      • Individuele vrijheid burgers, vrije markt, grondwet, godsdienstvrijheid, scheiding kerk-staat
    • 1848: grondwet opgesteld door Thorbecke, rechtstreekse verkiezingen
  • Socialisme
      • Vanaf ca.1860. Als reactie op industrile revolutie: vakbeweging, nivellering verschil arm-rijk
  • Kolonialisme
      • Uitbuiting inlanders ( Max Havelaar , 1860)

4. Wetenschap en technologie: de vooruit gang

  • 1826: 1 efoto (Daguerre)
  • 1839: aanleg spoorwegennet Nederland
  • 1851: 1 ewereldtentoonstelling Londen (met nieuwe uitvindingen)
  • 1859: Evolutietheorie Darwin
  • 1876: Uitvinding telefoon (Bell)
  • 1879: Gloeilamp (Edison)

5. Economie: industrile revolutie

  • Nieuwe technieken
    • Stoommachines
  • Ontstaan arbeidersklasse
    • Trek van platteland naar de fabrieken
    • Slechte omstandigheden
    • Grote inkomensverschillen met burgerij
  • Vrouwen- en kinderarbeid
    • 1874: Kinderwetje Van Houten

6. Literatuur: politieke, huiselijke en liefdadigheidspozie (tot ca. 1830)

  • Functie:
    • uitlaatklep tijdens de Franse bezetting
    • nieuwe normen voor een bevrijd land
  • Kenmerken:
    • Onafhankelijkheid en vrijheid burgers
    • Huiselijke of utilitaire pozie: God, vaderland en gezin
  • Schrijvers:
    • Hendrik Tollens: dominees- en liefdadigheidspozie
    • Petronella Moens: kinderpozie, opvoeding tot tevreden burgers
    • J.F. Helmers: nationalistische pozie, verheerlijking verleden

7. Literatuur: Romantiek (ca. 1830-1850)

  • Functie : ontsnappingsmogelijkheid uit de harde werkelijkheid
  • Kenmerken:
    • Kunst boven wetenschap, voelen boven denken, spiritualiteit boven materialisme, natuur boven technologie, zin boven nut, kwaliteit boven kwantiteit, raadsel boven realiteit
    • Nieuwe vormen (originaliteit), antithese
    • Pozie: Het dichten zelf staat centraal, de dichter als genie
    • Proza: Historische romans
  • Schrijvers:
    • Buitenlandse: Goethe, Victor Hugo, Lord Byron, Walter Scott,
    • Nederlandse: Bilderdijk, Multatuli, Hendrik Conscience, Piet Paaltjens, Jacob van Lennep, Aarnout Drost, Potgieter, Bosboom-Toussaint

8. Literatuur: Realisme (vanaf ca. 1840)

  • Functie: weergave van de werkelijkheid
  • Kenmerken:
    • Objectiviteit boven subjectiviteit
    • Het leven van alledag in het hier en nu, geen historie meer
    • De godsdienst verdwijnt uit de literatuur
  • Schrijvers:
    • Buitenlandse: Charles Dickens (Engeland)
    • Nederlandse: Potgieter, Nicolaas Beets (Hildebrand), Hendrik Conscience (bekeerde romantici), J.J. Cremer
  • Humorcultus:
    • Belachelijke situaties uit het alledaagse leven (De Gnestet, de Schoolmeester, Paaltjens, Hildebrand

9. Literatuur: Naturalisme (vanaf ca. 1870)

  • Functie : wetenschappelijk experiment
  • Kenmerken:
    • Hoofdpersoon is nerveus, erfelijk bepaalde eigenschappen, ontnuchtering (ondergang)
    • Burgerij wordt gehaat
    • Open seksualiteit
    • Sociale misstanden
    • Radicalisering van het realisme
  • Schrijvers:
    • Buitenlandse: Emile Zola (Frankrijk)
    • Nederlandse: Lodewijk van Deyssel ( Een liefde ), Louis Couperus ( Eline Vere ), Marcellus Emants ( Een nagelaten bekentenis )

10. Literatuur: Tachtigers(vanaf 1880)

  • Functie: uiting van de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie
  • Kenmerken:
    • Individualisme
    • Schoonheid en woordkunst: lart pour lart
    • Originaliteit
    • Werkelijkheid, verwant aan impressionisme
  • Tijdschrift De Nieuwe Gids
  • Schrijvers:
    • Willem Kloos en Jacques Perk ( Sonnetten )
    • Albert Verwey ( De onbevoegheid der Hollandsche literaire kritiek )
    • Herman Gorter ( Mei )

11. Andere kunsten

  • Beeldende kunst
    • Romantiek en realisme liepen gelijk op met literatuur
    • Impressionisme: geen uitbeelding werkelijkheid, maar de indruk ervan (vanaf 1860)
    • Expressionisme: het innerlijke leven (na 1900)
  • Fotografie
    • Effect op beeldende kunst: opent de weg naar de abstracte kunst
    • Effect op literatuur: realisme ging op zoek naar onbekende kanten van de stad en de wereld

12. Drie uitgelichte boeken

  • Camera Obscura(1840) van Hildebrand
    • Nicolaas Beets (1814-1903)
  • Gedichten van den Schoolmeester(1859)
    • Gerrit van de Linde (1808-1858)
  • Snikken en Grimlachjes(1867) van Piet Paaltjens
    • Franois HaverSchmidt (1835-1894)
    • Overeenkomsten
    • Humorcultus
    • Studenten theologie, pseudoniem
    • Bjizondere levensloop
    • Verschillen
    • Soort humor, genre

13. Nicolaas Beets 1814-1903 (Hildebrand)

  • 1839:Camera Obscura
    • Verhalenbundel. Student Hildebrand gaat bij vrienden op bezoek
    • Thema: De Hollandse burgerlijkheid in al zn bekrompenheid
    • Kenmerken: Typetjes. Overdrijven voor komisch effect Humor: Milde superieure ironie
    • Titel Camera obscura, fotografie
    • Genre: Realisme
    • Zeer populair boek. Beets werd dominee, schreef moralistische gedichten, maar bleef door Camera bekend

14. Gerrit van de Linde 1808-1858 (de Schoolmeester)

  • 1859:De gedichten van den Schoolmeester
    • Samengesteld door Jacob van Lennep na zijn dood
    • Kenmerken: humor, hekeling geleerdheidsvertoon, ontregelend
    • Ontregelend: knittelvers, antithese, dubbelzinnigheden, absurde wendingen
    • Humor: parodie, ironie
    • Genre: (anti)-romantisch
    • Van de Linde vluchtte in 1834 naar Engeland en werd daar kostschoolonderwijzer. Werd postuum zeer populair.

15. Franois HaverSchmidt 1835-1894 (Piet Paaltjens)

  • 1867:Snikken en grimlachjes
    • Verzamelde gedichten, beeld van zijn leven als student
    • Themas: teleurstelling, liefde, doodsverlangen
    • Kenmerken: veel overdrijving, verwarren, spot met overgevoeligh