NOTA VAN TOELICHTING ALGEMEEN DEEL 1. Inleiding deel van de nota van toelichting bij het...

Click here to load reader

  • date post

    29-Jul-2020
  • Category

    Documents

  • view

    1
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of NOTA VAN TOELICHTING ALGEMEEN DEEL 1. Inleiding deel van de nota van toelichting bij het...

  • NOTA VAN TOELICHTING ALGEMEEN DEEL

    1. Inleiding Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) moeten inrichtingen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, voldoen aan algemene regels die voorschriften met betrekking tot de bescherming van het milieu bevatten of op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) beschikken over een omgevingsvergunning. Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) bevat algemene regels voor inrichtingen. Met het onderhavige besluit (hierna: wijzigingsbesluit) is de reikwijdte van het Activiteitenbesluit na een eerdere wijziging wederom verbreed. Deze algemene regels zijn gebaseerd op de artikelen 8.40, 8.41 en 8.42 van de Wet milieubeheer, de artikelen 1.1, 2.1, 2.4, 2.17 en 3.9 van de Wabo en op de artikelen 6.2, 6.6 en 6.7 van de Waterwet (Wtw). Dit wijzigingsbesluit valt onder de tweede fase van het project waarin nog meer vergunningplichtige activiteiten onder de werking van het Activiteitenbesluit worden gebracht. Het gaat bij dit wijzigingsbesluit om activiteiten betreffende kunststofrecycling, kunststofverwerking (zoals extrusie), opslag van oud papier en textiel, bunkerstations binnenvaart, opslag van groenafval, op- en overslag van afval en bedrijven waarin genoemde activiteiten worden gecombineerd. 2. Aanleiding en achtergrond Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit op 1 januari 2008 is de eerste fase van het project modernisering van de algemene regels afgerond. In deze eerste fase zijn de voormalige 8.40-besluiten herzien en samengevoegd en zijn circa 37.000 voorheen Wm-vergunningplichtige inrichtingen en 1.300 voorheen Wvo- vergunningplichtige activiteiten onder de werking van het Activiteitenbesluit gebracht. Dit heeft geresulteerd in uniforme regels voor de inrichtingen die onder de werking van het Activiteitenbesluit vallen en een efficiencywinst in de vorm van een aanzienlijke reductie van de administratieve lasten. Met deze eerste fase is de beoogde eindsituatie is nog niet bereikt. Daarom, maar ook omdat dit kabinet de ambitie heeft om de regeldruk voor bedrijven merkbaar te verminderen en daarmee gepaard gaand de wet- en regelgeving te vereenvoudigen en de administratieve lasten voor bedrijven terug te dringen, worden in het kader van de tweede fase van het project modernisering van de algemene regels (hierna: tweede fase) meer vergunningplichtige inrichtingen onder de werking van het Activiteitenbesluit gebracht. Dit project maakt deel uit van het programma Slimmere regels, Betere uitvoering en Minder lasten (SBM) waarvan het werkprogramma op 5 november 2008 aan de Tweede Kamer is aangeboden (Kamerstukken II 2008/09, 29393, nr. 107). Dit wijzigingsbesluit is het tweede wijzigingsbesluit dat deel uitmaakt van die tweede fase. Het eerste wijzigingsbesluit van de tweede fase is op 1 januari 2010 in werking getreden.

  • 2

    3. Doelstellingen, uitgangspunten en reikwijdte van de tweede fase Meer inrichtingen onder algemene regels Het primaire doel van de tweede fase is om inrichtingen onder algemene regels te brengen, waardoor de vergunningplicht op basis van de Wabo (voorheen op basis van de Wm) en/of de Wtw voor die inrichtingen komt te vervallen. In deze tweede fase worden dus, als vervolg op de eerste fase, nog meer vergunningplichtige activiteiten onder de werking van het Activiteitenbesluit gebracht. Met de realisatie daarvan wordt een administratieve lastenverlichting gerealiseerd, waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de doelstellingen van het huidige kabinet om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verminderen met 25 procent. Door dit wijzigingsbesluit worden ongeveer 3.600 inrichtingen onder de werking van het Activiteitenbesluit gebracht. Het betreft ongeveer 1.830 inrichtingen waarvoor de vergunningplicht komt te vervallen en algemene regels gaan gelden. Voor de overige inrichtingen wordt de omgevingsvergunning met uitgebreide voorbereidingsprocedure vervangen door een omgevingsvergunning met een reguliere voorbereidingsprocedure in combinatie met algemene regels. Met de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit is het eindpunt van de tweede fase overigens niet bereikt. Ook na de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit wordt er in het kader van de tweede fase naar gestreefd om nog meer vergunningplichtige inrichtingen onder algemene regels te brengen. 4. Verwijzing naar toelichting bij Activiteitenbesluit (Stb. 2007, 415) Vanzelfsprekend zijn de uitgangspunten die in het kader van de modernisering van de algemene regels zijn geformuleerd onverkort van toepassing op de tweede fase. De meest kenmerkende uitgangspunten zijn: - De algemene regels dienen relevante en herkenbare milieudoelen. Activiteiten met een

    geringe milieubelasting worden niet of slechts globaal gereguleerd; - De algemene regels moeten goed uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Dit betekent voor de

    inhoud van de voorschriften onder meer dat ze helder, eenduidig en ook voor kleine inrichtingen hanteerbaar dienen te zijn. Daar waar dit lastig is, biedt ICT ondersteuning;

    - De algemene regels zijn zoveel mogelijk uniform, maar bieden ook ruimte voor flexibiliteit en innovatie;

    - Het onder algemene regels brengen van vergunningplichtige inrichtingen levert een reductie van administratieve lasten op.

    Voor een uitgebreide toelichting op de uitgangspunten wordt verwezen naar paragraaf 2 van het algemene deel van de nota van toelichting bij het Activiteitenbesluit (Stb. 2007, 415, p.104-105). Bij het opstellen van dit wijzigingsbesluit is wederom aangesloten bij de opzet en de voorschriften van het Activiteitenbesluit. Een toelichting op deze onderwerpen is in deze nota van toelichting dan ook niet terug te vinden, omdat dit reeds is toegelicht in het algemene deel van de nota van toelichting bij het Activiteitenbesluit. Hiervoor wordt verwezen naar het algemene deel van de nota van toelichting bij het Activiteitenbesluit (Stb. 2007, 415). 5. De gefaseerde aanpak van de tweede fase Het primaire doel van de tweede fase is om inrichtingen onder de werking van het Activiteitenbesluit te brengen, waardoor de vergunningplicht op basis van de Wabo (voorheen Wm) en Wtw voor die inrichtingen komt te vervallen. Diverse onderzoeken zijn uitgevoerd naar de mogelijkheid en wenselijkheid om vergunningplichtige bedrijfstakken onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit te brengen. Een voorbereidend onderzoek is in 2006 uitgevoerd 1. Dit onderzoek heeft een overzicht van bedrijfstakken opgeleverd die na de eerste fase nog vergunningplichtig waren. Tevens is in dit onderzoek aangegeven voor welke bedrijfstakken het loont om ze onder de algemene regels te brengen. De aspecten “homogeniteit van de bedrijfstak” en “omvang van de bedrijfstak” zijn de voornaamste criteria

    1 Van Vliet Milieumanagement, 2006. Rapport Onderzoek vergunningplichtige activiteiten naar algemene regels na 2007. Erik van Vliet Milieumanagement en Advies, november 2006.

  • 3

    geweest om te bepalen of het reguleren van de bedrijfstak onder algemene regels zinvol is. Het aspect “homogeniteit” spreekt in dit opzicht voor zich: Indien een bedrijfstak sterk heterogeen van aard is, dan ligt het stellen van algemene regels niet voor de hand. Het aspect “omvang van de bedrijfstak” staat in direct verband met de reductie van de administratieve lasten die gerealiseerd kan worden. Immers hoe groter de groep die onder algemene regels wordt gebracht, hoe groter de lastenverlichting die gerealiseerd kan worden. Daarnaast ligt het voor bedrijfstakken met een beperkt aantal inrichtingen niet voor de hand om deze onder algemene regels te brengen, omdat de inspanning die hiervoor nodig is niet opweegt tegen de winst die met het vervallen van de vergunningplicht wordt bereikt. Mede op basis van de resultaten van dit voorbereidende onderzoek, wensen van het bedrijfsleven en wensen van andere overheden, zijn bedrijfstakken geselecteerd die in aanmerking komen om in het kader van de tweede fase onder de werking van het Activiteitenbesluit te worden gebracht. In het najaar van 2007 zijn vervolgens aanvullende onderzoeken2 uitgevoerd naar de inspanning die nodig is om de geselecteerde bedrijfstakken onder het Activiteitenbesluit te brengen. Door deze onderzoeken is inzicht ontstaan in de benodigde inspanning, de kansen en de afbreukrisico’s daarvan. Op basis van de resultaten van deze onderzoeken, suggesties van het bedrijfsleven en overleg met het Interprovinciaal overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) zijn in samenspraak met het ministerie van Verkeer en Waterstaat (VenW) bedrijfstakken geselecteerd die in het kader van de tweede fase onder het Activiteitenbesluit kunnen worden gebracht. Omdat de geselecteerde bedrijfstakken divers van aard zijn en daardoor ook diverse kansen en afbreukrisico’s met zich meebrengen, is ervoor gekozen om de tweede fase gefaseerd aan te pakken. Dit betekent dat de geselecteerde bedrijfstakken verdeeld over drie tranches (en daarmee drie aparte wijzigingsbesluiten), indien mogelijk, onder de werking van het Activiteitenbesluit worden gebracht. Eerste tranche van de tweede fase Het Activiteitenbesluit is door het wijzigingsbesluit dat op 1 januari 2010 in werking is getreden, op onderdelen gerepareerd. Daarnaast zijn zeven bedrijfstakken geheel of gedeeltelijk onder de werking van het Activiteitenbesluit gebracht. Op basis van onderzoek en overleg met andere overheden was geconcludeerd dat deze bedrijfstakken relatief snel en eenvoudig onder het Activiteitenbesluit konden worden gebracht. Deze bedrijf