Juridische testen

Click here to load reader

  • date post

    28-Oct-2015
  • Category

    Documents

  • view

    67
  • download

    3

Embed Size (px)

description

Moeilijke vragen (en antw)

Transcript of Juridische testen

Test 1:1) Deep House-dj Pierre de la Cimtire, een overtuigde francofoon, is al een jaar stapelverliefd op de franstalige zangeres P-tralala. Beide sterartiesten woonden nog onder de vleugels van zijn ouders respectievelijk haar Mammy. Het einde van 2007 nadert. Pierre heeft net een nieuwe najaarsmix uit, opgedragen aan zijn sexy vriendin en als kers op de liefdestaart wil hij een huurcontract afsluiten voor een sociale woning in het landelijke Spiere-Helkijn, zodat zij tweetjes gezellig kunnen gaan samenhokken in 2008, in de buurt van vele andere kunstenaars. Na een korte periode op de wachtlijst, sluit Pierre op 5 januari 2008 het huurcontract af met het OCMW.Krachtens art. 92, decreet van 15 juli 1997 houdende Vlaamse Wooncode zoals gewijzigd door het decreet van 15 december 2006 moet de huurder die een sociale woning betrekt, de bereidheid aantonen om Nederlands te leren. Bij het aanleren van het Nederlands wordt er gestreefd naar een niveau dat overeenkomt met de richtwaarde A1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen. In ieder geval wordt de persoon die aan de hand van een medisch attest aantoont dat hij ernstig ziek is of een mentale of fysieke handicap heeft, wat het halen van de richtwaarde A.1. blijvend onmogelijk maakt, vrijgesteld van die verplichting.In afwijking van artikel 1762bis B.W., doch geheel volgens de regels van de Vlaamse Wooncode (Decreet 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, aangepast door Decreet 15 december 2006 houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, Publicatie : 19-02-2007, inwerkingtreding: 01-01-2008) bevat het huurcontract een (uitdrukkelijk) ontbindende voorwaarde. Hierin wordt het OCMW het recht toegekend om bij tekortkoming van de huurder aan zijn verplichtingen het huurcontract eenzijdig te ontbinden zonder voorafgaandelijke rechterlijke toetsing.Op 25 juni 2008 ontbindt het OCMW haar huurcontract met Pierre op grond van de ontbindende voorwaarde, aangezien Pierre blijkbaar niet bereid is om Nederlands te leren, al enkele maanden achterstal heeft opgelopen in de betaling van zijn huurgelden en omdat hij ook het rustige karakter van de buurt niet respecteert met zijn luide block rocking beats die de hele straat doen daveren van s morgens vroeg tot s avonds laat.Pierre wil uiteraard de beindiging van zijn huurovereenkomst op basis van de ingeroepen tekortkomingen op grond van het uitdrukkelijk ontbindend beding vermijden, en roept uw advies in. U bestudeert bijgevolg grondig deze problematiek.In bijlage kan u het op deze zaak betrekking hebbende arrest van het Grondwettelijk Hof dd. 10 juli 2008 vinden.Het Vlaams woondecreet wil enkel de bereidheid om de Nederlandse taal te leren aftoetsen. Een meer Vlaamse nationalistische partij wil verder gaan en wil enkel nederlandstaligen een sociale woning toekennen. Is een dergelijke verstrenging mogelijk? Antwoord met ja of neen, doch motiveer uw antwoord aan de hand van uw codex met de desbetreffende toepasselijke bepalingUw antwoord was het volgende:neenHet modelantwoord op deze vraag is:Neen, een dergelijke verstrenging is niet mogelijk want dit zou strijdig zijn met artikel 30 G.W. De voorwaarde die in de Vlaamse Wooncode wordt opgelegd waarbij de bereidheid om Nederlands te leren wordt getoetst is as such niet strijdig met artikel 30 G.W. vermits niet het effectieve taalgebruik, maar enkel de bereidheid tot leren van het Nederlands wordt vereist.Volgende onderdelen in uw antwoord waren goed:[nee]Volgende onderdelen ontbraken in uw antwoord:[30 Grondwet/30 G.W./30/30 van de Grondwet/ 30 GW] -Uitleg:In uw antwoord ontbreekt de correcte juridische grondslag. Vereisen dat men nederlandstalig is, impliceert in feite te eisen dat men Nederlands als huistaal gebruikt. Een dergelijke vereiste is strijdig met de vrijheid van taal (in priv-aangelegenheden) gewaarborgd door artikel 30 G.W.[10 G.W./10/11/10 en 11 van de Grondwet/10 en 11 GW/10 & 11 GW] -Uitleg:Sommigen antwoorden dat dit een discriminatie inhoudt omdat men een onrechtmatig onderscheid maakt tussen nederlandstaligen en niet-nederlandstaligen. Dit antwoord is niet fout, maar de werkelijke reden waarom dit onderscheid onrechtmatig is, ligt in artikel 30 GW[Je kan iemand niet echt verplichten Nederlands te praten/Je kan iemand niet echt verplichten Nederlands te spreken][vrij verkeer van personen] -Uitleg:Een mogelijke rechtsgrond is dat de vereiste van de Nederlandse taalkennis het vrij verkeer van personen zou schenden. Het recht op het vrije verkeer van werknemers en het beginsel van niet-discriminatie dat eraan is verbonden, verbieden de overheid niet bepaalde voorwaarden vast te stellen, onder meer op het gebied van taal, om bepaalde rechten te kunnen genieten die zijn verbonden aan het beginsel van vrij verkeer. Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen kunnen nationale maatregelen die de uitoefening van de in het Verdrag gewaarborgde fundamentele vrijheden beperken, slechts gerechtvaardigd zijn wanneer zij aan vier voorwaarden voldoen : zij moeten zonder discriminatie worden toegepast, beantwoorden aan dwingende redenen van algemeen belang, de verwezenlijking van het nagestreefde doel waarborgen en niet verder gaan dan ter bereiking van dat doel noodzakelijk is (HvJ, S. Haim, 4 juli 2000, C-424/97, 57). Het staat in beginsel aan de nationale rechterlijke instanties om te onderzoeken of aan deze voorwaarden is voldaan, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid waarover zij beschikken om het Hof van Justitie te ondervragen in verband met de uitlegging van de toepasselijke bepalingen van Europees recht (ibid., 58). Zonder dat het noodzakelijk is te onderzoeken of de voorwaarde met betrekking tot de bereidheid om Nederlands te leren een maatregel is die de uitoefening van de vrijheid van verkeer beperkt, volstaat het te dezen vast te stellen dat de in het geding zijnde bepalingen gelden voor alle huurders en kandidaat-huurders van een sociale woning ongeacht hun nationaliteit -, dat zij, een doel nastreven dat kan worden beschouwd als een doel van algemeen belang, dat zij aangepast zijn om de verwezenlijking van dat doel te waarborgen en dat zij, rekening houdend met de hoger aangegeven interpretatie die eraan moet worden gegeven door de Vlaamse Regering die ze ten uitvoer moet leggen, evenredig zijn met dat doel.Kan deze decretale taalvereiste ook gelden voor sociale woningen gelegen in Linkebeek ? Motiveer uw antwoord.Uw antwoord was het volgende:Linkebeek ligt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en dus niet in het Vlaamse Gewest dus de taalvereiste zal hier niet gelden. het Vlaamse Gewest parlement is namelijk niet bevoegd om een decreet uit te vaardigen dat daar ook zou gelden.Het modelantwoord op deze vraag is:Los van de materile bevoegdheid moet men zich ook de vragen stellen naar de territoriale bevoegdheid. De decreetgever kreeg immers niet de volledige bevoegdheid om het taalgebruik te regelen, vermits zij niet de bevoegdheid kreeg om het taalgebruik te regelen in de faciliteitengemeenten, zodat dit op grond van de residuaire bevoegdheid van de federale overheid een federale materie is. In de mate dat dit decreet betrekking heeft op de faciliteitengemeenten schendt dit derhalve de territoriale bevoegdheidsbeperking opgenomen in 129, 2 G.W. Een dergelijke vereiste kan bijgevolg niet worden opgelegd in een faciliteitengemeente zoals Spiere-Helkijn en Linkebeek, vermits dit afbreuk zou doen aan de taalfaciliteiten, die de burger toelaten om een andere taal te gebruiken in zijn relatie met de overheid.)Volgende onderdelen ontbraken in uw antwoord:[faciliteitengemeenten/faciliteitengemeentes][federale overheid bevoegd] -Uitleg:In uw antwoord zegt u niet welke overheid nu in feite bevoegd is om dit te regelen, m.n. de federale overheid, gelet op haar residuaire bevoegdheid[129] -Uitleg:De juridische grondslag artikel 129, 2 GW ontbreekt in uw antwoord.Volgende onderdelen in uw antwoord waren verkeerd:[gewest/Gewest] -Uitleg:Het betreft hier in principe een gemeenschapsmaterie, m.n. het taalgebruik zodat het gewest hier sowieso niet bevoegd is. Weliswaar is het zo dat de gemeenschappen voor die materie in de faciliteitengemeenten niet bevoegd zijn omdat de federale overheid daar bevoegd is.Is het mogelijk om die verplichtingen uit het decreet af te dwingen via een uitdrukkelijk ontbindend beding? Motiveer uw antwoord met de betrokken bepaling(en) uit uw codex.Uw antwoord was het volgende:Neen, omdat dit in strijd is met artikel 1762bis B.W. Uitdrukkelijk ontbindende bedingen worden nietig verklaard.Het modelantwoord op deze vraag is:Het uitdrukkelijk ontbindend beding, is in het gemeen huurrecht verboden (en het verbod wordt zelfs geacht de openbare orde aan te belangen, zodat dit gesanctioneerd wordt met een absolute nietigheid) (art. 1762bis.B.W.). De vraag rijst dan ook waarom dit zou kunnen voor sociale woningen en meer bepaald of zulks geen inbreuk uitmaakt op artikel 23,3 G.W. dat het recht op een behoorlijke huisvesting garandeert ?Volgende onderdelen in uw antwoord waren goed:[1762bis B.W.][nee]Volgende onderdelen ontbraken in uw antwoord:[23,3 G.W.] -Uitleg:Het feit dat naar gemeen recht een uitdrukkelijk ontbindend beding onmogelijk is, doch voor sociale woningen geen bescherming geboden wordt door de vereiste van een voorafgaandelijke rechterlijke uitspraak is strijdig met het recht op huisvestiging dat in de Grondwet (23 GW) wordt gegarandeerd doch ook in internationale verdragen[10 G.W./10/11/10 en 11 van de Grondwet/10 en 11 GW/10 & 11 GW/14 EVRM]1) Welke procedure dient gevolgd te worden om de problemen uit vragen 1,2 en 4 juridisch aan te vechten 2) motiveer de keuze van deze procedure en 3) wat kunt u hiermee bekomen?Uw antwoord was het volgende:Er dient een prejudicile vraag gesteld te worden aan het Grondwettelijk Hof. Deze zal het decreet van de Vlaamse Wooncode toetsen aan een federale wet (Burgerlijk Wetboek). Het Grondwettelij