Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie...

122
Beter presteren in Rotterdam School en ouders samen Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Nijmegen Frederik Smit | Menno Wester | Jos van Kuijk

description

Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam Op verzoek van Beter Presteren, het samenwerkingsprogramma van Rotterdamse schoolbesturen en de gemeente, heeft het ITS een onderzoek uitgevoerd naar het functioneren van het ouderbeleid op Rotterdamse scholen. Het onderzoek richtte zich onder meer op onderwijsondersteunend gedrag van ouders en educatief partnerschap tussen ouders en school in een multiculturele grootstedelijke context en de ‘landing' van de Rotterdamse aanpak op scholen. Steeds meer scholen in Rotterdam lukt het ouders actief te betrekken bij de schoolcarrière van hun kind. Een derde van de schoolleiders in het primair onderwijs ziet nu al, ruim anderhalf jaar na de start van het programma Beter Presteren, dat het Rotterdams ouderbeleid tot hogere onderwijs-resultaten leidt. Opvallend is dat in Rotterdam verreweg de meeste ouders en schoolleiders aangeven dat er kennismakingsgesprekken zijn. Dit is landelijk niet altijd het geval. Ook springt in het oog dat in het primair onderwijs Rotterdamse ouders vaker wekelijks tot dagelijks op de school van hun kind komen (exclusief halen en brengen) en vaker praten met de leraar over het onderwijs en over de ontwikkeling van hun kind dan in de rest van het land. In Rotterdam is ook vaker een ouderkamer aanwezig en is er vaker een vast (ouder)contactpersoon aangesteld. Onderzoeksrapport: Smit, F., Wester, M., & Kuijk, J. van (2012). Beter presteren in Rotterdam. School en ouders samen. ITS, Radboud Universiteit Nijmegen. Zie: Beter presteren in Rotterdam. School en ouders samen.

Transcript of Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie...

Page 1: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

Beter presteren in RotterdamSchool en ouders samen

Het ITS maakt deel uit

van de Radboud

Universiteit Nijmegen

Frederik Smit | Menno Wester | Jos van Kuijk

Page 2: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

Beter presteren in Rotterdam

School en ouders samen

Frederik Smit | Menno Wester | Jos van Kuijk

november 2012

ITS, Radboud Universiteit Nijmegen

Page 3: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

ii

Foto omslag: Nationale Beeldbank.

Projectnummer: 34001226

Opdrachtgever: Beter Presteren Rotterdam

2012 ITS, Radboud Universiteit Nijmegen

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uit gave

worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, micro film of op welke

andere wijze dan ook, en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen, zonder de voorafgaande

schriftelijke toestemming van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen.

No part of this book/publication may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other

means without written permission from the publisher.

Page 4: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

iii

Voorwoord

Het programmabureau Beter Presteren van de gemeente Rotterdam en de Rotterdam-

se schoolbesturen heeft het ITS, Radboud Universiteit Nijmegen, opdracht verleend

om een literatuurstudie uit te voeren naar ouderbetrokkenheid en ervaringen te inven-

tariseren met ouderbetrokkenheid bij directies en ouders in Rotterdam en in de rest

van Nederland.

Voorliggend rapport is het resultaat hiervan. De literatuurstudie was gefocust op de

onderzoeksbevindingen in de afgelopen twee decennia wat betreft de relatie ouders en

school in West-Europa, Canada en de Verenigde Staten. Bij 1.172 personen (579

directies en 593 ouders in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs ) is informatie

verzameld over hun ervaringen met het stimuleren van de betrokkenheid van ouders

bij het onderwijs van hun kinderen, hun oordeel over de kwaliteit van de relatie ou-

ders en school, de relatie tussen ouderbetrokkenheid en hogere onderwijsresultaten en

wat er verbeterd kan worden in de Rotterdamse aanpak.

Het onderhavige onderzoek is uitgevoerd door Frederik Smit, Menno Wester en Jos

van Kuijk van het ITS. Het onderzoek is op constructieve wijze begeleid door Annet-

te Diender en Annemieke van der Kooij (Programmabureau Beter Presteren) en Eddie

Meijer (Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling, gemeente Rotterdam).

ITS, Radboud Universiteit Nijmegen

Nijmegen, november 2012

dr. J.W. Winkels

directeur

Page 5: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam
Page 6: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

v

Inhoud

Voorwoord iii

1 Samenvatting en conclusies 1

1.1 Inleiding 1

1.2 Aanleiding, onderzoeksvraag, -opzet en -uitvoering 1

1.3 Resultaten 2

1.4 Conclusies en aanbevelingen 7

2 Achtergronden 15

2.1 Inleiding 15

2.2 Aanleiding en doel van het onderzoek 15

2.3 Analysekader 18

2.3.1 Begrippen 18

2.3.2 Positie van ouders 21

2.3.3 Strategische begrippen binnen programma Beter Presteren 24

2.3.4 Rotterdamse actieplan optimaliseren ouderbetrokkenheid en

verhogen onderwijsresultaten 29

2.4 Samenvattend 30

3 Onderzoeksopzet 33

3.1 Inleiding 33

3.2 Aanleiding en doel van het onderzoek 33

3.3 Centrale vraagstelling 33

3.4 Onderzoeksopzet en /uitvoering 35

3.4.1 Literatuurstudie 35

3.4.2 Survey onder schoolleiders en ouders 36

3.5 Verdere opbouw van het rapport 41

4 Succesfactoren optimaliseren relatie ouders -school en verbeteren

onderwijsprestaties 43

4.1 Inleiding 43

4.2 Voorwaarden optimaliseren partnerschap relatie ouders-school en

verbeteren onderwijsprestaties 43

Page 7: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

vi

4.3 Kritische succesfactoren optimaliseren relatie ouders-school en

verbeteren onderwijsprestaties 46

4.4 Samenvattend 50

5 Resultaten surveys 53

5.1 Inleiding 53

5.2 Kennismaking bij aanmelding 53

5.3 Frequentie van contacten tussen ouders en school 54

5.4 Opvattingen over ouder-school contacten 59

5.5 Ondersteuning van ouders bij onderwijs van hun kind 64

5.6 Mogelijkheden tot contact 65

5.7 De inhoud van het contact 67

5.8 Invloed ouderbetrokkenheid 68

5.9 Samenvattend 69

6 Oordeel over relatie ouders en school 71

6.1 Inleiding 71

6.2 Beoordeling contacten tussen ouders en scholen 71

6.3 Leren en geïnspireerd raken 73

6.4 Effecten aanpak programma Beter Presteren 74

6.5 Wat kan verbeterd worden in de Rotterdamse aanpak? 75

6.6 Samenvattend 76

Bijlage tabellen 79

Bijlage Menukaart Programma Beter Presteren 102

Bijlage Geraadpleegde literatuur 105

Page 8: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

1

1 Samenvatting en conclusies

1.1 Inleiding

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste resultaten samengevat. We beginnen met de

aanleiding, onderzoeksvraag, -opzet en -uitvoering (paragraaf 1.2). In paragraaf 1.3

vatten we de resultaten samen. In paragraaf 1.4 worden enkele conclusies getrokken.

1.2 Aanleiding, onderzoeksvraag, -opzet en -uitvoering

Op verzoek van Beter Presteren heeft het ITS een onderzoek uitgevoerd naar het

functioneren van het Rotterdams beleid wat betreft de relatie ouders en school. Het

onderzoek was gericht op onderwijsondersteunend gedrag van ouders en educatief

partnerschap tussen ouders en school in een multiculturele grootstedelijke context ,

de ‘landing’ van de Rotterdamse aanpak op scholen, de verschillen zijn tussen Rot-

terdamse scholen en de rest van de Nederlandse scholen wat betreft het stimuleren

van de betrokkenheid van ouders bij het onderwijs, de beoordeling van de kwaliteit

van de relatie ouders en school, de relatie met hogere onderwijsresultaten en wense-

lijke verbeteringen.

Het onderzoek startte eind mei en is eind september 2012 afgesloten.

De onderzoeksopzet omvatte een literatuurstudie en een schriftelijke enquête onder

directies en ouders (bao, vo) over aspecten van het onderwijsbeleid. In totaal hebben

1.172 personen de vragenlijst afgemaakt.

Page 9: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

2

1.3 Resultaten

Per onderzoeksvraag worden de belangrijkste uitkomsten weergegeven.

Onderzoeksvraag 1: Wanneer leidt beleid om onderwijsondersteunend gedrag van ouders

en educatief partnerschap tussen ouders en school te optimaliseren, in een multiculturele

grootstedelijke context tot aantoonbaar hogere onderwijsresultaten; wat zijn de succesfacto-

ren?

Ouderbetrokkenheid wordt wel beschouwd als een van de belangrijke componenten

dan wel kenmerken van effectieve scholen. De resultaten van onderzoeken naar het

verband tussen ouderbetrokkenheid en leerprestaties zijn (veelal) positief in het basis-

onderwijs en voortgezet onderwijs in een multiculturele grootstedelijke context. In de

strategie van scholen om samen met ouders de onderwijsresultaten te verhogen, spe-

len de visie op ouderbetrokkenheid, het creëren van draagvlak voor een geïntegreerde

planmatige aanpak en maatwerk een belangrijke rol.

Kritische succesfactoren voor hogere onderwijsresultaten zijn: onderwijsondersteu-

nend gedrag van ouders thuis, de ouder als rolmodel, de communicatie met de school,

het kind ondersteunen bij het maken van studiekeuzes en het bediscussiëren van ade-

quate leerstrategieën en het versterken van onderlinge oudercontacten bij opvoeding

en onderwijs.

Naast een partnerschapsstructuur, -cultuur, -bereidheid en -vaardigheid van het

schoolteam zijn een goede voorbereiding, informatievoorziening aan ouders en sup-

port van schoolteam en ouders de ´driving forces ́ ter verbetering van de partner-

schapsrelaties tussen ouders en school.

Onderzoeksvraag 2: Landt de Rotterdamse aanpak op scholen?

De basisingrediënten van de Rotterdamse aanpak voor het optimaliseren van de ou-

derbetrokkenheid en verhogen van onderwijsprestaties in het programma Beter Pres-

teren zijn: educatief partnerschap en onderwijsondersteunend gedrag van ouders

thuis. In de Rotterdamse aanpak wordt expliciet aandacht besteed aan intakegesprek-

ken/startgesprekken en de rol van ouders bij de keuze van een school en wisselmo-

menten in de schoolloopbaan van hun kinderen.

Ongeveer de helft van de Rotterdamse schoolleiders stelt dat leraren in het bao en het

vo zijn geïnspireerd door de aanpak in het programma Beter Presteren om meer aan-

Page 10: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

3

dacht te besteden aan contacten met ouders. Ongeveer een tiende is niet geïnspireerd

door het programma en een derde heeft er geen mening over. Dit betekent dat onge-

veer de helft van de scholen naar aanleiding van Beter Presteren daadwerkelijk aan de

slag is gegaan om de oudercontacten te verbeteren.

In Rotterdam geven verreweg de meeste ouders en schoolleiders aan dat er kennisma-

kingsgesprekken worden gehouden. Drie kwart van de ouders in het bao en de helft

van de ouders in het vo stelt dat leraren hen stimuleren dat ze betrokken zijn bij het

onderwijs van hun kind. Bijna de helft van ouders in het bao en een kwart van de

ouders in het vo overlegt met de leraren om hun kinderen thuis te ondersteunen. Ruim

twee derde van ouders in het bao helpt hun kinderen met huiswerk en een derde van

ouders in het vo. Volgens de schoolleiders geeft bijna twee derde van de leraren in het

bao en ruim de helft van de leraren in het vo vaak leerstof/oefenstof mee. Volgens de

Rotterdamse schoolleiders ondersteunt ruim twee vijfde van de leraren in het bao en

een derde van de leraren in het vo de ouders hoe zij thuis hun kind kunnen helpen met

onderwijs.

Onderzoeksvraag 3: In welke mate zijn er verschillen tussen Rotterdamse scholen

en de rest van Nederlandse scholen wat betreft het stimuleren van de betrokkenheid

van ouders bij het onderwijs van hun kinderen?

Er zijn verschillen in de manieren van communiceren tussen Rotterdamse scholen en

de rest van Nederlandse scholen.

In Rotterdam geven verreweg de meeste ouders en schoolleiders aan dat er kennisma-

kingsgesprekken zijn. Dit is landelijk niet altijd het geval, bijna een tiende van de

ouders in het bao en ruim een kwart van de ouders met een kind in het voortgezet

onderwijs geeft aan dat er geen kennismakingsgesprek plaats vindt.

Volgens Rotterdamse schoolleiders gaan leraren in het bao vaker op huisbezoek dan

hun collega’s in de rest van Nederland. Rotterdamse ouders met kinderen in het bao

komen vaker wekelijks tot dagelijks op de school van hun kind (exclusief halen en

brengen) en praten vaker met de leraar over het onderwijs en over de ontwikkeling

van hun kind dan in de rest van het land. Er is ook vaker een ouderkamer aanwezig en

er is vaker een vast (ouder) contactpersoon aangesteld.

In het vo komen huisbezoeken bijna niet voor. Als de kinderen in het voortgezet

onderwijs zitten, bezoeken de Rotterdamse ouders minder frequent de scholen.

Ongeveer 79 procent bezoekt de school één keer per half jaar tot drie maanden.

Page 11: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

4

Landelijk bezoekt bijna een vijfde van de ouders de school maandelijks of vaker. In

Rotterdam is dit aandeel veel kleiner (rond 4 procent).

Rotterdamse ouders met kinderen in het bao hebben vaker overleg met de school om

hun kinderen thuis te ondersteunen en met huiswerk te helpen dan in de rest van het

land. Volgens de Rotterdamse schoolleiders in het bao geven leraren vaker leer-

stof/oefenstof mee en ondersteunen ouders vaker hoe zij thuis hun kind kunnen he l-

pen met onderwijs dan in de rest van het land.

Rotterdamse ouders zijn iets positiever over de contacten met school dan ouders uit

de rest van het land. Rotterdamse ouders (zowel bao als vo) vinden bovendien vaker

dan schoolleiders dat leraren hen stimuleren om bij het onderwijs van hun kind be-

trokken te zijn.

Onderzoeksvraag 4: Hoe is het oordeel over de kwaliteit van de relatie ouders en

school?

Volgens bijna alle schoolleiders in het bao en het vo in Rotterdam en de rest van

Nederland zijn ouders welkom op school. In het bao voelen Rotterdamse ouders en

ouders in de rest van Nederland zich ook geaccepteerd op school. In het vo voelt een

kwart van de ouders in Rotterdam en een kwart van de ouders in de rest van Neder-

land zich echter niet welkom op school.

Een meerderheid van de ouders en een ruime meerderheid van de schoolleiders in het

bao in Rotterdam en de rest van Nederland zeggen dat leraren en ouders in de contac-

ten rekening houden met elkaars ideeën over de ontwikkeling van de kinderen. Dit is

(iets) minder in het vo.

Zeer weinig leraren houden volgens schoolleiders in het bao en het vo in Rotterdam

en in de rest van Nederland rekening met de ideeën van ouders over onderwijs. En

omgekeerd houden weinig ouders in het bao en het vo in Rotterdam en in de rest van

Nederland rekening met de ideeën van de leraren over de opvoeding van hun kind.

Over het algemeen geven de Rotterdamse ouders met kinderen in het bao een (iets)

hogere beoordeling voor de contacten met de school van hun kind (7,8), de inbreng

van de school in het contact (7,4) en de eigen inbreng in het contact (7,9) dan ouders

in de rest van Nederland, respectievelijk: 7,0; 6,3 en 7,4. De Rotterdamse schoollei-

ders beoordelen de contacten iets lager dan de Rotterdamse ouders. Over de hele linie

worden de contacten tussen ouders en school in het vo door ouders en door schoollei-

ders in Rotterdam en in de rest van Nederland (iets) lager beoordeeld.

Page 12: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

5

De overgrote meerderheid van de schoolleiders typeert de contacten van de school en

de inbreng van de leraren als voldoende tot goed. Iets meer dan helft van de school-

leiders oordeelt ook positief over de inbreng van ouders in het contact. De schoolle i-

ders in het bao in Rotterdam beoordelen de inbreng van ouders in het contact lager

dan landelijk. En in het vo liggen de beoordelingen van schoolleiders in Rotterdam en

landelijk dicht bij elkaar.

Onderzoeksvraag 5: Leidt het Rotterdamse onderwijsbeleid ten aanzien van ouder-

betrokkenheid tot hogere onderwijsresultaten?

De schoolbesturen en de gemeente Rotterdam hebben met elkaar besloten dat het

Rotterdams Onderwijsbeleid zich in de periode 2011-2014 richt op verhoging van de

onderwijsresultaten. De focus ligt op taal en rekenen; vakken die de basis vormen

voor de ontwikkeling van ieder kind. Daarnaast is afgesproken dat op scholen, binnen

schoolbesturen, binnen de gemeente én onderling nog resultaatgerichter wordt ge-

werkt.

Rond een derde (32%) van de Rotterdamse schoolleiders in het bao en 15 procent van

de schoolleiders in het vo stelt dat het project Ouderbetrokkenheid van het program-

ma Beter Presteren nu al heeft geleid tot aantoonbaar hogere onderwijsresultaten van

kinderen. Meer dan de helft (57%) van de schoolleiders in het bao en drie kwart

(75%) van de schoolleiders in het vo geeft aan (nog) geen mening te hebben over het

beleid. Ruim een tiende (13%) van de schoolleiders in het bao en 10 procent van de

schoolleiders in het vo gelooft niet in de effectiviteit van het progamma.

Onderzoeksvraag 6: Wat kan verbeterd worden in de Rotterdamse aanpak ?

De doelstelling van het project Ouderbetrokkenheid van het programma Beter Preste-

ren is dat elke Rotterdamse school een aantoonbare vooruitgang boekt op het gebied

van de ondersteuning van het leerproces door ouders: meer ouders effectief onder-

wijsondersteunend gedrag vertonen; meer ouders zijn actief betrokken bij de school-

loopbaankeuzes van hun kinderen en er is (een effectievere) afstemming tussen de

ouders en de school om de onderwijsresultaten van de kinderen te bevorderen.

Een belangrijke voorwaarde voor partnerschap ouders-school is goede communicatie.

Volgens ouders met kinderen op Rotterdamse scholen in het bao verloopt de commu-

nicatie met het schoolteam niet altijd vlekkeloos. Men ervaart als knelpunten dat

directies en leerkrachten telefonisch en via de mail niet altijd bereikbaar zijn. Daar-

naast noemt men de slechte kwaliteit van de communicatie (onduidelijke brieven,

Page 13: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

6

geen of late reacties op mails; geen terugkoppeling na ‘incidenten’, geen initiatieven

nemen om contact te zoeken).

Ouders zien als oplossingen voor de communicatieproblemen: een d irectiespreekuur,

alle leerkrachten een e-mailadres, dat de school meer rekening houdt met werkende

ouders en meer huisbezoeken aflegt om contact te houden.

Volgens de directies van Rotterdamse scholen in het bao beseffen ouders niet altijd

dat hun onderwijsondersteunend gedrag van invloed is op de leerprestaties. Daarbij

beschikken ouders niet altijd over de juiste attitude (geen gedeelde verantwoordelijk-

heid voor onderwijs , niet nakomen van afspraken) en vaardigheden (analfabetisme,

niet beheersen van de Nederlandse taal, ouders begrijpen vaak de opdrachten voor de

leerlingondersteuning thuis niet, geen overwicht op het kind) en hebben geen tijd om

zich thuis met school bezig te houden (eenoudergezinnen). Directies zien als oplos-

singen voor de gesignaleerde problemen: meer ruimte op scholen voor ouderconsu-

lenten, meer groepsbijeenkomsten met ouders over dit thema, meer samenwerking

met andere onderwijsinstellingen en ouders meer betrekken bij het schoolbeleid.

Klachten van directies van Rotterdamse scholen over het functioneren van het educa-

tief partnerschap met ouders zijn: de lage opkomst bij ouderavonden, de communica-

tie hierover verloopt moeizaam en ouders voelen zich niet medeverantwoordelijk

voor het inleveren van het huiswerk, het is lastig om met hen afspraken te maken en

ze houden zich er niet altijd aan. Directies zien als oplossingen voor het matig functi-

oneren van educatief partnerschap: bij de intake beter aangeven wat de verwachtingen

zijn, ouders beter informeren (via ouderavonden, de ouderka mer), ouders in de klas

laten kijken, vaker samen met ouders over dit onderwerp van gedachten wisselen, de

ontwikkeling van de ouderbetrokkenheid jaarlijks op de agenda zetten en doelen

stellen waaraan de school moet werken.

De bevindingen uit de literatuurstudie ondersteunen de Rotterdamse aanpak, met

focus op individuele contacten, het creëren van partnerschapsrelaties tussen ouders en

school en het stimuleren van onderwijsondersteunend gedrag van ouders. Op basis

van de resultaten van de literatuursearch zou voor het verkrijgen van meer draagvlak

voor de Rotterdamse aanpak onder ouders (meer) aandacht kunnen worden besteed

aan het belang van de ouder als rolmodel, de ouder als lid van ‘ouder-

ouderverbanden’, de vrijwilligershulp van ouders op school/de buurt en het betrekken

van ouders bij de besluitvorming op school over de Rotterdamse aanpak. Kortom

meer aandacht voor ouder-ouder contacten. In samenspraak met de ouders zou kun-

nen worden bekeken hoe in een breder verband op een eigen manier inhoud en bete-

kenis te geven aan principes als wederkerigheid, gedeelde verantwoordelijkheid,

vertrouwen, sociale binding en sociale controle bij de opvoeding en het onderwijs aan

de kinderen.

Page 14: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

7

1.4 Conclusies en aanbevelingen

Conclusies Rotterdamse aanpak partnerschap ouders en school

Partnerschapsstructuur

1. De literatuurstudie laat zien dat ouders en school een belangrijk onderdeel van

een netwerk vormen, een pedagogische infrastructuur, dat rond de leerlingen is

gesponnen. De Onderwijsraad (2010) onderscheidt drie posit ies van ouders: de

individuele rechthebbende positie, de positie als schoolpartner en de positie als lid

van ouder-ouderverbanden.

2. Het Rotterdamse perspectief op partnerschap van ouders en school is gericht op

de positie van de ouder als schoolpartner ten behoeve van het onderwijsonder-

steunend gedrag thuis.

3. Bij het onderwijsondersteunend gedrag van ouders gaat het volgens het Project-

plan van het project Ouderbetrokkenheid in essentie om het steunen, sturen, st i-

muleren van het kind; communiceren met het kind over schoolgerelateerde zaken;

hoge maar ook reële verwachtingen uitdragen ten aanzien van de onderwijsresu l-

taten van het kind; een rijke leeromgeving creëren in de vrije tijd (ten behoeve

van informeel leren); overleggen en afstemmen met de leerkracht/mentor over de

ontwikkeling en onderwijsresultaten van het kind.

4. De individuele rechthebbende positie van ouders, de positie van ouders als lid van

‘ouder-ouderverbanden’, de vrijwilligershulp van ouders op school, het betrekken

van ouders bij de besluitvorming (over de boogde innovaties bij ouderbetrokken-

heid) op school en de participatie van ouders in de samenwerking met de buurt

als belangrijk onderdeel van een pedagogische infrastructuur vallen buiten het

beeld van het project Ouderbetrokkenheid in het programma Beter Presteren.

5. De producten van het Rotterdamse project Ouderbetrokkenheid zijn: discussies,

informatie en adviezen over ouderbetrokkenheid, aanzet tot de aanpak van moei-

lijk bereikbare ouders en resultaatmeting van de verhoging van onderwijsresulta-

ten.

6. Uit de schriftelijke enquêtes onder directies en ouders (bao, vo) blijkt dat Rotter-

damse scholen via het programma Beter Presteren nadrukkelijk hebben geïnves-

teerd in het verbeteren van contacten tussen ouders en school en het vergroten van

de ouderbetrokkenheid. Ouders zijn daardoor gestimuleerd zich in te zetten voor

de schoolloopbaan van hun kind én de verantwoordelijkheid te nemen voor de

ontwikkeling en opvoeding van hun kinderen.

Page 15: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

8

Partnerschapscultuur

7. Volgens de literatuur is partnerschap tussen ouders en school geen doel op zich,

maar een middel om het gezamenlijke belang te dienen: optimale omstandigheden

scheppen voor de ontwikkeling en het leren van kinderen. Onderlinge oudercon-

tacten kunnen een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van de relatie tussen

ouders en school.

8. De invoering van een project als Ouderbetrokkenheid van het programma Beter

Presteren vraagt om het doorbreken van traditionele structuren en vraagt ook

vooral om te werken aan een andere schoolcultuur waarin accenten komen te lig-

gen op een ‘veranderingsgerichte cultuur’ en ‘resultaatgerichte cultuur’.

9. Volgens schoolleiders vertonen ouders niet altijd het verwachte en gewenste

onderwijsondersteunend gedrag thuis door onwil en soms ook omdat men geen

tijd heeft (eenoudergezinnen). Klachten van directies van Rotterdamse scholen

(bao en vo) over het functioneren van het educatief partnerschap met ouders zijn:

de lage opkomst bij ouderavonden, de communicatie over de leerlingondersteu-

ning thuis moeizaam verloopt, ouders zich niet altijd medeverantwoordelijk voe-

len voor het inleveren van het huiswerk en de verantwoordelijkheid voor het leren

exclusief bij de school leggen. Het is volgens directeuren bovendien soms lastig

om met ouders afspraken te maken en ouders houden zich niet altijd aan de ge-

maakte afspraken.

Partnerschapsbereidheid

10. De literatuurstudie geeft aanwijzingen dat de contacten tussen school en ouders

niet altijd verbeteren als leerkrachten hun verwachtingen in positieve zin bijstel-

len in de mate waarin ouders bijdragen kunnen leveren aan de onderwijsresultaten

van hun kinderen.

11. Uit de schriftelijke enquêtes onder directies en ouders blijkt dat schoolleiders in

het vo vaker dan ouders van mening zijn dat de leraren de ouderbetrokkenheid

stimuleren. Ouders in het vo ervaren minder vaak dan schoolleiders dat leraren

hen willen betrekken bij het onderwijs van hun kind.

12. Bijna alle schoolleiders stellen dat ouders welkom zijn op school. In het bao voe-

len Rotterdamse ouders en ouders in de rest van Nederland zic h ook geaccepteerd

op school. In het vo zegt echter een kwart van de ouders in Rotterdam en een

kwart van de ouders in de rest van Nederland zich niet welkom te voelen op

school.

Page 16: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

9

Partnerschapsvaardigheid

13. De literatuurstudie toont aan dat voor een succesvolle relatie tussen ouders en

school het belangrijk is dat schoolteams over diverse strategieën beschikken om

met uiteenlopende soorten en groepen ouders om te gaan. Investeren in intercultu-

rele vaardigheden van leerkrachten en in het openstaan voor een diversiteit aan

vormen van ouderbetrokkenheid zijn essentieel voor het optimaliseren van de ou-

derbetrokkenheid en het verhogen van onderwijsprestaties in het programma Be-

ter Presteren.

14. Uit de schriftelijke enquêtes onder directies en ouders blijkt dat volgens school-

leiders ouders soms door onvermogen (zoals ongeletterdheid) het gewenste on-

derwijsondersteunend gedrag thuis niet kunnen vertonen, omdat ze de opdrachten

niet kunnen lezen.

15. Een belangrijke voorwaarde voor (educatief) partnerschap van ouders en school is

een goede communicatie. Ouders vinden het doorgaans belangrijk dat ze goed

kunnen communiceren met de leerkrachten en dat scholen naar hen luisteren en

hen serieus nemen. Zowel ouders en volgens schoolleider ook leraren ervaren bar-

rières in hun contacten. Schoolteams bieden vaak een 'one size fits all'-aanpak,

omdat ze niet altijd over de vereiste vaardigheden beschikken om maatwerk te le-

veren voor ouders met verschillende achtergronden.

16. Meer dan 80 procent van de schoolleiders onderschrijft de stelling dat scholen van

elkaar kunnen leren hoe ze een visie kunnen ontwikkelen op partnerschap van ou-

ders en school, hoe ze afspraken met ouders kunnen maken en hoe ze de bereid-

heid van het schoolteam kunnen vergroten om de samenwerking met ouders aan

te gaan.

Onderwijsresultaten

17. De gemeente Rotterdam stimuleert scholen om hun onderwijsresultaten te opti-

maliseren en de talenten van leerlingen maximaal te ontwikkelen. Uit de literatuur

kunnen we opmaken dat ouderbetrokkenheid wel wordt beschouwd als een van de

belangrijke componenten dan wel kenmerken van effectieve scholen. De resulta-

ten van onderzoeken naar het verband tussen ouderbetrokkenheid en leerprestaties

zijn (veelal) positief in het bao en het vo.

18. Uit de schriftelijke enquêtes onder directies en ouders blijkt dat volgens een derde

van de Rotterdamse schoolleiders in het bao en 15 procent van de schoolleiders in

het vo het project Ouderbetrokkenheid van het programma Beter Presteren (nu al)

heeft geleid tot aantoonbaar hogere onderwijsresultaten van leerlingen. Rond een

tiende van de schoolleiders in het bao en het vo ziet geen effecten. Meer dan de

Page 17: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

10

helft van de schoolleiders in het bao en drie kwart van de schoolleiders in het vo

heeft nog geen mening over de effecten van het gevoerde Rotterdamse beleid.

Conclusies wat verbeterd kan worden in de Rotterdamse aanpak

Partnerschapsstructuur

1. Uit de literatuur weten we dat geïsoleerde, ad hoc activiteiten met betrekking tot

de stimulering van samenwerkingsrelaties en verbeteren van leerprestaties door-

gaans weinig succes opleveren. Het bevorderen van ouderbetrokkenheid gaat de

hele schoolgemeenschap aan en kan daarom het beste uitgewerkt worden in een

geïntegreerde planmatige aanpak, op basis van een behoefteanalyse en het vast-

stellen van wederzijdse prioriteiten, waarbij aandacht is voor het creëren van

draagvlak binnen het schoolteam..

2. De literatuurstudie laat zien dat scholen waar een groot vertrouwen is tussen

schoolteams en ouders (onderling), beter in staat zijn om de kwaliteit van hun on-

derwijs te verbeteren en daarmee de leerprestaties van kinderen te verhogen. Het

functioneren van educatief partnerschap kan op scholen worden geoptimaliseerd

door bij de intake duidelijker aan te geven wat de verwachtingen zijn van de

school, ouders beter te informeren (via ouderavonden, de ouderkamer), ouders in

de klas te laten kijken, vaker samen met ouders over onderwijsondersteunend ge-

drag van gedachten te wisselen, de ontwikkeling van de ouderbetrokkenheid jaar-

lijks op de agenda te zetten en doelen te stellen waaraan de school samen met ou-

ders moet werken.

3. Er zou in het project Ouderbetrokkenheid van het programma Beter Presteren

meer aandacht kunnen komen voor de individuele rechthebbende positie van ou-

ders, omdat daar in de praktijk onduidelijkheden over zijn. Bij de kennismakings-

en voortgangsgesprekken zouden schoolteams de belangrijkste rechten en plich-

ten van ouders (zoals informatierecht, hoorrecht, recht op participatie in school-

aangelegenheden, opvoedplicht, plicht zich te gedragen naar de normen van goed

ouderschap) en de resultaatgerichte cultuur van de school (nadrukkelijker) aan de

orde kunnen stellen in verband met het gewenste onderwijsondersteunend gedrag

van ouders thuis.

4. De literatuurstudie laat zien dat het versterken van onderlinge oudercontacten

(‘ouder-ouderverbanden’), de sociale controle en het aanboren van sociaal kapi-

taal (kennis, ervaring en netwerken) bij ouders positieve effecten heeft op de op-

voeding en de onderwijsresultaten van kinderen. Er zou in het project Ouderbe-

trokkenheid van het programma Beter Presteren meer aandacht kunnen worden

besteed aan ‘ouder-ouderverbanden’ om de onderwijsresultaten te optimaliseren.

Page 18: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

11

5. Er zou in het project Ouderbetrokkenheid van het programma Beter Presteren

(meer) aandacht kunnen komen voor de vrijwilligershulp van ouders op school,

het betrekken van ouders bij de besluitvorming (over de boogde innovaties bij ou-

derbetrokkenheid) op school en de participatie van ouders in de samenwerking

met de buurt als belangrijk onderdeel van een pedagogische infrastructuur, om

meer draagvlak te krijgen voor het optimaliseren van de ouderbetrokkenheid.

6. De focus in het project Ouderbetrokkenheid van Beter Presteren zou op scholen

waar ouders (na scholing) over de benodigde kennis en vaardigheden beschikken,

kunnen worden verbreed naar inspraak en medezeggenschap van ouders. De Wet

medezeggenschap op scholen biedt hiervoor genoeg mogelijkheden om maatwerk

te leveren.

7. Er is meer diepgang te geven aan de samenwerking tussen scholen en ouders door

de ouders ook écht serieus te nemen en te laten zien dat zij, als rolmodel met hun

‘ouderkracht’ een bijdrage kunnen leveren aan de gewenste resultaatgerichte cu l-

tuur van de school én de school als gemeenschap via onder andere het ‘partne r-

schapsteam’, de ouderraad en de (g)mr.

8. Oudercontactpersonen, -consulenten, ouderraden en ouders in inspraakorganen op

schoolniveau en stedelijk niveau zouden met een zekere frequentie en met een

minimum aan inspanning op een eigentijdse wijze via een digitaal ouderpanel uit-

genodigd kunnen worden mee te denken over het programma Beter Presteren.

Partnerschapscultuur

9. De literatuurstudie laat zien dat ouders het doorgaans belangrijk vinden dat ze

goed kunnen communiceren met de leraren en dat scholen naar hen luisteren en

serieus nemen. Scholen die een ‘open-deur-beleid’ voeren en actief contact zoe-

ken met ouders, kunnen helpen de drempel voor lager opgeleide ouders te verla-

gen om te participeren.

10. Schoolteams zouden eerst op schoolniveau dienen te onderzoeken hoe de ouders

de contacten met de school ervaren alvorens beleid te ontwikkelen.

11. Uit de literatuur blijkt een aanpak waarbij de school actief met lager opgeleide

ouders contact zoekt en luistert naar hun specifieke vragen en behoeften waar-

schijnlijk het meest succesvol is om hen bij het onderwijs te betrekken.

12. Bij het ontwikkelen van beleid zouden scholen specifiek aandacht kunnen beste-

den aan het vergroten van de contactmogelijkheden door eventueel op huisbezoek

te gaan en vooral te luisteren naar signalen van ouders wat betreft specifieke vra-

gen en behoeften om het contact te verbeteren, daar serieus op in te gaan en pro-

beren maatwerk te leveren.

Page 19: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

12

13. Leraren in het vo zouden naar ouders duidelijker moeten zijn dat zij welkom zijn

op school en hen betrekken bij het onderwijs van hun kind, omdat ouders de sig-

nalen van leraren niet altijd als zodanig opvatten.

14. Leraren in het bao zouden naar ouders duidelijker kunnen zijn dat hun onderwijs-

ondersteunend gedrag van invloed is op de leerprestaties van de kinderen, omdat

dit voor ouders niet altijd helder is.

15. Leraren zouden samen met ouders kunnen nagaan hoe op een eigen manier in-

houd en betekenis te geven aan principes als wederkerigheid, gedeelde verant-

woordelijkheid, vertrouwen, sociale binding en sociale controle bij de opvoeding

en het onderwijs aan de kinderen.

Partnerschapsbereidheid

16. Uit de literatuurstudie blijkt dat een effectieve aanpak om de relatie ouders en

school te optimaliseren bestaat uit het instellen van een actieteam (‘partnerschaps-

team’) waarin leerkrachten, ouders en lid van de schoolleiding zitting hebben en

dat de verantwoordelijkheid neemt voor de organisatie, implementatie en evalua-

tie van vormen van ouderbetrokkenheid

17. Voor een goede communicatie tussen ouders en school is het van belang om een

directiespreekuur te hebben en telefoonnummers en e-mailadressen van teamle-

den (met toestemming!) en van het partnerschapsteam op de website van de

school, in de schoolkrant en/of op het prikbord te zetten. Daarnaast zou de school

(meer) rekening kunnen houden met werkende ouders en (meer) huisbezoeken af-

leggen om contact te houden.

18. Schoolteams zouden kunnen investeren in het verbeteren van de kwaliteit van de

communicatie met ouders door duidelijke brieven te versturen, te reageren op

mails van ouders, terug te koppelen na ‘incidenten’ en initiatieven nemen om con-

tact te zoeken.

19. Bij het opstellen van schoolplannen om met lastig bereikbare groepen ouders

(ongeletterde ouders en eenoudergezinnen) te communiceren, is maatwerk ge-

wenst bij het inschakelen van ouderconsulenten, het organiseren van groepsbij-

eenkomsten met ouders over onderwijsondersteunend gedrag, de samenwerking

met andere onderwijs- en welzijnsinstellingen en het betrekken van ouders bij het

schoolbeleid.

Partnerschapsvaardigheid

20. De literatuurstudie geeft aanwijzingen dat vooral een autoritatieve opvoedstijl van

ouders (warmte bieden, grenzen stellen, gezaghebbend, maar niet autoritair optre-

den) en het bekrachtigen van goed gedrag, bemoediging, voorbeeldgedrag en in-

Page 20: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

13

structie bijdraagt aan schoolsucces. Scholen kunnen ouders die een autoritaire op-

voedingsstijl hanteren en van hun kinderen strikte gehoorzaamheid en respect

verwachten, in plaats van dat de opvoeding gericht is het ontwikkelen van auto-

nomie en zelfvertrouwen wijzen op het volgen van een opvoedcursus.

21. Uit de literatuurstudie weten we dat een professionele school een professionele

leergemeenschap is die voortdurend de eigen praktijk onderzoekt om zo het on-

derwijs aan de leerlingen te verbeteren. Werken aan verhoging van onderwijsre-

sultaten vergt een professioneel klimaat op school. De professionalisering van le-

raren is een belangrijke randvoorwaarde voor succesvolle onderwijsverbetering

en past binnen een lerende organisatie.

22. De literatuurstudie laat ook zien dat volgens een vijfde van de schoolleiders in het

bao leerkrachten niet capabel zijn om ouders uit lagere sociale milieus te betrek-

ken bij het onderwijs. Verschillen in opvattingen over professioneel onderwijs en

de rol van de ‘ideale’ ouder liggen hieraan ten grondslag. Aanvullende training

voor Rotterdamse schoolleiders en leraren ligt in de rede om hen toe te rusten met

vaardigheden om de communicatie met lastig bereikbare ouders (eenoudergezin-

nen en ongeletterde ouders) te optimaliseren.

Onderwijsresultaten

23. De focus in het project Ouderbetrokkenheid van het programma Beter Presteren

zou er nadrukkelijker op gericht dienen te zijn om de schoolleiders in het bao en

het vo, die nog geen mening hebben over de effecten van het beleid op de onder-

wijsresultaten van leerlingen, van informatie te voorzien over welke rol educatief

partnerschap en onderwijsondersteunend gedrag van ouders kan hebben voor de

leerprestaties en hoe ze dat proces kunnen monitoren om te werken aan een

schoolcultuur waarin accenten komen te liggen op een ‘veranderingsgerichte cul-

tuur’ en ‘resultaatgerichte cultuur’.

Page 21: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam
Page 22: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

15

2 Achtergronden

2.1 Inleiding

In dit rapport wordt het onderzoek beschreven naar het functioneren van het Rotter-

dams beleid wat betreft relatie ouders en school. Paragraaf 2.2 geeft een beschrijving

van de aanleiding en het doel van het onderzoek. In paragraaf 2.3 wordt een globaal

analysekader geschetst. In paragraaf 2.4 vatten we het hoofdstuk beknopt samen.

2.2 Aanleiding en doel van het onderzoek

In Nederland is het politieke streven om de kwaliteit van het bao en het vo te verbe-

teren en tot de internationale top vijf te gaan behoren. In het overheidsbeleid is een

toenemende aandacht voor ouders als ‘educatieve partners’ van leraren om de bijdra-

gen zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen. Doelen zijn de leerprestaties en het

welbevinden van de leerlingen te verbeteren en de leerlingen beter toe te rusten met

het oog op hun schoolloopbaan. Mede om deze reden is de positie van ouders de

afgelopen jaren versterkt door de introductie van de schoolgids, het klachtrecht, de

aanpassing van de medezeggenschapsregelingen en het recht op opvang.

Minister Van Bijsterveldt heeft op 29 november 2011 in een brief aan de voorzitter

van de Tweede Kamer in navolging van de Onderwijsraad geadviseerd vooral te

investeren in partnerschap tussen ouders en school. Het thema ouderbetrokkenheid

gaat voor haar echter over meer dan dat. Het gaat ook over de ouders als opvoeder, de

school als gemeenschap en het gezag van de leraar.

De Rotterdamse visie op onderwijs sluit nauw aan op die van het kabinet. In het Rot-

terdams onderwijsbeleid 2011-2014 is in het programma ‘Beter Presteren’ door

schoolbesturen en gemeente Rotterdam de ambitie uitgesproken de onderwijsresulta-

ten in Rotterdam dichterbij het landelijk gemiddelde te brengen. Met het programma

Beter Presteren investeert Rotterdam in meer leertijd, in de professionele school en in

Page 23: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

16

ouderbetrokkenheid om de talenten van kinderen en jongeren ten volle te kunnen

benutten (Diender, 2012).1

Multiculturele, grootstedelijk context

In Rotterdam wonen 600.000 inwoners. Rotterdam kent een waaier aan bijna 180

nationaliteiten; twee derde van de jeugd groeit op in families die oorspronkelijk niet

uit Nederland komen. Hoewel in Rotterdam veel tweede- en derde generatie immi-

granten wonen, wordt vaak thuis niet of nauwelijks Nederlands gesproken. Eén op de

drie leerlingen groeit op in een gezin met laagopgeleide ouders. Deze jongeren str o-

men beperkt door naar hogere vormen van onderwijs en lang niet allemaal halen zij

een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. (Ee n startkwalificatie is een havo of vwo-

diploma of een mbo-diploma vanaf niveau 2). Zo blijven talenten onbenut. Dat heeft

consequenties voor jongeren en voor de stad als geheel. De bevolkingssamenstelling

van de stad vormt een bijzondere uitdaging voor het onderwijs. 2

Verhoging onderwijsresultaten

De schoolbesturen en de gemeente hebben met elkaar besloten dat het Rotterdams

Onderwijsbeleid zich in de periode 2011-2014 richt op verhoging van de onderwijsre-

sultaten. De focus ligt op taal en rekenen; vakken die de basis vormen voor de ont-

wikkeling van ieder kind. Daarnaast is afgesproken dat op scholen, binnen schoolbe-

sturen, binnen de gemeente én onderling nog resultaatgerichter wordt gewerkt.

Uitgangspunten Rotterdams Onderwijsbeleid

Het Rotterdams Onderwijsbeleid 2011-2014 is gebaseerd op de volgende uitgangs-

punten:

Goed onderwijs is cruciaal voor talentontwikkeling. Kinderen moeten zich breed

kunnen ontwikkelen en tegelijk wordt focus aangebracht op de basisvaardigheden

taal en rekenen.

De school is de eenheid van verandering. Verhoging van de onderwijsresultaten

gebeurt op school, binnen de vier muren van het klaslokaal.

Het schoolbestuur en de school zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het

onderwijs. De gemeente faciliteert en ondersteunt waar nodig om de resultaten te

verhogen. 1 De gemeente stelt, onder voorwaarden subsidie beschikbaar voor schoolbesturen, welzijnsinstellin-

gen en onderwijsondersteunende instellingen, die het onderwijs moeten steunen in het realiseren van

deze ambitie. Subsidie wordt verstrekt voor het behalen van resultaten van schoolbesturen, welzijns-

instellingen en onderwijs ondersteunende instellingen voor zover de aanvraag betrekking heeft op

een school of instelling binnen de grenzen van de gemeente Rotterdam. Beleidsregel Onderwijs Rot-

terdam 2011-2012 Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam op

8 februari 2011.

2 Programma Beter Presteren, Rotterdams Onderwijsbeleid 2011/2014, deel 1.

Page 24: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

17

Het resultaat telt. Schoolbesturen, scholen, leraren en de gemeente werken resul-

taatgericht. Er worden concrete doelen afgesproken met zeggingskracht op school-

niveau. Alle scholen zetten de komende jaren een stap omhoog.

Het Rotterdamse programma Beter Presteren werkt als een lerende organisatie en

wordt ondersteund door een klein programmabureau.

Rijksbeleid en gemeentelijk beleid versterken elkaar.

Page 25: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

18

Doelstelling project Ouderbetrokkenheid

Ouderbetrokkenheid is één van de projecten die deel uitmaken van het programma

Beter Presteren. De doelstelling van het project is dat elke Rotterdamse school een

aantoonbare vooruitgang boekt op het gebied van de ondersteuning van het leerproces

door ouders:3

meer ouders vertonen effectief onderwijsondersteunend gedrag;

meer ouders zijn actief betrokken bij de schoolloopbaankeuzes van hun kinderen;

er is (een effectievere) afstemming tussen de ouders en de school om de onderwijs-

resultaten van de kinderen te bevorderen.

Om inzichtelijk te maken hoe scholen kunnen werken aan ouderbetrokkenheid vol-

gens de Rotterdamse koers is in het programma Beter Presteren voor ouderbetrok-

kenheid een menukaart opgesteld met handvatten en concrete voorbeelden. Zie Bijla-

ge 1 voor de menukaart.

2.3 Analysekader

2.3.1 Begrippen

Schoolbesturen en de gemeente Rotterdam leggen de lat de komende jaren hoog als

het gaat om het verhogen van de resultaten in het Rotterdamse onderwijs. Met Beter

Presteren investeert Rotterdam in meer leertijd, in de professionele school en in ou-

derbetrokkenheid om de talenten van kinderen en jongeren ten volle te kunnen benut-

ten (Diender, 2012).

De leertijd is in schooleffectiviteitsonderzoek een van de factoren waarover de mees-

te consensus bestaat als het gaat om de bijdrage aan de effectiviteit van het leerproces

(Hattie, 2007). Het gaat daarbij niet alleen om de tijd die op school wordt doorge-

bracht, maar ook de tijd buiten school, bijvoorbeeld thuis (huiswerk) of in clubver-

band. 4 Rotterdam biedt op drie momenten meer leertijd aan in de schoolloopbaan. In

de voor- en vroegschoolse educatie komen kinderen eerder in aanraking met de (Ne-

derlandse) taal. Leerlingen in het bao en het vo krijgen daarnaast extra leertijd. Ook

worden meer vakantiescholen opgezet, die zich richten op verbetering van de over-

3 Projectplan Ouderbetrokkenheid. Programma Beter Presteren . Oktober 2011.

4 In de VS is uitbreiding van de leertijd een speerpunt van het beleid van president Obama om onder-

wijsachterstanden te bestrijden. Dit omvat het verlengen van de schooldag en het schooljaar en het

aanbieden van naschoolse en zomerprogramma’s (Obama & Biden, 2008).

Page 26: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

19

gangen tussen bao, vo en middelbaar beroepsonderwijs (mbo). De vakantieschool

biedt ook talentvolle leerlingen extra uitdaging en ontplooiingskansen. 5

De professionele school is een professionele leergemeenschap die voortdurend de

eigen praktijk onderzoekt om zo het onderwijs aan de leerlingen te verbeteren. Wer-

ken aan verhoging van onderwijsresultaten vergt een professioneel klimaat op school.

Leraren hebben hoge verwachtingen van hun leerlingen. Schoolleiding en leraren zijn

gemotiveerd. Zij worden in de professionele school door de schoolleiding toegerust

op een resultaatgerichte manier van werken (gesprek, apparatuur, opleiding). Goed

toegeruste leraren bereiken betere resultaten én staan met meer plezier voor de klas,

spreken elkaar aan en leggen rekenschap af over resultaten (Verbiest, 2004). Goed toegeruste leraren zijn vakinhoudelijk deskundigen, bepalen het tempo in de

groepen, maken resultaatgerichte afspraken met ouders en beslissen welke leerlingen

overgaan naar de volgende klas en verantwoorden dit aan de ouders. De professiona-

lisering van leraren is een belangrijke randvoorwaarde voor succesvolle onderwijs-

verbetering en past binnen een lerende organisatie , Scholen kunnen daarnaast de

bekwaamheidseisen verder aanpassen aan het eigen beleid en de eigen visie (Fullan &

Levin, 2009; Van Kuijk, Van Gennip & Vrieze, 2009). De gemeente Rotterdam sti-

muleert scholen om hun onderwijsresultaten te optimaliseren en het talent van de

leerlingen maximaal te ontwikkelen. Het Topklassenteam, een team onderwijsspecia-

listen, biedt scholen support bij het bevorderen van resultaatgericht werken in scho-

len. De school bepaalt zelf wanneer de behoefte aan deze ondersteuning nodig is en

overlegt hiertoe met het schoolbestuur voor het doen van een subsidieaanvraag bij de

gemeente. 6 Ouderbetrokkenheid is de betrokkenheid van ouders (ouders, voogden en verzorgers

van leerlingen die aan de school zijn ingeschreven) bij de opvoeding en het onderwijs

van hun eigen kind, thuis (bv. voorlezen) en op school (bv. rapportbesprekingen

voeren met de leerkracht). Ouderparticipatie definiëren we als actieve deelname van

ouders aan activiteiten op school. We onderscheiden niet-geïnstitutionaliseerde vor-

men van ouderparticipatie (bv. leveren van hand- en spandiensten) en geïnstitutionali-

seerde vormen van ouderparticipatie (bv. zitting hebben in de ouderraad of de (ge-

meenschappelijke) medezeggenschapsraad.

5 Het uitbreiden van de leertijd, door bijvoorbeeld de schooldag te verlengen, hoeft niet noodzakelij-

kerwijs te leiden tot betere leeropbrengsten. Veel belangrijker is het hoe effectief de tijd wordt inge-

vuld en benut; de kwaliteit van de leraar en het curriculum zijn doorslaggevend (Baker, Fabrega,

Galindo & Mishook, 2004).

6 Programma Beter Presteren, Rotterdams Onderwijsbeleid 2011/2014, deel 1.

Page 27: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

20

De invoering van het programma Beter Presteren vraagt om het doorbreken van tradi-

tionele structuren en vraagt ook vooral om te werken aan een andere schoolcultuur

waarin accenten komen te liggen op een ‘veranderingsgerichte cultuur’ en ‘resultaat-

gerichte cultuur’ (vgl. Klaassen & Leeferink, 1998; Leeferink, Sleegers & Geijsel,

2003). Scholen kunnen in navolging van Quinn (1988) in vier typen worden onder-

scheiden, die elkaar niet uitsluiten, maar aanvullen:

Resultaatgerichte cultuur. Deze wordt gekarakteriseerd door de gerichtheid op de

taken die moeten worden vervuld. Er heerst een competitieve sfeer.

Beheergerichte cultuur. Essentieel voor deze cultuur zijn coördinatie en een ge-

structureerde wijze van omgaan met informatie.

Mensgerichte cultuur. Kenmerkend voor deze cultuur zijn teambuilding en coa-

ching.

Veranderingsgerichte cultuur. Essentieel zijn vernieuwing en onderhandeling. In Figuur 2.1 worden de kenmerken van de vier typen schoolculturen vanuit verschil-

lende invalshoeken naast elkaar gezet. Figuur 2.1 – Aspecten van schoolculturen

Culturen

Aspecten Resultaatgericht Beheergericht Mensgericht Veranderings-

gericht

Cultuurwaarden Koersbepaling/pro-

duceren

Coördinatie, structu-

reel omgaan met

informatie

Participatie, inzet,

moraal, openheid

Vernieuwing,

aanpassing

Prestaties Succes heb-

ben/scoren

Precisie van de leden Ontwikkeling,

vooruitstreven van

de leden

Initiatief, vooruit-

streven

Beoordeling Realisatie van

taken en doelen

Procedures volgen in

de uitvoering

Kwaliteit van de

samenwerking

Bijdrage aan veran-

dering

Machtsbron Kennis van zaken Kennen van de regels Geaccepteerd zijn Persoonlijk over-

wicht

Besluitvorming Inhoud Procedures Consensus Intuïtie

Motivatie De klus klaren Voldoen aan de regels Waardering en

respect

Creativiteit, ontwik-

keling

Bron: Quinn (1988)

De invoering van een veranderingsgerichte en resultaatgerichte cultuur zal waar-

schijnlijk gevolgen hebben voor de positie van ouders.

Page 28: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

21

2.3.2 Positie van ouders

Ouders zijn de eerst verantwoordelijken voor het levensonderhoud en de opvoeding

van het kind. Het belang van een goede aansluiting van het onderwijs (en de opvoe-

ding) in de school op de opvoeding die ouders thuis geven, vormt de grondgedachte

waarop de onderwijsvrijheid is gebaseerd (Laemers, 1999; Zoontjens, 2003).

De belangrijkste rechten en plichten van ouders ten opzichte van het bevoegd gezag

van de school kunnen als volgt worden samengevat (zie o.m. Laemers, 2002; Lae-

mers, 2011; Cluitmans-Souren, 2008; Noorlander, 2005; Onderwijsraad 2010; Ver-

meulen & Smit, 1998):

Ouders zijn verantwoordelijk, dat wil zeggen; in rechte aanspreekbaar, voor de

opvoeding van hun kind. Krachtens artikel 245 van het Burgerlijk Wetboek zijn

ouders verplicht hun minderjarige kinderen te verzorgen en op te voeden.

Ouders zijn verplicht zich te gedragen naar de normen van goed ouderschap . Zij

moeten ervoor zorgen dat hun leerplichtige zoon of dochter op een school of on-

derwijsinstelling staat ingeschreven en erop toezien dat hun kind de school gere-

geld bezoekt. Vanaf 12 jaar is de jongere hier zelf medeverantwoordelijk voor.

De ouders hebben de verplichting om relevante informatie over het kind aan het

bevoegd gezag van de school te verstrekken. Als ouders hieraan geen gehoor ge-

ven, staat het bevoegd gezag echter weinig middelen ter beschikking om hier iets

aan te doen.

Ouders hebben het recht op informatie over het kind door het bevoegd gezag van

de school. Als het bevoegd gezag deze rechten niet respecteert, kan de ouder een

klacht indienen bij de klachtencommissie of bij de rechter. De ouders hebben ech-

ter geen ongelimiteerd recht op informatie. Wanneer omstandigheden hiertoe aan-

leiding geven, kan het bevoegd gezag/de schoolleiding beslissen de directe com-

municatie tussen de ouders van een leerling en de groepsleerkracht (tijdelijk) te

verbreken en eventueel een afkoelingsperiode in te voeren. Onder omstandigheden

kan het recht op informatie van de wettelijk vertegenwoordiger in conflict komen

met het recht op privacy van het kind. De wettelijk vertegenwoordiger is echter a l-

leen in beeld, wanneer er een ontheffing uit de ouderlijke macht heeft plaatsgevon-

den. Wanneer recht op informatie in strijd is met de privacy van het kind is moe i-

lijk te bepalen.

Ouders hebben het recht te worden gehoord (hoorrecht), in ieder geval wanneer het

bevoegd gezag voornemens is ingrijpende maatregelen te nemen ten aanzien van

het kind, wanneer zij van oordeel zijn dat dit in het belang is van het welbevinden

van hun kind op school en buiten school. Het mag de goede werking van de school

echter niet schaden.

Page 29: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

22

Ouders hebben het recht op het verrichten van ondersteunende werkzaamheden

voor de school. Het bevoegd gezag moet deze gelegenheid bieden. De ouders die-

nen hierbij de aanwijzingen van de schoolleider en het onderwijzend personeel op

te volgen (art. 44 Wpo).

Ouders hebben het recht op participatie in schoolaangelegenheden . Dit recht vloeit

voort uit de positie van de ouder als uitoefenaar van het ouderlijk gezag over hun

kinderen en het democratiebeginsel (democratische legitimatie/draagvlak als voor-

waarde). Ouders hebben veelal inspraakmogelijkheden bij het beleid van de school

van hun keuze via medebestuur. In het bijzonder onderwijs zijn vele varianten mo-

gelijk, van zelfbestuur door ouders (via een vereniging of coöperatie) tot bestuur

geheel buiten het gezichtsveld van de ouders (stichting). Ouders van leerlingen op

openbare scholen kunnen via het gemeentebestuur, of een openbare rechtspersoon,

voor hun belangen opkomen.7 Als het gaat om medezeggenschap kunnen ouders

zitting nemen in de (G)MR. Ouders in de (G)MR hebben mogelijkheden om mede

sturing te geven aan het beleid van de instelling op basis van de algemene be-

voegdheden (WMS artikel 6), instemmingbevoegdheden (WMS artikel 10) en ad-

viesbevoegdheden (WMS artikel 11).

Ouders kunnen een rol spelen in het onderwijs bij onderwijsinnovaties als mede-

vormgevers via het bestuur, de (G)MR en als kritische consumenten/rechthebbende

cliënten, eisen stellen aan de producten van scholen.

Ouders en school vormen een belangrijk onderdeel van een netwerk, een pedagogi-

sche infrastructuur, dat rond de leerlingen is gesponnen (Putman, 2000). Omdat tradi-

tionele sociale verbanden waarin mensen leven en waarin de jeugd wordt grootge-

bracht, zoals netwerken van school, gezin, kerk, jeugd- en jongerenwerk, aan het

vervagen zijn of in het geheel niet meer bestaan, zou volgens de Raad voor Maat-

schappelijke Ontwikkeling (RMO) het van oorsprong Afrikaanse gezegde ‘It takes a

village to raise a child’ een nieuwe, moderne, inhoud dienen te krijgen. Alle betrok-

kenen bij onderwijs en opvoeding zouden op een eigentijdse manier inhoud en bete-

kenis dienen te geven aan ‘village’ principes, zoals wederkerigheid, gedeelde verant-

woordelijkheid, vertrouwen, sociale binding en sociale controle (RMO, 2001).

7 Het openbaar onderwijs wordt van ‘overheidswege’ (vorm)gegeven door regels die gelden voor de

overheid. Het is mogelijk om het bestuur van het openbaar onderwijs privaatrechtelijk vorm te ge-

ven. Er moet in dat bestuur dat wel sprake zijn van een overwegende overheidsinvloed’ dat wil zeg-

gen dat de gemeenteraad een overheersende invloed heeft op de werkwijze en samenstelling van het

bestuur.

Page 30: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

23

De Onderwijsraad (2010) onderscheidt drie posities van ouders: de individuele recht-

hebbende positie, de positie van de ouder als schoolpartner en de positie als lid van

ouder-ouderverbanden.

1. Individuele rechthebbende positie

De ouders dragen bij de toelating van het kind tot de school deels hun opvoedkundige

taak over aan de school. De relatie ouders en bevoegd gezag valt in deze context te

verdelen in de sfeer waarbinnen alleen ouders of de school tot opvoeding bevoegd

zijn en de sfeer waarbinnen de opvoedingsverantwoordelijkheden van de school en de

ouders elkaar overlappen. Juist binnen deze laatste sfeer is coöperatie wezenlijk

(Noorlander, 2005).

2. Positie als schoolpartner

Internationaal wordt het begrip ‘partnership’ gehanteerd, met rechten en plichten, met

onderscheiden eindverantwoordelijkheden en met gemeenschappelijke doelen van

scholen en ouders (Epstein, 2001; Ho Sui Chu, 2007; Montandon, 1997; Ravn, 2003).

Gemeenschappelijke doel van scholen en ouders is het creëren van optimale omstan-

digheden voor de schoolloopbaan van de leerlingen door het sociaal kapitaal van

ouders aan te boren dat in een schoolgemeenschap aanwezig is om de partnerschap

vorm te geven.

Sociaal kapitaal heeft betrekking op de kwaliteit van sociale relaties, groepslidmaat-

schappen, formele en informele netwerken, gedeelde normen, vertrouwen, wederke-

righeid en bereidheid zich in te zetten voor de gemeenschap (Coleman, 1988). Bevor-

derlijke factoren zijn: wederzijdse verwachtingen en verplichtingen, beschikbare

informatie, normen van wederkerigheid, doelgerichte samenwerking, burgerlijke

inzet, en sociaal vertrouwen. Participatie in sociale netwerken en vertrouwen zijn

belangrijke, beslissende factoren voor maatschappelijk engagement, c.q. vrijwilli-

gerswerk (Coleman, 1988; De Winter, 2011; Mendel, 2001; Perna & Titus, 2005;

Smit, Driessen, Sluiter & Meijvogel, 2007).

Een barrière voor partnerschap is dat ouders vaak worden gezien als één homogene

groep, waarbij een ‘one-size-fits-all’-aanpak in de communicatie en de samenwer-

king, gedefinieerd vanuit een middenklasse-perspectief, volstaat (Grozier, 2001;

Sikkes, 2009). Vragen van ouders over de opvoeding worden vaak vertaald in een

behoefte aan professionele hulp van beproefde interventies. Maar deze zijn vaak niet

nodig, omdat veel gezinnen over eigen hulpbronnen en ideeën beschikken om pr o-

blemen aan te pakken (Van der Wolf, 2011).

3. De positie als lid van ouder-ouderverbanden

Onder ‘ouder-ouderverbanden’ worden de onderlinge oudercontacten verstaan welke

kunnen bijdragen aan het versterken van de relatie tussen ouders en school. Het st i-

Page 31: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

24

muleren van onderlinge oudercontacten samen met het bieden van mogelijkheden

voor ouders om eigen vaardigheden te ontwikkelen biedt ouders meer mogelijkheden

om een actieve rol te vervullen binnen de samenwerking met de school. Het verste r-

ken van onderlinge oudercontacten, de sociale controle en het sociaal kapitaal (hulp-

bronnen en ideeën) heeft positieve effecten op de opvoeding en de onderwijsresulta-

ten van kinderen (Ainsworth, 2002; Lewis, Kim & Bay, 2010; Moritsugu, Wong &

Duffy, 2010; Putnam, 2000; Warren, Rubin, & Sychitkokhong, 2009). Scholen die

hogere niveaus van relationeel vertrouwen tussen schoolteams en ouders (onderling)

hebben, zijn beter in staat om de kwaliteit van hun onderwijs te verbeteren en daar-

mee de leerprestaties van kinderen te verhogen (Warren, Hong, Rubin, & Sychitkok-

hong, 2009).

Een belangrijke voorwaarde voor partnerschap ouders-school is goede communicatie.

Ouders vinden het doorgaans belangrijk dat ze goed kunnen communiceren met de

leraren en dat scholen naar hen luisteren en serieus nemen (Smit e.a. 2007, 2008; Van

Gennip, 2009). Een aanpak waarbij de school actief met lager opgeleide ouders con-

tact zoekt en luistert naar hun specifieke vragen en behoeften is waarschijnlijk het

meest succesvol om hen bij het onderwijs te betrekken (Lopez, G., Scribner, J. &

Mahitivanichcha, K. (2001). Er is internationaal een trend dat ouders en onderwijsin-

stellingen bij de inschrijving van de leerling hun wederzijdse verwachtingen op pa-

pier zetten in een ‘home school contract’, dat zij vervolgens op gezette tijden bijste l-

len, afhankelijk van de ontwikkeling die de leerling doormaa kt (Smit, Driessen,,

Sluiter & Brus, 2008).

2.3.3 Strategische begrippen binnen programma Beter Presteren

In paragraaf 2.3.1 zijn we al kort ingegaan op de betekenis van de begrippen rond het

programma Beter Presteren. In deze paragraaf leggen we een relatie tussen strategi-

sche begrippen binnen het programma Beter Presteren en ouderbetrokkenheid.

Schoolbesturen en gemeente Rotterdam hebben als collectieve ambitie dat het Rotter-

dams Onderwijsbeleid in de periode 2011-2014 is gericht op verhoging van de on-

derwijsresultaten. Scholen, schoolbesturen en de gemeente gaan resultaatgerichter

werken. De focus ligt op taal en rekenen. 8

8 De noodzaak van gezamenlijke betrokkenheid van ouders en school bij de ontwikkeling van een

kind wordt breed gedeeld door scholen, beleidsmakers, onderzoekers en onderwijsondersteunende

instellingen in Rotterdam. Zie Programma Beter Presteren, Rotterdams Onderwijsbeleid

2011/2014, deel 1.

Page 32: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

25

De speerpunten in het beleid van het programma Beter Presteren zijn meer leertijd, de

professionele school en ouderbetrokkenheid en is gericht op het realiseren van betere

onderwijsresultaten van leerlingen door ouders meer te betrekken bij de schoolont-

wikkeling van hun kinderen. Bij ouderbetrokkenheid gaat het in het programma Beter

Presteren om het stimuleren van ‘onderwijsondersteunend gedrag’ van ouders thuis

en het stimuleren van ´educatief partnerschap´ van school en ouders.

Onderwijsondersteunend gedrag van ouders thuis heeft betrekking op betrokkenheid

bij de ontwikkeling van het kind, betrokkenheid bij de school, het communiceren met

hun kind over zaken die op school gebeuren, zorg dragen voor een rijke leeromgeving

voor hun kinderen thuis en in de vrije tijd, een goede plek om huiswerk te maken en

dat er iemand is die ze ondersteunt bij het maken en plannen van dat huiswerk. Het

achterliggende idee is dat alle ouders door hun onderwijsondersteunend gedrag kun-

nen bijdragen aan de onderwijsresultaten van hun kinderen (Desforges & Abouchaar,

2003; Sheldon, 2002; Deslanders & Rousseau, 2007).

Ouders kunnen als rolmodel een groot aantal rollen vervullen in verband met de af-

fectieve en cognitieve ontwikkeling van kinderen in verband met de voorbereiding op

het onderwijs, het informeren van de school en elkaar support verlenen (Lueder,

1998). Zie Figuur 2.2.

Figuur 2.2 – Rollen van ouders bij de affectieve en cognitieve ontwikkeling van hun

kind en in relatie tot de school

Rollen Doelen

Opvoeder Het creëren van een omgeving waarin het kind zich fysiek, psychisch en emotioneel

kan ontwikkelen.

Communicator’ Het in gang zetten en onderhouden van positieve contacten tussen school en gezin.

Leraar Het kind helpen in zijn morele, intellectuele, emotionele en sociale ontwikkeling.

Ondersteuner Het actief ondersteunen van leeractiviteiten van het kind thuis en binnen het onderwijs-

programma van de school.

Lerende Het verwerven van nieuwe kennis en vaardigheden die de cognitieve en sociale

ontwikkeling van het kind direct en indirect bevorderen.

Adviseur Het kind met wijze raad bijstaan, zowel in persoonlijke als in schoolse kwesties.

Beschermer Voor het kind opkomen en zijn belangen verdedigen.

Samenwerken Effectief met de school en de gemeenschap samenwerken in het oplossen van

problemen, het nemen van beslissingen en het vormgeven aan het ontwikkelen van

het schoolbeleid.

Page 33: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

26

Het project Ouderbetrokkenheid richt zich op de inzet van scholen om het onderwijs-

ondersteunend gedrag van ouders ten aanzien van hun eigen kinderen te bevorderen

met het oog op betere onderwijsresultaten. Speciale aandacht wordt besteed aan de

intensieve betrokkenheid van ouders bij hun kinderen tijdens de keuze- en schakel-

momenten door het ontwikkelingsperspectief en de toekomstwensen en -mogelijk-

heden van leerlingen structureel onderwerp van gesprek te maken met ouders en

leerlingen.

Onderwijsondersteunend gedrag van ouders gaat in essentie om het volgende 9:

steunen, sturen, stimuleren;

communiceren met het kind over schoolgerelateerde zaken;

hoge maar ook reële verwachtingen uitdragen ten aanzien van de onderwijsresulta-

ten van het kind;

een rijke leeromgeving creëren in de vrije tijd (ten behoeve van informeel leren) ;

overleggen en afstemmen met de leerkracht/mentor over de ontwikkeling en on-

derwijsresultaten van het kind.

Bij oudere kinderen thuis mogelijkheden creëren om te studeren en dat kinderen

ondersteuning krijgen bij het maken en plannen van huiswerk (van ouders of van

anderen). Niet alle ouders hebben het brede scala aan mogelijkheden en vaardigheden

om hun kind te stimuleren. Het uitgangspunt is dat alle ouders door hun onderwijson-

dersteunend gedrag kunnen bijdragen aan de onderwijsresultaten van hun kinderen. 10

9 Projectplan Ouderbetrokkenheid. Programma Beter Presteren. Oktober 2011.

10 Het is volgens De Ruiter e.a. (2006) onjuist te veronderstellen dat de contacten zullen verbeteren

tussen school en ouders door de verwachtingen van leerkrachten te verhogen dat alle ouders kunnen

bijdragen aan de onderwijsresultaten van hun kinderen. Binnen de schoolorganisatie hebben ver-

wachtingen van leerkrachten over ouders een bepaalde functie en inbedding; er vormen zich groe-

pen van leerkrachten met eenzelfde beeld. Het niet-bespreken van de normativiteit die gepaard gaat

met het toeschrijven van kenmerken aan ouders en leerkrachten leidt tot de instandhouding van de

problematische contacten met ouders.

Page 34: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

27

Partnerschap tussen ouders en school is geen doel op zich, maar een middel om het

gezamenlijke belang te dienen: optimale omstandigheden scheppen voor de ontwik-

keling en het leren van kinderen. Epstein (2001) onderscheidt met betrekking tot

partnerschap zes typen van ouderbetrokkenheid: helpen opvoeden, communiceren

met de instelling, vrijwilligershulp op de instelling, leren thuis, betrekken bij besluit-

vorming op de instelling, en samenwerking met de gemeenschap. 11 De laatste jaren is

er meer dan voorheen aandacht voor de rol van ouders als competente burgers binnen

een sociale gemeenschap (‘actief burgerschap’) en de scholen te verbinden met de

omringende samenleving, omdat scholen dan effectiever functioneren (De Winter,

2011; Vogels, 2002; Herweijer & Vogels, 2004; Noguera 2008; Smit & Doesborgh,

2001; Smit, Driessen & Doesborgh, 2002, 2004).

De realisering van de doelen van partnerschap vraagt om een wederzijdse betrokken-

heid van ouders en school, van meet af aan een zorgvuldige communicatie én een

wederzijdse investering. Scholen hebben de taak om te zorgen dat ouders goed geïn-

formeerd worden, dat ze ervaren dat ze welkom zijn op school, dat ze als gelijkwaar-

dige partners worden beschouwd, dat hun inzet ertoe doet om de opvoeding/leren

thuis en school op elkaar af te stemmen, de onderwijsresultaten te verbeteren en de

schoolloopbaan te optimaliseren. Zo doen de scholen de eerste aanzet tot een pedago-

gisch, educatief en onderwijskundig partnerschap met ouders ( Epstein 2001, Epstein.

e.a., 2002; Lusse, 2011; Hoover-Dempsey e.a., 2005; Onderwijsraad, 2010; Smit,

2011, 2012; Van der Schaaf & Van den Berg 2008; Warren e.a., 2009).

Voor doelen, inhoud en beoogde effecten van partnerschap ouders en school, zie

Figuur 2.3.

11 Een kritiek op Epsteins theorie is dat ze is geformuleerd vanuit het perspectief van de school

(school-geïnitieerde betrokkenheid), en minder vanuit de ouders (gezinsgeïnitieerde betrokkenheid)

(Driessen, Smit & Sleegers, 2005). Bovendien leunt ze sterk op het deficiet-model (vgl. McCollum,

1996). Vanuit dat perspectief zijn ze dan sterk prescriptief: die middenklasse is dan de norm en de

programma’s zijn er op gericht ook lager milieu en allochtone gezinnen die ‘culturally-appropriate’

norm te laten bereiken. Maar niet alleen wordt het doel vanuit dat perspectief gedefinieerd, ook

geldt dat voor de werkwijze (Jordan, Orozco & Averett, 2001). Een probleem hierbij is dat ouders

van uiteenlopende etnische en culturele groepen verschillende vormen van ouderbetrokkenheid

praktiseren, die niet altijd als zodanig herkend worden door ‘mainstream’ scholen. De leerkrachten

van deze scholen vinden dan dat deze ouders niet betrokken zijn bij het onderwijs aan hun kinderen.

Maar in feite komt het er op neer dat de ouders niet voldoen aan de verwachtingen van de leerkrach-

ten, i.c. het beeld dat de leerkrachten hebben van wat ouderbetrokkenheid zou moeten inhouden

(Martinez & Velazquez, 2000; Boijink, 2007).

Page 35: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

28

Figuur 2.3 – Doelen, inhoud en beoogde effecten van partnerschap ouders en school

Doelen Inhoud Beoogde effecten

Ouderbetrokkenheid: opvoeding en leren thuis, communicatie met school

Educatieve

doelen

School en ouders stemmen hun visie op

de opvoeding en sturing van kinderen

op elkaar af en beiden nemen daarin hun

aandeel: pedagogisch partnerschap.

Ouders (onderling) en school hebben

regelmatig contact met de school over

de ontwikkeling van de kinderen die ze

thuis ondersteunen: educatief partner-

schap.

Opvoeding/leren thuis en school op

elkaar afstemmen, beter inspelen op

motivatie- en leerproblemen.

Ouders zijn beter in staat om opvoed-

vraagstukken (in het eigen, informele netwerk) op te lossen of te voorkomen.

Onderwijskundige

doelen

Ouders (onderling) ondersteunen de

leerontwikkeling van hun kind thuis en

spelen een rol bij het maken van keuzes

van een school, profiel, sector en ver-

volgopleiding: ondersteunend gedrag

van ouders; onderwijskundig partner-

schap.

Verbeteren onderwijsresultaten van de

leerling.

Optimalisering van de schoolloopbaan

van de leerling.

Ouderparticipatie: vrijwilligerswerk*, deelname besluitvorming, samenwerking met gemeenschap

Organisatorische

en onderwijskun-

dige doelen

Ouders leveren een bijdrage aan het

reilen en zeilen van de school. Ze

voeren activiteiten onder verantwoorde-

lijkheid van leraren op school uit:

organisatorisch partnerschap.

Bijdrage leveren aan taakuitvoering

schoolteam.

Verbeteren onderwijsresultaten van de

leerling.

Democratische

doelen

Ouders denken en beslissen informeel

en formeel mee met het schoolteam

over het beleid op diverse niveaus

binnen de schoolorganisatie via bij-

voorbeeld een ouderpanel, de ouder-

raad, de medezeggenschapsraad: demo-

cratisch partnerschap.

Mede richting geven aan beleids- en

uitvoeringsbeslissingen.

De school legt verantwoording af over

haar werk aan de ouders.

Maatschappelijke

doelen

Ouders (onderling) en schoolteam

leveren een bijdrage aan activiteiten

binnen de school, de wijk, de buurt, het

dorp, of het stadsdeel als onderdeel van

een pedagogische infrastructuur: maat-

schappelijk partnerschap.

Verankeren van de school binnen de

wijk, de buurt, het dorp, of het stads-

deel.

* Vrijwilligerswerk is: werk waarvoor niet betaald wordt, dat niet beroepshalve wordt verricht, dat geen

vaste arbeidsplaats inneemt, dat niet concurrerend is met betaald werk en dat niet meer dan 20 uur per

week inneemt.

Page 36: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

29

2.3.4 Rotterdamse actieplan optimaliseren ouderbetrokkenheid en verhogen

onderwijsresultaten

Het Rotterdamse project Ouderbetrokkenheid beoogt een aanjaagfunctie te hebben:

het agendeert het onderwerp ouderbetrokkenheid, het motiveert en inspireert tot actie,

het faciliteert uitwisseling, verspreidt succeservaringen en draagt zorg voor de be-

schikbaarheid en/of ontwikkeling van concrete instrumenten. Ook zorgt het project

voor de verbinding met andere projecten, programma’s en lijnactiviteiten. 12

De basisingrediënten van het project Ouderbetrokkenheid voor het optimaliseren van

de ouderbetrokkenheid en verhogen van onderwijsprestaties zijn educatief partner-

schap en onderwijsondersteunend gedrag van ouders thuis (onderwijskundig partner-

schap).

Daarbij besteedt de gemeente Rotterdam in het project Ouderbetrokkenheid expliciet

aandacht aan intakegesprekken/startgesprekken en de rol van ouders bij de keuze en

wisselmomenten in de schoolloopbaan van hun kinderen: hun betrokkenheid bij de

keuze van een school, profiel, sector en vervolgopleiding.

Wanneer een leerling op een school wordt ingeschreven vindt een gesprek plaats

tussen ouders, school en eventueel de leerling. Er worden afspraken gemaakt over wat

school, ouders en leerling van elkaar mogen verwachten en waarop ze aanspreekbaar

zijn. 13 Belangrijk is dat tussen ouders en school een open relatie ontstaat die bijdraagt

aan de ontwikkeling van het kind.

School-oudercontracten kunnen helpen om de ouderbetrokkenheid te vergroten. De

afspraken uit het startgesprek kunnen worden vastgelegd in een contract. De school

bepaalt of zij ouders een dergelijk contract laat ondertekenen. Ouders kunnen daar

ook zelf om vragen.

School-oudercontactpersonen en ouderconsulenten kunnen een rol spelen om de

relatie tussen school en ouders te verstevigen op scholen met leerlingen uit wijken

12 Projectplan Ouderbetrokkenheid. Programma Beter Presteren . Oktober 2011.

13 Uitgangspunten voor partnerschap ouders en school zijn gebaseerd op de resultaten van opvoedde-

batten die in Rotterdam zijn georganiseerd in het kader van het Rotterdams Onderwijsbeleid 2006-

2010. Ouders zorgen er bijvoorbeeld voor dat hun kind voldoende Nederlands spreekt, voordat het

naar de basisschool gaat en dat zij regelmatig met de school bespreken hoe het met hun kind gaat.

Scholen informeren ouders over de school en de schoolresultaten van hun kind. Zij betrekken ou-

ders bij keuzemomenten in de schoolloopbaan: de overgang aar een andere school, profielkeuze, be-

roepsrichting of bij een doorverwijzing naar het speciaal onderwijs.

Page 37: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

30

met een sociale achterstand. Schoolbesturen ondersteunen deze functionarissen met

opleiding en begeleiding.

Resultaten

Concreet levert het Rotterdamse project Ouderbetrokkenheid de volgende resultaten

op:14

‘mindset’ ouderbetrokkenheid Rotterdam (informatie naar alle scholen, menu-

kaart van interventies), maatwerk op scholen (advies op maat voor scholen, kwali-

teitskaders), themarondes ouderbetrokkenheid Rotterdam (inhoudelijke verdieping,

ambassadeurs, speciale aandacht MBO), versterking bestaande initiatieven ouderbe-

trokkenheid (o.a. topklasse, groep nul, kwaliteitssprong op zuid, initiatieven deelge-

meente Hoogvliet e.a.), aanzet voor aanpak moeilijk bereikbare ouders (samenwer-

king met zorg, diversiteit in aanpak), advies ten aanzien van subsidieverlening

(ouderbetrokkenheid, ouderconsulenten en schooloudercontactpersonen), resultaatme-

ting over het project gericht op verhoging onderwijsresultaten.

2.4 Samenvattend

Ouders en school hebben een gezamenlijk belang: zo gunstig mogelijke voorwaarden

scheppen voor de ontwikkeling en het leren van kinderen. Ouders beschikken over

kennis van hun kinderen en kennen meestal het beste de kansen en bedreigingen voor

hun kind. Scholen zouden gebruik moeten maken van de kennis van ouders om de

onderwijsresultaten te verbeteren. Dit betekent op basis van vertrouwen en hoge

verwachtingen intensief samen te werken bij de opvoeding en het realiseren van ho-

ge(re) onderwijsprestaties van de kinderen.

De gemeente Rotterdam heeft er voor gekozen om een kwaliteitssprong in het onder-

wijs te maken met de ouders als educatieve ‘schoolpartners’ van de scholen en de

onderwijsondersteuning van ouders thuis te stimuleren. Dit vereist een cultuurveran-

dering.

Het Rotterdamse perspectief op partnerschap van ouders en school is gericht op de

positie van de ouder als ‘schoolpartner’. De individuele rechthebbende positie van

ouders, de positie van ouders als lid van ‘ouder-ouderverbanden’, de vrijwilligershulp

van ouders op school, het betrekken van ouders bij de besluitvorming (over de boog-

de innovaties bij ouderbetrokkenheid) op school en de participatie van ouders in de

samenwerking met de buurt als belangrijk onderdeel van een pedagogische infrastruc-

14 Projectplan Ouderbetrokkenheid. Programma Beter Presteren. Oktober 2011.

Page 38: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

31

tuur vallen buiten het beeld van het project ouderbetrokkenheid in het programma

Beter Presteren.

De producten van het Rotterdamse project ouderbetrokkenheid zijn: discussies, in-

formatie en adviezen over ouderbetrokkenheid, aanzet tot de aanpak van moeilijk

bereikbare ouders en van de resultaatmeting verhoging van onderwijsresultaten.

Page 39: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam
Page 40: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

33

3 Onderzoeksopzet

3.1 Inleiding

Paragraaf 3.2 geeft een beschrijving van de aanleiding en het doel van het onderzoek.

In paragraaf 3.3 komt de centrale vraagstelling aan de orde. De onderzoeksopzet en

-uitvoering wordt besproken in paragraaf 3. 4. In paragraaf 3.5 ten slotte, wordt de

verdere opbouw van het rapport beschreven.

3.2 Aanleiding en doel van het onderzoek

Aanleiding

Het Rotterdamse beleid is er op gericht om scholen in samenwerking met de ouders

de talenten van kinderen optimaal te laten ontwikkelen. Er is op dit gebied veel on-

derzoek verricht dat laat zien dat ouderbetrokkenheid positieve effecten heeft, maar

het ontbreekt aan een analyse wat onderwijsondersteunend gedrag van ouders thuis en

educatief partnerschap voor de leerprestaties kan betekenen in een multiculturele,

grootstedelijke context.

Doel

Doel van het onderhavige onderzoek vast te stellen welke beleidsaanpak wat betreft

ouderbetrokkenheid leidt tot hogere onderwijsprestaties, of de Rotterdamse aanpak op

scholen en bij ouders is ‘geland’, wat de ervaringen zijn in vergelijking met de ouder-

betrokkenheid met andere scholen in Nederland.

3.3 Centrale vraagstelling

Voortvloeiend uit het voorafgaande kan de centrale vraagstelling van het onderzoek

als volgt worden geformuleerd:

1. Wanneer leidt beleid om onderwijsondersteunend gedrag van ouders en educatief

partnerschap tussen ouders en school te optimaliseren, in een multiculturele groot-

stedelijke context, tot aantoonbaar hogere onderwijsresultaten; wat zijn de succes-

factoren?

2. Landt de Rotterdamse aanpak op scholen? Herkennen ouders de Rotterdamse

aanpak en wat zijn hun ervaringen?

Page 41: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

34

3. In welke mate zij er verschillen tussen Rotterdamse scholen en de rest van Neder-

landse scholen wat betreft het stimuleren van de betrokkenheid van ouders bij het

onderwijs van hun kinderen?

4. Hoe is het oordeel over de kwaliteit van de relatie ouders en school?

5. Leidt het Rotterdamse beleid ten aanzien van ouderbetrokkenheid tot hogere on-

derwijsresultaten?

6. Wat kan verbeterd worden in de Rotterdamse aanpak?

De onderzoeksvragen worden uitgesplitst naar schoolsoort (bao en vo). Zie Schema 3.1.

Schema 3.1 – Overzicht specificatie onderzoeksvragen Rotterdams beleid wat betreft

de relatie ouders en school naar bao en vo

Ouderbetrokkenheid

(Rotterdam en landelijk)

Deel Onderdeel po vo

Literatuuronderzoek

Deel A Wanneer leidt beleid om onderwijsondersteunend gedrag van

ouders en educatief partnerschap tussen ouders en school te optimaliseren in een multiculturele, grootstedelijk context tot

aantoonbaar hogere onderwijsresultaten? Wat zijn de succes-

factoren?

x x

Surveyonderzoek

Deel B Landt de Rotterdamse aanpak op scholen?

In welke mate zijn er verschillen tussen Rotterdamse scholen

en de rest van Nederlandse scholen wat betreft het stimuleren

van de betrokkenheid van ouders bij het onderwijs van hun

kinderen? Herkennen ouders de Rotterdamse aanpak en wat

zijn hun ervaringen?

x x

Deel C Hoe is het oordeel over de kwaliteit van de relatie ouders en

school?

x x

Deel D Leidt het Rotterdamse onderwijsbeleid ten aanzien van ouder-

betrokkenheid tot hogere onderwijsresultaten? Wat kan verbe-

terd worden aan de |Rotterdamse aanpak?

Deel E Achtergrondgegevens x x

Page 42: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

35

3.4 Onderzoeksopzet en /uitvoering

3.4.1 Literatuurstudie

Om een antwoord te geven op de vraag wanneer het beleid om onderwijsondersteu-

nend gedrag van ouders en educatief partnerschap tussen ouders en school te optima-

liseren in een multiculturele, grootstedelijk context leidt tot aantoonbaar hogere on-

derwijsresultaten én wat de succesfactoren zijn, is een internationale literatuurstudie

uitgevoerd.

De literatuurstudie borduurde voort op ITS-onderzoeken naar het functioneren van

ouderbetrokkenheid in Rotterdam (Smit & Driessen, 2002; Smit, Driessen & Does-

borgh 2004) en de bevindingen van de Kenniswerkplaats (Lusse, 2011, 2012).15

De

onderhavige studie richt zich op de basisschoolfase en voortgezet onderwijs. Het

onderzoek is gefocust op de ervaringen in de afgelopen twee decennia, waarbij de

volgende werkwijze wordt gehanteerd:

Er is in de literatuur gezocht rond de thema’s ‘onderwijsondersteunend gedrag’ en

‘educatief partnerschap in een multiculturele, grootstedelijke context’ en de ‘leer-

prestaties van leerlingen’. Deze zoektermen, combinaties daarvan en hun Engelsta-

lige equivalenten vormden de input voor de searches.

De literatuurstudie was gericht op Nederland, België (Vlaanderen), Engeland,

Zweden, Denemarken, Finland, Noorwegen, Canada en de Verenigde Staten. Voor

deze landen is gekozen, omdat met name in de VS veel onderzoek is verricht en

anderzijds omdat de situatie in deze landen op bepaalde aspecten vergelijkbaar, dan

wel juist interessant is vanwege een lange traditie.

Voor de selectie van de op te nemen studies zijn de volgende criteria aangehouden:

het moet om wetenschappelijk onderzoek gaan;

het onderzoek moet voldoen aan gangbare methodologische criteria, met duidelijk

omschreven begrippen van ouderbetrokkenheid, ouderparticipatie, onderwijsonder-

steunend gedrag van ouders en educatief partnerschap tussen ouders en school.

15 De Kenniswerkplaats Rotterdams Talent is in 2010 is opgericht door de Erasmus Universiteit en de

gemeente Rotterdam en bestaat verder uit de Hogeschool Rotterdam, Hogeschool INHolland, de

CED-groep, Zadkine, Albeda en de dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving van de gemeente Rot-

terdam.

Page 43: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

36

Analyse en beschrijving

Bij de analyse en beschrijving van de literatuursearch naar de effecten van het stimu-

leren van onderwijsondersteunend gedrag en educatief partnerschap van ouders en

school in een multiculturele, grootstedelijke context is gebruik gemaakt van eerder

gepubliceerde overzichtsstudies, omdat op deze wijze resultaten van (zeer) veel af-

zonderlijk studies op een efficiënte wijze kunnen worden samengebracht. De litera-

tuurstudie biedt een interpretatiekader voor de resultaten van het onderzoek onder

schoolleiders en ouders.

3.4.2 Survey onder schoolleiders en ouders

Om een antwoord te geven op de vraag of het Rotterdamse beleid om onderwijson-

dersteunend gedrag van ouders en educatief partnerschap tussen ouders en school te

stimuleren landt op scholen en wat de ervaringen van directies en ouders zijn, zijn

websurveys gehouden onder schoolleiders in het bao en het vo én ouders van kinde-

ren die de basisschool en het voortgezet onderwijs bezoeken.

Onderzoeksgroep

Het ITS heeft alle directies van scholen bao (190) en vo (75) in Rotterdam via het

scholenbestand van JOS, Gemeente Rotterdam aangeschreven en benaderde daarnaast

directies van scholen in de rest van Nederland (1.500) via het ITS – Scholenpanel.

Ouders met kinderen in basisonderwijs en voortgezet onderwijs zijn benaderd via het

ITS-Ouderradenpanel (2.500) en de LinkedIn-groepen Ouders, school en buurt en

Actief Ouderschap (circa 1.000).

Onderzoeksinstrument

Voor het verkrijgen van de gegevens is gebruik gemaakt van een korte vragenlijsten

met gesloten vragen en een enkele vraag met een open antwoordcategorie.

Te verzamelen informatie

De te verzamelen informatie bij directies en ouders had betrekking op:

De mate waarin het Rotterdamse beleid is ‘geland’ op scholen. De mate waarin er

verschillen zijn tussen Rotterdamse scholen en de rest van Nederlandse scholen wat

betreft het stimuleren van de betrokkenheid van ouders bij het onderwijs van hun

kinderen (Schema 1, deel B)

Hoe houden scholen/leraren rekening met de verschillende achterliggende opvat-

tingen van ouders over de betekenis van de school voor hun kinderen en voor zich-

zelf?

Page 44: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

37

Welke verschillende strategieën hanteren leraren richting ouders om afstemming,

communicatie en wederzijdse steun te realiseren? Hoe stimuleren scholen/leraren

onderwijsondersteunend gedrag van ouders en educatief partnerschap tussen ouders

en school?

Wat is de perceptie van de gerealiseerde effecten?

Het oordeel over de kwaliteit van de relatie ouders en school (Schema 1, deel C)

Wat is het oordeel wat betreft:

Onderwijsondersteunend gedrag van ouders?

Educatief partnerschap tussen ouders en school?

De mate waarin het Rotterdamse beleid leidt tot hogere onderwijsresultaten. Wat

verbeterd kan worden aan de|Rotterdamse aanpak (Schema 1, deel D)

Cultuur: visie op met elkaar omgaan in kader van ouderbetrokkenheid.

Structuur: afspraken, procedures, overlegstructuren en verantwoordelijkheden.

Bereidheid: bereidheid om gezamenlijk het samenwerkingsproces aan te gaan.

Vaardigheid: de vaardigheid waarmee betrokkenen omgaan in kader van ouderbe-

trokkenheid.

Achtergrondgegevens (Schema 1, deel E)

Scholen: schoolsoort, schooltype, aantal leerlingen en denominatie, BRIN-nummer.

Ouders: geslacht, leeftijd, hoogst genoten afgeronde opleiding van de ouder.

Respons en verloop van het veldwerk

In de periode van 28 mei tot en met 1 augustus hadden ouders en schoolleiders de

mogelijkheid om de online vragenlijst in te vullen. Om de respons te verhogen is in

overleg met de opdrachtgever besloten om op 11 juni een iPad te verloten onder de

respondenten en is een verzoek gestuurd naar onderwijsconsulenten en contactperso-

nen van scholen in Rotterdam om ouders te stimuleren mee te werken aan het onder-

zoek. Op 18 juni is een rappel naar de scholen in Rotterdam uitgegaan. Vanaf 22 juni

zijn directies van scholen in Rotterdam gebeld met het verzoek om mee te werken aan

het onderzoek.

In Tabel 3.1 en Tabel 3.2 staat de opbouw van de respons onder ouders en de school-

leiders weergegeven.

In totaal zijn er 691 ouders aan de vragenlijst begonnen. Hiervan heeft in totaal 593

ouders (86 procent) de vragenlijst volledig afgerond. De vragen over de achtergrond-

gegevens van de respondenten zijn achteraan de vragenlijst geplaatst. Omdat niet alle

respondenten de vragenlijst volledig hebben ingevuld, sommigen zijn voortijdig ge-

Page 45: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

38

stopt, is het mogelijk dat de vragen aan het begin van de vragenlijst door meer res-

pondenten zijn beantwoord dan de vragen aan het eind van de vragenlijst.

Tabel 3.1 – Opbouwen achtergrondgegevens respons ouders

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam Landelijk Rotterdam Landelijk

Afgerond totaal begonnen 77 383 48 183

vragenlijst volledig afgerond 88% 85% 81% 89%

Geslacht Man 12% 23% 41% 23%

Vrouw 88% 77% 59% 77%

totaal (n=100%) 69 331 39 163

Opleiding ouders lager onderwijs 7% 1% 5% 0%

Praktijkonderwijs 1% 0% 3% 0%

Vmbo 7% 0% 0% 4%

Havo 7% 2% 5% 5%

vwo/ gymnasium 0% 0% 0% 1%

Mbo 35% 9% 31% 9%

Hbo 23% 47% 28% 47%

Universiteit 19% 40% 28% 35%

totaal (n=100%) 69 331 39 163

Leeftijd ouders 30 jaar of jonger 15% 1% 0% 0%

31 - 35 jaar 21% 12% 0% 1%

36 - 40 jaar 35% 33% 16% 2%

41 - 45 jaar 16% 34% 26% 29%

46 - 50 jaar 10% 16% 32% 41%

51 - 55 jaar 3% 5% 16% 23%

56 jaar of ouder 0% 1% 11% 4%

totaal (n=100%) 68 329 38 161

Leeftijd kind 4 - 6 jaar 34% 30%

7 - 9 jaar 42% 39%

10 - 12 jaar 25% 30% 4% 9%

13 - 14 jaar 1% 25% 41%

15 - 16 jaar 54% 32%

17 – 19 jaar 17% 18%

totaal (n=100%) 77 383 48 183

Page 46: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

39

Het merendeel van de respondenten is vrouw en heeft een hbo- of universitaire ople i-

ding afgerond, landelijk is dit in beide onderwijssectoren meer dan 80 procent. Ter

vergelijking: in 2009 had 27 procent van de 15- tot 65-jarigen in Nederland een hbo-

of wo-diploma. Daarnaast had 68% een startkwalificatie, dat wil zeggen minimaal

een diploma van mbo-niveau 2 of een havo-, vwo-diploma. Dit betekent dat de dee l-

nemende ouders aan het onderzoek hoger opgeleid zijn dan de gemiddelde ouder en

daardoor niet helemaal representatief zijn voor alle ouders in Nederland. 16 In Rotter-

dam is het aandeel mbo-opgeleide respondenten groter, ruim een derde heeft een

mbo-diploma.

Van de ouders met kinderen in het basisonderwijs is de grootste groep (twee derde)

tussen de 36 en 45 jaar, in Rotterdam is de grootste groep (de helft) tussen de 31 en

41 jaar. De groep met kinderen in het voortgezet onderwijs is landelijk en in Rotter-

dam het grootst (ruim twee derde) tussen de 41 en 50 jaar.

Het onderzoek onder ouders in Rotterdam en de rest van Nederland is niet (helemaal)

representatief en geeft daarmee een indicatie voor het functioneren van de ouderbe-

trokkenheid in Rotterdam en in de rest van Nederland.

In Tabel 3.2 staan de achtergrondkenmerken van de deelnemende schoolleiders. In

totaal zijn 715 schoolleiders aan de vragenlijst begonnen en hebben 579 deze vragen-

lijst voltooid (81 procent).

16 Centraal Bureau voor de Statistiek (2010). Jaarboek onderwijs in cijfers 2010. Den Haag.

Page 47: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

40

Tabel 3.2 – Opbouwen achtergrondgegevens respons schoolleiders

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam Landelijk Rotterdam Landelijk

Afgerond totaal begonnen 63 538 21 93

vragenlijst volledig afgerond 98% 81% 90% 66%

Denominatie: openbaar 44% 34% 14% 31%

rooms-katholiek 21% 28% 5% 23%

protestants-christelijk 24% 24% 48% 22%

overig bijzonder 11% 13% 33% 25%

totaal (n=100%) 63 538 21 93

Aantal leerlingen 150 leerlingen of minder 17% 29% 14% 4%

151 - 300 leerlingen 48% 48% 19% 16%

301 - 450 leerlingen 25% 14% 29% 12%

451 - 600 leerlingen 10% 6% 10% 8%

601 - 1.000 leerlingen 0% 1% 5% 16%

1.000 leerlingen of meer 0% 2% 24% 44%

totaal (n=100%) 63 538 21 93

In Rotterdam hebben van de 190 po-scholen en 75 vo-scholen respectievelijk 63 en

21 schoolleiders deelgenomen. Dit is een responspercentage van ongeveer 33 ( po) en

28 (vo) procent. Dit responspercentage is een benadering, het is mogelijk dat meerde-

re mensen per school de vragenlijst hebben ingevuld. Het was niet mogelijk om meer

dan drie keer per IP-adres in te vullen. De respons is niet helemaal representatief en

geeft een indicatie voor de visie van directies op ouderbetrokkenheid.

De meeste respondenten van scholen in het basisonderwijs hebben een omvang van

151 tot 300 leerlingen. Respondenten uit het voortgezet onderwijs zijn over het alge-

meen werkzaam op scholen met meer leerlingen. Landelijk is bijna de helft van de

respondenten werkzaam op een school met 1.000 leerlingen of meer, in Rotterdam is

dit bijna een kwart.

Page 48: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

41

3.5 Verdere opbouw van het rapport

In de volgende hoofdstukken van deze rapportage worden vanuit de literatuurstudie

eerst de succesfactoren voor het optimaliseren van de relatie ouders-school en het

verbeteren van de onderwijsprestaties besproken. Vervolgens passeren de resultaten

van de surveys de revue.

Page 49: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam
Page 50: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

43

4 Succesfactoren optimaliseren relatie

ouders-school en verbeteren

onderwijsprestaties

4.1 Inleiding

We schetsen in paragraaf 4.2 de voorwaarden voor het optimaliseren van het partner-

schap ouders en school in een multiculturele, grootstedelijk context. In paragraaf 4.3

beschrijven we de succesfactoren voor het optimaliseren van de relatie ouders-school

en verbeteren van onderwijsprestaties. In paragraaf 4.4 beschrijven we de inzet van

instrumenten. In paragraaf 4.5 vatten we het hoofdstuk samen.

4.2 Voorwaarden optimaliseren partnerschap relatie ouders -school en verbete-

ren onderwijsprestaties

De volgende vier voorwaarden kunnen worden onderscheiden voor het optimaliseren

van het partnerschap ouders-school in een multiculturele, grootstedelijk context (Ep-

stein e.a. 2002; Epstein e.a. 2009; Hill & Tyson, 2009; Van der Hoek & Pels, 2006;

Wissema, Bouts & Rutgers, 1996; Smit e.a., 2008) :

1. De wijze waarop betrokkenen met elkaar omgaan in het kader van het partner-

schap (partnerschapscultuur)

Lager opgeleide ouders voelen zich doorgaans minder op hun gemak op school en

hebben meer moeite om hun betrokkenheid te tonen en een partnerschapsrelatie met

de school aan te gaan dan hoger opgeleide ouders. Leerlingen van lager opgeleide

ouders kunnen daardoor doorgaans weinig voordelen putten uit de beperkte contacten

tussen hun ouders en de school (Lareau, 2003; Booijink, 2007). Het versterken van

onderlinge oudercontacten, het intensiveren van sociale controle en het gebruik ma-

ken van sociaal kapitaal rond kinderen van lager opgeleide ouders heeft veelal posi-

tieve effecten op de opvoeding en de onderwijsresultaten (Ainsworth 2002; Warren et

al. , 2009). Scholen die een ‘open-deur-beleid’ voeren en actief contact zoeken met

ouders, kunnen helpen de drempel voor lager opgeleide ouders te verlagen om te

participeren (Epstein e.a., 2009).

Page 51: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

44

2. De mate waarin afspraken, procedures, overlegstructuren en verantwoordelijkh e-

den duidelijk zijn (partnerschapsstructuur)

Effectieve inzet op ouderbetrokkenheid vraagt om partnerschap met ouders en inte-

gratie van ouderbetrokkenheid in het schoolbeleid. Dit verreist van scholen dat zij

helder zijn in hun verwachtingen en een ‘oudervriendelijk’ klimaat weten te creëren.

Intakegesprekken en inloopochtenden bieden leerkrachten mogelijkheden ouders als

partners aan te spreken, een vertrouwensband te ontwikkelen (vgl. De Wit, 2006) en

ouders te informeren over onderwijsondersteunend gedrag thuis en het belang als

‘rolmodel’ voor het verhogen van leerresultaten van hun kinderen (Desforges &

Abouchaar, 2003; Hoover‐Dempsey e.a., 2005; Epstein e.a. 2009).

3. De mate waarin betrokkenen bereid zijn het samenwerkingsproces gezamenlijk

aan te gaan (partnerschapsbereidheid)

Internationale literatuur met betrekking tot ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie

geeft aanwijzingen dat het vergroten van ouderbetrokkenheid bij het onderwijs in het

algemeen, en in het bijzonder voor moeilijk bereikbare ouders, wordt vergroot door

als schoolteam: 1. Nadrukkelijk rekening te houden met de achtergronden, wensen en

(wederzijdse) verwachtingen van de ouders. 2. Ouders minder als leveranciers van

leerlingen en meer als serieuze partners te beschouwen met een eigenstandige inbreng

bij de opvoeding in het omgaan met waardenoverdracht en waardenstimulering. 3.

Duidelijk aan te geven wat men van ouders verwacht wat betreft opvoeding en waar-

denoverdracht. 4. Open te staan voor elkaars culturele en religieuze achtergronden. 5.

Onderwijs en opvoeding als gezamenlijke taak en verantwoordelijkheid te zien. 6.

Moeilijk bereikbare ouders nadrukkelijk uit te dagen om een bijdrage te leveren aan

de ontwikkeling van de kwaliteit van de school en daarmee hun verantwoordelijk

voor de school en de samenleving tot uitdrukking brengen (Smit e,.a., 2007; Epstein

e.a., 2009). In het basisonderwijs zijn de contacten tussen ouders en school intensie-

ver dan in het voortgezet onderwijs. Meer dan de helft van de leerlingen in het voort-

gezet onderwijs vindt het belangrijk dat hun ouders worden betrokken bij hun vorde-

ringen en bijna de helft van de leerlingen vindt het belangrijk dat hun ouders wel eens

op school komen. De helft van de leraren in het voortgezet onderwijs vindt dat ouders

voldoende tijd maken voor de school. Ouders (ook in het voortgezet onderwijs) geven

aan het belangrijk te vinden om op de hoogte te zijn van wat er gebeurt op school.

Voor lager opgeleide ouders is de drempel om de school in voortgezet onderwijs te

bezoeken hoger. Deze ouders reageren doorgaans positief als leraren het initiatief

nemen voor contact (Smit e.a., 2011).

Page 52: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

45

De mate waarin de ouders ervaren dat hun kind hun bemoeienis waardeert is van

belang voor hun betrokkenheid thuis. Leerlingen in het voort gezet onderwijs zullen

hun ouders eerder toelaten in het schoolwereld als zij een positieve reactie verwach-

ten (Epstein e.a. 2009; Lusse, 2011).

De vaardigheid waarmee de betrokkenen met elkaar omgaan in het kader van de

partnerschap (partnerschapsvaardigheid).

Ouders die een autoritaire opvoedingsstijl hanteren verwachten van hun kinderen

strikte gehoorzaamheid en respect, in plaats van dat de opvoeding gericht is het ont-

wikkelen van autonomie en zelfvertrouwen (Elderling, 2003). Vooral een autoritatie-

ve opvoedstijl van ouders (warmte bieden, grenzen stellen, gezaghebbend, maar niet

autoritair optreden) en het bekrachtigen van goed gedrag, bemoediging, voorbeeldge-

drag en instructie draagt bij aan schoolsucces. Het is belangrijk dat ouders laten mer-

ken dat zij de schoolloopbaan van het kind belangrijk vinden en daarover thuis praten

en meedenken. Dat heeft niet alleen een positief effect op de schoolresultaten, maar

leidt ook tot minder spijbelen en minder schooluitval (Driessen, G., & Smit, F., 2007;

Desforges & Abouchaar, 2003).

De mate en vorm van betrokkenheid worden volgens Desforges sterk beïnvloed door

het sociale herkomstmilieu, de opleiding van de moeder, materiële deprivatie, de

psycho-sociale gezondheid van de moeder, het opgroeien in een eenoudergezin, en –

maar minder – etniciteit (Smit e.a., 2007; Driessen, G., & Smit, F. , 2007; Desforges

& Abouchaar, 2003; Lee & Bowen, 2006).

Volgens een vijfde van de schoolleiders in het basisonderwijs zijn leerkrachten niet

capabel om ouders uit lagere sociale milieus te betrekken bij het onderwijs (Smit e.a.,

2007). Verschillen in opvattingen over professioneel onderwijs en de rol van de ‘idea-

le’ ouder liggen hieraan ten grondslag (Booijink 2007; Crozier 2001). Niet alleen

ouders, maar ook leraren en andere medewerkers in de school zullen toegerust moe-

ten worden om een dergelijk partnerschap aan te gaan (Epstein e.a. 2002, 2009; Ho-

over‐ Dempsey e.a., 2005; Smit e.a., 2008).

De relaties tussen deze factoren staan afgebeeld in Figuur 4.1. De vraag óf deze vier

elementen elkaar stimuleren dan wel tegenwerken, wordt mede bepaald door omge-

vingsfactoren, c.q. de gemeenschap (Smit & Driessen, 2005).

Page 53: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

46

Figuur 4.1 – Sleutelbegrippen in verband met de realisatie van ouderbetrokkenheid

Aan deze vier aspecten liggen attitudes, kennis en vaardigheden van de individuele

partners ten grondslag. Relevant is ook dat partnerschap functioneert in een bepaalde

institutionele en maatschappelijke context.

4.3 Kritische succesfactoren optimaliseren relatie ouders -school en verbeteren

onderwijsprestaties

Partnerschap in de relatie ouders en school impliceert samenwerking tussen verschil-

lende partijen met uiteenlopende perspectieven. Aan de ene kant het perspectief van

de betrokken scholen met verschillen in functie van de onderwijsinstelling (onder-

wijs, opvang, ontwikkelingsstimulering, opvoedingsondersteuning) , waarbij er ook

verschillen kunnen bestaan tussen de betrokkenen van de schoolteams. Aan de andere

kant de ouders, met ook hier mogelijk verschillen qua leeftijd en qua sociaal-etnische

achtergrond.

Draagvlak creëren voor geïntegreerde planmatige aanpak

Het bevorderen van ouderbetrokkenheid gaat de hele schoolgemeenschap aan en zou

daarom uitgewerkt dienen te worden in interventieplannen op basis van een behoefte-

analyse en het vaststellen van wederzijdse prioriteiten, waarbij schoolbrede bronnen

worden benut en waarbij aandacht is voor het creëren van draagvlak binnen het

schoolteam (Epstein e.a., 2002, 2009). Geïsoleerde, ad hoc activiteiten met betrekking

tot de stimulering van samenwerkingsrelaties en verbeteren van leerprestaties leveren

doorgaans weinig succes open. Het gaat met andere woorden om een geïntegreerde

partnerschaps-

structuur

partnerschaps-

cultuur

bereidheid tot

partnerschap

vaardigheid in

partnerschap

realisatie

ouder-

betrokkenheid

Page 54: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

47

planmatige aanpak (Bronfenbrenner, 1986; Henderson & Mapp, 2002; Desforges,

2003; Epstein e.a., 2002, 2012; Ho Sui Chu, 2007; Epstein, 1995).

Maatwerk

Het is van belang dat de school rekening houdt met de diversiteit onder ouders en hun

positie binnen de samenleving. Een effectieve aanpak bestaat concreet uit de volgen-

de vijf stappen: 1 creëer een actieteam waarin leerkrachten, ouders en lid van de

schoolleiding zitting hebben en dat verantwoordelijk is voor de organisatie, imple-

mentatie en evaluatie van allerlei vormen van ouderbetrokkenheid; 2. verzamel en

verwerf voldoende financiële en sociale ondersteuning; 3. identificeer duidelijke

startmomenten waarbij de huidige en de gewenste praktijken alsook de doelen van

partnerschap worden geëxpliciteerd; 4. ontwikkel een drie jarenplan waarin de doelen

en een samenhangend programma van partnerschap staan beschreven en werk dit uit

in een plan voor het eerste jaar; maak een gezamenlijke planning waarbij het niet

alleen gaat om het product van het planningsproces, maar tevens de aandacht uitgaat

naar planning als gezamenlijke activiteit. 5. Er dienen evaluatiemomenten ingebouwd

te worden : afspraken over de borging van de kwaliteit van de uitvoering, wie de

resultaten beoordeelt, welke criteria worden gehanteerd en wie verantwoordelijk zijn

voor bijstelling. Support vanuit de directie voor het functioneren van de ouder- of

ouderbetrokkenheidscoördinator, als waakhond van ouderbetrokkenheid, is zeer be-

langrijk voor het realiseren van de gestelde doelen. De impact van ouderparticipatie

wordt ook beschouwd als een van de belangrijke componenten dan wel kenmerken

van effectieve scholen (Desforges, 2003; Goodall & Vorhaus, 2011; Epstein, 2009;

Smit et al. 2007).

Kritische succesfactoren

Ouderbetrokkenheid wordt wel beschouwd als een van de belangrijke componenten

dan wel kenmerken van effectieve scholen (Epstein, 2001). De resultaten van onder-

zoeken naar het verband tussen ouderbetrokkenheid en leerprestaties zijn (veelal)

positief in het basisonderwijs (Epstein e.a. 2002) en het voortgezet onderwijs (Hill &

Tyson, 2009). Zo vonden Sacker e.a. (2002) sterke effecten van ouderbetrokkenheid

op de leerprestaties van kinderen in het basisonderwijs. Ook Izzo e.a. (1999) vonden

verschillen in leerprestaties, vooral het gebied van lezen. Met name zijn belang het

onderwijsondersteunend gedrag van ouders thuis, de ouder als rolmodel en de com-

municatie met de school (Desforges & Abouchaar, 2003; Hoover‐Dempsey & Sand-

ler, 2005; Epstein e.a., 2009), het kind ondersteunen bij het maken van studiekeuzes

en bediscussiëren van adequate leerstrategieën (Hill & Tyson, 2009) én het versterken

van onderlinge oudercontacten bij de opvoeding en onderwijs van hun kinderen

(Ainsworth, 2002, Lewis, Kim & Bay, 2010; Warren et al, 2009).

Page 55: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

48

Strategieën

Het schoolteam kan uit verschillende soorten strategieën kiezen: wegen waarlangs

doelstellingen met ouderbetrokkenheid te bereiken. Strategieën die schoolteams han-

teren om ouders te laten participeren bij het onderwijs veronderstellen een visie van

het team op de school als gemeenschap, waarbij ouders een rol kunnen spelen: een

‘grondhouding’ dat onderwijs op school en opvoeding thuis in elkaars verlengde

liggen, dat ouders en leerkrachten gezamenlijke waarden onderschrijven, dat er een

gevoel heerst van saamhorigheid, van een bondgenootschap, c.q. partnerschap met

gemeenschappelijke doelen (Klaassen & Smit, 2001; Harris & Goodall, 2008).

Scholen staan voor de keuze het accent te leggen op:

een individualistische, schoolgeconcentreerde en activiteitgerichte benadering , varië-

rend van ouders informeren over de schoolresultaten tot het uitnodigen van ouders

om mee te beslissen over de beleidsvorming (Epstein, e.a. 2009):

oog te hebben voor specifieke groepen ouders (bijvoorbeeld anderstalige ouders,

moeilijk bereikbare ouders en/of ouders van zorgleerlingen) of juist ook op de al

actieve ouders (Onderwijsraad, 2010); 17

nadruk te leggen op de wederzijdsheid in de relatie tusse n ouders (onderling) en

school. Bijvoorbeeld om voor ouders in ‘praathuiscafés’, ‘koffiekamers’ en ‘ou-

derkamers’ (opvoed)cursussen, opvoeddebatten, opvoedparty’s te organiseren,

ruimte te bieden voor het uitwisselen van ervaringen waarbij onderlinge steun

wordt gestimuleerd. Ook wordt gekeken hoe het opvoeden van kinderen in de

buurt tot een gedeelde verantwoordelijkheid is te maken

(http://www.nji.nl/eCache/DEF/1/32/338.html).

Succesfactoren voor vergroten van ouderbetrokkenheid thuis: ouders weten wat er

van hen verwacht wordt en hebben het gevoel dat hun kind de bemoeienis op prijs

stelt. Succesfactoren en aanbevelingen om ouders vanuit school beter te bereiken:

ouders voelen zich welkom op school, kennen en vertrouwen de leerkracht/mentor

van hun kind, ervaren de relatie met school als wederkerig, ouders zijn trots op hun

kind en zien perspectief voor de schoolloopbaan van hun kind (Epstein e.a. 2009;

Lusse, 2011).

Naast een partnerschapsstructuur, -cultuur, - bereidheid en – vaardigheid (zie paragraaf

4.2.) zijn een goede voorbereiding, informatievoorziening en support de ´driving forces ́

ter verbetering van de partnerschapsrelaties tussen ouders en school (Desforges, 2003;

17 De Onderwijsraad is trouwens van mening dat er te veel tijd, geld en energie gaat naar moeilijk

bereikbare ouders, wat ten koste gaat van het investeren in de al actieve ouders.

Page 56: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

49

Goodall & Vorhaus, 2011; Epstein, 2002; 2009; Lusse, 2011, 2012; Smit et al. 2008). Zie

Schema 4.3.

Voorbereiding

De bereidheid tot partnerschap van leerkrachten en ouders zal groter zijn, als directies

van scholen zich inzetten om elkaar beter te leren kennen. Leerkrachten en ouders

(onderling) zullen (vooral in het begin van het schooljaar) de tijd kunnen nemen om

elkaar wat beter te leren kennen en te praten over welke ideeën er leven over samen-

werking. Informele ouder- en schoolavonden, jaaropeningen en –afsluitingen verster-

ken sociale netwerken van (laag opgeleide) ouders en brengen hen op een uitnodigen-

de wijze in contact met elkaar. De grotere cohesie tussen de ouders versterkt het

sociaal vertrouwen en verhoogt het engagement van met name laag opgeleide ouders

(Fasang, Mangino & Brückner, 2010).

Informeren

Het is van belang dat leerkrachten relevante informatie krijgen over de thuissituatie

van ouders. En ouders op hun beurt de beschikking krijgen over informatie over de

schoolorganisatie: de besluitvormingsstructuur, de spelregels waaraan ouders zich

moeten houden en wat er van hen verwacht wordt als partners van de leerkrachten

(begeleiding van kinderen thuis, belangrijke informatie doorspelen naar school, etc.).

Nieuwe leerkrachten zouden goed geïnformeerd en ingewerkt kunnen worden door

ervaren collega’s. Het is wenselijk dat ouders bij hun entree op school geïnformeerd

worden over de aanpak, de informatie-uitwisseling, de afstemming van opvattingen,

wensen en verantwoordelijkheden die leerkrachten en ouders hebben.

Support

Niet alleen ouders, maar ook leraren en andere medewerkers in de school zullen toe-

gerust moeten worden om een partnerschapsrelatie aan te gaan.

Page 57: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

50

schoolbeleid

draagvlak creëren voor

partnerschapsrelatie

informeren

- visie op ouderbetrokkenheid

- planmatige aanpak

- maatwerk

- kritische succesfactorenvoorbereiding support

Schema 4.3 – Voorwaarden samenwerkingsrelaties allochtone ouders en school

Nadat het beleid is ingevoerd en uitgevoerd zal het schoolteam uiteraard periodiek

moeten nagaan of de doelstellingen bereikt zijn, er belemmeringen moeten worden

opgeruimd en of bijstellingen nodig zijn.

4.4 Samenvattend

In dit hoofdstuk zijn de succesfactoren voor het optimaliseren van de relatie ouder-

school en het verhogen van de onderwijsprestaties besproken.

Ouderbetrokkenheid wordt wel beschouwd als een van de belangrijke componenten

dan wel kenmerken van effectieve scholen. De resultaten van onderzoeken naar het

verband tussen ouderbetrokkenheid en leerprestaties zijn (veelal) positief in het bao

en het vo. In de strategie van scholen om samen met ouders de onderwijsresultaten te

verhogen, spelen de visie op ouderbetrokkenheid, het creëren van draagvlak voor een

geïntegreerde planmatige aanpak en maatwerk een belangrijke rol. Kritische succes-

factoren zijn: onderwijsondersteunend gedrag van ouders thuis, de ouder als rolmo-

del, de communicatie met de school, het kind ondersteunen bij het maken van studie-

Page 58: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

51

keuzes en bediscussiëren van adequate leerstrategieën en het versterken van onderlin-

ge oudercontacten bij opvoeding en onderwijs.

Naast een partnerschapsstructuur, -cultuur, - bereidheid en – vaardigheid zijn een goede

voorbereiding, informatievoorziening en support de ´driving forces ́ ter verbetering van

de partnerschapsrelaties tussen ouders en school.

In het volgende hoofdstuk beschrijven de resultaten van de surveys.

Page 59: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam
Page 60: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

53

5 Resultaten surveys

5.1 Inleiding

In dit hoofdstuk doen we verslag van het vragenlijstonderzoek dat bij ouders en

schoolleiders is uitgevoerd. We gaan in op de kennismaking en de frequentie van

contacten tussen ouders en school. Hoe verlopen deze contacten en welke contactmo-

gelijkheden zijn er? Wat zijn de opvattingen hierover? Welke invloed heeft ouderbe-

trokkenheid en hoe wordt het contact tussen ouders en scholen beoordeeld?

5.2 Kennismaking bij aanmelding

Goed contact begint met een kennismaking. Wanneer ouders hun kind aanmelden op

de school, hoe vindt deze kennismaking dan plaats? Dit is in Tabel 5.1 weergegeven.

Kennismaking vindt volgens zowel de ouders als de schoolleiders nagenoeg altijd op

school plaats. Circa een op de zeven schoolleiders geeft aan dat gesprekken ook bij de

ouders thuis plaatsvinden. In Rotterdam geven verreweg de meeste ouders en school-

leiders aan dat er kennismakingsgesprekken zijn. 18 Dit is landelijk niet altijd het ge-

val, ongeveer 8 procent van de ouders met een kind in het basisonderwijs en ruim een

kwart van de ouders met een kind in het voortgezet onderwijs geeft aan dat er geen

kennismakingsgesprek plaats vindt. Het aandeel schoolleiders dat aangeeft dat er

geen kennismakingsgesprekken plaatsvinden ligt lager. Het is dus mogelijk dat niet

alle ouders van een kennismakingsgesprek op de hoogte zijn.

18 Met het begrip ‘kennismaking’ worden veelal zowel de intakegesprekken als de collectieve kennis-

making als de individuele gesprekken met leerkracht of mentor bedoeld. In Rotterdam is het streven

om met name individuele kennismakingsgesprekken te voeren.

Page 61: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

54

Tabel 5.1 – Kennismakingsgesprekken als kind wordt aangemeld op school

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam Landelijk Rotterdam Landelijk

Ouders

Kennismakingsgesprek op school 95% 90% 98% 72%

Kennismakingsgesprek thuis 5% 7% 2% 3%

Geen kennismakingsgesprek 5% 8% 2% 28%

Ouders (N=100%) 77 383 48 183

Scholen

Bij de aanmelding een kennismakingsgesprek op de

school

98% 99% 95% 86%

Bij de aanmelding een kennismakingsgesprek thuis 11% 19% 10% 14%

Geen kennismakingsgesprek 2% 0% 5% 12%

Scholen (N=100%) 63 526 21 90

Kennismakingsgesprekken kunnen zowel thuis als op school plaatsvinden. De percen-

tages tellen daarom niet op tot 100 procent.

5.3 Frequentie van contacten tussen ouders en school

Aan de ouders en de scholen is gevraagd hoe vaak ze contact hebben. In de volgende

figuren is dit steeds weergegeven.

In Tabel 5.1 zagen we dat er weinig kennismakingsgesprekken bij de ouders thuis

plaatsvinden. Aan de ouders hebben we gevraagd of leraren ook op huisbezoek ko-

men. Figuur 5.1 laat zien dat reguliere huisbezoeken ook niet veel voorkomen.

Page 62: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

55

Figuur 5.1 – Hoe vaak komen leraren volgens de deelnemende ouders op huisbezoek?

Volgens een meerderheid van de deelnemende ouders komt huisbezoek van de leraar

zelden voor. In Rotterdam gaan leraren in het basisonderwijs vaker op huisbezoek

dan in de rest van Nederland. In Rotterdam geeft bijna een kwart van de ouders met

kinderen in het basisonderwijs aan dat leraren eenmaal per jaar op bezoek komen,

landelijk is dit 11 procent. Een enkeling in Rotterdam geeft aan dat leraren een keer

per half jaar of per drie maanden op bezoek komen. In het voortgezet onderwijs komt

dit nagenoeg niet voor.

Huisbezoeken van leraren komen dus weinig voor. Hoe vaak gaan ouders dan op

schoolbezoek? In de volgende figuur staat de frequentie van het aantal keer dat ou-

ders de school zeggen te bezoeken (exclusief halen en brengen).

97%

96%

87%

70%

3%

11%

23%

4%

3% 3%

0% 20% 40% 60% 80% 100%

Landelijk (n=183)

Rotterdam (n=48)

Landelijk (n=383)

Rotterdam (n=77)

voort

gez

et o

nder

wijs

pri

mai

r onder

wijs

Nooit 1 x per jaar 1 x per half jaar tot 1 x per 3 maanden Maandelijks Wekelijks tot dagelijks

Page 63: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

56

Figuur 5.2 – Hoe vaak komen ouders op de school van hun kind (exclusief brengen en

halen)?

In Figuur 5.2 zien we dat voor het basisonderwijs 70 procent van de Rotterdamse

ouders aangeeft wekelijks tot dagelijks op de school van hun kind te komen, tegen 36

procent van de ouders in de rest van het land.

Als de kinderen in het voortgezet onderwijs zitten, bezoeken de ouders minder

frequent de scholen. Ongeveer 79 procent bezoekt de school één keer per half jaar tot

drie maanden. Landelijk bezoekt bijna een vijfde van de ouders de school

maandelijks of vaker. In Rotterdam is dit aandeel kleiner.

In de vorige figuren lieten we de contactfrequentie volgens de ouders zien. De vraag

hoe vaak ouders op school komen, exclusief halen en brengen, hebben we ook aan de

deelnemende schoolleiders voorgelegd. Zie Figuur 5.3.

3%

6%

5%

10%

70%

79%

36%

22%

19%

4%

27%

8%

2%

36%

70%

0% 20% 40% 60% 80% 100%

Landelijk (n=183)

Rotterdam (n=48)

Landelijk (n=383)

Rotterdam (n=77)

voort

gez

et o

nder

wijs

pri

mai

r onder

wijs

Nooit 1 x per jaar 1 x per half jaar tot 1 x per 3 maanden Maandelijks Wekelijks tot dagelijks

Page 64: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

57

Figuur 5.3 – Hoe vaak komen ouders volgens de deelnemende schoolleiders, gemid-

deld bij op school (exclusief brengen en halen)?

Volgens circa 60 procent van de schoolleiders in het basisonderwijs komen de meeste

ouders ongeveer een keer per half jaar of per drie maanden op school. Ongeveer 20

procent geeft aan dat ouders wekelijks tot dagelijks langs komen. Dit is voor school-

leiders uit Rotterdam en uit de rest van Nederland nagenoeg gelijk.

In het voortgezet onderwijs geeft het grootste deel van de schoolleiders aan dat de

meeste ouders halfjaarlijks tot een keer per drie maanden op school komen. In Rotter-

dam geeft 14 procent aan dat ouders maandelijks langskomen. In verband met de lage

respons van Rotterdamse schoolleiders in het voortgezet onderwijs, is het de vraag in

hoeverre dit een representatief beeld geeft.

Bij een vergelijking van de frequentie van schoolbezoeken volgens de ouders (Figuur

5.2) en volgens de schoolleiders (Figuur 5.3) zien we dat ouders hun schoolbezoeken

iets frequenter inschatten dan de schoolleiders. Maar voor het voortgezet onderwijs in

Rotterdam geven de ouders aan minder vaak naar school te komen dan dat ze dit

volgens de schoolleiders doen.

5%

92%

81%

60%

62%

5%

14%

20%

16%

20%

22%

0% 20% 40% 60% 80% 100%

Landelijk (n=86)

Rotterdam (n=21)

Landelijk (n=519)

Rotterdam (n=63)

voort

gez

et o

nder

wijs

pri

mai

r onder

wijs

Nooit 1 x per jaar 1 x per half jaar tot 1 x per 3 maanden Maandelijks Wekelijks tot dagelijks

Page 65: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

58

Is dit verschil opmerkelijk te noemen? De deelnemende ouders hoeven niet perse van

dezelfde scholen te zijn als de deelnemende schoolleiders. Mogelijkerwijs hebben de

ouders toch hun schoolbezoek inclusief halen en brengen ingeschat en mogelijk pra-

ten ouders bij een schoolbezoek sneller met de leraar van hun kind, dan met de

schoolleider. De schoolleider ziet mogelijkerwijs niet elk spontaan ouderbezoek.

Er zijn enkele onderwerpen aan de ouders voorgelegd waar ze tijdens een schoolbe-

zoek met de leraar over praten (zie Tabel 5.2). Bijna twee derde van de Rotterdamse

ouders spreekt met de leraar over het onderwijs van het kind. Landelijk is dit onge-

veer 44 procent. Ruim de helft wisselt van gedachten over de ontwikkeling van het

kind. Op deze onderwerpen is er weinig verschil tussen het bao en het vo.

Minder ouders geven aan dat ze met de leraar over de opvoeding van het kind praten.

In Rotterdam is dit voor het bao en het vo 17 en 13 procent. Voor ouders in de rest

van het land is dit respectievelijk 8 en 3 procent, bijna 10 procent lager. Er is een

significant verschil in het praten over het onderwijs en over de opvoeding van het

kind tussen ouders uit Rotterdam en uit de rest van het land 19.

Tabel 5.2 – Onderwerpen waar in de contacten met de leraar volgens de ouders vaak

over wordt gesproken

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=77)

Landelijk

(n=377)

Rotterdam

(n=47)

Landelijk

(n=181)

Onderwijs van mijn kind 60% 44% 62% 44%

Ontwikkeling van mijn kind 58% 56% 51% 44%

Opvoeding van mijn kind 17% 8% 13% 3%

De percentages in de tabel tellen niet op tot honderd. In deze tabel over onderwerpen waarover gespro-

ken wordt, is alleen de categorie ‘vaak’ weergegeven.

Kortom: In het basisonderwijs komen Rotterdamse ouders vaker wekelijks tot

dagelijks op de school van hun kind en praten ze vaker met de leraar over het onder-

wijs en over de ontwikkeling van hun kind.

19 Variantie-analyse tussen de Rotterdam – Landelijk en onderwerpen waar in contacten met de leraar

over gesproken wordt: onderwijs van mijn kind F=10.9; p<.01; E²=0.02; opvoeding van mijn

kind F=13.3; p<.01; E²=0.02.

Page 66: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

59

5.4 Opvattingen over ouder-school contacten

Hoe staan ouders en schoolleiders ten opzichte van ouder-school contacten? Er zijn

vragen gesteld of leraren welkom zijn bij ouders thuis en ouders welkom zijn op

school (Tabel 5.3 en 3.4) en of ouders en leraren rekening met elkaar houden ( Tabel

5.5 en 5.6).

In Tabel 5.3 staan de opvattingen van ouders over de contacten met de school. Over

het algemeen voelen ouders zich welkom op de school van hun kind (in Rotterdam

iets vaker dan in de rest van het land). Leraren in het basisonderwijs zijn volgens de

ouders over het algemeen eveneens welkom bij ouders thuis , in het voortgezet on-

derwijs is men hier terughoudender over.

Nagenoeg alle ouders vinden het belangrijk om tijd te besteden aan het onderwijs van

hun kind. De meeste ouders geven aan dat de contacten met school goed zijn. Dit is

sterker in het bao en het vo en ouders uit Rotterdam zijn iets positiever over de con-

tacten met school dan ouders uit de rest van het land.

Het aandeel ouders uit Rotterdam dat vindt dat leraren hen stimuleren om bij het

onderwijs van hun kind betrokken te zijn, is groter dan bij ouders uit de rest van het

land. Dit geldt voor zowel bao (75 versus 43 procent) als voor het voortgezet onder-

wijs (50 versus 25 procent).

Tabel 5.3 – Opvattingen van ouders over de contacten met de school

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Ouders Rotterdam

(n=77)

Landelijk

(n=373)

Rotterdam

(n=46)

Landelijk

(n=177)

Ik voel me welkom op de school van mijn kind 92% 82% 76% 74%

Leraren zijn bij mij thuis welkom 83% 85% 54% 73%

Ik vind het belangrijk om tijd te besteden aan het

onderwijs van mijn kind

99% 98% 96% 98%

Contact met school van mijn kind is goed 92% 77% 72% 61%

Leraren stimuleren dat ik betrokken ben bij het

onderwijs van mijn kind

75% 43% 50% 25%

Hoe kijken de schoolleiders hier tegen aan? Bijna alle schoolleiders geven aan dat

ouders welkom zijn op school (zie Tabel 5.4). Meer dan de helft van de schoolleiders

denkt dat leraren welkom zijn bij ouders thuis. Zo goed als alle schoolleiders geven

aan dat het belangrijk is als ouders tijd besteden aan het onderwijs van het kind en

Page 67: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

60

vinden het contact met de ouders goed. De meeste schoolleiders vinden dat leraren de

ouderbetrokkenheid stimuleren.

Tabel 5.4 – Opvattingen van schoolleiders over de contacten met ouders

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Scholen Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=510)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=78)

Ouders zijn welkom op school 98% 99% 100% 97%

Leraren zijn welkom bij de ouders thuis 62% 60% 62% 45%

Leraren vinden het belangrijk dat ouders tijd

besteden aan het onderwijs van hun kind

98% 96% 100% 97%

Contact met de ouders van de kinderen is goed 97% 94% 86% 91%

Leraren stimuleren de ouderbetrokkenheid 78% 83% 76% 65%

Als we de opvattingen van de ouders (Tabel 5.3) en de schoolleiders (Tabel 5.4) met

elkaar vergelijken, dan zien we dat ouders en schoolleiders positiever over zichzelf

oordelen dan over de ander. Het aandeel ouders dat vindt dat leraren bij ouders thuis

welkom zijn, is hoger dan het aandeel schoolleiders die dat vindt. En het aandeel

schoolleiders dat vindt dat leraren ouderbetrokkenheid stimuleren is hoger dan het

aandeel ouders die dat vindt.

Houden ouders en leraren in hun contacten rekening met elkaar? In Tabel 5.5 en

Tabel 5.6 staat of de ouders en de schoolleiders (dat wil zeggen, diens leraren) zelf

rekening houden met de ander. In Tabel 5.7 en 5.8 is weergegeven of ze vinden of de

ander rekening houdt met hen.

In het bao vindt bijna drie kwart van de Rotterdamse ouders dat ze vaak rekening

houden met de ideeën van de leraar over het onderwijs, in de rest van het land is dit

ongeveer twee derde. Iets meer dan de helft van de ouders houdt vaak rekening met

de ideeën van de leraar over de ontwikkeling van het kind.

Ouders zijn minder geneigd rekening te houden met de ideeën van leraren over de

opvoeding. Het aandeel dat hier vaak rekening mee houdt is het hoogst bij Rotter-

damse ouders in het bao (29 procent).

Page 68: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

61

Tabel 5.5 – Aandeel ouders dat aangeeft zelf vaak rekening te houden met ideeën van

leraren

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Ouders Rotterdam

(n=75)

Landelijk

(n=356)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=170)

Ik houd vaak rekening met ideeën van leraren

over onderwijs

71% 66% 55% 51%

Ik houd vaak rekening met ideeën van leraren

over ontwikkeling van mijn kind

61% 56% 48% 46%

Ik houd vaak rekening met ideeën van leraren

over opvoeding van mijn kind

29% 21% 14% 14%

Vinden de schoolleiders dat hun leraren vaak rekening houden met de ouders?

Schoolleiders geven aan (zie Tabel 5.6) dat leraren open staan voor de wensen van

ouders, in het bao vindt de 63 procent van de Rotterdamse schoolleiders dat leraren

dit vaak doen, tegenover drie kwart in de rest van het land. In het vo is dit net omge-

keerd: respectievelijk ruim drie kwart en de helft van de schoolleiders is die mening

toegedaan.

Volgens schoolleiders houden leraren beperkt reke ning met de ideeën van de ouders

over het onderwijs. Tussen een vijfde en een derde geeft aan dat leraren hierin vaak

rekening houden met ouders. Ruim 70 procent van de schoolleiders uit het bao geeft

aan dat leraren vaak rekening houden met de ideeën van ouders over de ontwikkeling

van het kind, in het vo geeft twee derde van de Rotterdamse en de helft van de ouders

uit de rest van het land dit aan. Als het gaat om de opvoeding van het kind, geeft

ongeveer de helft van de schoolleiders aan dat leraren vaak rekening houden met

ouders. In het basisonderwijs verschilt dit nauwelijks tussen Rotterdam en de rest van

het land.

Page 69: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

62

Tabel 5.6 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft dat de leraren van de school vaak

rekening houden met ideeën van ouders

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Scholen Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=490)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=74)

Leraren staan vaak open voor wensen van

ouders

63% 75% 76% 51%

Leraren houden vaak rekening met ideeën van

ouders over onderwijs

24% 36% 29% 26%

Leraren houden vaak rekening met ideeën van

ouders over de ontwikkeling van hun kind

71% 72% 67% 47%

Leraren houden vaak rekening met de ideeën

van ouders over de opvoeding van hun kind

52% 49% 52% 30%

In Tabellen 5.7 en 5.8 is weergegeven in hoeverre de ouders en de schoolleiders vin-

den dat de school/de leraren rekening houden met de wensen van ouders. Het aandeel

ouders dat aangeeft dat leraren vaak rekening met de ouders houdt, staat in Tabel 5.7.

Ouders uit Rotterdam hebben vaker het idee dat leraren reke ning houden met hun

wensen20, dit blijkt ook uit de percentages in Tabel 5.7 voor zowel het bao (57 versus

41 procent) als voor het vo (40 versus 24 procent).

Een derde van de Rotterdamse ouders met een kind in het basisonderwijs vindt dat

leraren vaak rekening houden met hun wensen over het onderwijs. In de rest van het

land en in het vo is dit aandeel iets lager.

In het bao vindt de helft van de Rotterdamse ouders dat leraren vaak rekening houden

met hun ideeën over de ontwikkeling van hun kind, in de rest van het land is dit bijna

twee vijfde. In het vo is hiertussen nauwelijks verschil, daar is het percentage onge-

veer 26 procent. In het bao heeft 44 procent van de Rotterdamse ouders het idee dat

leraren rekening houden met hun ideeën over de opvoeding, landelijk is dit een ruim

kwart en in het vo is dit respectievelijk een 17 (Rotterdam) versus een 9 procent (lan-

delijk).

Voelen de ouders zich vaak serieus genomen door de leraren? In het bao is drie kwart

van de Rotterdamse ouders en bijna twee derde van de ouders uit de rest van het land

deze mening toegedaan. In het vo is dit voor Rotterdam en de rest van het land circa

de helft. 20 Variantie-analyse tussen de Rotterdam – Landelijk. Er is niet getoetst op het verschil binnen de

onderwijssectoren. Leraren staan vaak open voor wensen ouders F=12.2; p<.01; E²=0.03.

Page 70: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

63

Tabel 5.7 – Aandeel ouders dat aangeeft dat leraren vaak rekening met de ouders

houden.

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Ouders Rotterdam

(n=75)

Landelijk

(n=356)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=170)

Leraren staan vaak open voor mijn wensen 57% 41% 40% 24%

Leraren houden vaak rekening met mijn ideeën over

onderwijs

35% 19% 19% 12%

Leraren houden vaak rekening met mijn ideeën over

de ontwikkeling van mijn kind

51% 40% 26% 26%

Leraren houden vaak rekening met mijn ideeën over

de opvoeding van mijn kind

44% 27% 17% 9%

Ik voel me vaak serieus genomen door de leraren 76% 62% 48% 50%

In Tabel 5.8 is weergegeven in hoeverre schoolleiders het idee hebben dat ouders

rekening houden met de leraren van de school. Over het algemeen is het aandeel

schoolleiders dat denkt dat ouders vaak rekening houden met de leraren in het bao

groter dan in het vo. Tussen Rotterdam en de rest van la nd is hierin weinig verschil.

Volgens circa twee derde van de schoolleiders in het bao staan ouders vaak open voor

de wensen van leraren, in het vo is dit ruim de helft. Van de schoolleiders vindt circa

70 procent uit het bao en circa de helft uit het vo, dat ouders vaak rekening houden

met de ideeën van de leraar over het onderwijs en over de ontwikkeling van het kind.

Het aandeel schoolleiders dat denkt dat ouders vaak rekening houden met de ideeën

van leraren over de opvoeding is kleiner, in het bao en het vo schommelt dit rond

tweevijfde tot een derde.

Page 71: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

64

Tabel 5.8 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft dat ouders vaak rekening houden met

de leraren van de school

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Scholen Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=490)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=74)

Ouders staan vaak open voor de wensen van de

leraren

65% 69% 57% 50%

Ouders houden vaak rekening met de ideeën

van de leraren over onderwijs

75% 70% 62% 57%

Ouders houden vaak rekening met de ideeën

van de leraren over de ontwikkeling van hun

kind

67% 72% 52% 55%

Ouders houden vaak rekening met de ideeën

van de leraren over de opvoeding van hun kind

38% 43% 38% 32%

Kortom. Ouders houden doorgaans rekening met de ideeën van de leraar over het

onderwijs, in mindere mate met de visie van de leraar over de ontwikkeling van hun

kind en veel mindere mate met het oordeel van de leraar over de opvoeding.

Omgekeerd nemen leraren de mening van ouders serieus over de ontwikkeling van

hun kind, in mindere mate staan ze open voor hun visie over de opvoeding en in nog

mindere mate voor hun zienswijze over het onderwijs.

5.5 Ondersteuning van ouders bij onderwijs van hun kind

De tabellen 5.9 en 5.10 tonen de activiteiten die ouders vaak ondernemen om het kind

te ondersteunen met het onderwijs.

Page 72: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

65

Tabel 5.9 – Activiteiten die ouders vaak ondernemen om kind met onderwijs te onder-

steunen

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Ouders Rotterdam

(n=74)

Landelijk

(n=353)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=168)

Met kind praten over wat er op school gebeurt 89% 95% 95% 90%

Voorlezen * 72% 72%

Met mijn kind naar bibliotheek gaan 46% 58% 12% 20%

Met huiswerk helpen 69% 51% 31% 40%

Overleggen met leraren om mijn kind thuis te

ondersteunen 46% 30% 26% 20%

* Deze vraag is niet gesteld aan ouders met kinderen in het voortgezet onderwijs

Volgens de overgrote meerderheid van de ouders praten zij met hun kind over wat er

op school gebeurt. Bijna drie kwart van de ouders leest voor. In het bao gaat circa de

helft van de ouders met hun kind naar de bibliotheek en helpen ze met huiswerk (twee

derde in Rotterdam versus de helft in de rest van het land). In het vo is dit aandeel

kleiner. Rond de helft van de Rotterdamse ouders overlegt met leraren om hun kind

thuis te ondersteunen.

Is er contact tussen school en ouders over onderwijsondersteunend gedrag thuis?

Op iets meer dan de helft van de scholen in Rotterdam en landelijk in het bao is er

contact met de ouders over onderwijsondersteunend gedrag thuis. In het vo is het

landelijk minder (28%).

Kortom: er zijn verschillen tussen activiteiten die Rotterdamse ouders vaak onderne-

men om kind met onderwijs te ondersteunen dan in de rest van Nederland. Ouders op

Rotterdamse scholen gaan minder vaak met hun kind maar de bibliotheek dan ouders

in de rest van het land, er is vaker overleg tussen ouders en school om hun kinderen

thuis te ondersteunen en ouders helpen vaker met huiswerk.

5.6 Mogelijkheden tot contact

Tabel 5.11 laat zien van welke contactmogelijkheden ouders op de hoogte van zijn.

Ongeveer een derde van de ouders met kinderen in het bao is op de hoogte van het

dagelijks inloopkwartier. Twee derde van de Rotterdamse ouders geeft aan dat er een

ouderkamer aanwezig is, tegen een op de tien ouders in de rest van het land.

Page 73: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

66

Een minderheid van de ouders geeft aan dat er een vast spreekuur is met de groepsle-

raar/mentor of directie, maar ouders kunnen doorgaans altijd contact met hen opne-

men. Rotterdamse ouders zeggen vaker dat er vaste (ouder)contactpersonen in het bao

aanwezig zijn.

Tabel 5.11 – Contactmogelijkheden waar ouders van op de hoogte zijn

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Ouders Rotterdam

(n=73)

Landelijk

(n=349)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=166)

Dagelijks inloopkwartier voordat school begint * 38% 31%

Ouderkamer * 66% 11%

Vast spreekuur met groepsleraar / mentor 21% 7% 20% 22%

Ouders kunnen altijd contact opnemen met

groepsleraar / mentor

71% 80% 85% 91%

Vast (ouder) contactpersoon 71% 42% 56% 61%

Vast spreekuur met de directie 14% 10% 7% 5%

Ouders kunnen altijd contact opnemen met de

directie

74% 86% 80% 78%

* Deze vragen zijn niet gesteld aan ouders met kinderen in het voortgezet onderwijs

Welke contactmogelijkheden bieden schoolleiders aan? Dit staat in tabel 5.12. De

helft van de schoolleiders geeft aan dat er dagelijks een inloopkwartier is. Ongeveer

een vijfde tot een derde heeft een vast spreekuur met de groepsleraar/mentor en circa

een tiende met de directie. Nagenoeg alle schoolleiders geven aan dat ouders altijd

contact kunnen opnemen. Dit wisselt nauwelijks tussen Rotterdam en de rest van

Nederland.

Page 74: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

67

Tabel 5.12 – Contactmogelijkheden die schoolleiders aanbieden

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Scholen Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=484)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=70)

Dagelijks een inloopkwartier voordat school begint * 51% 52%

Ouderkamer * 56% 13%

Vast spreekuur met groepsleraar / mentor 25% 21% 33% 20%

Ouders kunnen altijd contact opnemen met groepsle-

raar / mentor

90% 88% 86% 97%

Vast (ouder) contactpersoon 70% 46% 90% 71%

Vast spreekuur met directie 13% 10% 10% 7%

Ouders kunnen altijd contact opnemen met

directie

95% 98% 100% 93%

* Deze vragen zijn niet gesteld aan schoolleiders in het voortgezet onderwijs

Kortom. Er zijn een paar verschillen tussen Rotterdamse scholen en de rest van Ne-

derlandse scholen wat betreft de contactmogelijkheden: er is vaker een ouderkamer

aanwezig en er is vaker een vast (ouder) contactpersoon aangesteld.

5.7 De inhoud van het contact

Hoe ziet de inhoud van het contact met leraren eruit volgens de ouders en de direc-

ties? Rotterdamse ouders in het basisonderwijs stellen vaker dan de ouders in de rest

van Nederland dat leraren hen ondersteunen hoe zij thuis hun kind kunnen helpen met

het onderwijs en ook vaker leerstof/oefenstof meegeven.

Tabel 5.13 – De inhoud van het contact met leraren volgens de ouders

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Ouders Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=344)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=167)

Leraren ondersteunen vaak ouders hoe zij thuis

kind kunnen helpen met onderwijs 46% 15% 10% 8%

Ouders voorzien leraren vaak van adviezen over

aanpak van hun kinderen 28% 20% 15% 16%

Leraren maken vaak gebruik van adviezen ouders

over aanpak van hun kinderen 22% 19% 7% 8%

Leraren geven vaak leerstof/oefenstof mee 49% 24% 39% 31%

Page 75: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

68

Schoolleiders in het bao stellen vaker dan hun collega’s in het vo dat leraren de ou-

ders ondersteunen met hoe zij thuis hun kinderen kunnen helpen met onderwijs. On-

geveer één op de vijf geeft aan dat ouders de leraren vaak voorzien met adviezen over

de aanpak van hun kinderen. Circa een derde geeft aan dat leraren hier ook gebruik

van maken. Dit verschilt nauwelijks tussen Rotterdam en de rest van het land.

Leraren in het basisonderwijs in Rotterdam geven volgens schoolleiders (iets) vaker

leer- en oefenstof mee dan hun collega’s in de rest van het land.

Tabel 5.14 – De inhoud van het contact met ouders volgens de schoolleiders

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Scholen Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=483)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

Leraren ondersteunen vaak ouders hoe zij thuis

hun kind kunnen helpen met onderwijs 43% 46% 33% 17%

Ouders voorzien leraren vaak van adviezen over

aanpak van hun kinderen 21% 24% 24% 19%

Leraren maken vaak gebruik van adviezen ouders

over aanpak van hun kinderen 35% 37% 19% 32%

Leraren geven vaak leerstof/oefenstof mee 63% 45% 52% 58%

Kortom. Er zijn een paar verschillen tussen Rotterdamse en de rest van Nederlandse

scholen in het basisonderwijs wat betreft de contactmogelijkheden. Rotterdamse

ouders met kinderen in het basisonderwijs stellen vaker dan de ouders in de rest van

Nederland dat leraren hen ondersteunen hoe zij thuis hun kind kunnen helpen met

onderwijs. Leraren in het basisonderwijs in Rotterdam geven volgens schoolleiders

(iets) vaker leer- en oefenstof mee dan hun collega’s in de rest van het land.

5.8 Invloed ouderbetrokkenheid

Welke invloed kan ouderbetrokkenheid hebben op het onderwijs? Voor de ouders

staat dit in Tabel 5.15, voor de schoolleiders in Tabel 5.16.

Nagenoeg alle respondenten (ouders en schoolleiders in het bao en het vo, landelijk

en in Rotterdam) zijn het er (geheel) over eens dat ouderbetrokkenheid van invloed is

op de ontwikkelingskansen, het welbevinden en de schoolprestaties van het kind.

Page 76: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

69

Of het van invloed is op de taakuitvoering van leraren en op het onderwijs va n de

leraar aan het kind, daarover zijn de respondenten minder eenduidig. Een kwart tot

ongeveer 80 procent van de schoolleiders in het bao en het vo denkt van wel.

Van de Rotterdamse ouders met kinderen in het bao is ruim drie kwart het hier mee

eens, in de rest van het land is dit meer dan de helft. Van de ouders met kinderen in

het vo vindt ongeveer de helft dat ouderbetrokkenheid van invloed is op de taakuit-

voering en het onderwijs van de leraar.

Tabel 5.15 – Aandeel ouders dat (geheel) eens is met stellingen over de invloed van

ouderbetrokkenheid op het onderwijs van hun kind

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Ouders Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=337)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=166)

Ontwikkelingskansen van kind 94% 91% 83% 88%

Welbevinden van kind 96% 92% 78% 89%

Schoolprestaties van kind 94% 85% 80% 81%

Taakuitvoering van leraren 76% 57% 46% 48%

Onderwijs van de leraar aan kind 79% 60% 56% 49%

Tabel 5.16 – Aandeel schoolleiders dat (geheel) eens is met stellingen over de invloed

van ouderbetrokkenheid op het onderwijs

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Scholen Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=477)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

Ontwikkelingskansen van leerlingen 92% 94% 100% 87%

Welbevinden van leerlingen 92% 95% 100% 90%

Schoolprestaties van leerlingen 86% 93% 100% 90%

Taakuitvoering van leraren 78% 79% 76% 71%

Onderwijs van de leraren aan leerlingen 73% 77% 81% 80%

5.9 Samenvattend

Er zijn verschillen in de manieren van communiceren tussen Rotterdamse scholen en

de rest van Nederlandse scholen. Rotterdamse leraren in het basisonderwijs gaan

vaker op huisbezoek dan hun collega’s in de rest van Nederland. Rotterdamse ouders

hebben vaker kennismakingsgesprekken, voelen zich vaker welkom, komen vaker

Page 77: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

70

wekelijks tot dagelijks op de school van hun kind en praten vaker met de leraar over

het onderwijs en over de ontwikkeling van hun kind. Er is ook een ouderkamer aan-

wezig en een vast (ouder) contactpersoon aangesteld.

Rotterdamse ouders met kinderen in het basisonderwijs stellen vaker dan de ouders in

de rest van Nederland dat leraren hen ondersteunen hoe zij thuis hun kind kunnen

helpen met onderwijs. Rotterdamse leraren geven vaker leer- en oefenstof mee dan

hun collega’s in de rest van het land.

Nagenoeg alle ouders vinden het belangrijk om tijd te besteden aan het onderwijs van

hun kind. De meeste ouders geven aan dat de contacten met school goed zijn. Dit is

sterker in het bao en in het vo. Rotterdamse ouders zijn iets positiever over de contac-

ten met school dan ouders uit de rest van het land. Rotterdamse ouders (zowel bao als

vo) vinden vaker dat leraren hen stimuleren om bij het onderwijs van hun kind be-

trokken te zijn.

Een belangrijk element in de afstemming tussen activiteiten van de school en ouders

is hoe leerkrachten, ouders en leerlingen aankijken tegen de opvoedende en onderwij-

zende taken van ouders en leerkrachten. Ouders houden doorgaans rekening met de

ideeën van de leraar over het onderwijs, in mindere mate met de visie van de leraar

over de ontwikkeling van hun kind en veel mindere mate met het oordeel van de

leraar over de opvoeding.

Omgekeerd nemen leraren de mening van ouders serieus over de ontwikkeling van

hun kind, in mindere mate staan ze open voor de visie van ouders over de opvoeding

en in nog mindere mate voor hun zienswijze over het onderwijs.

In het volgende hoofdstuk gaan we in op de resultaten van de surveys over oordelen

over de relatie ouders-school.

Page 78: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

71

6 Oordeel over relatie ouders en

school

6.1 Inleiding

In dit afsluitende hoofdstuk beschrijven we het oordeel van ouders en schoolleiders

over de kwaliteit van de relatie ouders en school, over wat scholen van elkaar kunnen

leren, wat de effecten zijn van het programma Beter Presteren wat betreft de ouderbe-

trokkenheid.

6.2 Beoordeling contacten tussen ouders en scholen

Hoe beoordelen ouders de contacten tussen ouder en school? In tabel 6.1 staat het

gemiddelde rapportcijfer dat de ouders het contact met de school geven. In de tabel is

te zien dat Rotterdamse ouders met kinderen in het bao de contacten een hoger ge-

middeld rapportcijfer geven dan ouders in de rest van het land. De rapportcijfers van

ouders met kinderen in het vo binnen of buiten Rotterdam zijn nagenoeg aan elkaar

gelijk.

Tabel 6.1 – Gemiddelde rapportcijfers van ouders over contacten met de school

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Ouders Rotterdam (n=71)

Landelijk (n=336)

Rotterdam (n=40)

Landelijk (n=166)

Contacten met school van het kind 7,8 7,0 6,7 6,6

Inbreng school in contact 7,4 6,3 6,1 6,0

Eigen inbreng in contact 7,9 7,4 7,2 7,2

Een gemiddeld rapportcijfer kan vertekend worden door extreem hoge en lage rap-

portcijfers. Hoeveel beoordelen het contact als voldoende? In tabel 6.1 staat het aan-

deel ouders dat de contacten met de school als voldoende beoordeelt. Deze groep gaf

een rapportcijfer tussen 6,5 en 10.

Page 79: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

72

Tabel 6.2 – Aandeel ouders dat contacten tussen ouder en school beoordeelt met een

rapportcijfer tussen 6,5 en 10

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Ouders Rotterdam

(n=71)

Landelijk

(n=336)

Rotterdam

(n=40)

Landelijk

(n=166)

Contacten met school van het kind 89% 73% 65% 58%

Inbreng school in contact 79% 55% 53% 43%

Eigen inbreng in contact 93% 85% 75% 80%

Tabel 6.2 toont dat een ruime meerderheid van de ouders in het bao en het vo de

contacten tussen ouders en school als ruim voldoende tot goed beoordeelt. Over de

hele linie geven de Rotterdamse ouders een iets hogere beoordeling wat betreft de

contacten met de school van het kind, de inbreng van de school in het contact en de

eigen inbreng in het contact. Ouders (met uitzondering van Rotterdamse ouders met

kinderen in het po) zijn iets minder positief over de inbreng van de school in het

contact, de helft geeft hiervoor een voldoende.

De beoordeling van de contacten tussen ouder en school door de schoolleiders staat in

tabel 6.3 en 6.4. In 6.3 staat het gemiddelde rapportcijfer dat de schoolleiders aan de

oudercontacten geeft. Over het algemeen geven ze een iets lager gemiddeld rapport-

cijfer dan de ouders. De beoordeling van de oudercontacten door de Rotterdamse

schoolleiders is nagenoeg gelijk aan hun collega’s in de rest van het land.

Tabel 6.3 – Gemiddelde rapportcijfers van schoolleider over contacten met ouders

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Scholen Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=475)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

Contacten van uw school met ouders 7,3 7,4 7,0 7,2

Inbreng van ouders in het contact 6,7 6,9 6,3 6,4

Inbreng van leraren in het contact 7,4 7,4 6,6 6,9

In tabel 6.4 staat het aandeel schoolleiders dat de oudercontacten een voldoende geeft.

Deze tabel toont dat de ruime meerderheid van de schoolleiders de contacten van de

school en de inbreng van de leraren als voldoende tot goed typeert. Over de inbreng

van ouders in het contact zijn schoolleiders wat voorzichtiger, ruim de helft geeft

Page 80: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

73

voor de inbreng van ouders een voldoende. Schoolleiders in het bao in de rest van het

land zijn iets enthousiaster, bijna drie kwart geeft de inbreng van ouders een voldoen-

de.

Tabel 6.4 – Aandeel schoolleiders dat contacten tussen ouder en school beoordeelt

met een rapportcijfer tussen 6,5 en 10

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Scholen Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=475)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

Contacten van uw school met ouders 86% 88% 81% 84%

Inbreng van ouders in het contact 56% 73% 57% 51%

Inbreng van leraren in het contact 86% 88% 62% 70%

En ruime meerderheid van de schoolleiders uit het bao en het vo beoordeelt de con-

tacten tussen ouders en school als ruim voldoende tot goed.

Over de hele linie geven de Rotterdamse schoolleiders een hogere beoordeling wat

betreft de inbreng van de leraren in het contact dan ouders in de rest van het land.

6.3 Leren en geïnspireerd raken

We hebben de schoolleiders een aantal stellingen voorgelegd over wat scholen van

elkaar kunnen leren. Deze stellingen staan in Tabel 6.5.

De meeste schoolleiders zijn het (geheel) met de stellingen eens. Alleen voor de

schoolleiders in het vo in de rest van het land is het aandeel iets kleiner, hier ligt het

aandeel dat het met de stellingen eens is tussen 70 en 80 procent.

Van de overige schoolleiders denkt meer dan 80 procent dat scholen van elkaar kun-

nen leren hoe ze een visie op het omgaan met ouders kunnen ontwikkelen, hoe ze

afspraken met ouders kunnen maken, hoe ze de bereidheid van het schoolteam kun-

nen vergroten om de samenwerking met ouders aan te gaan en over de vaardigheden

in het omgaan met ouders.

Page 81: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

74

Tabel 6.5 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft het (geheel) eens te zijn met stellingen

over wat scholen van elkaar kunnen leren

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Scholen Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=471)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

Hoe een visie te ontwikkelen om met ouders om

te gaan 86% 84% 86% 80%

Hoe afspraken te maken met ouders 90% 83% 86% 70%

Vergroten bereidheid van schoolteam om sa-

menwerking met ouders aan te gaan 86% 85% 76% 71%

Vaardigheid in omgaan met ouders 86% 90% 86% 78%

6.4 Effecten aanpak programma Beter Presteren

Over de effecten van de aanpak van het programma Beter Presteren wat betreft ou-

derbetrokkenheid hebben we aan de Rotterdamse schoolleiders drie stellingen voor-

gelegd. Zijn zij door de aanpak geïnspireerd geraakt? En levert het iets op? Dit staat

in Tabel 6.6.

Tabel 6.6 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft het (geheel) eens te zijn met stellingen

over effecten aanpak Beter Presteren wat betreft ouderbetrokkenheid*

basisonderwijs voortgezet onderwijs

Scholen Rotterdam (n=63) Rotterdam (n=20)

Geïnspireerd bij de keuze van de contacten met

ouders 38% 50%

Geïnspireerd om meer aandacht te besteden aan

contacten met ouders 52% 50%

Aantoonbaar hogere onderwijsresultaten 32% 15%

* Deze stellingen zijn alleen voorgelegd aan respondenten uit Rotterdam

Van de schoolleiders uit het bao en het vo geeft respectievelijk ongeveer 38 en 50

procent aan dat ze door de aanpak van Beter Presteren wat betreft ouderbetrokkenheid

geïnspireerd zijn bij de keuze van de contacten met ouders. In beide onderwijssecto-

ren geeft ongeveer de helft aan dat de aanpak hen inspireerde om meer aandacht te

besteden aan contacten met ouders.

Page 82: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

75

In Tabel 5.15 zagen we dat de meeste schoolleiders van mening zijn dat ouderbetrok-

kenheid kan leiden tot betere onderwijsprestaties. In hoeverre heeft de Rotterdamse

aanpak om ouderbetrokkenheid te vergroten dan daadwerkelijk geleid tot betere pres-

taties?

In Tabel 6.4 is te zien dat van de schoolleiders in het bao en het vo respectievelijk 32

en 15 procent het er (geheel) mee eens zijn dat de aanpak van Beter Presteren om de

ouderbetrokkenheid te optimaliseren heeft geleid tot aantoonbaar hogere onderwijsre-

sultaten. Het is jammer genoeg lastig om deze gegevens te duiden, omdat er nauwe-

lijks Nederlands effectenonderzoek beschikbaar is.

6.5 Wat kan verbeterd worden in de Rotterdamse aanpak?

We hebben aan directies en ouders de vraag voorgelegd wat de ervaren knelpunten en

gewenste oplossingen zijn voor de contacten tussen ouders en school, het ondersteu-

nend gedrag van ouders en het educatief partnerschap.

Een belangrijke voorwaarde voor partnerschap ouders-school is goede communicatie.

In een samenleving waarin de burger steeds mondiger wordt, is de manier waarop met

ouders gecommuniceerd wordt van groot belang.

Volgens ouders met kinderen op Rotterdamse scholen in het basisonderwijs verloopt

de communicatie met het schoolteam niet altijd vlekkeloos. Men ervaart als knelpun-

ten dat directies en leerkrachten telefonisch en via de mail niet altijd bereikbaar zijn.

Daarnaast noemt men de slechte kwaliteit van de communicatie (onduidelijke brie-

ven, geen of late reacties op mails; geen terugkoppeling na ‘incidenten’, geen initia-

tieven nemen om contact te zoeken).

Ouders hebben het idee dat ze niet serieus worden genomen. Ouders zien als oplos-

singen voor de communicatieproblemen: een directiespreekuur, alle leerkrachten een

e-mailadres, de school meer rekening houdt met werke nde ouders en meer huisbezoe-

ken aflegt om contact te houden.

Volgens de directies van Rotterdamse scholen in het basisonderwijs beseffen ouders

niet altijd dat hun onderwijsondersteunend gedrag van invloed is op de leerprestaties.

Daarbij beschikken ouders niet altijd over de juiste attitude (geen gedeelde verant-

woordelijkheid voor onderwijs, niet nakomen van afspraken) en vaardigheden (anal-

fabetisme, niet beheersen van de Nederlandse taal, ouders begrijpen vaak de opdrach-

ten voor de leerlingondersteuning thuis niet) en hebben geen tijd om zich thuis met

school bezig te houden (eenoudergezinnen) , gaan soms een machtsstrijd met de leer-

Page 83: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

76

kracht aan over de aanpak en gebruiken soms een didactiek die ze van hun schooltijd

kennen.

Directies zien als oplossingen voor de gesignaleerde problemen: meer ruimte op

scholen voor ouderconsulenten, meer groepsbijeenkomsten met ouders over onder-

wijsondersteunend gedrag, meer samenwerking met andere onderwijsinstellingen en

ouders meer betrekken bij het schoolbeleid.

Klachten van directies van Rotterdamse scholen over het functioneren van het educa-

tief partnerschap met ouders zijn: de lage opkomst bij ouderavonden, de communica-

tie hierover verloopt moeizaam en ouders voelen zich niet medeverantwoordelijk

voor het inleveren van het huiswerk, leggen de verantwoordelijkheid voor het leren

exclusief bij de school. het is lastig om met hen afspraken te maken en ze houden zich

er niet altijd aan. Directies zien als oplossingen voor het matig functioneren van edu-

catief partnerschap: bij de intake duidelijker aangeven wat de verwachtingen zijn,

ouders beter informeren (via ouderavonden, de ouderkamer), ouders in de klas laten

kijken, vaker samen met ouders over onderwijsondersteunend gedrag van gedachten

wisselen, de ontwikkeling van de ouderbetrokkenheid jaarlijks op de agenda zetten en

doelen stellen waaraan de school samen met ouders moet werken.

6.6 Samenvattend

En ruime meerderheid van de ouders met schoolgaande kinderen in het bao en het vo

beoordeelt de contacten tussen ouders en school als ruim voldoende tot goed. Over de

hele linie geven de Rotterdamse ouders een iets hogere beoordeling voor de contacten

met de school van het kind, de inbreng van de school in het contact en de eigen in-

breng in het contact dan ouders in de rest van het land. De beoordeling van de ouder-

contacten door de Rotterdamse schoolleiders is nagenoeg gelijk aan hun collega ’s in

de rest van het land.

Schoolleiders zijn van mening dat scholen van elkaar kunnen leren hoe ze een visie

kunnen ontwikkelen voor op het omgaan met ouders, hoe ze afspraken met ouders

kunnen maken, hoe ze de bereidheid van het schoolteam kunnen vergroten om de

samenwerking met ouders aan te gaan en in de vaardigheid in het omgaan met ouders.

Volgens een derde van de schoolleiders in het bao heeft de aanpak voor het vergroten

van de ouderbetrokkenheid bij Beter Presteren geleid tot aantoonbaar hogere onder-

wijsresultaten.

Volgens Rotterdamse ouders in het basisonderwijs is de bereikbaarheid van het

schoolteam en de communicatie met het schoolteam niet altijd optimaal. Ouders zien

Page 84: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

77

als oplossingen voor de communicatieproblemen: een directiespreekuur, alle leer-

krachten een e-mailadres, de school meer rekening houdt met werkende ouders en

meer huisbezoeken aflegt om contact te houden.

Directies van Rotterdamse scholen in het basisonderwijs ervaren het onderwijsonder-

steunend gedrag van de ouders soms als een knelpunt. Ouders beschikken niet altijd

over de juiste attitude (voelen zich niet medeverantwoordelijk voor het onderwijs,

komen afspraken niet na) en vaardigheden (analfabetisme, niet beheersen van de

Nederlandse taal, snappen de opdrachten niet) en hebben niet altijd tijd om zich thuis

met school bezig te houden (eenoudergezinnen). Directies zien als oplossingen voor

de gesignaleerde problemen: meer ruimte op scholen voor ouderconsulenten, meer

groepsbijeenkomsten met ouders over dit thema, meer samenwerking met andere

onderwijsinstellingen en ouders meer betrekken bij het schoolbeleid.

Klachten van directies van Rotterdamse scholen over het functioneren van het educa-

tief partnerschap met ouders zijn: de lage opkomst bij ouderavonden, ouders de op-

drachten voor de leerlingondersteuning thuis niet begrijpen, de communicatie hier-

over moeizaam verloopt, ouders zich niet medeverantwoordelijk voelen voor het

inleveren van het huiswerk, het is lastig om met hen afspraken te maken en ouders

zich niet altijd aan de genaakte afspraken.

Directies zien als oplossingen voor de matig functioneren van educatief partnerschap:

bij de intake duidelijker aangeven wat de verwachtingen zijn, ouders beter informeren

(via ouderavonden, de ouderkamer), ouders in de klas laten kijken, vaker samen met

ouders over dit onderwerp van gedachten wisselen, de ontwikkeling van de ouderbe-

trokkenheid jaarlijks op de agenda zetten en doelen stellen waaraan de school moet

werken.

Page 85: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam
Page 86: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

79

Bijlage tabellen

Frequentie van contacten tussen ouders en school

Tabel B5.1 – Hoe vaak komen leraren volgens de deelnemende ouders op huisbe-

zoek?

Ouders nooit eén keer

per jaar

eén keer

per half

jaar

eén keer

per 3

maanden

maande-

lijks

wekelijks dagelijks

basis-

onderwijs

Rotterdam

(n=77)

70,1% 23,4% 1,3% 1,3% 1,3% 1,3% 1,3%

Landelijk

(n=383)

87,2% 11,0% 0,5% 0,0% 0,3% 0,3% 0,8%

voortgezet

onderwijs

Rotterdam

(n=48)

95,8% 0,0% 0,0% 4,2% 0,0% 0,0% 0,0%

Landelijk

(n=183)

96,7% 3,3% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%

Tabel B5.2 – Hoe vaak komen ouders op de school van hun kind (exclusief brengen

en halen)?

Ouders nooit 1x per jaar 1x per half

jaar

1x per 3

maanden

maande-

lijks

wekelijks dagelijks

basisonder-

wijs

Rotterdam

(n=77)

0,0% 0,0% 3,9% 18,2% 7,8% 32,5% 37,7%

Landelijk

(n=383)

0,5% 0,5% 7,8% 28,2% 26,9% 23,8% 12,3%

voortgezet

onderwijs

Rotterdam

(n=48)

6,3% 10,4% 25,0% 54,2% 4,2% 0,0% 0,0%

Landelijk

(n=183)

3,3% 4,9% 21,9% 48,6% 19,1% 2,2% 0,0%

Page 87: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

80

Tabel B5.3 – Hoe vaak komen ouders volgens de deelnemende schoolleiders, gemid-

deld bij op school (exclusief brengen en halen)?

Schoolleiders nooit eén keer

per jaar

eén keer

per half

jaar

eén keer

per 3

maanden

maande-

lijks

wekelijks dagelijks

basisonder-

wijs

Rotterdam

(n=63)

0,0% 0,0% 7,9% 54,0% 15,9% 15,9% 6,3%

Landelijk

(n=519)

0,0% 0,2% 7,9% 51,8% 20,0% 11,6% 8,5%

voortgezet

onderwijs

Rotterdam

(n=21)

0,0% 4,8% 0,0% 81,0% 14,3% 0,0% 0,0%

Landelijk

(n=86)

1,2% 1,2% 25,6% 66,3% 4,7% 0,0% 1,2%

Tabel B5.4 – Onderwerpen waar in de contacten met de leraar volgens de ouders

over wordt gesproken: onderwijs van mijn kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=77)

Landelijk

(n=377)

Rotterdam

(n=47)

Landelijk

(n=181)

(bijna) nooit 3% 6% 6% 7%

soms 35% 49% 32% 49%

vaak 60% 44% 62% 44%

niet van toepassing 3% 1% 0% 1%

Tabel B5.5 – Onderwerpen waar in de contacten met de leraar volgens de ouders

over wordt gesproken: ontwikkeling van mijn kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=77)

Landelijk

(n=377)

Rotterdam

(n=47)

Landelijk

(n=181)

(bijna) nooit 3% 2% 13% 12%

soms 36% 41% 30% 44%

vaak 58% 56% 51% 44%

niet van toepassing 3% 1% 6% 1%

Page 88: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

81

Tabel B5.6– Onderwerpen waar in de contacten met de leraar volgens de ouders over

wordt gesproken: opvoeding van mijn kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=77)

Landelijk

(n=377)

Rotterdam

(n=47)

Landelijk

(n=181)

(bijna) nooit 35% 55% 53% 65%

soms 44% 35% 23% 28%

vaak 17% 8% 13% 3%

niet van toepassing 4% 2% 11% 4%

Opvattingen over ouder – school contacten

Tabel B5.7 – Opvattingen van ouders over de contacten met de school: Ik voel me

welkom op de school van mijn kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=77)

Landelijk

(n=373)

Rotterdam

(n=46)

Landelijk

(n=177)

geheel oneens 0% 4% 0% 1%

oneens 3% 5% 4% 8%

neutraal / geen mening 5% 9% 20% 17%

eens 48% 46% 52% 52%

geheel eens 44% 36% 24% 22%

Tabel B5.8 – Opvattingen van ouders over de contacten met de school: Leraren zijn

bij mij thuis welkom

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=77)

Landelijk

(n=373)

Rotterdam

(n=46)

Landelijk

(n=177)

geheel oneens 3% 1% 7% 2%

oneens 5% 2% 13% 6%

neutraal / geen mening 9% 12% 26% 19%

eens 44% 49% 43% 50%

geheel eens 39% 36% 11% 23%

Page 89: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

82

Tabel B5.9 – Opvattingen van ouders over de contacten met de school: belangrijk om

tijd te besteden aan het onderwijs van mijn kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=77)

Landelijk

(n=373)

Rotterdam

(n=46)

Landelijk

(n=177)

geheel oneens 0% 1% 0% 1%

oneens 0% 0% 0% 0%

neutraal / geen mening 1% 1% 4% 1%

eens 35% 41% 37% 41%

geheel eens 64% 57% 59% 58%

Tabel B5.10 – Opvattingen van ouders over de contacten met de school: goed contact

met school van mijn kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=77)

Landelijk

(n=373)

Rotterdam

(n=46)

Landelijk

(n=177)

geheel oneens 0% 3% 0% 4%

oneens 3% 9% 11% 13%

neutraal / geen mening 5% 11% 17% 22%

eens 44% 46% 52% 46%

geheel eens 48% 32% 20% 15%

Tabel B5.11 – Opvattingen van ouders over de contacten met de school: Leraren

stimuleren dat ik betrokken ben bij het onderwijs van mijn kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=77)

Landelijk

(n=373)

Rotterdam

(n=46)

Landelijk

(n=177)

geheel oneens 1% 6% 4% 13%

oneens 14% 27% 24% 35%

neutraal / geen mening 9% 24% 22% 27%

eens 49% 30% 37% 17%

geheel eens 26% 13% 13% 8%

Page 90: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

83

Tabel B5.12 – Opvattingen van schoolleiders over de contacten met ouders: Ouders

zijn welkom op school

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=510)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=78)

geheel oneens 2% 1% 0% 1%

oneens 0% 0% 0% 1%

neutraal / geen mening 0% 0% 0% 0%

eens 19% 17% 33% 38%

geheel eens 79% 82% 67% 59%

Tabel B5.13 – Opvattingen van schoolleiders over de contacten met ouders: Leraren

zijn welkom bij de ouders thuis

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=510)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=78)

geheel oneens 3% 1% 0% 3%

oneens 3% 3% 5% 6%

neutraal / geen mening 32% 36% 33% 46%

eens 49% 45% 29% 33%

geheel eens 13% 16% 33% 12%

Tabel B5.14 – Opvattingen van schoolleiders over de contacten met ouders: Leraren

vinden het belangrijk dat ouders tijd besteden aan het onderwijs van hun kind

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=510)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=78)

geheel oneens 2% 0% 0% 1%

oneens 0% 0% 0% 0%

neutraal / geen mening 0% 3% 0% 1%

eens 37% 41% 38% 36%

geheel eens 62% 55% 62% 62%

Page 91: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

84

Tabel B5.15 – Opvattingen van schoolleiders over de contacten met ouders: Er is een

goed contact met de ouders van de kinderen

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=510)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=78)

geheel oneens 0% 0% 5% 1%

oneens 0% 2% 10% 0%

neutraal / geen mening 3% 4% 0% 8%

eens 70% 57% 52% 68%

geheel eens 27% 36% 33% 23%

Tabel B5.16 – Opvattingen van schoolleiders over de contacten met ouders: Leraren

stimuleren de ouderbetrokkenheid

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=510)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=78)

geheel oneens 2% 1% 0% 1%

oneens 0% 4% 0% 13%

neutraal / geen mening 21% 13% 24% 21%

eens 56% 56% 67% 46%

geheel eens 22% 26% 10% 19%

Rekening houden met elkaars opvattingen

Tabel B5.17 – Aandeel ouders dat aangeeft zelf rekening te houden met ideeën van

leraren over onderwijs

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=75)

Landelijk

(n=356)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=170)

(bijna) nooit 3% 3% 2% 5%

soms 19% 26% 33% 34%

vaak 71% 66% 55% 51%

niet van toepassing 8% 5% 10% 10%

Page 92: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

85

Tabel B5.18 – Aandeel ouders dat aangeeft zelf rekening te houden met ideeën van

leraren over de ontwikkeling van hun kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=75)

Landelijk

(n=356)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=170)

(bijna) nooit 5% 3% 10% 5%

soms 29% 38% 29% 42%

vaak 61% 56% 48% 46%

niet van toepassing 4% 3% 14% 7%

Tabel B5.19 – Aandeel ouders dat aangeeft zelf rekening te houden met ideeën van

leraren over de opvoeding van hun kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=75)

Landelijk

(n=356)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=170)

(bijna) nooit 15% 22% 24% 27%

soms 39% 38% 40% 39%

vaak 29% 21% 14% 14%

niet van toepassing 17% 18% 21% 20%

Tabel B5.20 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft dat de leraren open staan voor

wensen van ouders

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=490)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=74)

(bijna) nooit 2% 0% 0% 3%

soms 35% 25% 24% 45%

vaak 63% 75% 76% 51%

niet van toepassing 0% 0% 0% 1%

Page 93: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

86

Tabel B5.21 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft dat de leraren van de school rek e-

ning houden met ideeën van ouders over onderwijs

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=490)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=74)

(bijna) nooit 2% 3% 5% 14%

soms 75% 61% 62% 57%

vaak 24% 36% 29% 26%

niet van toepassing 0% 0% 5% 4%

Tabel B5.22 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft dat de leraren van de school rek e-

ning houden met ideeën van ouders over de ontwikkeling van hun kind

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=490)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=74)

(bijna) nooit 2% 0% 0% 1%

soms 25% 28% 29% 49%

vaak 71% 72% 67% 47%

niet van toepassing 2% 0% 5% 3%

Tabel B5.23 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft dat de leraren van de school rek e-

ning houden met ideeën van ouders over de opvoeding van hun kind

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=490)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=74)

(bijna) nooit 5% 1% 0% 11%

soms 41% 49% 43% 55%

vaak 52% 49% 52% 30%

niet van toepassing 2% 0% 5% 4%

Page 94: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

87

Tabel B5.24 – Aandeel ouders dat aangeeft dat leraren open staan voor hun wensen

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=75)

Landelijk

(n=356)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=170)

(bijna) nooit 1% 7% 12% 12%

soms 32% 49% 33% 54%

vaak 57% 41% 40% 24%

niet van toepassing 9% 3% 14% 10%

Tabel B5.25 – Aandeel ouders dat aangeeft dat de leraren van de school rekening

houden met ideeën van ouders over onderwijs

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=75)

Landelijk

(n=356)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=170)

(bijna) nooit 9% 24% 29% 31%

soms 35% 45% 33% 36%

vaak 35% 19% 19% 12%

niet van toepassing 21% 12% 19% 21%

Tabel B5.26 – Aandeel ouders dat aangeeft dat de leraren van de school rekening

houden met ideeën van ouders over de ontwikkeling van hun kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=75)

Landelijk

(n=356)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=170)

(bijna) nooit 4% 10% 19% 16%

soms 35% 45% 31% 46%

vaak 51% 40% 26% 26%

niet van toepassing 11% 5% 24% 11%

Page 95: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

88

Tabel B5.27 – Aandeel ouders dat aangeeft dat de leraren van de school rekening

houden met ideeën van ouders over de opvoeding van hun kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=75)

Landelijk

(n=356)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=170)

(bijna) nooit 7% 16% 29% 25%

soms 32% 37% 19% 32%

vaak 44% 27% 17% 9%

niet van toepassing 17% 21% 36% 33%

Tabel B5.28 – Aandeel ouders dat aangeeft dat ze zich door de leraren serieus voelen

genomen

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=75)

Landelijk

(n=356)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=170)

(bijna) nooit 3% 6% 5% 10%

soms 17% 30% 40% 38%

vaak 76% 62% 48% 50%

niet van toepassing 4% 2% 7% 2%

Tabel B5.29 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft dat ouders open staan voor de

wensen van leraren

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=490)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=74)

(bijna) nooit 2% 1% 5% 4%

soms 33% 30% 38% 46%

vaak 65% 69% 57% 50%

niet van toepassing 0% 0% 0% 0%

Page 96: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

89

Tabel B5.30 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft dat ouders rekening houden met de

ideeën van leraren over onderwijs

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=490)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=74)

(bijna) nooit 2% 1% 5% 3%

soms 22% 28% 33% 38%

vaak 75% 70% 62% 57%

niet van toepassing 2% 1% 0% 3%

Tabel B5.31 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft dat ouders rekening houden met de

ideeën van de leraren over de ontwikkeling van hun kind

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=490)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=74)

(bijna) nooit 2% 0% 5% 5%

soms 30% 27% 43% 36%

vaak 67% 72% 52% 55%

niet van toepassing 2% 0% 0% 3%

Tabel B5.32 – Aandeel schoolleiders dat aangeeft dat ouders rekening houden met de

ideeën van de leraren over de opvoeding van hun kind

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=490)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=74)

(bijna) nooit 6% 4% 10% 12%

soms 56% 52% 52% 51%

vaak 38% 43% 38% 32%

niet van toepassing 0% 1% 0% 4%

Page 97: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

90

Ondersteuning van ouders bij onderwijs van hun kind

Tabel B5.33 – Activiteiten die ouders ondernemen om kind met onderwijs te onder-

steunen: met kind praten over wat er op school gebeurt

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=74)

Landelijk

(n=353)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=168)

(bijna) nooit 0% 1% 2% 1%

soms 9% 4% 2% 8%

vaak 89% 95% 95% 90%

niet van toepassing 1% 0% 0% 1%

Tabel B5.34 – Activiteiten die ouders ondernemen om kind met onderwijs te onder-

steunen: voorlezen

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=74)

Landelijk

(n=353)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=168)

(bijna) nooit 5% 6%

soms 20% 21%

vaak 72% 72%

niet van toepassing 3% 1%

Tabel B5.35 – Activiteiten die ouders ondernemen om kind met onderwijs te onder-

steunen: met kind naar de bibliotheek gaan

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=74)

Landelijk

(n=353)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=168)

(bijna) nooit 14% 10% 24% 35%

soms 38% 30% 48% 40%

vaak 46% 58% 12% 20%

niet van toepassing 3% 2% 17% 6%

Page 98: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

91

Tabel B5.36 – Activiteiten die ouders ondernemen om kind met onderwijs te onder-

steunen: kind helpen met huiswerk

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=74)

Landelijk

(n=353)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=168)

(bijna) nooit 7% 2% 7% 11%

soms 14% 19% 55% 48%

vaak 69% 51% 31% 40%

niet van toepassing 11% 28% 7% 2%

Tabel B5.37 – Activiteiten die ouders ondernemen om kind met onderwijs te onder-

steunen: overleggen met leraren om hun kind thuis te ondersteunen

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=74)

Landelijk

(n=353)

Rotterdam

(n=42)

Landelijk

(n=168)

(bijna) nooit 11% 14% 26% 25%

soms 35% 45% 33% 52%

vaak 46% 30% 26% 20%

niet van toepassing 8% 11% 14% 4%

Tabel B5.38 –Leraren overleggen met ouders hoe zij hun kind thuis kunnen onder-

steunen

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=489)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=72)

(bijna) nooit 0% 1% 5% 6%

soms 44% 45% 38% 67%

vaak 54% 53% 57% 28%

niet van toepassing 2% 0% 0% 0%

Page 99: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

92

De inhoud van het contact

Tabel B5.39 – De inhoud van het contact met leraren volgens de ouders: Leraren

ondersteunen ouders hoe zij thuis kind kunnen helpen met onderwijs

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=344)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=167)

(bijna) nooit 13% 29% 44% 51%

soms 31% 41% 37% 32%

vaak 46% 15% 10% 8%

niet van toepassing 11% 15% 10% 9%

Tabel B5.40 – De inhoud van het contact met leraren volgens de ouders: Ouders

voorzien leraren van adviezen over aanpak van hun kinderen

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=344)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=167)

(bijna) nooit 11% 14% 24% 30%

soms 47% 54% 37% 43%

vaak 28% 20% 15% 16%

niet van toepassing 14% 12% 24% 11%

Tabel B5.41 – De inhoud van het contact met leraren volgens de ouders: Leraren

maken gebruik van adviezen van ouders over aanpak van hun kinderen

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=344)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=167)

(bijna) nooit 14% 17% 34% 31%

soms 47% 53% 32% 47%

vaak 22% 19% 7% 8%

niet van toepassing 17% 10% 27% 14%

Page 100: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

93

Tabel B5.42 – De inhoud van het contact met leraren volgens de ouders: Leraren

geven leerstof/oefenstof mee

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=344)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=167)

(bijna) nooit 14% 20% 15% 25%

soms 29% 43% 41% 37%

vaak 49% 24% 39% 31%

niet van toepassing 8% 13% 5% 7%

Tabel B5.43 – De inhoud van het contact met ouders volgens de schoolleiders: Lera-

ren ondersteunen ouders hoe zij thuis hun kind kunnen helpen met het onderwijs

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=483)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

(bijna) nooit 2% 1% 0% 6%

soms 54% 52% 62% 74%

vaak 43% 46% 33% 17%

niet van toepassing 2% 0% 5% 3%

Tabel B5.44 – De inhoud van het contact met ouders volgens de schoolleiders: Ou-

ders voorzien de leraren van adviezen over de aanpak van hun kinderen

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=483)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

(bijna) nooit 19% 4% 0% 10%

soms 59% 71% 71% 70%

vaak 21% 24% 24% 19%

niet van toepassing 2% 0% 5% 1%

Page 101: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

94

Tabel B5.45 – De inhoud van het contact met ouders volgens de schoolleiders: Lera-

ren maken gebruik van de adviezen van ouders over de aanpak van hun kinderen

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=483)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

(bijna) nooit 8% 2% 0% 9%

soms 56% 60% 76% 55%

vaak 35% 37% 19% 32%

niet van toepassing 2% 0% 5% 4%

Tabel B5.46 – De inhoud van het contact met ouders volgens de schoolleiders: Lera-

ren geven leerstof/oefenstof mee

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=483)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

(bijna) nooit 3% 4% 0% 3%

soms 32% 51% 43% 39%

vaak 63% 45% 52% 58%

niet van toepassing 2% 0% 5% 0%

Invloed ouderbetrokkenheid

Tabel B5.47 – Mening ouders over stellingen over de positieve invloed van ouderbe-

trokkenheid op ontwikkelingskansen van hun kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=337)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=166)

geheel oneens 3% 1% 2% 1%

oneens 0% 1% 2% 2%

neutraal / geen mening 3% 7% 12% 9%

eens 50% 54% 51% 55%

geheel eens 44% 37% 32% 33%

Page 102: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

95

Tabel B5.48 – Mening ouders over stellingen over de positieve invloed van ouderbe-

trokkenheid op welbevinden van hun kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=337)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=166)

geheel oneens 0% 1% 2% 1%

oneens 0% 0% 2% 1%

neutraal / geen mening 4% 6% 17% 9%

eens 53% 50% 46% 51%

geheel eens 43% 42% 32% 39%

Tabel B5.49 – Mening ouders over stellingen over de positieve invloed van ouderbe-

trokkenheid op schoolprestaties van hun kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=337)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=166)

geheel oneens 1% 2% 5% 1%

oneens 1% 2% 2% 1%

neutraal / geen mening 3% 11% 12% 17%

eens 56% 54% 46% 51%

geheel eens 39% 31% 34% 31%

Tabel B5.50 – Mening ouders over stellingen over de positieve invloed van ouderbe-

trokkenheid op taakuitvoering van leraren

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=337)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=166)

geheel oneens 3% 2% 7% 7%

oneens 7% 11% 12% 15%

neutraal / geen mening 14% 29% 34% 30%

eens 53% 41% 37% 37%

geheel eens 24% 16% 10% 10%

Page 103: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

96

Tabel B5.51 – Mening ouders over stellingen over de positieve invloed van ouderbe-

trokkenheid op onderwijs van de leraar aan hun kind

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=72)

Landelijk

(n=337)

Rotterdam

(n=41)

Landelijk

(n=166)

geheel oneens 3% 4% 5% 8%

oneens 7% 9% 10% 16%

neutraal / geen mening 11% 28% 29% 27%

eens 54% 42% 44% 39%

geheel eens 25% 18% 12% 11%

Tabel B5.52 – Mening schoolleiders over stellingen over de positieve invloed van

ouderbetrokkenheid op ontwikkelingskansen van leerlingen

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=477)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

geheel oneens 2% 0% 0% 3%

oneens 0% 1% 0% 4%

neutraal / geen mening 6% 5% 0% 6%

eens 46% 56% 48% 65%

geheel eens 46% 38% 52% 22%

Tabel B5.53 – Mening schoolleiders over stellingen over de positieve invloed van

ouderbetrokkenheid op welbevinden van de leerlingen

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=477)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

geheel oneens 2% 0% 0% 1%

oneens 0% 1% 0% 6%

neutraal / geen mening 6% 4% 0% 3%

eens 43% 51% 52% 65%

geheel eens 49% 44% 48% 25%

Page 104: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

97

Tabel B5.54 – Mening schoolleiders over stellingen over de positieve invloed van

ouderbetrokkenheid op schoolprestaties van leerlingen

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=477)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

geheel oneens 2% 0% 0% 3%

oneens 0% 1% 0% 3%

neutraal / geen mening 13% 6% 0% 4%

eens 48% 56% 52% 64%

geheel eens 38% 37% 48% 26%

Tabel B5.55 – Mening schoolleiders over stellingen over de positieve invloed van

ouderbetrokkenheid op taakuitvoering van leraren

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=477)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

geheel oneens 2% 0% 0% 4%

oneens 5% 4% 0% 4%

neutraal / geen mening 16% 17% 24% 20%

eens 57% 57% 38% 58%

geheel eens 21% 22% 38% 13%

Tabel B5.56 – Mening schoolleiders over stellingen over de positieve invloed van

ouderbetrokkenheid op onderwijs van de leraren aan de leerlingen

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=477)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

geheel oneens 2% 0% 0% 3%

oneens 3% 4% 0% 9%

neutraal / geen mening 22% 18% 19% 9%

eens 49% 54% 43% 68%

geheel eens 24% 23% 38% 12%

Page 105: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

98

Beoordeling contacten tussen ouders en scholen

Tabel B6.57 – Beoordeling ouders van contacten met de school

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=71)

Landelijk

(n=336)

Rotterdam

(n=40)

Landelijk

(n=166)

onvoldoende 2% 0% 0% 3%

matig voldoende 3% 4% 0% 9%

voldoende tot goed 24% 23% 38% 12%

Tabel B6.58 – Beoordeling ouders van inbreng school in het contact

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=71)

Landelijk

(n=336)

Rotterdam

(n=40)

Landelijk

(n=166)

onvoldoende 6% 24% 33% 31%

matig voldoende 15% 22% 15% 25%

voldoende tot goed 79% 55% 53% 43%

Tabel B6.59 – Beoordeling ouders van eigen inbreng in het contact met de school

Ouders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=71)

Landelijk

(n=336)

Rotterdam

(n=40)

Landelijk

(n=166)

onvoldoende 1% 4% 13% 7%

matig voldoende 6% 11% 13% 13%

voldoende tot goed 93% 85% 75% 80%

Tabel B6.60 – Beoordeling schoolleiders van contacten van de school met ouders

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=475)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

onvoldoende 3% 2% 10% 6%

matig voldoende 11% 11% 10% 10%

voldoende tot goed 86% 88% 81% 84%

Page 106: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

99

Tabel B6.61 – Beoordeling schoolleiders van inbreng van ouders in het contact

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=475)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

onvoldoende 13% 8% 24% 25%

matig voldoende 32% 19% 19% 25%

voldoende tot goed 56% 73% 57% 51%

Tabel B6.62 – Beoordeling schoolleiders van inbreng van leraren in het contact met

ouders

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=475)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

onvoldoende 2% 3% 10% 10%

matig voldoende 13% 9% 29% 20%

voldoende tot goed 86% 88% 62% 70%

Leren en geïnspireerd raken

Tabel B6.63 – Mening schoolleiders of scholen van elkaar kunnen leren hoe een visie

te ontwikkelen om met ouders om te gaan

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=471)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

geheel oneens 2% 0% 0% 3%

oneens 3% 2% 0% 0%

neutraal / geen mening 10% 14% 14% 17%

eens 73% 69% 71% 68%

geheel eens 13% 15% 14% 12%

Page 107: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

100

Tabel B6.64 – Mening schoolleiders of scholen van elkaar kunnen leren hoe afspra-

ken te maken met ouders

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=471)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

geheel oneens 2% 0% 0% 1%

oneens 3% 2% 0% 1%

neutraal / geen mening 5% 15% 14% 28%

eens 79% 68% 71% 57%

geheel eens 11% 15% 14% 13%

Tabel B6.65 – Mening schoolleiders of scholen van elkaar kunnen leren hoe de be-

reidheid van schoolteam te vergroten om samenwerking met ouders aan te gaan

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=471)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

geheel oneens 2% 0% 0% 1%

oneens 0% 2% 0% 7%

neutraal / geen mening 13% 13% 24% 20%

eens 73% 62% 52% 55%

geheel eens 13% 23% 24% 16%

Tabel B6.66 – Mening schoolleiders of scholen vaardigheden in omgaan met ouders

van elkaar kunnen leren

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=471)

Rotterdam

(n=21)

Landelijk

(n=69)

geheel oneens 2% 0% 0% 1%

oneens 0% 2% 0% 1%

neutraal / geen mening 13% 8% 14% 19%

eens 75% 66% 71% 62%

geheel eens 11% 23% 14% 16%

Page 108: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

101

Effecten project Ouderbetrokkenheid en Beter Presteren

Tabel B6.67 – Mening schoolleiders over effect project Ouderbetrokkenheid/Beter

Presteren: door project geïnspireerd bij de keuze van de contacten met ouders

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=0)

Rotterdam

(n=20)

Landelijk

(n=0)

geheel oneens 5%

5%

oneens 6%

5%

neutraal / geen mening 51%

40%

eens 33%

40%

geheel eens 5%

10%

Tabel B6.68 – Mening schoolleiders over effect project Ouderbetrokkenheid/Beter

Presteren: door project geïnspireerd om meer aandacht te besteden aan contacten

met ouders

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=0)

Rotterdam

(n=20)

Landelijk

(n=0)

geheel oneens 3%

5%

oneens 10%

5%

neutraal / geen mening 35%

40%

eens 44%

40%

geheel eens 8%

10%

Tabel B6.69 – Mening schoolleiders over effect project Ouderbetrokkenheid/Beter

Presteren: door project aantoonbaar hogere onderwijsresultaten

Schoolleiders basisonderwijs voortgezet onderwijs

Rotterdam

(n=63)

Landelijk

(n=0)

Rotterdam

(n=20)

Landelijk

(n=0)

geheel oneens 5%

5%

oneens 6%

5%

neutraal / geen mening 57%

75%

eens 29%

15%

geheel eens 3%

0%

Page 109: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

102

Bijlage Menukaart Programma Beter Presteren

Menukaart Programma Beter Presteren bestaat uit volgende onderdelen:

1 Ambities formuleren wat betreft educatief partnerschap

Maak duidelijk wat school en ouders van elkaar kunnen verwachten. Ga een open

gesprek aangaan met ouders over deze verwachtingen en hun mogelijkheden om aan

deze verwachtingen te voldoen. Stimuleer ouders om op hun beurt hun verwachtingen

ten aanzien van de school onder woorden te brengen. Wederzijdse verwachtingen

kunnen in de vorm van een overeenkomst of intentieverklaring worden geformali-

seerd.

2. Informatievertrekken aan ouders over de school, de groep en over hun kind

De wijze van gespreksvoering met ouders. In een gelijkwaardige relatie worden be-

slissingen ten aanzien van het kind gezamenlijk genomen, uiteraard met inachtneming

van de verschillende eindverantwoorde lijkheden van ouders en school. De wijze van

gespreksvoering bepaalt mede in hoeverre ouders de relatie als gelijkwaardig ervaren

en zich uitgenodigd voelen om hun inbreng te leveren en samen te werken met

school. Scholingsmogelijkheden: investeren in leerkrachtvaardigheden. Hoe creëer je

een echt gelijkwaardige relatie met ouders? Bijvoorbeeld communicatietrainingen

(waaronder interculturele communicatie), (zelf)reflectie, intervisie, coaching, obser-

vatie.

Huisbezoeken of kennismakingsgesprekken . Een kennismakingsgesprek aan het begin

van het schooljaar blijkt een zeer effectief instrument te zijn om een goede, positieve

start te maken in het contact tussen school en ouders. Nog effectiever is het om dit

gesprek bij de ouders en leerling thuis te houden. Een behoorlijke tijdsinvestering,

maar één die veel inzicht voor de leerkracht en goodwill bij de ouders oplevert.

Instrumenten: voeren van startgesprekken kennismakingsgesprek en afleggen van

huisbezoeken, informatiewaarden.

3. Functioneren team en stimuleren effectief onderwijsondersteunend gedrag van

ouders

Scholen kunnen het voortouw nemen in het stimuleren van onderwijsondersteunend

gedrag van ouders. Hoe kunnen scholen dit stimuleren? En hoe kunnen scholen de

onderwijsondersteuning van ouders proberen af te stemmen op de werkwijze van de

school? Hier volgen enkele handreikingen.

Page 110: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

103

Duidelijkheid creëren binnen het team. Schep als team met elkaar duidelijkheid over

welk onderwijsondersteunend gedrag van ouders de school wenst. Dit sluit aan op de

schoolvisie op leren en ontwikkelen van kinderen en op de rol van ouders hierbij.

In gesprek gaan met ouders. In gesprek met ouders kan de leerkracht duidelijkheid

krijgen over wat ouders (thuis) al doen om het leerproces van hun kinderen te onder-

steunen, in hoeverre het gewenste onderwijsondersteunend gedrag aansluit bij hun

opvattingen en mogelijkheden en hier afspraken over maken. Ook kan de leerkracht

inventariseren welke behoefte ouders hebben aan ondersteuning en advies. Het ver-

dient de voorkeur dat de leerlingen bij deze gesprekken aanwezig zijn. Zij kunnen

ook meepraten over de ondersteuning en aansporing die ze nodig hebben. Het gaat

hierbij dan met name kinderen in de VO-leeftijd, maar ook op de basisschool kunnen

kinderen hier actief bij betrokken worden.

Huisbezoeken afleggen. Een bezoek van de leerkracht of mentor aan de leerling en

zijn/haar ouders thuis biedt het beste zicht op de thuissituatie en hoe de ondersteuning

thuis vorm krijgt. Daarnaast schept het een goede vertrouwensbasis voor verder con-

tact.

Ouders inzicht bieden in de lessen . Hoe beter ouders op de hoogte zijn van wat hun

kinderen meemaken op school en wat er van hen gevraagd wordt, hoe beter ze hun

kinderen kunnen begeleiden. Door ouders gelegenheid te bieden een kijkje in de klas

te nemen of een les voor ouders te organiseren, door hen inzicht te bieden in de les-

stof en het huiswerk kunnen scholen hier invulling aan geven.

Scholing: Er zijn cursussen en workshops beschikbaar waarmee ouders inzicht krij-

gen in hun rol in de ontwikkeling van hun kind. Ook uitwisseling tussen ouders on-

derling kan stimulerend werken. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen ouders ook

elkaar stimuleren en adviseren.

Inzet van ouderconsulenten / schooloudercontactpersonen . Deze functionarissen

kunnen ouders informeren en adviseren over onderwijsondersteunend gedrag. Ze

kunnen ouders stimuleren om in gesprek met de leerkracht uiting te geven aan wat zij

verwachten en nodig hebben om hun rol goed te kunnen vervullen. Taken van de

Medewerker Ouderbetrokkenheid: de eerste contactpersoon zijn voor de ouders, bij

de inschrijving contact leggen met de ouders en een school-oudersovereenkomst met

de school afspreken, (mede)organiseren van activiteiten met ouders, ouders inzicht

geven in wat hun kind leert en doet. De Medewerker Ouderbetrokkenheid adviseert

ouders hoe zij hun kind thuis kunnen begeleiden/coachen bij het leren op school en op

de voorschool en geeft themabijeenkomsten aan ouders. Gesprekken stimuleren tus-

sen ouders over opvoeding en verwijzen naar andere professionals, gastvrouw zijn

van de ouderkamer, verwijzen naar andere professionals. De school adviseren over

het ouderbeleid en de leerkrachten helpen in het contacten onderhouden met ouders.

Page 111: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

104

De ouders stimuleren om mee te doen met allerlei ouderactiviteiten van de school en

in de wijk.21

Het streven naar meer ouderbetrokkenheid en draagvlak van ouders op scholen met

allochtone ouders wordt vooral vertaald in groepsactiviteiten voor ouders in de ou-

derkamer (vgl. Booijink, 2008). Best Practices : Ouderkamer en tentoonstellingsavond

voor ouders

4. Verhogen van ouderbetrokkenheid bij overgangsmomenten en beroepsoriëntatie

Er zijn veel keuzemomenten in de schoolloopbaan van kinderen. Hoe ouder kinderen

worden, hoe meer zijzelf hun keuzes maken. In alle gevallen is het van belang dat de

keuze bewust en doordacht wordt gemaakt, en dat ouders daarbij betrokken zijn. Hoe

kan je de betrokkenheid van ouders bij keuze- en schakelmomenten vergroten?

Toekomstperspectief aan de orde stellen . Toekomstperspectief als rode draad in ge-

sprekken met ouders en leerlingen. Het is van belang dat het toekomstperspectief van

de leerling in gesprekken op een open manier wordt besproken. Wat zijn de verwach-

tingen en wensen? Zijn ze realistisch? Is de leerling nog op koers (bijvoorbeeld ge-

zien de cijfers), en zo nee, wat is er nodig om bij te sturen of moeten de verwachtin-

gen worden bijgesteld? Het toekomstperspectief als rode draad in de gesprekken helpt

bij het bewerkstelligen van een gezamenlijke verantwoordelijkheid, voorkomt dat

ouders voor verrassingen komen te staan.

Gesprek thuis over toekomst stimuleren . In lang niet alle gezinnen is het vanzelfspre-

kend dat er thuis gesproken wordt over de studiekeuzes en toekomstwensen van het

kind. De school kan dit stimuleren bijvoorbeeld door opdrachten mee te geven aan het

kind om met ouders thuis uit te voeren.

Voorlichting aan ouders over school-, studie-, sector- en profielkeuzes. Een goede

voorlichting voor leerlingen en ouders over de keuzes binnen de schoolloopbaan is

essentieel. Dit is een taak voor de scholen, zij hebben de inhoudelijke kennis. Vaak

kunnen andere organisaties in de wijk en (migranten-) zelforganisaties een rol spelen

door ouders te wijzen op het belang van een goede schoolkeuze en in het werven van

ouders en leerlingen voor informatiebijeenkomsten.

Ouders actief betrekken bij beroepenoriëntatie . Ouders hebben vaak een grote in-

vloed op de beroepskeuze van hun kinderen.

Aanbevelingen: Het is aan te bevelen vroegtijdig met leerlingen èn ouders aan de slag

te gaan met beroepenoriëntatie, hen inzicht te verschaffen in de kansen op de ar-

beidsmarkt en de aansluiting op de talenten en interesses van het kind.

Instrumententen VO - voortgangsgesprek VO - Ouders en sector en MBO-keuze

Ze: www.onderwijsbeleid010.nl/ouderbetrokkenheid/menukaart

21 Ouderbeleidsplan 2012/2015. OBS De Globe, 13/03/2012.

Page 112: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

105

Bijlage Geraadpleegde literatuur

Ainsworth, J. W. (2002). Why does it take a village? The mediation of neighborhood

effects on educational attainment. Social Forces, 8, 117-152.

Berg, T, van den. & Schaaf, N. van der (2008). Ouderbetrokkenheid in de brede

school. Een literatuuronderzoek naar effectieve manieren om het ontwikkeling s-

ondersteunend gedrag van ouders te stimuleren. Groningen: Lectoraat Integraal

Jeugdbeleid.

Booijink, M. (2007). Terug naar de basis, communicatie tussen leerkrachten en al-

lochtone ouders in het basisonderwijs. Leiden: RUL.

Bronfenbrenner, U. (1979). The ecology of human development. Cambridge, MA:

Harvard University Press.

Bronfenbrenner, U. (1986). Ecology of the family as a context for human develop-

ment: Research perspectives. Developmental Psychology, 22, (6), 723-742.

Cluitmans-Souren, A. (2008). Juridisering relatie tussen ouders en school. In F. Smit

(Ed.), Modernisering relatie ouders en school (pp. 13-16). Den Haag: Sdu Uit-

gevers.

Coleman, J. (1988). Social Capital in the Creation of Human Capital. American Jour-

nal of Sociology, 94, 95-120.

Grozier, G. (2001). Excluding parents: The decentralisation of parental involvement.

Race, Ethnicity and Education, 4, (4), 329-341.

Desforges, C. (2003). The Impact of Parental Involvement, Parental Support and

Family Education on Pupil Achievements and Adjustment: A Literature Review ,

Research Report 433 London: DfES.

Desforges, C., & Abouchaar, A. (2003). The impact of parental involvement, parental

support and family education on pupil achievement and adjustment: a literature

review. Washington, DC: Department for Education and Skills.

Deslandes, R., & Bertrand, R. (2005). Motivation of parent involvement in secon-

dary-level schooling. Journal of Educational Research, 98, (3), 164-175.

Deslanders, R., & Rousseau, N. (2007). Congruence between teachers’ and parents’

role construction and expectations about their involvement in homework. Interna-

tional Journal about Parents in Education , 1, (0), 108-116.

Diender, A. (2012). De Rotterdamse koers voor ouderbetrokkenheid. In F. Smit (Ed.)

Lessen van successen in Rotterdam (pp. 1-3). Nijmegen: ITS, Radboud Universi-

teit Nijmegen.

Dillen, A. (2006). Die ouders toch! Ethische reflecties over omgaan met gezinnen

binnen een schoolcontext. In C. Hermans (Red.). Partnerschap als waardege-

meenschap (pp. 39-51). Budel: Damon.

Page 113: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

106

Driessen, G. (2001). Ethnicity, forms of capital, and educational achievement. Inter-

national Review of Education, 47, (6), 513-538.

Driessen, G., & Smit, F. (2007). Effects of immigrant parents’ participation in society

on their children’s school performance. Acta Sociologica, 50, (1), 39-56.

Driessen, G., Smit, F., & Sleegers. P. (2005). Parental involvement and educational

achievement. British Educational Research Journal, 31, (4), 519-532.

Elderling. L. (2003). Cultuur en opvoeding. Interculturele pedagogiek vanuit ecolo-

gisch perspectief. Rotterdam: Lemniscaat.

Epstein, J. (1987). Toward a theory of family-school connections: Teacher practices

and parent involvement. In K. Hurrelmann, F. Kaufman & F. Losel (Eds.), Social

intervention: Potential and constraints (pp. 121-136). New York: Walter de

Gruyter.

Epstein, J. (1995). School/family/community partnerships: Caring for the children we

share. Phi Delta Kappan, 76, 701-712.

Epstein, J. (2001). School and family partnerships: Preparing educators and improv-

ing schools. Boulder, CO: Westview.

Epstein, J., Sanders, M., Simon, B., Salinas, K., Jansorn, N., & Van Voorhis, F.

(2002). School, family, and community partnerships: Your handbook for action.

Thousand Oaks: Corwin Press.

Epstein, J. L., Sanders, M. G., Sheldon, S. B., et al. (2009). School, family, and com-

munity partnerships: Your handbook for action (3rd edition). Thousand Oaks,

CA: Corwin Press.

Fasang, A., Mangino, W & Brückner, H. (2010). Parental Social Capital and Educa-

tional Attainment. Working paper 2010-01. CIQLE: Yale University, New Haven

Hofstra University, Long Island.

Fullan, M. & Levin, B. 2009. The fundamentals of whole-system reform. Gepubli-

ceerd op 12 juni 2009. Geraadpleegd via http://websspacwe.oise.utoronto.ca/-

levinben/fullan-levin-ed%20week.pdf, juni 2010.

Grozier, G. (2001). Excluding parents: The decentralisation of parental involvement.

Race, Ethnicity and Education, 4, (4), 329-341.

Harris, A, & Goodall, J., (2008). Do parents know they matter? Engaging all parents

in learning. Educational Research 50 (3), 277 - 289.

Hattie, J. (2007). Developing potentials for learning: Evidence, assessment and

progress. Paper 12th Biennial Conference EARLI 2007, Boedapest, 28 augustus –

1 september 2007.

Henderson, A., & Mapp, K. (2002). A new wave of evidence: The impact of school,

family, and community connections on student achievement. Austin, TX: National

Center for Family & Community Connections with Schools/Southwest Educa-

tional Development Laboratory.

Page 114: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

107

Herweijer L., & Vogels R. (2004). Ouders over opvoeding en onderwijs. Den Haag:

SCP.

Hill, N., and Tyson, D., (2009). Parental Involvement in Middle School: A Meta-

Analytic Assessment of the Strategies That Promote Achievement. Develop-

mental Psychology American Psychological Association, Vol. 45, No. 3, 740–

763.

Ho Sui Chu, E. (2007). Building trust in elementary schools: the impact of home

school community collaboration. International Journal about Parents in Educa-

tion, 1, (0), 8-20.

Hoover-Dempsey, K., & Sandler, H. (1995). Parental involvement in children's edu-

cation: why does it make a difference. Teachers College Record, 97, 310-332.

Hoover-Dempsey, K., Walker, J., Sandler, H., Whetsel, D., Green, C., Wilkins, A. &

Closson, K. (2005). Why Do Parents Become Involved? Research Findings and

Implications. The Elementary School Journal,106(2),105-130.

Hoek, J. van der, & Pels, T. (2006). Pedagogisch partner van migrantenouders: geen

recepten. In: A. van Keulen (Ed.), Partnerschap tussen ouders en beroepskrach-

ten (pp. 33-44). Amsterdam: SWP.

Izzo, C., Weissberg, R., Kasprow, W., & Fendrich, M. (1999). A longitudinal assess-

ment of teacher perceptions of parent involvement in children’s education and

school performance, American Journal of Community Psychology, 27, (6), 817-

839.

Jordan, C., Orozco, E., & Averett, A. (2001). Emerging issues in school, family &

community connections. Annual Synthesis 2001. Austin, TX: National Center for

Family & Community Connections with Schools/Southwest Educational Deve l-

opment Laboratory.

Joshi, A., Eberly, J. , & Konzal, J. (2005). Dialogue across cultures: Teachers’ percep-

tions about communication with diverse families. Multicultural Education, 13,

(2), 11-15.

Kuijk, J., van, Gennip, H. van & Vrieze, G. (2009). De werking van bekwaamheidsei-

sen. Casestudies in drie onderwijssectoren. Nijmegen: ITS.

Klaassen, C., & Leeferink, H. (1998). Partners in opvoeding in het basisonderwijs.

Ouders en docenten over de pedagogische opdracht en de afstemming tussen g e-

zin en school. Assen: Van Gorcum.

Klaassen, C., & Smit, F. (2001). Tussen gezin en school. Verschuivingen in opvoe-

dingsdenken en opvoedingspraktijken. In Raad voor Maatschappelijke Ontwikke-

ling, Aansprekend opvoeden. Balanceren tussen steun en toezicht (pp. 179-258).

Den Haag: Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.

Klaassen, C., & Leeferink, H. (1998). Partners in opvoeding in het basisonderwijs.

Ouders en docenten over de pedagogische opdracht en de afstemming tussen g e-

zin en school. Assen: Van Gorcum.

Page 115: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

108

Klaassen, C., Smit, F., Driessen, G., & Vroom, X. de (2005). Minority parents, inte-

gration and education in a changing society. In R.-A. Martínez-Gonzáles, Ma del

Henar Pérez-Herrero & B. Rodríguez-Ruiz (Eds.), Family-school-community

partnerships merging into social development (pp. 373-389). Oviedo: Grubao

SM.

Krumm, V. (1994). Expectations about parents in education in Austria, Germany and

Switzerland. In A. Macbeth & B. Ravn (Eds.), Expectations about parents in edu-

cation. European perspectives (pp. 14-24). Glasgow: University of Glasgow.

Krumm, V., & Weiss, S. (2000). Ungerechte Lehrer: Zu einem Defizit in der For-

schung über Gewalt und Schulen. Psychsozial, 23, (1), 57-73.

Kuijk, J., van, Gennip, H. van & Vrieze, G. (2009). De werking van bekwaamheidsei-

sen. Casestudies in drie onderwijssectoren . Nijmegen: ITS.

Laemers, M. (1999). Schoolkeuzevrijheid. Veranderingen in betekenis en reikwijdte .

Ubbergen: Tandem Felix.

Lasky, S. (2001). The cultural and emotional politics of teacher-parent interactions.

Teaching and Teacher Education, 17, (4), 403-415.

Lueder, D. (1998). Creating partnerships with parents, An educator’s guide . Lan-

castar: Technomic Publishing Company.

Laemers, M. (2002). Ontwikkelingen in de positie van ouders in het primair en voort-

gezet onderwijs. In D. Mentink (Ed.), Jaarboek onderwijsrecht 1997-2001 (pp.

51-63). Den Haag: Uitgave van het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht

en Onderwijsbeleid.

Laemers, M. (2011). Betrokken ouders. In F. Smit (red.). De Wet van de oogst. Part-

nerschap ouders, school en buurt. Meesterklasbijdragen (pp. 7- 14). Nijmegen:

Expertisecentrum Ouders, school en buurt, ITS, Radboud Universiteit Nijmegen.

Lareau, A. (2003). Unequal Childhoods: Class, Race, and Family Life. Berkeley, CA:

University of California Press.

Leefering, H., Sleegers, P. & Geijsel, F. (2003). Het leren van docenten in de context

van de school: de spanning tussen teamontwikkeling en schoolontwikkeling. Een

werkdocument ten behoeve van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming . Nijme-

gen: Expertisecentrum Schoolleiding en Onderwijsvernieuwing, Katholieke Uni-

versiteit Nijmegen.

Lee, J., & Bowen, N. K. (2006). Parent involvement, cultural capital, and the

achievement gap among elementary school children. American Educational Re-

search Journal, 43, 193-215.

Lewis, L. , Kim, Y. & Bey, J. (2011). Teaching practices and strategies to involve

inner-city parents at home and in the school. Teaching and Teacher Education:

An International Journal of Research and Studies, 27(1), 221-234.

Page 116: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

109

Lopez, G. (2001). On whose terms? Understanding involvement through the eyes of

migrant parents. Paper Annual meeting American Educational Research Associa-

tion (AERA), Seattle, WA, 9-14 April 2001.

Lopez, G. R., Scribner, J. D., & Mahitivanichcha, K. (2001). Redefining parental

involvement: Lessons from high-performing migrant-impacted schools. American

Educational Research Journal 38(2), 253-88.

Lusse, M. (2011). Thema ouderbetrokkenheid Literatuurverkenning children’s zone.

Rotterdam. Hogeschool Rotterdam.

Lusse, M. (2012). Handreiking oudercontract in het VO. In F. Smit (Ed.) (2012).

Lessen van successen in Rotterdam (pp. 67-82). Nijmegen: ITS, Radboud Univer-

siteit Nijmegen.

Martinez, Y., & Velazquez, J. (2000). Involving migrant families in education. ERIC

Digest. Charleston, WV: ERIC Clearinghouse.

McCartney, K. (2003). Child care and behavior. Findings from the National Institute

of Child Health and Human Development’s study of child care and youth deve l-

opment. Cambridge, MA: Harvard Graduate School of Education.

McCollum, P. (1996). Obstacles to immigrant parent participation in schools. IDRA

Newsletter, XXIII, (10). Accessed at www.idra.org/newslttr/1996/nov/pam.htm,

04/11/05.

Mendel, M. (2001). Increasing social capital: teachers about school-family-

community partnerships. Results of a study on the orientations of American and

Polish teachers. In F. Smit, K. van der Wolf & P. Sleegers (Eds.). A Bridge to the

Future. Collaboration between Parents, Schools and Communities (pp. 125 –

136). Nijmegen/Amsterdam: ITS, Radboud Universite it Nijmegen/Kohnstamm In-

stituut.

http://www.its.kun.nl/web/publikaties/pdf-files/rapporten/aBridgetothefuture.pdf

Menheere, A. & Hooge, E. (2011). Ouderbetrokkenheid in het onderwijs. Een litera-

tuurstudie naar de betekenis van Ouderbetrokkenheid voor de schoolse ontwikk e-

ling van kinderen. Kenniscentrumreeks No. 5. Amsterdam: Kenniscentrum O n-

derwijs en Opvoeding, Hogeschool van Amsterdam.

Ministerie OCW (2001). Grenzeloos leren: Een verkenning naar onderwijs en onder-

zoek in 2010. Den Haag: Sdu Uitgevers.

Ministerie OCW (2006). Besluit van houdende vaststelling van het Besluit doelstel-

ling en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid 2006-2010. Den Haag: Minis-

terie OCW.

Montandon, C. (1997). Les familles et l’ecole ou panacee? Genève: Université de

Genève.

Page 117: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

110

Mooij, T. (2009). Hoe kinderen opvoeding en ontwikkeling in eigen beheer kunnen

krijgen. In F. Smit (red.). Ouders en school. Ouderbetrokkenheid en ouderpartici-

patie in de praktijk (pp 102 – 104). Den Haag/Nijmegen: Sdu Uitgevers/ Expert i-

secentrum Ouders, school en buurt, ITS, Radboud Universiteit Nijmegen.

Moritsugu, J., Wong, F. , & Duffy, K. (2010). Community Psychology, Boston: Allyn &

Bacon.

Noorlander, C. (2005). Recht doen aan leerlingen en ouders. De rechtspositie van

leerlingen en ouders in het primair en voortgezet onderwijs . Nijmegen: Wolf Le-

gal Publishers.

Obama, B., & Bidden, J. (2008). Barack Obama en Joe Biden’s plan for lifetime

success through education. http://www.barackobama. com/pdf/issues/PreK-

12EducationFactSheet.pdf.

Onderwijsraad (2003). Tel uit je zorgen. Onderwijszorgen van leerlingen, ouders,

leraren en het bredere publiek . Den Haag: Onderwijsraad.

Onderwijsraad (2010). Ouders als partners. Den Haag: Onderwijsraad.

Peetsma, T., & Blok, H. (Eds.) (2007). Onderwijs op maat en ouderbetrokkenheid;

het integrale eindrapport. Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut.

Pels T. (2000). Opvoeding en integratie, een vergelijkende studie van recente onder-

zoeken naar gezinsopvoeding en pedagogische afstemming tussen gezin en

school. Assen: Van Gorcum.

Perna, L. & Titus, M. (2005). The relationship between parental involvement as so-

cial capital and college enrollment: An examination of racial/ethnic group differ-

ences. Journal of Higher Education, 76(5), 485-518.

Prott, R & Hautumm, A. (2005). Twaalf principes voor een succesvolle samenwerking

tussen ouders en beroepskrachten. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Putman, R. (2000). Bowling alone: The collapse and revival of American community.

New York: Simon & Schuster.

Quinn, R. (1988). Beyond Rational Management. San Francisco/London: Jossy-Bass.

Ranson, S., Martin, J., & Vincent, C. (2004). Storming parents, schools and commu-

nicative inaction. British Journal of Sociology of Education , 25, (3), 259-274.

RMO (2001). Aansprekend opvoeden. Balanceren tussen steun en toezicht. Den

Haag: Raad voor Maarschappelijke Ontwikkeling.

Ravn, B. (2003). Cultural and political divergences in approaches to cooperation

between home, school and local society in Europe. In S. Castelli, M. Mendel & B.

Ravn (Eds.), School, family, and community partnership in a world of differences

and changes (pp. 9-18) Gdansk: University of Gdansk.

Ruiter, D. de, Graaf, W. de, & Maier, R. (2006). Contacten met allochtone ouders op

zwarte basisscholen: de invloed van beeldvorming. Migrantenstudies, 22, (3),

116-132.

Page 118: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

111

Sacker, A., Schoon, I., & Bartley, M. (2002). Social inequality in educational

achievement and psychological adjustment throughout childhood: magnitude and

mechanisms. Social Science and Medicine, 55, 863-880.

Sanders, M. (2001). The role of ‘community’ in comprehensive school, family, and

community partnership programs. The Elementary School Journal, 102, (1), 19-

34.

SEDL (2000). Building support for better schools. Seven steps to engaging hard-to-

reach communities. Austin TX: SEDL.

Shartrand, A., Weiss, H., Kreider, H., & Lopez, M. (1997). New skills for new

schools: Preparing teacher in family involvement. Cambridge, MA: Harvard

Graduate School of Education.

Sheldon, S. (2002). Parents’ social networks and beliefs as predictors of parent in-

volvement. The Elementary School Journal, 102, (4), 301-316.

Sikkes, R. (2009). Hypocrisie en opportunisme rondom de ouderbijdrage. In F. Smit

(red.). Ouders en school. Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie in de praktijk

(pp. 82 – 89). Den Haag/ Nijmegen: Sdu Uitgevers/ Expertisecentrum Ouders,

school en buurt, ITS, Radboud Universiteit Nijmegen.

Sleegers, P., & Smit, F. (2003). Samenwerking tussen leraren en ouders: Variatie,

opbrengsten en knelpunten. In Handboek Schoolorganisatie en Onderwijsmana-

gement (pp. 4300-1 - 4300-20). Alphen aan den Rijn: Samsom/H.D. Tjeenk Wil-

link.

Smeets, E. (2009). Aanpak voor betere samenwerking tussen school en ouders. Het

optimaliseren van de relatie met ouders van leerlingen met specifieke onderwijs-

behoeften. In F. Smit (red.). Ouders en school. Ouderbetrokkenheid en ouderpar-

ticipatie in de praktijk (pp. 82 – 89). Den Haag/Nijmegen: Sdu Uitgevers/ Expert i-

secentrum Ouders, school en buurt, ITS, Radboud Universiteit Nijmegen.

Smit, F. (2011). Educatief partnerschap en de zeven eigenschappen van optimale

ouderbetrokkenheid. In F. Smit (red.). De Wet van de oogst. Partnerschap ouders,

school en buurt. Meesterklasbijdragen (pp. 27-29). Nijmegen: Expertisecentrum

Ouders, school en buurt, ITS, Radboud Universiteit Nijmegen.

http://www.ru.nl/its/expertisecentrum/meesterklas/

Smit, F. (1991). De rol van ouderparticipatie in het basisonderwijs: een onderzoek

naar vorm, inhoud en effecten van ouderparticipatie in het basisonderwijs. ITS:

Nijmegen.

Smit, F., & Doesborgh, J. (2001). De onderhandelmores in opvoedend Nederland .

Nijmegen: ITS.

Smit, F., Driessen, G., & Doesborgh, J. (2002). Ouders en educatieve voorzieningen .

Nijmegen: ITS.

Smit, F., Driessen, G., & Doesborgh, J. (2004). Opvattingen van allochtone ouders

over onderwijs: tussen wens en realiteit. Een inventarisatie van de verwachtingen

Page 119: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

112

en wensen van allochtone en autochtone ouders ten aanzien van de basisschool

en educatieve activiteiten in Rotterdam. Nijmegen: ITS.

Smit, F., Wolf, K. van der & Sleegers, P. (Eds.) (2001), A Bridge to the Future. Col-

laboration between Parents, Schools and Communities. Nijmegen/Amsterdam:

ITS, Radboud Universiteit Nijmegen/Kohnstamm Instituut.

http://www.its.kun.nl/web/publikaties/pdf-files/rapporten/aBridgetothefuture.pdf

Smit, F., Doesborgh, J, Felling, B. & Kuijk, J. van (2009). Medezeggenschap: de

wind in de zeilen. Tweede evaluatieve studie Wet medezeggenschap onderwijs .

Nijmegen: ITS, Radboud Universiteit Nijmegen.

Smit, F., Driessen, G., Sluiter, R. & Brus, M. (2008). Ouders en innovatief onderwijs.

Ouderbetrokkenheid en -participatie op scholen met vormen van ‘nieuw leren.

Nijmegen: ITS, Radboud Universiteit Nijmegen.

Smit, F., Driessen, G., Sluiter, R. & Brus, M. (2007). Ouders, scholen en diversiteit.

Ouderbetrokkenheid en -participatie op scholen met veel en weinig achterstands-

leerlingen. Nijmegen: ITS, Radboud Universiteit Nijmegen.

Smit, F., Driessen, G., Sluiter, R. & Meijvogel, R. (2007). Brood en spelen. Condities

voor een optimale tussenschoolse opvang . Nijmegen: ITS, Radboud Universiteit

Nijmegen.

Smit, F. (1991). De rol van ouderparticipatie in het onderwijs. Een onderzoek naar

vorm, inhoud en effecten van ouderparticipatie in het basisonderwijs. Nijmegen:

ITS.

Smit, F. (2007). Inspraak en school. Modernisering inspraak primair en voortgezet

onderwijs. Den Haag: Sdu Uitgevers.

Smit, F. (red.) (2011). De Wet van de oogst. Partnerschap ouders, school en buurt.

Meesterklasbijdragen. Nijmegen: Expertisecentrum Ouders, school en buurt, ITS,

Radboud Universiteit Nijmegen.

Smit, F. (red.) (2012). Brug naar de toekomst. Meesterklasbundel Partnerschap Ou-

ders, school en buurt . ITS, Radboud Universiteit Nijmegen.

Smit, F. & Driessen, G. (2002). Allochtone ouders en de pedagogische functie van de

basisschool. Nijmegen: ITS.

Page 120: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

113

Smit, F. & Driessen, G. (2005). Parent-school-community relations in a changing

society: Bottlenecks, pitfalls and solutions. In R.-A. Martínez-Gonzáles, Ma. del

Henar Pérez-Herrero & B. Rodríguez-Ruiz (Eds.), Family-school-community

partnerships merging into social development (pp. 171-190). Oviedo: Grubao

SM.

Smit, F., & Driessen, G. (2006). Ouders en scholen als partners in een multiculturele

en multireligieuze samenleving. In C. Hermans (Ed.), Partnerschap als waarde-

gemeenschap (pp. 103-122). Budel: Uitgeverij Damon.

Smit, F., Doesborgh, J., & Kessel, N. van (2001). Ouderparticipatie: een nieuw mis-

sie-statement? Onderzoek naar het functioneren van de relatie ouders en basis-

school. Nijmegen: ITS.

Smit, F., Moerel, H., & Sleegers, P. (1999). Experiments with parent participation in

the Netherlands. In F. Smit, H. Moerel, K. van der Wolf & P. Sleegers (Eds.),

Building bridges between home and school (pp. 37-42). Nijmegen/Amsterdam:

ITS/SCO

Smit, F., Driessen, G., & Doesborgh, J. (2004). Opvattingen van allochtone ouders

over onderwijs: tussen wens en realiteit. Een inventarisatie van de verwachtingen

en wensen van allochtone en autochtone ouders ten aanzien van de basisschool

en educatieve activiteiten in Rotterdam. Nijmegen: ITS.

Smit, F., Driessen, G., Sleegers, P., & Teelken, C. (2008). Scrutinizing the balance:

Parental care versus educational responsibilities in a changing society. Early

Child Development and Care, 178, (1), 65-80.

Smit, F., Driessen, G., Sluiter, R., & Brus, M. (2007). Ouders, scholen en diversiteit.

Ouderbetrokkenheid en -participatie op scholen met veel en weinig achterstands-

leerlingen. Nijmegen: ITS.

Smit, F., Driessen, G., Sluiter, R., & Brus, M. (2008). Ouders en innovatief onder-

wijs. Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie op scholen met vormen van

‘nieuw leren’. Nijmegen: ITS.

Smit, F., Driessen, G., Sluiter, R., & Meijvogel, R. (2007). Brood en spelen. Condi-

ties voor optimale tussenschoolse opvang. Nijmegen: ITS.

Smit, F., Driessen, G., Sleegers, P., & Hoop, P. (2003). Ethnic minority parents and

schools: Strategies to improve parental involvement and participation. In S. Cas-

telli, M. Mendel & B. Ravn (Eds.), School, family, and community partnership in

a world of differences and changes (pp. 105-118). Gdansk: University of Gdansk.

Smit, F., Driessen, G., Vrieze, G., Kuijk, J. van, & Sleegers, P. (2005). Opvoedings-

en opvangactiviteiten van scholen in het primair en voortgezet onderwijs. Een in-

ventarisatie van de stand van zaken met betrekking tot de relatie onderwijs-

opvoeding-opvang in het Nederlandse onderwijs. In Onderwijsraad (Ed.), Onder-

wijs in thema’s (pp. 159-228). Den Haag: Onderwijsraad.

Page 121: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

114

Smit, F., Wolf, K. van der, & Sleegers, P. (Eds.) (2001). A bridge to the future. Col-

laboration between parents, schools and communities. Nijmegen: ITS.

Smylie, M., & Hart, A. (1999). School leadership for teaching learning and change: A

human and social capital development perspective. In J. Murphy & K.S. Louis

(Eds.), Handbook of research on educational administration, 2nd ed. (pp. 421-

443). San Francisco: Jossey-Bass Inc. Publishers.

Souto-Manning, M., & Swick, K. (2006). Teachers’ beliefs about parent and family

involvement: Rethinking our family involvement paradigm. Early Childhood

Education Journal, 34, (2), 187-193.

Tett, L. (2004). Parents and school communities in Japan and Scotland: Contrasts in

policy and practice in primary schools. International Journal of Lifelong Educa-

tion, 23, (3), 259-273.

U.S. Department of Education (1998). Parent involvement in children’s Education:

Efforts by public elementary schools. Washington, DC: National Center for Edu-

cation Statistics.

Veen, A., Boogaard, M., & Fukkink, R., & Valkestijn, M. (2008). Wat heb je gedaan

vandaag? Een onderzoek naar opvang en educatie rond de basisschool: Amster-

dam: SCO-Kohnstamm Instituut.

Verbiest, E. (2004). Samen wijs. Bouwstenen voor professionele leergemeenschappen

in scholen. Antwerpen-Apledoorn: Garant.

Vermeulen, B., & Smit, F. (1998). De veranderende positie van ouders in het primair

en voortgezet onderwijs. Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onder-

wijsbeleid, mei, 27-37.

Vogels R. (2002). Ouders bij de les. Betrokkenheid van ouders bij de school van hun

kind. Den Haag: SCP.

Goodall, J, & Vorhaus, J. , 2011. Review of best practice in parental engagement.

London: Department for Education.

Warren, M., Hong, S., Rubin, C. & Sychitkokhong, U. (2009). Beyond the bake sale:

A community-based relational approach to parent engagement in schools. Teachers

College Record, 111, 2209-2254.

Weikart, D. (2004). How High/Scope grew. A memoir. Ypsilanti, MI: High/Scope

Press.

Weiss, H., Caspe, M., & Lopez, M. (2006). Family involvement in early childhood

education. Cambridge, MA: Harvard Family Research Project.

Winter, M. de (2011). Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Vanachter de

voordeur naar democratie en verbinding. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Wissema, J., W. Bouts & B. Rutgers, Medezeggenschap op maat, van toetsende naar

interactieve medezeggenschap, Assen: Van Gorcum & Comb 1996.

Wit, C. de (2005). Ouders als educatieve partner. Een handreiking voor scholen . Den

Haag: Q*Primair (www.kpcgroep.nl/oudersenschool).

Page 122: Frederik Smit e.a. (2012). Beter presteren. School en ouders samen. Onderzoek functioneren relatie ouders en school in Rotterdam

115

Wit, C. de (2006). Partnerschap tussen school en ouders als vruchtbare inbedding

voor medezeggenschap. In F. Smit (Ed.) Surfen op de golven van de medezeggen-

schap in het onderwijs (pp. 74-78). Alphen aan den Rijn: Kluwer.

Wit, C. de (Ed.) (2007). Maatschappelijk en pedagogisch bij de tijd. De school voor

voortgezet onderwijs en haar maatschappelijke en pedagogische opdracht. ‘s-

Hertogenbosch: KPC Groep.

Wolf, K., van der (2011). Over (dis)empowerment van ouders. In F. Smit (red.). De

Wet van de oogst. Partnerschap, ouders, school en buurt. Meesterklasbijdragen

(pp. 37-42). Nijmegen: Expertisecentrum Ouders, school en buurt, ITS, Radboud

Universiteit Nijmegen. http://www.ru.nl/its/expertisecentrum/meesterklas/

Zoontjens, P. (2003). Het beweeglijke recht op onderwijs. Op zoek naar ankerpunten

in een permanente ontwikkeling. Inaugurale rede UvT. Den Haag: Boom Juridi-

sche Uitgevers.