.Web viewBlumenfeld: “Neuroanatomy through clinical cases”, 2002, Sinauer associates hoofdstuk

download .Web viewBlumenfeld: “Neuroanatomy through clinical cases”, 2002, Sinauer associates hoofdstuk

of 108

  • date post

    07-Jun-2018
  • Category

    Documents

  • view

    213
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of .Web viewBlumenfeld: “Neuroanatomy through clinical cases”, 2002, Sinauer associates hoofdstuk

Tutorinstructies

BLOK 1.4: Denken en Doen

Brein in Beweging

Een groot aantal ziekten wordt veroorzaakt door stoornissen in het functioneren van het centrale zenuwstelsel. Hierbij

moet men denken aan zowel sensoriek stoornissen (zicht, gehoor, evenwicht enz.) als aan motoriek stoornissen

(houding en reflexen, verlammingen, Parkinson, afasie enz.). Ook de integratie van sensoriek en motoriek in de

hersenen en het ruggenmerg is in dit opzicht belangrijk. Om in deze ziekteprocessen een duidelijk inzicht te verwerven,

wordt in dit blok uitgebreid aandacht besteed aan de normale structuur en functie van het zenuwstelsel en de onderste

extremiteiten, alsook in beperkte mate aan de abnormale structuur en functie en klinische consequenties.

INLEIDING

Blokplanningsgroep

Deze tutorinstructies werden geschreven door de blokplanningsgroep van blok 1.4:

Richard Cornelussen (Fysioloog): blokcordinator geneeskunde (Richard.cornelussen@maastrichtuniversity.nl)

Vivianne van Kranen-Mastenbroek (Klinisch Neurofysioloog): blokcordinator ITM (v.kranen.mastenbroek@mumc.nl)

Ulrike von Rango (Anatoom)

Albert Leentjens (Psychiater)

Lucien Anteunis (Audioloog)

Korte beschrijving van het blok

Dit blok kan worden ingedeeld in 2 hoofdthemas: Beweging en Brein, welke gedurende het blok worden gentegreerd

via integratie-casussen.

Het hoofdthema Beweging is gericht op de beweging van de onderste extremiteiten (heup, knie en enkel).

Basisprincipes van normale werking van deze extremiteiten en de sturing door het centrale en perifere zenuwstelsel

worden behandeld. Het gehele proces van de beweging wordt erbij betrokken, van de initiatie van beweging, de

motorische baansystemen tot en met reflexen en bewegingsstoornissen.

In het hoofdthema Brein ligt het accent op de neuro-anatomie, neurofysiologie en hersen-vascularisatie alsmede de

sensorische baansystemen. De zintuiglijke waarneming (horen en zien) wordt behandeld voor de verduidelijking van

afferente baansystemen.

In het laatste gedeelte van het blok wordt meer expliciet de relatie gelegd tussen de twee eerdere zwaartepunten

(integratie van denken en doen). Zo worden de casussen over de pijnzin, het evenwicht en de patint met

neurologische schade gebruikt om de relatie tussen het functioneren van de hersenen en het menselijk gedrag te

verduidelijken. Een belangrijk (electro)fysiologisch concept is de neurotransmissie tussen zenuwcellen, alsook tussen

zenuwcel en spiercel, welke zeer regelmatig terugkomt in dit blok.

In dit blok wordt gestreefd naar het leren en onthouden van basisprincipes mbt beweging en neurotransmissie (die als

basis moeten dienen voor jaargang 2). Daartoe worden er meerdere onderwijsvormen aangeboden met eenzelfde

doel, zoals casussen, practica en lezingen maar met een andere invalshoek (zg schaduwcasustiek).

Algemene taken van de tutor

Het basis onderwijskundig model van dit blok volgt de principes van het Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO). De rol

van de tutor is hierin zeer belangrijk en wordt ook steeds uitgebreider. In dit blok wordt namelijk ook verwacht dat de

tutor, naast het bewaken en begeleiden van het onderwijsproces, ook nog eniger mate inhoudsdeskundig is en

presentaties van de studenten beoordeelt. Tevens hopen we dat de tutor erover waakt dat zoveel mogelijk leden van

de onderwijsgroep op een voldoende hoog niveau kennis en inzicht verwerven over de themas van blok 1.4.

Inhoudsdeskundigheid: de grote diversiteit aan behandelde onderwerpen in dit blok maakt het moeilijk voor ons

allemaal om totaal vakinhoudelijk deskundig te zijn. Het (bege)leiden van de discusie, tijdens de voor- of

nabespreking gaat toch gemakkelijker met meer kennis. Daarom hopen wij de tutor met onze uitgebreide

tutorinstructies enigszins blok-inhoudsdeskundig te krijgen. De inhoudsdeskundigheid dient vooral om te kunnen

waken over enerzijds een voldoende diepe brainstormsessie en anderzijds een voldoende hoog wetenschappelijk

niveau van de terugrapportage. Het is UITDRUKKELIJK NIET de bedoeling dat de tutorinstructies aan de studenten

worden bezorgd. De referenties aan het einde van elke casustoelichting mogen wel aan de studenten

gecommuniceerd worden, maar staan ook in de reader van blok 1.4.

Beoordelaar: de studenten wordt gevraagd in het kader van de Academisering een presentatie te geven van maximaal

10 minuten (plus 5 minuten feedback tijd). De presentatie (=bespreking van 1 leerdoel van de casus die op die dag

wordt behandeld) wordt gegeven in de OWG en wordt door zowel twee (2) studenten alsook de tutor van schriftelijke

feedback voorzien. Deze individuele feedback-documenten dienen samen met de presentatie opgenomen te worden

in het persoonlijk portfolio. Er zullen t.z.t. aparte beoordelingsformulieren worden toegezonden.

Evaluatie en Feedback: dit blok werd met grote zorgvuldigheid voorbereid. Ongetwijfeld zullen tijdens de eerste run

relevante verbeterpunten duidelijk worden. De mening en feedback van alle betrokkenen, inclusief studenten en

DO NOT COPY

pag. 2

Tutorinstructies blok 1.4

tutoren zijn daarom zeer belangrijk. Na afloop van het blok zal u als tutor gevraagd worden naar feedback. Ook tijdens

het blok zelf zijn de blokcordinatoren laagdrempelig bereikbaar voor suggesties en commentaren.

TIJDSLIJN

Maandag 6 februari 2012 Onderwijsgroepbijeenkomst 1

1.

2.

3.

4.

5.

6.

Aanwezigheden noteren

Kennismaken

Doorlopen van de weekplanning (bijv. Practica, werkcolleges etc)

Inventariseren van eventuele knelpunten

Voorbespreken van casus 1

Uitvoeren D2 test

Casus 1: Een pijnlijke knie

Op een mooie zaterdagmiddag komt een moeder met haar 11-jarige zoon in paniek naar de EHBO. De jongen huilt

heftig en geeft pijn aan in zijn rechterknie. Nadat de dienstdoende orthopedisch chirurg en zijn co-assistent de moeder

gekalmeerd hebben, kan zij vertellen wat er gebeurd is: haar zoon is tijdens een partijtje voetbal ongelukkig gevallen

en heeft zijn knie verdraaid. Sindsdien heeft hij heftige pijn en kan nauwelijks nog lopen.

De orthopeed palpeert de knie, maar dit is bijna onmogelijk vanwege de pijn. Ook een passief en actief

bewegingsonderzoek alsmede stabiliteitstesten van de knie zijn vrijwel onmogelijk. De orthopeed vertelt de moeder

dat de knie eigenlijk niet zo veel mag roteren, en dat er structuren voor zijn de kruisbanden - die deze rotatie

normaal beperken. Hij denkt daarom dat er een kruisband beschadigd is, en om de diagnose te bevestigen zou hij

graag een artroscopie van de knie doen.

De co-assistent probeert zijn kennis van de eerste studiejaren geneeskunde op te halen. Hoe zat dat ook alweer? Is

rotatie niet in ieder gewricht mogelijk? Welke bewegingsmogelijkheden zijn er berhaupt in de verschillende

gewrichten? Welke structuren zijn verantwoordelijk voor de beperkingen van de bewegingen en heeft dat niet ook iets

met de vorm van de gewrichten te maken? Waarom doet de arts nog een passief en actief bewegingsonderzoek? Wat

is het verschil? Het doet namelijk toch allemaal erg pijn.

De orthopeed vertelt dat hij, gezien de leeftijd van het kind, geen botbreuk verwacht, maar dat hij desondanks graag

een rntgenfoto zou willen hebben om uit te sluiten dat er mogelijk een beschadiging van de epifysaire schijf heeft

plaatsgevonden. Dat zou namelijk de verdere ontwikkeling van het bot en daarom de groei van het been van de jongen

kunnen benvloeden.

Tijdens de artroscopie vraagt de orthopeed aan de co-assistent Door welke structuren moeten wij heen om naar de

gewrichtsspleet te komen? Vervolgens licht hij de beelden op de monitor toe: Kijk dit zijn de kruisbanden. Hier zie je

het gewone gewrichtskraakbeen en de menisci. Gelukkig is er geen beschadiging. Ook de recessus en de bursa

infrapatellaris zien er normaal uit.

DO NOT COPY

pag. 3

Tutorinstructies blok 1.4

Tutorinstructies casus 1

Doelstelling van de casus

Deze casus zal de studenten prikkelen om de basale onderdelen van het bewegingsapparaat en hun functie, opbouw

en ontwikkeling te bestuderen. Als voorbeeld wordt hier het kniegewricht gebruikt, maar een algemeen overzicht over

gewrichtstypen en de bijhorende structuren is belangrijk. De casus sluit aan bij het werkcollege, dat in de eerste dagen

van het blok wordt gegeven, om interactief principes van het bewegingsapparaat te bestuderen. M.b.t. de structuur en

functie van de onderste extremiteit volgt er nog een vivo practicum en een macroscopie practicum in de Snijzaal. De

ontwikkeling van het bot hebben de studenten in blok 1.1 met behulp van het virtuele microscopie practicum Botbreuk

bestudeerd.

Passief en actief bewegingsonderzoek van de onderste extremiteit, alsmede stabiliteitstesten van de knie zullen in een

skillslab training aan de orde komen.

Leerdoelen

1.

2.

3.

4.

5.

Bouw botweefsel, bouw botten, ontwikkeling botten

Bouw gewricht, types van gewrichten (onder ander: echte (synoviale; kenmerken: kraakbeen, synoviaal

membraan, spleet, kapsel, ligamenten.), onechte gewrichten, schijngewichten)

Typen van synoviale gewrichten (scharnier, draai, kogel, zadel..), bewegingen

Functie pezen, ligamenten, bursae,