CAT 090317 Antineuronale autoantistoffen

Post on 26-Mar-2022

2 views 0 download

Transcript of CAT 090317 Antineuronale autoantistoffen

CATCATCritically Appraised TopicCritically Appraised Topic

Detectie van antineuronale autoantistoffen:l h dParaneoplastische en anderen

• Inleiding

• Antineuronale autoantistoffen

D t ti ( th d )• Detectie(methoden)

• To do’s

Inleiding (1)antineuronale autoantistoffen

• Autoantistof

antilichaam herkent lichaamseigen antigenenantilichaam herkent lichaamseigen antigenen

A ti l• Antineuronaal

gericht tegen neuronale antigenen• Centraal

• PerifeerPerifeer

• Autonoom

Inleiding (2)

l i h

g ( )paraneoplastische en anderen

• Paraneoplastisch

para  bij, naast, langsneoplasie abnormale nieuwe groei vanneoplasie abnormale nieuwe groei van 

weefsel

In aanwezigheid van een tumor

• Anderen:  Anti‐GAD, ‐Ganglioside, ‐MAG, ‐NMO.A ti A h M k Titi R diAnti‐Achr, ‐Musk, ‐Titin, ‐Ryanodine

Inleiding (3)

P l ti h

g ( )vanwaar komen ze?

• Paraneoplastische‐Kruisreactie met tumorantigenen

N

Tumor

eu

ro

n

Inleiding (3)

A d

g ( )vanwaar komen ze?

• Anderen‐Kruisreactie met virale antigenen

bv. bij Guillain‐Barré syndroom (anti‐ganlioside)N

e

Vi ur

o

Virus

‐Vaak nog onduidelijk

n

Inleiding (4)

l i h

g ( )wat veroorzaken ze?

≠ Neurologische symptomensubacuut, progressief*

Kenmerkende combinatie van symptomen(bv. ataxie, areflexie en ophtalmoplegie)

Neurologische syndromen(klassieke triade bij het Miller Fisher syndroom)( j y )

*acuut bij GBS (anti‐ganglioside)

Inleiding (5)g ( )wat veroorzaken ze?

C t l t l l P if t l l• Centraal zenuwstelsel– Encephalomyelitis– Limbische encephalitis

• Perifeer zenuwstelsel– Subacuut sensorische 

neuropathiep– Hersenstam encephalitis– Subacute cerebellaire 

degeneratie

– Acute sensorische neuropathie– Subacuut/chronische 

sensorimotorische neuropathiedegeneratie– Opsoclonus‐myoclonus– Stiff‐person 

sensorimotorische neuropathie– Autonome neuropathie

N l i j i– Optische neuritis • Neuromusculaire junctie– Myasthenia gravis– Lambert‐Eaton myastheenLambert Eaton myastheen 

syndroom– dermatomyositis

Antineuronale antistoffen (1)( )welke kennen we?

l i h dParaneoplastische Anderen

Anti‐Hu (ANNA1)Anti‐Yo (PCA1)

Anti‐GAD

Anti‐gangliosideAnti‐CV2 (CRMP5)

Anti‐Ma/Ta

g g

Anti‐MAG

Anti NMO (aquaporine 4)Anti‐Ri (ANNA2)Anti‐amphiphysine

Anti‐NMO (aquaporine‐4)

Anti‐AchRAnti‐Tr

Anti‐VGCCAnti‐NMDAR

Anti‐Musk

Anti‐TitinAnti‐NMDARAnti‐Zic4, ‐PCA2, ‐mGluR1, ‐recoverine, ‐VGKC, ANNA3 Anti‐Ryanodine

Antineuronale antistoffen (2)( )een beetje etymologie

• Hu, Yo, Ri, …

Naam eerste patiënt(e)– Naam eerste patiënt(e)

ANNA(1 2 3)• ANNA(1, 2 ,3)

– Antineuronaal nucleair antilichaam

• PCA(1, 2, Tr)

P ki j l ili h– Purkinjecel antilichaam

• VGCC, VGKC, NMO, GAD, CRMP5, NMDAR

Antineuronale antistoffen (3)( )basisgedachte

Vb.Vb.

Kl i lliBepaalde tumor

Kleincellig longcarcinoom

Bepaald antilichaam                    Anti‐GADAnti‐Hu

bepaald neurologisch syndroom Stiff‐person syndroom

Paraneoplastischeencephalomyelitis

Antineuronale antistoffen (4)( )tumor‐antilichaam‐syndroom

PCD Polyneuropathie PEM LEMSLE SPS GBSPoly‐

POMPCD Polyneuropathie PEM LEMSLE SPS GBS neuropathiePOM

VGCCHu Yo CV2 TrMa Ri NMDARamphy. GAD ganlioside MAG

KLEINCELLIG LONGNEO

Thymoma

H d ki l f

Gynaecologische tumor

KLEINCELLIG LONGNEO

IgM gam.

Hodgkin lymfoom

Testiculaire tumor

Antineuronale antistoffen (5)( )nog ingewikkelder???

• ook in gezonde populatie‐lage titers

• soms combinatie van ≠ antilichamen

• vaak onvolledige syndromen

Detectie(‐methoden)(1)( )( )waarom?

• Paraneoplastische antilichamen – 60‐70% neurologische symptomen eerste manifestatie van (nog occulte) tumor

– Irreversibele neurologische schade

– Invloed op therapie (immuuntherapie) en opvolging

– Soms noodzakelijk voor diagnose  PNS*Graus et al. Recommended diagnostic criteria for paraneoplastic syndromes. 

J. Neurol Neurosurg Psychiatry.

Detectie(‐methoden)(1)

A i GAD ili h

( )( )waarom?

• Anti‐GAD antilichamen– Niet nodig voor diagnose van SPS

Wel nodig om een eventuele autoimmune oorzaak van– Wel nodig om een eventuele autoimmune oorzaak van neurologische syndromen (vnl. cerebellaire ataxia) te bevestigen 

• Anti‐ganglioside antilichamen– Enkel ondersteunend voor de diagnose– Weinig impact op klinisch beleid– Kan helpen bij het subtyperen

> vnl anti GQ1b sterke associatie met MFS‐> vnl. anti‐GQ1b sterke associatie met MFS.

– IgM‐subklasse diagnostisch criterium voor MMN*Joint Task Force of the EFNS and the PNS. JPNS.

Detectie(‐methoden)(1)

A ti MAG tili h

( )( )waarom?

• Anti‐MAG antilichamen– Ondersteunend, wijst op demyelinisatie bij perifere neuropathie

Diff ti ti d h i h d li i d– Differentiatie van andere chronisch demyeliniserende neuropathieën (doch vnl. elektrofysiologisch)

Detectie(‐methoden)(2)

l h

( )( )hoe?

• Paraneoplastische

– Guidelines van Mol et al. (1994)• Screening met indirecte immunofluorescentie (IIF)g

• Specificiteit bevestigen met Western blot

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

• IIFNN

euSERUM NEURONAAL 

WEEFSELro

n

WEEFSEL

GELABELD ANTI‐HUMAAN Ig ANTILICHAAMIg ANTILICHAAM

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

Prof. J‐L Humbel, LLIP.

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

• Gebruik bij voorkeur weefsel van primaten

• Gebruik van bevroren coupes

• Patronen positief bij serumverdunning 1/500p j g

• Patronen beoordelen ‐‐> richtinggevend• Patronen beoordelen  ‐‐> richtinggevend

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

Prof. J‐L Humbel, LLIP.

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

Prof. J‐L Humbel, LLIP.

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

Vb.  Anti‐myeline

Prof. J‐L Humbel, LLIP.

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

Vb.  ANNA1 (Hu)

Prof. J‐L Humbel, LLIP.

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

Vb.  PCA1 (Yo)

Prof. J‐L Humbel, LLIP.

Detectie(‐methoden)(2)

Paraneoplastisch autoantilichaam Indirect immuunfluorescentie-patroon

( )( )hoe?

Paraneoplastisch autoantilichaam Indirect immuunfluorescentie-patroonAnti-Hu Nuclei + cytoplasma van centrale en perifere neuronen Anti-Yo Axonen en cytoplasma van Purkinje-cellen

Anti-CV2 Cytoplasma van oligodendrocyten Anti-Ma2 Nucleoli van neuronen en Purkinje-cellen

Anti-Ri Nuclei + cytoplasma van centrale neuronen met nucleolaire uitsparingen

Anti-amphiphysin Presynaptische uiteinden in het centraal zenuwstelselAnti amphiphysin Presynaptische uiteinden in het centraal zenuwstelsel

Anti-Tr (!) Cytoplasma van Purkinje-cellen met fijne granulaire aankleuring in de moleculaire laag

Anti-VGCC Pre-synaptisch in de neuro-musculaire junctie A ti NMDAR ???Anti-NMDAR ???

Anti-Zic4 Nuclei van granulaire neuronen, zwakker op nuclei van Purkinje-cellen.

Anti-PCA2 Cytoplasma van Purkinje-cellen en andere neuronen Anti-mGluR1 Cytoplasma van Purkinje-cellen

Anti-Recoverin Retinale fotoreceptor Anti-VGKC Perifere zenuwen

Nuclei van centrale neuronenANNA3 Nuclei van centrale neuronen (Purkinje-cellen, moleculaire laag, golgi)

Anti-GAD Diffuus zenuwuiteinden in moleculaire en granulaire laag van cerebellum, axonen van Purkinje-cellen / eiland-cellen

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

• Paraneoplastischea a eop ast sc e– Guidelines van Mol et al. (1994)

• Screening met indirecte immunofluorescentie (IIF)• Screening met indirecte immunofluorescentie (IIF)

• Specificiteit bevestigen met Western blotAntilichamen met ongekende klinische relevantie– Antilichamen met ongekende klinische relevantie

– Gelijktijdige aanwezigheid van andere antilichamen

» ANA’s, AMA’s

– Soms moeilijke interpretatie

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

• Keuzen tussen antigenen– Neuronale extracten– Neuronale extracten– Recombinante antigenen

BEST BEIDEN!

• CAVE vals negatieve

BEST BEIDEN!

• CAVE vals negatieve– Door verlies van epitopen bij overbrengen van antigenen op blotsantigenen op blots

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

• Western blotting

Prof. J‐L Humbel, LLIP.

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

Paraneoplastisch autoantilichaam Neuronaal autoantigeen (Moleculair gewicht (kDa))Paraneoplastisch autoantilichaam Neuronaal autoantigeen (Moleculair gewicht (kDa))Anti-Hu 34-40 Anti-Yo 34, 52, 62

Anti-CV2 66Anti-CV2 66Anti-Ma2 41.5 Anti-Ri 55, 80

Anti-amphiphysin 128Anti amphiphysin 128Anti-Tr (!) /

Anti-VGCC 64 Anti-NMDAR ???Anti NMDAR ???

Anti-Zic4 37 Anti-PCA2 280

Anti-mGluR1 140Anti-Recoverin 23, 65

Anti-VGKC / ANNA3 170

Anti-GAD 65, 67 Anti-MAG 100

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

• Immunodot

Prof. J‐L Humbel, LLIP.

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

• Anti‐GAD antilichamen– Veel verschillende assays!y

• IIF

• RIARIA

• Immunoprecipitatie

• Radiobinding assaysRadiobinding assays

• ELISA

• Western blottingWestern blotting

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

• Vianello et al.  (2005)  rcRIA en IIF– IDDM rcRIA

– SPS IIF + rcRIA

Detectie(‐methoden)(2)

i li id ili h

( )( )hoe?

• Anti‐ganglioside antilichamen

GOUDEN STANDAARD:TLC (dunne laag chromatografie) + immunodetectie

ELISAIgG/IgMIgG/IgM

Anti‐GM1, ‐GM2, ‐GM3, ‐GM4, ‐GQ1b, ‐sulfatiden, ‐GD1a, ‐GD1b, ‐GT1a,…

Detectie(‐methoden)(2)( )( )hoe?

Line immunoassay

Prof. J‐L Humbel, LLIP.

Detectie(‐methoden)(2)

A ti MAG tili h

( )( )hoe?

• Anti‐MAG antilichamen

GOUDEN STANDAARDGOUDEN STANDAARD:Western blot met humane MAG‐antigenen (100kDa)

PRAKTIJK:ELISAELISA 

– Semikwantitatief– Objectiefj– Lage titers detecteerbaar (ELISA+/WB‐)– Extra bevestiging met SPGP

Detectie(‐methoden)(3)( )( )enkele cijfers

Graus et al., Recommended diagnostic criteria for paraneoplastic neurological syndromes (2004). J Neurol Neurosurg Psychiatry.

Detectie(‐methoden)(3)( )( )enkele cijfers

ili h l l i i lAntilichaam Aantal aanvragen Aantal positieve stalen

Anti‐Hu 135 1

Anti‐Ri 135 1Anti Ri 135 1

Anti‐Yo 105 0

Anti‐VGKC 42 2

Anti‐ganglioside/sulfatide 38 6

Anti‐amphiphysine 35 1

Anti‐NMDAR 29 1

Anti‐Ma1/2 27 0

Anti‐MAG 13 1Anti‐MAG 13 1

Anti‐VGCC 6 0

A iti lt t ti l t ti t ff UZ L j 2008Aanvragen en positieve resultaten antineuronale autoantistoffen UZ Leuven jan‐apr 2008.

Detectie(‐methoden)(4)( )( )waar?

L b t i L b i d’I th l i (LLIP)• Laboratoir Luxembourgeois d’Immunopathologie (LLIP)– Anti‐Hu, ‐Yo, ‐Ri, ‐Ma1/2,

CV2 amphiphysine Tr TAT < 1wk € 18 (+ 22)‐CV2, ‐amphiphysine, ‐Tr– Anti‐ganglioside/sulfatide

TAT < 1wk, € 18 (+ 22) 

• Department of Clinical Neurology, University of Oxford– Anti‐NMDAR, ‐NMO TAT < 1wk € 65Anti NMDAR,  NMO– Anti‐VGKC/VGCC   TAT < 5wk, € 60

TAT < 1wk, € 65

• St‐Luc, Université Catholique de Louvain (UCL)– Anti‐MAG TAT < 2wk, € 54

To do’s(1)

• Antilichamen in eigen laboratorium uitvoeren?

• Welke antilichamen?

Vragen‐bedenkingen?(1)g g ( )