Het DNA van de Europese Unie

Click here to load reader

download Het DNA van de Europese Unie

of 31

Embed Size (px)

description

Analyse van de Europese Unie. Hypothese van de 'Stille Staat'.

Transcript of Het DNA van de Europese Unie

  • 1. Het DNA van de EU De Stille Staat ontcijferd

2. A) EU-geschiedenis 3. B) Europese misvattingen

  • Mythe van de permanente evolutie van de EU
  • Geen natiestaat = geen staat

4. 1) Mythe van de permanente evolutie

  • heel vaak voorstelling over automatische federalisering v/d EU
  • Europese eenmaking is een ononderbroken / eenduidig traject dat gestaag vooruit gaat?

5. 1 eenmakende beweging

  • Populair verhaal: na de tweede wereldoorlog en eindigt in 1 eenmakende beweging bij het Verdrag van Lissabon.
  • Terwijl het een historisch proces is met hiaten, haperingen en aanzelingen, belangentegenstellingen en belangrijke veranderingen van richting.
    • EU in op nieuwe weg met Verdrag Rome en hersticht in 1986 (Eenheidsacte).
    • Toetreding VK (1973) is iets anders van 10 Oost-Europese landen (2005 - geleid tot kolonisering van die nationale economien)
  • Idee van 1 beweging, sluit tussenkomst uit. Alsof EU niet kan hersticht worden.

6. Vooruitstrevend

  • De EU is een vooruitstrevend project dat democratisch en sociaal is en zorgt voor vrede.
  • Stichtingsmythe: vrede bewaren in Europa,suggereert dat dat hoger doel nog steeds centraal staat

7. Work in progress

  • Mythe met grootste impact
  • EU als ahistorisch, teleologische en apolitiek project (zonder conflicten, klassenbelangen, )Suggestie tendens naar moderne staat / automatische federalisering
  • EU werd en wordt gaandeweg democratischer en socialer. EU is niet ok? Hetwordtbeter.
  • Alle kritiek gepareerd: we gaan daar iets aan doen , het wordt beter, het zou moeten zijn, dat komt later nog, het is toch al beter dan
  • We laten onsleiden door de mythe van een proces dat stap per stap vooruit zou gaan. Datweerhoudt ons van structurele analyses over de actuele aard van de EU en het EU-project .

8. 2) Geen natiestaat dus geen staat

  • Oefening:volgende woorden van toepassing op de EU?:
  • governance, beleid,overheid , staats, staats(her)vorming, regime, )
  • Indien ja, is de consequentie dat we de EU als staatsstructuur moeten begrijpen.
  • EU vaak afgezet tegen enerzijds natiestaat en anderzijds supranationale instelling.
    • EU zou iets ertussenin zijn.
  • Yves Salesse duidde al op dynamische karakter constructie
  • Sinds de eenheidsactie (Delors - 1986) kunnen zeggen dat de EU bouwt aan staatsstructuren / buiten de schemas van de 19 deeeuw

9. C) Het DNA van de EU

  • EU is historisch project van:
    • nationale burgerijen en kapitaal (doorvoeren maatregelen die nationaal niet haalbaar zijn),
    • multinationale bedrijven (winstmaximalisatie),
    • Europese technocraten
  • In kader kapitalisme en klassenstrijd
  • Kapitalisme heeft een staatkundig project nodig, begrijp ook neoliberalisme als staatsfilosofie en zon project

10. Politiek economische context

  • Historisch : minder nadruk leggen op wat er na WO II gebeurde, meer ,nadruk op context economische crisis van jaren 70 en 80, nieuwe regulatie economie
  • Economisch : (vrije) interne markt heeft als doel de productiekrachten (arbeid kapitaal, grondstoffen) beter te alloceren vrijheden voor kapitaal (winstmaximalisatie)
  • Politiek : kapitalisme onder beter omstandigheden dan fordisme = democratische draai terug = klassedecompositie
    • Nationale democratien buitenspel zetten
    • Controle en repressieapparaat opbouwen

11. DNA is ondeelbaar

  • DNA: interne markt / winstmaximalisatie niet realiseerbaar zonder antidemocratische tendens (cfr. Naomi Klein)

12. D. Hypothese stille staat

  • WatisEuropese Unie?ipv zou moeten / kan worden / moest worden
  • Werkhypothese:nieuw soort staatstructuur
      • Vrije interne markt
      • Antidemocratische tendens
      • Flou artistiqueEuropen
  • Horizontale vs. verticale integratie

13. 1. Interne markt

  • Goederen (Schengen, interne vrije markt goederen)
    • Grondstoffen(EU imperialisme / EPAs / handelsbarrieres, landbouwsubsidies)
  • Diensten(Schengen, vrij verkeer diensten, Bolkenstein, )
  • Personen ( Arbeidskrachten,fort Europa, )
  • Kapitaal (muntunie, ECB, vrij verkeer kapitaal, belastingen, implicaties schuldencrisis?)
  • Gelijkenis tussen vrijheden en opsomming productiekrachten(arbeid, kapitaal, grondstoffen)
    • Vrijheid =vrij alloceren
    • Typische objectivering van personen, diensten, natuur
  • Proces van horizontale integratie
    • politiek vermomd als economie
    • In Oost-Europa als kolonisatie gezien

14. 2. Antidemocratische tendens

  • Terugdraaien nationale democratie / mechanismes voor soevereiniteit (associatieve democratie)
  • Big Brother in Europa(boek Raf Jespers)
    • Integratie defensie en politie op EU-schaal (voor de veiligheid)
    • Ingezet op zelfde moment als interne markt (!)
  • Systeem van verticale integratie
    • De lidstaten integreren niet in elkaar in de EU / ze integreren elk apart in de EU
      • Bvb. Frans gerecht en Belgisch gerecht integreren in EU juridisch systeem, maar niet in elkaar.
      • Gescheiden publieke opinies.
    • historische les voor Europese burgerij(en) dat arbeidersbeweging en anderen binnen Civiele Samenleving ruimtes voor subversie zoeken / zonder CS rondom dekernvan de EU is de deur op slot.

15. Verticale integratie

  • Beperkte Europese civiele maatschappij
    • ruimte voor politieke en sociale bewegingen met een ander project voor de EU uiterst beperkt
    • grote controle op bestaande EU civiele maatschappij = Brussels bubble + enkele propagandistische programmas (Erasmus, )
    • ESF & grondwetreferenda gaan hier tegenin (niet toevallig verstrengelde bewegingen)
  • Vergelijkbaar met systeem van ideologische verzuiling (Belgi, Nederland, Zwitserland), communautaire verzuiling (Belgi, Spanje, Zwitserland, ), etnische verzuiling (VSA, Zuid-Afrika, Isral, )

16. 3. Flou artistique Europen

  • Onduidelijkheid over grenzen EU
    • Juridisch & Territoriaal
  • Eenmaking = structuur EU (!)
    • Structuur moderne natiestaten was veel statischer / structuur EU is dynamisch
    • (als aanpassing aan kapitalisme van vandaag of als aanpassing aan de werkende klasse van vandaag?)
    • niet gedragen doorgrondwet
    • processtructuur

17. Onduidelijkheid over grenzen EU

  • Juridisch & Territoriaal
    • Is bij overlopen EU-instellingen strikt onderscheid met nationale instellingen nog correct? (gezien verticale integratie)
    • Statuut Kandidaatlidstaten(via acquis wetgeving helemaal afstemmen)
    • Schengen voor zowel lidstaten als niet-lidstaten
    • Zwitserland, Noorwegen, Monaco etc functioneel binnen kader EU
    • Monaco, Vaticaanstad, San Marino, Andorra in uro
    • Meerderheid 27 EU-lidstaten in Raad van Europa
    • i.p.v. Lidstaten spreken over substaten
      • = lidstaten + andere categorien zoals kandidaten enz.
      • ene substaat weegt meer dan andere
  • Reflectie oversoevereiniteit natiestaten Europa?

18. 19. Eenmaking = structuur EU

  • Onconstitutioneel & processtructuur
    • Itt. Constitutie moderne staten 19 deeeuw
    • Opmerkelijk: geen revolutie / geen constituerend moment dat volk soevereiniteit geeft
  • Onduidelijkheid over grenzen altijd verbonden geweest met processtructuur / altijd buiten EU zaken opgezet voor EU
  • Functionalisme(ipv federalisme, nationalisme)

20. E. Politieke stellingen

  • 1) Mythe van de permanente evolutie
  • 2) Voorbij natiestaat of supranationale instelling
  • 3) EU-neoliberalisme is niet slecht
  • 4) De EU faalt!
  • 5) Er is te weinig politieke integratie!
  • 6) EU en nationale politiek zijn niet gescheiden