Folder Wft Svb 2010

of 48 /48
Bronnenboek [email protected] Wft Schadeverzekeringen Particulieren

Embed Size (px)

description

Folder Wft Schadeverzekeringen bedrijven

Transcript of Folder Wft Svb 2010

  • [email protected]

    Wft Schadeverzekeringen Particulieren

  • 2ColofonUitgever: Welten OpleidingenAuteur: Welten OpleidingenEindredactie: Welten OpleidingenVormgeving: Verhagen Grafische Media BV, VeldhovenIllustraties: Verhagen Grafische Media BV, Veldhoven Drukwerk: Verhagen Grafische Media BV, Veldhoven

    [email protected] Wft-Schadeverzekeringen ParticulierenVersie: W45MOD2_V11

    Copyright 2010 Welten Opleidingen Postbus 1047 5512 ZG Vessem Telefoon: 0497- 594800 Fax: 0497 - 594999 E-mail: [email protected] Internet: www.welten.eu

    Samenstellers en Welten Opleidingen zijn zich volledig bewust van hun taak een zo betrouwbaar mogelijke uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor onjuist-heden die eventueel in deze uitgave voorkomen.

    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any othermeans, without written permission from the publisher.

    Voor zover het maken van kopien uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. besluit van 27 november 2002, Stb. 575, dient men de daarvoor wettelijk verschul-digde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (Postbus 3060, 2130 KB) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.

    De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

  • 3InhoudVoorwoord 7

    Algemene studieaanwijzingen 8

    Inleiding in het schade verzekeringsbedrijf 11

    Hoofdstuk 1Algemene begrippen 12

    1.1 Inleiding 121.2 Voorlopige dekking 121.3 Terrorisme, risico en schade 121.4 Non-selectie en autoselectie 121.5 Risicomanagement 131.6 Zaakschade 131.7 Persoonsschade 141.8 Vermogensschade 141.9 Preventie in het kader van

    risicoanalyse 142.0 Principes van actief

    schade regelingsbeleid 15Samenvatting 15

    Hoofdstuk 2Schadeverzekeringen 16

    Inleiding 162.1 Risicos 162.2 Klant 16

    Hoofdstuk 3Nieuw verzekeringsrecht 17

    3.1 Inleiding 173.2 Dwingend, semi-dwingend en

    regelend recht 17

    Hoofdstuk 4Verzekeringsdefinitie 18

    4.1 Artikel 7:925 BW; Definitie van de verzekeringsovereenkomst 18

    4.2 Artikel 7:926 BW; Uitkering en uitkeringsgerechtigde 19

    4.3 Artikel 7:944 BW; Specifieke definitie schadeverzekering 19

    4.4 Artikel 7:964 BW; Definitie sommenverzekering 19

    4.5 Artikel 7:975 BW; Definitie levensverzekering 20

    4.6 Artikel 7:928 BW tot en met 7:931 BW; Mededelingsplicht en overtreding 20

    4.7 Artikel 7:934 BW tot en met 7:936 BW; Premie 25

    4.8 Artikel 7:935 BW; Premieverrekening 264.9 Artikel 7:936 BW; Verrekening bij

    bemiddeling door tussenpersoon 264.10 Artikel 7:938 BW; Geen premie

    verschuldigd als geen risico is gelopen 274.11 Artikel 7:939 BW; Vermindering van

    premie bij tussentijdse opzegging 274.12 Artikel 7:940 BW; Opzegging van de

    verzekeringsovereenkomst 274.13 Artikel 7:941 BW; Verplichtingen van

    verzekeringnemer (of verzekerde) bij schade 28

    4.14 Artikel 7:957 BW; Verplichting tot beredding 29

    4.15 Artikel 7:951 BW; Schade door aard of gebrek van de verzekerde zaak 29

    4.16 Artikel 7:952 BW; Opzet of roekeloos- heid 30

    4.17 Artikel 7:954 BW; Directe actie van benadeelde (slachtofferbescherming) 31

    4.18 Artikel 7:955 BW; Verzekerde som 324.19 Artikel 7:956 BW; Herbouw-/

    vervangingswaarde 324.20 Artikel 7:958 BW; Onder- en

    oververzekering 324.21 Artikel 7:957 BW; Bereddings- en

    expertisekosten 334.22 Artikel 7:960 BW; Indemniteitsbeginsel 334.23 Artikel 7:961 BW; Samenloop 334.24 Artikel 7:962 BW; Subrogatie 34

    Hoofdstuk 5Overeenkomst 37

    Inleiding 375.1 Polis 375.2 Polisblad 385.3 Polisvoorwaarden 38Samenvatting 38

    Hoofdstuk 6Verzekeraar en verzekeringnemer 39

    Inleiding 396.1 Verzekeringnemer 396.2 Verzekeraar 39Samenvatting 39

    Hoofdstuk 7Tussenpersoon 40

    Inleiding 407.1 Gevolmachtigd agent 40Samenvatting 41

    Hoofdstuk 8Premie 42

    Inleiding 428.1 Premiebetalingsplicht 428.2 Aanpassingsclausule (en bloc-clausule;

    herzieningsclausule) 428.3 Premieopbouw 43Samenvatting 44

    Hoofdstuk 9Verlies, schade of gemis van verwacht voordeel 45

    Inleiding 45Samenvatting 45

    Hoofdstuk 10Soorten verzekeringen 46

    Inleiding 4610.1 Verplichte verzekeringen 4610.2 Noodzakelijke en/of wenselijke

    verzekeringen 4610.3 Uitsluitingen 46Samenvatting 47

  • 4Hoofdstuk 11Samenvatting 48

    Deel 1 Particulier Bezit 51Inleiding 51

    Hoofdstuk 1Algemeen 52

    Inleiding 521.1 Brand 521.2 Woonhuis 531.3 Inboedel 541.4 Kostbaarheden 54Samenvatting 55

    Hoofdstuk 2Preventie 56

    Inleiding 562.1 Particuliere bezittingen 562.2 Organisatorische maatregelen 562.3 Bouwkundige maatregelen 572.4 Technische maatregelen 572.5 Het politiekeurmerk Veilig Wonen

    (PKVW) 58

    Hoofdstuk 3Inventarisatie en analyse 61

    Inleiding 613.1 Risicoadres 623.2 Acceptatie 63Samenvatting 65

    Hoofdstuk 4Advies en bemiddeling 66

    Inleiding 664.1 Kale brandverzekering 664.2 Uitgebreide Gevarenverzekering (UGV) 674.3 extra Uitgebreide Gevarenverzekering

    (eUGV) 684.4 All-riskverzekering of de alle van

    buiten komende onheilen dekking 704.5 Dekking inboedel buitenshuis 704.7 Glasverzekering 714.8 Kostbaarhedenverzekering 724.9 Extrakostenverzekering 734.10 Computerverzekering 744.11 Elektronicaverzekering 74Samenvatting 75

    Hoofdstuk 5Vaststellen van het verzekerde bedrag 76

    5.1 Inboedel 765.2 Onderverzekering 765.3 Oververzekering 775.4 Indexclausule 775.5 Inboedelwaardemeter 775.6 Inboedelinventarisatielijst 785.7 Woonhuizen 785.8 Indexclausule 785.10 Taxaties 80

    5.11 Verkoopwaarde of sloopwaarde 805.12 Overzicht kosten 815.13 Appartementen 81Samenvatting 83

    Hoofdstuk 6Premiefactoren 84

    Inleiding 84

    Hoofdstuk 7Beheer en mutatie 85

    Inleiding 85

    Hoofdstuk 8Schadebehandeling 86

    Inleiding 86Samenvatting 87

    Hoofdstuk 9Recreatieverzekeringen 88

    Inleiding 889.1 Reisverzekering 889.2 Annuleringsverzekering 939.3 Caravanverzekering 959.4 Kampeerwagen- of Camper-

    verzekering 1009.5 Pleziervaartuigen 1019.6 Beheer en mutatie 1019.7 Premiegrondslag 1019.8 Cascodekking 1029.9 Schade aan de inboedel 1039.10 Aansprakelijkheidsdekking 1049.11 Dekking van schadekosten 1049.12 Ongevallenverzekering voor

    opvarenden 1049.13 Uitsluitingen 1049.14 Preventieve maatregelen 1059.15 Zeilplankverzekering 105Samenvatting 106

    Hoofdstuk 10Samenvatting 107

    Deel 2 Verkeer 113Inleiding 113

    Hoofdstuk 1Inventarisatie en analyse 114

    Inleiding 1141.1 Wet aansprakelijkheidsverzekering

    motorrijtuigen (WAM) 1141.2 Definitie motorrijtuig 1211.3 Artikel 185 Wegenverkeerswet 1231.4 Verzamelen van gegevens 126Samenvatting 127

    Hoofdstuk 2Advies en bemiddeling 128

    Inleiding 128

  • 5Hoofdstuk 3Dekkingsvormen 129

    Inleiding 1293.1 WA-dekking 1293.2 De beperkte cascodekking 1313.3 Cascodekking 1323.4 Ongevallenverzekering Inzittenden 1343.5 Schadeverzekering voor Inzittenden 1363.6 Verkeersschadeverzekering 1373.7 Collectiviteiten 1373.8 Ongevallen Opzittendenverzekeringen 1383.9 Motorrijtuigenrechtsbijstands-

    verzekering 1383.10 Verhaalsrechtsbijstandsverzekering 139Samenvatting 139

    Hoofdstuk 4Premie berekening 140

    Inleiding 140Samenvatting 143

    Hoofdstuk 5Beheer en mutatie 144

    Inleiding 144

    Hoofdstuk 6 145Schadebehandeling 145

    6.1 VAR-registratie & systeem vertrouwelijke mededelingen 147

    6.2 Voorkomen van fraude bij autoschade 1476.3 Stappen in het schadebehandelings-

    proces 1476.4 Behandeling bij letselschades 148Samenvatting 149

    Hoofdstuk 7Samenvatting 150

    Deel 3 Aansprakelijkheid en Rechts bijstand 153Inleiding 153

    Hoofdstuk 1Inventarisatie en analyse 154

    1.1 Aansprakelijkheid en de wet 1541.2 Artikel 6:162 BW;

    Schuldaansprakelijkheid 1551.3 Risicoaansprakelijkheid 1561.4 Aansprakelijk voor schade door

    zaken die iemand bezit 1571.5 Groepsaansprakelijkheid 1581.6 Productaansprakelijkheid 1581.7 Uitsluitingsgronden 161Samenvatting 161

    Hoofdstuk 2De aansprakelijkheids verzekering voor particulieren (avp) 162

    Inleiding 1622.1 Speciale polissen dan wel

    clausulering op de polismantel 165Samenvatting 165

    Hoofdstuk 3Advies en bemiddeling, beheer en mutatie 166

    Inleiding 1663.1 Beheer en mutatie 166Samenvatting 166

    Hoofdstuk 4Schadebehandeling 167

    Inleiding 1674.1 Opzet 1674.2 Opzicht 1674.3 Motorrijtuigen 1684.4 Passagiersrisico 1694.5 Kinderspeelgoed en motormaaiers 1694.6 Joyriding 1694.7 Elobike 1694.8 Vaartuigen 169Samenvatting 170

    Hoofdstuk 5Rechtsbijstand 171

    Inleiding 1715.1 Inventarisatie en analyse bij de

    rechts bijstandsverzekering 1715.2 Advies en bemiddeling bij de

    rechtsbijstandsverzekering 1725.3 Beheer en mutatie bij

    rechtsbijstandsverzekeringen 1745.4 Schadebehandeling 175Samenvatting 176

    Hoofdstuk 6Samenvatting 177

    Deel 4 Inkomen en arbeids-ongeschiktheid voor de werknemer 181

    Inleiding 181

    Hoofdstuk 1Inventarisatie en analyse 183

    1.1 Sociale wetgeving 1831.2 Arbeidsongeschiktheidscriteria 1831.3 Loondoorbetalingsplicht werkgever

    (Wet Verlenging loondoorbetaling bij ziekte - WVLBZ) 184

    1.4 Wet verbetering Poortwachter 1851.5 Wet op de arbeidsongeschiktheid

    (WAO) 1861.6 Wet werk en inkomen naar

    arbeidsvermogen (WIA) 1861.7 Werkhervattingsregeling voor

    Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) 189

    1.7.1 Werknemers die tijdelijk volledig en niet duurzaam arbeidsongeschikt zijn 189

    1.7.2 Werknemers die voor 35% of meer, maar niet volledig arbeidsongeschikt zijn 190

    1.8 Inkomen Volledig Arbeids- ongeschikten (IVA). 192

  • 6Hoofdstuk 2Verzekeringen tegen inkomensverlies bij werkloosheid 193

    2.1 Werkloosheidswet (WW) 1932.2 Wet Inkomensvoorziening oudere

    werkloze werknemers 1932.3 WW en WWB 194Samenvatting 194

    Hoofdstuk 3Toeslagenwet 195

    Inleiding 1953.1 Hoogte van de aanvulling 195

    Hoofdstuk 4Wet werk en bijstand 196

    Inleiding 1964.1 Eigen vermogen en bijstand 1964.2 De Wet Arbeidsongeschiktheidsvoor-

    ziening jonggehandicapten (Wajong) 196

    Hoofdstuk 5Advies en bemiddeling 198

    Inleiding 1985.1 Marktwerking bij de regeling WGA 198

    Hoofdstuk 6Werknemers arbeids-ongeschiktheidsverzekering 199

    Inleiding 1996.1 WGA-gatverzekering 1996.2 WIA-aanvullingsverzekering 2006.3 WIA-excedentverzekering 2006.4 Maandlasten AOV 2016.5 Collectieve schadelast 2016.6 Arbeidsongeschiktheidspensioen 2016.7 Schadebehandeling werknemers-

    arbeidsongeschiktheidsverzekering 2026.8 Uitsluitingen werknemersarbeids-

    ongeschiktheidsverzekering 2036.9 Verhaal van een uitkering op

    werknemers arbeidsongeschiktheids-verzekering 203

    Hoofdstuk 7Ongevallenverzekering 204

    Hoofdstuk 8Beheer en mutatie 206

    Hoofdstuk 9Schadebehandeling 207

    Hoofdstuk 10Samenvatting 208

    Deel 5 Gezondheid en zorg 213Inleiding 213

    Hoofdstuk 1Zorgverzekeringswet 214

    Inleiding 214

    1.1 Identificatieplicht in de zorg 2141.2 Verzekeraars hebben een zorgplicht 2141.3 Premie 2151.4 Zorgtoeslag 2161.5 Eigen risico 2171.6 De premiebetaling door de overheid 2171.7 Wanbetalers 217

    Hoofdstuk 2 219Basispakket 219

    Inleiding 2192.1 Collectieve zorgverzekeringen 2212.2 Acceptatie 2212.3 Mutaties tijdens de looptijd 2212.4 Schadevergoeding 2222.5 Beindiging van de polis 2222.6 Reisverzekering en Zorgverzekering 2222.7 Verzuimmanagement 2222.8 Griep vaccinatie 2222.9 Declaratie van een schade(nota) 2232.10 Klachteninstituut zorgverzekeringen 224

    Hoofdstuk 3Aanvullende verzekeringen 225

    Hoofdstuk 4Algemene wet bijzondere ziektekosten(awbz) 227

    4.1 Welke zorg zit er nu eigenlijk in de AWBZ? 227

    4.2 Uitkleding van AWBZ 2274.3 Premie 227

    Hoofdstuk 5Wet maatschappelijke ondersteuning(Wmo) 228

    Inleiding 2295.1 Van AWBZ naar Wmo 2295.2 Wet voorziening gehandicapten

    gaat naar het Wmo 229

    Hoofdstuk 6Totaaloverzicht 230

    Hoofdstuk 7Rol van de tussenpersoon 231

    Deel 6 Begrippenlijst 235

    Deel 7 Toetstermen 243Schadeverzekeringen Particulieren 2010

    a. Bezitsverzekeringen 243b. Verkeer 250c. Transport 258d. Aansprakelijkheid en Rechtsbijstand 261e. Inkomen en arbeidsongeschiktheid 269f. Gezondheidszorg en zorg 275g. Algemeen 281

    Bijlagen: 285

  • 7Voorwoord

    Voor je ligt de Welten Wft-module Schade-verzekeringen Particulieren. De module voldoet aan de Wft-eindtermen en heeft betrekking op alle aspecten van de advisering van schade-verzekeringen Particulieren.

    De Wet financieel toezicht (Wft) is opgesteld door het Ministerie van Financin en is op 1 januari 2007 van kracht geworden. Onder andere de Wet op het consumentenkrediet (Wck) is vervangen door de Wft. De Wft stelt eisen aan financile dienstverleners op het gebied van integriteit, deskundigheid, betrouw-baarheid, financile zekerheid, transparantie, adequate informatieverstrekking en zorgvuldige advisering aan consumenten in het kader van de zorgplicht. Het doel is het bieden van een betere bescherming aan de consument met betrekking tot financile producten.

    Financile producten

    Financile producten, zoals verzekeringen, kredieten, beleggingsproducten en betaalmid-delen vervullen een belangrijke rol in het leven van mensen. Zo is een betaalrekening steeds meer een voorwaarde om volwaardig deel te kunnen nemen aan het maatschappelijke verkeer, stellen beleggingsproducten mensen in staat zich financieel voor te bereiden op grote uitgaven of een periode met beperkte inkomsten en maakt een krediet het mogelijk om nu uit-gaven te doen, terwijl men pas op termijn over de middelen beschikt.

    De bescherming van de consument

    De bescherming van de consument is nodig vanwege risicos die vaak verbonden zijn aan de aanschaf van financile producten. Deze risicos zijn voor de consument over het algemeen moeilijker te beoordelen dan voor de financile dienstverlener. De financile dienstverlener speelt een belangrijke rol in het bewustmaken van de consument van deze risicos. Het ver-schil in kennis is gedeeltelijk het bestaansrecht van financile dienstverleners, maar mag er niet toe leiden dat de financile dienstverlener de verantwoordelijkheid van de consument geheel overneemt. Iedere consument is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de keuzes die hij maakt. Om de juiste keuze te kunnen maken moet de consument wel juist genformeerd worden.

    De Wft is bedoeld om de verantwoordelijk heden van de financile dienstverleners, en daarmee ook die van de consument, te markeren en toe-zicht daarop mogelijk te maken. De Wft is geba-seerd op de gedachte dat het voor de bescher-ming die de consument wordt geboden niet mag uitmaken via welk distributiekanaal hij een product aanschaft of in welke financile sector het product zijn oorsprong vindt. Om deze uit-gangspunten in de praktijk te brengen zijn niet alleen bemiddelaars onder de reikwijdte van de wet gebracht, maar ook aanbieders, zoals ban-ken en verzekeraars, en adviseurs voor zover de advisering uitmondt in de aanbeveling van een specifiek financieel product.

    Theorie en praktijk

    Als adviseur heb je vrijwel dagelijks te maken met allerlei aspecten van schadeverzekeringen die voor de particulier of het midden- en klein-bedrijf van groot belang zijn. Theoretische en praktische kennis van de verschillende aspecten van schadeverzekeringen zijn hierbij onmisbaar. De verschillende vormen, alsmede de steeds maar wijzigende wetgeving, maken het soms lastig een eenduidig beeld van de huidige stand van zaken te geven. De inhoud van de opleiding moet gezien worden als een brede basis. De meest voorkomende algemene vragen kunnen ermee beantwoord worden. De praktische ervaring zal moeten worden opgedaan tijdens de uitoefening van de functie.

    Deze module is geschreven om je voor te be reiden op het examen Verzekeren Schade in het kader van de Wft. Als je voor dit examen slaagt, mag je in opdracht van iedere financile instelling schadeverzekeringen afsluiten. Naast het behalen van je diploma wordt ook van je verwacht dat je je kennis van de verschillende aspecten van schadeverzekeringen onderhoudt middels permanente educatie.

    We zullen nu ingaan op de opbouw van deze Wft-module. Achtereenvolgens komen aan bod:- Doelstellingen- Voorkennis- Opzet van de module

    DoelstellingenDeze module is bedoeld voor eenieder die in zijn functie te maken heeft met het geven van advies op het gebied van schadeverzekeringen. De module heeft tot doel je de basiskennis op dit gebied eigen te laten maken. Daarbij is het belangrijk dat aan de vereisten van de Wft wordt voldaan.

  • 8De Wft-eindtermen geven aan wat een beroeps-beoefenaar of functiehouder moet:- weten (kennis)- kunnen (de vaardigheid van het toepassen

    van kennis)- doen (houding/attitude van waaruit de dingen

    worden gedaan).

    De Wft-eindtermen zijn geordend naar inven-tarisatie & analyse, advies & bemiddeling en beheer & mutatie. Dit zijn de drie stappen van het adviesproces.

    Opgemerkt moet worden dat competenties moeilijker te toetsen zijn dan cognitieve kennis. Desondanks hebben we geprobeerd de kwaliteit van de benodigde competenties door middel van toetsing naar voren te krijgen. Inzicht en competentie zullen een belangrijk onderdeel van de opleidingsmodule vormen.

    VoorkennisEr is geen specifieke voorkennis vereist. Wel wordt uitgegaan van de aanwezigheid van competenties die aansluiten bij een mbo/hbo werk- en denkniveau. Daarnaast is het raadzaam de module Wft Basis (of vergelijkbaar inleidend werk) doorgenomen te hebben alvorens een verdiepingsmodule te bestuderen.

    Opzet van de moduleDe [email protected] Wft Schadeverzekeringen Particulieren is een opleidingstraject dat bestaat uit een bronnenboek n een examentraining via het internet. De examentraining dient ter onder-steuning van de studie uit het bronnenboek. In de [email protected] staan oefenvragen die je ter voorbereiding op het Wft-examen kunt maken. Na het maken van deze vragen ontvang je feedback per vraag. De [email protected] Wft Schadeverzekeringen Particulieren staat op het internet onder het volgende adres: http://academy.welten.eu.

    In de brief, verstuurd bij dit bronnenboek, vind je de inlogcodes van de [email protected] Via jouw e-mailadres heb je ook de inlogcodes ontvangen.

    Je kunt de [email protected] gebruiken om de stof te gaan beheersen, maar ook om te toetsen of jouw kennis voldoende is, zodat je het Wft-examen met goed gevolg kunt afleggen.

    De opleidingsstof is ingedeeld in zes delen:Deel 0: Inleiding in het schadebedrijfDeel 1: Particulier bezitDeel 2: VerkeerDeel 3: Aansprakelijkheid en rechtsbijstandDeel 4: Inkomen en arbeidsongeschiktheidDeel 5: Gezondheid en zorg

    Achterin het boek is een begrippenlijst opge-nomen waarmee je definities en begrippen kunt opzoeken. Ook tref je achterin bijlagen aan.

    Algemene studieaanwijzingen

    Zoek een contactpersoon bij je werkgever, bijvoorbeeld een ervaren collega, aan wie je vragen kunt stellen over lastige zaken die je tijdens het studeren tegenkomt.

    Probeer zo mogelijk met medecursisten contact te onderhouden. Je kunt lastige zaken met elkaar doornemen.

    Je zult ongeveer 110 uur studietijd kwijt zijn aan deze module. Streef naar een maximale studie-duur van twee uur achtereen.

    Maak voor jezelf een samenvatting per hoofd-stuk. Gebruik de samenvatting ook bij het herhalen van de stof.

    Ten slotte wensen wij je veel plezier en succes toe bij het bestuderen van deze module.

  • Inleidingin het schadeverzekeringsbedrijf

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    11

    Inleiding in

    het schade-

    verzekeringsbedrijf

    Inleiding

    Dit boek geldt als basis voor de kennis over schadeverzekeringen voor de particuliere klant (zie voor het MKB het bronnenboek Wft Schadeverzekeringen Bedrijven).

    Het onderscheid tussen verzekeringen voor particulieren en bedrijven is vooral een praktisch onderscheid. Veel verzekeringsmaatschappijen en assurantietussenpersonen maken dit onder-scheid, omdat voor het vaststellen van de ver-zekeringsbehoefte van een particulier een heel andere benadering nodig is dan voor de verze-keringsbehoefte van bedrijven of beroepen.

    We bouwen elk deel op dezelfde manier op. In de inleiding van elk deel zie je wat er allemaal behandeld wordt. Vervolgens geven we alge-mene informatie over de schadeverzekeringen die in dat deel aan bod komen. Die algemene informatie bestaat bijvoorbeeld uit juridische aspecten of definities waarvan je eerst moet weten wat ze betekenen voordat we dieper op de stof kunnen ingaan.

    Tot slot geven we de inhoudelijke informatie die nodig is om voldoende begrip te hebben van de schadeverzekeringen. Ook die inhoudelijke informatie wordt telkens op dezelfde manier aangeboden.We gaan namelijk steeds uit van de situatie dat jij de adviseur van de klant bent.

    Bron: advertentie ABN Amro.

    Een goede adviseur heeft verschillende taken ten opzichte van de klant en kan:- inventariseren en analyseren- adviseren en bemiddelen- de verzekeringen aanpassen en beheren- schades voor de klant zo goed mogelijk

    afhandelen.

    Al deze aspecten zie je terug in de relevante aandachtsgebieden (rubrieken) van elk deel. De benodigde uitleg krijg je zoveel mogelijk in de vorm van praktijkvoorbeelden.

    In dit deel leer je de volgende begrippen:- algemene begrippen- schadeverzekeringen- nieuw verzekeringsrecht- verzekeringsdefinities

    (uitleg van alle relevante wetsartikelen)- de polis- verzekeraar en verzekeringnemer- de rol van de tussenpersoon- premie- verlies, schade of gemis van verwacht

    voordeel- soorten verzekeringen.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    12

    Hoofdstuk 1Algemene begrippen

    1.1 Inleiding

    In het verzekeringsbedrijf worden diverse begrip-pen gebruikt. Om ze goed te gebruiken is het noodzakelijk dat je weet wat deze inhouden. In dit hoofdstuk bespreken we een aantal basis-begrippen die je in de dagelijkse praktijk kunt tegenkomen.

    1.2 Voorlopige dekking

    Het is mogelijk dat een verzekeraar of een tussenpersoon dan wel gevolmachtigde een voorlopige dekking toezegt aan de kandidaat verzekeringnemer voor een maximaal aantal dagen of weken.

    Afhankelijk van de afspraken die de tussen-persoon heeft met de verzekeraar kan deze bevoegdheid verschillende verzekeringen betref-fen, bijvoorbeeld voor een WA-verzekering acht dagen en voor een inboedelverzekering veertien dagen met een maximaal verzekerd bedrag van ` 60.000,-.

    Voor een tussenpersoon is het heel belangrijk om te weten wat zijn bevoegdheden zijn. De bedoeling van de voorlopige dekking is dat de verzekering uiteindelijk geaccepteerd wordt door de verzekeraar en/of verzekeringsnemer, maar dat is niet zeker. Soms besluit de verzekeraar bij nader inzien toch niet tot acceptatie over te gaan of de verzekeringnemer kan zich bij nader inzien niet vinden in de aanvullende condities dan wel het gewijzigd premievoorstel gedaan door de verzekeraar. De verzekeraar draagt in die tus-sentijd wel het risico.

    Wat soms gebeurt bij particuliere risicos is dat de verzekeraar een voorlopige dekking toezegt onder voorbehoud van inspectie. Dan is dus de acceptatie direct afhankelijk van de inspectie. Bij de toezegging van de voorlopige dekking gaat aanvrager ervan uit dat er geen acceptatie-problemen zijn. Indien blijkt bij inspectie dat er wel problemen zijn, kan de verzekeraar komen met aanvullende eisen of kan de post ook afge-wezen worden.

    1.3 Terrorisme, risico en schade

    Op 15 augustus 2003 hebben gezamenlijke verzekeraars in Nederland besloten om de polis-voorwaarden van particuliere en zakelijke verze-keringen te wijzigen. De directe aanleiding was de terroristische aanslag op het WTC in New York op 11 september 2001.

    De Nederlandse verzekeraars hebben ge za-men lijk de Nederlandse Herverzekerings-maatschappij voor Terrorismeschades N.V. (NHT) opgericht. De verzekeraars dragen op deze manier gezamenlijk de schade voor terroristische aanslagen. Het totale verzekerde bedrag per gebeurtenis bedraagt in eerste aanleg ` 1 miljard. Zie voor meer informatie www.TerrorismeVerzekerd.nl. Op deze site kom je meer te weten over de dekking en de gevolgen van terrorisme van alle relevante verzekeringen. Ook kan je daar lezen hoe de NHT in elkaar zit en volgens welke regeling de verzekeraars om zullen gaan met de gevolgen van terrorisme.

    1.4 Non-selectie en autoselectie

    In het verzekeringsbedrijf worden de termen non-selectie en autoselectie (zelfselectie) gebruikt.- Autoselectie houdt in dat een consument

    verzekeringen wenst waarvan hij denkt dat hij die nodig heeft. Dus iemand die een risicovol beroep heeft zendt eerder een aanvraag voor een ongevallenverzekering naar een schade-verzekeraar, dan iemand die op een kantoor werkt

    - Non-selectie houdt in dat de verzekeraar een acceptatieplicht heeft. Deze verplichting kan worden toegepast bij inkomens- en zorgverzekeringen.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    13

    1.5 Risicomanagement

    Omdat de Wet financieel toezicht (Wft) bedoeld is om de consument te beschermen, zullen we zoveel mogelijk vanuit de particuliere verzekerin-gen dit fenomeen belichten.

    Risicomanagement is het gestructureerd om- gaan met risicos. Risicomanagement is niet alleen voor bedrijven, maar ook voor particu lieren.

    Voorbeelden van risicomanagement waar parti-culieren dagelijks mee te maken hebben, zijn:- niet roken of alcohol drinken- het dragen van een veiligheidsgordel in de

    auto- het aanbrengen van veiligheidssloten in je

    woning - het sluiten van een aansprakelijkheids-

    verzekering- het afsluiten van een aanvullend pensioen.

    RisicoidentificatieInventariseren van alle risicos waar je als particulier aan blootstaat.

    RisicoevaluatieZijn de risicos die we lopen ernstig of niet? Iedereen loopt risicos, maar wees je bewust van het wel of niet kunnen of willen verzekeren. Nadat alle risicos in kaart zijn gebracht, moet bekeken worden of er maatregelen kunnen worden getroffen om de risicos te vermijden of te verkleinen. Bedenk ook wat de financile consequenties zijn. Het is individueel te bepalen of een consument wel elk verzekerbaar risico

    daadwerkelijk wil verzekeren. Niet alles is verder in geld uit te drukken. Sommige zaken hebben veel emotionele waarde en geen financile of vice versa.

    Het is dus belangrijk om te weten welke risicos aanwezig zijn. Je kunt denken aan:- zaakschade (bezittingen)- persoonsschade (gezondheidstoestand -

    arbeidsvermogen)- vermogensschade (inkomstenderving).

    1.6 Zaakschade

    Bij verzekeren kunnen we stellen dat het gaat om bescherming van het eigen vermogen. De zaakschade, ook wel materile schade, kun-nen we onderverdelen in drie groepen, namelijk brand, transport en varia. In de praktijk kun je ook andere indelingen tegenkomen. Een zaak-schade is automatisch een vermogensschade. Indien je een kopje laat vallen op de stenen vloer en het kopje breekt is er zowel een mate-riele schade (het kopje is stuk) alsmede een ver-mogensschade (jouw vermogen wordt minder).

    Brand

    Alle verzekeringsvormen die met opstal, inboedel, inventaris, handelsgoederen en bedrijfs schade hebben te maken. Naast directe schade (zaakschade) is er ook indirecte schade. Bijvoorbeeld een bedrijf of afdeling komt stil te liggen. Hierdoor kan een bedrijf niet dan wel minder produceren. Dit aspect wordt verder uit-gewerkt binnen de module Wft Schade zakelijk.

    gevolgen vanrisicos

    financieel menselijk leed

    bezit

    verlies

    bescha-diging

    kostenbedrijfs-

    schade e.d.

    vermogen

    aansprake-lijkheid

    kort/langleven

    gezondheid/ongeval

    geneeskundigekosten

    inkomen

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    14

    Transport

    Alle verzekeringsvormen die met het vervoeren van zaken hebben te maken. Zo ook de vaartui-gen zelf. Verzekeringen van vliegtuigen en autos vallen niet onder deze categorie, maar onder de noemer Varia.

    Varia

    Alle verzekeringsvormen die niet onder n van de andere twee groepen vallen. Medische varia, aansprakelijkheidsverzekeringen, motorrijtuigen-verzekeringen, reisverzekeringen, kostbaar-hedenverzekeringen, ongevallenverzekeringen, etcetera.

    1.7 Persoonsschade

    Bij persoonsschade kun je denken aan het arbeidsongeschikt worden door ziekte of onge-val. Hierdoor zul je als individu te maken krijgen met inkomensachteruitgang en kun je wellicht kosten moeten maken. De wet garandeert door middel van sociale verzekeringen een bepaald basisinkomen dan wel inkomen op bestaansni-veau, het zogenoemde sociale minimum.

    1.8 Vermogensschade

    Weer een ander vermogensrisico is dat van de kosten voor rechtshulp. Stel iemand krijgt plotseling ruzie met zijn buurman. Dit conflict draait uit op een rechtszaak en de persoon in kwestie wordt geconfronteerd met hoge kosten die daarmee gepaard gaan (zoals advocaat- en proceskosten).Je kunt vandaag de dag vrij gemakkelijk vermogensschade oplopen. De beleggings-resultaten zijn niet dt geworden wat men ervan verwacht had. Er kan schade ontstaan uit zaken die je bezit (bijvoorbeeld huis of dieren). Kinderen kunnen schade veroorzaken. Hierdoor zou de spaarpot aangesproken moeten worden en dat kan vermogensachteruitgang beteke-nen. Vermogensschade betreft een schade, niet zijnde een zaakschade dan wel een persoons-schade.

    Risicos met financile gevolgenDe contouren van wat wel of geen bezitsverze-kering is worden al wat scherper. Een aanspra-kelijkheidsverzekering is geen bezitsverzekering. Zaken kunnen wel beschadigd raken, maar dan gaat het om zaken van anderen; niet om zaken van de eigenaar zelf. Vanzelfsprekend zijn verzekeringen die te maken hebben met de gezondheid, het leven of de dood van de mens geen bezitsverzekeringen. Er is geen verzekerd

    object. De wet spreekt over persoonsverzeke-ringen. Ook bij rechtsbijstandverzekeringen, annuleringsverzekeringen en aansprakelijkheids-verzekeringen ontbreekt een verzekerd object. Of beter gezegd: een verzekerde zaak.Voorbeelden van bezitsverzekeringen zijn: woon-huisverzekering, inboedelverzekering, kostbaar-hedenverzekeringen goederentransportverzeke-ring. Daarnaast zijn verzekeringen waarbij de bezitsverzekering een onderdeel uitmaakt van het geheel. Een voorbeeld is de autoverzekering. Die bevat altijd de wettelijk verplichte aanspra-kelijkheidsheidsverzekering (WAM). Daarnaast kan schade aan de auto zelf ook verzekerd zijn (bezitsverzekering) in de vorm van een beperkt casco-verzekering of de uitgebreidere volledig casco-verzekering.

    1.9 Preventie in het kader van risicoanalyse

    Preventie is een onderdeel van risicomanage-ment. Particulieren lopen allerlei risicos. Het is niet nodig al deze risicos over te dragen aan verzekeraars (verzekeren). Dat zou wel eens zeer (misschien wel te) kostbaar kunnen zijn. Daarnaast zijn sommige risicos al helemaal niet verzekerbaar. Adequaat omgaan met risicos noemt men, zoals eerder beschreven, risico-management. Bij risicomanagement zijn vijf stappen te onderscheiden:1. Risicos analyseren.2. Risicos mijden.3. Risicos verminderen (preventie).4. Risicos overdragen.5. Risicos voor eigen rekening nemen.

    Stel dat je met je partner op vakantie wilt naar een ver land. Je vraagt je samen af aan welke gevaren je blootstaat bij een dergelijke onderne-ming (risicoanalyse). Jullie speuren het internet af en n van de gevaren die jullie onderken-nen is het oplopen van nare ziekten. Als je wilt voorkomen dat je in een ver land een nare ziekte oploopt kan je dat vermijden (risico mijden) door thuis te blijven. Maar je kunt je ook inenten tegen allerlei ziekten als je toch op vakantie gaat (risico verminderen; preventie). En als je dan toch ziek wordt kan je in ieder geval de finan-cile gevolgen van dat risico overdragen aan een verzekeraar (reisverzekeraar en/of ziekte-kostenverzekeraar). Je kunt ervoor kiezen om een deel van de financile gevolgen van ziek worden zelf te dragen (eigen risico).Dit is een eenvoudig stappenplan met een volg-orde van beslismomenten voor iemand die naar een ver land op vakantie wil.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    15

    2.0 Principes van actief

    schade regelingsbeleid

    De eerder gemaakte keuze van verzekering-nemer met betrekking tot de keuze van de ver-zekering en de verzekeraar laat zich spiegelen door de afhandeling van de schade. Het voeren van een actief schaderegelingbeleid van de ver-zekeraar en/of tussenpersoon is bij de afwikke-ling van de schade essentieel. Verzekerde dan wel de betrokken tegenpartij dienen het gevoel te hebben dat de schade voortvarend wordt afgewikkeld.

    De toegevoegde waarde van de tussenpersoon/volmacht dan wel verzekeraar bij een schade bestaat uit:- de verzekerde informeren/behulpzaam zijn bij

    het nemen van de juiste maatregelen - de verzekerde informeren/behulpzaam zijn bij

    de papieren rompslomp- het op tijd uitbetalen van de schade - partijen niet onnodig laten wachten als

    duidelijk is dat men recht heeft op de uitkering- het zo nodig op tijd sturen van experts - van (bureaucratische) interne procedures

    van de verzekeringmaatschappij mag de verzekerde niet de dupe worden.

    Samenvatting

    Kort samengevat ken je nu de begrippen voor-lopige dekking, non-selectie en autoselectie, risicomanagement, zaakschade, persoons-schade en vermogensschade. Ook kun je uit-leggen hoe verzekeringsmaatschappijen zijn omgegaan met terrorisme, risico en schade.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    16

    Hoofdstuk 2Schadeverzekeringen

    Inleiding

    Voor we de verschillende schadeverzekeringen in dit boek behandelen, gaan we eerst in op schadeverzekeringen in het algemeen. In dit hoofdstuk leggen we je een aantal definities uit die verderop in dit boek gebruikt worden. Verder gaan we in op de structuur van het schade-verzekeringsbedrijf. Na dit hoofdstuk ken je dan ook:- de rol van een adviseur op het gebied van

    schadeverzekeringen- het argument voor het sluiten van een

    verzekering- de definitie van een verzekeringsovereen-

    komst- de taken van het assurantiekantoor als

    tussenpersoon- de taken van verzekeringsmaatschappijen

    dan wel gevolmachtigde- de betekenis van een aantal belangrijke

    begrippen.

    2.1 Risicos

    In het dagelijks leven loop je risicos. Het is van belang om te weten welke risicos dat zijn. Je fiets kan gestolen worden, je kunt met je auto tegen een andere auto rijden en je loopt het risico dat je brand in huis krijgt. Wil je de financile gevolgen van deze risicos afdekken, dan sluit je een verzekering af.

    2.2 Klant

    De klant beoordeelt zelf of hij bepaalde risicos wil verzekeren. Dit noemen we antiselectie. Antiselectie betekent dat een klant uitsluitend die risicos zal verzekeren waar hij ook werkelijk een kans op schade verwacht.

    Voorbeeld

    De meeste Nederlanders hebben een fiets. Toch hebben niet alle fietsbezitters hun fiets verzekerd. Iemand die in een grote stad waar dagelijks fietsen wor-den gestolen woont, zal een grotere behoefte hebben aan een fietsverzekering dan iemand die woont in een omgeving waar dit risico aanzienlijk lager ligt.In sommige gevallen is het afsluiten van een verzekering verplicht gesteld door de wetgever. Te denken valt hier-bij aan de basisverzekering Zorg, de W.A. verzekering motorrijtuigen en het verzekeren van het jachtrisico.

    Waarom sluit een mens een verzekering?Elk mens heeft wel bezittingen. Bezittingen zijn het meest tastbare onderdeel van je vermogen. Ze zijn makkelijk herkenbaar. We kunnen er een prijskaartje aanhangen en je weet wat het kost om ze te vervangen. Naast tastbare bezittingen zijn er ook allerlei gebeurtenissen die kunnen leiden tot verlies van inkomen (bijvoorbeeld door een ongeluk of ziekte). Verder valt te denken aan bepaalde kosten die moeilijk te dragen zijn. Voorbeelden zijn daarbij de kosten voor een advocaat dan wel het betalen van een schade-vergoeding omdat je aansprakelijk bent voor een schade.

    We kunnen de diverse particuliere verzekerin-gen in een aantal groepen indelen en wel op basis van zowel Schade particulier als Schade zakelijk:

    Bezittingen

    - woonhuis/bedrijfsgebouw- inboedel/inventaris/goederen/overig - materieel- glas- bijzondere bezittingen: kostbaarheden- recreatieve bezittingen: caravans en alles dat

    met vakantie te maken heeft.

    Verkeer

    - personen- en bedrijfsautos - bromfiets- motor- fiets.

    Transport

    - goederentransport- landmateriaal- pleziervaartuigen.

    Aansprakelijkheid en Rechtsbijstand

    - aansprakelijkheid van particulieren- aansprakelijkheid van bedrijven- beroepsaansprakelijkheid- rechtsbijstand.

    Inkomen en Arbeidsongeschiktheid

    - arbeidsongeschiktheidsverzekering- ongevallenverzekering.

    Gezondheid en zorg

    - zorgverzekering: individueel en collectief.

    Dit zijn de meest gebruikelijke schadeverzeke-ringen. De specifieke particuliere verzekeringen Schade komen in de verschillende delen van dit boek aan de orde.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    17

    Hoofdstuk 3Nieuw verzekeringsrecht

    3.1 Inleiding

    Per 1 januari 2006 is het verzekeringsrecht, zoals dat werd behandeld in het Wetboek van Koophandel, vervangen door een nieuwe wet-telijke regeling in het Burgerlijk Wetboek. Deze regeling is vastgelegd in boek 7.

    De invoering van het nieuwe verzekeringsrecht heeft naar verwachting enige gevolgen voor de wijze waarop verzekeraars de schadeafwikke-ling ter hand nemen. Zo is het nieuwe recht voor een groot deel een weerspiegeling van wat door jurisprudentie al regel is geworden. Maar een aantal van die nieuwe regels had gevolgen voor de redactie van polisvoorwaarden en aanvraag-formulieren. Daar waar in de polisvoorwaarden en aanvraagformulieren naar het Wetboek van Koophandel werd verwezen, is nu naar het Burgerlijk Wetboek verwezen. Ook zijn er wets-artikelen uit het Wetboek van Koophandel niet overgenomen.

    De opbouw van de wetgeving is gelaagd. Dat wil zeggen dat de wet bestaat uit een afdeling met algemene bepalingen, een afdeling die specifiek handelt over schadeverzekeringen en een afde-ling over sommenverzekeringen.

    3.2 Dwingend, semi-dwingend en

    regelend recht

    Het nieuwe recht bestaat uit: dwingend recht, semi-dwingend recht en regelend recht.

    1) Onder dwingend recht wordt verstaan dat bij overeenkomst niet mag worden afgeweken van wat bij wet is bepaald. Opzet is bijvoorbeeld een hoedanigheid welke niet kan worden verzekerd.

    2) Van semi-dwingend recht kan in principe door middel van een overeenkomst worden afgeweken, maar alleen voor zover dat niet in het nadeel is van de: - verzekeringnemer, de verzekerde of andere

    aangegeven personen, een derde of een benadeelde

    - verzekeringnemer of de verzekerde, voor zover deze niet in de uitoefening van een bedrijf of beroep handelt.

    3) Van regelend recht is er sprake als de ver-zekeraar mag afwijken van het wettelijk recht. Regelend recht zorgt ervoor dat er een van de wet afwijkende regeling kan worden gemaakt.

    Het wettelijke erfrecht is hier een goed voorbeeld van. Door een testament op te maken kan er worden afgeweken van de standaard wettelijke regels.

    Er wordt dus onderscheid gemaakt tussen particuliere verzekerden en verzekerden die een beroep of bedrijf uitoefenen.

    Het verzekerings-recht, zoals vastge-legd in het Burgerlijk Wetboek, is van kracht voor alle ver-zekeringen die na 1 januari 2006 zijn gesloten. Voor ver-zekeringen die op 1 januari 2006 al tot stand waren geko-men geldt een over-

    gangsrecht.

    Samengevat kun je nu omschrijven wat dwin-gend, semi-dwingend en regelend recht is.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    18

    Hoofdstuk 4Verzekeringsdefinitie

    In dit hoofdstuk worden vierentwintig definities van wetsartikelen uitgelegd, zoals verzekerings-overeenkomst, mededelingsplicht en verzekerde som. Het is belangrijk deze te kennen omdat dit de basis is voor alle schadeverzekeringen. In de hoofdstukken hierna worden onderstaande definities als bekend verondersteld.

    4.1 Artikel 7:925 BW; Definitie van de verzeke-

    ringsovereenkomst

    In artikel 7:925 BW wordt een definitie van het begrip verzekering gegeven. Lees eerst het artikel eens door en vergelijk het eens met artikel 246 uit het Wetboek van Koophandel daaronder.

    Artikel 7:925 BWVerzekering is een overeenkomst waarbij de ene partij, de verzekeraar, zich tegen het genot van premie jegens haar wederpartij, de verzekering-nemer, verbindt tot het doen van een of meer uitkeringen, en bij het sluiten der overeenkomst voor partijen geen zekerheid bestaat, dat, wan-neer of tot welk bedrag enige uitkering moet worden gedaan, of ook hoe lang de overeen-gekomen premiebetaling zal duren. Zij is hetzij schadeverzekering, hetzij sommenverzekering.

    Persoonsverzekering is de verzekering welke het leven of de gezondheid van een mens betreft.

    Artikel 246 WvKEen verzekeringsvorm is een overeenkomst waarbij de verzekeraar tegen het genot van een premie zich verplicht de verzekeringnemer scha-deloos te stellen wegens een verlies, schade of gemis van verwacht voordeel welke hij kan lijden door een onzeker voorval.

    Een verzekering is dus een overeenkomst. Bij een overeenkomst zijn meer partijen betrokken. Bij een verzekeringsovereenkomst zijn dat de verzekeringnemer en de verzekeraar.

    Bij een verzekeringsovereenkomst kan ook de verzekerde worden genoemd. Deze is geen par-tij bij de overeenkomst. De verzekerde is de per-soon wiens lijf of goed wordt verzekerd. Ook de begunstigde is geen partij in de overeenkomst. De begunstigde is degene die recht op de uit-kering heeft op het moment dat de verzekering tot uitkering komt.

    Uit de overeenkomst vloeien voor beide partijen rechten en plichten voort. Bij een verzekerings-overeenkomst gaat de verzekeraar de verplich-ting aan tot het doen van n of meer uitkerin-gen. Daar staan de verplichtingen van de verze-keringnemer bij schadeverzekeringen tegenover, namelijk het betalen van de premie.

    In artikel 7:925 BW wordt als eis gesteld dat bij aanvang van de verzekering geen zekerheid bestaat of er moet worden uitgekeerd, wanneer er moet worden uitgekeerd en tot welk bedrag of hoelang de premiebetaling zal duren.Het oude Wetboek van Koophandel kende ook een artikel waarin een definitie van verzekeren werd gegeven. Artikel 246 WvK stelde als eis dat zich een onzeker voorval moest hebben voorge-daan, voordat de verzekeraar tot schadeloosstel-ling zou overgaan. In artikel 7:925 BW komt het begrip onzeker voorval niet meer voor. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat een verzekering-nemer bij het aangaan van de verzekering weet dat er een schadeveroorzakende gebeurtenis zal plaatsvinden dan wel al heeft plaatsgevonden, maar nog niet weet hoe hoog die schade zal zijn. Het zal duidelijk zijn dat de verzekeraar in een dergelijke situatie niet tot vergoeding van de schade wil overgaan. Het is dus erg belangrijk hoe de verzekeraar in de polis heeft beschreven in welke situatie hij tot welke uitkering zal over-gaan. Het Verbond van Verzekeraars heeft daarom in een voorstel aangegeven hoe de polistekst zou kunnen luiden bij een schadeverzekering of een aansprakelijkheidsverzekering.

    Deze overeenkomst beantwoordt tenzij partijen uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen aan het vereiste van onzekerheid als bedoeld in arti-kel 7:925 BW.

    Artikel 7:925Als en voor zover de door verzekerde of een derde geleden schade op vergoeding waarvan jegens verzekeraar respectievelijk een verze-kerde aanspraak wordt gemaakt, het gevolg is van een gebeurtenis waarvan voor partijen ten tijde van het sluiten van de verzekering onze-ker was dat daaruit schade voor de verzekerde respectievelijk de derde was ontstaan dan wel naar de normale loop van omstandigheden zou ontstaan.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    19

    Dat het om een onzeker voorval moet gaan, moet dus in de polis worden vastgelegd, omdat het niet meer uit de wet blijkt.

    Een ander begrip dat we niet meer terugvinden in artikel 7:925 BW is schadeloosstelling. Artikel 7:925 BW handelt dus niet alleen meer over scha-deverzekeringen, maar ook over sommenverze-keringen. Dit in tegenstelling tot artikel 246 WvK dat bepaalde dat de verzekeringnemer schade-loos werd gesteld. Er moest dus schade worden geleden. Het schadebegrip speelt bij sommen-verzekeringen geen rol, dus had artikel 246 WvK geen betrekking op sommenverzekeringen.Voor schadeverzekeringen geldt dat een verze-kerde geen financieel voordeel mag hebben na een schade, die voortvloeit uit een schade uitke-ring. Men noemt dit ook wel: het schadeloosstel-lingsbeginsel of het indemniteitsbeginsel.

    Het komt er op neer dat verzekeraars na een schade niet meer mogen uitkeren dan de ver-mogensachteruitgang die een verzekerde lijdt. Toch komt het in de praktijk voor dat dit wel gebeurt. Maar dat druist in tegen de wet; mag dat wel? Ja, in dit geval wel. Want deze wette-lijke bepalingen zijn regelend recht. Dat wil zeg-gen dat verzekeraars er in hun polisvoorwaarden van mogen afwijken. Sommige bepalingen in de wet zijn dwingend recht. Dan mogen de con-tractpartijen (bijvoorbeeld verzekeringnemer en verzekeraar) er niet van afwijken. (Zie 3.2)

    In lid 2 van artikel 7:925 BW wordt ook de levensverzekering onder de definitie van verze-kering gebracht.Voor artikel 7:925 BW geldt geen overgangs-recht, omdat dit artikel alleen betrekking heeft op de aanvang van de verzekering. Dit artikel is dus van toepassing voor alle verzekeringen.

    Voorbeeld

    Rachel heeft een nieuwe fiets gekocht. Zij verzekertde fiets voor het geval de fiets gestolen wordt. Naeen week wordt haar fiets in de stad gestolen. Bij hetaangaan van de verzekering was onzeker of de fietsinderdaad gestolen zou worden. In de zin van de hier-voor genoemde polisomschrijving is er dus sprake van onzekerheid en dus wordt de geleden schade vergoed.

    4.2 Artikel 7:926 BW;

    Uitkering en uitkeringsgerechtigde

    In dit wetsartikel is vastgelegd dat onder een uit-kering ook moet worden begrepen een uitkering in natura. Dit betekent dus dat de definitie ook betrekking heeft op naturaverzekeringen, zoals de Natura Basiszorgverzekering. Ook wordt in

    dit artikel de uitkeringsgerechtigde ten tonele gevoerd. Hierbij gaat het om degene, die recht heeft op de uitkering, wanneer het risico zich voordoet op grond waarvan een recht op een uitkering ontstaat.

    4.3 Artikel 7:944 BW;

    Specifieke definitie schadeverzekering

    We hebben het in deze module over schade-verzekeringen. Maar wat is een schadeverze-kering nu precies? De wet heeft een specifieke definitie gegeven aan het begrip schadeverzeke-ringen:Een schadeverzekering is de verzekering voor vermogensschade die een verzekerde zou kun-nen lijden.Bepaald geen lange definitie. En waar gaat het om? Vermogensschade. Het moet dus gaanom vermogensschade. In de definitie van het oude verzekeringsrecht (artikel 246 WvK) stond wat vermogensschade is: verlies, schade of gemis van verwacht voordeel. Deze begrippen worden nu uitgelegd aan de hand van een voor-beeld.

    Voorbeeld

    t +PFQWBO)BMUFSFONFSLUEBU[JKOBVUPHFTUPMFOJT(verlies).

    t )FOL8FTUSBMBBUQFSPOHFMVLFFOEVSFWBBTWBMMFO(zaakschade).

    t +PMJFO1FUFSTSJKEUNFUIBBSCSPNNFSUFHFOFFOWPFU-ganger. De voetganger is zwaargewond (personen-schade).

    t &SJDBJTJNQPSUFVS&FOQBSUJKLMFEJOHSBBLUPOEFSXFHkwijt (verlies). Zij mist daardoor ook de winst die zij had kunnen maken op de verkoop van de kleding (gemis van verwacht voordeel).

    Het gaat hier dus om vermogensschade. Kortweg komt het erop neer dat er ook daadwer-kelijk een vermindering van het vermogen door schade moet zijn. Dit in tegenstelling tot een sommenverzekering, waarbij het niet uitmaakt of er ook een vermindering van het vermogen is.

    4.4 Artikel 7:964 BW;

    Definitie sommenverzekering

    Er wordt in artikel 7:964 BW ook nog een definitie gegeven van de sommenverzekering.

    Een sommenverzekering is: De verzekering waarbij het onverschillig is of en in hoeverre met de uitkering schade wordt ver-goed. Zij is slechts toegelaten bij persoonsver-zekeringen en bij verzekeringen welke daartoe

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    20

    bij algemene maatregel van bestuur, zonodig binnen daarbij vast te stellen grenzen, zijn aangewezen.

    Bij sommenverzekeringen gaat het dus om ver-zekeringen die gn schadeloosstelling tot doel hebben, maar die uitsluitend een verzekerde som of een deel daarvan uitkeren, wanneer een bepaald risico zich openbaart.

    Het moet daarbij gaan om een persoonsverzeke-ring, dus de ongevallenverzekering, de arbeids-ongeschiktheidsverzekering en de levensverze-kering. De minister heeft de mogelijkheid open-gehouden in de toekomst door middel van een algemene maatregel van bestuur een andere verzekeringsvorm ook als persoonsverzekering aan te merken.

    4.5 Artikel 7:975 BW;

    Definitie levensverzekering

    Als aanvulling op artikel 7:964 BW wordt in artikel 7:975 BW de levensverzekering als volgt gedefinieerd: een levensverzekering is een, in verband met leven en dood, gesloten sommen-verzekering met dienverstande dat de ongeval-lenverzekering niet als levensverzekering wordt beschouwd.

    4.6 Artikel 7:928 BW tot en met 7:931 BW;

    Mededelingsplicht en overtreding

    De verzekeringsovereenkomst is vooral een overeenkomst die gebaseerd is op de goede trouw van beide bij de overeenkomst betrokken partijen. Bij het tot stand komen van de verzeke-ringsovereenkomst baseert de verzekeraar zich vaak alleen op de gegevens die door de verze-keringnemer worden verstrekt, bijvoorbeeld door het laten invullen van een aanvraagformulier. Op grond van die gegevens probeert de verzekeraar een inschatting te maken van het risico dat ter verzekering wordt aangeboden. Aan de hand van die inschatting bepaalt de verzekeraar of hij wil verzekeren, en zo ja, op welke voorwaarden en tegen welke premie. De verzekeraar heeft er dus alle belang bij dat de verzekeringnemer de juiste informatie verstrekt.

    De verzekeraar wordt hierbij beschermd door de artikelen 7:928 tot en met 7:931 BW. In deze artikelen is de mededelingsplicht van de ver-zekeringnemer vastgelegd. Bovendien is in die artikelen vastgelegd wat de gevolgen voor de verzekeringnemer zijn van het niet nakomen van die mededelingsplicht.

    Artikel 7:928 BW (voorheen artikel 251 WvK, verzwijging)1. De verzekeringnemer is verplicht vr het sluiten van de overeenkomst aan de verzekeraar alle feiten mede te delen die hij kent of behoort te kennen, en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja, op welke voorwaarden, hij de ver-zekering zal willen sluiten, afhangt of kan afhan-gen.

    2. Als de belangen van een bij het aangaan van de verzekering bekende derde worden gedekt, omvat de in lid 1 bedoelde verplichting mede de hem betreffende feiten die deze kent of behoort te kennen, en waarvan, naar deze weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de ver-zekeraar afhangt of kan afhangen. De vorige zin mist toepassing bij persoonsverzekering.

    3. Betreft een persoonsverzekering het risico van een bekende derde die de leeftijd van zes-tien jaren heeft bereikt, dan omvat de mede-delingsplicht mede de hem betreffende feiten die deze kent of behoort te kennen en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslis-sing van de verzekeraar afhangt of kan afhan-gen.

    4. De mededelingsplicht betreft niet feiten die de verzekeraar reeds kent of behoort te kennen, en evenmin feiten, die niet tot een voor de verzeke-ringnemer ongunstiger beslissing zouden heb-ben geleid. De verzekeringnemer of de derde, bedoeld in lid 2 of lid 3, kan zich er echter niet op beroepen dat de verzekeraar bepaalde fei-ten reeds kent of behoort te kennen, als op een daarop gerichte vraag een onjuist of onvolledig antwoord is gegeven. De mededelingsplicht betreft voorts geen feiten waarnaar ingevolge de artikelen 4 tot en met 6 van de Wet op de medische keuringen in de daar bedoelde gevallen geen medisch onder-zoek mag worden verricht en geen vragen mogen worden gesteld.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    21

    5. De verzekeringnemer is slechts verplicht feiten mede te delen omtrent zijn strafrechtelijk verleden of omtrent dat van derden, voor zover zij zijn voorgevallen binnen de acht jaren die aan het sluiten van de verzekering vooraf zijn gegaan en voor zover de verzekeraar omtrent dat verle-den uitdrukkelijk een vraag heeft gesteld in niet voor misverstand vatbare termen.

    6. Als de verzekering is gesloten op de grond-slag van een door de verzekeraar opgestelde vragenlijst, kan deze zich er niet op beroepen dat vragen niet zijn beantwoord, of feiten waar-naar niet was gevraagd, niet zijn medegedeeld, en evenmin dat een in algemene termen vervatte vraag onvolledig is beantwoord, tenzij is gehan-deld met het opzet de verzekeraar te misleiden.

    Voorbeeld

    Bij het afsluiten van een autoverzekering verzuimt Andr aan de verzekeraar te melden dat er een procesverbaal tegen hem loopt omdat hij met teveel bier op auto heeft gereden. Andr verzwijgt dit met opzet omdat hij bang is dat hij anders niet verzekerd is. Andr voldoet niet aan de mededelingsplicht.

    Eisen sancties mededelingsplicht (artikel 7:928 BW lid 1)Artikel 7:928 BW lid 1 bevat in feite drie eisen waaraan moet zijn voldaan, wil een verzekeraar een beroep kunnen doen op de sancties met betrekking tot de mededelingsplicht.

    Het gaat hierbij om het:1. kennisvereiste2. relevantievereiste3. kenbaarheidvereiste.Ad 1. KennisvereisteBij de mededelingsplicht moet het gaan om feiten die de verzekeringnemer kent of behoort te kennen. Feiten die de verzekerde niet kent of niet hoeft te weten spelen dus geen rol.Wanneer een verzekeringnemer een ziektekos-tenverzekering voor zichzelf aanvraagt, dan kan niet tegen hem worden gebruikt dat hij ten tijde van het aanvragen leed aan een aandoening, waarvan hij niet op de hoogte was of kon zijn.

    Ad 2. RelevantievereisteHet moet dus gaan om feiten die de verzeke-ringnemer kent of behoort te kennen. Maar daar-naast moet het gaan om feiten die zo belangrijk zijn dat ze van invloed zijn of kunnen zijn op de beslissing van de verzekeraar. Wanneer de ver-zekeringnemer een brandverzekering aanvraagt voor zijn woonhuis, dan is het voor de beoorde-ling door de verzekeraar niet van belang dat hij kort daarvoor een aanrijding heeft gehad met zijn auto en een cascoschade heeft gemeld op

    zijn autoverzekering. De beslissing van de ver-zekeraar zal door deze gebeurtenis niet worden benvloed.

    Ad 3. KenbaarheidvereisteHet moet tot slot gaan om feiten waarvan ver-zekeringnemer weet of hoort te begrijpen dat deze van invloed zijn op de beslissing van de verzekeraar om de overeenkomst wel of niet aan te gaan.

    Hoe deze vereisten in de praktijk zullen uitwerken is nu natuurlijk nog moeilijk in te schatten. Er is immers nog geen jurisprudentie. Wel heeft de minister in een memorie van toelichting, bepaald dat bij de beoordeling van de vereisten rekening moet worden gehouden met de persoon van de verzekeringnemer en zijn persoonlijke omstandig-heden. Daarbij zal de geestelijke ontwikkeling van de verzekeringnemer een rol spelen.

    Mededelingsplicht en derdebelang (artikel 7:928 lid 2)In lid 2 van artikel 7:928 BW wordt bepaald dat de mededelingsplicht ook geldt voor een eventuele derde wiens belang wordt gedekt. Indien verzekeringnemer het bezit dan wel eigendomsrecht behorende bij een personen-auto deelt met een derde, dienen bij aanvraag tevens de relevante gegevens van deze derde te worden vermeld op het aanvraagformulier. De mede delingsplicht strekt zich dus ook uit over anderen dan die van aanvrager zelf. Wanneer die derde verzuimd heeft bepaalde zaken mee te delen die voor de verzekeraar van belang zijn, dan wordt dit de verzekeringnemer toegerekend. We kunnen stellen dat de mededelingsplicht hiermee behoorlijk is uitgebreid in vergelijking met de oude wetgeving. Indien een persoons-verzekering van toepassing is, is de mede-delingsplicht van een eventuele derde niet van toepassing. Een persoonsverzekering betreft een arbeidsongeschiktheidsverzekering, de levens-verzekering en de ongevallenverzekering.

    Mededelingsplicht voor personen jonger dan 16 jaar (art 7:928 lid 3)Overigens beperkt lid 3 deze uitbreiding weer door te stellen dat de mededelingsplicht bij persoonsverzekeringen weer niet geldt voor per-sonen jonger dan zestien jaar. De mededelings-plicht welke zich uitstrekt over derden - zoals hiervoor vermeld - geldt voor personen ouder dan vijftien jaar. Indien verzekering nemer een aanvraag indient betreffende bijvoorbeeld een ongevallenverzekering en daarbij een jongere onder de zestien jaar als verzekerde vermeldt, behoeven de gegevens van deze jongere niet te worden vermeld.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    22

    Mededelingsplicht en bekende feiten (artikel 7:928 lid 4)Ook lid 4 beperkt de mededelingsplicht van de verzekeringnemer enigszins. Hier wordt gesteld dat de mededelingsplicht namelijk niet geldt wanneer het gaat om feiten die de verzekeraar al weet of behoort te weten.Stel dat een verzekeringnemer een arbeidsonge-schiktheidsverzekering aanvraagt bij een verze-keraar waar ook al een ziektekostenverzekering loopt. Bij het aanvragen van de ziektekostenver-zekering maakte de verzekeringnemer al mel-ding van een bepaalde aandoening waarvoor hij destijds werd behandeld. Deze informatie is dus bekend bij de verzekeraar en zou op grond van lid 4 niet meer hoeven worden meegedeeld.

    De wetgever heeft echter enige nuancering doorgevoerd door te bepalen dat de medede-lingsplicht wel geldt wanneer op deze feiten gerichte vragen zijn gesteld en daarop geen of een onvolledig antwoord is gegeven. Dat bete-kent dus dat de verzekeringnemer wel alle vra-gen van een aanvraagformulier volledig behoort te beantwoorden. Verzekeraars zullen er waar-schijnlijk vaak toe over gaan om vragen opnieuw te stellen. Vaak mogen zij immers op grond van regels met betrekking tot de privacybescherming geen informatie van de ene afdeling aan de andere doorgeven.

    In lid 4 is eveneens bepaald dat de medede-lingsplicht niet van toepassing is op feiten die niet tot een voor verzekeringnemer ongunstige beslissing zouden hebben geleid. Het komt erop neer dat wanneer de verzekeraar van mening is dat de verzekeringnemer zich niet aan de mede-delingsplicht heeft gehouden hij zal moeten bewijzen, dat hij een ongunstige beslissing voor de verzekeringnemer zou hebben genomen, wanneer hij van de juiste feiten op de hoogte zou zijn geweest.

    In het voorbeeld van Andr en het afsluiten van de autoverzekering zou de verzekeraar de verze-kering niet geaccepteerd hebben of een hogere premie hebben opgelegd.

    Tot slot bepaalt lid 4 dat geen mededelingsplicht geldt voor feiten waarop grond van de wet op de medische keuringen geen onderzoek naar mag worden gedaan en geen vragen over mogen worden gesteld. Een levensverzekeraar kan dus geen beroep op de mededelingsplicht doen omdat een ver-zekerde niet heeft gemeld dat hij HIV heeft. Hier mag namelijk op grond van de wet op de medische keuringen niet naar worden gevraagd. Verzekeraars hebben wel het recht bij overschrij-ding van een bepaald aangevraagd bedrag, nadere vragen aan aanvrager te stellen, waar-bij naar dit eventueel genfecteerd zijn wordt gevraagd en aanvrager verplicht is naar waar-heid te antwoorden. Mededelingsplicht en strafrechtelijk verleden (artikel 7:928 lid 5)Lid 5 van artikel 7:928 BW behandelt de mede-delingsplicht met betrekking tot het strafrechte-lijke verleden van de verzekeringnemer of anderen wiens belang wordt verzekerd. Hierin is bepaald dat de verzekeringnemer een mede-delingsplicht heeft voor voorvallen die hebben plaatsgevonden binnen een periode van acht jaar voor het aangaan van de verzekering. Die mededelingsplicht geldt alleen voor zover de verzekeraar er in het aanvraagformulier heel uitdrukkelijk naar vraagt.

    Mededelingsplicht op het aanvraagformulier (artikel 7:928 lid 6)Lid 6 handelt over het aanvraagformulier. Hier wordt bepaald dat een verzekeraar geen beroep op de mededelingsplicht kan doen, wanneer:- vragen in het aanvraagformulier onbeant-

    woord zijn gelaten- niet naar de niet meegedeelde feiten werd

    gevraagd - vragen in algemene termen zijn gesteld en

    daarop geen volledig antwoord is gegeven.Wanneer de verzekeraar als slotvraag de alge-mene tekst: Hebt u verder nog iets mee te delen dat voor de verzekeringsovereenkomst van belang kan zijn? gebruikt, kan hij daar niet veel meer mee. De vraag is immers vrij alge-meen gesteld. Wanneer een verzekerde daarop niet of onvolledig antwoordt, kan de verzekeraar geen beroep doen op de mededelingsplicht van de verzekeringnemer.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    23

    De rechtsgevolgen van het niet nakomen van de mededelingsplichtWanneer we terugblikken op de rechtsgevol-gen van artikel 251 Verzwijgingsartikel (WvK)komen we tot de conclusie dat de werking van de nieuwe wetgeving minder zwart-wit is. Het gevolg van een verkeerde opgave of verzwijging hield volgens 251 WvK vernietigbaarheid in. Dat wilde zeggen dat de rechter de verzeke-ring nietig kon verklaren, ook wanneer er geen verband bestond tussen het verzwegene en de schadeoorzaak. Wanneer de verzekeringsover-eenkomst nietig werd verklaard betekende dit dat ervan werd uitgegaan dat hij nooit zou heb-ben bestaan. Dit had gevolgen voor eventueel in het verleden gedane uitkeringen. Die moesten

    worden terugbetaald. Alleen bij verzwijging te goeder trouw ontving de verzekeringnemer de betaalde premies terug.Dit principe is in de nieuwe wetgeving los ge-laten. Nu gaan we in op de rechtsgevolgen van het niet nakomen van de mededelingsplicht voor de verzekeringsovereenkomst. Daarna bekijken we wat de gevolgen zijn voor het recht op een uitkering.

    Rechtsgevolgen voor de verzekerings-overeenkomstWanneer een verzekeraar ontdekt dat de verzekeringnemer niet aan de mededelings-verplichtingen heeft voldaan, moet hij dat bin-nen twee maanden na het ontdekken daarvan

    Aanvraagformulier particulieren voor zaakverzekeringen

    Belangrijk: toelichting op de reikwijdte van de mededelingsplicht.Als aanvrager/kandidaat-verzekeringnemer bent u verplicht de gestelde vragen in dit aanvraagformulier zo volledig moge-lijk te beantwoorden. Dit geldt ook voor feiten en omstandigheden die betrekking hebben op een bij het sluiten van deze verzekering bekende derde wiens belangen worden meeverzekerd. Bij de beantwoording is bovendien niet alleen uw eigen wetenschap bepalend, maar ook die van de andere belanghebbenden bij deze verzekering. Vragen waarvan u het antwoord al bij de verzekeraar bekend veronderstelt, moet u toch zo volledig mogelijk beantwoorden.Feiten en omstandigheden die u bekend worden nadat u deze aanvraag hebt ingezonden, maar voordat de verzekeraar u heeft bericht over zijn definitieve beslissing het door u ter verzekering aangeboden risico al dan niet te verzekeren, moet u alsnog aan de verzekeraar mededelen als deze vallen onder de vraagstelling in het aanvraagformulier dat u, tezamen met de op de aangevraagde verzekeringsdekking van toepassing zijnde voorwaarden van verzekering, in tweevoud ter hand is gesteld.Als u niet of niet volledig aan uw mededelingsplicht hebt voldaan, kan dat ertoe leiden dat het recht op uitkering wordt beperkt of zelfs vervalt. Als u met de opzet tot misleiden van de verzekeraar hebt gehandeld of deze bij kennis omtrent de ware stand van zaken de verzekering nimmer zou hebben gesloten, heeft hij ook het recht de verzekering op te zeggen.

    Strafrechtelijk verleden (zie ook de toelichting op de reikwijdte van de mededelingsplicht)Bent u, of een andere belanghebbende bij deze verzekering, in de laatste acht jaar als verdachte of ter uitvoering van een opgelegde (straf)maatregel, in aanraking geweest met politie of justitie in verband met wederrechtelijk verkregen of te verkrijgen voordeel, zoals diefstal, verduistering, bedrog, oplichting, valsheid in geschrifte of poging(en) daartoe, weder-rechtelijke benadeling van anderen, zoals vernieling of beschadiging, mishandeling, afpersing en afdreiging of enig misdrijf gericht tegen de persoonlijke vrijheid of tegen het leven of poging(en) daartoe, overtreding van de Wet wapens en munitie, de opiumwet of de wet economische delicten?

    Zo ja, geef dan aan om welk strafbaar feit het ging, of het tot een rechtszaak is gekomen, wat het resultaat daarvan was en of eventuele (straf)maatregelen al ten uitvoer zijn gelegd. Als het niet tot een rechtszaak is gekomen, geef dan aan of er sprake is geweest van een schikking met het Openbaar Ministerie, en zo ja, tegen welke voorwaarden de schikking tot stand kwam. (U kunt deze informatie desgewenst vertrouwelijk aan de directie zenden.)

    Belangrijk:Lees voor de ondertekening van dit aanvraagformulier de toelichting op de reikwijdte van de mededelingsplicht, bovenaan het aanvraagformulier.Door ondertekening van dit aanvraagformulier verklaart de aanvrager/kandidaat-verzekeringnemer dat hij een verzekering wil sluiten tegen de in de bijgevoegde voorwaarden van verzekering omschreven dekking, en dat hij akkoord gaat met de toepasselijkheid van de daarbij behorende, en daarmee een geheel vormende, voorwaarden van verzekering.

    Dit formulier is naar waarheid ingevuld en ondertekend door

    ... (naam),

    (handtekening)

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    24

    aan de verzekerde meedelen. Ook zal de ver-zekeraar moeten meedelen wat de (mogelijke) gevolgen zijn van het niet nakomen van de mededelingsplicht, ook wanneer de verzeke-raar het niet voldoen aan de mededelingsplicht pas ontdekt nadat zich een schade heeft voor-gedaan. (Meestal zal de ontdekking plaatsvinden nadat een schade is gemeld).

    Gevolgen van het niet nakomen van de mede delingsplicht kunnen zijn: - geen of slechts een gedeeltelijke uitkering- premieverhoging- het opleggen van beperkende voorwaarden.

    Nadat dit aan de verzekeringnemer is mee-gedeeld, heeft de verzekeringnemer het recht de verzekeringsovereenkomst te beindigen en ergens anders dekking voor het risico te zoe-ken. Hij moet dit dan binnen twee maanden na het bericht van de verzekeraar kenbaar maken. Betreft het een persoonsverzekering, dan kan de beindiging zich beperken tot de persoon op wie het niet nakomen van de mededelings-verplichting betrekking heeft.

    Ook de verzekeraar kan het recht hebben de verzekeringsovereenkomst te beindigen. Dat kan overigens slechts in twee situaties:1. Wanneer de verzekeringnemer de opzet had

    om de verzekeraar te misleiden2. Wanneer de verzekeraar bewijst dat hij de over-

    eenkomst niet zou zijn aangegaan wanneer hij van de feiten op de hoogte zou zijn geweest.

    In alle andere gevallen kan de verzekeraar de verzekeringsovereenkomst niet beindigen.

    Voorbeeld

    8BOOFFSEFWFS[FLFSBBSBBOUPPOUEBU)BOTFOPG[JKOmedewerker opzettelijk hebben verzwegen dat er een oogoperatie moest plaatsvinden, mag de verzekeraar de verzekering beindigen. Kan de verzekeraar bewijzen dat hij de verzekering niet zou zijn aangegaan wanneer hij IBEHFXFUFOEBUEFNFEFXFSLFSWBO)BOTFFOPPHPQF-ratie moest ondergaan, ook dan kan hij de verzekerings-overeenkomst beindigen.

    Gevolgen voor de uitkering of schade vergoedingBij de gevolgen voor de uitkering of schade-vergoeding spelen twee begrippen een rol:- causaliteitsbeginsel- proportionaliteitsbeginsel.Het CausaliteitsbeginselHet niet nakomen van de mededelingsplicht heeft geen gevolgen voor de uitkering, wanneer er geen causaal verband bestaat tussen het feit dat niet is meegedeeld en het ontstaan van de schade. In dat geval zal de verzekeraar dus onverkort moeten uitkeren.

    De verzekeraar hoeft echter niets uit te keren wanneer hij op basis van de van toepassing zijnde acceptatienormen kan aantonen dat hij bij kennis van de juiste feiten niet tot sluiten van de verzekering zou zijn overgegaan of dat de verze-keringnemer of een derde belanghebbende het doel had de verzekeraar te misleiden.

    Voorbeeld

    -BSBIFFGUFFOXPPOIVJTWFS[FLFSJOHHFTMPUFO)FUwoon huis heeft een rieten kap. Lara heeft echter op het aanvraagformulier ingevuld dat het huis met pannen is gedekt. &OJHFKBSFOOBIFUTMVJUFOWBOEFWFS[FLFSJOHNFMEU-BSBeen braakschade aan de voordeur. De verzekeraar ont-dekt dat niet is meegedeeld dat er een rieten dak op de woning zit. De braakschade houdt geen enkel verband NFUIFUSJFUFOEBL&SJTHFFODBVTBBMWFSCBOEUVTTFOde braakschade en het feit dat er een rieten dak op de woning zit. In beginsel zal de verzekeraar de braak-schade nu volledig moeten betalen.Bewijst de verzekeraar echter dat Lara het feit van het rieten dak achter hield om de verzekeraar te misleiden, dan hoeft hij niet uit te keren. Datzelfde geldt wanneer de verzekeraar kan aantonen, op basis van de van toe-passing zijnde acceptatienormen, dat hij de ver zekering in het geheel niet zou hebben geaccepteerd wanneer hij van het rieten dak op de hoogte zou zijn geweest.

    Het ProportionaliteitsbeginselWanneer er sprake is van causaliteit, maar de verzekeraar kan bewijzen dat hij de verzekering onder andere voorwaarden zou hebben geac-cepteerd, wanneer hij van de juiste feiten op de hoogte zou zijn geweest, dan wordt er naar rato uitgekeerd. Dit vraagt om een voorbeeld en we gebruiken hiervoor weer even het woonhuis van Lara.

    Voorbeeld

    Stel: Lara heeft per abuis opgegeven dat haar woonhuis met pannen is gedekt en zij had niet de bedoeling de WFS[FLFSBBSUFNJTMFJEFO)FUWFS[FLFSEFCFESBHJT ` 400.000,- en de premie bedraagt ` 1,10 promille. Totale jaarpremie ` 440,-. De braakschade bedraagt ` 1.000,-. De verzekeraar zal dan moeten uitkeren.

    Maar wanneer de verzekeraar bewijst dat hij de ver-zekering alleen zou hebben gesloten tegen een premie van ` 2,30 dan zal er naar rato worden uitgekeerd. Voor `IBE-BSBTMFDIUTY ` 191.304,- kunnen verzekeren. De verzekeraar ver-goedt dan slechts ``Y `` 478,26. Stel dat de verzekeraar de ver-zekering alleen zou hebben geaccepteerd met een eigen risico van ` 500,-. Dat wordt de schade afgewikkeld als zou dat eigen risico van toepassing zijn.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    25

    Het is de bedoeling van de wetgever geweest dat verzekeraars ten aanzien van de medede-lingsplicht alleen gebruik kunnen maken van arti-kel 7:928 tot en met 7:931 BW. De verzekeraar kan geen beroep doen op de artikelen 3:44 en 6:228 BW die handelen over dwaling en bedrog en nietigheid van de overeenkomst tot gevolg kunnen hebben. Daar komt nog bij dat de arti-kelen 7:928 tot en met 7:931 BW dwingend zijn voorgeschreven voor particuliere verzekering-nemers. Er kan dus niet van worden afgeweken. Ten aanzien van zakelijke verzekeringnemers kan dat wel.

    Het Verbond van Verzekeraars heeft een advies-tekst opgesteld voor de slottekst van het aan-vraagformulier van particuliere en bedrijfsmatige verzekeringen. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen persoonsverzekeringen en verzekeringen van zaken.

    Om je een idee te geven welke gevolgen de nieuwe wetgeving heeft voor de slottekst van de aanvraagformulieren volgt hieronder een voorbeeld voor het aanvraag formulier voor de particuliere zaakverzekering.

    4.7 Artikel 7:934 BW tot en met 7:936 BW;

    Premie

    Het is goed eerst even stil te staan bij het begrip premie. De premie is de prijs die de verzeke-raar in rekening brengt voor het leveren van zijn prestatie, het dragen van het risico. Onder pre-mie verstaan we de vaste premie, zoals bij aan-sprakelijkheidsverzekeringen voor particulieren. Daarbij wordt bijvoorbeeld een vaste premie in rekening gebracht voor een gezinsdekking. Het kan echter ook gaan om een premiepromillage, zoals we dat kennen bij de brandverzekeringen of een variabele omslag of naverrekening zoals dat bij sommige onderlinge waarborgmaat-schappijen nog wordt toegepast. Bij levens-verzekeringen valt ook de koopsom onder het begrip premie, zoals bedoeld in bovengenoem-de wetsartikelen.

    PremiebetalingDe verplichting van de verzekeringnemer met betrekking tot de verzekeringsovereenkomst bestaat ondermeer uit het betalen van de pre-mie. Wanneer de verzekeringnemer zijn ver-plichting tot betaling van de eerste premie niet nakomt, kan de verzekeraar de verzekerings-overeenkomst ontbinden of de nakoming van zijn deel van de overeenkomst, namelijk het lopen van risico, opschorten.

    Wanneer de verzekeringnemer echter de ver-volgpremie niet of niet tijdig betaalt, kan niet zonder meer tot beindiging of opschorting worden overgegaan. Artikel 7:934 BW bepaalt namelijk dat zoiets pas kan nadat de verzeke-ringnemer een aanmaning heeft ontvangen, waarin hij op de gevolgen van het niet betalen van de premie wordt gewezen. Bovendien moet die aanmaning na de premievervaldatum wor-den verzonden en moet de verzekeringnemer nog veertien dagen in de gelegenheid worden gesteld om de premie te betalen. Pas daarna kan de verzekeraar tot opschorting of beindi-ging overgaan. Heeft de verzekeringnemer laten weten dat hij zijn verplichting niet kan nakomen, dan is opschorting of beindiging per premiever-valdatum wel mogelijk.

    Voorbeeld

    /VXBUWFSHFFUEFQSFNJFWBO[JKOOJFVXFJOWFOUBSJTgoederenverzekering te betalen. Twee weken na de premievervaldatum ontvangt hij een aanmaning van zijn verzekeraar. Vervolgens krijgt Nuwat nog veertien dagen de tijd, aanvangende de dag na de aanmaning, om te betalen. Na het verstrijken van deze veertien dagen kan de verzekeraar, zoals vermeld in de aanmaning, de dek-king opschorten of beindigen. De plicht tot het betalen van de premie blijft gewoon van kracht.

    Verrekening van premie met uitkeringenVerrekening van premies met schade-uitkeringen was ook onder het oude recht al mogelijk. Op grond van artikel 6:127 BW mocht de verzeke-raar de openstaande premies met de uitkering verrekenen. Dat mocht echter alleen wanneer de verzekeringnemer ook de uitkeringsgerechtigde was. De verzekeraar mocht dan ook premies met de uitkering verrekenen van andere verzeke-ringen, dan die waarop de uitkering plaatsvond. Deze regeling geldt nog steeds, maar onder het nieuwe verzekeringsrecht zijn de verrekenings-mogelijkheden verruimd.

    Mimespeler Rob van Reyn op affiche in 1981.

    Bron: Ondernemend in risico Nationale Nederlanden.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    26

    4.8 Artikel 7:935 BW; Premieverrekening

    Dit artikel over premieverrekening bepaalt dat de verzekeraar openstaande premiebedragen ook met de uitkering mag verrekenen, wanneer de uitkeringsgerechtigde een ander is dan de verzekeringnemer. Die verrekening geldt dan alleen voor premies van dezelfde verzekering waarop de uitkering plaatsvindt. Premies van andere verzekeringen mogen dus niet worden verrekend met de uitkering wanneer de verzeke-ringnemer niet de uitkeringsgerechtigde is. Deze regel geldt overigens niet bij zogenaamde aan toonderpolissen. Bij aan toonderpolissen mag niet worden verrekend.In lid 2 is bepaald dat bij aansprakelijkheidsver-zekeringen alleen de premie van de verzekering mag worden verrekend, waarop de uitkering plaatsvindt en niet van andere verzekeringen. Gaat het om een verplichte aansprakelijkheids-verzekering (bijvoorbeeld op grond van de WAM) dan is verrekening ook niet toegestaan.Er is hier sprake van dwingend recht, waarvan niet kan worden afgeweken.

    Voorbeeld

    1JFUIFFGUFFOCSBOEWFS[FLFSJOHWPPS[JKOXPOJOHFO FFOJOCPFEFMWFS[FLFSJOH)JFSWPPSCFESBBHUEFQSFNJF ` 450,- en ` 250,-. Beide premies zijn nog niet betaald op het moment dat de verzekeraar een uitkering moet doen op de brandverzekering voor de woning. De verschuldigde uitkering bedraagt ` 2.500,-. Nu de verzekeringnemer ook de uitkeringsgerechtigde is, mag de verzekeraar zowel de premie van de brand-verzekering als die voor de inboedel met de uitkering verrekenen. De verzekeraar keert dus ` 2.500,- minus ` 700,- is `1.800,-.

    4.9 Artikel 7:936 BW; Verrekening bij

    bemiddeling door tussenpersoon

    In artikel 7:936 BW is geregeld hoe met premie en verrekening om wordt gegaan, wanneer er bij de verzekeringsovereenkomst een tussenper-soon is betrokken die de incasso van de premie verzorgt. Het artikel bepaalt dat de verzekering-nemer de premie is verschuldigd aan de tus-senpersoon op het moment dat de verzekeraar de rekening-courant van de tussenpersoon heeft belast voor de premie.

    We kunnen met verschillende situaties te maken krijgen wanneer er een tussenpersoon bij de premie-incasso is betrokken:- uitkering vindt plaats via de tussenpersoon- uitkering vindt plaats aan de verzekering-

    nemer. Deze is ook uitkeringsgerechtigde- uitkering vindt plaats aan een uitkerings-

    gerechtigde die niet de verzekeringnemer is.

    Uitkering vindt plaats via tussenpersoonWanneer de uitkering wordt gedaan via de tus-senpersoon, dan heeft deze tussenpersoon dezelfde verrekeningsrechten als de verzekeraar zou hebben wanneer deze rechtstreeks aan de verzekeringnemer of uitkeringsgerechtigde uitkeert. De tussenpersoon kan dan niet verreke-nen wanneer het gaat om een aan toonderpolis of een verplichte aansprakelijkheidsverzekering. Hij kan alleen de premies van de tot uitkering komende verzekering verrekenen, wanneer de uitkeringsgerechtigde een ander is dan de ver-zekeringnemer. Maar hij mag alle verschuldigde premies verrekenen wanneer de verzekeringne-mer ook de uitkeringsgerechtigde is.

    Uitkering vindt plaats aan de verzekering-nemer als uitkeringsgerechtigdeWanneer de verzekeraar de uitkering aan de verzekeringnemer doet omdat deze ook uitke-ringsgerechtigde is, dan zal de verzekeraar eerst moeten controleren of er bij de tussenpersoon nog premies openstaan. Hij moet dan namelijk eerst aan de tussenpersoon de openstaande premies afdragen, ook wanneer het gaat om premies van andere verzekeringen dan die waar-op de uitkering plaatsvindt. De tussenpersoon moet van die premies binnen tien dagen opgave doen. Is er binnen tien dagen geen opgave gedaan, dan mag de verzekeraar de volledige uitkering aan de verzekeringnemer uitbetalen.

    Gaat het om een aansprakelijkheidsverzekering, dan moet alleen de niet-betaalde premie van de betreffende aansprakelijkheidsverzekering waarop een uitkering wordt gedaan aan de tussenpersoon worden betaald. Premies van andere verzekeringen mogen dan niet worden verrekend. Er mag in het geheel niet worden verrekend bij verzekeringen aan toonder of verplichte aansprakelijkheidsverzekeringen.

    Uitkering vindt plaats aan een andere uitkeringsgerechtigde dan verzekeringnemerWanneer niet de verzekeringnemer de uitke-ringsgerechtigde is, maar een derde, dan moet de verzekeraar de niet-betaalde premie van de betreffende verzekering aan de tussenpersoon betalen. Er mag dan geen verrekening plaats-vinden van premies van andere verzekeringen dan die waarop de uitkering plaatsvindt.

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    27

    4.10 Artikel 7:938 BW;

    Geen premie verschuldigd als geen risico is

    gelopen

    Wat is de betekenis van dit artikel? Alleen als in het geheel geen risico is gelopen waartegen verzekerd werd, noch door de verzekeraar, noch door de uitkeringsgerechtigde, kan er sprake zijn van premieteruggave. Is er gedeeltelijk geen risico gelopen, dan is er recht op gedeeltelijke premieteruggave.In de praktijk zal er gebruik van dit recht gemaakt kunnen worden als het verzekerd object bijvoorbeeld nooit in het bezit van de verzekeringnemer is gekomen. Let wel: geen schade gehad hebben is wat anders dan geen risico lopen. Het gaat om de kans dat er schade ontstaat. Is het onmogelijk geworden om een risico te lopen, omdat simpelweg het verzekerd object niet (meer) bestaat, of als de gebeurtenis niet heeft plaatsgevonden, dan kan er sprake zijn van premierestitutie.

    Voorbeeld

    1KPUSIFFGUFFOEVVSCFFMEIPVXXFSLJO3PNFCFTUFME)JKwil het object tijdens het transport naar Nederland verze-LFSFOUFHFOCSFVL)JKCFUBBMUIJFSWPPSWPPSVJUMPQFOEPQhet transport de premie aan de verzekeringsmaatschap-pij. Voordat het beeld op transport wordt gezet, toont FFONVTFVNJO3PNFJOUFSFTTFJOIFUCFFME1KPUSHBBUermee akkoord dat het voor een periode van twee jaar in het museum tentoon wordt gesteld. Omdat het transport OBBS/FEFSMBOEOPPJUIFFGUQMBBUTHFWPOEFOLBO1KPUSPQbasis van artikel 7:938 BW de premie voor de verzeke-ring (gedeeltelijk) terug vorderen.

    4.11 Artikel 7:939 BW; Vermindering van pre-

    mie bij tussentijdse opzegging

    In dit artikel is een bepaling opgenomen (dwingend recht) inzake premierestitutie (van de lopende premie) bij tussentijdse opzegging (op grond van de wet en verzekeringsovereen-komst), wat erop neerkomt dat de premie naar redelijkheid wordt verminderd.

    Voorbeeld

    +BNJMBIFFGUFFOPQTUBMWFS[FLFSJOHBGHFTMPUFO%FQPMJTWFSWBMEBUVNJTKVOJWBOJFEFSKBBS+BNJMBCFUBBMUieder jaar de premie vooruit. Op 1 februari van dit jaar WFSIVJTU+BNJMBOBBSFFOOJFVXCPVXXPOJOH)BBSoude woning wordt verkocht. Zij maakt gebruik van de mogelijkheid om de verzekeringsovereenkomst tussen-UJKETUFCFJOEJHFOCJKWFSIVJ[JOH+BNJMBLSJKHUPQCBTJTvan artikel 7:939 BW haar vooruitbetaalde premie naar FWFOSFEJHIFJEUFSVH*OEJUHFWBMCFUFLFOUEJUEFFMvan de betaalde premie, eventueel verminderd met de administratiekosten.

    Bron: advertentie beursonline.

    4.12 Artikel 7:940 BW; Opzegging van de ver-

    zekeringsovereenkomst

    In het kader van de opzeggingen kennen we twee situaties. Namelijk opzegging aan het einde van de contractperiode en tussentijdse opzeg-ging.

    Opzegging aan het einde van de contract-periodeDe wet bepaalt dat zowel verzekeringnemer als verzekeraar aan het eind van de contractperi-ode de verzekering kunnen opzeggen met een opzegtermijn van twee maanden. Wordt er door partijen niet opgezegd, dan loopt de overeen-komst stilzwijgend door voor eenzelfde contract-periode.Van deze bepaling mag niet ten nadele van de verzekeringnemer worden afgeweken.Gaat het om een verzekeringsovereenkomst met een contracttermijn van mr dan vijf jaar, dan hebben zowel de verzekeraar als de verzekering-nemer het recht om na het verstrijken van een periode van vijf jaar binnen de contracttermijn de verzekering te beindigen. Ook hierbij moet weer een opzegtermijn van twee maanden in acht worden genomen. Deze regeling is inge-voerd om onredelijk lange contracttermijnen te voorkomen.

    Voorbeeld

    Boris heeft een verzekering gesloten met een contract-termijn van twintig jaar. Zowel Boris als zijn verzekeraar heeft het recht om de verzekering na vijf, tien, vijftien of twintig jaar op te zeggen met in achtneming van een opzegtermijn van twee maanden.

    Van deze regeling kan niet worden afgeweken wanneer de verzekering door een particulier is gesloten. Gaat het om een bedrijfsmatig geslo-ten verzekering, dan kan wel van deze bepaling worden afgeweken. De wet bepaalt ook dat de

  • Inle

    idin

    g i

    n h

    et

    sc

    had

    eve

    rze

    ke

    rin

    gsb

    ed

    rijf

    28

    verzekeraar een persoonsverzekering niet kan opzeggen. Dat wat al in veel voorwaarden van persoonsverzekeringen is geregeld, is nu in de wet vastgelegd. Ook een levensverzekering kan niet door de verzekeraar worden opgezegd.

    Per 1-1-2010 stoppen de schadeverzekeraars met stilzwijgende verlenging. De contractstermijn wordt standaard n jaar en de opzegtermijn wordt voor de consument (verzekeringnemer) maximaal n maand. Een meerjarig contract is nog mogelijk maar dan door middel van een dubbele handtekening. Alle polissen worden nu na de verlengingsdatum omgezet naar een eenjarig contract.

    Tussentijdse opzeggingWanneer een verzekeraar in de verzekerings-voorwaarden voor zichzelf de mogelijkheid heeft geschapen om de verzekeringsovereenkomst tussentijds te wijzigen, dan geldt dat recht op grond van de wet automatisch ook voor de verzekeringnemer. Bij tussentijdse opzegging moeten beide partijen een opzegtermijn van twee maanden in acht nemen.

    Wijziging van premie en/of voorwaardenVeel verzekeringsovereenkomsten kennen de bepaling dat de verzekeraar de voorwaarden en/of premie tussentijds mag wijzigen. De wet bepaalt dat de verzekeringnemer in dat geval de overeenkomst mag beindigen op de dag dat de wijziging ingaat en in ieder geval nog gedu-rende n maand nadat de wijziging is inge-gaan. Voorwaarde is wel dat het gaat om een wijziging ten nadele van de verzekeringnemer. Dus een beperking van de voorwaarden of een hogere premie.

    Voorbeeld

    Xenia heeft al enige jaren een autoverzekering. Op een gegeven moment ontvangt zij een brief dat de premie wordt verhoogd. Zij besluit de autoverzekering op te zeggen en af te sluiten bij een andere verzekeringsmaat-schappij die goedkoper is. Drie weken later stuurt Xenia een schriftelijke opzegging naar de verzekeraar.

    Wanneer een verzekeraar de verzekeringsover-eenkomst opzegt, moet dit schriftelijk gebeuren. De opzegging moet zijn verzonden aan het hem laatst bekende adres van de verzekeringnemer. De verzekeringnemer kan zich er niet op beroe-pen dat de opzegging hem niet heeft bereikt, omdat hij is verhuisd.

    Bron: lsevier.

    4.13 Artikel 7:941 BW;

    Verplichtingen van verzekeringnemer (of ver-

    zekerde) bij schade

    Uit een overeenkomst vloeien verplichtingen voort. Een aantal van die verplichtingen heeft betrekking op het moment dat het risico waar-voor de verzekering is gesloten zich voordoet. De eerste verplichting die we in de wet tegen-komen is de meldings- en inlichtingenplicht.

    Artikel 7:941 BW bepaalt dat de verzekering-nemer of degene die uitkeringsgerechtigd is, verplicht is de schade zo snel mogelijk bij de verzekeraar te melden. Zo snel mogelijk wil zeggen: zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs mogelijk is, nadat hij van het zich openbaren van het risico op de hoogte is.Daarnaast is de verzekeringnemer of de uit-keringsgerechtigde verplicht alle informatie te verstrekken en alle bescheiden te overleggen die voor het beoordelen van de uitkeringsplicht van belang zijn.

    Door bovengenoemde informatie te verstrekken voldoet de verzekeringnemer aan de noodzaak om te bewijzen dat er sprake is van schade en hoe die schade is ontstaan. De schadeoorzaak moet uiteraard gedekt zijn volgende de polis-voorwaarden. De verzekeraar bewijst eventueel dat een uitsluiting van toepa