de MBO·krant december 2017 · Mijn studenten mogen erop vertrouwen dat ik alles in het werk stel...

of 12 /12
Het regeerakkoord ‘Ver- trouwen in de toekomst’ bevat flink wat voornemens voor het mbo. Wat staat de scholen allemaal te wachten de komende jaren? Pagina 8 Werkdruk Pagina 6 en 7 MBO City Pagina 11 Interview Pagina 10 Onderwijs Pioniers nummer 47 december 2017 de MBO· krant Al enkele jaren is Marjolein Held voorzitter van de Be- roepsvereniging Opleiders MBO. Een terug- en voor- uitblik op een vereniging in beweging. Door de hoge werkdruk vallen leraren steeds vaker uit. Het Deltion College deed onderzoek naar de onderliggende oorzaken. Pagina 2 Regeerakkoord ‘Ik zeg het liever duidelijk dan vriendelijk’ Als het aan Conrad Berghoef – onlangs verkozen tot Leraar van het Jaar voor het mbo – ligt, mag de 1.000-urennorm direct bij het grofvuil. ‘Meer onderwijs betekent niet: beter onderwijs’, stelt hij. Dus: weg met dit ‘excelsheetbeleid’. In plaats daarvan mag er meer vertrouwen in de professio- naliteit van de docent en meer ruimte voor digitale media komen. Genoeg aanknopingspunten voor een goed gesprek. ‘Zijn studenten geven aan dat hij soms streng is, maar altijd recht- vaardig’. Het is een opvallende zin uit het juryrapport bij de verkiezing van Leraar van het Jaar. Conrad Berghoef, docent Nederlands bij ROC Friese Poort, is duidelijk geen ‘pleaser’. ‘In mijn beginjaren wilde ik vooral vriendelijk gevonden worden. Ik deed erg mijn best om die populaire docent te zijn waar iedereen mee wegloopt. Daar ben ik mee opgehouden. Ik steek er geen energie meer in. Dat vertel ik mijn studenten ook direct aan het begin van het schooljaar: ik vind het niet belangrijk of je me aardig vindt of niet, zolang je me maar duidelijk vindt. Duidelijk in wat ik van je verwacht, waar ik je naar toe wil brengen. Ik ben vooral eerlijk. Dat kan betekenen dat ik soms hard ben, confronterend zelfs. Maar ik zeg het liever duidelijk dan vriendelijk. Dat stellen de studenten ook het meest op prijs, weet ik inmiddels. Later gaan ze me vaak toch aardig vinden hoor. De meesten dan.’ De eenheidsworst voorbij In hetzelfde juryrapport staat verder onder meer dat Berghoef wil ‘opkomen voor de autonomie van de docent’. ‘Het lijkt erop dat het vertrouwen in de docent weg is’, legt hij uit. ‘Neem de examens. Het is prima dat de examens door een examencommissie gecontroleerd worden. Maar op teveel scholen kijken deze commissieleden vooral door een bureaucratische bril: zijn de juiste papieren toegevoegd en staat mijn handtekening op de correcte plaats? De inhoud is van ondergeschikt belang, zo lijkt het. Alsof wij docenten alleen ons werk goed doen als we heel stevig gecon- troleerd worden. We zijn echt wel professioneel genoeg om, binnen de kaders, zelf onze routes te bepalen. Wij staan ergens voor, weten iets en kunnen dat goed overbrengen. Daar heeft elke docent zo zijn eigen manier voor. Dat onderstreept ook de veelkleurigheid van dit onder- wijs. Maar door die regelzucht en bedilzucht van overheidswege moet het allemaal eenheidsworst zijn, die we dienen te serveren in minimaal 1.000 uren per schooljaar. Laat ons toch voor een groot deel zelf bepalen hoe en waarheen we onze studenten willen brengen. Ik mis dat vertrouwen.’ Het vertellen van een verhaal Wie Berghoef aan het werk ziet, kan niet anders concluderen dan dat de wijze waarop hij het vak Nederlands geeft alles behalve eenheidsworst is. Met een veel bezochte Facebook- pagina (‘Conrad de Docent’), een eigen YouTube-kanaal en het gebruik van apps als Kahoot, heeft hij de digitale mogelijkheden volop omarmd. ‘Ik ben vijf jaar geleden een jaartje gestopt met lesgeven om bij journalistiek internetbedrijf Dichtbij.nl te werken. Daar heb ik erg veel ideeën opgedaan. Journalis- tiek is het vertellen van een verhaal. Dat is onderwijs ook. Het verhaal kun je op verschillende manieren vertellen. Jongeren zijn audiovisueel ingesteld en kunnen simpelweg niet leven zonder social media. Daar moeten we in het onderwijs veel meer op inspelen. Dat heb ik dan ook gedaan toen ik weer als docent aan de slag ging. Met onder meer filmpjes waarin ik bijvoorbeeld een lesje zinsontleding behandel. Die worden aardig bekeken, zeker rondom de toetsweken. Maar zelfs als studenten maar zelden of nooit naar de filmpjes kijken, weten ze toch dat het er is. Ze zien de inspan- ning die je als docent doet om iets duidelijk te maken, om de studen- ten verder te brengen. En dat weten ze te waarderen.’ Zie verder pag. 5 ‘We zijn echt wel professioneel genoeg om, binnen de kaders, zelf onze routes te bepalen’, aldus Con- rad Berghoef. Foto: Corrie Hofman (student Fotografie).

Embed Size (px)

Transcript of de MBO·krant december 2017 · Mijn studenten mogen erop vertrouwen dat ik alles in het werk stel...

  • 23.11.17van 09.30 tot 16.00

    Theater Orpheus Apeldoorn

    Schrijf je nu in via mbocity.nl

    MBO City is een initiatief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, SBB en MBO Raad.

    MBO City is een productie van de MBO Academie.

    Deelname € 150,-

    Het regeerakkoord ‘Ver-trouwen in de toekomst’ bevat flink wat voornemens voor het mbo. Wat staat de scholen allemaal te wachten de komende jaren?

    Pagina 8 WerkdrukPagina 6 en 7 MBO City Pagina 11 InterviewPagina 10 Onderwijs Pioniers

    nummer 47december 2017de MBO·krant

    Al enkele jaren is Marjolein Held voorzitter van de Be-roepsvereniging Opleiders MBO. Een terug- en voor-uitblik op een vereniging in beweging.

    Door de hoge werkdruk vallen leraren steeds vaker uit. Het Deltion College deed onderzoek naar de onderliggende oorzaken.

    Pagina 2 Regeerakkoord

    ‘Ik zeg het liever duidelijk dan vriendelijk’Als het aan Conrad Berghoef – onlangs verkozen tot Leraar van het Jaar voor het mbo – ligt, mag de 1.000-urennorm direct bij het grofvuil. ‘Meer onderwijs betekent niet: beter onderwijs’, stelt hij. Dus: weg met dit ‘excelsheetbeleid’. In plaats daarvan mag er meer vertrouwen in de professio-naliteit van de docent en meer ruimte voor digitale media komen. Genoeg aanknopingspunten voor een goed gesprek.

    ‘Zijn studenten geven aan dat hij soms streng is, maar altijd recht-vaardig’. Het is een opvallende zin uit het juryrapport bij de verkiezing van Leraar van het Jaar. Conrad Berghoef, docent Nederlands bij ROC Friese Poort, is duidelijk geen ‘pleaser’. ‘In mijn beginjaren wilde ik vooral vriendelijk gevonden worden. Ik deed erg mijn best om die populaire docent te zijn waar iedereen mee wegloopt. Daar ben ik mee opgehouden. Ik steek er geen energie meer in. Dat vertel ik mijn

    studenten ook direct aan het begin van het schooljaar: ik vind het niet belangrijk of je me aardig vindt of niet, zolang je me maar duidelijk vindt. Duidelijk in wat ik van je verwacht, waar ik je naar toe wil brengen. Ik ben vooral eerlijk. Dat kan betekenen dat ik soms hard ben, confronterend zelfs. Maar ik zeg het liever duidelijk dan vriendelijk. Dat stellen de studenten ook het meest op prijs, weet ik inmiddels. Later gaan ze me vaak toch aardig vinden hoor. De meesten dan.’

    De eenheidsworst voorbijIn hetzelfde juryrapport staat verder onder meer dat Berghoef wil ‘opkomen voor de autonomie van de docent’. ‘Het lijkt erop dat het vertrouwen in de docent weg is’, legt hij uit. ‘Neem de examens. Het is prima dat de examens door een examencommissie gecontroleerd worden. Maar op teveel scholen kijken deze commissieleden vooral door een bureaucratische bril: zijn de juiste papieren toegevoegd en staat mijn handtekening op de correcte plaats? De inhoud is van ondergeschikt belang, zo lijkt het. Alsof wij docenten alleen ons werk goed doen als we heel stevig gecon-troleerd worden. We zijn echt wel professioneel genoeg om, binnen de kaders, zelf onze routes te bepalen. Wij staan ergens voor, weten iets en kunnen dat goed overbrengen. Daar heeft elke docent zo zijn eigen

    manier voor. Dat onderstreept ook de veelkleurigheid van dit onder-wijs. Maar door die regelzucht en bedilzucht van overheidswege moet het allemaal eenheidsworst zijn, die we dienen te serveren in minimaal 1.000 uren per schooljaar. Laat ons toch voor een groot deel zelf bepalen hoe en waarheen we onze studenten willen brengen. Ik mis dat vertrouwen.’

    Het vertellen van een verhaalWie Berghoef aan het werk ziet, kan niet anders concluderen dan dat de wijze waarop hij het vak Nederlands geeft alles behalve eenheidsworst is. Met een veel bezochte Facebook-pagina (‘Conrad de Docent’), een eigen YouTube-kanaal en het gebruik van apps als Kahoot, heeft hij de digitale mogelijkheden volop omarmd. ‘Ik ben vijf jaar geleden een jaartje gestopt met lesgeven om

    bij journalistiek internetbedrijf Dichtbij.nl te werken. Daar heb ik erg veel ideeën opgedaan. Journalis-tiek is het vertellen van een verhaal. Dat is onderwijs ook. Het verhaal kun je op verschillende manieren vertellen. Jongeren zijn audiovisueel ingesteld en kunnen simpelweg niet leven zonder social media. Daar moeten we in het onderwijs veel meer op inspelen. Dat heb ik dan ook gedaan toen ik weer als docent aan de slag ging. Met onder meer filmpjes waarin ik bijvoorbeeld een lesje zinsontleding behandel. Die worden aardig bekeken, zeker rondom de toetsweken. Maar zelfs als studenten maar zelden of nooit naar de filmpjes kijken, weten ze toch dat het er is. Ze zien de inspan-ning die je als docent doet om iets duidelijk te maken, om de studen-ten verder te brengen. En dat weten ze te waarderen.’ Zie verder pag. 5

    ‘We zijn echt wel professioneel

    genoeg om, binnen de kaders, zelf

    onze routes te bepalen’, aldus Con-

    rad Berghoef. Foto: Corrie Hofman

    (student Fotografie).

  • de MBO·krant2 MBO in Bedrijf

    Geachte mevrouw Van Engelshoven,

    Van harte gefeliciteerd met uw functie. Met uw nieuwe baan bent u verantwoordelijk voor een schooltype met maar liefst 500.000 studenten en zo’n 25.000 docenten. Ga er maar aanstaan. Ik zal eerlijk zeggen dat ik vooraf nog nooit van u had gehoord. Niet dat dat een voorwaarde is trouwens, dat iedereen in het werkveld de minister vooraf al kent. Soms moet je mensen gewoon het vertrouwen geven.

    En daar is het, het V-woord. Vertrouwen. Vertrouwen is ontzettend belangrijk in het onderwijs. Ik vertrouw erop dat mijn stu-denten er zelf alles aan zullen doen om hun doel te bereiken, of ze nou verpleegkundige, timmerman of cameraman willen worden. Ik vertrouw erop dat zij hun toetsen leren, dat de opdrachten die ze moeten doen door henzelf uitgevoerd worden en dat ze, hoewel ze zich er een enkele keer met een jantje van leiden afmaken, over het algemeen hun best doen te slagen voor hun mbo-opleiding.

    Mijn studenten mogen erop vertrouwen dat ik alles in het werk stel om ze bij te staan tij-dens hun studie. Ze mogen erop vertrouwen dat ik mijn lessen voorbereid (ok, ok, de ene keer beter dan de andere), dat hun geheimen veilig zijn bij mij en dat ik integer ben in mijn doen en laten. Dat vertrouwen kríjg ik ook van mijn studenten, trouwens. Het ge-beurt me regelmatig dat ik denk: “dat ik híer mee wegkom zeg”, omdat ik in de waan van alledag mijn prioriteiten even anders had liggen. Dat is overigens een eufemisme voor: de toetsen niet nagekeken, de les niet goed voorbereid, te snel uit mijn slof geschoten. Nou ja, een docent is ook maar een mens.

    Maar nu even over dat vertrouwen. Waar de relatie tussen student en docent op vertrou-wen is gebaseerd, mis ik dat vertrouwen tussen docent en overheid. Een overheid die denkt dat goed onderwijs vooral veel uren betekent en de roc’s de 1.000-urennorm op-legt. Een overheid die de examinering zo wil dichttimmeren, dat docenten meer bezig zijn met de bureaucratie om de examens heen dan de inhoud. Een overheid die het mbo onvoldoende vertrouwt om duidelijkheid te geven omtrent het programma Rekenen en de keuzedelen. Wordt uitstel afstel? Gaat het wel of niet meetellen? Sinds een jaar kennen wij hier het neologisme ‘keuzedelenstress’.

    Geachte mevrouw Van Engelshoven, ik zou nog een aantal pagina’s door kunnen gaan. Maar ik vertrouw er dan ook op dat al deze punten ook uw aandacht hebben. Ik wens u veel succes!

    Conrad BerhoefCoördinerend docent ROC FriesePoortMbo-docent van het jaar 2017/2018

    Het V-woord

    Column

    1 Beroepsgericht rekenonderwijsHet kabinet wil in het voortgezet onderwijs een alternatief voor de huidige rekentoets. Als dat alternatief er is, moet het rekenonderwijs in het mbo ‘beroepsgericht’ worden. Een klein zinnetje, dat nog veel vragen oproept. Zie ook pagina 9 van deze krant.

    2 Verlengde kwalificatieplichtEr komt een experiment in de grote steden met een verlengde kwalificatieplicht. Jonge-ren zonder diploma moeten dan tot hun 21e verjaardag op school blijven.

    3 Einde cascadebekostigingHet kabinet wil stoppen met de cascadebe-kostiging: de nog verse systematiek waarbij scholen minder bekostiging krijgen voor een student, naarmate deze langer op de school zit. Men wil van deze cascade af, omdat dit het stapelen in de weg zou staan. Op zijn vroegst vanaf 2019 zal deze nieuwe bekostiging van kracht kunnen zijn.

    4 Soepele overgangenIn het akkoord staat de wat vrijblijvende wens om afspraken te maken om de overgangen tussen vmbo, mbo en hbo te verbeteren. Ook moeten vmbo-leerlingen de mogelijkheid krijgen om een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 binnen het vmbo af te ronden.

    Wat betekent het regeerakkoord voor het mbo?5 Individuele leerrekeningHet kabinet wil dat iedereen die een startkwa-lificatie heeft behaald een ‘individuele leer-rekening’ krijgt. Met die leerrekening kunnen werknemers gedurende hun werkend leven extra scholing inkopen. Helaas stelt het kabi-net voor dit idee nog geen geld beschikbaar. Wel wordt gesproken over een experiment met vraagfinanciering.

    6 ArbeidsmarktperspectiefHet kabinet wil strengere gaan stellen aan het arbeidsmarktperspectief van opleidingen. Opleidingen die jongeren niet goed voorbe-reiden op de arbeidsmarkt kunnen aangepakt worden. Ook de SER pleitte onlangs voor het aanscherpen van de eisen aan het arbeids-marktperspectief van opleidingen.

    7 BurgerschapsonderwijsEr komt meer aandacht voor het burger-schapsonderwijs in het mbo. Onlangs werd al een nieuwe burgerschapsagenda gelanceerd; deze blijft dus gelden.

    8 KwalificatiedossiersHet kabinet wil onderzoeken hoe de regionale invulling van het onderwijsprogramma van mbo-opleidingen verbeterd kan worden. Het is de bedoeling de ‘beperkende werking van de kwalificatiedossiers’ voor innovatie aan te pakken. Hierbij wordt gesproken over een vorm van opleidingsaccreditatie als alternatief voor het kwalificatiedossier. Wat dit concreet betekent, is onduidelijk.

    9 VakcertificaatScholen krijgen de mogelijkheid om studenten die geen diploma halen een vakcertificaat te geven. Scholen krijgen hiervoor geen diploma-bekostiging. Jongeren die zo’n vakcertificaat hebben, kunnen later alsnog een volwaardig diploma behalen.

    10 Extra geld voor groen onderwijsHet groene onderwijs gaat over van het ministerie van Economische naar dat van On-derwijs. De bekostiging wordt ook zoveel mo-gelijk gelijkgetrokken. Het totaal beschikbare budget voor mbo-onderwijs wordt hierdoor wat anders verdeeld. Dit heeft een klein nega-tief effect op het reguliere mbo-onderwijs.

    Bezuiniging?In het regeerakkoord is ook een passage opgenomen over ‘doelmatiger onderwijs’. Alle onderwijssectoren moeten onder deze noemer een kostenbesparing realiseren. In totaal gaat het op termijn om een bedrag van ruim 180 miljoen euro. Voor het mbo gaat het om enkele tientallen miljoenen euro’s. De MBO Raad doet zijn best om deze bezuiniging van tafel te krijgen.

    Nog veel onduidelijkHet regeerakkoord roept voor het mbo nog tal van vragen op:• Welke eisen gaan gelden voor het ‘be-

    roepsgericht rekenen’?• Hoe gaat de ‘individuele leerrekening’

    gefinancierd worden?• Wat verandert er aan de kwalificatie-

    dossiers? Gebeurt er ook iets met de keuzedelen?

    • Gaat het lerarenregister wel door?• Welke eisen gaan gesteld worden aan het

    arbeidsmarktperspectief van opleidingen?• Welke randvoorwaarden gaan gelden voor

    het vakcertificaat?

    Het regeer akkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ bevat ook flink wat voor-nemens voor het mbo. Wat staat de scholen allemaal te wachten de komende jaren?

    Op weg naar betere beroepspraktijkvorming Een belangrijk onderdeel van de kwaliteitsaf-spraken die de mbo-scholen met het ministe-rie van Onderwijs hebben gemaakt, betreft de verbetering van de beroepspraktijkvorming (stages). Aanvankelijk was het de bedoeling om hiervoor een speciale indicator te ma-ken, die de tevredenheid van studenten en bedrijven objectief in beeld zou brengen. Toen dit technisch niet goed mogelijk bleek, is de scholen gevraagd een verbeterplan te maken. Uit de eerste rapportage over de voortgang

    van deze verbeterplannen blijkt dat de scholen op de goede weg zijn. Deze conclusie trekt MBO in Bedrijf op basis van de beoordeelde resultatenrapportages. Vijftien scholen kregen uiteindelijk de classificatie ‘goed’, 49 scholen ‘voldoende’. De scholen met de classificatie ‘goed’ tellen met een factor 1,5 mee bij de verdeling van het beschikbare budget van 58 miljoen euro (2017). Ook in 2018 is zo’n be-drag beschikbaar voor scholen die erin slagen hun beroepspraktijkvorming te verbeteren.

  • december 2017 Blik op de toekomst 3

    Nieuwjaarsreceptie 2018Binnenkort luiden wij weer het nieuwe jaar in: 2018. Uitgerust (nou jà ?!) verzamelen we ons in één van de vestigingen van het ROC voor de Nieuwjaarsreceptie. We wisselen vakantiebelevenissen uit, wellicht het recept van het kerstdiner en wensen elkaar alle goeds voor het nieuwe jaar. Traditiegetrouw neemt dan de voorzitter van het College van Bestuur het woord en gunt ons een blik in de toekomst. Uiteraard optimistisch. En zo er al problemen opdoemen, moeten we die toch vooral zien als ‘uitdagingen’.

    Mag ik nu die voorzitters, als voorbereiding op de Nieuwjaarspeech, eens een leesadvies geven voor onder de kerstboom en rond de jaarwisseling? Het betreft het tweede rapport van de SER (Sociaal Economische Raad) in de serie ‘Toekomstgericht Beroepsonderwijs’. Dit nieuwe rapport is getiteld ‘Voorstellen voor een sterk en innovatief beroepsonderwijs’. Het verscheen 17 november (voor de kabinetsformatie een beetje als ‘mos-terd na de maaltijd’) en bevat een behartigenswaardige vooruitblik op de toekomst van het beroepsonderwijs. Met een verwijzing naar de problemen (dus de ‘uitda-gingen’ waarover ik net schreef) die op ons afkomen en adviezen om die te pareren op zowel op micro-, meso- als macroniveau. Want laten we wel wezen: er staat ons wel wat te wachten!

    Je hoeft echt niet elke zondagavond naar Jelle Brandt Cortius te kijken of ‘Wat op het spel staat’ van Philipp Blom te lezen om je te realiseren dat de gevolgen van de ‘Robotisering’, de digitalisering en de automatisering desastreus kunnen worden voor het middenkader in sommige beroepenvelden waarvoor het mbo opleidt.Om dat gevaar af te wentelen komt de SER met vijf prioritaire adviezen die dat gevaar zouden kunnen afwentelen:

    1. Het duurzaam toerusten voor arbeidsmarkt en samenleving;

    2. Een daadkrachtige integrale aanpak voor jongeren in een kwetsbare positie;

    3. Een grote rol van het mbo bij een leven lang leren; 4. Het versterken van regionale, sectorale en landelijke

    samenwerking; 5. Het stimuleren van scholen om lerende organisaties

    te worden met ruimte voor professionals.

    Geef direct toe: de meeste aanbevelingen hebben we wel eens eerder gehoord en het zou ook nog wel wat minder abstract kunnen. Maar dan doe ik de SER toch onrecht aan. Want de adviezen worden aangevuld met concrete ‘Aanbevelingen’ en een en ander wordt stevig onder-bouwd.

    Overigens staat het koren van Ton Heerts (voorzitter van de MBO Raad) te bloeien. Immers, met name de adviezen onder 2 en 3 – een ‘hand op de schouder’ (2) en ‘een leven lang ontwikkelen’ (3) – zijn de laatste maanden ook zijn stokpaardje. Voor al die medewerkers op al die nieuwjaarsrecepties is vooral het 5e advies van belang: ‘een lerende organisatie met ruimte voor profes-sionals’. In dat kader kunt u gerust ook zelf het rapport lezen, ook als uw voorzitter er niet naar verwijst!

    Ik wens u een goede Kerst, een mooie jaarwisseling en een gezond, gelukkig en vooral leerzaam 2018!

    Coleta van Buuren

    In deze rubriek zoomt ‘professioneel bemoeial’ Bas van de Haterd in op mogelijke mbo-beroe-pen van de toekomst. In dit vierde deel laat hij zien dat mbo’ers ook met al onze activiteiten op social media hun brood kunnen verdienen.

    De sociaal profiel adviseuraan het posten van tweets en Facebookbe-richten of aan het reageren op vragen die online gesteld worden, of dit nu ser-vice- of verkoopgericht is. Naar dit soort banen zal in de toekomst eerder meer dan minder vraag zijn.Belangrijk voor de opleidingen tot Social Media Medewerker is dat hier gekeken wordt naar een totaalplaatje van social media. Een goede Social Media Medewer-ker moet van alle onderdelen die belang-rijk zijn op social media enige kennis hebben. Dat wil zeggen: een minimale kennis van grafische vormgeving, want plaatjes en video’s werken 100 keer beter dan alleen tekst. Dat wil niet zeggen dat tekst niet belangrijk is, dus enige kennis van copywriting is ook belangrijk. Ook is een minimale hoeveelheid kennis van analytische tools belangrijk, want alleen met data kan je zien of je succesvol bent en kun je, waar nodig, bijsturen.

    Sociaal Profiel AdviseurDe Sociaal Profiel Adviseur zal meer vanuit de persoon helpen in het bijhou-den van of adviseren over je sociale media gedrag en mogelijk – als een Chinees systeem, waarbij niet alleen je postings meewegen in je score, bij ons ook waar-heid wordt – je hele sociale profiel. Wat plaats je wel of niet op Facebook? Met wie ben je wel of niet bevriend? Welke pa-gina’s heb je wel of geen like gegeven? En zelfs: waar koop je welke producten? Dat speelt in China’s Credit Score een belang-rijke rol. Deze baan zou in drie varianten uitgevoerd kunnen worden. Het kan in de vorm van een persoonlijke dienstverle-ner, zoals een personal assistant (voor de

    rijkere medemens). Het kan in de vorm van een eenmalige controle wanneer iemand bijvoorbeeld gaat solliciteren. Een derde mogelijkheid is dat de Sociaal Profiel Adviseur beschikt over een aantal zeer geavanceerde tools die structureel het internet afzoeken naar mogelijke proble-men bij één van de klanten. Ontstaat er een issue, dan neemt de Sociaal Profiel Adviseur contact op met de klant.

    opleidingenIn hoeverre er voor bovenstaande een nieuwe opleiding moet worden ontwik-keld, of dat dit bij bijvoorbeeld mbo-ni-veau 4 Communicatie ondergebracht kan worden, laat ik graag aan het werkveld over. Het uitbreiden van de Marketing- en Communicatieopleiding met enige grafische en enige analytische vakken zou de Marketing- en Communicatiemede-werker veel waardevoller maken voor het werkveld. Het is niet nodig om van deze studenten volleerde dtp’ers of webanalis-ten te maken. Maar een basisbegrip van Photoshop (waarmee ze een eenvoudig plaatje kunnen aanpassen) en een basis-kennis van analytics (waardoor ze een webanalist kunnen uitleggen wat gemeten moet worden en wat het resultaat moet zijn), vergroot hun arbeidsmarktwaarde significant.

    Verder is het belangrijk dat ze zich meer dan ooit bewust zijn van hun social footprint. Voor diegenen die echt bereid zijn zich hierin te verdiepen, liggen in de toekomst volop kansen om anderen hierover te adviseren.

    Sociale profielen gaan een steeds grotere rol spelen in onze wereld. De data die uit onze social footprint gehaald kunnen worden, bepalen straks of een ander ons vertrouwt of niet. Het nieuwe boek van Rachel Botsman, Who can you trust, geeft een mooi genuanceerd inkijkje in zowel de positieve aspecten als de extreme ri-sico’s van deze ontwikkeling. Onze drang naar controle en het feit dat wij het als maatschappij totaal onacceptabel vinden dat er fouten gemaakt worden (zoals in het drama met Anne Faber) zullen leiden tot een grotere rol van analyses van onze sociale voetafdruk, van wat we op social media zeggen tot wat we kopen en met wie we praten. Wie meer wil weten over de extreme variant hiervan, moet zich maar eens verdiepen in het ‘Social Credit System’ dat China momenteel uitrolt.

    Dit artikel gaat echter niet over de sociale (on)wenselijkheid van deze ontwikkelin-gen, maar over de nieuwe banen die dit soort ontwikkelingen mbo’ers bieden. Zo-als ik in mijn boek 10 banen die verdwij-nen en 10 banen die verschijnen al schreef bij de functie ‘identiteitsauditor’: ‘als iets waarde krijgt, wordt het de moeite waard om te stelen en manipuleren’. Dat zal in de nabije toekomst meer en meer gaan gelden voor een online identiteit. Naast de identiteitsauditor, die vaststelt of iemand daadwerkelijk is wie hij zegt dat hij is, zal er ook een Sociaal Profiel Adviseur ontstaan.

    Social media medewerkerSocial media is al een business waarin menig mbo’er werkt. Denk bijvoorbeeld

    mbo-beroepen van de toekomst

    #4

  • de MBO·krant4 Kennisatelier

    Handreikingen voor innovatieve opleidersVanaf het schooljaar 2017-2018 kunnen opleiders in de zo-geheten ‘Kennisateliers’ aan de hand van een door henzelf ingebracht vraagstuk op het gebied van publiek-privaat samenwerken (PPS), hybride leervormen en praktijkleren kennis opdoen en inzichten vergaren die hen verder hel-pen bij het opzetten van nieuwe opleidingen of innovatieve projecten. De MBO-krant bezocht het Kennisatelier bij de Car Academy van het Summa College. Verslag van een dagdeel vol knetterende synergie.

    kijkje in de keuken van een ander domein uitermate verhelderd zijn. Dat blijkt bij dit Kennisatelier waar-aan opleiders van vier verschillende mbo-scholen uit het zuiden van het land deelnemen. Het mbo toont zich hier in zijn veelkleurigheid: het gaat over techniek, zorg én Hos-pitality en service, over BBL, BOL, over niveau 4, maar ook over entree. Ondanks die diversiteit zijn er vele raakvlakken. Zo heeft docente Toos (Gilde Opleidingen) als vraag-stuk ingebracht dat ze ervoor wil zorgen dat bij de nieuw op te zetten excellente opleiding Hospitality & Horecaondernemer het niveau zoals dit vanuit het kwalificatiedossier wordt geëist ook bij het leren in de praktijk gemonitord kan worden. Zodra zij dit bij de kennismakings-ronde van dit Kennisatelier aan de groep vertelt, doet Giel Kessels, docent en initiatiefnemer van de Car Academy, een inspirerende handrei-king: hij heeft, als voorbereiding op een mogelijk promotieonderzoek op het terrein van beoordelen/waarderen, al veel kennis hierover vergaard en wil dit graag delen met Toos. Ook bij andere vragen die bij deze voorstelronde over de tafel vliegen – variërend van ‘Hoe kun je

    Kennisatelier Responsief beroepsonderwijs

    Er is geen blauwdruk voor res-ponsief beroepsonderwijs, oftewel onderwijs dat snel in kan spelen op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Een succesformule voor hybride leren, werkplekleren of andere praktijkgerichte leervormen bestaat niet. Dit betekent echter niet dat je opnieuw het wiel moet uitvinden. Die gedachte wordt onderstreept in de Kennisateliers die Opleider2025 – een initiatief van de Beroepsver-eniging Opleiders MBO (BVMBO) en het Platform Bèta Techniek/Katapult – samen met Expertise-centrum Beroepsonderwijs (ecbo) organiseert. De ateliers, bestaande

    uit twee sessies van elk een dagdeel, zijn bestemd voor docenten en instructeurs. Zij krijgen hier de kans om zelf een vraagstuk in te brengen en hiervoor – in de vorm van weten-schappelijke kennis, ervaringen van collega-opleiders én praktijkken-nis van experts – handreikingen te ‘verzamelen’ die hen verder op weg helpen.

    RaakvlakkenDe vraagstukken hebben doorgaans een domeinspecifieke aanleiding. Bijvoorbeeld de bouw van een prak-tijkgerichte leeromgeving op het gebied van automotive, zoals we hier in Eindhoven bij de Car Academy van het Summa College, inspire-rende locatie van dit Kennisatelier, kunnen bewonderen. Toch kan een

    Katapult: 1-op-1 ondersteuningGelukkig krijgen de aanwezige mbo-opleiders volop ondersteu-ning. ‘Deze deelnemers zetten vandaag de eerste aanzet op papier’, vertelt Hester. ‘Die gaan ze vervolgens individueel of in teamverband op hun eigen school uitwerken. Samen met mijn collega José Hermanussen, die ook de ken-nisateliers begeleidt, kijken we dan of hun CIMO logisch is en analyse-ren de vraagstukken.’ ‘Die sturen we daarna door naar Katapult, een lerend netwerk van ongeveer 150 samenwerkingsverbanden tussen onderwijs en bedrijfsleven’, legt Anniek uit. ‘Uit dit netwerk selecteert Katapult experts die veel praktijkkennis hebben over het specifieke vraagstuk. Bijvoorbeeld omdat ze zelf een vergelijkbaar traject hebben doorlopen of hierop uitgebreid onderzoek hebben verricht. Alle deelnemers van het Kennisatelier worden zo gekoppeld aan experts, waarmee ze contact kunnen opnemen om over hun vraagstuk te sparren. Je krijgt dus

    1-op-1 ondersteuning en kunt zo de volgende stappen maken. Bij de tweede sessie presenteer je je plan aan de overige deelnemers. Ook hier dragen de onderzoekers van ecbo op maat wetenschappelijke kennis aan en geven je als critical friends feedback.’

    ‘Je krijgt bij de Kennisateliers dus op verschillende manieren handrei-kingen om jouw hybride leerom-geving, praktijkgerichte opleiding of andere vorm van werkplekleren gestructureerd te ontwerpen’, besluit Hester. ‘Er mag dan geen blauwdruk zijn, maar we kunnen wel ontzettend veel van elkaar leren.’

    Meer weten over de Kennisateliers? Ga dan naar http://ecbo.nl/kennisateliers-mbo/

    Op MBO-today vertelt Giel Kessels meer over het ontstaan van de Car Academy: http://bit.ly/CarAcademy

    werkplekleren inzetten zonder dat je betaalde banen verdringt?’ tot ‘Hoe krijgen we alle docenten mee in onze praktijkgerichte ontwikkeling?’ – gunnen de deelnemers elkaar een kijkje in de keuken.

    CImoNaast de ervaringen van medeoplei-ders, kunnen de deelnemers aan de Kennisateliers ook volop putten uit de wetenschap en de vele hand-reikingen (publicaties met inzich-ten, modellen, tools) die diverse onderzoeken hebben opgeleverd. Hester Smulders (ecbo) geeft de deelnemers ondermeer een korte uitleg over de CIMO-logica, een methodiek waarmee je een helder ontwerpmodel kunt ontwikkelen voor het specifieke vraagstuk dat je hebt. Je gaat hierbij uit van de Context, inventariseert de mogelijke Interventies en onderzoekt welke Mechanismen er vermoedelijk voor gaan zorgen dat je interventies tot de beoogde effecten (de Outcome) leiden. Na de uitleg mogen de deel-nemers, gewapend met invulformu-

    lieren en een overzicht van moge-lijke hulpvragen per onderdeel, aan de slag. Dit gebeurt in duo’s, zodat ook hier direct kennisuitwisseling en feedback plaatsvinden. Kennis benutten‘Ik hoop dat deze opleiders door de Kennisateliers meer gestructureerd naar hun vraagstukken gaan kijken’, vertelt Hester terwijl de deelne-mers ijverig hun CIMO invullen. ‘Zij scherpen in twee sessies hun vraagstuk aan en ontdekken waarop ze kunnen handelen. Verder hoop ik dat ze de beschikbare kennis benut-ten, want daarmee kun je structuur aanbrengen. Er wordt heel vaak op onderdelen ontworpen, terwijl de samenhang ontbreekt. En dat is nou juist zo belangrijk.’ ‘Er gaat bijvoor-beeld veel mis tussen de onderdelen “Interventies” en “Mechanismen”, vult Anniek van Anraad (projectlei-der Opleider2025) aan. ‘De inter-ventie zet dan niet in werking wat je graag wilt’. ‘Dan werk je heel hard aan het verkeerde’, voegt Hester toe. ‘Zonde.’

    De CImo-logica is een beproefde

    methodiek waarmee je een helder

    ontwerpmodel kunt ontwikkelen

  • december 2017 Vakwedstrijden 5Geen tijd voor bescheidenheid

    Medal of excellence voor Julian van LohuizenEen zonneboiler aansluiten, juist in zonovergoten Abu Dha-bi: er zijn niet veel mbo-studenten die dat op hun cv kunnen zetten. Installatietechnicus Julian van Lohuizen kreeg het voor elkaar op WorldSkills afgelopen oktober. Hij werd be-loond met een elfde plaats en een medal of excellence, voor bovengemiddelde prestaties. Niets om bescheiden over te zijn, vindt zijn team van begeleiders.

    Installatietechnici zijn van nature bescheiden mensen, die liever niet in de spotlights staan, is de erva-ring van Erik Nijhof, directeur van InstallatieWerk – het leerwerkbedrijf waar Julian zijn opleiding volgt. Die bescheidenheid kent Johan van Dijk, de coach van Julian, maar al te goed: ‘Ik scout al jaren talenten voor de installatiebranche. Op zoek naar jonge vmbo’ers met de goede skills en de goede houding. We zorgen voor begeleiding van deze talenten, zodat ze zich in de volle breedte kunnen ontwikkelen. Vakwedstrij-den horen hier ook bij. Daarvoor moeten we ze wel een beetje pushen, want ze blijven inderdaad liever wat op de achtergrond.’

    De technicus en de wedstrijd-deelnemerHet ‘pushen’ van Julian was een joint effort van leerwerkbedrijf Instal-latieWerk, het Deltion College en Elders totaalinstallateur. De techni-sche begeleiding was in handen van Jeroen de Klerk; hij trainde Julian als technicus. Van Dijk zelf hield zich vooral bezig met de coaching van Julian als wedstrijddeelnemer: ‘Deel-nemen aan vakwedstrijden gaat niet alleen om de skills. Je moet allerlei wedstrijdvaardigheden hebben. Bij een wedstrijd heb je wedstrijdstress die je nergens anders hebt. Je moet nadenken waar de jury op let, je moet heel snel de juiste keuze ma-ken, inschatten wat het minste pun-

    tenverlies oplevert en meteen aan het werk. Iedere minuut telt. Ook dat moet je oefenen. Daarom heeft Julian meegedaan aan veel vakwed-strijden en hebben we wedstrijd-beelden van eerdere kandidaten bestudeerd. Omdat de wedstrijden in het Engels zijn, hadden we speci-ale trainingssessies in het Engels. En daar komt het hele publiciteitscircus nog bij. Julian moest leren zich te presenteren en hoe hij zich uitdrukt tijdens een interview. En dat hij dus niet te bescheiden hoeft te zijn.

    Gelukkig kreeg hij daar uiteindelijk ook zelf lol in.’

    Hartstikke mooi vakNijhof en Van Dijk benutten het resultaat van Julian om het imago van de installatiebranche een boost te geven. ‘Het is een hartstikke mooi vak met meer toppers zoals Julian,’ vindt Nijhof. ‘We hebben ons gecommitteerd aan de wedstrijden omdat we het belangrijk vinden om studenten deze kans te geven. Maar het is ook dé mogelijkheid om het vak te promoten, de zichtbaar-heid van de branche te vergroten en studenten te overtuigen voor de installatietechniek te kiezen. Want installatietechnici komen altijd aan de bak. Dit jaar pakken we echt uit. We hebben banners en spandoeken gemaakt met de foto van Julian en zijn prestatie. Daar hoeven we echt niet bescheiden over te zijn.’

    Dat ook studenten prachtige verhalen kunnen vertellen, weet Berghoef als geen ander. Hij kreeg, toen hij docent Nederlands werd bij de zorgopleidingen van ROC Friese Poort zoveel indrukwekkende verhalen van stagelopende studenten te horen, dat hij hen vroeg deze ver-halen op te schrijven. Dit leidde tot het boek Help, ik werk in de zorg. ‘Het was alsof we rond het kampvuur zaten en elkaar verhalen vertel-den. Prachtige, ontroerende, maar soms ook hilarische verhalen die zoveel meer vertellen dan de stageverslagen die we onze studenten laten schrijven. Studenten zijn er kennelijk in getraind om verschrikkelijk saaie stagever-slagen op te stellen aan de hand van allerlei methodieken, zoals STARR. Laat ze liever een verhaal vertellen. Want het is niet niks als je als 16-jarige stage loopt in een werkomgeving

    waarin je dagelijks te maken hebt met ziekte, dood, gebreken en eenzaamheid. Soms ben je zelfs het enige lichtpuntje in iemands laatste levensfase… Dat doet een enorm beroep op je empatisch vermogen. Ik heb het mijn stu-denten laten opschrijven, waardoor ze én met Nederlands én met hun eigen vakgebied bezig waren. Echt een van de mooiste projecten uit mijn loopbaan…’

    AmbassadeurschapAan het rijtje mooie ervaringen kan over een jaar naar alle waarschijnlijkheid ook het am-bassadeurschap, de erefunctie die elke Leraar van het Jaar twaalf maanden op zich mag ne-men, toegevoegd worden. Wat zijn, naast het al in het juryrapport aangestipte ‘opkomen voor de autonomie van de docent’, de speerpunten waarvoor Berghoef zich sterk wil maken? ‘Ik ben docent Nederlands. Dat kleurt uiteraard

    mijn ambassadeurschap. Ik wil benadrukken hoe belangrijk een goede beheersing van onze taal is, ongeacht het beroep dat je uitoefent. Je kunt nog zo’n goede verpleegster zijn, maar als het in je rapportages en overdrachtsformu-lieren wemelt van de taalfouten, laat dat geen goede indruk achter bij je leidinggevenden. Juist daar rekenen ze je op af, simpelweg om-dat ze meestal niet zien hoe lief en zorgzaam je 1-op-1 bent. Verder wil ik extra aandacht vragen voor de algemene ontwikkeling van onze studenten. We leiden hier geen vakmen-sen op, maar mensen die straks heel goed in hun vak zijn. Kunst en cultuur zijn belangrijke bouwstenen voor je ontwikkeling als mens. Zelf zijn we hier een naschoolse toneelgroep gestart, maar er zijn talloze manieren om ervoor te zorgen dat we niet louter vakidioten opleiden.’

    In opperste concentratie bereidde Julian zich voor op WorldSkills

    Abu Dhabi 2017. met een medal of Excellence (meer dan 700 punten)

    als gevolg. meer zien? Bekijk dan het Deltion-promofilmpje op bit.ly/

    JulianWSK.

    De medaillist aan het woord: ‘Natuurlijk heb ik op technisch gebied veel opgestoken van de skillswedstrijden. Maar wat ik ook heb geleerd, is stressbestendig zijn en gefocust blijven op wat je doet. Snel en geordend door-werken onder tijdsdruk, hoeveel

    mensen er ook op je vingers staan te kijken. Dat was een goede leer-school voor de praktijk. Al denk ik dat ik de enorme druk in Abu Dhabi niet zo snel op de werkvloer zal ervaren.’

    ‘We moeten ervoor zorgen dat we niet alleen vakidioten opleiden’Vervolg van het voorpagina-interview

  • de MBO·krant6 MBO City

    de MBO·krant12 mbo city

    MBO City is een initiatief van het ministerie van OCW, MBO Raad, SBB en MBO15poster_A3.indd 1 24-07-12 13:15

    Op 23 november was het Apeldoornse Theater Orpheus een

    dag lang the place to be voor iedereen die het middelbaar

    beroepsonderwijs een warm hart toedraagt. Met keynotes,

    interactieve presentaties en workshops, bood MBO City

    inzichten, praktijkkennis én handreikingen. Op deze twee

    pagina’s vind je – in woord en beeld – enkele highlights van

    de meest inhoudelijke stedentrip van het jaar.

    MBO City 2017 – Dag van het mbo

    De docent in het midden Hoogleraar Herman Pleij is al sinds zijn eigen op-leiding gefascineerd door onderwijs. Drie kwartier praat hij levendig over zijn eigen ervaringen: van de lagere school tot aan de universiteit. De kern? De docent in het midden. ‘Als ik kijk naar Nederland en de manier waarop wij onze scholen presenteren, dan staat hierin altijd de leerling centraal. Van folders tot websites: de leerling staat op de foto. In het buiten-land is dat heel anders. Daar staat juist de docent in het midden. Ik denk dat we daar naartoe moeten. De docent is namelijk degene die de leerlingen kan optil-len, om hen nieuwe vergezichten te tonen. En om ze te laten zien wat er allemaal mogelijk is. De leerling is belangrijk, maar de docent kan die leerling vormen. Grijp die rol en til de leerling op, daag hem uit. Dan zal hij of zij zich optimaal ontwikkelen.’

    Samen werken aan bpvIn een wereld waarin beroepen razendsnel verande-ren, moeten scholen in staat zijn hun onderwijs mee te veranderen. Volgens Bram Loog, beleidsadviseur van SBB, geldt dat zeker ook voor de invulling van de beroepspraktijkvorming: ‘Steeds meer scholen kiezen voor vormen van hybride leren, waarbij het schoolse leren en het praktijkleren door elkaar heen lopen. Goede contacten, in het bijzonder met praktijkoplei-ders van bedrijven, zijn dan van groot belang. Haal de praktijkopleider naar binnen, dat is hartstikke nuttig. Je krijgt als school natuurlijk kritiek, maar je leert er heel veel van. Het onderwijs wordt er beter van.’ De adviseurs praktijkleren van SBB kunnen hierbij volgens Loog een goede verbindende rol spelen. In steeds meer regio’s zijn de adviseur van SBB kind aan huis in de mbo-scholen. ‘Maak gebruik van de diensten van SBB’, aldus Loog.

    De Inspectie gaat het gesprek aan Is de Inspectie de nieuwe beste vriend van de mbo-instellingen? Dat voert misschien wat ver. Maar de sfeer in het propvolle zaaltje is wel optimistisch. Bert Lichtenberg, afdelingshoofd mbo bij de Inspectie: ‘De eerste ervaringen met het vernieuwde toezichtskader zijn zeker positief. We controleren iets minder vaak en slechts op één thema. Het volledig doorlichten van vijf opleidingen doen we niet meer.’

    Communicatie wordt ook belangrijker. Indien ge-wenst, komt de Inspectie bijvoorbeeld langs om haar eigen rapport met de school te bespreken (‘dat werkt vaak toch verhelderend’) en op de website groeit het aantal FAQ’s, met antwoorden op steeds meer vra-gen. ‘We gaan zelf ook veel meer in vertrouwen het gesprek aan. Waar is jullie school mee bezig? Onze insteek is daarbij: zijn jullie “in control”?’ Waar moge-lijk wil de Inspectie zich ook wat verder terugtrekken. ‘Maar als het nodig is, dan komen we. En incidenteel zelfs zo vaak dat we bijna om de sleutel zouden willen vragen.

    “We delen nu zowel bonnen als pluimen uit aan scholen. Dat is voor ons wel eens lastig”

    Reindeer ensemble

  • december 2017 MBO City 7

    MBO City 2017 – Dag van het mbo

    Dansend de zaal uit bij Hans van der LooHoe je tientallen docenten dansend de zaal uit laat gaan? Door hen te voeden met positieve energie. Dat kreeg Hans van der Loo in zijn lezing voor elkaar. Hij vertelde over het geheim van goed presterende teams en hoe je binnen jouw team positieve energie kunt vinden én behouden. Is je team proactief met hoge productiviteit en zelfvertrouwen of zit je in de comfortzone en ben je vastgeroest in vaste patro-nen? En als je erachter bent waar je staat: hoe kom je als team dan op dat meest productieve en enthou-siaste punt, en hoe houd je dat vast? ‘Het is een kwestie van willen in plaats van moeten. Een andere mindset. Focus op wat je belangrijk vindt, en maak vervolgens plannen die je meteen kunt uitvoeren, op korte termijn. En begin pas met het aanbrengen van structuur als de beweging op gang is gebracht. Want die beweging, die is het belangrijkst’, concludeert Van der Loo.

    ‘Zet geen stip op de horizon, dat is ontmoedigend. Haal de toekomst naar voren.’

    Kwaliteit is mysterieusEen goed huwelijk zal het waarschijnlijk niet worden, denkt René ten Bos, tussen docenten en managers. Volgens de Denker des Vaderlands willen docenten nu eenmaal het liefst uitsluitend met het vak bezig zijn, ze willen voor de klas staan en ze leven van de directe interactie met hun leerlingen. Managers zitten dat vreselijk in de weg, zorgen voor vooral bureau-cratie en voor controle. Verschijnselen waar docenten niets mee hebben. Uiteindelijk tuigen managers heel veel op, maar komen ze niet verder dan om de hete brij heen draaien. Want kwaliteit blijft mysterieus, iets waar geen grip op te krijgen is. ‘Net als bijvoorbeeld gezelligheid.’ Tegelijkertijd stelt Ten Bos dat managers, ondanks hun geleur met bijvoorbeeld kerncompetenties, re-design en excellentie, wel een waarde hebben. ‘De manager zorgt voor de buffer die voor de docenten conflicten voorkomt tussen, heel ouderwets maar nog steeds geldig, het kapitaal en de arbeid.’

    ‘Docenten willen met hun vak bezig zijn, niet met bureaucratie.’

    Struinen over de ThemapleinenOok MBO City doet aan stadsvernieuwing: dit jaar kon je voor het eerst over drie Themapleinen struinen. Daar stonden experts van ondermeer OCW, de MBO Raad en SBB klaar om je in work-shops en in 1-op-1 gesprekken verder te helpen.

    Zo kon je op het Themaplein BPV & loB bijvoor-beeld terecht voor een goed gesprek over burger-schap, een hot issue. ‘Dat merkten we net al bij onze workshop’, vertelt Alet (Netwerk Burgerschap mbo). ‘Veel bezoekers, veel vragen! Maar ook: mooie praktijkvoorbeelden. We gaan hier dus zelf ook rijker vandaan. Samen met de scholen maken we ons hard voor zachte waarden en dat is een zeer positieve ontwikkeling.’

    Op het Themaplein onderwijs & Innovatie staat onder andere Ilona (SBB) van de afdeling kwalificeren en examineren, dat de kwalificatiestructuur onder-houdt en de keuzedelen ontwikkelt. ‘Er zijn er nu ongeveer 800. Het begint echt te landen; scholen moeten ermee aan de slag. Veel vragen die we krijgen, zijn dan ook vooral organisatorisch van aard: hoeveel uur mag ik besteden aan het geven van keu-zedelen? Verder vangen we allerlei signalen op. Zoals: kan die kwalificatiestructuur niet nog flexibeler?’

    Ook op het Themaplein Kwaliteit & Examinering krijgen veel vragen een passend antwoord. ‘We hadden een goed gevulde zaal’’, vertelt Eline van de projectorganisatie Validering Examens MBO, die in opdracht van OCW scholen helpt hun weg te vinden naar valide exameninstrumenten. ‘Naderhand kon-den mensen langskomen met aanvullende vragen. Over de implementatie bijvoorbeeld. En over de ruimte die er, ondanks de kaders, toch is. Prettig om hen verder te kunnen helpen!’

    Opleidingscoördinator Alex struint over de pleinen. ‘Ik neus overal rond om te kijken wat nuttig is voor mijn school’, vertelt hij. ‘Daarbij kijk ik breder dan mijn eigen interessegebieden. Is het waardevol, dan maak ik een praatje of neem ik informatie mee.’

    Afsluiting: Georges van Houts

  • de MBO·krant8 In praktijk

    Van werkdruk naar werkgeluk

    Te hoge werkdruk binnen het onderwijs zorgt ervoor dat leraren

    steeds vaker uitvallen. Het Deltion College in Zwolle deed onderzoek

    naar de onderliggende oorzaken van deze werkdruk. Meer tijd alleen

    blijkt geen oplossing, maar wat dan wel?

    met open armenHet onderzoek werd door de teams met open armen ontvangen. Ageeth: ‘De individuele gesprekken zijn heel goed ontvangen. Mensen voelden zich gehoord en gekend. Een gesprek aangaan met iemand die aandach-tig luistert, geen oordeel of belang heeft, daar bleek grote behoefte aan te zijn. De werkdruk was gevoels-matig echt heel hoog.’ Op basis van deze gesprekken met de teamleden verzamelden Marlou en Corine alle ervaringen en brachten zij de samenhang in kaart. Corine: ‘Din-gen die moeilijk konden worden gezegd, werden hierdoor zichtbaar en bespreekbaar. Een heel wezenlijke opbrengst. Ook maakte het onder-zoek de huidige ontwikkelfase van het team inzichtelijk, waardoor het gerichte stappen kon zetten om te groeien.’

    Uit het onderzoek bij team Ver-pleegkunde bleek dat het verschil in cognitieve flexibiliteit binnen het team groot was. De behoefte aan zelfsturing en handelingsvrijheid versus de behoefte aan structuur

    De werkdruk in het team Verpleeg-kunde bleek hoog. Dat kwam niet alleen naar voren in tevredenheidson-derzoeken,

    maar was ook merkbaar. De vitaliteit nam af en het ziekteverzuim nam toe. Opleidingsmanager Ageeth Strijker: ‘Ik gun mijn team van harte minder werkdruk, maar ik vond het heel lastig te bepalen waar precies de oorzaken lagen en hoe ik passende stappen kon zetten. Ik wilde rechtdoen aan ieder teamlid en onderzoeken wat werkdruk voor hem of haar persoonlijk betekende.’

    RegelruimteHenk Achtereekte, voormalig directeur Human Resource Development bij Deltion College: ‘Werkdruk is een groot issue in het mbo, ook binnen Deltion. Het is moei-lijk grijpbaar. Als werkgever wil je dat de medewerker zo zelfstandig mogelijk opereert. Een professional is proactief, begint met het eind voor ogen, prioriteert en denkt in win-winmogelijkheden. Hij neemt zelf regie en heeft daarmee invloed op de samenstelling van zijn werkpakket. Dus is het ook voor de werkgever van groot belang te kijken hoe we meer regel-ruimte kunnen geven. De vragen die ons bezig houden zijn: hoe gaat een team om met werkdruk? Heeft het team voldoende regelruimte? Hoe krijgt de medewerker meer grip op zijn eigen workload? Bewustwording is daarin een eerste en heel belang-rijke stap. Een aanpak van buitenaf werkt niet, ik geloof meer in een aanpak van binnenuit. Door in te zien welke invloed je als professional zélf hebt en de ruimte te pakken die er is. Het is daarbij essentieel om als werkgever goede begeleiding te bieden.’

    Zeven pijlersHet onderzoek van Marlou Gulikers (LUMI) en Corine de Vries (Tot Bloei) is gebaseerd op het zevenpij-lermodel voor duurzame inzetbaar-heid. De onderliggende oorzaken van werkdruk en de ervaringen van de teamleden staan centraal. De zeven pijlers zijn mede gebaseerd op het promotieonderzoek van organi-satiepsycholoog Felix Steemers over ‘blijvende inzetbaarheid in langere loopbanen’. De pijlers doen een beroep op de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van medewer-ker en organisatie. Marlou: ‘Mede-werkers hebben zelf veel invloed op de betekenis die ze aan werk geven. Van belang is dat ze werk doen waarbij hun talenten goed tot hun recht komen en waarbij ze ervaren dat hun werk er echt toe doet. Hierin schuilt een gevaar van overbetrokkenheid: te veel hart voor de zaak en te weinig hart voor jezelf,

    waardoor uiteindelijk de vitaliteit en belastbaarheid afneemt. Daarnaast heeft ook het onderwijs schaarste aan middelen en dat vraagt het uiterste van flexibiliteit in denken en het vinden van nog slimmere ma-nieren om het werk te doen. Soms is hierbij ook gewoon de grens bereikt.’ Corine vult aan: ‘De leidinggevende heeft veel invloed op de organisa-tie van werk en het bewaken van de juiste koers. Hierdoor raakt de kostbare energie niet versnipperd. In een wereld die snel verandert, ligt ook een belangrijke taak voor het continu toetsen of veranderingen wenselijk zijn. Er lijkt soms weinig invloed te zijn, maar zodra je verder kijkt, zijn er altijd aspecten die wel te beïnvloeden zijn waardoor ook duurzame inzetbaarheid toeneemt’.

    en sturing was nagenoeg evenredig. Dat vraagt een zeer flexibele stijl van leiderschap. Ageeth: ‘Twee gewenste vormen van leiderschap, hoe doe je dat als leidinggevende? Ik wilde daarom heel graag de dialoog aan-gaan over persoonlijk leiderschap. Hoe staan mijn medewerkers erin en waarom? En wat kunnen ze zelf doen? Daar hebben we het nu met elkaar over: waarin kunnen we en willen we groeien?’

    VeranderingenAllereerst zijn er op organisatorisch vlak veranderingen in gang gezet. Ageeth: ‘We hebben heel bewust momenten van ontmoeting geor-ganiseerd, zodat er ruimte is om in werkgroepen te werken.Dat vroeg om flexibiliteit in roos-ters en dus om vasthoudendheid.

    Daarnaast werden werkprocessen in kaart gebracht en waar nodig beter gestroomlijnd. Maar ook op persoonlijk gebied werden verande-ringen zichtbaar. Zo stapten mensen naar een coach en anderen keken

    eens goed naar hun eigen takenpakket.’

    Corine: ‘Door de gesprekken stonden mensen stil bij zich-zelf. De gesprekken maakten veel los bij de medewerkers. Als je hoge werkdruk en veel stress ervaart, zou je namelijk ook zomaar tot de conclusie kunnen komen dat je je werk niet goed aankunt en dat is voor velen erg spannend. Ageeth heeft dit goed opgepakt door een teamdag te organiseren, waarbij ieder teamlid werd gevraagd zijn eigen talenten, kwaliteiten en voorkeuren te noteren. Aan de hand daar-van schreven ze een moti-vatiebrief over welke taken ze het liefst zouden doen, wat daarvoor nodig is en op welke plek in het team ze het beste tot hun recht zouden komen. Daarmee namen de medewerkers de regie in eigen handen. Op basis van die motivatiebrieven heeft Ageeth een herindeling van het team gemaakt, waar-door iedereen op een beter passende plek in het team kwam te zitten.’ Marlou:

    ‘Als je doet wat je leuk vindt en doet wat je goed kunt, gaat werken bijna vanzelf. Dat heeft direct effect op je vitaliteit en inzetbaarheid. Medewerkers ervaren minder stress en zijn minder vaak ziek, omdat ze doen wat goed bij ze past. Dat houdt niet in dat er ineens minder werk te doen is, maar het gaat lichter en daardoor wordt de beleving van werkdruk minder.’

    Gouden greepDe uitslagen van het meest recente onderzoek tonen een bescheiden vermindering in de ervaren werk-druk bij het team Verpleegkunde. Is de trend daarmee gezet? Ageeth: ‘We zijn nog niet klaar, te hoge werkdruk ligt altijd op de loer. Maar de focus is gericht op persoonlijk leider-schap en eigenaarschap, dat zaadje is geplant. Het is misschien nog niet tot volle bloei gekomen, maar het heeft veel in gang gezet. Je bent als leidinggevende hierdoor in staat een onderbouwd plan te maken en zaken aan te pakken. Ik hoef als leidinggevende niet steeds zelf de oplossing te bieden, we kijken nu samen naar wat anders kan en wat we daarbij nodig hebben. Het gaat niet alleen over werk en hoe je zaken plant en organiseert, maar ook over cultuur. Hoe werk je samen en wat vinden we allen belangrijk? Dit onderzoek was een eerste stap in de richting van minder werkdruk en meer samenwerking. Een gouden greep waarvan ik geen moment spijt heb gehad. Dat gun ik iedere mede-werker, én iedere leidinggevende.’

    Door: Caroline Klootwijk

    marlou Gulikers, Ageeth Strijker, Corine de Vries en Robert Wisman

    ‘Als je doet wat je leuk vindt, gaat werken bijna vanzelf’

    ‘Hoe krijgt de medewerker meer grip op de eigen workload?’

  • december 2017 Binnenland 9

    Rekenonderwijs zo neerzetten dat dit aansprekend is voor de studenten kan lastig zijn. Goede beroepsgerichte reken-leerinhouden kunnen helpen. Zij kunnen aansluiten bij de beroepsopleiding of bij de thema’s binnen de burgerschap. Om de in-teractie tussen de verschillende docenten-groepen te vergemakkelijken organiseerde de MBO Raad (in afstemming met andere partijen) de Reken-Praktijkdagen 2017.

    Tijdens de eerste dag gaven rekendocenten een paar inspirerende voorbeelden waar rekenen in de beroeps-context en de burgerschapscontext zeer relevant is. Daarna gingen duo’s vanuit de scholen (een rekendo-cent en een burgerschap en/of vakdocent) aan de slag met het maken van curriculumgerichte onderwijsleer-inhouden. De ontwikkelsessies werden geleid door een inhoudelijk deskundige procesbegeleider en er werd gebruik gemaakt van een poster met verschillende stappen om het ontwikkelproces te structureren. Na de eerste dag gingen de duo’s terug in hun eigen school-praktijk om hun programma te testen en verder uit te werken.

    Praktijktoetsing op ideeënHierna volgde een terugkomochtend om te reflecteren op de praktijktoetsing van de ideeën en het verder

    aanscherpen van de posters. De uitgewerkte voorbeel-den worden binnenkort verspreid via het netwerk van het Steunpunt taal en rekenen en de MBO Raad. De poster is inmiddels ook gedigitaliseerd, zodat deze door iedereen die zich met rekenen in het beroepsgerichte onderwijs bezig houdt gebruikt kunnen worden.

    Reken-Praktijkdagen: inspiratie voor beroepsgerichterekenleerinhouden

    Titel | onderwerp

    Wat is er al?

    Plaats van uitvoering?

    Thema | subonderdelen:

    Tips & tops

    Wie moet meedoen? Activiteiten

    Wie moet het weten? Welke rekendidactische verandering is er (eventueel) nodig binnen de rekenles(sen)?

    Borging

    Burgerschap/beroep:

    Wat wil je bereiken/relevantie/voorstelbaarheid?

    Vragen kunnen in willekeurige volgorde worden ingevuld.

    Getallen2F 3F

    Meten meetk.Verhoudingen

    Verbanden

    Werkposter voor de Reken-Praktijkdagen 2017, samengesteld door enSTEUNPUNT taal en rekenen mbo

    Tips beroepsgericht rekenen1 Ga als rekendocent eens naar een praktijklokaal 2 Geef eens een rekenles in een praktijklokaal 3 Laat studenten foto’s maken van praktijksituaties 4 Laat studenten een praktijkopdracht meenemen

    naar rekenen (inclusief de ’dingen’ die daar bij horen)

    5 Stem af met je collega’s 6 Ga eens in gesprek met de leerling 7 Leg een verband tussen verschillende oplos-

    singsstrategieën

    Hoe je lesmateriaal kunt maken• Verzamel voorbeelden van gecijferdheidssi-

    tuaties. Bijvoorbeeld foto’s in praktijk nemen; krantjes

    • Stel er een echte rekenvraag bij (dat wil zeggen één waarvan iemand het antwoord zou willen weten)

    • Welk rekenonderwerp komt aan bod? • Wat past daar nog meer bij? • Versterken en zo nodig toepassen en oefenen

    In oktober presenteerde Rutte III het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’. Daar is ook een passage over rekenen opgenomen.

    De MBO Raad heeft in samenspraak met het Steunpunt taal en rekenen mbo voor docenten en de studenten een aantal videoclips ontwikkeld. Doel van de clips is om op een aan-sprekende manier mbo-studenten bewust te maken dat rekenen een belangrijk onderdeel is van hun studie en hun loopbaan. De clips schetsen een aantal situaties waarbij de vier rekendomeinen, getallen, verhoudingen, meetkunde en verbanden aan de orde komen. De situaties zijn voor de jongeren herkenbaar omdat het scenario’s zijn uit hun dagelijks leven.De clips zijn bedoeld als instrument voor de docent om tijdens de les in te zetten. De clips kunnen tussen-tijds worden gepauzeerd om met de studenten in gesprek te gaan: • Herken je de situatie? • Hoe los je deze rekenopdracht op?• Zijn er andere manieren om de

    rekenopdracht op te lossen?• Welke rekenopdracht kun je voor

    deze situatie bedenken?• Bewustwording, rekenen gebruik je

    in het dagelijks leven.Binnenkort komt er ook een versie van de clips beschikbaar, waarbij geen rekenopdrachten worden getoond. Studenten kunnen dan zelf opgaven bedenken en oplossen bij de geschetste situaties. De clips kun je bekijken via het YouTubekanaal van de MBO Raad (http://bit.ly/OpmijkanjeRekenen). Mocht je in je leslokaal geen inter-netverbinding tot je beschikking hebben, dan kun je de bestanden ook opvragen bij de MBO Raad. Uiter-aard horen we graag hoe de clips door jouw studenten zijn ontvangen en wat de clips tijdens de les hebben opgele-verd. Laat het ons weten via [email protected]

    Clips ‘Op mij kun je rekenen’

    Op 15 november was weer de jaarlijkse rekenconferentie voor het mbo. Deze werd dit keer gehouden in de Woonindustrie in Nieuwe-gein, een mooie locatie voor een heel inspirerende dag voor de ruim 300 deelnemers. Veel workshops en lezingen werden ook dit jaar weer verzorgd door docenten. Inleider van de conferentie was weten-schapsjournalist Hans van Maanen, die de aanwezigen liet zien hoe er in wetenschappelijk onderzoek gegoocheld wordt met getallen, wat vervolgens leidt tot soms erg mislei-dende stukken in de krant. Uitsmij-ter was cabaretier Kees van Amstel

    met een speciaal voor de conferentie gemaakt programma: de docent die ik niet wilde worden.

    manifest rekenen in het mboTijdens de pauze hebben de schrij-vers van het manifest over rekenen in het mbo een toelichting gegeven op de stand van zaken rond dit ma-nifest, dat inmiddels naar de nieuwe minister is gestuurd. Gedurende de hele dag was er ook weer een beurs en waren beleidsmedewerkers van OCW aanwezig om meningen te inventariseren over rekenen in het mbo. Al met al een leuke en boei-ende dag.

    Rekenconferentie 2017

    Rekenen in het regeerakkoord

    In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ staat de volgende passage: ‘We willen het rekenonderwijs ver-sterken en verbeteren. In het kader van de curriculumherziening worden de referentieniveaus tegen het licht gehouden. In het voortgezet onderwijs komt een alternatief voor de reken-toets. Dit alternatief treedt uiterlijk in het schooljaar 2019-2020 in werking en wordt daarmee voor alle leerlin-gen op alle niveaus een geïntegreerd onderdeel van het examen. In de tus-sentijd telt de rekentoets niet langer

    mee in het voortgezet onderwijs. Wel wordt deze afgenomen in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs tot het alternatief er is. Rekenonderwijs in het mbo wordt beroepsgericht zodra het alternatief voor de rekentoets in het vmbo is ingevoerd.’

    Wat (de laatste zin uit) deze passage concreet gaat betekenen voor onder-wijs en examinering van rekenen in het mbo wordt nog nader uitge-werkt. Het steunpunt zal hier zo snel mogelijk over communiceren.

    Vanaf 15 november is Isabelle Dobbe niet meer werkzaam bij het Steunpunt. Zij werkt voortaan bij het Netwerk Burgerschap. Wij zullen haar missen, maar wensen haar heel

    veel succes bij haar nieuwe werk. Vragen voor het Steunpunt kun je uiteraard blijven stellen via [email protected]

    Afscheid Isabelle Dobbe

    De poster met stappen om het ontwikkelproces te

    structureren

  • de MBO·krant10 Onderwijskwaliteit/Burgerschap

    Pionieren voor verbetering van het mbo-onderwijsBinnen het programma Onderwijs Pioniers krijgen leraren in het mbo de kans om hun plan voor beter onderwijs uit te werken. Met behulp van budget én begeleiding. Het biedt hen de kans ideeën voor het onderwijs te realiseren binnen de eigen school, en op termijn ook op grotere schaal. John Brewster en Suzette Benjamins werden vorig jaar beide benoemd tot pionier en vertellen hoe zij hun plannen verder hebben uitgerold.

    Kwaliteit meten op een andere manierWie John BrewsterSchool Nova College HaarlemFunctie Docent orde & veiligheidPlan Do as the Romans did: een nieuw

    systeem van kwaliteitsmeting

    ‘Do as the Romans did, dat is mijn idee waarmee ik naar Onderwijs Pioniers ben gestapt. Ik wil namelijk een nieuw systeem van kwaliteitsmeting ontwikkelen. Het liefst onderwijsbreed, dus niet alleen voor mijn vak of school. Collega’s hoor ik vaak met een enige scepsis praten over de kwaliteitsmetingen van de Inspectie. Die metingen zijn vaak gebaseerd op statistieken van bijvoorbeeld het aanwezigheidspercentage. Maar naar onderliggende motieven en ervaringen van docenten wordt niet gekeken. Daarom ben ik een alternatieve

    manier van kwaliteitsmeting aan het ontwikkelen.’‘Van het budget dat ik ontving als gekozen pionier ben ik afgelopen jaar onder andere afgereisd naar Finland en Japan. Beide landen staan bekend om hun onderwijs-systemen, die tot de beste van de wereld worden gere-kend. Hier heb ik onder andere gepraat met studenten en docenten over het schoolsysteem, met name over de manier waarop zij kwaliteit meten. In Japan bijvoor-beeld, wordt de kwaliteit van de school gemeten aan het intellectueel kapitaal van de school en de uitstroom van studenten naar grote bedrijven. In welke topbedrij-ven studenten na hun opleiding terechtkomen, bepaalt de kwaliteit van de school. Dat is in Nederland anders-om. Wij vragen mensen in de beroepspraktijk wel eens wat zij van onze studenten vinden, maar daar blijft het ook bij. Ik denk dat we daar veel van kunnen leren.’

    Fotografie anno 2017Wie Suzette BenjaminsSchool CIBAP vakschool voor verbeeldingFunctie Docent fotografiePlan Fotografieonderwijs inhoudelijk veranderen

    naar lensbased onderwijs

    ‘Ik zit nu ruim 15 jaar in het onderwijs. Toen ik startte met lesgeven, fotografeerden we nog analoog en bestond een groot deel van het onderwijs uit technisch inhoudelijke lessen over fotografie en het ontwikke-len van film. Op een gegeven moment ging dat over digitale fotografie, maar we zijn nu alweer verder. Als ik kijk naar mijn studenten, zie ik dat ze allemaal een smartphone hebben met ongekende mogelijkheden. Hierdoor ontstond mijn idee voor Onderwijs Pioniers: ik wil het fotografieonderwijs binnen mijn school, en mogelijk op grotere schaal, updaten. Dat idee begon jaren geleden al te leven, maar nu heb ik via Onderwijs

    Pioniers de mogelijkheid gekregen het ook daadwerke-lijk uit te voeren.’ ‘Ik vind dat het fotografieonderwijs niet langer moet gaan om alleen de techniek achter een goede foto, maar om veel meer dan dat. Zo zijn we nu bezig met het implementeren van 360 graden fotografie en cinematografie, augmented reality, virtual reality en bijvoorbeeld videomapping. Dit past goed in de tijd van nu, met alle ontwikkelingen die daarbij horen. Het onderwijs heet op CIBAP nu ook geen ‘fotografie’ meer, maar lensbased. Dat is een heel ander uitgangspunt.’‘Het budget van Onderwijs Pioniers heb ik hard nodig om bijvoorbeeld docenten te scholen. Ik denk dat het belangrijk is dat ook in de rest van Nederland kritisch naar het fotografieonderwijs gekeken wordt: er zijn ont-wikkelingen waar we volgens mij écht iets mee moeten doen. Wij zetten daar nu de eerste stap in, hopelijk kan de rest van Nederland snel volgen.’

    Goed gesprek als aanjager visie burgerschapHoe vertaal je een visie op burgerschap naar concrete activiteiten? Het Netwerk burgerschap mbo presenteer-de op haar jaarlijkse studiedag het instrument ‘Een goed gesprek over burgerschap’. Volgens Ton Heerts, voorzit-ter van de MBO Raad, gaat het er bij burgerschap om studenten weerbaar te maken voor de toekomst.

    Op vrijdag 13 oktober vond in Ede de jaarlijkse studiedag van het Netwerk Burgerschap plaats. Thema van deze editie: Van Visie naar Praktijk. Een visie op burger-schap is mooi, maar hoe vertaal je die naar de praktijk? In talloze werksessies – van mbo-scholen, maar ook van onder meer de Anne Frank Stichting en het Rijks-museum – lieten docenten zich informeren en inspireren. Tussen de werksessies door konden de deelnemers struinen langs diverse stands, zoals die van de Demo-cratiefabriek, Moviesthatmatter-educatie en Gezonde School.

    Weerbaar makenOm tot een goede aanpak te komen is het goed als onderwijs-teams eerst in gesprek gaan over wat ze met burgerschap willen. ‘Pas als er een gezamenlijke, gedra-gen visie is, kun je vervolgstappen gaan zetten’, aldus Alet van Leeu-wen van het Netwerk burgerschap. Voorzitter van de MBO Raad Ton Heerts is trots op de onderteke-ning van de burgerschapsagenda, die vlak voor de publicatie van het regeerakkoord plaatsvond. In dat regeerakkoord wordt gepleit voor meer aandacht voor burgerschap.

    BildungLeren hoe te leven, dat is in feite waar burgerschap om draait, stelt Koen Vos van ROC Friese Poort, een van de werksessieleiders die dag. ‘Daarom is Bildung, waarbij het Nederlandse woord persoons-vorming het dichtst in de buurt komt, essentieel. Het mbo biedt hier een uitstekende werkplaats voor. Werken vanuit Bildung be-tekent systemen en regels loslaten en je rechter hersenhelft zijn werk laten doen.’ Vos wordt geïnspireerd door verschillende filosofen, zoals Martha Nussbaum, Joep Dohmen en René Gude. ‘Het gaat er niet om dat je zegt hoe een persoon

    moet leven, maar dat je iemand laat ontdekken hoe hij keuzes kan maken.’

    KennisketenDe plenaire lezing van Geert ten Dam, hoogleraar Onderwijskunde en voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam, maakt het belang van burgerschapsvorming glashelder. Ten Dam: ‘Met name als je kijkt naar steden, zie je een tweedeling ontstaan tussen jongeren die kans-rijk zijn en kwetsbare jongeren. Voor deze kwetsbare groep jonge-ren, maar ook door de dynamische arbeidsmarkt, diversiteit en sociale spanningen in onze samenleving, moeten we een stevig beroep doen op burgerschap.’ Ten Dam geeft aan dat er grote verschillen zijn tussen groepen als het gaat om burgerschapskennis, bereidheid tot participatie en de houding ten op-zichte van gelijke rechten van min-derheden. Geslacht, etnische en sociaal-economische achtergrond spelen hierbij een rol. Net als het opleidingsniveau van de ouders. ‘En ook school is een factor van belang: maar liefst 20 procent van de verschillen hangt samen met school.’ Ook stelt ze dat een sterke kennisketen burgerschap stimu-leert. ‘Daarom moet er een betere interactie komen tussen onder-zoekers, leraren, schoolleiders en onderwijsontwikkelaars.’ Tijdens de studiedag wordt duidelijk dat er al veel gebeurt op het gebied van burgerschap in het mbo. De komende vier jaren wordt met de burgerschapsagenda ingezet op versterking ervan. In het team een goed gesprek over burgerschap voeren is daarvoor een goede stap.

    Wil je in je eigen team ook aan de slag met een goed gesprek? Bestel dan een exemplaar via: [email protected] Je betaalt alleen de verzendkosten.

    De jaarlijkse studiedag van het netwerk burgerschap mbo bood

    de deelnemers diverse gelegenheden om een goede gesprek over

    burgerschap te houden.

    John Brewster gebruikte zijn onderwijs Pionier-budget onder andere voor een studiereis naar Japan

  • december 2017 Binnenland 1111

    Het leek er na de verkiezingen even op dat we in het mbo opgescheept zouden raken met een tweehoofdig bewind bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Toen ik dit vernam, riep het bij mij allerlei associaties op. Zouden we straks twee kapiteins op een schip hebben die nauwlettend in de gaten gehouden worden door de beste stuurlui aan wal? Krijgen we een tweekoppige adelaar (scherp zicht, ste-vige grip), zoals we die kennen uit de heraldiek en die we tegenkomen in de wapens van diverse keizerrijken (het Roomse Rijk) en landen (zoals het voormalig Joegoslavië)? Of wordt het meer een constructie à la het tweekoppige ‘monster’ uit Sesamstraat: twee hoofden, die elkaar steeds weer tegenspreken en met een eigen mening het-zelfde lichaam (lees: ministerie) bewonen? Dat pluizige monster werd onder andere ingezet om kinderen te leren wat tegenstellingen inhouden. En hij sprak de meeste tijd in een onzinnige taal. Maar of we daar, als onderwijsprofessionals, op zitten te wachten?

    Gelukkig is nu (om het mythologisch te beschou-wen) het zwaard gevallen en heeft het ‘mbo-deel’ van het ministerie nog maar een hoofd: dat van Ingrid van Engelshoven. Dat zij mogelijk goed zal zijn, zou moeten voortkomen uit haar werkervaring als wethouder Onderwijs in Den Haag. Hoewel zij zich daar, bij een workshop over de toekomst van het mbo, bediende van een stukje ‘Stichting Open Deur’ (het ontstaan van allerlei nieuwe beroepen en daarvoor opleiden). Maar niettemin, het is beter dat we nu duide-lijkheid hebben en weten welke minister waar verantwoordelijk voor is.

    Het is ook duidelijk dat minister Van En-gelshoven weliswaar niet de portefeuille van staatsecretaris Dekker overneemt – die eer valt Arie Slob toe – maar wel diens gedachtegoed: het lerarenregister zou de kwaliteit van het onderwijs bevorderen. Het is nu afwachten hoe zij daar in de (nabije) toekomst in debatten over zal spreken, want mogelijk is het laatste woord hierover nog niet gesproken. Daar hebben de 24 afgevaardigden van de Deelnemersver-gadering – het ‘registerparlement’ dat straks besluiten gaat nemen over de uitwerking van het lerarenregister – nog wel even wat werk aan. Zij hebben zo hun taken, waaronder het formuleren van nadere kaders waaraan het lerarenregister moet voldoen. En we kennen het uit de politiek: waar zoveel mensen een overeenkomst moeten bereiken, vloeit er eerst heel veel water door de Rijn voordat er beslissingen genomen worden. Ik zal het blijven volgen. Met maar één hoofd, weliswaar.

    Rob Schrijver Docent verpleegkunde

    Ministerieel monster met twee hoofden

    Column

    Interview Marjolein Held, voorzitter BVMBO

    ‘op inhoud de verbindingvinden, daar draait het om’Al enige jaren hanteert Marjolein Held vol vuur de voorzittershamer van de Beroepsvereniging Opleiders MBO. Hoe heeft zij de afgelopen periode ervaren? En wat hoopt ze dat de BVMBO de komende tijd gaat bewerkstelligen?

    ‘Het kleine vlammetje dat wij hebben aan-gestoken verspreidt zich steeds meer binnen én buiten de scholen’. Aldus Marjolein Held, voorzitter van de BVMBO. Haar woorden spreekt ze met terechte trots uit. De afgelopen jaren heeft de Beroepsvereniging immers veel tot stand gebracht. ‘We hebben een groot aantal mbo-opleiders onderling op inhoud weten te verbinden’, vertelt ze. ‘Vooral die in-houdelijke factor is van belang. Wij zijn geen actiegroep die leden werft door ergens voor of juist tegen te zijn. Wij willen vanuit de actieve verbintenis van betrokken docenten en in nauwe samenwerking met alle mbo-sta-keholders de kwaliteit van het beroepsonder-wijs naar een hoger plan tillen. Deze beroeps-vereniging is opgericht om een beweging op gang te brengen, waarbij het gesprek echt over de kwaliteit van ons werk gaat.’

    leerprocesDe afgelopen jaren heeft Marjolein geleerd dat kwaliteitsslagen en verbeteringen niet 1-2-3 door te voeren zijn. Het speelveld zit namelijk ingewikkeld in elkaar en kent vele spelers. Er is met name een hiaat tussen beleid bedenken en beleid uitvoeren. ‘Dat die kloof zo groot is had ik vooraf niet voorzien’, bekent ze. ‘Er wordt steeds iets bedacht waar-mee wij met onze onderwijsteams aan de slag

    moeten, om vervolgens tegen allerlei prakti-sche problemen aan te lopen. Ik weet nu hoe essentieel het is om met verschillende partijen aan de juiste gesprekstafels te zitten. Het was een proces van al doende leren en ontdek-ken. Er is nu eenmaal geen cursus waarin je leert hoe in het spanningsveld tussen politiek en onderwijs de vork in de steel steekt. Zoals er ook geen cursus is van hoe je een actieve beroepsvereniging vormgeeft.’

    VakmanschapDe pioniersjaren liggen nu achter ons. Jaren

    waarin de BVMBO langzaam groeide tot een beroepsvereniging met ruim 1.500 zeer betrokken opleiders. Een mooie basis om op voort te bouwen. Er is immers nog aardig wat werk te verrichten. Marjolein: ‘We komen eindelijk af van onze professionele eenzaam-heid nu er steeds meer sprake is van broeder-schap. Ik ben blij dat de leraar in actie komt. Nu is het zaak nog een duidelijker beeld van ons vakmanschap te geven aan de buitenwe-

    reld en te laten zien dat we trots zijn op wat we doen.’

    Regie op onze toekomst‘Dat krijgen we alleen voor elkaar als we van vakmanschap een thema van, voor en door de opleider maken’, besluit Marjolein. ‘Daartoe zijn we zeker in staat: we lopen als mbo met onze beroepsvereniging voorop en voeren zo de regie op onze toekomst.’

    ‘Ik weet nu hoe essentieel het is om met verschillende partijen aan de juiste gesprekstafels te zitten.’

    De BVMBO-krantBovenstaand interview vind je ook terug in de krant die de BVMBO onlangs heeft uit-gebracht. Daarin blikt de Beroepsvereniging terug en vooruit. Er staat onder meer een uit-gebreid artikel in over de totstandkoming van het MBO Manifest, dat in zeven speerpunten weergeeft wat er nodig is om mbo-opleiders zo goed mogelijk hun werk te laten doen. Ver-der stellen twee Platforms van BVMBO zich

    voor. De beroepsvereniging richt deze Plat-forms op om nog doelgerichter en effectiever de belangen van diverse groepen opleiders te vertegenwoordigen. Zo is er onder meer een platform voor rekendocenten en een platform voor innovatieve opleiders (Opleider2025).

    Wil je een exemplaar van de BVMBO-krant ontvangen? Mail dan [email protected]

  • de MBO·krant12

    Colofon

    De MBO•krant is een uitgave van de Stichting Media Beroepsonderwijs. Deze uitgave is bedoeld voor do-centen en andere onderwijsprofessionals in het mbo.

    ConCEPT: Ravestein & Zwart (R&Z)VoRmGEVInG: Lauwers-CREDACTIE: Rutger Zwart (hoofdredacteur), Twan Stemkens (TST Communicatie), Ellen klein Breuk-ink en Olaf van Tilburg (R&Z).

    TEKST: Ravestein & Zwart, Rutger Zwart, Conrad Berghoef (2), Bas van de Haterd (3), Coleta van Buren (3), Caroline Klootwijk (8, Rob Schrijver (11) en Diederick de Vries (12). BEElD: Corrie Hofman (1, 5), freeimages.com/mentionaya (3), Claudia Otten (6,7 en 12). Verder danken we Rijksoverheid, WorldSkills Netherlands, John Brewster, Netwerk burgerschap, Deltion Col-lege en Sil de Weerd voor het beeldmateriaal.

    DRuK: BDU, BarneveldoPlAGE: 16.500 Proefabonnement? Mail naar [email protected] Dan krijg je voor 10 euro drie nummers!

    www.dembokrant.nl www.mbo-today.nl

    Hans komt binnen met joggingbroek op half zeven, versleten sportschoenen, trainingsjack met voetballogo en een eveneens oude pet. Hij duikt meteen zo ver mogelijk achterin de klas en lijkt aanvankelijk erg stil. Desgevraagd gaat de pet netjes af, maar in zijn tas zit het verkeerde boek, zijn laptop is kapot en naar de reparateur. Verder heeft Hans ook niets bij zich. Na een tijdje begint hij wat los te komen en komt zijn, voor Drentse begrippen zeker, zware Amster-damse accent naar boven. Best grappig, maar in combinatie met datgene wát hij te vertellen heeft, ontstaat al snel het beeld van een tokkie-achtig straatschoffie. Er flitsen wat fragmenten van Kruimeltje en Ciske de Rat door mij heen.

    Hans is 16 jaar. Hij is er nagenoeg altijd en meestal ook op tijd. Er is echter altijd wat rumoer om hem heen, zijn spullen zijn lang niet altijd in orde en zijn prestaties vallen wat tegen. Mede na een aantal opmerkingen van collega’s ga ik, in de rol van LOB’er, eens met hem in gesprek. Al redelijk snel valt mijn mond open en springen de tranen mij in de ogen.

    Hans woonde in het westen. Zijn vader raakte aan de drank en later ook aan de drugs. Zijn moeder was dat zat, ging scheiden en ‘vluchtte’ met Hans naar Drenthe. Kort daarna kreeg ze een lichte beroerte en moest Hans als 15-jarige voor haar zorgen. Gelukkig krabbelde ze op en ging een relatie aan met een vrouw. Dat ging goed en ze besloot met Hans bij haar nieuwe liefde in te trekken. De woning was echter niet zo heel groot, wat resulteerde in een kamertje van nog geen 6 vierkante meter voor Hans. Zijn bed, een klein kastje met TV erop: meer past er niet in. Hans zit daar toch veel, omdat zijn vrienden allemaal in het westen wonen. In Drenthe heeft hij nog niet veel kans gehad om nieuwe vrienden te maken. Met de kinderen van zijn moeders vriendin, die wel ongeveer zijn leeftijd hebben, kan hij het absoluut niet vinden. ‘Die maken alleen maar ruzie’, vertelt hij. Of die kinderen met hem en zijn moeder wel blij zijn, vertelt hij niet.

    Hans is een voorbeeld van vele mbo’ers. De een worstelt wat meer dan de ander met het leven op veel te jonge leeftijd. Mijn beeld is dat we hier in toenemende mate mee te maken hebben. Ik prijs me dan nog gelukkig dat ik in Drenthe werk. Hans heeft een toekomst. Hoe die er uit gaat zien wordt tijdens de komende, voor hem belangrijke, jaren bij ons op het mbo bepaald. Na het gesprek stuur ik een korte mail naar mijn collega’s en maak ik een verslagje in ons leerlingvolgsysteem. Het laat me echter niet los. Gezien de omstandigheden vind ik dat de jonge Hans het best goed doet. Hij verdient aandacht, ondersteuning, begrip en bovenal een kans!

    Diederick de Vries, Oud-Leraar van het Jaar

    Geef Hans een kans!

    Column

    Ook in de prijzen…

    Sil de Weerd, student Voeding & Voorlichting aan het Clusius Col-lege, is uitverkozen tot landelijk ambassadeur mbo. In een span-nende finale liet hij onder anderen Yorin Bal (ROC Tilburg) achter zich.

    Tijdens de finale, gepresenteerd door nieuwslezer Rik van de Westelaken, werd eerst bekendgemaakt welke vier studenten tot de finale waren doorgedrongen. Naast Sil de Weerd ging het om Yorin Bal, (ROC Tilburg), Merna Elgohary (Nova College) en wildcardwinnaar Jasmien Ghaderi van het Summa College. Tijdens de pitch van één minuut maakte vooral Yorin Bal indruk. De student luchtvaarttechniek vergelijk het mbo met de motor van het vliegtuig: een onmis-baar element om de maatschappij draaiende te houden.

    on-nederlandsNa rijp beraad koos de driekoppige jury uit-eindelijk toch voor Sil de Weerd als winnaar. Volgens juryvoorzitter Ton Heerts heeft Sil de perfecte uitstraling om het mbo een jaar lang te vertegenwoordigen. Minister Van Engels-hoven, die de prijs samen met Ton Heerts uitreikte, verklaarde te hopen dat Sil zich als ambassadeur onbescheiden gaat opstellen: ‘Ik hoop dat Sil zich on-Nederlands gaat gedra-gen. Door voluit de kracht van het mbo uit te dragen, kan hij andere mensen inspireren.’

    Bewuste voedingWinnaar Sil is al sinds zijn 14de bezig met bewuste voeding. ‘Ik sportte veel en ging daar steeds serieuzer mee om’, vertelt hij. ‘Gezonde voeding is daarbij erg belangrijk. Maar wat is nou wel gezond en wat niet? Daarover is veel verschillende informatie. Wat is de waarheid? Ik ben me daarin gaan verdiepen. Die zoek-tocht vond ik gaandeweg leuker en leuker worden. De opleiding Voeding & Voorlich-ting was dan ook een logische vervolgstap. Het werd een passie, waarbij ik ’s avonds vaak op internet dieper inging op de lesstof die we die dag op school hadden gekregen. Ik vergaarde veel kennis, die ik vervolgens op

    medestudenten kon overdragen. Dat viel de mensen hier op school op. En zo kwam het dat ik verkozen werd als ambassadeur van het Clusius College.’

    Passie overbrengenNa die verkiezing wist Sil de nodige stem-men te behalen: hij zat al vanaf het begin van de wervingscampagne bij de top-10, een notering die uiteindelijk leidde tot een ticket voor de finale op 23 november. Hij dankt die vele stemmen onder meer aan de vele activiteiten waarvoor hij als Ambassadeur van het Clusius College werd gevraagd. ‘Elke maandag ga ik naar de diverse vestigingen van het Clusius College om daar les te geven aan de vierdeklassers van het vmbo – onze school biedt namelijk onderdak aan zowel vmbo’ers als mbo’ers. Ik vertel hen dan over mijn opleiding en over voeding en probeer hen te enthousiasmeren om voor deze rich-ting te kiezen. Ook heb ik de eerstejaars van mijn opleiding mogen toespreken. Verder ga ik ook naar allerlei bijeenkomsten en evenementen. Zo heb ik op 27 september op

    Sil de Weerd: ambassadeur met een missie

    de Landbouwdag in Alkmaar voedselvoor-lichting geven aan mensen die vragen hadden over gezonde en duurzame voeding [zie foto]. Verder ben ik op 19 oktober naar een netwerkmiddag van Jong Leren Eten geweest. Ik ging daar praten over de bewustwording van voeding bij jongeren en kinderen. Ik kreeg en krijg dus steeds de kans om mijn passie voor eten en gezondheid over te bren-gen op anderen.’

    Imago mbo oppoetsenDie passie zal de komende tijd alleen maar groeien. Sil heeft zijn toekomst dan ook al uitgestippeld: hierna volgt de hbo-opleiding Voeding en Diëtetiek. Maar eerst gaat hij genieten van zijn verkiezing tot Ambassadeur 2017. ‘Mijn school krijgt veel positieve pu-bliciteit’, zegt Sil. ‘Dat geldt eigenlijk voor het gehele mbo: door de Ambassadeursverkiezing en de aandacht erom heen krijgt het middel-baar beroepsonderwijs een beter imago. Dat verdient dit onderwijs, want zonder mbo’ers zijn we nergens.’

    Sil de Weerd

    … Joany Rigters

    (gemeente

    Amsterdam):

    beste praktijk-

    opleider 2017

    … Alfen BV

    (Almere):

    beste leer-

    bedrijf 2017