Bewerking Wezenregisters Brugse Vrije Noordkwartier 1659-1699 1ste deel

Click here to load reader

  • date post

    28-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    370
  • download

    27

Embed Size (px)

description

Bewerking Wezenregisters Brugse Vrije Noordkwartier 1659-1699 1ste deel

Transcript of Bewerking Wezenregisters Brugse Vrije Noordkwartier 1659-1699 1ste deel

  • Bewerking Wezenregisters Brugse Vrije, Noordkwartier,

    1659 1699.

    Geert Tavernier

    Brugge, 2012

  • Inhoud. Inleiding

    3

    Bewerking akten

    5

    Vermelde koppels (alfabetische lijst) 651

  • Inleiding. Dit werk biedt een bewerking van de wezenregisters van het Noordkwartier van het Brugse Vrije die aangelegd werden in de periode van 1659 1699. Bron: Rijksarchief Brugge, Inventaris E. Vanden Bussche, Deel 2 (1884), Registers Brugse Vrije:

    Registernummer Oude benaming Periode waarin de akten aangelegd werden

    16490 Noord 1659 1659-1664 16491 Noord 1665 1665-1669 16493 Noord 1670 1670-1674 16494 Noord 1675 1675-1678 16495 Noord 1679 1679-1682 16496 Noord 1683 1683-1688 16497 Noord 1689 1689-1693 16498 Noord 1694 1694-1699

    Vooraan register 16490 vinden we volgende interessante aanwijzing i.v.m. de geschiedenis van de wezenkamer van het Brugse Vrije:

    Op den xxiiien novembre 1663 is gheleydt den eersten steen van de nieuwe weesecamer door joncker Guilame De Fevre heere vander Helst etcetera, burghmeester int oosten, present joncker Jan DOverloop heere van Westackere schepen, dheer ende meester Niclaeys Rommel greffier van de camer ende my onderschreven greffier van weesen, actum date alsvooren. (handtekening:) Audejans. VIDUaM noLIte ContrIstare; Jeremias, cap. 22

    Deze passage heeft betrekking op het landshuis van het Brugse Vrije dat toen gebouwd werd. Blijkbaar was de wezenkamer niet enkel een abstract begrip, maar kon dit ook letterlijk opgevat worden als een van de kamers in het landshuis. Het toen gebouwde landshuis bestaat nog steeds, is gelegen aan de Burg in Brugge, en dient momenteel als administratief centrum voor het Brugse stadsbestuur. Het Brugse Vrije was n van de kasselrijen in het graafschap Vlaanderen. Het strekte zich uit rond de stad Brugge. In de 18de eeuw was het Brugse Vrije ingedeeld in drie kwartieren: het Noord-, West- en Oostkwartier1. Deze kwartieren waren verder ingedeeld in verschillende ambachten, die op hun beurt n of meer parochies omvatten. In de 17de eeuw was het Noordkwartier als volgt ingedeeld:

    Ambachten

    Parochies

    Oostkerke Oostkerke Lapscheure Sint-Catharina-buiten-Damme Westkapelle

    Dudzele Dudzele Koolkerke Ramskapelle

    Lissewege Lissewege Heist Knokke

    Uitkerke Uitkerke Sint-Jans-op-de-Dijk Wenduine

    Zuienkerke Zuienkerke

    Meetkerke Meetkerke Sint-Pieter-op-de-Dijk

    Houtave Houtave

    Nieuwmunster Nieuwmunster

    1 Zie Jos De Smet, Het Brugse Vrije en zijn Archief, In: Vlaamse Stam, 1968, blz. 433-444.

  • Vlissegem Vlissegem

    Klemskerke Klemskerke

    Bredene Bredene

    Oudenburg Oudenburg Ettelgem

    Zerkegem Zerkegem

    Jabbeke Jabbeke Stalhille

    Snellegem Snellegem

    Zedelgem Zedelgem

    Loppem Loppem

    Varsenare Varsenare

    Straten Sint-Andries

    In het Noordkwartier kwamen enclaves van andere heerlijkheden of steden voor, zoals het Proostse of zoals de stad Blankenberge. Als iemand tijdens het ancien regime overleed werd vaak een staat van goed opgesteld, zeker als er minderjarige erfgenamen waren. Dit was een overzicht van alle goederen, schulden, enz. (actica en passiva) die de overledene achterliet. Deze staten van goed vormen een schatbron voor genealogen. Ze bieden een overzicht van de naaste familie, de onroerende goederen, huisraad, juwelen, schulden, kosten, enz. Bij grote besturen, zoals het Brugse Vrije, werd de inhoud van de staten van goed verwerkt in wezenregisters. Deze wezenregisters bieden een beknopt overzicht van de goederen die minderjarige wezen erfden. Onderdanen van het Brugse Vrije heetten vrijlaat (mannelijk) of vrijlates (vrouwelijk). In het ancien regime was men minderjarig tot de leeftijd van 25 jaar. Men kon op jongere leeftijd meerderjarig worden, bijv. als men huwde. De meeste wezenakten gaan van start met de namen van de minderjarige wezen, hun ouders, hun voogden, en tenslotte een overzicht van wat ze erfden. Er zijn ook akten waarin enkel gemeld wordt dat bij een staat van goed geen (minderjarige) wezen tot de erfgenamen behoorden, of dat de (minderjarige) wezen geen vrijlaat waren; in dat geval is de akte meestal kort, en worden de goederen niet of slechts heel beperkt weergegeven. Tussen de wezenakten komen ook een aantal akten voor die niet de goederen van minderjarige wezen behandelen, maar van meerderjarigen, bijvoorbeeld als zij mentaal gehandicapt waren, als zij zich ver weg bevonden (uitlandig), of als zij door een geestesstoornis of krankzinnigheid niet langer in staat waren om voor zichzelf in te staan. In dit laatste geval werd een curator aangesteld, die het goed van de gecurateerde beheerde. Over de minderjarige wezen werden gewoonlijk twee voogden aangesteld, waarbij de ene een familielid van de vader was (paternele voogd) en de ander een familielid van de moeder (maternele voogd). Als men het in de akten heeft over wezen, dan werden hier steeds minderjarige wezen mee bedoeld. Het is dan ook mogelijk dat in een summiere akte gesteld wordt dat er gn wezen zijn, terwijl de overledene wel meerderjarige kinderen achterliet! De weduwnaar of weduwe van een overledene wordt meestal aangeduid als bezitter of bezitster, aangezien hij of zij meestal de inboedel van de overleden echtgenoot of echtgenote overnam. Met rendant wordt diegene bedoeld die de administratie m.b.t. de erfenis afhandelde. Met sterfhuis wordt nalatenschap bedoeld. Men moet er rekening mee houden dat in dit werk foutieve gegevens kunnen voorkomen, bijv. foute voornamen of data. Dit kan een gevolg zijn van het verkeerd overnemen van gegevens uit de oospronkelijke registers. Maar ook de opstellers van de registers maakten soms fouten.

  • Bewerking akten:

    Register, folio

    Parochie of ambacht

    Korte inhoud van de akte.

    16490, vooraan

    Op den xxiiien novembre 1663 is gheleydt den eersten steen van de nieuwe weesecamer door joncker Guilame De Fevre heere vander Helst etcetera, burghmeester int oosten, present joncker Jan DOverloop heere van Westackere schepen, dheer ende meester Niclaeys Rommel greffier van de camer ende my onderschreven greffier van weesen, actum date alsvooren. (handtekening:) Audejans. VIDUaM noLIte ContrIstare; Jeremias, cap. 22

    16490, 1 Snellegem Akte van 23-03-1658. Jan Baptyste & Ignatius, k.v. mijnheer De Camargo Theodor (ridder en heer van Helfeldt) & vrouw Vanden Kethulle Franchoise (d.v. mijnheer Phlips (tijdens zijn leven heer van Haverye, Assche, etc.)). Ze erven van hun moeder diverse onroerende goederen te Wondelgem, Ename, Ostiches (Henegouwen), Ellezelles (Henegouwen), Brugelette (Henegouwen), Ath (Henegouwen), Flobecq (Henegouwen), Lens (Artesi), De vader als bezitter. Dit volgens de staat van goed overgegeven voor schepenen van de stad Gent op 23-01-1655. Tegelijk stelden jonker Van Hecke Jaecques (heer van Apolneu) en jonker Triest Jan Franchois (heer van Lemberghe) zich borg voor elkaar en voor de vader. Akte van 19-05-1674. Alsoo an joncker Jan Baptiste was ghegheven eene compaignie voetvolck ten dienste van Syne Coninclycke Majesteytt van Spaignien onder het regiment van Syne Excellentie den hertoghe van Havre, daertoe hy noodich hadde twee honder ponden grooten, wiert met voorgaenden advys van synen vader ende ooms by den collegie gheconsenteert dat syne goederen tot concurrentie van de selve somme sullen moghen vercocht ofte belast worden .

    16490, 5 Snellegem Akte van 14-05-1659. Sarel Thomas, Jaecques & Marie, k.v. jonker Bremers Ambrosius (z.v. mijnheer Chaerles) & juffrouw Spronckholf Jehenne (d.v. jonker Alexander & vrouw Schoorman Marie). Voogden: jonker Preston Jan George (maternele halfbroer van de vader, schepen van het Brugse Vrije) & jonker Van Maldeghem Jaecques (gehuwd met een maternele tante van de wezen vrouw Spronckholf Marie). Ze erven van hun moeder, + 12-05-1657 te (diverse onroerende goederen te Lampernsise, Dudzele, Moerkerke, Jabbeke, Sint-Catharina bij Brugge, Sint-Kruis bij Brugge, Maldegem, ). De vader als bezitter. Merk op: de moeder had nog goederen tegoed uit het (tot nu toe ongeliquideerde) sterfhuis van de kinderen (die religieus geworden waren) van jonker De Viron Chaerles bij vrouw Schoorman (een tante van de moeder). Op den iien maerte 1663 wierdt op het versouck van joncker Jan George Preston ende joncker Jaecques Van Maldeghem ter causen van de differenten tusschen hemlieden geresen in hemlieden platse by den collegie ghesteldt als voocht van de bovenschreven weesen Jan De Donckere procureur der stede van Brugghe. Op 08-03-1663 legde deze De Donckere Jan de eed af als (kamer)voogd. Tegelijk stelde zijn broer De Donckere Jaecques zich borg voor hem. Akte van 18-09-1662. De staat van goed van de vader werd overgebracht en aenveert onder beneficie van inventaris. Ze erven van juffrouw Schoorman Isabelle (d.v. Anthone), devote dochter, + 11-06-1668 te Gent (enkele renten), volgens haar staat van goed geliquideerd op 20-09-1668. Uit een akte van 08-02-1670 bleek dat de wees Marie op het punt stond geprofest te worden binnen de abdij van Spermalie.

  • Op 20-02-1672 legde jonker Van Boneem Phlips (heer van Beverencourt, burgemeester van de stad Brugge) de eed af als voogd i.p.v. jonker Van Maldeghem Jaecques (die niet langer voogd is gezien het overlijden van zijn vrouw). Akte van 17-01-1675. De Voocht Jan (poorter van de stad Brugge) had de eed afgelegd als voogd i.p.v. de heer De Dounckere Jan (ontslagen door het college). Tegelijk stelde Vande Voorde Andries (landmeter) zich borg voor dezelfde De Voocht Jan, en De Scheemaeckere Dominicus bevestigde de toereikendheid van deze borgstelling. Een akte van 1676 of later vermeldt sieur Behaghel Jaecques als echtgenoot van juffrouw De Dounckere Ba