Adrie Claassen, Geert Driessen et al. (2009). Naar meer leertijd voor Rotterdamse kinderen

Click here to load reader

  • date post

    18-Dec-2014
  • Category

    Education

  • view

    165
  • download

    0

Embed Size (px)

description

 

Transcript of Adrie Claassen, Geert Driessen et al. (2009). Naar meer leertijd voor Rotterdamse kinderen

  • Naar meer leertijd voor Rotterdamse kinderen Evaluatie van de wijk- en dagarrangementen in het Rotterdamse basisonderwijs Adrie Claassen | Geert Driessen | Frederik Smit maart 2009

  • Naar meer leertijd voor Rotterdamse kinderen Evaluatie van de wijk- en dagarrangementen in het Rotterdamse basisonderwijs Adrie Claassen | Geert Driessen | Frederik Smit maart 2009 ITS Radboud Universiteit Nijmegen

  • Naar meer leertijd voor Rotterdamse kinderen iv

    Projectnummer: 34000115 2009 ITS, Radboud Universiteit Nijmegen Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. No part of this book/publication may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher.

  • Naar meer leertijd voor Rotterdamse kinderen v

    Inhoud 1 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 1

    1.1 Inleiding 1 1.2 Aanleiding, onderzoeksvragen en onderzoeksopzet 1 1.3 Beknopte beantwoording van de onderzoeksvragen 3 1.4 Conclusies 11 1.5 Aanbevelingen 13

    2 Inhoud van het onderzoek 17

    2.1 Inleiding 17 2.2 Inhoud van het Rotterdamse onderwijsbeleid 17 2.3 Accent op het dagarrangement 19 2.4 Onderzoeksvragen 20

    3 Onderzoeksopzet en verslag van het veldwerk 23

    3.1 Inleiding 23 3.2 Onderzoeksopzet 23 3.3 Verloop van het veldwerk 25 3.4 Indeling van dit rapport 26

    4 Verkennende gesprekken en observaties 27

    4.1 Inleiding 27 4.2 De beginsituatie 27 4.3 Afwijkingen van het model 29 4.4 Onbedoelde gevolgen 31 4.5 Overige bevindingen 32 4.6 Voorlopige beoordeling 33

    5 De ondersteuning 35

    5.1 Inleiding 35 5.2 Procesbegeleiding (De Meeuw) 36 5.3 Procesbegeleiding (De JKZ-functie) 38 5.4 Deskundigheidsbevordering (OOG) 39 5.5 De werkgeversfunctie (WGI) 41 5.6 Conclusies 43

  • Naar meer leertijd voor Rotterdamse kinderen vi

    6 Afstemming op beleidsniveau 45 6.1 Inleiding 45 6.2 RVKO 46 6.3 Stichting BOOR 47 6.4 Stichting PCBO 49 6.5 Stichting Kind en Onderwijs 50 6.6 Deelgemeente Feijenoord 52 6.7 Samenvatting en conclusies 54

    7 Het onderzoek bij de dagarrangementen 57

    7.1 Inleiding 57 7.2 De directies 57

    7.2.1 Functies en medewerkers 58 7.2.2 Organisatie en uitvoering van de activiteiten 59 7.2.3 Doelstellingen, belemmeringen en voordelen 61 7.2.4 Evaluaties 63

    7.3 De groepsleerkrachten 65 7.4 De vakkrachten 68 7.5 De leerlingen 70 7.6 De ouders 73 7.7 Samenvatting en conclusies 74

    8 Het onderzoek bij de wijkarrangementen 77

    8.1 Inleiding 77 8.2 De directies 77

    8.2.1 Functies en medewerkers 78 8.2.2 Organisatie en uitvoering van de activiteiten 79 8.2.3 Evaluaties 81 8.2.4 Standpunten ten aanzien van het dagarrangement 85

    8.3 De groepsleerkrachten 86 8.4 Samenvatting en conclusies 89

    9 Het bereik 91

    9.1 Inleiding 91 9.2 Welk deel van de leerlingen wordt bereikt? 91 9.3 Aan hoeveel activiteiten nemen zij deel? 92 9.4 Samenvatting en conclusies 93

  • Naar meer leertijd voor Rotterdamse kinderen 1

    1 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 1.1 Inleiding In dit rapport wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de dag- en wijkarrange-menten brede school in het Rotterdamse basisonderwijs. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving (JOS) van de gemeente Rotterdam. Dit eerste hoofdstuk geeft een samenvatting van het onderzoek. In para-graaf 1.2 worden de aanleiding, onderzoeksvragen en onderzoeksopzet beschreven. Paragraaf 1.3 geeft een beknopt antwoord op de vooraf geformuleerde onderzoeks-vragen. In paragraaf 1.4 worden de belangrijkste conclusies geformuleerd die op basis van de uitkomsten getrokken kunnen worden. In paragraaf 1.5 ronden we deze sa-menvatting af met enkele aanbevelingen. 1.2 Aanleiding, onderzoeksvragen en onderzoeksopzet In september 2007 is in Rotterdam het experiment dag- en wijkarrangementen brede school van start gegaan. Doel is het realiseren van een nieuwe structuur van brede scholen met een doorlopend aanbod van onderwijs en opvang. Het gaat zowel om de verbetering van de ontwikkelingsmogelijkheden voor de kinderen als om het bieden van oplossingen voor hun ouders om arbeid en zorg te combineren. Ook het verbete-ren van de samenwerking met de welzijnsinstellingen en het bevorderen van de socia-le cohesie in de wijk worden als doelstellingen gezien. Het experiment is een uitwerking van het eerder dat jaar verschenen plan van aanpak Maatwerk op school; meer leertijd voor kinderen. Met dit plan van aanpak legt het College van B&W van Rotterdam een aantal accenten binnen het eerder dat jaar met de schoolbesturen overeengekomen Rotterdams Onderwijs Beleid. Het Rotterdams Onderwijs Beleid omvat tien actiepunten, gericht op een maximale ontwikkeling van Rotterdamse kinderen. Een van de actiepunten is de samenwerking tussen school en omgeving concreet invulling te geven door middel van een nieuw concept brede school. Basisscholen konden daarbij kiezen tussen een wijkarrangement of een dagarrange-ment. Bij een wijkarrangement zijn de veranderingen het minst ingrijpend. Het accent ligt daarbij op een te ontwikkelen samenwerking tussen scholen in de wijk. Om die van de grond te krijgen, kregen de in een wijkarrangement deelnemende scholen de

  • Naar meer leertijd voor Rotterdamse kinderen 2

    beschikking over een eigen bredeschoolmedewerker en een gezamenlijke buurtma-kelaar. Kern van een dagarrangement is de uitbreiding van de leertijd voor de leerlingen van groep 3 tot en met groep 8 met zes uur in de week. De activiteiten in het kader van de brede school worden bij dit arrangement verspreid over de dag door vakkrachten uitgevoerd. Tussen de middag is er voor de kinderen een gezamenlijke door profes-sionals begeleide lunch. Anders dan bij het wijkarrangement geldt bij dit arrangement een verplichte deelname voor alle leerlingen. Alleen het dagarrangement wordt in de collegedoelstelling genoemd. In dit arrange-ment wordt de meeste extra leertijd gerealiseerd en is deelname voor alle leerlingen vanaf groep 3 verplicht. Het beleid is er nu op gericht om in 2010 op minimaal 45 scholen het dagarrangement te hebben ingevoerd. Het wijkarrangement kreeg een belangrijke rol toebedeeld in de wijksamenwerking. In het schooljaar 2007-2008 zijn verdeeld over twee tranches 14 scholen met een dagarrangement gestart en 59 scholen met een wijkarrangement. In het schooljaar 2008-2009 zijn daar zeven scholen met een dagarrangement bijgekomen en 39 met een wijkarrangement, zodat de totalen nu op respectievelijk 21 en 98 liggen. Deze evaluatie heeft alleen betrekking op de scholen die reeds in het schooljaar 2007-2008 zijn gestart. Het doel ervan is om na te gaan welke innovaties er op deze scholen door het experiment van de grond zijn gekomen en tot welke effecten zij hebben geleid. Een onderliggende vraag is evenwel of de ontwikkelingen op de scholen zodanig zijn dat het streefgetal van 45 dagarrangementen in 2010 haalbaar geacht mag worden. Om die vraag te kunnen beantwoorden gaat het echter niet alleen om de ervaringen op de betrokken scholen, maar ook om de standpunten van de betrokken schoolbesturen. Ook de wijze waarop het project is aangestuurd en begeleid, is daarbij van belang. Om deze vragen te beantwoorden zijn in de periode van begin april tot begin juni 2008 verkennende bezoeken afgelegd bij vier dagarrangementen en zes wijkarrange-menten. Tijdens die bezoeken zijn gesprekken gevoerd met de belangrijkste betrok-kenen en zijn verschillende activiteiten bijgewoond. De voorlopige bevindingen die hieruit voortkwamen, zijn gebruikt om vragenlijsten te ontwikkelen, zodat kon wor-den vastgesteld of deze voorlopige bevindingen ook gelden voor de niet bezochte arrangementen. Via webenqutes is er op de scholen met een dagarrangement infor-matie ingewonnen bij de directeuren en bij groepsleerkrachten, vakkrachten, leer-lingen en ouders. Op scholen met een wijkarrangement zijn op dezelfde wijze vragen-lijsten voorgelegd aan de directeuren en de groepsleerkrachten. Hoewel de respons achterbleef bij de verwachtingen, hebben we via deze vragenlijsten het inzicht dat we tijdens de verkennende bezoeken al hadden verkregen, kunnen versterken. In aan-vulling daarop zijn ook gesprekken gevoerd met de grotere schoolbesturen en een van de deelgemeenten. Om zicht te krijgen op de ondersteuning van het project zijn ge-

  • Naar meer leertijd voor Rotterdamse kinderen 3

    sprekken gevoerd met vertegenwoordigers van ondersteunende instellingen en zijn verslagen van bijeenkomsten als informatiebron gebruikt. Over de verslaglegging daarvan is met de betrokken partijen via e-mail gecommuniceerd. 1.3 Beknopte beantwoording van de onderzoeksvragen In deze paragraaf worden de uitkomsten van het onderzoek samengevat door middel van een beknopte beantwoording van de onderzoeksvragen die voorafgaande aan het onderzoek door de opdrachtgever zijn geformuleerd. De eerste reeks vragen betreft diverse aspecten van beide arrangementen. Bij de dagarrangementen gaat het daarbij vooral om aspecten die samenhangen met de uitbreiding van de leertijd en bij de wijkarrangementen vooral om aspecten die de samenwerking tussen scholen betref-fen. 1a Slagen de partners binnen de arrangementen erin hun pedagogische visie beter

    op elkaar af te stemmen? Hoe verloopt dat concreet? De directeuren van de dagarrangementen bespeuren hierin een duidelijke vooruitgang al gaan zij in hun beoordelin