Zorgprogramma ADHD

download Zorgprogramma ADHD

of 23

  • date post

    11-Jan-2017
  • Category

    Documents

  • view

    219
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Zorgprogramma ADHD

  • Zorgprogramma ADHD bij kinderen Samenwerkende zorgaanbieders regio Utrecht e.o.

    Datum: 13 mei 2011

  • 2 - Regionale werkafspraak ADHD

    Inhoudsopgave

    ADHD - Attention Deficit Hyperactivity Disorder .......................................................................................... 3

    Signalering ............................................................................................................................................................................ 3

    Diagnostiek ............................................................................................................................................................................ 3

    Behandeling ........................................................................................................................................................................... 5

    Nazorg en gedeelde zorg ...................................................................................................................................................... 7

    1. Bijlage: DSM-IV-TR criteria Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit ........................................................... 9

    2. Bijlage: Medicijnenoverzicht ..................................................................................................................................... 10

    3. Bijlage: Informatie over methylfenidaat .................................................................................................................. 11

    4. Bijlage: Vragenlijst onderwerpen waarover men kan vragen bij vermoeden van / onderzoek naar ADHD .. 12

    5. Bijlage: Bijlage bij ontslagbrief ................................................................................................................................. 14

    6. Bijlage: Overdruk uit multidisciplinaire richtlijn ADHD (2005) ........................................................................... 17

    7. Bijlage: Verwijsmogelijkheden huisartsen ............................................................................................................... 19

    8. Bijlage: Informatiebronnen / Websites ..................................................................................................................... 20

    9. Bijlage: Adressen ........................................................................................................................................................ 21

    10. Bijlage: Stroomdiagram en toelichting ..................................................................................................................... 22

    Verantwoording

    De gezamenlijke zorgaanbieders in de regio Utrecht die zich bezighouden met de behandeling van ADHD bij kinderen hebben het initiatief genomen hun hulpverlening op elkaar af te stemmen.

    In bijgaand document vindt u de weergave van dit afstemmingsproces. De diverse deelnemers

    hebben namens hun achterban inbreng gegeven. Rhijnhuysen heeft dit proces begeleid, als netwerkorganisatie in Utrecht.

    Secretarile ondersteuning is verkregen van de firma Janssen-Cilag, waarbij de uiterste zorg en transparantie is betracht om commercile en inhoudelijke belangen geen invloed te laten hebben

    op het eindresultaat.

    Onderdelen

    De regionale werkafspraak ADHD bestaat uit de volgende onderdelen

    1 Stroomdiagram voor een snel overzicht van de onderdelen (zie bijlage pag. 22)

    2 Korte toelichting bij het stroomdiagram (zie bijlage pag. 22) 3 Uitgebreide toelichting met bijlagen. Deze toelichting en bijlagen zijn te downloaden van

    www.altrecht.nl/jeugd

    http://www.altrecht.nl/jeugd

  • 3 - Regionale werkafspraak ADHD

    ADHD - Attention Deficit Hyperactivity Disorder1

    In dit document worden afspraken beschreven van de vier fasen van het proces rond de aandoening ADHD:

    Signalering

    Diagnostiek

    Behandeling Nazorg

    Signalering

    Ouders, leerkrachten, de jeugdgezondheidszorg, huisartsen en anderen signaleren bij

    kinderen gedragingen zoals moeite met aandachtsregulatie, verhoogde afleidbaarheid,

    hyperactiviteit, impulsiviteit. Dit kunnen kenmerken zijn van ADHD, maar het kunnen ook volstrekt normale gedragingen zijn, met name bij jonge kinderen Om te voorkomen dat

    er te gemakkelijk een diagnose wordt gesteld en dat de daarbij gebruikelijke behandeling

    en medicatie te snel wordt ingezet is een zorgvuldige diagnostiek nodig. Voor de regio-

    nale werkafspraak wordt aangesloten bij het classificatiesysteem uit de DSM-IV. De defi-

    nitie van ADHD volgens de DMS-IV-R (zie bijlage 1) is gebaseerd op een minimaal aantal aanwezige symptomen, en een minimale tijdsduur dat de klachten bestaan.

    Om de symptomen van ADHD te vertalen naar de dagelijkse praktijk zijn er scorelijsten

    ontwikkeld. De scores zijn echter veelal gebaseerd op interpretatie van gedrag, die weer

    afhankelijk is van o.a. leeftijd en geslacht van het kind. Om van een differentiaaldiagnose

    tot een waarschijnlijkheidsdiagnose te komen kan gebruik worden gemaakt van de vra-genlijst in (bijlage pag. 12). Dit is een geschikt hulpmiddel om de symptomen te inventa-

    riseren. Harde afkappunten zijn er niet. De eerste negen vragen gaan met name over de

    aandachtsstoornis, de volgende negen vragen over de impulsiviteit en de hyperactiviteit.

    Zijn er aanwijzingen dat verdere diagnostiek gendiceerd is, dan zal dat moeten gebeuren

    in multidisciplinair verband.

    Diagnostiek

    Een volledig diagnostisch proces bij ADHD bestaat uit:

    klachteninventarisatie, (hetero)anamnese (inclusief school)

    somatisch onderzoek

    onderzoek naar bestaan van co-morbiditeit en op indicatie:

    (neuro)psychologisch onderzoek

    orthodidactisch onderzoek

    gezinsdiagnostiek

    Op basis van (hetero)anamnese (incl. school), eigen observaties, somatisch onderzoek en

    (kennis van) bestaande co-morbiditeit zal de huisarts een globale inschatting maken van

    het vermoeden van ADHD: wel waarschijnlijk of niet waarschijnlijk.

    Als ADHD als werkhypothese naar voren komt kan een inschatting worden gemaakt van

    de ernst van de aandoening, bijvoorbeeld met behulp van de genoemde vragenlijst. Ook

    kan de vragenlijst later gebruikt worden om voor- of achteruitgang van het beeld en/of 1 Voor de beschrijving van ADHD wordt gebruik gemaakt van de criteria volgens DSMIV Revised 2001.

  • 4 - Regionale werkafspraak ADHD

    de behandeling in kaart te brengen. Ouders, school maar ook de praktijkondersteuner

    (samen met de ouders) kunnen deze lijst invullen. De praktijkondersteuner-GGZ2 kan

    behulpzaam zijn bij het vergaren van informatie en het invullen van de lijst.

    Deze diagnostiek leidt tot de beslissing tot ofwel verdere verwijzing voor uitgebreid on-derzoek en behandeling, ofwel behandeling en begeleiding door de huisarts op basis van

    de waarschijnlijkheidsdiagnose ADHD (zie bijlage pag. 17).

    Begeleiden of verwijzen?

    Huisartsen zijn ervaren in het werken met waarschijnlijkheidsdiagnosen. Vooral in de so-matische kant van het vak is dat dagelijkse routine. Of men dat ook doet met de diagno-

    se ADHD is afhankelijk van de eigen ervaring, affiniteit met het onderwerp en inschatting

    van de ernst. Omgekeerd is inschatting van de ernst weer mede afhankelijk van ervaring

    en affiniteit. Daarnaast is verwijzing ook afhankelijk van de mogelijkheden die men bin-

    nen het eigen samenwerkingsverband heeft zoals een deskundige collega-huisarts, sa-menwerking met psychologen, orthopedagogen e.d. Voorlopig zal de huisarts dus op ba-

    sis van de eerder genoemde kenmerken (ervaring, affiniteit en alarmsymptomen, ernst)

    voor zichzelf de afweging moeten maken of verdere begeleiding op basis van de waar-

    schijnlijkheidsdiagnose reel is. Scholing kan helpen de kennis te vergroten.

    Een meer gerichte verwijzing vindt plaats op basis van specifieke eigenschappen zoals

    een laag IQ, politiecontact, veroordeling, opvoedproblematiek. Regionaal kan men hierbij

    denken aan MEE, Zonnehuizen, Wier, DOK, bureau Jeugdzorg, SBO, OPPU, de Waag. Een dergelijke differentiatie is makkelijker als eerst het traject van de uitgebreide diagnostiek

    is ingezet en zal vaker een vervolgverwijzing zijn dan een primaire verwijsactiviteit van

    de huisarts. De gegevens hierover zijn dan ook niet opgenomen in het stroomdiagram

    van de regionale werkafspraken. Wel is als bijlage in deze toelichting een verwijsdiagram

    opgenomen voor hen die rechtstreeks willen verwijzen. Bij vermoeden op een laag IQ kan aanvullend psychologisch/ orthodidactisch onderzoek (door een schoolbegeleidingsdienst

    of een zelfstandig gevestigd psycholoog) nuttig zijn. Bij een IQ < 85 is verwijzing naar

    een kinderarts aan te raden voor aanvullend somatisch onderzoek. Bij sterke verdenking

    van ADHD bij een laag IQ wordt verwijzing naar Wier of Zonnehuizen geadviseerd. (Zie

    bijlage pag . 19)

    Voor kinderen onder de zes jaar is het stellen van de diagnose bijzonder lastig en worden

    de symptomen vaak gecompliceerd door andere problematiek. Multidisciplinaire aanpak

    heeft hierbij een voordeel. Speelt somatiek en/of een ontwikkelingsachterstand een rol

    dan verwijst men bij voorkeur naar een kinderarts. Zo niet, dan verwijst men naar de

    kinder- en jeugdpsychiatrie.

    2 Naar verwachting zal de praktijkondersteuner-GGZ of de SVPer in de eerste lijn belangrijk wor-den, zowel in de fase van signal