Zorg voor de zieken en strijd voor het geloof: de ...· Zorg voor de zieken en strijd voor het...

download Zorg voor de zieken en strijd voor het geloof: de ...· Zorg voor de zieken en strijd voor het geloof:

of 31

  • date post

    25-Feb-2019
  • Category

    Documents

  • view

    212
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Zorg voor de zieken en strijd voor het geloof: de ...· Zorg voor de zieken en strijd voor het...

Zorg voor de zieken en strijd voor het geloof: deJohannieters en Maltezers in de Middeleeuwen en de

Nieuwe Tijd

Johanna Maria van Winter

Grijze WijzenEmeriti aan )iet woord

2000 deel 5

Zorg voor de zieken en strijd voor het geloof: deJohannieters en Maltezers in de Middeleeuwen en de

Nieuwe Tijd

Johanna Maria van Winter

20 november 2000

Bureau Studium GeneraleFaculty Club HeliosUniversiteit Utrecht

Redactie: Prof.dr. P.R. Bar (Faculty Club Helios)Drs. J.C.A. Weerdenburg (Stadium Generale)

Uitgave van Bureau Studium Generale van de UniversiteitUtrecht, april 2001. Overname van een of meer artikel(en) ofgedeelte(n) daaruit is slechts toegestaan na verkregentoestemming van Bureau Studium Generale van de UniversiteitUtrecht en betreffende auteur.

Druk: Drukkerij USP

ISBN: 90-393-2691-6

In mijn exemplaar van Convivium, opstellen aangeboden aan prof.jkvr. dr. J.M. van Winter ter bij haar afscheid als hoogleraar aan deRijksuniversiteit Utrecht (1988) ligt een stapeltje krantenknipsels,want dat afscheid ging niet ongemerkt voorbij. Er zit ook eenfoto in van de scheidende hoogleraar die de aula binnenschrijdtaan de zijde van de toenmalige decaan, gehuld in eenbordeaux-rood zijden jasje en met een wat bedeesde glimlach.Tegen het Universiteitsblad (U-blad 16/12/1988) verklaardeMarietje van Winter dat het werk gewoon door ging. "Ik hebgeen tijd om mokkend in een hoekje to gaan zitten met eenboekje, Twee jaar geleden heb ik bedacht dat ik wegga. Ik hebvolop de tijd gehad om to bedenken wat ik ga doen".En zo ging het ook, dertien jaar lang. Marietje's afscheid lijktsoms heel lang geleden, maar vaak ook alsof het gisteren ge-beurde, waarschijnlijk omdat ze zozeer betrokken is geblevenbij het reilen en zeilen van het Instituut voor Geschiedenis enzijn medewerkers, studenten en promovendi. Voor het meren-deel onttrekt zich het werkzame leven van mijn voorgangsteraan mijn directe waarneming. Ze werd in 1953 assistente van detoenmalige hoogleraar D.Th. Enklaar, belast met promotie-on-derzoek en de zorg voor de bibliotheek. Geleidelijk aan begonze ook to doceren, hetgeen in 1972 resulteerde in een persoori-lijk lectoraat, dat in 1980 een persoonlijk hoogleraarschap werd.Als jonge studente in Amsterdam las ik haar gezaghebbendewerk over de middeleeuwse ridderschap en adel, en ik hoorde

5

verhalen over deze fameuze freule in Utrecht, die studentenzou hebben aangespoord tot 'Monumenta-heffen' - een wed-strijd die erom ging wie er zoveel mogelijk zware folio-delenvan de Moanunenta Gernianiae Historica in de lucht kon houden.Op een Iezingenavond in Amsterdam kreeg ik het fenomeenzelf to zien, maar toen had ze het over een andere belangstellingwaarmee ze faam verwierf: de geschiedenis van de middel-eeuwse keuken. De firma Grolsch bracht haar middeleeuwsereceptenboekje uit, Van soeter Cokene, waarin ik graag las, zon-der ooit een recept uit to proberen. Mijn eerste pogingen totmiddeleeuws koken volgden pas in 1988, onder Ieiding van deauteur.Al met al kenden we elkaar nauwelijks, toen ik in 1987 de leer-stoelhouder F.W.N. Hugenholtz opvolgde, die al enige jarenmet emeritaat was. Intussen had Marietje van Winter de afde-ling draaiend gehouden, dus ik beschouwde haar als mijn echtevoorganger. In bovengenoemd interview met het U-blad ver-klaarde ze: "Mayke de Jong was nooit benoemd als ik was ge-bleven. Dan had Middeleeuwse Geschiedenis over vier jaarzonder hoogleraar gezeten. Dat risico wilde ik niet lopen". Datwas een juiste taxatie, denk ik, die ook getuigt van grote belan-geloosheid, want het lag voor de hand dat de persoonlijkehoogleraar die al jaren het werk deed nu ook op de leerstoelbenoemd zou worden. In plaats daarvan kwam er een Van derLeeuw-constructie avant-la-lettre. Marietje en ik waren allebei infunctie gedurende het academisch jaar 1987-1988, maar zij hadzich voor het eerste halfjaar onderzoeksverlof bezorgd, zodat zeme met al to zeer voor de voeten zou Iopen. Velen vroegen zichof of dat wel goed zou gaan met die twee vrouwen op hetze1fdeschip, maar dat ging het, en meer dan dat. Marietje was eengrote steun voor me in dat eerste turbulente jaar. Ze vroeg mehaar afscheid op 22 december 1988 to organiseren. Bij een ge-denkwaardig afscheidsdiner vergeleek ze haar positie in datlaatste jaar van haar hoogleraarschap met die van een koningin-moeder - iets waarom ik erg moest lachen, maar wat ik ook alseen groot compliment heb opgevat.Daarmee is het verhaal allerminst afgelopen. Marietje bleefdruk bezig in de wetenschap. Nu ze eindelijk tijd had om aller-

f

4

C

6

lei projecten haar volle energie to geven, niet gehinderd doorbestuurlijke werkzaamheden, was er werk aan de winkel. Dat iseen van de zegeningen van een vak als het onze: je kunt er altijdmee doende blijven, het houdt nooit op. De grote publicatieover de bronnen voor de Johannieter Orde in Nederland is hetresultaat van haar emeritaat, hoewel het werk aan deze onder-neming decennia eerder begon. De geschiedenis van de mid-deleeuwse keuken bleef haar ook bezighouden. Wat ooit werdbeschouwd als een 'goedaardig soort gekkigheid' (Van Winterin bovengenoemd interview met het U-blad) werd in de jarennegentig een levendig terrein van cultuurhistorisch onderzoek.Dus Marietje snelde of en aan naar internationale congressen,waar, zo begreep ik, niet alleen onderzoek werd gepresenteerdover eten, maar ook heel lekker gegeten werd. Toen de FaculteitLetteren in 1994 'Letteren a la carte' organiseerde, een manifes-tatie rondom eten door de eeuwen en culturen heen, wasMarietje van Winter een van de key note sprekers, die vervol-gens uitgebreid op radio en televisie aan het woord kwam.Haar formele onderwijstaak was afgelopen in 1988, maar haarcontact met studenten allerminst. Sinds de jaren vijftig had zevele studiereizen geleid, dus het lag voor de hand om haar meeto vragen toen de afdelingen Oude en Middeleeuwse Geschie-denis in het voorjaar van 1993 naar de Provence gingen. Tweejaar later ging ze met ons naar Hongarije, als een soort groot-moeder van de afdeling Middeleeuwen; bij de afdeling Oud-heid fungeerde overigens de emeritus H.T. Wallinga als groot-vader. Het was heel gezellig om ze mee op reis to hebben.Marietje bleek volstrekt onverstoorbaar tijdens de meest merk-waardige avonturen, zolang er maar ergens bruin brood opge-spoord kon worden, en het mineraalwater zonder prik was. Bijlezingen en congressen in Utrecht kwam en komt Marietje on-veranderlijk opdagen. Ze geniet van alle activiteiten die erworden georganiseerd, en stort zich vol verve in de discussienadien.En dan zijn er de promovendi. Al zolang als ik in Utrecht werk- en ongetwijfeld lang daarvoor - heeft Marietje haar promo-vendi-club, bij haar aan huis. Twee keer per jaar wordt er nazessen een voordracht gehouden door een promovendus/a in

7

haar werkkamer op zolder, aan de Brigittenstraat. Iedereenneemt boterhammen mee, en Marietje fourneert melk, karne-melk, thee en koffie. Onlangs heeft een promovenda gepro-beerd het roer om to gooien door wijn en olijven to importeren(want het onderwerp was een Italiaans klooster), maar dit heeftgeen school gemaakt. De rechtshistorische lezing van een paarweken geleden was weer gewoon met karnemelk enzo. Depromovendi waren aanvankelijk leerlingen van Marietje, maarop zeker moment werden het voornamelijk de mijne. Toenheeft ze geprobeerd de zaak aan me over to dragen ('het zijnjouw promovenda!') maar ik heb die boot stevig afgehouden.Het is Marietje's club, waar mijn promovendi en die van ande-ren, alsmede lieden die allang zijn gepromoveerd, nog steedskomen omdat bet een dierbare traditie is, en omdat iedereen hetleuk vindt om Marietje weer eens to zien. Emeriti zoals zij zijnhun gewicht in goud waard. Ze is hartelijk en belangstellendaanwezig zonder ooit to interfereren. Ze belichaamt een conti-nuiteit met het verleden die belangrijk is voor de jongere garde('Marietje, hoe was het toen...'), en ook het idee dat je later, alsje 'oud' bent, gewoon jezelf kan blijven - vol nieuwsgierigheiden levenslust, en op weg naar het volgende artikel of boek.Kortom, het werk gaat gewoon door.

Mayke de JongHoogleraar Geschiedenis van de Middeleeuwen

8

Zorg voor de zieken en strijd voor het geloof: de Jo-hannieters en Maltezers in de Middeleeuwen en deNieuwe Tijd

Johanna Maria van Winter

De Johannieter orde, genoemd naar Johannes de Doper (Sint Jan),ontstond in het Heilige Land in de eerste helft van de twaalfdeeeuw, als voortzetting van een hospitaalbroederschap die reedsin het midden van de elfde eeuw in Jeruzalem aanwezig was.Nog voordat er kruisvaarders naar Jeruzalem trokken, verzorgdedeze broederschap, die was gesticht door kooplieden uit Amalfiin Italie, zieke pelgrims en andere reizigers uit West-Europa.Toen de kruisvaarders onder aanvoering van Godfried vanBouillon in 1099 Jeruzalem hadden veroverd op de Moslims endaarbij een verschrikkelijk bloedbad hadden aangericht, dedende hospitaalbroeders en -zusters van Sint Jan hun uiterste bestom de vele gewonden to verplegen. Uit dankbaarheid daarvoorschonk Godfried van Bouillon hun een ridderhofstede en tweeovens in Jeruzalem.)

I Zie voor de vroege geschiedenis van de johannieter Orde:C.H.C.Flugi van Aspermont, De Johanniter-Orde in het HeiligeLand (1100-1292), Assen 1957 (Van Gorcum's HistorischeBibliotheek, deel 54); Jonathan Riley-Smith, The Knights of StJohn in Jerusalem and Cyprus, 1050-1310, London 1967; RudolfHiestand, 'Die Anfange der Johanniter', 6: Josef Fleckenstein &Manfred Hellmann (eds), Die geistlichen Ritterorden Europas,Sigmaringen 1980 (Vortrage and Forschungen, Bd.26),. pp.31-80.Voor een algemeen overzicht van de geschiedenis van de Ordetot heden: H.J.A.Sire, The Knights of Malta, New Haven andLondon 1994.

9

ICa

M Fd'

- 1Fme INTHENVRRT,, .-S sIru TED THE FIR