ZemZem 1- betaalde ik voor een kalasjnikov 60.000 rial (180 euro), nu ligt de vraagprijs boven...

download ZemZem 1- betaalde ik voor een kalasjnikov 60.000 rial (180 euro), nu ligt de vraagprijs boven 150.000

of 6

  • date post

    24-Sep-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of ZemZem 1- betaalde ik voor een kalasjnikov 60.000 rial (180 euro), nu ligt de vraagprijs boven...

  • ZemZem

    68

    1 ⁄ 2010

    ZemZem 1-2010 def.indd 68 04-05-10 17:07

  • handgranaten, bazooka’s, machinegeweren en zware artillerie. De rijkste stamleden en de machtigste sjeiks kopen het zwaarste geschut, maar elke man heeft een wapen nodig om zich- zelf te kunnen verdedigen. Ik heb zelf twee ge- weren en een pistool.’

    Sinds de oorlog tegen de Huthi-rebellen * in augustus 2007 een nieuwe fase inging, zijn de prijzen verdrievoudigd. Marwan al-Shatrayn bewaakt het huis waar ik verblijf. Hij is net terug van een bezoek aan al Jihana. ‘Twee jaar geleden betaalde ik voor een kalasjnikov 60.000 rial (180 euro), nu ligt de vraagprijs boven 150.000 rial.’ Toch heeft hij drie kalasjnikovs gekocht, een voor zichzelf en twee voor zijn vrienden. ‘In het weekend ga ik naar mijn dorp buiten San’a en de weg er naartoe is onveilig. Er zijn rovers en kid- nappers. En als er in het dorp bloedwraak heeft plaatsgevonden is het er levensgevaarlijk. Maar dit geweer heb ik nodig voor de bruiloft van mijn vriend,’ besluit hij lachend. Want een bruiloft zonder geweerschoten en schietwedstrijdjes is geen echt feest op het platteland in Jemen.

    Vrijwel elke man heeft een wapen in Jemen. Wapenbezit is diep verankerd in de tribale cul- tuur. Op zijn zesde verjaardag krijgt een jongen zijn eerste jambiyya. Een wapen is niet alleen

    Jemen telt ongeveer tien miljoen lichte wapens op een bevolking van 23 miljoen. Hiermee is het wapenbezit het hoogste van alle landen in het Midden-Oosten. De re- gering heeft sinds 2007 serieuze stappen on- dernomen om de wapenhandel aan banden te leggen, maar ondertussen bevinden de grootste wapenhandelaren zich in kringen rond de president. En dan is er ook nog de strijd tegen al-Qaida.

    Anna Bukhari

    ‘De soek van al-Jihana, tachtig kilometer ten oosten van San’a, daar moet je wezen,’ vertelt taxichauffeur Salih, terwijl hij met vaardige hand zijn auto door het drukke verkeer in de Jemenitische hoofdstad stuurt. Hij heeft — in navolging van profeet Mohammed — een met henna gekleurde rode baard. Om zijn middel draagt hij een goudgeborduurde gordel met daarin een jambiyya, een traditionele Jemeni- tische dolk. Salih is afkomstig uit Marib, een conservatieve provincie in het noordoosten van Jemen waar de macht van de stammen groot is. ‘Alles kun je in de soek van al-Jihana krijgen, niet alleen kalasjnikovs en pistolen, ook mijnen,

    Reportage

    Een man zonder wapen is geen man

    Wapenbezit in Jemen onoplosbaar probleem

    ZemZem

    69

    ZemZem 1-2010 def.indd 69 04-05-10 17:07

  • ZemZem

    70

    1 ⁄ 2010

    ZemZem 1-2010 def.indd 70 04-05-10 17:30

  • Anti-wapencampagne Al in 1997 begon de Jemenitische regering

    onder druk van de omringende landen en de Verenigde Staten maar ook door acties van ngo’s als Dar al-Salaam, met een ambitieus plan om meer greep te krijgen op de handel in wapens en het wapenbezit. Sinds die tijd verricht Aish Ali Awas onderzoek naar wapens in Jemen en naar de resultaten van de overheidscampagne. Hij is werkzaam voor het Sheba Center for Strate- gic Studies, een denktank gefinancierd door de overheid. Het kantoor bevindt zich in een afge- legen buitenwijk van San’a en is omringd met anti blast walls. ‘Vanwege de hooggeplaatste bezoekers,’ vertelt Awas. Wie dat zijn houdt hij liever voor zich.

    Awas: ‘In juni 2007 begon de overheid op- nieuw een grootschalige anti-wapencampagne. Er werden 250 wapenwinkels gesloten, 148 mensen gearresteerd en meer dan 300 duizend illegale wapens in beslag genomen. Het mi- nisterie van Binnenlandse Zaken schatte het totale aantal lichte wapens op 60 miljoen, een getal dat door het gros van de media is over-

    genomen. Onderzoeker Awas en verschillende ngo’s houden het op hoogstens 9 tot 11 miljoen lichte wapens. De belangrijkste markten waren in de provincies Shabwa, Marib, San’a, Saada, Amran, al Bayda en Dhamar. Registratie bij wa- penverkoop is nu wettelijk verplicht, evenals een vergunning voor handelaren. Ook is er nu een hoge belasting op de handel in wapens’

    Wapenhandelaar Khaled van de Khawlan- stam — waarvan de leden bekend staan als erva- ren ontvoerders — is niet blij met de wetgeving.

    nodig voor veiligheid en zelfverdediging, het is ook een belangrijk statussymbool. Vooral op het platteland in het zuiden en in de stammenge- bieden in het noordoosten leeft de traditie nog sterk. Niet toevalligerwijs zijn dat de gebieden waar de centrale regering de minste zeggen- schap heeft en waar al-Qaida zich schijnt op te houden.

    Geweldloosheid ‘Tot de eenwording van Noord- en Zuid-Je-

    men in 1990 besteedden beide landen 70 procent van hun budget aan bewapening. Daarom zijn er zoveel wapens in ons land,’ zegt Abdul Rahman al-Marwani. Hij is oprichter van Dar al-Salaam, een ngo die tegen illegaal wapenbezit en het daaruit voorkomende geweld strijdt en bemid- delt bij bloedwraak.

    Al-Marwani is een joviale en uitgesproken man. In de kelder van zijn kantoor ligt een stapel diploma’s voor wie zich inzet voor de bestrijding van geweld. Ook liggen er talloze reservewiel- hoezen met daarop de afbeelding van een kalasj- nikov met een vet rood kruis er door heen. ‘Die zijn bijzonder populair,’ licht al-Marwani toe.

    Onlangs maakte al-Jazeera een enigszins ge- romantiseerde documentaire over al Marwani waarin hij zijn opvattingen over geweldloosheid uitgebreid naar voren bracht. ‘We willen niet dat alle wapens uit Jemen verdwijnen, alleen dat er meer controle komt op wapenbezit en dat de illegale handel en het misbruik verdwijnt.’

    Zelf reist al-Marwani altijd ongewapend rond. Dat is niet zonder gevaar: sinds de oprich- ting van Dar al-Salaam in 1997 zijn vijftien me- dewerkers tijdens hun werk omgekomen. Toch is er geen gebrek aan vrijwilligers. Abdulsalaam Khaled, die ’s middags bij een ministerie werkt, tolkt elke ochtend bij Dar al-Salaam. Zoals veel vrijwilligers besloot hij zich in te zetten voor de ngo, nadat hij bloedwraak van dichtbij had meegemaakt.

    San’a is sinds 2007 wapenvrij

    ZemZem

    71

    ZemZem 1-2010 def.indd 71 04-05-10 17:30

  • Eind vorig jaar werd echter bekend dat kringen rond de president ook nauw bij de wapenhandel waren betrokken. Het begon in de havenstad Hodeidah met het onderscheppen van een schip vol wapens uit China, dat voer met vervalste documenten van het Jemenitische ministerie van Defensie. Twintig parlementsleden stelden Kamervragen, maar het ministerie ontkende alle betrokkenheid.

    Op 5 oktober besloot de regering tot een — voor Jemenitische begrippen — zeer onconven- tionele stap: ze publiceerde een zwarte lijst met de namen van zeven belangrijke wapenhande- laren, de achtste naam werd met puntjes aan- gegeven. Op de lijst stond onder andere Faris al-Manaa, namens de president de officiële

    bemiddelaar met de Huthi-rebellen. ‘Ik zou de voeten willen kussen van degenen die tot deze publicatie hebben besloten. Een dappere stap van de regering,’ roemde al-Marwani van Dar al-Salaam de publicatie van de lijst.

    Troonopvolging Tijdens een qatsessie met een aantal hoog-

    geplaatste personen uit de wapenrijke provincie Shabwa bevestigt een kolonel van het Jemeniti- sche leger dat iemand van de zwarte lijst achter het Chinese wapentransport zat. Volgens een veiligheidsadviseur van president Saleh, die niet met naam genoemd wil worden, is de achtste naam op de zwarte lijst Ali Muhsin al-Ahmar, een van de vier topmannen in het leger en een zeer trouwe bondgenoot van de president. Al- Ahmar behoort tot dezelfde stam als Saleh en komt uit hetzelfde dorp, Bayt al-Ahmar. Hij

    ‘Eind 2007 heb ik mijn winkel in Saada moeten sluiten, omdat veel mensen zich niet wilden laten registreren. Bovendien heeft de regering voor 35 miljoen dollar aan zware wapens opge- kocht, wat tot een enorme prijsstijging heeft geleid.’

    De regeringscampagne eindigde eind 2008. Veel stamhoofden in het parlement waren fel tegen de campagne omdat beperking van het wapenbezit hun prestige aantastte. Maar sinds 2007 zijn San’a en de provinciehoofdsteden wapenvrij. Overal zijn controleposten. Als taxichauffeur Saleh van Marib naar San’a gaat, neemt hij altijd zijn kalasjnikov mee uit angst voor autodiefstal of kidnapping. Bij een contro- lepost dichtbij San’a geeft hij zijn geweer dan in bewaring. Alleen de sjeiks van de grote stam- men hebben een vergunning om hun wapen mee de stad in te nemen.’

    Illegaal Alle regeringsinspanning heeft echter geen

    eind gemaakt aan de wapenhandel. Veel wapen- markten, zoals de soek al-Jihana, zijn weer open sinds het oplaaien van de strijd in het noorden. Maar voor westerlingen is het vrijwel onmoge- lijk om er te komen, vanwege de vele controle- posten onderweg.

    Bewaker Marwan vertelt dat in Dhamar, waar de wapenwinkels nog gesloten zijn, be- langstellenden de handelaren nu thuis bezoe- ken. Sommige handelaren hebben grote hoe- veelheden opgekocht voordat de oorlog in het noorden weer oplaaide en maken flinke winst.’ Ook wapenhandelaar Khaled verkoopt nu ille- gaal aan de Huthi-rebellen. En dan zijn er nog de collaborateurs, overdag soldaat en ’s nachts rebel, die niet vies zijn van het verhandelen van wapens uit het leger.

    Onderzoeker Awas stelt dat de anti-wa- pencampagne is ingegeven door de wens de wapentoevoer naar de rebellen stil te leggen.

    De mensen kopen nu bij de handelaren thuis

    ZemZem

    72

    1 ⁄ 2010

    ZemZem 1-2010 def.indd 72 04-05-10 17:07