Whitepaper zorg & sport

download Whitepaper zorg & sport

of 14

  • date post

    19-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    215
  • download

    2

Embed Size (px)

description

Samenwerken met sportverenigingen voor een vitale samenleving: grijp die kans! Hoe sportverenigingen en zorginstellingen elkaar kunnen versterken in het veranderende sociale landschap (en waarom dit nog nauwelijks gebeurt). Auteurs: Drs. Sanne Scholten & drs. Penny Nugteren.

Transcript of Whitepaper zorg & sport

  • Samenwerken met sportverenigingen voor een vitale samenleving: grijp die kans!Hoe sportverenigingen en zorginstellingen elkaar kunnen versterken in het veranderende sociale landschap (en waarom dit nog nauwelijks gebeurt)

    Drs. Sanne ScholtenDrs. Penny Nugteren

  • 3Gemeenten staan vanaf 2015 voor enkele enorme veranderingen: De invoering van de Participatiewet,

    waardoor onder andere de sociale werkvoorziening per 1 januari 2015 wordt afgesloten voor nieuwe werknemers.

    De overheveling van Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waarmee gemeenten verantwoordelijk worden voor de langdurige zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten.

    De overheveling van de jeugdzorg, waardoor de gemeente verantwoordelijk wordt voor het overgrote deel van de zorg voor jeugd.

    Met deze transities is circa 8 miljard euro gemoeid, een bedrag dat bijna 50 procent is van de huidige omvang van het Gemeentefonds.

    Binnen deze ontwikkeling gaan er taken vanuit het rijk naar de gemeenten. Dit gebeurt vanuit de gedachte dat lokale partijen in samenwerking met elkaar betere ondersteuning kunnen geven aan mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben. Daarnaast is er vanuit het beleid meer nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en hun eigen sociale netwerken. De verwachting is dat hierdoor problemen enerzijds in een eerder stadium worden ontdekt en anderzijds ook eerder verholpen kunnen worden. De kosten voor zwaardere vormen van zorg kunnen daarmee meer worden voorkomen.

    De decentralisaties gaan gepaard met grote kortingen door het Rijk, waardoor de gemeenten de taken met aanzienlijk minder middelen moeten uitvoeren. De gedachte is dat deze taken door de gemeente goedkoper uitgevoerd kunnen worden, doordat het mogelijk is meer gebruik te maken van de mogelijkheden en verantwoordelijkheden die mensen en hun netwerk zelf kunnen nemen. Ook kunnen sportverenigingen hierin een belangrijke rol vervullen, maar de samenwerking tussen de sport- en zorgsector verloopt nog moeizaam en is allerminst vanzelfsprekend.

    HULPVERLENERS DIE DE KRACHT VAN DE SPORTVERENIGING IN-ZETTEN, KIEZEN VOOR EEN BETERE GEZONDHEID EN EEN SOCIAAL NETWERK VOOR HUN CLINTEN Samenwerking tussen sociale- en sportsector vraagt een toenadering van beide kanten maar levert grote winstpunten op de voor de toekomst

    Key issues1. De herinrichting van het sociale domein

    vraagt om het meer en beter inzetten van bestaande sociale netwerken.

    2. Samenwerking met sportverenigingen biedt kansen op minder dure interventies en betere resultaten.

    3. Om deze kansen te verzilveren hebben professionals in de zorg- en welzijnssector een cruciale rol. Zij kunnen sport als middel structureel opnemen in hun werkprocessen en hun clinten wijzen op de (lokale) mogelijkheden van sporten en bewegen.

  • 4De drie decentralisaties hebben een gemeenschappelijk uitgangspunt: eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden van mensen komen meer centraal te staan. De decentralisaties gaan gepaard met forse bezuinigingen, die gemeenten en zorgaanbieders voor grote uitdagingen plaatsen. Mensen zullen meer gebruik moeten maken van het eigen sociale netwerk en minder vanzelfsprekend een beroep kunnen doen op zorg. De sportvereniging: lokale burgerkracht van oudsherSportverenigingen zijn in Nederland van oudsher ontstaan rondom de kernbegrippen gezondheid, het streven naar prestaties en sportiviteit, het tonen van volharding, het hanteren van goede omgangsvormen en natuurlijk ontmoeting en plezier. Het zijn juist die waarden die belangrijk zijn in de discussie rondom de decentralisaties in de zorg.

    En er is nog iets kenmerkend aan sport-verenigingen. Daar waar bij branches als kinderopvang, culturele vorming en het welzijnswerk de afgelopen decennia een professionaliseringsslag heeft plaats-gevonden, draaien de meeste sport-verenigingen nog volledig op vrijwilligers.

    De decentralisaties zetten in op meer burgerkracht. Dit is bij sportverenigingen in hoge mate aanwezig.

    Waarom zou een vereniging dit willen?Vaak wordt gedacht dat meer maatschappelijk inzet door sportverenigingen is ingegeven door de overheid. En dat de sportverenigingen hiermee worden opgezadeld. Onze ervaring in Rotterdam leert dat er op dit moment een voorhoede van sportverenigingen is die intrinsiek gemotiveerd is om een bijdrage te leveren aan sociale vraagstukken en het welzijn van mensen in hun wijk. Om haar maatschappelijke ambitie duurzaam vorm te kunnen geven, is het belangrijk dat een club het eigenbelang koppelt aan die ambitie: de maatschappelijke inzet moet een win-win-situatie opleveren, anders is deze niet levensvatbaar.

    De winst voor de vereniging zit vaak in de aanwas van nieuwe leden uit nieuwe doelgroepen. Extra inkomsten voor de vereniging dus. Verder kan de vereniging meer en andere vrijwilligers activeren door in te zetten op specifieke onderwerpen als zorg, duurzaamheid en jeugd. Uit ervaring van clubs blijkt dat er leden zijn die geen behoefte hebben aan traditionele vrijwilligerstaken, zoals een bardienst draaien. Zij zijn echter wel bereid hun specifieke kennis of netwerk in te zetten voor de vereniging of bijvoorbeeld als begeleider van kinderen met een beperking op te treden. Hierdoor groeit de trots op de vereniging van deze leden en voelen ze zich meer verbonden.

    Een belangrijk neveneffect kan zijn dat de vereniging zich in de kijker speelt van de lokale overheid. Door in te spelen op beleidsdoelstellingen van de gemeente, wordt de vereniging een volwaardige partner.

    Een andere mogelijke winst voor verenigingen die maatschappelijke activiteiten ontplooien is het ontstaan van samenwerkingsverbanden met maatschappelijke instellingen. Steeds vaker gaan dergelijke samenwerkingsverbanden gepaard met een financile impuls. Ook kunnen maatschappelijke activiteiten verenigingen helpen bij het aantrekken van nieuwe sponsoren.

    KEY ISSUE 1: DE HERINRICHTING VAN HET SOCIALE DOMEIN VRAAGT OM HET MEER EN BETER INZETTEN VAN BESTAANDE SOCIALE NETWERKEN.

    Samenwerking met sport-verenigingen is een kans om meer vanuit de eigen kracht van het gezin te werken en niet meteen te therapeutiseren

    Rigtje Smit, gezinstherapeut

  • 5Meerwaarde sport: meer dan gezondheidswinstSporten is gezond en sporten bij een sportvereniging levert niet alleen meer beweging voor de persoon in kwestie. Er komt steeds meer wetenschappelijk1 bewijs dat de meerwaarde van sport verder gaat dan puur gezondheidswinst. Voorbeelden hiervan zijn: Senioren die blijven bewegen, winnen

    gezonde levensjaren en verbeteren hun geheugen en concentratievermogen.

    Mensen die voldoen aan de beweegnorm2 voelen zich gezonder en hebben minder last van acute en chronische gezondheidsaandoeningen. Ook verkleint bij hen de kans op kanker.

    Sporten bij een sportvereniging geeft zelfvertrouwen om ook weer op andere terreinen in de samenleving mee te gaan doen.

    Met sporten en bewegen kunnen sociale emotionele klachten als angst in interactie met anderen en depressie worden voorkomen.

    Sporten kan voorkomen dat ouderen in een sociaal isolement terechtkomen.

    Kinderen ontwikkelen door te sporten impulscontrole, concentratievermogen en motorische vaardigheden.

    Indien de juiste sociale context bij een vereniging aanwezig is, draagt sporten en bewegen ook bij aan betere schoolprestaties en het verminderen van gedragsproblemen.

    De plus van de vereniging: sociale bindingDe opkomst en spectaculaire groei van fitness en van ongeorganiseerd sporten (onder andere hardlopen en wielrennen), leken in de jaren 90 verenigingen overbodig te maken. Bovendien werd het steeds lastiger om vrijwilligers te binden aan de vereniging. Een toekomstscenario waarin helemaal werd overgegaan op ongeorganiseerd of commercieel sporten en bewegen, leek een rele optie.

    Laagdrempelig sporten blijkt vaak laagdrempelig afhaken te zijn. Uit onderzoek van Insites uit 20113 blijkt dat sociale binding en sportparticipatie samenhangen. Met

    andere woorden: hoe meer sociale binding, hoe langer mensen blijven sporten. Sociale binding is weliswaar niet de belangrijkste benvloedende factor bij het gaan en blijven sporten (dat is gezondheidsperceptie), maar het is wel de enige factor die de sportaanbieder direct kan benvloeden. De sociale binding bij verenigingen is significant hoger dan bij individueel sporten of sporten bij een sportschool.

    Als we de (sport)participatie van kwetsbare groepen willen verhogen, is het zinvol om in te zetten op sociale binding. De vereniging biedt daarvoor de beste voedingsbodem. Die sociale binding binnen de sport is echter niet alleen relevant voor het stimuleren van de sportdeelname van mensen. Als samenleving streven we naar participatie in de breedste zin van het woord. De vereniging is onderdeel van het sociale netwerk van haar leden.

    KEY ISSUE 2: SAMENWERKING MET SPORTVERENIGINGEN BIEDT KANSEN OP MINDER DURE INTERVENTIES EN BETERE RESULTATEN.

    De samenhang van welzijn, preventie, zorg en sport leidt tot meer efficiency als je dit strategisch aanpakt: beschouw de samenwerking met een sportvereniging als interven-tie en laat een hulpverlener de supervisie uitvoeren, waardoor minder dure tijd nodig isMarco Florijn, voormalig wethouder werk, inkomen, zorg en bestuur, gemeente Rotterdam

    1 De waarde van Sport prognose van het maatschappelijke rendement van het pro-gramma Sportplus- 30 clubs helpen Rot-terdam vooruit, Verwey-Jonker instituut, oktober 2011.

    2 Deze norm definieert een minimaal niveau

    van bewegen dat nodig is om gezondheids-winst te behalen. Voor volwassenen komt dit neer op dagelijks een halfuur matig intensief bewegen, gedurende minimaal 5 dagen per week.

    3 Boeien en Binden - de invloed van sociale

    binding op