Voorstelling jaarverslag ’09 het internet ofwel te weinig voorkennis om het internet te...

download Voorstelling jaarverslag ’09 het internet ofwel te weinig voorkennis om het internet te gebruiken.

of 11

  • date post

    24-Jul-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Voorstelling jaarverslag ’09 het internet ofwel te weinig voorkennis om het internet te...

  • Voorstelling jaarverslag ’09

    30 maart 2010

  • de federale Ombudsman – Voorstelling jaarverslag 2009 – 30 maart 2010

    1

    Het jaarverslag 2009 weerspiegelt de kritische kijk van de burger op de federale overheidsdiensten en illustreert tegelijkertijd de permanente inzet van de federale overheid om de kwaliteit van haar dienstverlening te verbeteren. De klachten van dit jaar baren zorgen op drie belangrijke punten.

    • De ongelijke behandeling : de inspanningen van de overheid om te moderniseren houden niet altijd voldoende rekening met de ongelijke toegang van de burgers tot nieuwe technologieën. Soms vloeit discriminatie voort uit de reglementering zelf. Soms is het een overblijfsel uit het verleden…

    • De administratie ontslaat zichzelf van de verplichting de wet na te leven : wanneer de wet niet aangepast blijkt aan nieuwe of onvoorziene situaties, neemt de administratie soms zelf initiatieven die afwijken van de wet zonder te wachten tot de voorgenomen wetswijzigingen en hervormingen van kracht zijn. Dit leidt regelmatig tot onaanvaardbare gevolgen voor de grondrechten van de burgers.

    • De burger verwacht goede communicatie en proactiviteit wanneer de zaken mis lopen bij de overheid : automatisering en rationalisatie van werkprocessen en de tussenkomst van meerdere partijen in bepaalde procedures laten vaak weinig ruimte voor dialoog met de burger.

  • de federale Ombudsman – Voorstelling jaarverslag 2009 – 30 maart 2010

    2

    Ongelijke behandeling kan niet ... inzake toegankelijkheid van de administratie De heer Albin heeft een alarmsysteem. Hij wil de richtlijnen volgen op de website van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie en wenst zijn alarmsysteem dan ook te melden. Gezien hij geen privétoegang tot het internet heeft, richt hij zich tot de diensten van zijn gemeente, waar hij vraagt om in zijn naam het nodige te doen. De administratie weigert hem te helpen, zodat de heer Albin zijn aangifte niet kan doen. De heer Albin is van mening dat het aan de overheid is om alternatieven te voorzien voor die burgers die geen toegang hebben tot het internet. Een uitsluitend elektronische procedure zonder begeleidende maatregelen en zonder alternatief beantwoordt niet aan de vereisten voor een toegankelijke administratie die een gelijke behandeling van alle gebruikers voorstaat. Op dit ogenblik heeft zowat 30 % van de bevolking ofwel geen rechtstreekse toegang tot het internet ofwel te weinig voorkennis om het internet te gebruiken. In die omstandigheden mag de burger mag er niet toe gedwongen worden om via elektronische kanalen zijn wettelijke verplichtingen na te komen. Meer en meer elektronische kanalen voor een toenemend aantal administratieve formaliteiten, dat hoort bij de huidige maatschappelijke evolutie. Dit mag er echter niet toe leiden dat sommige categorieën van burgers uitgesloten worden en geen toegang meer hebben tot de administratie, waardoor de universele dienstverlening in het gedrang komt. De federale Ombudsman beveelt aan om adequate begeleidende maatregelen of een alternatief te voorzien voor alle administratieve procedures die steunen op de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, om zo een gelijke behandeling van alle burgers te waarborgen (AA 09/01). … voor werkloosheidsuitkeringen Momenteel bestaat er in de werkloosheidsreglementering een discriminatie tussen werklozen met een loontrekkende partner en werklozen met een zelfstandige partner. Als de loontrekkende partner slechts een beperkt inkomen heeft (minder dan 612 euro per maand), wordt de werkloze beschouwd als een samenwonende met gezinslast. De werkloze met een zelfstandige partner wordt altijd beschouwd als een samenwonende zonder gezinslast, ongeacht het inkomen van zijn partner. Vanaf het tweede jaar werkloosheid leidt dit onderscheid tot een aanzienlijk verschil in het bedrag van de werkloosheidsuitkering. De werkloze met een loontrekkende partner zal een werkloosheidstoelage van 60% van zijn laatste (begrensd) loon blijven ontvangen, zolang het inkomen van zijn partner onder de toegelaten grens blijft. De werkloze met een zelfstandige partner daarentegen zal altijd zijn uitkering eerst zien verminderen tot 40% van zijn laatste loon en ze vervolgens

  • de federale Ombudsman – Voorstelling jaarverslag 2009 – 30 maart 2010

    3

    zien terugvallen tot een forfaitaire uitkering van 447,20 euro. Het inkomen van zijn partner speelt hierin geen enkele rol. De federale Ombudsman beveelt aan om deze discriminatie weg te werken (AA 09/02). … bij de ambassades en consulaten Mevrouw Elise Van der Donckt uit Brugge wil trouwen met haar Nepalese verloofde op de Belgische ambassade in Indië. De toekomstige echtgenoten willen eerst een huwelijkscontract sluiten. Het afsluiten van een huwelijkscontract op een Belgische ambassade of Belgisch consulaat is echter alleen mogelijk tussen een Belgische man en een buitenlandse vrouw. Haar verloofde besluit dan maar een visum aan te vragen om in België met een huwelijkscontract te kunnen trouwen. Mevrouw Van der Donckt vindt echter dat zij het slachtoffer is van een geslachtsgebonden discriminatie. Volgens een oude wet uit 1931 mogen een Belgische ambassade of Belgisch consulaat geen huwelijkscontract verlijden tussen een Belgische vrouw en een vreemdeling terwijl dit wel mag voor een Belgische man en een buitenlandse vrouw. Deze bepaling is een manifeste inbreuk op het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, op de interne rechtsorde en op diverse bepalingen van Internationaal Recht. De federale Ombudsman beveelt aan om de wet die de bevoegdheid van diplomatieke en consulaire agenten in notariële zaken vastlegt zodanig te wijzigen dat deze discriminatie verdwijnt (AA 09/03).

    De wet naleven en de fundamentele rechten respecteren … inzake het kiesrecht Een aantal burgers die nochtans een kiesbrief hadden ontvangen, hebben niet mogen stemmen bij de regionale en Europese verkiezingen van 7 juni 2009. Op de dag zelf van de verkiezingen werden ze belet om hun kiesrecht uit te oefenen, omdat hun naam voorkwam op een kiezerslijst van een andere lidstaat van de Europese Unie. Deze buitenlandse kiezerslijsten worden doorgezonden in uitvoering van een Europese richtlijn die de uitwisseling van gegevens van kiezerslijsten tussen lidstaten regelt, en dit om te vermijden dat sommige kiezers meerdere stemmen zouden uitbrengen voor de verkiezingen van het Europees Parlement. Doordat de Europese verkiezingen in België gelijktijdig met de verkiezingen van de Gemeenschaps- en de Gewestparlementen worden georganiseerd en er maar één kiezerslijst is voor de twee verkiezingen, werden de kiezers die voorkwamen op de aan België toegezonden buitenlandse lijsten, niet alleen geschrapt van de lijst voor de Europese verkiezingen maar ook van de lijst voor de regionale verkiezingen.

  • de federale Ombudsman – Voorstelling jaarverslag 2009 – 30 maart 2010

    4

    De lijsten van de andere lidstaten waren echter niet altijd bijgewerkt; ofwel door administratieve problemen, ofwel omdat de Belgische kiezers nagelaten hadden om de autoriteiten van de andere lidstaat in te lichten over hun vertrek uit dat land. De lidstaten zijn zich bewust van de gebreken in het systeem dat ingesteld is door de richtlijn en gesprekken zijn aan de gang om het aan te passen. Toch heeft de FOD Binnenlandse Zaken ten onrechte meer geloof gehecht aan de buitenlandse lijsten dan aan de Belgische bevolkingsregisters. De mensen die zich tot de federale Ombudsman gewend hebben, woonden effectief in België en waren geldig ingeschreven in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente. Ze hadden dus het recht om in België te stemmen, zowel voor de Europese verkiezingen als voor de Gemeenschaps- en Gewestverkiezingen. De Europese richtlijn schrijft voor aan de lidstaten om gepaste maatregelen te nemen om een dubbele stem of een dubbele kandidatuur te vermijden. Maar ze verduidelijkt ook expliciet dat deze maatregelen in overeenstemming moeten zijn met de nationale wetgeving. In het Belgisch recht is er echter geen enkel bepaling terug te vinden die toestaat dat een persoon die geldig is ingeschreven in het bevolkingsregister en vermeld staat op de kiezerslijst, kan uitgesloten worden van het recht om bij de verkiezingen zijn stem uit te brengen omdat zijn naam op een kiezerslijst van een andere lidstaat vermeld staat. Zelfs in de veronderstelling dat deze persoon nalatig geweest is bij zijn vertrek uit een andere lidstaat door dit vertrek niet te melden, kan het stemrecht, een grondrecht nota bene, hem niet ontzegd worden. De Belgische wet voorziet enkel strafvervolging in geval van het uitbrengen van een dubbele stem voor de Europese verkiezingen. De federale Ombudsman heeft bijgevolg de FOD Binnenlandse Zaken aanbevolen om kiezers die op een Belgische kiezerslijst staan niet langer van deze kiezerslijst te doen schrappen, enkel en alleen omdat zij ook op een kiezerslijst van een lidstaat van de Europese Unie voorkomen, mogelijkheid die niet voorzien is door de Belgische kieswetgeving (AA 09/04) Veertien dagen geleden heeft de Minister van Binnenlandse Zaken aan de federale Ombudsman gemeld dat zij de aanbeveling volgt. Indien, bij volgende verkiezingen, opnieuw zou blijken dat Belgische kiezers ook op buitenlandse lijsten staan, zullen deze personen alleszins deelnemen aan de verkiezingen van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen. Bovendien zullen ze slechts kunnen worden uitgesloten van de Europese verkiezingen wanneer met stukken wordt aangetoond dat ze hun stem a