Voordracht Hans van der Heyden over de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat.

download Voordracht Hans van der Heyden over de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat.

If you can't read please download the document

  • date post

    03-Dec-2014
  • Category

    Education

  • view

    211
  • download

    4

Embed Size (px)

description

 

Transcript of Voordracht Hans van der Heyden over de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat.

  • 1. h afd. Midden-HollandDe filosofie van de democratische rechtsstaatHans van der Heyden

2. De filosofie van de democratische rechtsstaat Inleiding Als politiek denkmodel komt de democratische rechtsstaat uit de Verlichting. Werd voor het eerst toegepast in de Amerikaanse en West-Europese naties. Grondgedachten: vrijheid Gelijkheid (bedoeld gelijkwaardigheid?) rechtvaardigheid leven in menselijke waardigheidDeze inspiratie is nogal open en meerduidig in te vullen. Bv: de Staat moet bescherming bieden aan de individuele burgers moet bescherming bieden tegen zich zelf, de burger moet de staatsmacht inperkenWat is democratie? willekeur van de meerderheid? systeem van openbaar bestuur volgens van te voren vastgestelde regels waarbij ook de minderheid beschermd wordt? 3. In de 19e eeuw werd het plebs niet geacht in staat te zijn tot rationeel denken en zelfbeheersing aanvankelijk geen algemeen stemrecht.Later wel algemeen stemrecht, maar dan gevaar voor populisme, een inherent en potentieel bijproduct van algemeen stemrecht.Steeds wanneer grote delen van het volk zich niet vertegenwoordigd voelen en hun belangen stelselmatig en langdurig genegeerd zien, kan zich een populistische beweging ontwikkelen die een beroep doet op de grondbeginselen van vrijheid en gelijkheid. in die gevallen kun je populisme zien als een correctie op een falende democratie (bv. socialisme)Er is echter ook een vorm van populisme die met een beroep op gelijke vertegenwoordiging gepaard gaat met totalitaire aanspraken demagogie, angst, wrok en woede 4. In principe hoeft een dergelijke beweging de democratie niet te bedreigen, als men in het parlement de discussie met woorden aangaat en argumenten wisselt de woorden niet de bedoeling hebben de ander te dehumaniseren en tot zwijgen te brengenAls dit niet gebeurt, dan is de democratie en de rechtsstaat in gevaar:De Rechtsstaat beoogt immers: de ruimte van de eenheid en van de vreedzame gemeenschap te zijn waar emoties, angsten en fantasien worden gekanaliseerd en getemperd door het recht dat onder andere maat, evenwicht, proportionaliteit en bovenal goede trouw voorschrijft.De rechtsstaat fungeert daardoor als het normatieve kader van de democratie. Het hebben van wetten betekent nog niet dat er een rechtsstaat is !!Het mechanisme waarmee de rechtsstaat de vrede tussen burgers en staten onderling tracht te bewerkstelligen is dat van de wederkerigheid. 5. Het mechanisme van de wederkerigheid Uit antropologische literatuur is duidelijk dat stammen en gemeenschappen evolueren tot vreedzame en bloeiende gemeenschappen wanneer en een vorm van wederkerigheid bestaat/ontstaat. Twee vormen van wederkerigheid: reciprociteit mutualiteitReciprociteit: duurzame op vertrouwen gebaseerde verhouding, waarin onbepaalde prestaties - al dan niet op termijn - worden verevend. Hoewel niet altijd duidelijk lineair zien we via dit principe familiale groepen samengaan tot grotere groepen sociale gemeenschappen dorpen steden etc Waar reciprociteit ontbreekt blijft sociale onrust, oorlog en nationalisme Vaak ontstaat reciprociteit via instituties gezin, familie religie met plicht te geven onderwijsMutualiteit: gelijk oversteken, tegenprestatie direct opeisbaar Klassiek voorbeeld: handel 6. Mutualiteit: gelijk oversteken, tegenprestatie direct opeisbaarKlassiek voorbeeld: handel In kleine gemeenschappen met veel face-to-face contacten zal handel een hoog reciprociteitsgehalte hebben, maar bij grotere afzetgebieden en anonimiteit tussen de partijen zal er snel een afname zijn van de reciprociteit en toename van de mutualiteit.En van de belangrijkste instituties ter bevordering van de wederkerigheid is het recht, dat van oudsher de functie heeft om vreemden en vijanden te binden via een gemeenschappelijke regel. 7. Recht en wederkerigheidWanneer er een derde instantie is die het zich houden aan een systeem van afspraken kan controleren en afdwingen, is er sprake van een rechtsregel en een rechtsorde.Het recht bevordert de wederkerigheid: men weet waar men zich aan moet houden en ziet daardoor af van agressie. Het groeien van wederkerigheid kan zich verder ontwikkelen.Grondregel bij het maken van de afspraken is: pacta sunt servanda Hierbij geven de Romeinen al 3 principes aan: eerlijk leven niemand schade toebrengen ieder het zijne gevenRechters hebben in de oudere samenlevingen en (tot voor kort?) bij ons ook altijd een positie boven de partijen moeten hebben. Echter vaak niet aan voldaan. 8. Recht betekent nog niet dat er rechtvaardigheid ontstaat.Rechtvaardigheid is een resultante van: filosofisch discours van de tijd maatschappelijk krachtenveld van al of niet ongelijke machtsverhoudingenIn de 17e en 18e eeuw beginnen filosofen recht en macht te koppelen aan rechtvaardigheid. Doel: opstellen van een sociaal contractDe absolute macht van de monarch werd niet meer aanvaard en vormen van democratie begonnen op de tekentafel te ontstaan.? 9. De symbolische legitimatie van de macht Aan wie komt de bevoegdheid toe om diep in te grijpen in het leven van mensen? - oorlog - beschikken over leven en dood - etcIn de oudste tijden meestal een stamoudste of iets dergelijks, maar al vrij snel zien we het instituut van de koning ontstaan. Meestal werden deze koningen bovenmenselijke eigenschappen toegeschreven: -groot wetgever groot rechtvaardigheidsgevoel, ook al werd dat door de gewone onderdaan niet altijd zo aangevoeld grote wijsheid zelfs geneeskrachtige gavenFeitelijk waren deze gaven niet van de koning als mens, maar afkomstig van God.De macht was van God, de koning was een instrument. De erfopvolging werd ook in dit verband gezien. Le droit divinLe roi est mort, vive le roi 10. De koning legde in het kader van deze visie ook een eed van trouw af aan het volk dat in ruil daarvoor trouw beloofde aan de koning. Als de koning zich niet hield aan zijn eed, dan kwam het volk het recht toe om in opstand te komen.In de praktijk kwam hier meestal niets van terecht: het recht van de sterkste heerste. Potestas: macht die berust op de onmacht van anderen Maar in dit denken zien we toch dat macht en machtsdrager als twee gescheiden entiteiten worden gezien. Macht is hierin een lege plaats en wordt tot lang in onze geschiedenis als entiteit uit handen genomen van mensen van vlees en bloed en gesymboliseerd in een bovenmenselijke instantie.Maar vervolgens maakt dan de sterkste zich meester van de macht, die hij dan vaak ook nog ontvangt uit handen van de Kerk. Denkfout (?): door macht te extraheren aan het aardse en vervolgens toe te kennen (in bruikleen te geven) aan een sterveling, wordt macht gelegitimeerd 11. Denkfout (?): door macht te extraheren van het aardse en vervolgens toe te kennen (in bruikleen te geven) aan een sterveling, wordt macht gelegitimeerd.Dit is wat feitelijk in zeer brede vorm als model is gehanteerd in de geschiedenis.En iedereen/zeer velen wist(en) dat dit onzin was, maar wel bruikbare onzin. Fransen: fiction protective, op abstract niveau werkzaam voor de gemeenschap als geheel. Doel van deze fiction protective was om potestas auctoritasIn de Rechtsstaat keert een dergelijke fiction protective weer terug op een andere manier en neemt hier een centrale plaats in. 12. Het denkmodel van het sociaal contract 1789: Franse Revolutie, keerpunt in de Europese geschiedenis en begin van de politieke Moderniteit.In anthropologische termen: de vorst kon niet meer rekenen op legitimiteit en gehoorzaamheid van het volk, omdat hij in +/- alles zijn eed had geschonden en daarmee zijn verbond met het volk had verbroken.Maar al vr de Franse Revolutie lagen blauwdrukken klaar voor een nieuwe en revolutionaire regeringsvorm en staatsinrichting die vervolgens kort daarop met de Napoleontische legers over grote delen van Europa verspreid werden.Hobbes 17e eeuw Locke 18e eeuw Rousseau 18e eeuw zij stelden zich de vraag:- onder welke condities willen en kunnen mensen samenleven? - hoe kunnen zij hun angst voor elkaar laten varen en elkaar niet langer naar het leven te staan? - hoe kan sociale voorspoed en geluk mogelijk worden? - welke regels hiertoe te formuleren in een samenleving waar niet langer Koning, God of Paus als exclusieve bron van macht, recht en moraal geldt? 13. Dit denken vond plaats in de Verlichting (1650- 1800) oplossing zoeken in de rede en NIET in - geloof - traditie Immers: wat alle mensen delen en gemeen hebben is het gezonde verstand.Redenering: -stel: er zijn geen regels iedereen vecht met iedereen, oorlog van allen tegen allen-daarom rationeel om in ieder geval een minimale toestand van vrede te bewerkstelligen-daarom trekken we in onderling overleg grenzen (afspraken) en stellen een Derde Partij aan die het zich houden aan de afspraken controleert en zo nodig kan afdwingen. Deze Derde Instantie is de Staat Iedereen delegeert aan de Staat een deel van zijn (potentieel destructieve) vrijheid om in ruil daarvoor een vreedzame vrijheid terug te krijgen.-Hoe hebben partijen de zekerheid dat de Staat zich houdt aan zijn taak de veiligheid te handhaven? als de Staat faalt hebben burgers het recht zich te verzetten tegen de Staat 1e recht van de vrije burger 14. Hier zien we weer het wederkerigheidsbeginsel: eerst partijen scheiden en direct in n beweging via een gemeenschappelijke regel weer aan elkaar binden.Resultaat tot nu toe van het uitwerken van het denkmodel van het sociale contract: -Er is een sociaal contract dat zowel de horizontale verhouding tussen de burgers onderling regelt als een verticale verhouding tussen de Staat en de burgers Dus: zowel een associatieverdrag (vrijheid, gelijkheid, wederkerigheid) als een onderwerpingsverdrag (legaliteit)De Staat heeft hiermee een dubbele functie van zowel Meester als Knecht.De volgende vraag is nu: hoe moeten we een dergelijke gemeenschap inrichten? Immers: zowel de burger, maar vooral de Staat moet aan de ketting van het Recht liggen.Welke instanties zijn daarvoor nodig? 15. De instan