Voorbeeldtoetsen statistiek

Click here to load reader

  • date post

    11-Jan-2017
  • Category

    Documents

  • view

    214
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Voorbeeldtoetsen statistiek

  • Onbetwist toetsen StatistiekOpgave 1.De volgende grafiek laat de verdeling van uren slaap in de afgelopen nacht vaneen aantal studenten zien.

    Welke van de onderstaande omschrijvingen geeft de beste beschrijving van dekenmerken van deze data, en is gebaseerd op een begrip van hoe in de beschrij-vende statistiek een verdeling genterpreteerd moet worden.

    a. De staven lopen van 3 naar 10, en nemen in hoogte toe tot 7, dan weer afnaar 10. De hoogste staaf is bij 7. Er is een gat tussen 3 en 5.

    b. De verdeling is normaal, met een gemiddelde van ongeveer 7 en een stan-daarddeviatie van ongeveer 1.

    c. De meeste studenten lijken voldoende uren slaap gehad te hebben, waarbijsommigen wat meer, anderen wat minder sliepen. Er is n student die ogen-schijnlijk lang is opgebleven, en heel weinig slaapuren opdeed.

    d. De verdeling van uren slaap is enigszins symmetrisch en klokvormig, meteen uitschieter bij 3. Relatief veel studenten slapen om en nabij 7 uren, terwijlhet bereik in uren slaap ook 7 uren is.

    Opgave 2.

    De volgende grafiek laat de verdeling van uren slaap in de afgelopen nacht vaneen aantal studenten zien.

    1

  • Welke box-plot geeft dezelfde data weer als het histogram?

    a. Box-plot A.

    b. Box-plot B.

    c. Box-plot C.

    Opgave 3.

    Hieronder worden vier histogrammen afgebeeld. Geef voor de contextbeschrij-ving hieronder gegeven weer welk van de histogrammen het meest aannemelijkis.

    2

  • De verdeling van toetsscores op een erg makkelijke toets wordt het beste gere-presenteerd door:

    a. Histogram I.

    b. Histogram II.

    c. Histogram III.

    d. Histogram IV.

    Opgave 4.Hieronder worden vier histogrammen afgebeeld. Geef voor de beschrijving vaneen statistische context hieronder weer welk van de histogrammen het meestaannemelijk is.

    3

  • De verdeling van polsomvang (in centimeters) van de rechterhand bij een aselectesteekproef van meisjesbabys wordt gerepresenteerd door:

    a. Histogram I.

    b. Histogram II.

    c. Histogram III.

    d. Histogram IV.

    Opgave 5.Hieronder worden vier histogrammen afgebeeld. Geef voor de beschrijving vaneen statistische context hieronder weer welk van de histogrammen het meestaannemelijk is.

    4

  • De verdeling van het laatste cijfer van telefoonnummers, verzameld uit een te-lefoonboek (van het nummer 099-1234567, is de 7 het laatste cijfer) wordt ge-representeerd door:

    a. Histogram I.

    b. Histogram II.

    c. Histogram III.

    d. Histogram IV.

    Opgave 6.

    Een honkbalfan houdt de statistieken bij van het plaatselijke honkbalteam. Envan die statistieken is het slaggemiddelde, ook wel de proportie slag, of aandeelvan goed geslagen ballen, uit alle ontvangen ballen. De tabel hieronder geeft dieweer voor alle spelers. Welke van de daarop volgende grafieken geeft het bestede verdeling van het slaggemiddelde weer, en maakt het mogelijk een indruk tekrijgen van de vorm, centrum en spreiding van deze variabele?

    5

  • a. Grafiek A.

    6

  • b. Grafiek B.

    c. Grafiek C.

    d. Grafiek D.

    Opgave 7.

    In een recente onderzoeksstudie waren de deelnemers aselect ingedeeld in groe-pen die een verschillende dagelijkse dosis Vitamine E voorgeschreven kregen.Een groep kreeg elke dag een placebo. De onderzoeksstudie volgde de deel-nemers gedurende acht jaren om te ontdekken welke deelnemers een bepaaldtype kanker zou krijgen. Welke uitspraak geeft de beste uitleg van het doel vanrandomisatie (aselecte toewijzing) in deze studie?

    a. Om de nauwkeurigheid van de onderzoeksresultaten verhogen.

    b. Om te zorgen dat alle potentile kanker patienten een gelijke kans hebbenom voor de studie geselecteerd te worden.

    c. Om de steekproefvariatie te reduceren.

    d. Om experimentele eenheden te krijgen met vergelijkbare kenmerken.

    e. Om scheefheid in de resultaten te voorkomen.

    Opgave 8.

    Onderstaande twee box-plots geven de toetsscores weer van twee klassen, diehetzelfde vak hebben gevolgd.

    Welke klas heeft naar verwachting een grotere standard deviatie in de toetssco-res?

    a. Klas A.

    b. Klas B.

    c. Bij benadering gelijk in beide klassen.

    d. Kan niet bepaald worden met de gegeven informatie.

    7

  • Opgave 9.

    Onderstaande twee box-plots geven de toetsscores weer van twee klassen, diehetzelfde vak hebben gevolgd.

    Welke klas heeft een hoger percentage studenten met scores van 30 of lager?

    a. Klas A.

    b. Klas B.

    c. Bij benadering gelijk in beide klassen.

    d. Kan niet bepaald worden met de gegeven informatie.

    Opgave 10.

    Onderstaande twee box-plots geven de toetsscores weer van twee klassen, diehetzelfde vak hebben gevolgd.

    Welke klas heeft een hoger percentage studenten met scores van 80 of hoger?

    a. Klas A.

    b. Klas B.

    c. Bij benadering gelijk in beide klassen.

    d. Kan niet bepaald worden met de gegeven informatie.

    Opgave 11.

    8

  • Een farmaceutisch bedrijf heeft een nieuw hoofdpijn bestrijdend geneesmiddelontwikkeld. Om het te testen op effectiviteit zijn aselect 250 proefpersonen uiteen grote populatie van hoofdpijnpatinten gekozen. Van die proefpersonen zijnmiddels randomisatie 100 behandeld met het nieuwe medicijn, de overige 150met het oude medicijn. Bij alle proefpersonen werd de tijd gemeten die verstreektussen het innemen van het medicijn en het verdwijnen van de hoofdpijn. Deuitkomsten van dit klinisch experiment staan hieronder weergegeven. Tezamenmet een interpretatie; is die interpretatie gerechtvaardigd?

    Het oude medicijn werkt beter. Twee proefpersonen die het oude medicijnkregen, herstelden binnen 20 minuten, hetgeen bij geen enkel proefpersoon methet nieuwe medicijn gebeurde. Tevens is de slechtste uitkomst, meer dan 120minuten hersteltijd, ook behaald met het nieuwe medicijn.

    a. Correct.

    b. Incorrect.

    Opgave 12.

    Een farmaceutisch bedrijf heeft een nieuw hoofdpijn bestrijdend geneesmiddelontwikkeld. Om het te testen op effectiviteit zijn 250 willekeurige proefpersonenuit een grote populatie van hoofdpijnpatinten gekozen. Van die proefpersonenzijn middels randomisatie 100 behandeld met het nieuwe medicijn, de overige 150met het oude medicijn. Bij alle proefpersonen werd de tijd gemeten die verstreektussen het innemen van het medicijn, en het verdwijnen van de hoofdpijn. Deuitkomsten van dit klinisch experiment staan hieronder weergegeven. Tezamenmet een interpretatie; is die interpretatie gerechtvaardigd?

    9

  • De gemiddelde hersteltijd voor het nieuwe medicijn is korter dan voor het oudemedicijn. Patinten met het nieuwe medicijn herstellen overwegend zon 20 mi-nuten sneller dan patinten met het oude medicijn.

    a. Correct.

    b. Incorrect.

    Opgave 13.

    Een farmaceutisch bedrijf heeft een nieuw hoofdpijn bestrijdend geneesmiddelontwikkeld. Om het te testen op effectiviteit zijn 250 willekeurige proefpersonenuit een grote populatie van hoofdpijnpatinten gekozen. Van die proefpersonenzijn middels randomisatie 100 behandeld met het nieuwe medicijn, de overige 150met het oude medicijn. Bij alle proefpersonen werd de tijd gemeten die verstreektussen het innemen van het medicijn, en het verdwijnen van de hoofdpijn. Deuitkomsten van dit klinisch experiment staan hieronder weergegeven. Tezamenmet een interpretatie; is die interpretatie gerechtvaardigd?

    10

  • Op basis van deze gegevens kan geen conclusie getrokken worden. De tweegroepen zijn ongelijk in omvang, en kunnen daarom niet vergeleken worden.

    a. Correct.

    b. Incorrect.

    Opgave 14.

    Hieronder staan vijf histogrammen afgebeeld. Ieder histogram laat de scores,op een schaal van 0 tot 10, van studenten in vijf verschillende statistiek klassen(A, B, C, D, en E) op een toets zien.

    11

  • Welke van deze vijf klassen heeft de laagste standaarddeviatie in toetsscore, enwaarom?

    a. Klas A, omdat daar de meeste scores dicht tegen het gemiddelde aan liggen.

    b. Klas B, omdat daar het kleinste aantal verschillende scores optreden.

    c. Klas C, omdat daar geen verandering in scores optreedt.

    d. Klas A en klas D, omdat die beide het kleinste bereik hebben.

    12

  • e. Klas E, die lijkt het meest normaal.

    Opgave 15.

    Hieronder staan vijf histogrammen afgebeeld. Ieder histogram laat de scores,op een schaal van 0 tot 10, van studenten in vijf verschillende statistiek klassen(A, B, C, D, en E) op een toets zien.

    13

  • Welke van deze vijf klassen heeft de hoogste standaarddeviatie in toetsscore, enwaarom?

    a. Klas A, omdat daar de hoogteverschillen in de staven het grootst zijn.

    b. Klas B, omdat de meeste scores ver van het gemiddelde af liggen.

    c. Klas C, omdat het het grootste aantal verschillende scores kent.

    d. Klas D, omdat de verdeling sterk onregelmatig is.

    e. Klas E, omdat daar de scores het meest normaal verdeeld zijn.

    Opgave 16.

    Een producent van snoepjes claimt dat 50% van de snoepjes bruinkleurig is.Sam is van plan een grote familiezak met snoepjes te kopen, om deze claim nate gaan, terwijl Kerry hetzelfde wil doen met een kleine zak. Welk van de tweezakken heeft de grootste kans om meer dan 70% bruine snoepjes te bevatten?

    a. Sam, want de grote zak bevat meer snoepjes, en kan dus ook meer bruinesnoepjes bevatten.

    b. Sam, want er is meer variabiliteit in de proportie van bruine snoepjes bijgrote steekproeven.

    c. Kerry, want er is meer variabiliteit in de proportie van bruine snoepjes bijkleine steekproeven.

    d. Kerry, want de meeste kleine zakken zullen meer dan 50% bruine snoepjesbevatten.

    e. Beiden hebben gelijke kans, want beide zijn gerandomiseerde steekproeven.

    Opgave 17.

    Verond