Voeding Van de Plant

download Voeding Van de Plant

of 79

  • date post

    30-Jul-2015
  • Category

    Documents

  • view

    233
  • download

    7

Embed Size (px)

Transcript of Voeding Van de Plant

Voeding van de plant

De voedingselementen Welke elementen heeft een plant nodig? Uittesten via kweekproeven in potten of op water : alle elementen worden gegeven behalve n groeit de plant normaal , dan is het element niet nodig. Essentile elementen: echt nodig Niet-essentile elementen: de plant neemt ze wel op

maar doet er niets mee : Al, Ni, Cr,Se,Pb,Cd,F,Hg,Br

De voedingselementen Hoofdelementen of macro-elementen: Nodig in grote hoeveelheden C,O,H,N,P,K,S,Ca,Mg Opgenomen uit de bodem: de meeste Uit de lucht: C en O via CO2 Uit water : H en O via water Vlinderbloemigen kunnen N2 uit de bodemlucht opnemen via de wortelknolletjesbacterin en laten omzetten tot opneembare N Via scheikundige en organische meststoffen

De voedingselementen De sporenelementen of micro-elementen of oligo-

elementen:

Noodzakelijk ,maar in veel kleinere hoeveelheden Fe,Mn,Mo,B,Cu,Zn,Cl In de bodem via organische bemesting, meststofresten, regenwater, Bij hydrocultuur wel toe te voegen

De groeifactoren Licht : als energiebron nodig voor de fotosynthese Tekort : fileren van de plant Te veel: gedrongen groei en verbranden Invloed op bloei ( korte en langedagplanten) CO2 : fotosynthese Water: nodig voor fotosynthese Sapstroom: opstijgende sapstroom met de voedingsstoffen en dalende sapstroom met de organische stoffen Temperatuur: als deze te laag is: Groeistop Geen wortelademhaling en geen opname van water en voedingsstoffen

De groeifactoren O2 : ademhaling Voeding: essentile elementen moeten voldoende

aanwezig zijn Humusgehalte, bacterieleven, bodemstructuur,pH

Als n deze factoren gebrekkig is, zal dat resulteren

in een slechtere groei!!

Wetten van de voedingsleer Wet van de teruggave: Vruchtbaarheid: aan de grond teruggeven wat we er uithalen door de oogst van het gewas Meer teruggeven want:(on)kruiden nemen ook voedingsstoffen op Uitspoeling Onopneembaarheid van voedingsstoffen Bereikbaarheid van de gegeven meststoffen door de wortels Vluchtige meststoffen

Wetten van de voedingsleer

Extra aanvoer van voedingsstoffen :Regenwater Vlinderbloemigen Verwering van klei (K+ )

Import-exportbalans hoeveel messtof ( via bemestingsproeven de behoeften van een gewas bepalen : elk perceel een verschillende dosis, kijken welke de maximale opbrengst geeft)

Wetten van de voedingsleer Wet van Liebig of wet van het minimum: Def: wanneer alle groeifactoren aanwezig zijn, wordt de opbrengst bepaald door de factor die het meest beperkend is. Voorbeelden:Lage pH doet opbrengst dalen : bekalken Licht kan swinters een beperkende factor zijn: bijbelichten Temperatuur kan swinters een beperkende factor zijn: bijstoken In de zomer is de hoeveelheid water beperkend : bijregenen CO2 : altijd beperkend : bijbemesten Zuurstof: beperkend in een bodem met een slechte structuur : draineren Tekort aan een hoofd- of sporenelement: bemesten

Wetten van de voedingsleer Wet van Mitscherlich of wet van de afnemende

meeropbrengsten

De opbrengstvermeerdering als gevolg van de toename van een bepaalde groeifactor is niet recht evenredig met deze toename, maar de opbrengstvermeerdering neemt geleidelijk af. Hoe meer we bemesten, hoe minder vlug de opbrengst zal stijgen. (zie grafiek en tabel)

Besluiten uit deze wet: de opbrengstvermeerdering neemt geleidelijk af; de opbrengst kent een maximum grens. Fout: werkelijkheid zal de opbrengst dalen als je te veel meststof toedient.

Wetten van de voedingsleer

Wetten van de voedingsleer Werkelijke opbrengstcurve : O: als de groeifactor afwezig is, is de opbrengst 0 A: een te lage opbrengst door een tekort aan groeifactor gebreksverschijnselen B - C: zone met maximale opbrengst D: een te lage opbrengst door een overmaat aan groeifactor vergiftigingsverschijnselen E: economische grens: voorbij dit punt moet men te veel groeifactor bijgeven om nog een kleine meeropbrengst te bekomen.

Wetten van de voedingsleer Is het voor- of nadelig als de zone B-C breed is? Het is voordelig want dan hebben we een zekere marge om te bemesten, zonder schade.

Hoe zou de curve verlopen als je op de x-as de dosis

meststof weergeeft?

De curve verschuift wat naar links bij dosis 0 is er een zekere opbrengst door de aanwezigheid van reserve in de bodem.

Wetten van de voedingsleer De vorm van de curve hangt af van:

de soort groeifactor:de stijging van de curve is het snelst voor P, het traagst voor N een veel grotere hoeveelheid N nodig voor de maximale opbrengst voor P gaat de curve niet of uiterst traag naar beneden P werkt niet toxisch de curve daalt het snelst voor N N is er meest kans op overmaat; de zone B-C is het smalst

de grondsoort:

de nodige hoeveelheid meststof verschilt van grondsoort tot grondsoort (bemestingsproefvelden )de ene teelt vraagt bv meer stikstof dan de andere; de ene teelt is gevoeliger voor overmaat dan de andere.

de soort teelt:

Wetten van de voedingsleer Wet van het antagonisme: Bij antagonisme werken 2 zaken/elementen elkaar tegen Te veel bemesten met kalium magnesiumgebrek Ca2+ en Mg2+ NH4+ en Mg2+

Opname van voedingsstoffen De plant neemt voedingsstoffen op via de wortels of

via het blad( bv. bij fruitbomen of kamerplanten, conc. niet te hoog bladverbranding). Water en CO2 worden opgenomen als moleculen. De andere voedingselementen worden opgenomen als ionen. Meststoffen zijn zouten die in het bodemvocht splitsen in ionen. Via diffusie worden het water en de ionen opgenomen door de wortelhaartjes. De houtvaten zorgen voor het transport naar boven.

Opname van voedingsstoffen De voedingsionen:

Anionen: NO3- (nitraation), H2PO4- (diwaterstoffosfaation), SO42(sulfaation), MoO42- (molybdaation), B4O72- (boraation), Cl(chloride-ion); Kationen: NH4+ (ammoniumion), Mg2+, Ca2+, K+, Fe2+, Cu2+, Mn2+, Zn2+. Vrij voor in bodemvocht Geadsorbeerd door KHC (klei-humuscomplex) Spoelen niet gemakkelijk uit (uitz. K+ ) Niet geadsorbeerd Goed uitspoelbaar ( uitz. Fosfaten)

Kationen:

Anionen:

Opname van voedingsstoffen Wanneer bemesten?

Na de winter, anders spoelen te veel voedingsstoffen uit. Kort voor de teelt Eventueel nog bijbemesten ( zandgrond) Kalkmeststoffen wel in najaar traag oplossen

Als het wortelhaartje een kation opneemt, staat het een

H+ ion af aan het bodemvocht. Als het een anion opneemt, staat het een HCO3- ion af. De opname vereist energievia de wortelademhaling.

suiker + O2 CO2 + H2O + energie CO2 + H2O [H2CO3] H+ + HCO3-

Opname van voedingsstoffen De volgende factoren regelen de opname:

de absolute hoeveelheid : als er weinig zijn weinig opgenomen O2 : nodig voor de ademhaling energie voor de opname de structuur: te weinig O2 en wortelontwikkeling bij slechte structuur het watergehalte:te droog geen ionen en geen transport te veel O2-gebrek

de temperatuur: te laag geen ademhaling en wortelactiviteit de pH: antagonisme: te veel opname van het ene element hindert de opname van een ander de zoutconcentratie: te hoog weinig opname

Opname van voedingsstoffen De meeste meststoffen lossen goed op in water, zijn snelwerkend en

bruikbaar in de hydrocultuur. ( uitspoelen verhogen zoutconc.)

Voorbeelden : calciumnitraat, kaliumsulfaat, kaliumnitraat.

Kalkmeststoffen lossen traag op poedervorm ipv korrelvorm. Langzaam oplossende meststoffen het zijn S-omhulde of gecoate

meststoffen waarbij de omhulling traag oplost.

Deze meststoffen, zoals Osmocote, kunnen maanden lang werken, zodat ze bijvoorbeeld veel gebruikt worden in de containerteelt van struiken en bomen.

Organische meststoffen werken ook langzaam. Sommige meststoffen zoals ureum, zijn sterk hygroscopisch. Voordeel: trekken vocht aan en laten opname toe in droge omstandigheden. Nadeel: verpakking goed gesloten moet blijven.

Verlies van voedingsstoffen vervluchtiging van N2: in natte of slecht

gestructureerde grond is er weinig O2 anarobe omzetting van NO3- tot N2 denitrificatie vervluchtiging van NH3: op kalkrijke grond vervluchtigt NH4+ als NH3 uitspoeling: bij overvloedige neerslag; meer uitspoeling op zandgrond fixatie tot weinig oplosbare zouten:

op zure grond onoplosbare Fe- en Al-fosfaten op kalkrijke grond slecht oplosbare Ca-fosfaten.

Verlies van voedingsstoffen Bepaalde vastleggingen komen later terug vrij en zijn

niet als verlies te beschouwen:

de adsorptie aan het klei-humuscomplex; de binding in organische stof: wat opgenomen werd door bacterin en kruiden komt weer vrij bij de humificatie

Buffervermogen Het buffervermogen is het reactievermogen dat de bodem

heeft tegen de negatieve invloed van plotse zware verstoringen.

Zorgt dat de pH niet zo plots verandert na een bemesting: grote hoeveelheden H+ ionen die vrijkomen na een ( zure ) bemesting eerst binden op het klei-humuscomplex, in omwisseling met Ca2+ionen. Pas na bezetting van het klei-humuscomplex zal de pH dalen doordat de H+ ionen nu vrij voorkomen. Wat gebeurt er als bemest wordt met alkalische werkende meststoffen zoals gebluste kalk? De vrijkomende OH- ionen zullen eerst geneutraliseerd worden door H+ ionen van het klei-humuscomplex die omgewisseld worden met Ca2+. Pas na bezetting van het klei-humuscomplex met Ca2+ stijgt de pH.

Buffervermogen de zoutconcentratie niet zo plots oploopt na

bemesting. voedingsstoffen niet zo snel doorspoelen bij niet-bemesting de planten nog gedeeltelijk voedingsstoffen kunnen opnemen uit de bodemreserve

Buffervermogen Bij hydrocultuur is er geen sprake van

buffervermogen.

De pH kan plots veranderen, De zoutconcentratie kan plots oplopen, Er kunnen