Vert a Lingen

of 12 /12
De verkrachting (1.58 1-5 ) 1 Nadat er weinig dagen tussen waren verlopen, kwam Sextus Tarquinius, terwijl Collatinus onwetend was, met één metgezel 2 naar Collatia. Toen hij, nadat hij door de niets vermoedenden van zijn plan, vriendelijk was ontvangen, na de maaltijd 3 naar het gastenverblijf was (over)gebracht, kwam hij, brandend door/van verlangen, nadat alle dingen om hem heen veilig genoeg 4 en allen in slaap schenen [te zijn], met getrokken zwaard naar de slapende Lucretia 5 en, nadat met zijn linkerhand de borst van de vrouw was neergedrukt, zei hij: ‘Zwijg Lucretia, 6 ik ben Sextus Tarquinius; een zwaard is in mijn hand; je zult sterven, als je een geluid zult hebben laten horen’. 7 Toen de vrouw uit haar slaap opgeschrikt geen enkele hulp en de dood dreigend nabij zag, 8 toen bekende Tarquinius zijn liefde, smeekte, mengde dreigementen met zijn smeekbeden, wendde hij 9 de geest van de vrouw naar alle kanten. Toen hij zag dat ze standvastig was en zelfs niet door angst voor de dood 10 van haar stuk gebracht werd, voegde hij schande toe aan de angst: hij zei dat hij met haar, dood, een gekeelde naakte slaaf 11 zou neerleggen, zodat men zou zeggen (lett. zij gezegd zou worden…) dat zij bij minderwaardig overspel was gedood.

Embed Size (px)

description

j

Transcript of Vert a Lingen

De verkrachting (1.581-5)1Nadat er weinig dagen tussen waren verlopen, kwam Sextus Tarquinius, terwijl Collatinus onwetend was, met n metgezel2naar Collatia. Toen hij, nadat hij door de niets vermoedenden van zijn plan, vriendelijk was ontvangen, na de maaltijd3naar het gastenverblijf was (over)gebracht, kwam hij, brandend door/van verlangen, nadat alle dingen om hem heen veilig genoeg4en allen in slaap schenen [te zijn], met getrokken zwaard naar de slapende Lucretia5en, nadat met zijn linkerhand de borst van de vrouw was neergedrukt, zei hij: Zwijg Lucretia,6ik ben Sextus Tarquinius; een zwaard is in mijn hand; je zult sterven, als je een geluid zult hebben laten horen.7Toen de vrouw uit haar slaap opgeschrikt geen enkele hulp en de dood dreigend nabij zag,8toen bekende Tarquinius zijn liefde, smeekte, mengde dreigementen met zijn smeekbeden,wendde hij9de geest van de vrouw naar alle kanten. Toen hij zag dat ze standvastig was en zelfs niet door angst voor de dood10van haar stuk gebracht werd, voegde hij schande toe aan de angst: hij zei dat hij met haar, dood, een gekeelde naakte slaaf11zou neerleggen, zodat men zou zeggen (lett. zij gezegd zou worden) dat zij bij minderwaardig overspel was gedood.12Toen door dat schrikbeeld de als het ware zegevierende wellust de standvastige kuisheid had overwonnen, en Tarquinius vandaar was vertrokken,13opgetogen omdat de eer van de vrouw was overmeesterd, stuurde Lucretia, bedroefd14door/over zon grote ramp, hetzelfde bericht naar Rome naar haar vader en naar Ardea naar haar man,15dat ze met elk n trouwe vriend moesten komen; dat het zo moest gebeuren en snel;16dat er een afschuwelijke zaak gebeurd was.

De zelfmoord (1.586-11) 17Spurius Lucretius kwam met Publius Valerius, zoon van Volesus, Collatinus met Lucius Junius Brutus,18met wie hij toevallig naar Rome terugkerend, door de boodschapper van zijn vrouw was aangetroffen.19Zij vonden Lucretia terwijl zij bedroefd in haar slaapkamer zat. Bij de komst van haar verwanten20zijn tranen opgeweld, en tegen haar man die vroeg: Alles goed met je?, zei ze: Allerminst; wat immers is er van goeds21voor een vrouw, nadat haar kuisheid is verloren? De sporen van een vreemde man, Collatinus, zijn in jouw bed;22maar slechts mijn lichaam is geschonden, mijn geest onschuldig; de dood zal [mijn] getuige zijn.23 Maar geeft jullie (rechter)handen [erop] en jullie woord van trouw dat het niet ongestraft zal zijn voor de echtbreker. Het is Sextus Tarquinius24die als vijand in plaats van gast de vorige nacht met geweld, gewapend, (seksueel) genot, dodelijk voor mij en voor hemzelf, als jullie [tenminste] mannen zijn,25vanhier heeft meegenomen. 26Allen gaven n voor n hun woord; zij probeerden haar, bedroefd van geest, te troosten door de schuld af te wentelen van haar die gedwongen was27op de dader van het misdrijf: (ze zeiden) dat de geest zondigt, niet het lichaam en dat, vanwaar de opzet afwezig is geweest,28schuld afwezig is. Jullie, zei ze, moeten maar zien wat hem verschuldigd is: ik, ook al spreek ik mij vrij van zonde,29onttrek mij niet aan de straf; en niet n onkuise (vrouw) zal hierna door het voorbeeld van Lucretia leven.30Een mes dat zij onder haar kleding verborgen hield, dat stak zij in haar hart en voorover gezakt in 31haar wond viel zij stervend neer. Haar man schreeuwde het uit en haar vader.

De eed van Brutus (1.591-2) 32Nadat zij in beslag genomen waren door hun verdriet, zei Brutus, terwijl hij het mes dat uit de wond van Lucretia was getrokken, druipend door/met/van het bloed33voor zich uit hield: Bij dit vr het door een koningszoon begane onrecht zeer kuise34bloed zweer ik en U, goden, maak ik tot mijn getuigen dat ik Lucius Tarquinius Superbus35met zijn misdadige echtgenote en zijn hele nageslacht van kinderen te vuur en te zwaard, met welk geweld ik verder ook maar36zou kunnen, zal vervolgen, en niet zal dulden dat zij noch iemand anders koning zijn in Rome.37Daarna overhandigde hij het mes aan Collatinus, vervolgens aan Lucretius en Valerius, die zich verbaasden over het wonder van de zaak,38vanwaar deze nieuwe geest in Brutus borst was gekomen. Zoals bevolen was, zwoeren zij; en, geheel van rouw39omgeslagen naar woede, volgden zij Brutus nu meteen, terwijl hij [op]riep tot het vernietigen van het koningschap,40als leider.

De moord op Caesar

Voortekens (81)1Maar aan Caesar is de toekomstige moord met duidelijke voortekens aangekondigd. Enige maanden eerder,2toen kolonisten, nadat/omdat ze in de kolonie Capua op grond van de Lex Iulia weggeleid waren voor het bouwen van landhuizen,3de zeer oude graven vernielden en dat des te ijveriger deden omdat ze een hoeveelheid4(van) antieke vazen vonden, terwijl ze zochten, is er in een graftombe een bronzen plaat5gevonden, waarin men zei dat Capys, stichter van Capua, begraven was (lett. waarin Capys gezegd werd), beschreven6met Griekse letters en woorden met/van deze strekking: dat, wanneer de botten van Capys ontbloot waren/zouden zijn,7het zou gebeuren dat een afstammeling van Julus gedood werd/zou worden door de hand van bloedverwanten en dat hij spoedig met grote bloedbaden ten nadele van Itali8gewroken werd/zou worden. Van die zaak/gebeurtenis, opdat niet iemand het verzonnen en gelogen vindt,9is de bron Cornelius Balbus, zeer bevriend met Caesar. In de volgende dagen10vernam hij (Caesar) dat kuddes (van) paarden die hij bij het oversteken aan de rivier de Rubicon gewijd had en die hij los11en zonder bewaking had laten lopen, zich zeer koppig van voedsel onthielden12en overvloedig huilden. Ook waarschuwde de ziener Spurinna hem, terwijl hij offerde, dat hij moest oppassen voor het gevaar13dat zich niet later zou voordoen dan de Iden van maart.

Nog meer voortekens (81)14Voorts op de dag vr aan diezelfde Iden hebben vogels van verschillende soort een winterkoninkje, dat zich met een lauriertakje naar de vergaderzaal van het theater van Pompeius 15begaf, nadat ze het vanuit een naburig woud achtervolgd hadden, ter plekke16verscheurd. In die nacht echter, vr de dag van de moord, hij zelf zich in zijn slaap verbeeld17dat hij nu eens boven de wolken vloog, dan weer Jupiter de hand schudde; en zijn echtgenote Calpurnia18heeft zich ingebeeld dat het geveldak van het huis instortte en dat haar echtgenoot in haar schoot doorboord werd;19en plotseling zijn de slaapkamerdeuren spontaan/vanzelf opengegaan.

Toch naar de senaat (81)20Vanwege deze dingen en vanwege zijn zwakke gezondheid heeft hij lange tijd geaarzeld of hij thuis bleef/zou blijven en21de dingen die hij bij de senaat had voorgesteld te doen, uit stelde/zou stellen. Uiteindelijk, omdat Decimus Brutus [hem] aanspoorde,22opdat hij niet de talrijke aanwezigen en allang wachtenden in de steek liet/zou laten, is hij ongeveer (op) het vijfde uur verschenen23en heeft hij een briefje met een aanwijzing van/over de aanslag, dat door een tegemoetkomend iemand/persoon aangereikt was, tussen de andere briefjes24die hij in zijn linkerhand had, gestoken, als het ware om [die] later te lezen.25Daarna is hij, nadat er veel offerdieren geslacht waren, omdat hij geen gunstige voortekens kon krijgende vergaderzaal binnen gegaan, nadat het goddelijk voorteken veronachtzaamd was, 26en terwijl hij Spurinna uitlachte en uitmaakte voor vals/een valse, omdat zonder enige schade voor hem de Iden van maart27er waren, hoewel die/hij zei dat die weliswaar gekomen was, maar niet voorbij waren gegaan.

De moord (82)28De samenzweerders zijn onder het mom van vriendelijkheid om hem, terwijl hij ging zitten, heen gaan staan, en meteen is Cimber Tillius,29die de hoofdrol op zich had genomen, als het ware om iets te vragen dichterbij gekomen en voor hem, terwijl hij nee schudde30en [hem] met een gebaar naar een ander moment verwees, trok hij de toga van elk van beide schouders af.31vervolgens verwondde n van de broers Casca hem, terwijl hij riep Dat is werkelijk geweld!, van achteren een beetje/slechts weinig32onder zijn hals. Caesar doorboorde de arm van Casca, nadat die beetgepakt was, met een schrijfstift en nadat hij had geprobeerd33weg te springen, is hij door een andere verwonding tegen gehouden; en zodra hij had ingezien dat hij van alle kanten met getrokken dolken34werd aangevallen, omhulde hij zijn hoofd met zijn toga; tegelijkertijd heeft hij met zijn linkerhand de plooi in zijn toga tot aan het onderste deel van zijn onderbenen naar beneden getrokken,35opdat hij daardoor eervoller viel/zou vallen, omdat ook het lagere deel van zijn lichaam bedekt was. En zo is hij door drie en twintig36dolkstoten neergestoken, nadat slechts n kreun bij de eerste dolkstoot zonder stem geuit was,37hoewel sommigen hebben overgeleverd dat hij aan Marcus Brutus, terwijl hij aanstormde, had gezegd Ook jij, mijn kind?38Terwijl allen uiteen vluchtten, heeft hij een tijd lang dood gelegen, totdat39drie jonge slaven hem, nadat hij op een draagstoel geplaatst was, terwijl zijn armen naar beneden hingen, naar huis gebracht. En bij zoveel wonden is er,40zoals dokter Antistius meende, geen enkele dodelijke gevonden, behalve de wond die hij als tweede41in zijn borst opgelopen had. Aan de samenzweerders was de bedoeling geweest om het lichaam van de gedode in de Tiber te slepen,42zijn goederen in beslag te nemen, besluiten ongeldig te verklaren, maar uit angst voor consul Marcus Antonius en onderbevelhebber43Lepidus hebben ze er vanaf gezien.

De brand van Rome

Het ontstaan van de brand (XIV.381-4)1Er volgde een ramp; het is onzeker door toeval of boze opzet van de keizer (want elke van beide hebben de schrijvers2overgeleverd), maar ernstiger en gruwelijker dan alle rampen die deze stad door het geweld van vuren zijn overkomen. 3Het begin is ontstaan in dat gedeelte van het circus, dat aan de bergen Palatijn en Caelius4grenzend is, waar verspreid over de winkels, waarin die koopwaar was waardoor vuur wordt gevoed,5het vuur tegelijkertijd begonnen en onmiddellijk hevig en aangedreven door de wind de lange kant van het circus heeft aangegrepen.6Noch immers huizen omheind door brandmuren of tempels omringd door muren of7iets anders van oponthoud lag er tussen. Door zijn onstuimigheid heeft de brand zich eerst uitgebreid over de dalen,8daarna zich oprichtend naar de heuvels en door wederom de lagere gedeeltes te verwoesten maakte die bestrijdingsmiddelen onmogelijk9door de snelheid van de ramp en omdat de stad kwetsbaar was door de nauwe en kronkelige straten10en door de onregelmatige huizenblokken, zoals het oude Rome was.

De reacties van de inwoners (XV.385-8)11Bovendien: jammerklachten van angstige vrouwen, mensen met een oude leeftijd of mensen van een onervaren jeugd12en degenen die voor zichzelf en degenen die voor anderen zorgden, terwijl ze zwakke mensen met zich meetrokken of op ze wachten,13een deel door/met traagheid, een deel zich haastend, belemmerden alles. En dikwijls, terwijl ze achterom keken, 14werden ze bij/aan de zijkanten of bij/aan de voorkant omsingeld, ofwel als ze naar de aangrenzende wijken waren ontsnapt, 15nadat die ook door het vuur waren aangetast, vonden ze ook de dingen die ze ver genoeg weg hadden gedacht, in dezelfde situatie.16Tenslotte onzeker wat ze moesten vermijden of nastreven, vulden ze de wegen, 17wierpen zich neer op/over de akkers; sommigen, nadat alle bezittingen waren verloren, ook het levensonderhoud voor een dag,18anderen door de gehechtheid aan hun verwanten die ze niet hadden kunnen redden, zijn, hoewel een vluchtmogelijkheid openstond, omgekomen.19En niemand durfde het vuur te bestrijden, door de talrijke dreigementen van velen die het blussen20tegenhielden, en omdat anderen openlijk fakkels gooiden en luid riepen dat aan hen een opdrachtgever was,21hetzij opdat ze vrijer plunderingen bedreven/konden bedrijven, hetzij door/op bevel.

Maatregelen van Nero (XV.39)22Nero, terwijl hij in die tijd in Antium verbleef, is niet eerder naar de stad teruggegaan dan toen23het vuur zijn paleis, waarmee hij de Palatijn en het park van Maecenas had verbonden, naderde. 24En toch kon het niet tot staan worden gebracht zodat niet n de Palatijn n het paleis en alles in de omtrek in de as werden gelegd. 25Maar als toevluchtsoord voor het opgejaagde en voortvluchtige volk heeft hij het Marsveld en de bouwwerken van Agrippa,26ja zelfs ook zijn eigen park opengesteld en heeft hij noodgebouwen laten oprichten27opdat die de berooide menigte op te vangen/die de berooide menigte moesten opvangen; levensmiddelen zijn aangevoerd vanuit Ostia28en de naburige steden en de prijs van het graan is verlaagd tot drie sestertin.29Die dingen, hoewel populistisch, liepen op niets uit, omdat het gerucht zich had verbreid30dat hij op het moment zelf van de brandende stad, zijn priv-toneel had betreden en de Trojaanse ondergang had bezongen,31de huidige ramp/ellende gelijkstellend met de oude ramp.

Het ontstaan van een tweede brand (XV.40)32Pas op de zesde dag is bij het onderste deel van de Esquilijn een einde aan de brand gemaakt,33nadat over een enorme oppervlakte gebouwen waren neergehaald, zodat een leeg terrein34en als het ware een lege hemel het onafgebroken geweld een halt toeriep. Maar nog niet was de vrees afgelegd of was de hoop was voor/bij het volk teruggekeerd: 35wederom heeft het vuur om zich heen gegrepen op de meer open plaatsen van de stad; en daardoor was de vernietiging van mensen(levens) minder,36maar tempels van goden en zuilengangen, voor ontspanning bestemd, zijn over een uitgestrekter gebied ingestort.37En deze brand had meer van schande, omdat die op de stukken grond van Tigellinus in de Aemiliana was uitgebroken38en (omdat) Nero roem scheen te zoeken van het stichten van een nieuw stad en die naar/met zijn eigen naam te noemen / om een nieuwe stad te stichten en (die) met/naar zijn naam te noemen.39Rome wordt, zoals jullie weten, in veertien wijken verdeeld, waarvan er vier40ongeschonden bleven, (maar) drie tot op de grond verwoest waren: voor/in de zeven overige (wijken) waren weinig sporen van huizen 41over, gehavend en halfverbrand.