VERGUNNINGEN TOEZICHT EN HANDHAVINGSBELEID ... BIJLAGE 1 Prioriteitenmatrix Toezicht en Handhaving...

download VERGUNNINGEN TOEZICHT EN HANDHAVINGSBELEID ... BIJLAGE 1 Prioriteitenmatrix Toezicht en Handhaving 2015

of 67

  • date post

    15-Jun-2021
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of VERGUNNINGEN TOEZICHT EN HANDHAVINGSBELEID ... BIJLAGE 1 Prioriteitenmatrix Toezicht en Handhaving...

Het doel van handhaving van de fysieke leefomgeving is de naleving van wet-en regelgeving die betrekking heeft op die fysiekeHoofdstuk 1 Inleiding ...........................................................................................................................4
Hoofdstuk 2 Prioriteiten en doelstellingen ..................................................................................... 10 2.1 Prioriteitenmatrix voor toezicht op en handhaving van alle wettelijke taken en toetsingsmatrix beoordeling aanvragen ............................................................................................ 10 2.2 Evaluatie uitvoeringsprogramma’s ....................................................................................... 10 2.3 Speerpunten college: Collegeakkoord 2014-2018 “Aan de wind” ......................................... 11 2.4 Doelstellingen en probleemstelling ........................................................................................ 11
Hoofdstuk 3 Vergunningverlening ................................................................................................... 14 3.1 Soorten procedures ............................................................................................................... 14 3.2 Visie op vergunningverlening ................................................................................................ 16 3.3 Indieningvereisten.................................................................................................................. 16 3.4 Objectieve criteria voor beoordelen aanvragen omgevingsvergunning ................................ 16 3.5 Uitgangspunten bij beoordeling van meldingen .................................................................... 18 3.6 Activiteit bouwen .................................................................................................................... 19
3.6.1 Toets aan bestemmingsplan ......................................................................................... 19 3.6.2 Toets aan redelijke eisen welstand ............................................................................... 19 3.6.3 Toets aan Bouwbesluit .................................................................................................. 19
3.7 Activiteit afwijken bestemmingsplan ..................................................................................... 20 3.7.1 Bestemmingsplanbeleid ................................................................................................ 20 3.7.2 Afwijkingsbeleid ............................................................................................................. 20
3.8 Activiteit wijzigen monument ................................................................................................. 21 3.9 Activiteit slopen en sloopmelding .......................................................................................... 21 3.10 Activiteit aanlegwerkzaamheden ........................................................................................... 22 3.11 Activiteit “brandveilig gebruik” en gebruiksmelding ............................................................... 22 3.12 Activiteit vellen houtopstanden .............................................................................................. 23 3.13 Intrekken vergunningen en ontheffingen .............................................................................. 24
Hoofdstuk 4 Vormen van toezicht.................................................................................................... 25 4.1 Vergunningsgericht toezicht ................................................................................................. 25 4.2 Objectgericht toezicht ............................................................................................................ 25 4.3 Gebiedsgericht toezicht ......................................................................................................... 26 4.4 Signaal toezicht ..................................................................................................................... 26
Hoofdstuk 5 Prioriteitenmatrix toezicht en handhaving ............................................................... 27 5.1 Opzet matrix .......................................................................................................................... 27 5.2 Negatief effect ........................................................................................................................ 27 5.3 Kans op niet-naleven, het naleeftekort .................................................................................. 27 5.4 Bepaling en uitvoering van de prioriteiten ............................................................................. 28 5.5 Wat heeft prioriteit? ............................................................................................................... 30
Hoofdstuk 6 Handhavingsinstrumenten ......................................................................................... 35 6.1 Preventieve instrumenten ...................................................................................................... 35 6.2 Repressieve instrumenten ..................................................................................................... 35 6.3 Gedogen ................................................................................................................................ 37 6.4 Nalevingsstrategie en doelgroepen ....................................................................................... 37
6.4.1 Welke doelgroepen? ...................................................................................................... 37 6.4.2 Welke nalevingsstrategie? ............................................................................................. 38
Hoofdstuk 7 Planning & Control cyclus .......................................................................................... 39 7.1 Rol begroting ......................................................................................................................... 39
3
BIJLAGEN
BIJLAGE 2 Landelijk Toetsprotocol Bouwbesluit 2012
BIJLAGE 3 Sanctie beleid Markten Gemeente Huizen 2013
4
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
Voor u ligt de beleidsnota vergunningen, toezicht en handhaving omgevingsrecht (hierna: VTH beleid) voor de periode 2015-2019. Het gaat hier om de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de wet- en regelgeving voor de bebouwde en onbebouwde (leef)omgeving. Dit beleid is gebaseerd op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Wabo heeft als doel de kwaliteit van de (leef)omgeving te beschermen en waar mogelijk te verbeteren. De Wabo is een procedurewet. De onderliggende wetten¹ blijven onverkort van kracht. Dit beleid is integraal van karakter. Het ziet vanwege de nauwe relatie met de leefomgeving en om organisatorische redenen ook op het toezicht en de naleving van die onderdelen van de Drank- en horecawet, de APV en de marktverordening die de drank en horeca betreffen en de artikelen in de APV over evenementen, reclame-uitingen, driehoeksborden en dergelijke. Het beleid is opgesteld voor de periode 2015-2019 en wordt in 2019 geëvalueerd en zo nodig aangepast vastgesteld. Voor de periode is aansluiting gezocht bij de vierjaarlijkse collegewisselingen. De ervaring leert dat een nieuw college, naast de vaststelling van een collegeprogramma, tijd nodig heeft om vertrouwd te raken met de vergunningverlening, het toezicht op en handhaving van het omgevingsrecht en zodoende beter in de gelegenheid is een herzien beleid vast te stellen. Het college laat de vergunningverlening aan inwoners en bedrijven extern evalueren en komt waar nodig met voorstellen om deze te verbeteren en te vereenvoudigen. De evaluatie en de voorstellen worden voorgelegd aan de gemeenteraad in 2015. Als die consequenties hebben voor de beleidsnota die nu voorligt, dan wordt de beleidsnota eerder dan 2019 opnieuw aangepast en opnieuw vastgesteld.
1.1 Samenvatting Waar gaat deze nota over?
Deze nota bevat het gemeentelijk beleid over: 1. de werkwijze van de gemeente bij de vergunningen, het toezicht op en de handhaving van de
regels over de leefomgeving; 2. de werkwijze van de gemeente bij het toezicht op en de handhaving van de regels voor het
gebruik van alcohol door minderjarigen; 3. de werkwijze van de gemeente bij handhaving van de openbare orde en geluidsoverlast bij
evenementen en horeca en het toezicht op en de handhaving van de regels voor markten. Leefomgeving, hoever reikt dat?
De reikwijdte hierbij is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, afgekort als de Wabo. Dat is een overkoepelende wet voor bouwen, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Bij de evenementen en de markten in deze nota gaat het om de regels in de APV en de marktverordening. Bij het alcoholgebruik door jongeren, de openbare orde en geluidsoverlast gaat het om de regels van de Drank en horecawet en de regels in de APV. Waarom doen we dit, wat is het nut van deze nota? De wetgever (Wabo) eist dat voor de onderdelen toezicht en de handhaving. De wetgever legt die verplichting bij het college met daaraan gekoppeld de eis dat het beleid ter kennisname aan de raad wordt gebracht. Ook komt er nieuwe wetgeving aan waarbij de wetgever dat ook verplicht stelt voor vergunningen. Het college wil daar met deze nota op vooruitlopen.
5
Een nota dus over processen die van stap tot stap beschrijft hoe in de gemeente wordt gewerkt op deze terreinen. Het gemeentelijk beleid in een notendop
In Huizen wordt gewerkt volgens de voorgeschreven procedures en binnen de termijnen zoals die wettelijk zijn vastgelegd. In de nota zijn doelstellingen opgenomen. Het collegeakkoord 2014-2018 “Aan de wind” en de mate van risico op onherstelbare schade aan natuur, mens en dier zijn hiervoor de basis. Het is bedoeling om deze nota, de nota over de processen, elke vier jaar te actualiseren. Doordat het collegeakkoord hiervoor mede bepalend is, is het logisch het moment telkens een jaar na een collegewisseling te laten plaatsvinden. Op landelijk niveau wordt gewerkt aan wetgeving waarbij inhoudelijke eisen aan personeel en aan processen worden gesteld, de Wet VTH taken. Daarnaast wordt op landelijk niveau gewerkt aan wetgeving om zowel de toetsing van bouwplannen als het toezicht in meer of mindere mate onder te brengen bij private partijen, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Die ontwikkelingen zijn nu volop in gang, maar het is nog niet concreet genoeg om daar ook op gemeentelijk niveau te anticiperen. Zodra dat concreet wordt kan het nodig zijn deze nota aan te vullen en aan te passen. In dat geval wordt een nieuw collegeprogramma niet afgewacht. Aansluitend op deze nota stelt het college een uitvoeringsprogramma vast. Daarin wordt concreet vastgelegd wat het aankomende jaar specifiek de aandacht heeft. Het uitvoeringsprogramma bevat dus inhoudelijke en gedetailleerde keuzes. Denk hierbij bijvoorbeeld aan controles brandveiligheid van alle bejaardentehuizen en alle scholen. _____________________________________ ¹ Handhaving van de (leef)omgeving heeft betrekking op een breed scala aan wet- en regelgeving: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer (Wm) en hieruit voorvloeiende besluiten, de Wet bodembescherming (Wbb, incl. het Besluit Bodemkwaliteit), de Wet ruimtelijke ordening, de Monumentenwet, Flora en Faunawetgeving, Natuurbeschermingswet, de Woningwet, (incl. bouwverordening, Bouwbesluit, Welstandsnota) en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
6
1.2 Aanleiding De aanleiding voor dit VTH beleid is als volgt:
1) De provincie Noord-Holland heeft in het kader van het interbestuurlijk toezicht in januari 2015 een audit uitgevoerd bij de gemeente Huizen en de taakuitvoering door de gemeente Huizen op het gebied van de handhaving van omgevingsregels (inclusief ruimtelijke ordening) en externe veiligheid onderzocht. Conclusie hiervan is dat procesmatig sprake is van een adequaat niveau. Wel zijn de volgende verbeterpunten meegegeven: 1. heldere en meetbare doelstellingen formuleren, bij voorkeur gekoppeld aan de gestelde
prioriteiten; 2. een doelgroepenanalyse aan de hand waarvan inzicht wordt gegeven voor welke
doelgroep welke nalevingsstrategie wordt gevolgd; 3. een periodieke beleidsevaluatie; 4. samenwerkingsverbanden nog meer inzichtelijk maken.
2) De gemeente Huizen beschikt over een handhavingsbeleid, dat is ook wettelijk vereist. Met de in werking treding van de Wet VTH taken (naar verwachting op 1 januari 2016) geldt dit ook voor vergunningen. Op 18 november 2013 heeft het college het “Verbeterplan implementatie kwaliteitscriteria Wabo-taken” vastgesteld, waarvan ook de vergunningverlening onderdeel uitmaakt. Dit beleid anticipeert op de nieuwe landelijke wetgeving en geeft uitvoering aan het verbeterplan (hoofdstuk 3).
3) Het college hecht aan een strikte handhaving van de openbare orde zoals geregeld in de algemene plaatselijke verordening en de Drank & Horecawet (collegeakkoord 2014-2018: “Aan de wind”).
4) Met het vaststellen van de nieuwe marktverordening en de andere daarop gebaseerde regels van Huizen in 2013 is een bewuste keuze gemaakt voor het vaststellen van een nieuw sanctiebeleid. Het toezicht is ondergebracht bij Wijkbeheer&Service. De handhaving is ondergebracht bij het team Toezicht en Handhaving. Voor een goede inbedding is verankering in het VTH beleid raadzaam.
1.3 Reikwijdte/afbakening De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna Wabo). De Wabo staat voor één loket, één bevoegd gezag, één behandelprocedure, één omgevingsvergunning, één rechtsbeschermingsprocedure en één handhavend bestuursorgaan. Het doel is minder administratieve lasten voor burgers en bedrijven, betere dienstverlening, kortere en transparantere procedures, minder toezichtsdruk en geen tegenstrijdige voorschriften. De omgevingsvergunning vervangt vijfentwintig ‘oude’ vergunningssoorten (zoals de bouw-, sloop-, gebruiks-, APV, milieu- en monumentenvergunning). Voor verschillende activiteiten is er dus maar één aanvraag en één omgevingsvergunning nodig. Ook moet de handhaving van deze vergunning zo gecoördineerd mogelijk plaatsvinden. De Wabo stelt dan ook kwaliteitseisen aan de organisatie en uitvoering van de handhaving. Deze kwaliteitseisen zijn verankerd in hoofdstuk 7 van het Besluit Omgevingsrecht (Bor). Omdat de handhaving van de verschillende regels moet worden gecoördineerd, is een integrale benadering van belang. Het lokale bestuur moet aangeven hoe zij dit doet. Integraal betekent overigens niet dat één persoon alle onderliggende wetten (zie inleiding) controleert. Al deze wetten (met hun soms complexe uitvoeringsbesluiten) zullen immers blijven bestaan, zodat deskundigheid op het gebied van bouwen (gemeente), milieu (OFGV) en brandveiligheid (BGV) naast elkaar kan blijven bestaan.
7
Daarnaast moet het gemeentebestuur aangeven waar zij op handhaaft. Dit betekent keuzes maken over wat prioriteit heeft. Het is immers niet mogelijk om elke regel voor 100% te handhaven. Dit is ook niet wenselijk omdat burgers en bedrijven in principe zelf verantwoordelijk zijn om te voldoen aan de regels. Anderzijds zijn de middelen te beperkt om alles te kunnen handhaven. Dit beleid beschrijft de keuzes die Huizen maakt bij de beoordeling van aanvragen om een omgevingsvergunning, het toezicht op de naleving van de hiervoor genoemde wetgeving en de handhaving van regels voor de (leef)omgeving. Het geeft invulling aan de taak om overeenkomstig de Wabo te handhaven (hoofdstuk 7 Besluit omgevingsrecht) en anticipeert op de wettelijke procesmatige kwaliteitseisen aan vergunningen. Er komt een nieuwe wet, de Wet VTH, dat heeft nu nog de status van een wetsvoorstel. Daarin zijn proceseisen voor het beleid van gemeenten over het omgevingsrecht geregeld. Die wet treedt naar huidige verwachting medio 2016 in werking. Ook is inmiddels duidelijk dat de inhoudelijke kwaliteitscriteria (eisen aan opleidingsniveau personeel) niet in die wet zelf worden opgenomen, maar in een modelverordening van de VNG (toegezonden op 7 juli 2015). Daarin worden de zogenaamde ‘kwaliteitscriteria 2.1’ voor deskundigheid en beschikbaarheid opgenomen. Die zijn ontwikkeld door KPMG. Uitgangspunt daarbij is dat elke gemeente moet voldoen aan de eisen die de wetgever stelt, tenzij gemotiveerd wordt afgeweken (comply or explain). De verordening wordt vóór de inwerkingtreding van de Wet VTH aan de raad ter vaststelling aangeboden. Ook wordt op landelijk niveau gewerkt aan wetgeving om zowel de toetsing van bouwplannen als het toezicht in meer of mindere mate onder te brengen bij private partijen, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Die wetgeving is nog volop in ontwikkeling. Voor de handhaving zijn keuzes gemaakt wat meer of minder aandacht verdient. Ook is beschreven op welke verschillende manieren er toezicht wordt gehouden en welke instrumenten er beschikbaar zijn voor de handhaving. Voor de in Huizen meest voorkomende omgevingsaanvragen wordt inzichtelijk gemaakt welke stappen worden gezet bij de toetsing van die aanvragen en de procedures die worden gevolgd. Dit zijn de omgevingsaanvragen voor bouwen, afwijken bestemmingsplan, brandveilig gebruik, kappen van bomen, monumenten en aanlegactiviteiten. De concrete uitvoering van dit beleid wordt geregeld in een uitvoeringsprogramma dat separaat wordt vastgesteld. Het beschrijft de uitvoering tot op detailniveau. Alle binnen de scoop van de Wabo vallende taken, de openbare orde gerelateerde taken uit de Drank- en horecawet (geluidsoverlast en alcoholverstrekking), de algemene plaatselijke verordening (geluidsoverlast) en de marktverordening zijn opgenomen. Het beleid is vastgesteld voor een periode van vier jaar. In 2019 wordt het geëvalueerd en na eventuele aanpassing opnieuw vastgesteld door het college. Door dit Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid omgevingsrecht komt het Handhavingsbeleid Omgevingsrecht zoals het college dat heeft vastgesteld op 29 april 2010 te vervallen. Handhavingszaken en handhavingsprocedures die zijn opgestart voor de vaststellingsdatum van dit beleid worden afgehandeld onder de regels uit het ‘oude’ beleidsstuk. In 2008 is het toenmalige milieuhandhavingsbeleid geëvalueerd en aangepast voor de periode 2008- 2012. Op basis van goed, respectievelijk slecht naleefgedrag in de periode 2004-2007 is toen per branche de controlefrequentie verlaagd, respectievelijk verhoogd of hetzelfde gebleven. Het beleid uit 2008 voldoet aan het Besluit kwaliteitseisen milieubeheer. De kwaliteitseisen in het Bor zijn (op het punt van de milieutaak) algemener en globaler geformuleerd dan in het Besluit kwaliteitseisen
8
milieubeheer. Voortzetten van de huidige werkwijze (zoals de bedoeling is) voldoet dus ruimschoots. Slechts het noodzakelijke integrale karakter van de handhaving moet worden geborgd en dat gebeurt door het invoeren van signaaltoezicht (zie hoofdstuk 4.4). Het milieuhandhavingsbeleid 2008-2012, dat nog steeds actueel is, kan worden gezien als een nadere toelichting en detaillering van de in deze nota opgenomen handhavingstaken op milieugebied en blijft daarom in stand.
1.4 De samenwerkingspartners Provincie Noord-Holland
De Provincie Noord-Holland heeft in 2010 een dienstverleningsovereenkomst (afgekort als DVO) en een Productcatalogus samengesteld, waaraan de gemeente Huizen voor een periode van twee jaar heeft deelgenomen. Tijdens die periode heeft de gemeente Huizen geen gebruik daarvan gemaakt. Van de ruim 400 bedrijven (milieu-inrichtingen) vallen slechts twee onder provinciaal gezag, te weten Teeuwissen rioolreiniging en puinbrekerij Van de Heijden. De afspraak tussen gemeente en provincie voor die twee bedrijven is nu dat in het voorkomende geval contact wordt gezocht en te overleggen en zo nodig gezamenlijk afspraken te maken. Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) De basis voor de samenwerking met de OFGV en de brandweer (hierna) is de Wet gemeenschappelijke regelingen. De OFGV is een samenwerkingsverband tussen gemeenten in Flevoland en in de Gooi en Vechtstreek en de provincies Flevoland en Noord-Holland. Vanwege de opgave om deze taken efficiënt en effectiever uit te kunnen voeren dan de afzonderlijke partners werkt de OFGV aan een uitvoeringskader op basis van input uit de gemeenten en onder andere de Landelijke Naleefstrategie. Het uitvoeringskader moet leiden tot een eenduidige werkwijze en een professionele invulling van de adviesfunctie aan de gemeente Huizen. De gemeente bepaalt mede op basis van dit advies haar prioriteiten op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. De OFGV rapporteert aan de gemeente over het uitgevoerde toezicht. Het toezicht op de milieuwetgeving, de handhaving daarvan en de afhandeling van aanvragen om milieuvergunningen is ondergebracht bij de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek. De gemeente is wel nog steeds het loket voor milieuaanvragen, meldingen Activiteitenbesluit en klachten over milieu (geluidhinder, geurhinder, bodemverontreiniging etcetera). Klachten als gevolg van een bedrijf of evenement worden doorgestuurd en afgehandeld door de OFGV. Andere milieuklachten (veelal van en over particulieren en meldingen openbare ruimte, de MOR meldingen) doet de gemeente zelf af. In geval van gecombineerde aanvragen (bijvoorbeeld bouwen en milieu) vindt de vergunningverlening ook nog steeds door de gemeente plaats. De dienstverleningsovereenkomst met de OFGV is aangegaan tot 1 januari 2016 en wordt steeds stilzwijgend verlengd voor een periode van 3 jaar. Brandweer Gooi en Vechtstreek Tussen de brandweer Gooi en Vechtstreek en de gemeente Huizen geldt sinds 1 januari 2011 de dienstverleningsovereenkomst 'Preventie, Proactie en Externe Veiligheid'. Die overeenkomst gold voor een periode van vier jaar en is inmiddels stilzwijgend verlengd voor nogmaals een periode van vier jaar. De regionale brandweer is momenteel wel bezig een aangepast voorstel voor te bereiden, wat in de tweede helft van 2015 met de gemeenten wordt afgestemd. In de nieuwe dienstverlenings- overeenkomst worden een aantal recente regionale en landelijke ontwikkelingen verwerkt. Regionale gemeenten Voor een goede uitvoering van de in 2013 gewijzigde Drank- en Horecawet was een samenhangend preventie- en handhavingsbeleid nodig. De gemeente Huizen heeft voor het toezicht op de Drank- en Horecawet, net als een aantal andere gemeenten uit de regio met centrumgemeente Hilversum een
9
'Overeenkomst samenwerking' gesloten, die geldt tot 1 januari 2016. Evaluatie daarvan is halverwege 2015 om 'omvang en invulling van de taak na 1 januari 2016 te bepalen. Sinds 5 juli 2013 gelden er ook werkafspraken. Bij de centrumgemeente Hilversum zijn een drietal boa’s in dienst genomen die toezien op de naleving van de nieuwe Drank- en Horecawet. Onlangs heeft Hilversum dit verhoogd naar in totaal 5.5 fte. Anderhalve fte is beschikbaar voor extra inzet in de regio. Aanvragers en adviserende instanties Voor de aanvragen waar aanpassingen nodig zijn om tot een vergunbaar plan te komen, geldt de weg van het overleg met de aanvrager. Soms is dat een particulier, meestal is dat een projectontwikkelaar, een architect of een bouwkundig tekenaar. Verder wordt in al die gevallen waar de wet het advies van een externe instantie voorschrijft, het advies ook ingewonnen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het waterschap. Het voorliggende VTH beleid wordt ingebracht als de voor Huizen geldende prioriteiten, waarlangs de regionale uitvoering en samenwerking verder gestalte moeten krijgen.
1.5 Voorbereiding Ter voorbereiding op de ontwikkeling van dit beleid hebben de volgende acties plaatsgevonden:
1) Evaluatie door afdeling Omgeving van de uitvoeringsprogramma’s en resultaten handhavingsbeleid omgevingsrecht over de periode 2010-2014;
2) Contact met provincie Noord-Holland over en vraag naar handreikingen voor integraal vergunningen handhavingsbeleid omgevingsrecht van andere gemeenten en bestudering handhavingsbeleid Purmerend en beleidskader Nieuwegein (beleid over handhaving en vergunningen);
3) Bestudering modelverordening VNG kwaliteitseisen vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht, bestudering collegeakkoord 2014-2018 “Aan de wind”, bestudering servicenormen Kwaliteitshandvest, bestudering landelijke handhavingsstrategie.
Voor dit nieuwe beleid is voor het onderdeel toezicht en handhaving het bestaande handhavingsbeleid Omgevingsrecht van de gemeente Huizen de basis gebleven (vastgesteld door college op 29 april 2010). Hiervoor is gekozen omdat de ervaring leert dat het bruikbaar is en grotendeels nog steeds actueel. Het is bovendien door de provincie Noord-Holland als adequaat beoordeeld. Nieuw in het beleid zijn:
1) introductie van een expliciete beleidstermijn (advies provincie); 2) meetbare en smart geformuleerde doelstellingen, gekoppeld aan prioriteiten (advies
provincie); 3) analyse doelgroepen (advies provincie); 4) doelgroepen gekoppeld aan nalevingsstrategie (advies provincie); 5) het onderdeel vergunningen. De gemeente Huizen anticipeert daarmee op de kwaliteitseisen
die de wetgever voor het taakveld vergunningen nog in voorbereiding heeft. Die eisen zijn nog in ontwikkeling, ze zijn daarom nog niet duidelijk. Dat in aanmerking genomen, is bij het opstellen van het beleid het motto geweest om alvast op te nemen wat we hebben. Bij de volgende evaluatie wordt opnieuw bekeken of de wettelijke eisen al duidelijk zijn en zo ja, dan wordt zo nodig het VTH beleid daarop aangepast en/of aangevuld.
6) het toezicht op en de handhaving van de Drank en Horecawet, de algemene plaatselijke verordening waaronder de artikelen over de drank en horeca en de marktverordening.
Voor zowel vergunningen als toezicht en handhaving is inmiddels sprake van geautomatiseerde processen en gestandaardiseerde documenten (Key2vergunningen en MPM).
10
HOOFDSTUK 2 PRIORITEITEN EN DOELSTELLINGEN
De gemeente Huizen heeft het advies van de provincie om meetbare doelstellingen te formuleren ter harte genomen. We doen dat aan de hand van de prioriteitenmatrix die voor het toezicht op en de handhaving van alle wettelijke taken is opgesteld, een prioriteitenmatrix voor de toetsing van aanvragen, het huidige collegeprogramma en de evaluatie binnen de afdeling Omgeving van de uitvoeringsprogramma’s over de periode 2010-2014.
2.1 Prioriteitenmatrix voor toezicht op en handhaving van alle wettelijke taken en toetsingsmatrix beoordeling aanvragen Het is niet mogelijk om alle regels voor 100% te toetsen of voor 100% te handhaven. Bestuurlijke keuzes zijn daarom nodig. De keuzes voor het toezicht en de handhaving zijn gemaakt met behulp van een prioriteitenmatrix. Die matrix is afkomstig uit het…