VEILIG THUIS WONEN - maatregelen treffen. Tijdens een keukentafelgesprek of huisbezoek kunt u...

Click here to load reader

download VEILIG THUIS WONEN - maatregelen treffen. Tijdens een keukentafelgesprek of huisbezoek kunt u hulpvragers

of 14

  • date post

    23-May-2020
  • Category

    Documents

  • view

    1
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of VEILIG THUIS WONEN - maatregelen treffen. Tijdens een keukentafelgesprek of huisbezoek kunt u...

  • In gesprek over valpreventie en brandveiligheid

    VEILIG THUIS WONEN

  • Brandveiligheid Voorkomen van vallen pagina 2 van 14

    INLEIDING Ouderen zijn bijna 3 keer vaker het slachtoffer van een fatale woningbrand dan de gemiddelde inwoner in Nederland. In 2016 bezochten 96.000 65-plussers de spoedeisende hulpafdeling van een ziekenhuis na een val. Met verschillende maatregelen kunnen mensen zelf veel doen om vallen te voorkomen en hun huis zo brandveilig mogelijk te maken. Als Wmo-consulent of medewerker van een wijkteam komt u veel bij mensen thuis. U kunt een grote rol spelen om mensen alert te maken op val- en brandpreventie.

    Als wijkteammedewerker of Wmo-consulent heeft u tijdens een keukentafel- gesprek veel te bespreken. Brandveiligheid en valpreventie zijn aspecten die daarbij horen. Deze handreiking vertelt u waar u op kunt letten om risico’s in te schatten. Daarnaast vindt u tips en gesprekspunten die u helpen om het ge- sprek over brandveiligheid en valpreventie gestructureerd uit te voeren.

    VOORBEREID OP HUISBEZOEK Wie zelfstandig woont, is zelf verantwoordelijk voor zijn of haar veiligheid. Bewoners moeten op basis van de eigen beperkingen en woonsituatie zelf maatregelen treffen. Tijdens een keukentafelgesprek of huisbezoek kunt u hulpvragers hiervan bewust maken en advies geven. Als Wmo-consulent en wijkteammedewerker is het goed om:

    • Te weten wat er in uw gemeente is geregeld rondom vergoedingen vanuit de Wmo en de Blijversregeling (een gunstige lening om een woning levensloop- bestendig te maken).

    • Te weten wie de contactpersoon is bij de regionale brandweer voor advies in bepaalde situaties (de brandweer is onderdeel van een van de 25 Veiligheids- regio’s).

    • Kennis te hebben van de sociale kaart; weten waar u naar kunt doorverwijzen voor valpreventie, beweegprogramma’s (veelal bieden thuiszorgorganisaties, welzijnsorganisaties of fysiopraktijken valpreventieprogramma’s aan).

    • Contact op te nemen met de woningcorporatie, zorgaanbieder of brandweer als u risico’s signaleert die aangepakt moeten worden.

    DIT ZEGT DE OVERHEID De meeste mensen die behoefte hebben aan zorg en/of ondersteuning willen graag zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Het kabinets- beleid is hier ook op gericht, bijvoorbeeld in de doelstellingen van de wet langdurige zorg. Het aspect (brand)veiligheid is hierbij een belang- rijk aandachtspunt. Zo wordt in de kamerbrief van 4 juni 2014 (Kamer- stuk 32 847, nr. 121) over de transitieagenda langer zelfstandig wonen aangegeven dat het langer zelfstandig wonen lokaal maatwerk is en zoveel mogelijk regionaal en lokaal georganiseerd dient te worden. ‘Het is dan ook aan de gemeenten om aandacht te geven aan brandveilig- heid bij zelfstandig wonende ouderen. Zo kunnen zij informatieavonden organiseren, brandveiligheid ter sprake brengen bij het keukentafelge- sprek als mensen een verzoek doen voor ondersteuning in het kader van de Wmo 2015 of als ze een huisbezoek brengen de brandveiligheid ook bekijken.’ (brief Tweede Kamer, december 2017)

  • Brandveiligheid Voorkomen van vallen pagina 3 van 14

    IN GESPREK MET UW CLIËNT Gaat u op huisbezoek of gaat u een keukentafelgesprek voeren en signaleert u risico’s voor brand of vallen? Lees dan deze tips:

    • Neem de tijd voor het gesprek. Zorg dat u rust en vertrouwen uitstraalt. Vraag eerst hoe het met de hulpvrager gaat. Maak contact en begin niet meteen over risico’s in huis te praten.

    • Vraag of zij iemand kennen die onlangs is gevallen in huis of dat zij iemand kennen die een woningbrand heeft meegemaakt. Vraag ook of zij meer kunnen vertellen: Hoe is dit gebeurd? Welke gevolgen had dit voor die persoon? Wat is ondernomen om een tweede voorval te voorkomen?

    • Vraag wat iemand zelf lastig vindt in en om het huis. Wat doet iemand nog wel, maar zou hij of zij liever door iemand anders laten doen? Praat door op wat wordt aangedragen. Vraag naar welke oplossingen mogelijk zijn.

    • Sluit op een positieve manier aan op wat ouderen en mensen die minder vitaal en oplettend zijn belangrijk vinden. Aansluiten doet u door te praten over: gezondheid, fitheid, mobiliteit, balans, onafhankelijkheid en zelfvertrouwen.

    • Voer het gesprek samen met een naastbetrokkene, zoals een partner, zoon of dochter. Ouderen en mensen die minder vitaal en oplettend zijn, hebben minder mogelijkheid om in actie te komen. Zij onthouden minder wat ze kunnen doen en wat ze moeten regelen. Stuur aan op afspraken tussen uw cliënt en zijn naaste(n).

    • Sluit het gesprek af door de afspraken te herhalen; Wat doet uw cliënt? Wat doet de naastbetrokkene? Wat doen zij samen, en wat doet u?

    • Maak een vervolgafspraak om te kijken wat er geregeld is of nog moet worden geregeld.

    BELANGRIJK! Lees u zelf in over welke maatregelen cliënten kunnen nemen om brand en vallen te voorkomen. Maak gebruik van een checklist tijdens het gesprek.

    Onder ‘Informatie’ vindt u bronnen en checklists die u kunt gebruiken voor het gesprek over zowel het voorkomen van brand als over het voor- komen van vallen.

  • Brandveiligheid Voorkomen van vallen pagina 4 van 14

    BRANDVEILIGHEID FEITEN EN CIJFERS De top vijf van meest voorkomende oorzaken van woningbrand zijn koken, stoken (schoorsteen), elektrische apparaten (bijvoorbeeld de wasdroger), elektra (gebruik van verlengsnoeren, stekkers, snoeren e.d.) en roken.

    Er zijn meer dan 100.000 woningbranden per jaar. Daarbij komen tussen de 30 en 40 mensen om het leven. Ouderen zijn bijna 3 keer zo vaak het slachtoffer van een fatale woningbrand als de gemiddelde inwoner in Nederland.

    Niet alleen ouderen Niet alleen bij ouderen kan er meer risico zijn op brand. Ook bij andere mensen die minder zelfredzaam zijn, kunnen de risico’s groot zijn. Denk aan personen met ggz-problematiek of mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking.

    Risico’s Er zijn een aantal belangrijke risico’s die een huis minder brandveilig maken. Zo zijn er risicofactoren waar iets aan kan worden gedaan, zoals verouderde woningen, verouderde (slechte) apparatuur, roken, koken (op gas), de ont- vluchtingsmogelijkheden, de plaats en het onderhoud van rookmelders.

    Daarnaast zijn er sociale risicofactoren: ouderen en andere minder zelfredzame mensen die alleen wonen, hebben een hogere kans op brand(wonden). Hebben mensen ook nog een verzamelwoede (hoarding), dan maakt een combinatie van deze aspecten het risico op een brand groter.

    Gevolgen Een woningbrand heeft een grote impact en werkt ontwrichtend voor de men- sen die het meemaken. Een brand ontwikkelt zich razendsnel. Een klein brandje kan binnen drie minuten uitmonden tot een volledige brand in een ruimte of hele woning. De rook die vrijkomt, is giftig en bij inademing levensgevaarlijk. Zelfs een kleine brand kan al veel schade veroorzaken. Niet alleen, omdat spul- len kunnen verbranden, maar ook, omdat rook en roet door het hele huis scha- de veroorzaakt aan allerlei materialen.

    Na een brand is een woning vaak voor langere tijd niet bewoonbaar, bijvoor- beeld door roetschade. Niet alleen een afgebrand huis vraagt veel organisatie. Ook een huis met alleen brandschade vraagt veel: naast het verwerken van het trauma moeten allerlei zaken geregeld worden.

    Brandveiligheid houdt in dat: 1. de bewoner (maar ook de eigenaar van het pand en de brandweer) goed

    is voorbereid op het voorkomen van brand en op het handelen als er toch brand uitbreekt;

    2. uitbreiden van brand kan worden voorkomen; 3. als er toch brand uitbreekt, dat dit snel wordt ontdekt en dat de bewoner

    weet wat te doen.

    https://www.ifv.nl/kennisplein/Documents/20150430-ba-nebrst-invloed-vergrijzing-op-brandveiligheid-deelrapport-1.pdf http://vebon-novb.nl/nl/handige-informatie/feiten-en-cijfers/feiten-en-cijfers-branden

  • Brandveiligheid Voorkomen van vallen pagina 5 van 14

    CHECKLIST: Wat kunt u signaleren? Welke tips en adviezen kunt u geven? Let vooral op de risico´s in huis, maar bespreek ook het gedrag van de cliënt. Gebruik hiervoor een checklist, zodat u niets vergeet.

    Voorbeelden van checklists zijn te vinden in de handelingskaart en een brochure voor ouderen.

    Risico op ontstaan van brand verkleinen; waar kunt u op letten? ✓ Zijn er werkende rookmelders in huis? ✓ Waarop kookt uw cliënt? ✓ Heeft uw cliënt een schoorsteen en wordt deze gebruikt? ✓ Welke elektrische apparaten zijn in huis? ✓ Is het elektra in goede staat en op een juiste manier in gebruik? ✓ Rookt uw cliënt? Ziet u rookplekken? ✓ Staat het huis erg vol? ✓ Is er een traplift aanwezig?

    Kijk onder andere in de brochure ‘Brandveiligheid, samen onze zorg’ om te zien wat risico’s zijn.

    Als er brand uitbreekt; wat kunt u bespreken? ✓ Weet de cliënt hoe hij zijn huis kan ontvluchten? ✓ Heeft de cliënt bij brand een werkende telefoon om buiten 112 te bellen? ✓ Is er hulp van anderen nodig als er brand uitbreekt? ✓ Weet de cliënt dat het belangrijk is om ramen en deuren gesloten te houden

    bij brand? Zeker als het niet lukt om te vluchten. Zo blijft giftige rook nog enige tijd buiten.

    Een traplift betekent dat uw cliënt minder mobiel is en dat er waar- schijnlijk aanvullende maatregelen nodig zijn. Bespreek deze casus in uw wijkteam en breng in kaart wat er geregeld kan worden en wie u daarbij kunt inschakelen.

    TIPS

    Schakel de regionale brandweer in bij situaties met grote risico’s. Deskundigen kunnen huisbezoeken doen, risico’s signaleren, afspraken maken en aanpassingen uitvoeren.