UT Nieuws Magazine November

of 40 /40
www.utnieuws.nl Onafhankelijk magazine van de Universiteit Twente jaargang 02 - nummer 09 - november 2012 Hans Heerkens > ‘Ben ik ijdeler dan anderen?’ Onderwijs > Towking Inglisj Opinie > Amerikaanse verkiezingen Special > Alles is WATER!

description

Het novembernummer van UT Nieuws Magazine.

Transcript of UT Nieuws Magazine November

Page 1: UT Nieuws Magazine November

www.utnieuws.nlOnafhankelijk magazine van de Universiteit Twente

jaargang 02 - nummer 09 - november 2012

Hans Heerkens >

‘Ben ik ijdeler dan anderen?’

Onderwijs >Towking

Inglisj

Opinie >Amerikaanseverkiezingen

Special >Alles is WATER!

Page 2: UT Nieuws Magazine November

Je groeit harder met de juiste begeleiding.Academisch toptalent Met de keuze voor je eerste werkgever wil je je cv natuurlijk een flinke boost geven.

Als jij droomt van een topbaan bij een multinational of de overheid, heeft Deloitte daarvoor de beste tools in huis.

Zo zijn veel topbestuurders in Nederland hun carrière begonnen bij Deloitte. Bij ons werk je namelijk vanaf dag één

samen met ervaren collega’s aan uiteenlopende projecten voor toonaangevende organisaties in diverse branches.

Die brede ervaring vullen we aan met ontwikkelprogramma’s die worden afgestemd op jouw persoonlijke

carrièredoelen. Waardoor de kans groot is dat je kwaliteiten al snel ook buiten Deloitte opgemerkt worden.

Zoek jij de beste start van je carrière? Begin eerst hier: werkenbijdeloitte.nl.

Page 3: UT Nieuws Magazine November

UT NIEUWS 09|2012 3

Nieuws

Van de redactieIn dit nummerHeeft u een droom? Ik hoop het van harte

voor u. Mensen met dromen zijn veelal

mensen met passie. Op de campus van de

UT hoeven we die gelukkig niet met een

lampje te zoeken. Neem nou universitair

docent Hans Heerkens (pagina 4 t/m 7).

Zijn jongensdroom? Piloot worden. Dat kon

helaas niet, vanwege gezondheidsrede-

nen. Maar het heeft Hans niet belemmerd

zijn hele leven in dienst te stellen van de

luchtvaart. Met passie praat hij in dit num-

mer van UT Nieuws over alles dat vliegt.

Een vrouw met passie is zeker ook onder-

zoekster Loes Segerink, die in oktober de

Simon Stevin Gezelprijs won voor haar

thuistest voor sperma-onderzoek (pagina

16). Ze geeft gastcolleges op haar oude

middelbare school in Oldenzaal en hoopt

leerlingen te inspireren tot het kiezen van

een technische studie.

Maarten Luther King had ook een droom.

I have a dream, sprak hij in 1963 en die

historische woorden gingen de geschiede-

nisboeken in. Opinieredacteur Marten de

Jongh van de Twentsche Courant Tubantia

schreef een gastcolumn (pagina 23) over

de naderende Amerikaanse presidentsver-

kiezingen en vraagt zich af hoe historisch

‘historisch’ is. UT Nieuws heeft deze

maand meerdere pagina’s gewijd aan

de naderende presidentsverkiezingen in

Amerika (pagina’s 22 t/m 27). We vroegen

enkele Amerikanen op de UT naar hun

stemgedrag, interviewden Stijn van Ewijk,

die campagne voerde in the States voor

Obama én voor Romney. We spraken ook

met mediapsycholoog Ard Heuvelman

over de verschillen tussen Nederlandse

verkiezingen en Amerikaanse. Een mooie

productie.

Tot slot waart er op de UT ook nog een col-

lectieve droom rond. We willen graag dat

iedere docent vlekkeloos Engels spreekt.

De lat ligt hoog en er wordt regelmatig ge-

mopperd. Toen we wat dieper in de mate-

rie doken (zie pagina 8&9), ontdekten we

dat ‘perceptie een belangrijke rol speelt in

de beoordeling van de Engelse spreekvaar-

digheid.’ Kortom, vlekkeloos Engels op de

campus? Keep on dreaming!

Ditta op den Dries, hoofdredacteur.

Hans Heerkens > 4 – 7 Achtergrond: Engelse taal > 8 – 9 Economie: Spinoff’s Curacao > 12 Update Solarteam > 13 Interview Loes Segerink > 16 Sport: cardiotennis > 17 Herfstfoto > 20 – 21 Amerikaanse verkiezingen > 22 – 27 Interview Loe Laufer > 28 – 29 Cultuurpagina > 30 – 31 Cultuur: wederopstanding Nest > 32 P-Nut > 33 International: PhD: Liang Ye, Junwen Luo and Wenlong Chen > 36 ExpatLens: Evisa Kica > 37 Twenty Twente Tweets > 38

Interview I Alumna Wendy Grouve > 10 – 11

Interview I Jacques Troch > 18 – 19

Reportage I Bootcamp > 14 – 15

International I Hit the road Jack > 34 – 35

Onafhankelijk maandblad voor personeel en studenten van de Universiteit Twente. Jaargang 02. Verschijnt donderdag op de campus; vrijdag/zaterdag buiten de UT. Oplage: 8.000 exemplaren.

Redactie-adres:Gebouw De Vrijhof Kamers 535, 537, 539, 541, 543. De Veltmaat 5, 7522 NM Enschede Postadres:Postbus 217, 7500 AE EnschedeTelefoon: (053 – 489) 2029zie verder onder redactieE-mail redactie: [email protected]: http://www.utnieuws.nlof via de homepage van de UTTwitter: @UTNieuwsRedactie:Ditta op den Dries (hoofdredacteur, (053 - 489) [email protected]

Paul de Kuyper (053 – 489) [email protected] Maaike Platvoet (053 – 489) [email protected] Sandra Pool (053 – 489) [email protected]:Brigitte Boogaard (053 – 489) 2029 [email protected] medewerkers:Marloes van Amerom, Leanne Benneworth, Mo Cor-nelisz, Rayke Derksen, Maaike Endedijk, Jan Kinsey, Simone Kramer, Ruben Libgott, Mariska Roersen, Beer Sijpesteijn, Thijs Spruijt, Jochem Vreeman. Internetbeheer: WAME – Websites, Applicaties, Advieswww.wame.nlFoto’s:Rikkert Harink, Arjan Reef, Gijs van Ouwerkerk, Redactieraad:M. Driesprong, dr. A. Heuvelman, drs. J.W.D. ter Hellen, prof. dr. A. Need, dr. O. Peters (voorzitter). Regionale advertenties:TwentyFifty, Postbus 652, 7500 AR Enschede

Tel. 053 – 4609007. Site: www.twentyfifty.nlE-mail: [email protected] op aanvraag.Advertenties:Bureau Van Vliet BV, Postbus 20, 2040 AA Zandvoort Tel. 023 – 5714745. Site: www.bureauvanvliet.comE-mail: [email protected] Advertentietarieven op aan vraag.HOP:UT Nieuws is aangesloten bij het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP). Adreswijzigingen:Abonnees (ook studenten) dienen deze schriftelijk door te geven aan de redactie UT-Nieuws Postbus 217, 7500 AE Enschede of per e-mail: [email protected]. Stage of buitenlands studieverblijf: studenten die op stage gaan of in het buitenland gaan studeren kunnen het UT-Nieuws magazine op schriftelijk verzoek opgestuurd krijgen. Wie prijs stelt op deze (gratis) service zendt een adreswijziging naar de redactie o.v.v. faculteit, stagelocatie en periode (zo nauwkeurig mogelijk).

Kopij: Nieuws voor het UT-Nieuws magazine en de website naar: [email protected]. Abonnementen: Jaarabonnement: 44 euro. Abonnementen schriftelijk aan te vragen met vermelding van naam, adres, post-code, plaats, telefoonnummer en bank-/girorekening. Abonnementen kunnen maandelijks ingaan. Betaling via factuur. Het jaarabonnement wordt automatisch verlengd, tenzij men minimaal 1 maand voor afloop van de abonnementsperiode schriftelijk opzegt.Concept, vormgeving en realisatie: Wegener SpeciaalMediawww.wegenerspeciaalmedia.nlBezorging Campus: Motorsportgroep UT, Richard van Schouwenburg en Petra Kuipers, tel. 053-4892029. E-mail: [email protected] Copyright UT-Nieuws:Auteursrecht voorbehouden. Het is verboden zonder toestemming van de hoofdredacteur artikelen schema’s foto’s of illustraties geheel of gedeeltelijk over te nemen en/of openbaar te maken in enigerlei vorm of wijze.

Colofon

Page 4: UT Nieuws Magazine November

4 UT NIEUWS 09|2012

Page 5: UT Nieuws Magazine November

TEKST: PAUL DE KUYPER | FOTO’S: RIKKERT HARINK >

Een goede fles wijn beloofde collegevoorzitter

Anne Flierman een aantal jaar geleden aan iedere

UT-medewerker die erin slaagde de universiteit op

een positieve manier in de media te noemen. Hans

Heerkens (1958) kreeg inderdaad zijn wijn, maar

‘kennelijk bedoelde hij een fles per persoon en niet

per media-optreden’. Was dat het geval geweest,

dan had Heerkens inmiddels een slijterij kunnen

openen of op zijn minst al zijn collega’s van de fa-

culteit MB kunnen uitnodigen voor een uitgebreide

proeverij.

In zijn smalle werkkamer in Ravelijn staan drie

modelvliegtuigen in de vensterbank. Boven het

opgeruimde bureau hangen naast een foto van een

Spitfire-jachtvliegtuig drie oorkondes. Drie jaar

op rij won Heerkens de ‘MB in de Media-prijs’. Hij

is een van de uithangborden van de UT op zowel

radio en tv als in de kranten. Stort er een vliegtuig

neer of landt er een naast de baan, dan bellen ze

of luchtvaartdeskundige Benno Baksteen of Hans

Heerkens. Maar hij geeft ook commentaren in de

JSF-discussie, licht fusies van luchtvaartmaat-

schappijen toe en geeft uitleg als Airbus met een

nieuw en groter toestel op de markt komt.

‘Waarom komen ze bij mij? Ik ben een beetje een

alleseter. Ik weet over alle onderwerpen wel iets

te vertellen. Nooit zoveel als een specialist. Media

zouden altijd een specialist kunnen vinden die

er meer vanaf weet dan ik. Maar ten eerste: die

moet je maar net kunnen vinden, en media hebben

haast. En ten tweede: die specialisten werken

meestal in de luchtvaartindustrie en die mogen

niet zomaar iets zeggen. Ik kan vrijuit praten.’

Zijn eerste optreden, op de radio, dateert van

1989. Het moet over het bijna failliete Fokker zijn

gegaan dat plotseling veel toestellen verkocht aan

American Airlines, reconstrueert Heerkens. Echt

veel kan hij zich er niet van herinneren. Wel hoe

hij erin rolde. ‘Sinds 1985 schrijf ik analyses voor

het vaktijdschrift Piloot & Vliegtuig. Dat gaat over

van alles. Over de JSF, maar ook over hoe je met

dwarswind het beste kunt landen. Een redacteur

van dat blad werd door een radioprogramma

gevraagd om een reactie en hij heeft hem naar mij

doorverwezen.’

Daarna werken de mediaoptredens als een soort

sneeuwbal. Van het een komt het ander. ‘Je merkt

dat als je een keer op de radio bent geweest je

weer bovenaan staat in de Rolodex van de redac-

ties. Dan bellen ze me een paar keer achter elkaar.

Een tijd later zie je Benno Baksteen meerdere

malen op tv. Dan staat hij bovenaan de lijst.’

Het liefst geeft Heerkens zijn kijk op militaire

luchtvaart. ‘Daar ligt mijn hart. Je kunt ermee over

de kop’, zegt hij lachend terwijl hij wijst naar de

Spitfire boven zijn bureau, zijn favoriete vlieg-

tuig. ‘Dat is voor mij echt een kunstwerk, meer

dan zomaar een degelijk ontwerp. De vleugel is

bijvoorbeeld net dik genoeg om bij hoge snel-

heid niet af te breken, maar toch zo dun dat ie de

optimale verhouding geeft tussen draagkracht en

weerstand. Dat allemaal berekenen kon in die tijd

helemaal nog niet, er zat dus een stukje creativiteit

en intuïtie achter. Dat vind ik prachtig. Bij de F16

heb je dat ook, die is zo uitgekiend. Het is raffine-

ment, niet alleen een sterke motor, maar ontwer-

peigenschappen die elkaar versterken. Maak die

motor maar sterk genoeg en hij komt de lucht wel

in. Dan kun je een baksteen nog laten vliegen.’

Over waarom hij zo vaak opdraaft in Hilversum is

Hij vloog al in een watervliegtuig en een straalvliegtuig, een jachtvliegtuig uit de Tweede

Wereldoorlog staat nog op zijn verlanglijstje. Een oogafwijking stond een loopbaan als

piloot in de weg, maar in Nederland weet bijna niemand meer over de luchtvaart dan

UT-docent Hans Heerkens. Met de regelmaat van de klok deelt hij die kennis via radio, tv

en kranten. ‘Ik voel me gevleid als me om mijn mening wordt gevraagd.’

‘Ik doe de media-optredens meer voor mezelf dan voor de UT’

Heerkens in het begin van het gesprek al ronduit

eerlijk. ‘Ik ben ijdel genoeg om te zeggen dat ik het

best leuk vind. Er wordt mij een mening gevraagd

om dingen die me aan het hart gaan. Dat bevredigt

eerzucht. Het is leuk als iemand geïnteresseerd

is in je mening. In de wetenschap moet je heel

objectief zijn en heel precies op je uitspraken

letten. Ik ben zorgvuldig in mijn uitspraken als ik

een interview geef, maar ik geef wel een duidelijke

mening.’

Dat het hem en passant tot een van de uithangbor-

den van de UT maakt, vindt de luchtvaartkenner

een mooie bijvangst. ‘Ik kan op deze manier een

stukje bijdragen aan de universiteit. Kennelijk

wordt dat gewaardeerd, anders zou zo’n mediaprijs

er niet zijn.’ Het UT-belang noemt hij een afge-

leide, ‘een prettige legitimering’. ‘Ik vind het altijd

mooi als ik de universiteit kan vertegenwoordigen,

maar ik zou het niet doen als ik er zelf geen zin in

had. Als het me veel extra moeite zou kosten, dan

weet ik niet of ik nog zo hard zou lopen voor de

universiteit. Er gaat een hoop vrije tijd in zitten

en soms zit ik om 6 uur in de taxi op zaterdagoch-

tend. Laat ik eerlijk wezen: dat doe ik meer voor

mezelf dan voor de UT. Ja, ik ben ijdel. Maar ben ik

ijdeler dan anderen? Dat weet ik niet. Kijk, ik zoek

het niet op, maar als iemand mij belt, dan voel ik

mij daardoor gevleid. Het zijn overigens niet alleen

media die mij benaderen. Af en toe doe ik ook mee

aan brainstormsessies over de toekomst van de

militaire en civiele luchtvaart bij bijvoorbeeld TNO

of het ministerie van Infrastructuur en Milieu.’

AfwegingsprocessenHans Heerkens is inmiddels bijna 35 jaar verbonden

aan de universiteit. Hij werd geboren in Gouda, maar

na zijn studie bestuurskunde (1978-1985) ging hij

nooit meer weg uit Twente. ‘Ik ben honkvast, niet ie-

mand die van verandering houdt. Bovendien is de UT

een heel prettige universiteit. Ik zou niet terug willen

naar het westen.’

Direct nadat hij afstudeerde kon hij aan de slag als me-

dewerker onderzoek en later als stagecoördinator en

universitair docent. Hij doet onderzoek naar bestuurs-

kundige processen in de luchtvaartsector, >

Interview

UT NIEUWS 09|2012 5

Luchtvaartdeskundige Hans Heerkens:

Page 6: UT Nieuws Magazine November

zette het vak luchtvaartindustrie op en geeft al

jaren de minor luchtvaarttechniek. Door zijn con-

tacten in de sector lukt het Heerkens om gastcol-

leges te organiseren door sprekers van bedrijven

als KLM en Lockheed Martin.

Het onderwerp voor zijn promotie in 2003 was

breder dan de luchtvaart, maar hij haalde daar

wel zijn inspiratie uit. ‘Ik maakte in mijn artikelen

wel eens vergelijkingen tussen vliegtuigen. Maar

ik dacht bij mezelf: waarom vind ik nou een F-16

beter dan een F/A-18? Is het alleen omdat de

F-16 een beetje wendbaarder is en waarom vind

ik die wendbaarheid nou belangrijk? Hoe denken

mensen eigenlijk na over de belangrijkheid van de

verschillende aspecten die bij een beslissing een

rol spelen?’

Die afwegingsprocessen vormden uiteindelijk

de kern van zijn promotieonderzoek en van de

artikelen die hij nu nog publiceert. De manier

waarop mensen nadenken over hoe belangrijk ze

dingen vinden. Volgens Heerkens kunnen we wel

meten hoe belangrijk iemand iets vindt, maar we

kunnen niet meten hoe iemand tot zo’n oordeel

komt. ‘Vaak kom je niet eens tot een oordeel. Als

je in de supermarkt groente moet kopen voor

vanavond, dan heb je de afweging ‘hoe belangrijk

zijn gezondheid en prijs’ al lang gemaakt. Boven-

dien heb je gisteren al andijvie gegeten, bloemkool

is er niet vandaag, je ziet alleen maar rodekool en

je hebt haast dus je neemt die rodekool mee. Dat

is simpel. Maar als je een straaljager wilt kopen,

wil je heel goed nadenken: de JSF is misschien

wel minder goed zichtbaar voor de radar dan zijn

concurrent de Gripen, maar hoe belangrijk vind ik

dat en waarom vind ik dat?’

Heerkens betrekt dat onderzoek overigens

lang niet alleen op de luchtvaartindustrie. Hij

geeft bijvoorbeeld colleges besluitvorming voor

militairen en burgers die bij Defensie hogerop

willen. Ook ontwikkelde hij een brede cursus

over afwegingsprocessen. ‘Ik laat mensen hardop

nadenken zodat we kunnen nagaan hoe ze dingen

afwegen. Dat doe ik bijvoorbeeld met taxibusjes.’

Hij doceert: ‘Beeld je in dat je bij een bedrijf werkt

dat taxibusjes exploiteert. Die busjes zijn oud en

versleten en er moeten nieuwe busjes komen. Jij

moet de directie adviseren over het belang van

veiligheid tegenover passagierscomfort. Als je dat

hardop denkend doet, leid ik eruit af hoe mensen

over zoiets nadenken.’

Eenvoudig is dat niet, en al helemaal niet om het

in wetenschappelijke artikelen te vatten. ‘Het is

best lastig om hier kwantificeerbare gegevens uit

te halen. Het is moeilijk hard te krijgen. Nu tien

jaar na mijn promotie begin ik het een beetje door

te krijgen.’

Heerkens heeft er weinig moeite mee dat de

mensen bij hem vooral denken aan vliegtuigen en

niet aan zijn onderzoek naar afwegingsprocessen.

‘Jammer? Nee. Het is allebei reuze-interessant. Ik

zou best willen dat bedrijven het logisch gaan vin-

den om in deze besluitvormingsinstrumenten te

investeren. Gelukkig gaan ze steeds meer het nut

ervan inzien. Het voordeel is dat ik via contacten

in de luchtvaart het onderzoek onder de aandacht

kan brengen. Zo heb ik nu een promovenda bij

KLM die hiermee bezig is.’

JongensdroomHeerkens woont in Enschede. Hij heeft twintig

jaar een vriendin, Bernadette Pol, opleidings-

coördinator bij technische bedrijfskunde op de

UT, met wie hij niet samenwoont. ‘Dat bevalt

uitstekend.’ Ze heeft een mooie boerderij op het

platteland. ‘Met twee honden en vijf ezels. Ik kan

het ontzettend goed met de honden vinden. Vrij-

dagavond eten we altijd gezamenlijk en als ik mijn

laatste hap doorslik, weten de honden dat ik met

ze ga wandelen.’

Met zijn vriendin en haar drie kinderen nam hij

ooit een cd’tje op. Hij speelt gitaar, en hij leest

graag. ‘Ik schrijf ook zelf verhalen, science fiction.

Heerlijk om op die manier bezig te zijn. Fysiek

gezien ben ik lui, maar omdat ik op het werk rati-

oneel bezig ben, doe ik graag iets creatiefs. Ieder

jaar doe ik mee aan een wedstrijd voor amateur-

schrijvers. Een paar keer is mijn verhaal opgeno-

men in een boek, maar ik heb nooit gewonnen. Ik

heb ook wel eens iets naar een uitgever gestuurd,

Interview

6 UT NIEUWS 09|2012

Page 7: UT Nieuws Magazine November

maar dat is niets geworden. Misschien probeer ik

dat nog eens.’

Verder loopt vanzelfsprekend de luchtvaart als een

rode draad door zijn vrije tijd. Eigenlijk is dat altijd

zo geweest. Hoe het gekomen is, weet hij niet. Wel

wat zijn eerste vliegherinnering was. Zijn vader

werkte voor een aannemer die in Liberia een ijzer-

mijn aanlegde. Anderhalf jaar woonde Heerkens in

de hoofdstad Monrovia, hij was toen drie. In een

Cessna, een eenmotorig sportvliegtuigje, vloog hij

met zijn ouders naar de mijn in het oerwoud.

De liefde voor de luchtvaart was geboren. Als

jongetje verslond hij vliegtuigboeken, bouwde hij

modelvliegtuigjes en vloog hij met radiografisch

bestuurbare toestellen. ‘Daar was ik niet zo’n held

in hoor. Ze crashten steeds.’ Tegenwoordig leest

hij de vakbladen, heeft hij er een onderzoeksthema

van gemaakt en schrijft hij dus voor Piloot &

Vliegtuig.

Eigenlijk had hij piloot willen worden, maar door

een aangeboren oogafwijking was die droom onbe-

reikbaar. Die afwijking is iets waar hij liever niet te

lang bij stilstaat. ‘Het is niet dat ik slecht zie. Het

kost me alleen meer inspanning. Als piloot moet je

alle instrumenten goed kunnen lezen. Bij mij is het

risico iets groter dat ik een keer een lampje mis.’

Ondanks dat heeft hij wel een brevet kunnen halen

voor ultralight- en zweefvliegtuigen. Maar het

echte werk, in de grote jongens, dat laten zijn ogen

niet toe. Hij maakt het gemis goed door luchtvaart-

shows te bezoeken en in simulatoren te vliegen.

‘Gewoon stijgen, beetje rondvliegen en weer lan-

den.’ Hij heeft er thuis een aantal op zijn computer,

maar die kunnen niet tippen aan bijvoorbeeld de

F-16-simulator in het Nationaal Lucht- en Ruim-

tevaartlaboratorium. ‘Je zit in een koepel, dus je

hebt rondom uitzicht. Als je gas geeft, word je een

beetje teruggeduwd in je stoel. Heel subtiel voel je

de bewegingen van het vliegtuig. Dat mis je thuis

achter je computer.’

Ook bijzonder was het om in een simulator met een

marinestraaljager op een vliegdekschip te landen.

‘Je zit in een cockpit met de riemen aan. Dan

ervaar je veel beter hoe het in het echt is dan in je

bureaustoel. Een beetje maar natuurlijk. Het was

mooi weer, het toestel was in orde, ik had brand-

stof genoeg. Dan is het makkelijk. In het echt is

het nog twintig keer zo moeilijk. Als je iets te laag

vliegt, knal je op de achterkant van het schip. Maar

toch, je krijgt een beetje een beeld en dat is het

leuke van zo’n simulator.’

Dankzij zijn netwerk krijgt Heerkens ook buiten-

kansjes in echte toestellen. Hij vloog al eens een

stuntvliegtuig en een watervliegtuig. Met een

oud-student die nu plaatsvervangend basiscom-

mandant is op de vliegbasis Leeuwarden mocht hij

mee in een Harvard, een trainingsvliegtuig uit de

Tweede Wereldoorlog. ‘Prachtig. Ik heb ook eens

een straalvliegtuig gevlogen. Heerlijk, je trekt de

gashendel open en je gaat. De vlucht na mij ont-

plofte trouwens de motor. Op de grond hoor, niets

ergs en weinig schade.’

‘Ik zou erg graag nog in een jachtvliegtuig uit de

Tweede Wereldoorlog vliegen. Daar zijn tweezits-

versies van. Het liefst doe ik het natuurlijk alleen,

maar dat kan nou eenmaal niet. Maar ik wil zelf

vliegen en ook helemaal zelfstandig starten en lan-

den. Dan mag er wel iemand achterin zitten als ik

maar zelf rondvlieg en ‘m weer terugbreng naar de

grond. Het is een heel prijzige onderneming, maar

dat is iets dat ik het allerliefst nog eens zou doen.

Een jongensdroom ja.’

Ondertussen houdt hij de droom levend door op

radio en tv over zijn passie te praten als om zijn

mening wordt gevraagd. Of er een vierde ingelijste

oorkonde boven zijn bureau komt, betwijfelt hij. ‘Ik

heb begrepen dat er dit jaar een UT-brede media-

prijs wordt uitgereikt. Ook daarin zal ik best hoog

eindigen, denk ik, maar het schijnt dat Dave Blank

ook veel media-exposure krijgt. Wie weet. Ik geef

al mijn mediaoptredens in ieder geval netjes op.’ |

‘Ik heb ook eens een straalvliegtuig gevlogen. De vlucht na mij ontplofte de motor.’

UT NIEUWS 09|2012 7

Page 8: UT Nieuws Magazine November

Onderwijs

TEKST: MAAIKE PLATVOET | ILLUSTRATIE: BAS VAN DER SCHOT >

De discussie over het Engelse niveau van do-

centen is natuurlijk niet nieuw. En dat beamen

Sabien van Harten, hoofd van het TaalCoördi-

natiePunt (TCP) en Marjolein Gosseling, co-

ordinator Engels binnen het TCP. ‘Zeven jaar

geleden werd er door het college van bestuur

al taalbeleid ontwikkeld met daarin eisen voor

het Engels van docenten’, zegt Van Harten. ‘De

8 UT NIEUWS 09|2012

Towking Inglisj?Towking inglisj, zo luidde de kop van het opiniestuk van UT-hoogleraar Jurriaan Huskens

op de website van UT-Nieuws. Zijn mening over de ‘oproep aan alle docenten aan de

UT om zich te laten testen op hun kwaliteiten van het Engels’, was duidelijk: absolute

onzin. Het artikel lokte veel reacties uit, met name van studenten die zich op hun beurt

beklaagden over het slechte niveau Engels van de docenten. Maar is dat Engelse niveau

van de UT-docent wel echt zo belabberd? En moeten ze dan op verplichte cursus of niet?

Page 9: UT Nieuws Magazine November

vraag waar het om draait is: voldoen mensen

nu aan die eis?’

Het TaalCoördinatiePunt heeft de afgelopen

jaren veel geïnvesteerd in het toetsen van de

door het CvB opgelegde eis dat docenten op

het zogenaamde C1-niveau behoren te zitten.

Op dit niveau kunnen medewerkers in een

academische omgeving zich goed, en dus ook

vakinhoudelijk, uitdrukken in het Engels. Ter

vergelijking, mensen die functioneren op een

A-niveau zijn alleen in staat om in het Engels

over ‘huis-tuin- en keukengerelateerde’ zaken

te communiceren.

In het taalbeleid is het zo geregeld dat facultei-

ten zelf de docenten selecteren die in aanmer-

king komen voor een toetsing van hun Engels.

Dit zijn docenten die Engelstalige bachelors-of

masters doceren. Vervolgens komt een taal-

docent van het TCP naar een college om de

docent te observeren en het niveau van de En-

gelse vaardigheid vast te stellen. Van Harten:

‘Als de taaldocent vervolgens concludeert dat

de medewerker onder C1-niveau scoort, dan

bieden wij een cursus aan om de spreekvaar-

digheid bij te schaven.’

De ervaring van het TCP is dat de laatste jaren

een ‘paar honderd’ onder niveau presterende

docenten niets deden met de oproep om hun

Engels bij te schaven. ‘Het roept blijkbaar bij

docenten weerstand op dat ze getoetst wor-

den. Zij zijn toch diegene die horen te toetsen?

Daarnaast hebben we ook geluiden gehoord

dat men het als betuttelend ervaart. Vooral

bij docenten die al jarenlang les geven’, zegt

Marjolein Gosseling.

‘Omdat zo weinig docenten gehoor gaven aan

de oproep om aan hun Engels te werken, wil

het college van bestuur nu een inhaalslag

maken. In één jaar tijd willen we 75% van de

doelgroep getoetst hebben.’ Overigens valt het

volgens Marjolein Gosseling met die toetsing

behoorlijk mee. ‘Een grote categorie scoort op

C1-niveau, en dit is voldoende omdat er sinds

2012 een ruimere interpretatie is van de door

de UT gestelde taaleis. Dat betekent dat 95%

op niveau presteert. De groep die daadwerke-

lijk een aanvullende cursus zal moeten volgen

is dan maar 5%.’

Gosseling: ‘We begrijpen best dat dit voor veel

medewerkers voelt als een bureaucratische

actie, waar ze nog drukker mee zijn. Maar toch

kost het ook heel weinig moeite. In 95% van de

gevallen is het Engels voldoende, en om daar

achter te komen hoeft men zich alleen voor

een class assessment te registeren via de site

van TCP. De overige 5% zal in een jaargesprek

met de leidinggevende moeten overleggen over

het volgen van een cursus. Het is trouwens ook

helemaal niet zo dat wij zeggen dat het bij die

5% zo is dat hun Engels slecht is. Het gaat mis-

schien puur om bepaalde situaties – zoals bij

het geven van een college – waarin de spreek-

vaardigheid beter kan.’

Als 95% van de UT-docenten ‘goed genoeg

Engels’ spreekt, waarom klagen studenten dan

toch regelmatig over het steenkolenengels?

‘Dat zit ‘m puur in de ervaring van de student

zelf, maar ook weer hoe wij als taaldocent

oordelen’, zegt Van Harten. ‘Kijk, een docent

kan misschien met een zwaar accent in het En-

gels praten, maar grammaticaal klopt het wel

allemaal. Dan scoort hij voor ons niet onvol-

doende, maar de student ergert zich daar wel

weer aan. Verder zegt natuurlijk bijna iedereen

wel eens iets fout in het Engels. Als dat opvalt,

klaagt de student al snel. Perceptie speelt dus

een belangrijke rol in de beoordeling, maar ook

de didactiek. Als de energie van een college

af spat, zal een docent misschien minder snel

worden afgerekend op de taalfouten die hij of

zij maakt.’

Hoe dan ook, Gosseling en Van Harten bena-

drukken dat docenten niet huiverig moeten

zijn om hun Engels bij te spijkeren. ‘Het gaat

heus niet om woordjes stampen, zoals we dat

kennen van de middelbare school. Als iemand

tot die 5% behoort, dan kan het TCP bekijken

welke cursus goed aansluit bij de specifieke

situatie. Terug in de schoolbanken wordt het

echt niet.’ |

Het opiniestuk van UT-hoogleraar

Jurriaan Huskens is te lezen op:

www.utnieuws.nl/opinie/towking-inglisj

Een greep uit de reacties op onze website‘Jammer dat ze enkel op hun kwaliteiten in het Engels getest worden, vaak is dat niet eens het probleem. De kwaliteit van

didactiek is iets waar ik me meer zorgen over maak, zeker omdat veel onderzoekers zomaar, zonder enige ervaring een heel

vak mogen geven wat de kwaliteit van het onderwijs zelf én de beoordeling daarvan niet ten goede komt.’ - dsb

‘Begrijpelijk dat niet iedereen even blij is met de Engelse test, maar als student kan ik mij soms echt aan het niveau van En-

gels bij verschillende docenten ergeren. En daar zitten vaak ook gewoon docenten bij die meerdere jaren in het buitenland

hebben gewerkt. De verplichting van een Engels test bij docenten is misschien voor sommige docenten een onbegrijpelijke

vorm van bureaucratie, maar voor Jan Student die niet naar z’n colleges gaat omdat zijn docent nog nog geen half woord

Engels spreekt is dit juist iets wat toegejuicht moet worden.’ - Oscar

‘Ik denk dat het probleem vaak niet de kennis van het Engels is, maar de spreekvaardigheid. Een cursus alleen op dit gebied

zou denk ik 80% van de docenten goed doen...’ - gzw-student

UT NIEUWS 09|2012 9

Page 10: UT Nieuws Magazine November

Interview

Iedereen z’n eigen boek

TEKST:MAAIKE PLATVOET | FOTO: RIKKERT HARINK >

Hoe gelukkig heb jij je de afgelopen maand

gevoeld? Zo luidt één van de vragen, die op www.

tijdvoormij.nl beantwoord moeten worden om

een persoonlijk advies te krijgen. Maar ook: hoe

is de relatie met je familie? En: hoe gemotiveerd

ben je om gezonder te gaan leven? Wie wil, kan

aan de hand van het invullen van de vragenlijst

twee weken later een persoonlijk boek ontvan-

gen. ‘Een boek met als doel om je gezonder en

vooral gelukkiger te maken en daar is gedrags-

verandering voor nodig’, vertelt Wendy Grouve

(26). ‘Je kunt een situatie namelijk niet veran-

deren met dezelfde denkwijze die het gecreëerd

heeft.’

Grouve studeerde in 2010 af voor de master

communicatiewetenschap aan de UT, daarvoor

was ze korte tijd werkzaam bij Newcom Research

& Consultancy en volgde ze een opleiding com-

municatie aan de Hogeschool Windesheim. ‘Ik

ben altijd geïnteresseerd geweest in zaken als

leefstijl en voeding, en daarnaast gek op sporten.

Al lange tijd verzorg ik als instructrice groeps-

lessen op een sportschool in Oldenzaal, en daar

vragen sporters regelmatig advies aan mij. Bij-

voorbeeld of ze nou wel of niet moeten eten vlak

voor het sporten. Omdat ik wel een goed advies

wil geven, ben ik veel in literatuur gaan lezen

over dit soort onderwerpen.’

Ook tijdens haar afstuderen bij AkzoNobel kwam

het thema ‘gezonde levensstijl’ weer op haar

pad. ‘Voor mijn afstuderen heb ik een kwalitatief

onderzoek gehouden onder het personeel naar

de faal- en succesfactoren van fitprogramma’s.

Ik heb dertig mensen geïnterviewd voor, tijdens

en na het volgen van zo’n programma. En wat

daar als conclusie eigenlijk uit kwam, was dat

de meeste mensen een ‘advies op maat’ missen

en ze graag in hun eigen tijd en tempo aan hun

leefstijl werken. Toen dacht ik al: hier moet ik

wat mee gaan doen.’

Toen ze vlak na haar afstuderen zwanger bleek,

besloot ze niet meteen te solliciteren maar haar

plan voor een boek-op-maat verder uit te wer-

ken. Samen met haar echtgenoot, eigenaar van

reclamebureau Lijnrecht in Roombeek, bedacht

ze het concept en het softwaresysteem. ‘Ik heb

heel veel moeten investeren, wilde ook niet al

te veel risico’s nemen. Daarom ben ik afgelopen

maart eerst begonnen met een softlancering in

eigen kringen, om te kijken hoe het boek ontvan-

gen werd.’ De eerste reacties pakten positief uit.

Grouve besloot haar boek als een pilot bij Akzo-

Nobel te lanceren. ‘Ook dat verliep goed. Omdat

het een tamelijk uniek systeem is, zo’n persoon-

lijk boek, en elke alinea dus kan verschillen, wil

ik alle boeken eerst zelf controleren. Sinds deze

zomer zoek ik nu een breder publiek op. En

hoewel ik nog volop in de opstartfase zit, vind

ik het lekker lopen. Enkele boekhandels hebben

al belangstelling getoond, en ook uit het Westen

kwam een belletje. Het gaat nu echt verder dan

mijn eigen kringen, en dat is natuurlijk super.’

Tijd voor Mij houdt de lezer een spiegel voor en

daarom kan het boek behoorlijk confronterend

overkomen. ‘En dan gaat het juist niet om voe-

ding of beweging, maar over de manier waarop

je in het leven staat.’ Eén aspect om positiever in

het leven te staan is daarbij ontzettend belang-

rijk, zegt ze. ‘Dat is dankbaarheid. Als je vaak

dankbaar bent, word je gelukkiger, energieker en

optimistischer. Als je dankbaar bent, dan richt je

je op het heden en ben je tevreden met je leven

hier en nu. We zijn allemaal veel te veel bezig

met wat nog moet, wat we nog meer willen en

niet hebben.’ Dankbaar zijn, mag dan misschien

‘zwaar’ klinken, volgens Grouve is het dat niet.

‘Het kan gaan om simpele dingen: dat je lekker

hebt gegeten, een lachbui kreeg met een collega.’

Om gelukkig te kunnen leven, zijn sociale relaties

van groot belang. Een inkoppertje misschien,

maar Grouve weet dat er genoeg mensen zijn

die problemen ondervinden in die relaties. ‘We

hebben alle familie en vrienden nodig om je te

ondersteunen. Mensen die dat niet hebben, geef

ik tips om in contact te komen met anderen.

Er zijn tegenwoordig zelfs websites waar je een

buddy kunt vinden om mee te gaan sporten.’

Nu Tijd voor Mij begint te lopen, zit Grouve

zelf in een positieve flow. ‘Maar alles perfect in

Alumna Wendy Grouve schreef Tijd voor Mij

10 UT NIEUWS 09|2012

Geef het maar toe. Iedereen heeft zo zijn wensen. Gewoon een beetje gelukkiger zijn, wat

meer bewegen, gezonder eten, minder stress en meer genieten. Maar hoe doe je dat? ‘Door

keuzes te maken’, zegt Wendy Grouve, UT-alumna communicatiewetenschap én schrijver van

het boek Tijd voor Mij. Zij bedacht dit op maat gemaakte en persoonlijke boek voor mensen

die hun leven willen veranderen.

Page 11: UT Nieuws Magazine November

UT NIEUWS 09|2012 11

balans heb ik ook niet, hoor’, lacht ze. ‘Ik trek me

bijvoorbeeld snel dingen aan. Zo had ik gisteren

bij de ene boekhandel een prima gesprek, en werd

ik door de andere bijna afgeblaft. Dan moet ik

mezelf even flink oppeppen.’ En, geeft ze toe, ze

was best zenuwachtig voor dit interview.

Het is haar ambitie om het boek te laten vertalen

voor de buitenlandse markt, maar voorlopig is ze

nog wel even druk met het verfijnen van bepaalde

hoofdstukken. ‘Het is een persoonlijk boek, en dat

zal altijd in ontwikkeling blijven.’

Grouve gelooft in haar boodschap: dat je gezonder

en gelukkiger kunt worden door gedragsverande-

ring. ‘Helaas willen mensen te snel, te veel en te

vaak. Denk maar aan diëten, die helpen uiteinde-

lijk ook niet. Stapje voor stapje je gedrag verande-

ren wel, dat werkt door in je onderbewustzijn. Net

zoals het maken van bewuste keuzes. Je zult zien

dat je er een gelukkiger leven voor terug krijgt.’ |

Voor meer informatie: www.tijdvoormij.nl

Page 12: UT Nieuws Magazine November

TEKST: SANDRA POOL | FOTO: ARJAN REEF >

Wat maakt Curaçao aantrekkelijk voor

ondernemers?

Van Tilburg: ‘Er is veel potentie op het eiland.

Een aantal sectoren is belangrijk. Toerisme bij-

voorbeeld. Jaarlijks meren ruim 400.000 cruise-

toeristen aan. Daar komt nog eens hetzelfde

aantal vakantiegangers bij.’

Van Barneveld: ‘Ondernemers springen daarop

in. Ze starten een zeilschool, een zwemclub, kin-

deropvang of ze verhuren mountainbikes.’

Van Tilburg: ‘Curaçao heeft een goede haven met

veel logistiek. Eveneens een interessante sector.

Het eiland kent daarnaast een zogenoemde eco-

nomische zone om bedrijvigheid te bevorderen.

Hieronder valt de ITC-sector.’

Van Barneveld: ‘Er gelden soepele regelingen. Je

betaalt bijvoorbeeld weinig belasting. Zevenhon-

derd bedrijven profiteren daar momenteel van.

Ze produceren niet voor het eiland, maar voor de

export. De overheid loopt weliswaar inkomsten

mis door het gunstige ondernemersklimaat, maar

het genereert daarentegen werkgelegenheid.’

Welke sectoren zijn er nog meer?

Van Tilburg: ‘Adviesbureaus, horeca, de dienst-

verlening en op agrarisch gebied zijn er moge-

lijkheden. De bevolking zit rondom de hoofdstad,

Willemstad en het oostelijk deel van het eiland.

Er is nog ruimte voor nieuwe agrarische initia-

tieven.’

Van Barneveld: ‘Duurzame energie is ook een

opkomende sector. Op het eiland waait het altijd.

Je hebt er altijd zon.’

Van Tilburg: ‘Het ECN, een onderzoeksinstituut

naar duurzame energie, heeft een intentiever-

klaring ondertekend iets te willen doen op het

eiland. Erg makkelijk is dat niet. De politiek zit

er tussen, dus soms is het lang wachten op het

juiste moment.’

Van Barneveld: ‘Medisch toerisme is ook een

interessante pijler. Oude mensen kunnen nu op

kosten van de zorgverzekering naar bijvoorbeeld

Portugal om te herstellen, waarom niet naar

Curaçao? De taal is al een voordeel.’

Welke adviezen geven jullie

ondernemers mee?

Van Tilburg: ‘De meeste ondernemers hebben af-

finiteit met het eiland. Wij praten mensen bij over

culturele verschillen.’

Van Barneveld: ‘De arbeidsethiek is anders. In

Curaçao zijn familierelaties heel belangrijk. Stel

je bent leidinggevende en van je werknemers

overlijdt een familielid, dan word je geacht op

de begrafenis te verschijnen. Anders kun je het

vergeten.’

Van Tilburg: ‘Een deal lukt niet zonder met elkaar

te eten en als je zaken doet verwacht men dat je

closer wordt.’

Hoe is SPOC, Spin off Curaçao, ontstaan?

Van Barneveld: ‘Ik was transferfunctionaris aan de

UT. Dat was in de jaren zeventig een loket voor ken-

nisoverdracht van de universiteit naar het bedrijfsle-

ven. Kennis werd de aanjager van de economie.’

Van Tilburg: ‘In de jaren tachtig kwam daar het

fenomeen spin-offs bij. De oud-rector van de UT,

Van den Kroonenberg, richtte zich op ondernemer-

schap. We zetten de TOP-regeling op en we deden

projecten om spin-offs te realiseren. Ook in het

buitenland.’

Van Barneveld: ‘Vanuit het ministerie van Economi-

sche Ontwikkeling in Curaçao kwam de vraag of we

voor The University of the Netherlands Antilles, de

UNA, een transferpunt wilden realiseren. Ik heb er

vervolgens een half jaar gezeten.’

Van Tilburg: ‘We gingen de bestaande bedrijven

langs, kijken of ze business hadden waar ze bijvoor-

beeld niet aan toe kwamen en wat goed door een an-

dere ondernemer gedaan kon worden. We checkten

op haalbaarheid en zochten er in Nederland mensen

bij. Zo ontstond SPOC in 1997.’

Van Barneveld: ‘Dat matchen doen we nog steeds

en is onze corebusiness. We hebben inmiddels een

groot netwerk. Daarnaast organiseren we contactda-

gen voor mensen die van plan zijn om zaken te gaan

doen op het eiland. We geven feedback op de plan-

nen en informatie over het ondernemersklimaat. De

laatste keer was begin oktober. Er kwamen tachtig

geïnteresseerden en de helft daarvan had vergaande

plannen.’ |

Meer informatie: www.spocnet.net

12 UT NIEUWS 09|2012

Zon, zee, strand én ondernemerschapDat Curaçao meer te bieden heeft dan alleen de optimale vakantie-ingrediënten als zon, zee

en strand weten Jaap van Tilburg, programmamanager van Venture Lab Twente, en Dick van

Barneveld, bestuurslid en consultant van Top Spin International, maar al te goed. Al jaren

voorzien zij startende ondernemers op het eiland van advies.

SPOC: geeft adviezen aan spin-offs op Curaçao

Economie

Page 13: UT Nieuws Magazine November

TEKST: SANDRA POOL | FOTO: ARJAN REEF >

‘De organisatie wil dat de wagens steeds meer

gaan lijken op een personenauto’, zegt Marieke

Bosman van het communicatieteam. Verschil-

lende teams buigen zich daarom over een

nieuw ontwerp of vergaande aanpassingen. Zo

ook de techneuten van het Twentse team. Ze

hebben zich volledig ondergedompeld in het

ontwerpproces. Voor alle onderdelen bedenken

ze nieuwe concepten. ‘Meerdere, zodat we

goede keuzes kunnen maken’, vertelt Tom van

Vuren, medeverantwoordelijk voor mechanica.

En dat is best lastig. ‘Het is een kwestie van

wikken en wegen. Je mag bijvoorbeeld zes

vierkante meter aan zonnepanelen gebruiken,

maar is dat wel verstandig? De auto wordt er

zwaarder door, dus minder snel. Aan de andere

kant levert het wel weer meer energie op.’

Alles is een afweging. ‘We willen van drie naar

vier wielen gaan. Dat is een behoorlijke stap.

Hoe ga je dat doen?’ Bosman: ‘In het ontwerp-

proces gaan we daarom terug naar de kern-

vraag: wat hebben we nodig? Daarna willen we

gericht innoveren voor elk onderdeel, want het

is natuurlijk de bedoeling dat er een topauto

komt waarmee we een topprestatie kunnen

neerzetten.

‘Vanaf september is het zeventienkoppige team

fulltime bezig met de solar challenge. Bosman:

‘Iedereen is super gemotiveerd.’ Van Vuren:

‘Het is leuk om met een project bezig te zijn en

alles van a tot z helemaal zelf te doen.’ Begin

volgend jaar verwacht het team meer te kun-

nen vertellen over het ontwerp, de gebruikte

materialen en de innovaties. |

Interview

Nieuwe zonnewagen in de maakIn het diepste geheim werkt het pas geformeerde Solar Team Twente aan het ontwerp van

een geheel nieuwe zonnewagen. Het voertuig wordt uitgerust met vier in plaats van de

gebruikelijke drie wielen. Twente doet volgend jaar wederom mee aan de hoofdklasse, de

Challenger Klasse Solar EV’s. Snelheid en efficiëntie staan hierin centraal.

Solar Team Twente gaat voor vier wielen

UT NIEUWS 09|2012 13

De World Solar Challenge is van 6 tot en met 13 oktober

2013 in Australië en gaat van Darwin naar Adelaide,

een afstand van drieduizend kilometer. Dit jaar wordt

de race in vier klassen gereden. In de Challenger Klasse

Solar EV’s gaat het om snelheid. De winnaars zijn de

bouwers van de wagen die het eerste in Adelaide

aankomt. Bij de nieuwe klasse, de Cruiser Klasse Solar

EV’s, staat het gebruiksgemak centraal. De auto’s zijn

ontworpen voor twee of meer personen, die elk in de

rijrichting zitten. De wagens worden beoordeeld op

het externe energiegebruik dat tijdens de rit nodig

is, de tijd waarin de afstand wordt afgelegd en de

uitstraling. De derde klasse heet adventure, bedoeld

voor wagens die willen meedoen, maar niet aan de

voorschriften kunnen of willen voldoen. Tot slot is er

een Evolutie-klasse, ontworpen voor duurzame, milieu-

vriendelijke voertuigen. De deelnemers hoeven ook

niet te voldoen aan de vereisten van de Solar EV klasse.

Page 14: UT Nieuws Magazine November

14 UT NIEUWS 05|2012 KODAK EPP 5005

Reportage

Cursus bootcamp van het sportcentrum

01 > 02 > 03 > 04 >

14 UT NIEUWS 09|2012

Zandzak in je nek en sprinten maar

Page 15: UT Nieuws Magazine November

UT NIEUWS 05|2012 15KODAK EPP 5005

TEKST: PAUL DE KUYPER | FOTO’S: ARJAN REEF >

‘Voeten iets uit elkaar, heup naar achteren, borst

naar voren, armen omhoog en zover mogelijk

door je knieën zakken. En nu sneller. Tien

achter elkaar.’ Bootcamp-instructeur Jan van

Delden moedigt ons aan om squats te maken.

Het is het begin van de eerste training, buiten,

aan de zijkant van het sportcentrum. Volgens

Van Delden schieten bootcamps als paddenstoe-

len uit de grond. Het sportcentrum wil met die

trend meegaan.

Na de squats volgen oefeningen met ‘martel-

tuigen’ die we vooraf al klaar hebben moeten

leggen. We sprinten met zandzakken van een

kilo of zeventien in onze nek, maken sprongen in

autobanden en rennen met dikke berkentakken

van een meter of vier boven ons hoofd – armen

gestrekt. Tussendoor doen we korte series

push-ups, maar omdat het de eerste training is

mogen die nog schuin tegen een bankje, dan is

het minder zwaar. Verbeten gezichten, rood en

bezweet, zeggen voldoende.

‘Alles gaat uit van natuurlijke bewegingen’,

legt Van Delden uit. ‘Of het nou wegrennen is

voor een beer, of het gaan zitten op een stoel.

Bootcamp zorgt dat die beweging weer normaal

wordt. We zijn niet gemaakt om de hele dag

achter een computer te zitten. Dit is functio-

nele fitness om te zorgen dat je in de dagelijkse

dingen goed kunt functioneren.’

En behalve veel spierpijn stelt Van Delden de

deelnemers ook snel resultaat in het vooruit-

zicht. ‘Het heeft een groter effect dan fitness-

apparaten. Op zo’n apparaat activeer je één

geïsoleerde spier, terwijl als wij ons optrekken

aan een boomtak we het lichaam aanzetten tot

het aanmaken van meer spierweefsel.’ Dat voe-

len we inderdaad een dag later. In de bovenbe-

nen van de squats, maar vooral de borstspieren

hebben het flink te verduren gehad door de

push-ups.

Het optrekken aan boomtakken was kenne-

lijk nog te zwaar voor de eerste les. Dat komt

nog, belooft Van Delden. Net als de kettlebells

(gietijzeren kogels met handvat), de looptrai-

ningen en het gebruik van het survivalcircuit

naast het sportcentrum. Het gaat om een

try-outcursus van tien weken met op dinsdag

en vrijdag in de lunchpauze een work-out.

Tussentijds instromen is volgens Van Delden

geen enkel probleem. ‘Ieder traint op zijn ei-

gen niveau. Je kunt altijd minder herhalingen

doen. Dat is leuk, want daardoor kun je ook

een competitie-element aanbrengen tussen

deelnemers. De uitdaging is sneller klaar te

zijn dan de rest, ook al doe je meer herhalin-

gen. Dat motiveert.’

De deelnemers van het eerste uur zijn vijf

studentes. Ze willen fitter worden. Gewoon

om conditie op te bouwen, of om beter voor

de dag te komen in hun andere sporten,

zoals twee meiden uit het vrouwenelftal van

voetbalvereniging Drienerlo die tot nu toe

alle wedstrijden verloren. Bijzonder dat het

allemaal vrouwen zijn, vindt Van Delden, maar

hij heeft er wel een verklaring voor. Hij is ook

crossfittrainer en daar komen vooral mannen

op af. ‘Als je op YouTube filmpjes van crossfit

bekijkt, is dat nogal intimiderend met van die

grote halters. Bootcamp maakt gebruik van

simpele middelen. En wie weet spreekt het

ze aan dat het in de buitenlucht is. Dat hoor

je van veel mensen. Ze vinden het fitnesscen-

trum met apparaten zo gauw vervelen. Met

bootcamp kun je eindeloos variëren.’ |

Een zandzak in je nek, een boomstam boven je hoofd en een serie push-ups.

Een lichte miezerregen maakte het beeld van de eerste bootcamp-training

op de UT compleet. Het sportcentrum is een cursus begonnen voor studenten

en medewerkers die fitnessapparaten saai vinden en met natuurlijke

bewegingsvormen toch fit willen worden.

Cursus bootcamp van het sportcentrum

05 > 06 > 07 > 08 >

UT NIEUWS 09|2012 15

Zandzak in je nek en sprinten maar

Page 16: UT Nieuws Magazine November

Onderzoek

Ze viel vorig jaar al in de prijzen, maar dat ze afgelopen maand nu ook de Simon Stevin Gezelprijs

heeft binnengesleept is voor Mesa+-onderzoekster Loes Segerink de kers op de taart. ‘Er waren

drie genomineerden, alle drie goede kanshebbers. Heel erg leuk dat ik heb gewonnen. Vooral

omdat er meer dan 20 UT-collega’s met me mee waren naar het STW-jaarcongres. We zijn erg

betrokken bij elkaar. En zo hoort het. Ik kan toch ook nooit een prijs in mijn eentje winnen!’

‘Een op de zes stellen heeft vruchtbaarheidsprobleem’

TEKST: DITTA OP DEN DRIES | FOTO: ARJAN REEF >

Haar onderzoek spreekt aan. De lab-on-a-chip

thuistest, waarmee mannen de kwaliteit van hun

sperma kunnen meten, krijgt veel media-aandacht.

‘Dat begon al toen ik aan het eind van het tweede

jaar mijn eerste internationale artikel publiceerde.

En toen ik op het onderwerp promoveerde

barstte het helemaal los. Ik heb in allerlei kranten

en tijdschriften gestaan, er volgden radio- en

tv-optredens, ik heb meermalen presentaties

gegeven. Het is kennelijk een sexy onderwerp.’

Ze komt net uit Rotterdam, waar ze een gastcollege

heeft gegeven op de Erasmusuniversiteit. ‘Leuk

dat ik daarvoor gevraagd word. Ik ben ook al een

paar keer op mijn oude middelbare school, het

Thijcollege in Oldenzaal, geweest om over mijn

onderzoek te praten. Of ik een rolmodel voor

studenten ben? Ik vertel gewoon graag over mijn

werk. Het voordeel is dat mijn onderzoek goed uit

te leggen is aan mensen die geen wetenschappelijke

achtergrond hebben. Ik roep in die gastcolleges

echt niet steeds: kies béta!. Maar leerlingen zijn

wel nieuwsgierig als ik vertel dat ik een technische

opleiding heb gedaan. Als ik hen daarmee inspireer

is dat natuurlijk prachtig’.

FertiliteitBijna iedereen kent in zijn omgeving wel een stel

dat worstelt met een vruchtbaarheidsprobleem.

Eén op de zes stellen heeft problemen met zwanger

raken. ‘Ook ik ken stellen die hier problemen mee

hebben. Toch was dat niet mijn drijfveer om dit

onderzoek te gaan doen. Ik wilde graag onderzoek

doen naar een medisch én maatschappelijk

probleem.’

Een medisch probleem is ongewild kinderloos

zijn zeker. Per jaar worden 30.000 stellen

doorverwezen naar een ziekenhuis. Daar wordt

zowel de man als de vrouw onderzocht. De

oorzaak van de ongewenste kinderloosheid

blijkt voor 30 procent bij de man te liggen, voor

30 procent bij de vrouw en voor 30 procent bij

beiden.

Segerink: ‘Een man moet meer dan 15 miljoen

zaadcellen per milliliter sperma hebben. Meer

dan 40 procent daarvan moet enigszins bewegen.

Die grens wordt in de medische wereld als norm

aangehouden. In de praktijk zijn er veel mannen

die lager scoren, maar wel een kind krijgen. En

er zijn ook veel mannen van wie het sperma aan

deze norm voldoet, maar die geen kind krijgen. De

keuze van de medische behandeling wordt deels

gebaseerd op bovengenoemde grens.’

Voor een vruchtbaarheidsonderzoek moet een

man sperma leveren en dat gebeurt meestal in

het ziekenhuis. ‘Mannen ervaren dat vaak als

beschamend. Door de ontwikkeling van deze test

kan dit gewoon thuis.’ Het is nog niet duidelijk

hoe de thuistest in de toekomst wordt ingezet.

‘Er zijn namelijk meerdere opties mogelijk. Een

gynaecoloog kan de test aan een man meegeven.

Maar het is ook een optie dat de huisarts de

test doet. Of dat de test toch gewoon in het

laboratorium blijft. Nu voert elke laborant de test

nog op zijn of haar eigen manier uit. Het maakt

ook weer verschil of je de test bijvoorbeeld in

Enschede doet of in Nijmegen. Door mijn apparaat

in te zetten komt er meer eenduidigheid en wordt

de variatie in uitslagen verkleind.’

Haar hart ligt bij de wetenschap, maar het

ondernemerschap trek Loes Segerink ook. Ze

is mede-oprichter van de start-up Cellanyzer

BV. Een paar uur in de week is ze bezig met de

begeleiding van lab-on-a-chip voor de veterinaire

markt. ‘Het is leerzaam om bij dat proces

betrokken te zijn. Maar het is vooral spannend en

bijzonder om te zien hoe mijn wetenschappelijke

werk in de praktijk gebruikt wordt.’ |

Opnieuw prijs voor Mesa+-onderzoekster Loes Segerink

16 UT NIEUWS 09|2012

Page 17: UT Nieuws Magazine November

JOCHEM VREEMAN | FOTO’S: GIJS VAN OUWERKERK >

Cardiotennis is veel meer dan alleen een balletje

slaan. De sport, overgewaaid uit Amerika, wint

onder studenten en medewerkers van de UT aan

populariteit. De naam zegt het al. Cardiotennis is

vooral gericht op het verbeteren van uithoudingsver-

mogen en conditie. ‘Je hoeft niet eens veel ervaring

met ‘normaal’ tennis te hebben’, legt Eulderink uit.

Op de banen van tennisvereniging Ludica verzorgt

hij samen met Jan Herman Wilmink elke maandag

en woensdag van 17.00 tot 18.00 uur de oefeningen.

De trainingen, sinds een jaar gestart, zijn exclusief

voor UT-medewerkers en leden van Ludica.

Maar goed, de armen en benen zijn los. Aan de bak

dus. Na amper een kwartier begin ik al goed warm

te worden. Eerst staan de oefeningen zonder ten-

nisbal op het programma. In een groep van zo’n 25

enthousiastelingen werk ik trouw de conditieoefe-

ningen af. Daarbij trekken de trainers pionnetjes en

zogenaamde loopladders uit de kast. Ook wordt er

een wedstrijdelement aan de training toegevoegd.

Iedereen legt vijf ballen in het midden van de baan.

Na het startsignaal sprint iedereen vanaf de baseline

naar de ballenvoorraad en legt ze een voor een op

het racket, dat op de grond ligt. Wie het eerst vijf

ballen verzameld heeft, wint. Het levert fanatieke,

maar ook hilarische taferelen op. Veel deelnemers

sprinten als een dolle heen en weer en komen in het

heetst van de strijd regelmatig met elkaar in botsing.

Leuke oefening!

Als we even later dan eindelijk wat ballen mogen

slaan op een van de hardcourtbanen op de campus,

merk ik dat enige ervaring met ‘normaal’ tennis toch

wel een voordeel is. Je hoeft geen tweede Roger

Federer te zijn, maar een paar voltooide tennislessen

is geen overbodige luxe. Die ervaring heb ik geluk-

kig, want in een nog niet al te ver verleden heb ik

jarenlang elke week op de baan gestaan. De techniek

is er dus nog wel, maar zoals aangegeven komt het

bij cardiotennis vooral op conditie aan. Bal slaan,

loopladder, bal slaan, loopladder. Dat soort dingen.

Tijdens de trainingen werken we individuele oefe-

ningen af en spelen we met een dubbelpartner korte

punten. Geheel in stijl van het cardiotennis zorgen

stampende beats voor wat extra ritme. Aan de rand

van de tennisbaan staat een ghettoblaster en de

volumeknop is flink opengedraaid. Ook hier straalt

het fanatisme eraf bij de deelnemers. Het conditie-

niveau is heel behoorlijk. Niet zo verwonderlijk als je

bedenkt dat de meesten, naast deze cardiotraining,

ook wekelijks een normale tennistraining op het

programma hebben staan. Dat geldt ook voor Erik

Veurman (24, master IO). Naast zijn wekelijkse trai-

ning cardiotennis traint hij nog twee keer per week.

In het voorjaar speelt Erik met een mixteam compe-

titie namens Ludica. ‘Conditie is erg belangrijk. Dat

geldt natuurlijk voor alle sporten, maar zeker ook

voor tennis. Cardiotennis is daarom erg nuttig. Soms

trainen we zelfs met hartslagmeters, dat geeft aan

hoe serieus we bezig zijn. Bovendien leer je nieuwe

mensen kennen.’

Aan het einde van de training staat ons een leuk

‘toetje’ te wachten. De echte servicekanonnen kun-

nen hun serveersnelheid meten met een speciale

snelheidsmeter. Ik krijg wat flinke klappen te zien,

waarbij de meter niet zelden de 160 km/h voorbij-

schiet. Ook ikzelf kom daar aardig bij in de buurt en

dat valt me niet tegen. Het heeft natuurlijk niks met

cardiotennis te maken, maar na al dat gezweet is dit

een leuke afsluiter. |

Zweten op de tennisbaan‘We beginnen met inlopen, drie rondjes om twee banen’, roept tennistrainer Frank Eulderink. Dat is

geen probleem, denk ik bij mezelf. Ruim een uur en heel wat tennisballen later ben ik flink aan het

zweten en snak ik naar het einde van de training. Cardiotennis bij Ludica is zwaar, maar ook erg lekker.

De mogelijkheden om op de campus een sportieve prestatie

neer te zetten, zijn legio. Van schaken tot schermen, van

taekwondo tot tafeltennis. De redactie van UT Nieuws hijst zich

in sportkleding en gaat het aanbod aan den lijve ondervinden.

Participating journalism heet dat. Deze maand: cardiotennis.

Bij goed weer vormen de hardcourtbanen het strijdtoneel

van cardiotennis, bij regen wijkt de groep uit naar het

kunstgras. Inloop is vrij en rackets zijn beschikbaar. De

buitengroep tennist tot half oktober en heeft zich inmid-

dels verplaatst naar de hal. Meer info bij Frank Eulderink

of Jan Herman Wilmink.

Aanmelden?

Sport

UT NIEUWS 09|2012 17

Page 18: UT Nieuws Magazine November

Interview

Onder de eikenbomen bij de Faculty Club gaf Jacques Troch colleges bedrijfsethiek in de sfeer

van Plato. In oktober nam de voormalige topman van Grolsch kort na zijn zeventigste verjaardag

afscheid van de UT. Nog voor ze hem een ‘ouwe zak’ zouden noemen. Van zijn stokpaardje, de

ethiek, hoopt hij dat het een belangrijker plek krijgt in het onderwijs.

Ethiekcolleges onder de eik

TEKST: PAUL DE KUYPER | FOTO: GIJS VAN OUWERKERK >

‘Wilt u koffie? Het is nog wat vroeg om u bier

aan te bieden. Wist u overigens dat 11 uur

in de ochtend het beste tijdstip is om bier

te proeven? Dan is bij de meeste mensen

het ontbijt goed verteerd en begint u weer

trek te krijgen. De smaakpapillen zijn dan

op hun best.’ Zelfs bij de koffieautomaat op

de tweede verdieping van Ravelijn schuilt

in Jacques Troch de bierbrouwer. Nadat de

in België geboren bestuursvoorzitter van

Grolsch in 2004 met pensioen ging werd hij

praktijkhoogleraar corporate governance aan

de UT.

Van die baan nam hij afgelopen maand

afscheid. Hij is inmiddels 70, maar nog lang

niet oud. De dag voor dit interview vierde hij

zijn verjaardag met een door zijn kinderen

Afscheid van praktijkhoogleraar Jacques Troch

18 UT NIEUWS 09|2012

Page 19: UT Nieuws Magazine November

UT NIEUWS 09|2012 19

aangeboden tandemsprong met een parachute.

‘Geweldig. Ze reden me naar vliegveld Teuge

en ik had geen idee wat we zouden doen.

Daar aangekomen kon ik natuurlijk niet meer

zeggen dat ik het niet durfde. Ik heb het eerder

gedaan; 35 jaar geleden heb ik zelfs een brevet

gehaald.’

Als Grolsch-topman gaf Troch al zo af en toe

gastcolleges aan de UT, bijvoorbeeld over hoe

je als bedrijf omgaat met je mensen na een

ramp als de vuurwerkramp. Een droom noemde

hij het zelf om aan de UT te mogen werken na

zijn 62ste, de pensioenleeftijd bij de Twentse

bierbrouwerij. ‘Ik wilde mijn ervaringen uit het

bedrijfsleven delen met studenten. Je wordt

ouder, maar die omgeving met jonge mensen

past mij goed. Ik heb relatief jonge kinderen

(27 en 28). Daarnaast is er het contact met

de collega’s met wie je goede discussies kunt

voeren.’

Geestelijke flexibiliteit‘De student moet centraal gesteld worden’, meent

Troch. ‘Triest’ vindt hij het dat vrijwel geen

student komt opdagen bij de opening van het

academisch jaar. Zelf probeerde hij zich geregeld

onder hen te begeven. Zo ging hij vier keer mee

met de jaarlijkse reis van studievereniging Stress.

Naar Dubai, Chili, Mexico en Costa Rica en naar

Vietnam en Singapore. ‘Er wordt niet te weinig

gedronken op zo’n reis’, herinnert hij zich. ‘Maar

ze mochten pas de kroeg in als de rapporten van

de bedrijfsbezoeken af waren. Dat is echt pittig

hoor.’ Het betekende dat Troch soms om half

een ’s nachts nog een stapel papier onder zijn

kamerdeur kreeg geschoven.

Als cadeautje voor zijn studenten nodigde

Troch drie weken geleden de directeur van de

abdij annex bierbrouwerij annex kaasmakerij

Orval uit, uit Belgisch Luxemburg. ‘Dat is een

bijzondere brouwerij, want de vraag is groter dan

het aanbod. Hoe ga je daarmee om? Hoe houd je

klanten tevreden? Die directeur heeft een lezing

gegeven met aansluitend een proeverij van bier

en kaas. Zo heb ik mijn studenten bedankt.’

Vol vuur kan de praktijkhoogleraar – een

hoogleraar zonder promotierecht en

wetenschappelijke verdiensten – vertellen over

zijn colleges. Hij deed veel samen met Olaf

Fisscher, die eerder dit jaar met emeritaat ging.

‘Wij speelden Lagerhuis met de studenten. We

poneerden een stelling, Olaf was voor en ik

tegen. De studenten moesten een kant kiezen

en vervolgens elkaar overtuigen om overlopers

te creëren. Het bleek moeilijk om iemand van

mening te doen veranderen. Bij een nieuwe groep

wisselden Olaf en ik van standpunt. Dat was voor

ons een soort wederzijdse oefening in geestelijke

flexibiliteit.’

Nog enthousiaster spreekt Troch over de ethiek-

dagen, de colleges bedrijfsethiek die hij aan

derdejaars studenten bedrijfskunde en technische

bedrijfskunde gaf. ‘De eerste jaren werden die in

het vierde kwartiel aangeboden. Ik ging dan vaak

met de studenten in een halve cirkel in het gras

onder de eikenbomen bij de Faculty Club zitten.

Een beetje zoals Plato. Met symboliek, maar het

ging natuurlijk om de discussie.’

Die discussies gingen bijvoorbeeld over een

medewerker die gestolen had. Hij is lang

in dienst, heeft altijd goede beoordelingen,

getrouwd, drie kinderen, net zijn hypotheek

verhoogd en hij geeft ook toe dat hij gestolen

heeft. Volgens de regels van het bedrijf volgt op

diefstal ontslag. Troch: ‘Maar doe je dat ook?

Geleidelijk aan wordt de casus verscherpt. Dan

heeft ie geen laptop gestolen, maar een krat

frisdrank. Het doel van die colleges is niet de

oplossing, maar het uitwisselen van standpunten.’

HartenkretenKritisch is Troch ook over zijn studenten.

Hun niveau valt hem tegen. Nederlandse

schrijfvaardigheid: ‘rampzalig’. Engels: ‘ook niet

goed’. Kennis van geschiedenis: ‘slecht’. ‘Ik heb

daar discussies over gevoerd. Anderen zeggen:

wij zijn er niet om de tekorten van het middelbaar

onderwijs op te vangen. Ik vind dat al datgene dat

de middelbare school laat liggen, de universiteiten

moeten oppikken om mensen te kunnen opleiden

voor een serieuze plaats in de maatschappij.’

Ondanks die gebrekkige basisvaardigheden

ziet Troch het optimistisch in. ‘Ik denk dat het

nieuwe onderwijsmodel goed is. De mix wordt

beter. Een deel van de kennis halen studenten

uit college en daarnaast leren ze om zelf kennis

te ontdekken.’ Een paar jaar geleden schreef hij

in een ingezonden stuk in UT Nieuws dat ethiek,

creativiteit, organisatie en geschiedenis een vaste

plek moeten krijgen in het curriculum. Voor ethiek

ziet hij steeds meer aandacht en van creativiteit en

organisatie verwacht hij dat er ruimte voor is in het

nieuwe model.

Dat onderwijsmodel juicht hij toe, maar graag doet

hij twee hartenkreten. De eerste: ‘We moeten onze

beste docenten inzetten in het eerste jaar. Jaar

één is cruciaal voor studenten. Ze moeten dan

geen bestuurswerk doen, maar zo snel mogelijk

hun P halen. Dan is men vertrokken. Daarna

valt bestuurswerk te regelen, of een stage in het

buitenland.’

De tweede hartenkreet betreft ethiek, zijn

stokpaardje. ‘Ethiek moet worden aangeboden

in jaar één. Bij alle studies, ook de technische.

De maatschappij kan zo niet doorgaan met alle

crises. Zijn wij ziek van hebzucht? Is ons model

zo verkeerd dat wij moeten concurreren om te

kunnen overleven? Kunnen wij niet naar een model

van samenwerking? Ethische vorming moet niet

verloren gaan, maar moet juist veel meer aandacht

krijgen.

Goede momentWie de voormalige bierbrouwer zo hoort spreken,

vraagt zich af of hij het niet jammer vindt ‘nu al’ te

stoppen aan de UT. Hij is 70, maar praat nog vol

passie over goed onderwijs. ‘Jammer? Nee hoor.

Ben ik blij? Ook niet. Ik wil vermijden dat mensen

zeggen: kijk, daar heb je die ouwe zak weer. Ik

hoop dat ze nu nog zeggen: goh, jammer dat ie

weggaat. Dit voelt als het goede moment, al kom ik

hopelijk nog eens terug voor een gastcollege.’ |

Page 20: UT Nieuws Magazine November

UT in beeld

20 UT NIEUWS 09|2012

Page 21: UT Nieuws Magazine November

UT NIEUWS 09|2012 21

Herfst…. Ze vallen weer, de blaadjes. Een beetje aarzelend

nog vlijen ze zich in het gras. Maar binnenkort

zullen ze de campus toedekken onder een warme

roodbruine, geelgroene deken.

Fotograaf Gijs van Ouwerkerk nam deze foto op

een moment dat het zonnetje voor een zachte

oktoberdag zorgde. Even geen college en dan

lekker op een bankje zitten, zonder jas. Wat wil

een mens nog meer…..? |

Foto: Gijs van Ouwerkerk

Page 22: UT Nieuws Magazine November

22 UT NIEUWS 09|2012

Verkiezingen Verenigde Staten

Stijn van Ewijk (24), student bestuurskunde en sustainable energy technology, was deze maand acht

dagen in de VS om de verkiezingscampagne van dichtbij mee te maken. Zelf voerde hij ook campagne,

voor zowel Obama als Romney. ‘Een onvergetelijke ervaring’ die zijn beeld van de Amerikaanse

verkiezingen heeft genuanceerd. ‘De mensen weten niet minder van politiek dan in Nederland.’

TEKST: PAUL DE KUYPER >

Met een vragenlijst ging Stijn van Ewijk langs

de huizen in een van de armere wijken van

Richmond (Virginia) om Obamasupporters te

bewegen te gaan stemmen. Steun je de presi-

dent? Ga je stemmen? Hoe laat ga je stemmen?

‘Al die vragen vul je in. Kort voor de verkie-

zingen, 6 november, krijgen deze mensen een

kaartje in de bus als herinnering. Dan weten ze:

o ja, ik ga in de ochtend op Obama stemmen.

Als ze wel willen stemmen, maar geen vervoer

hebben, dan wordt er geregeld dat een auto

ze op de verkiezingsdag naar het stembureau

brengt.’

UT-student Van Ewijk reisde half oktober acht

dagen langs Washington, Richmond, Philadelp-

hia en New York met de BKB Academie, een

geselecteerde club van 25 studenten en pas-

afgestudeerden die geïnteresseerd zijn in debat,

politiek en campagne. De BKB Academie is een

cursusprogramma van een jaar met als hoogte-

punt de jaarlijkse reis naar een verkiezing in het

buitenland, nu dus de race om het Witte Huis,

volgens Van Ewijk ‘de Rolls Royce onder de

verkiezingen’.

Van Ewijk en zijn collega’s spraken onder ande-

re met campagnemedewerkers, lobbyisten, het

bedrijf achter de digitale campagne van Obama

en de bedrijven die de zeer venijnige campagne-

filmpjes maken. Ze bekeken het tweede presi-

dentiële debat op dezelfde campus (maar in een

ander gebouw) als waar het debat plaatsvond.

Ook voerden ze anderhalve dag zelf campagne.

Voor Obama én voor Romney. ‘Het was een

studiereis. We deden het niet om de kandidaten

te helpen, maar om inzicht te krijgen in hoe de

campagnes worden gevoerd. Maar om eerlijk te

zijn lag de motivatie tijdens de campagne voor

de Republikeinen wel lager.’

Dat kwam volgens Van Ewijk niet alleen doordat

alle 25 deelnemers zich meer verwant voelen

met de huidige president dan met zijn tegen-

strever. ‘Je merkt bij Obama dat de campagne

echt van onderop wordt georganiseerd. Ieder-

een is toegewijd, fascinerend om te zien. Zelfs

als je tegen Obama zou zijn, wil je ze helpen.

Die mensen zijn zo gemotiveerd.’

Van Ewijk verbaasde zich over de ‘haast milita-

ristische benadering’ van het campagnevoeren.

Het is bijna exacte wetenschap, zo schetst hij

zijn ervaringen. Omdat kiezers zich moeten

registreren en dan al aan kunnen geven of ze

Democraten of Republikeinen stemmen, weten

partijen van veel kiezers waar ze wonen. ‘Cam-

pagnemedewerkers gebruiken die data, sturen

alles aan het eind van de dag op naar het hoofd-

kantoor en daar wordt alles geanalyseerd en

‘Fascinerend, die toegewijde campagnes’

Stijn van Ewijk op pad voor Obama én Romney

bepaald wat de doelen worden op de volgende

campagnedag.’

Met een adressenlijst ging Van Ewijk Romney-

stemmers in een villawijk in Richmond langs

om ze op het hart te drukken inderdaad voor

hun kandidaat te stemmen. Hetzelfde deed

hij in een armere buurt voor het Obama-team,

alleen dan om de kiezers te motiveren ook echt

naar het stembureau te gaan. ‘Bij de Democra-

ten zeggen ze: als veel mensen gaan stemmen,

wint Obama. Hij heeft veel aanhangers in min-

derheidsgroepen met vaak een lagere opkomst.’

‘Zo’n gigantisch veldapparaat zal je in Neder-

land nooit krijgen. Ik zie partijen hier niet op

zo’n schaal langs de huizen gaan om stemmers

te trekken’, aldus de student. Dat dat in de VS

anders is, noemt hij logisch. ‘In zogenaamde

swing states zoals Virginia kan in theorie één

stem uitmaken of een staat naar de Democra-

ten of Republikeinen gaat. Dat zeggen ze ook

op lokaal niveau. Als je straks de uitslagen op

tv volgt en je ziet dat jouw wijk voor Obama

heeft gekozen, waardoor jouw stad en uitein-

delijk de hele staat een nipte meerderheid voor

Obama haalde en dus alle kiesmannen van die

staat naar de Democraten gaan, dan werkt dat

heel motiverend.’

Door de presidentiële campagne van dichtbij te

volgen, leerde Van Ewijk het Amerikaanse poli-

tieke systeem beter kennen. Naar eigen zeggen

gaf het hem ook de gelegenheid Nederlandse

vooroordelen te nuanceren. ‘In Nederland be-

staat het idee dat Amerikanen dom zijn’, geeft

hij als voorbeeld. ‘Nou, in die campagneteams

zitten de slimste mensen hoor. Ik heb op straat

ook niet het idee gekregen dat de mensen min-

der van politiek weten dan in Nederland.’

‘Een ander vooroordeel is dat er belachelijk

veel geld geïnvesteerd wordt. Dat valt wel mee

als je ziet hoe groot het land is. De marketing

van bedrijven is vele malen duurder. Bovendien

volgt het logisch uit een tweepartijenstelsel.

Het is win or lose.’ |

Page 23: UT Nieuws Magazine November

HistorischHoe het kan weet ik niet, maar in de Verenigde Staten zijn

alle presidentsverkiezingen historisch. Amerikanen zijn nu

eenmaal verliefd op de overtreffende trap. Ze gaan uitsluitend

voor het grootste, het mooiste, het beste en het duurste. En

dat geldt ook voor ‘the best horse race in the world.’ Hoe saai

sommige verkiezingen ook lijken, uniek zijn ze allemaal. Die

van vier jaar geleden werden met recht zo genoemd. Voor het

eerst werd een zwarte kandidaat tot het hoogste ambt geroe-

pen. Een doorbraak in een land dat getekend is door raciale

tegenstellingen. Barack Obama sprak over ‘hope’ en ‘change’

en miljoenen zeiden hem na: ‘Yes we can’. Het enthousiasme

dat hij losmaakte riep herinneringen op aan begin jaren zestig,

toen John F. Kennedy het land begeesterde. Historisch, inder-

daad. Maar wat maakt 6 november 2012 zo speciaal dat we

die avond op het puntje van onze stoel moeten gaan zitten, de

televisie afgestemd op CNN, chips en cola binnen handbereik?

We weten nu immers wel dat ook iemand met een kleurtje op

het Witte Huis kan passen. En over ‘hope’ en ‘change’ hoor je

Obama niet meer. Zijn kiezers mochten zich eens afvragen wat

dat precies heeft opgeleverd. Een geluk voor Obama: ook zijn

Republikeinse uitdager Mitt Romney maakt weinig los. Zelfs

sommige partijgenoten beschouwen hem als de zoveelste

saaie, blanke, over het paard getilde rijkaard die zo nodig een

kansje moet wagen.

En toch, de verkiezingskoorts is er niet minder om. Begrijpelijk,

want sinds de Amerikaanse burgeroorlog (1861 - 1864) zijn de

politieke tegenstellingen in de VS niet zo groot geweest. Het

landsbestuur is verlamd doordat Democraten en Republikeinen

elkaar niets gunnen. De economische crisis zet alles op scherp.

Republikeinen en Democraten vechten een ideologisch conflict

uit dat al suddert sinds de republiek werd uitgeroepen. Is

Amerika een land van individualistische pioniers die slechts

vertrouwen op God en hun geweer, of wordt het bevolkt door

mensen die vinden dat de federale overheid ook het algemeen

welzijn moet bevorderen? Om die vraag draait het. De Repu-

blikeinen van Romney willen burgers op zichzelf terugwerpen

zodat zij weer initiatief gaan ontplooien. De Democraten

van Obama willen burgers juist beschermen tegen de ergste

uitwassen van de crisis zodat zij weerbaar blijven. Dat maakt

de keus op 6 november helder en de verkiezingen beslissend.

In elk geval voor de duur van vier jaar, want dan dienen zich

opnieuw presidentsverkiezingen aan. Historische verkiezingen,

let maar op.

Marten de Jongh is opinieredacteur/eindredacteur bij de

Twentsche Courant Tubantia. Als voormalig buitenland-

redacteur met grote voorliefde voor de VS volgt hij de

Amerikaanse verkiezingen op de voet.

Column | Marten de Jongh

UT NIEUWS 09|2012 23

Page 24: UT Nieuws Magazine November

Gaan de Nederlandse verkiezingen en de media-aandacht daarvoor steeds meer lijken op het

spektakel in de VS? Die indruk wordt inderdaad gewekt, constateert UT-mediapsycholoog

Ard Heuvelman. Zelf ziet hij die zogenaamde veramerikanisering niet. Sterker, op sommige

vlakken gaan onze media en politici een stap verder dan in Amerika. ‘Ik zie Obama niet opdraven

in een tv-spelletje.’

TEKST: PAUL DE KUYPER | FOTO: ARJAN REEF >

Wat zijn de belangrijkste

verschillen in de rol die me-

dia spelen in de campagnes

in Nederland en de VS?

‘In de VS draait het om twee

personen. Dat zie je terug in de media. Er zijn maar

twee mensen die ertoe doen. Er wordt heel erg op

de persoon gelet. Het gaat meer dan bij ons over hoe

iemand over komt.

Inhoudelijk staat in Amerika het land centraler. Het

nationalistische karakter is veel hoger, vooral bij de

Republikeinen. Obama houdt nog een breed verhaal

over wat hij heeft gedaan in de wereld, maar Rom-

ney vertelt zijn levensverhaal en benadrukt dat hij

zelf uit de American dream komt, dat hij weet hoe

het moet. Rutte doet zoiets niet. In Nederland heeft

het nationalisme veel minder aanhang.’

Ook in Nederland wordt door de media veel

naar de persoon gekeken. Gaat Nederland steeds

meer op Amerika lijken?

‘Die indruk wordt wel eens gewekt, maar ik zie

geen veramerikanisering. Het is een internatio-

naal verschijnsel dat media een steeds grotere

rol spelen in de campagne. Wat dat betreft gaat

Nederland zelfs een stukje verder. Politici draven

overal op, zelfs in tv-spelletjes. Dat zie ik Obama

toch niet doen.

Amerika is zelfs braver geworden, door de komst

van C-SPAN, een onafhankelijke parlementaire

tv-zender. Die heeft de speeches van Obama en

Romney op hun congressen op precies dezelfde

manier geregistreerd. Daarvan is de invloed een

stuk minder dan Fox dat zich lekker achter Bush

schaarde. Overigens moet je dat brave los zien

van alle filmpjes die gemaakt worden waarin

de kandidaten elkaar zwartmaken. Dat zie je in

Nederland niet gebeuren.’

Je hoort van alles over de social media strategy

van Obama in 2008. Hoe belangrijk zijn social

media eigenlijk?

‘De invloed daarvan valt reuze mee. Geen mens

heeft volgens mij kunnen bewijzen dat social media

toen doorslaggevend zijn geweest. Ik las dat tijdens

het eerste debat tussen Obama en Romney tien

miljoen keer getwitterd werd. Ik vraag me af: wat

draagt dat bij? Men doet z’n best maar.’

Veel Nederlandse partijen hadden tijdens de

campagne een speciaal team dat standpunten

twitterde tijdens debatten. Zij geloven kennelijk

dat ze invloed hebben.

‘Denk je dat de zwevende kiezer overtuigd wordt

door een twitterberichtje? De invloed van de media

is sowieso gering op het bepalen van de keuze. Met

media gedrag veranderen is buitengewoon moeilijk.

Onderzoek heeft dat meerdere keren aangetoond.

Uitzondering is het tv-debat tussen Nixon en Ken-

nedy in 1960. De radioluisteraars wezen Nixon aan

als winnaar, maar de tv-kijker koos voor Kennedy’s

uitstraling. Na die tijd hebben onderzoeken de in-

vloed van tv-debatten niet meer kunnen hardmaken.’

Wat vind je van de aandacht van de Nederland-

se media voor verkiezingen in de VS?

‘Het is wel erg veel hè? Zeker als je het afzet tegen

dingen die voor ons veel belangrijker zijn, zoals de

verkiezingen in Frankrijk en Duitsland. Daar hebben

we rechtstreeks mee te maken in EU-verband. Als

je dat afzet tegen de aandacht voor de VS, is het

tamelijk absurd.’

Het is nou eenmaal een wereldmacht.

‘China, Japan en India zijn ook wereldmachten. Daar

hoor je nauwelijks iets over. Het argument klopt

ergens niet. Het zal wel met het verleden te maken

hebben, althans, met de periode na de Tweede We-

reldoorlog. Daarvoor hoorde je niemand over de VS.’ |

‘Amerika is braver geworden’Mediapsycholoog Ard Heuvelman over de campagnes in Nederland en de VS

24 UT NIEUWS 09|2012

Verkiezingen Verenigde Staten

Page 25: UT Nieuws Magazine November

UT NIEUWS 04|2012 25

TExT: MARISKA ROERSEN | PHOTOS: GIJS VAN OUWERKERK >

Who: Rory Nealon, I’ve been here for a year.

Votes: Undecided. Although I am staying in-

formed and will vote, I am trying to take a va-

cation from it. I lived 2 blocks from the White

House and am tired of the whole spectacle.

Prediction: Obama will win comfortably.

He is ahead in the polls and there are only six

swing states that Romney and Obama should

be fighting for.

What nobody knows: Residents of

Washington DC are not allowed to vote

Members of Congress because the capital is

independent from any state. I am from Wash-

ington DC and find this an unfair system. Up to

600.000 people pay taxes without representa-

tion.

This is a big issue and I find the position of the

presidential candidates on this very important.

Another thing is that I am convinced that the

media hypes up the elections. I believe they

present closer ratings than they actually are to

get more advertising money.

If anybody could be President it should

be: Me. You can’t be an American president

if you are born outside the US, and I was not

born there. It would be great to see if I could

still be elected.

Who: David Rossiter, I’ve been living here for 15

years now.

Votes: I have already voted through an absentee

ballot. This was possible as early as October 1st.

However, one of the characteristics of US elec-

tions is that my vote is secret.

Prediction: Obama. Romney faces challenges be-

cause he excludes large groups. Most Afro-Amer-

icans will vote Obama, because Romney doesn’t

have a policy for them. Next, Romney supports a

constitutional amendment to ban abortion under

all circumstances, which many women resent. On

top of that, Romney is against gay marriage. On

the other hand, there are still quite some people

who cannot accept that an Afro-American is living

in the White House and the amount of hatred in

these racists is shocking.

What nobody knows: Both candidates are

bought by large corporations. The American po-

litical system is corrupt at the core and all we are

seeing is a shadow of the real decision-making.

If anybody could be President it should be:

Someone with extensive political experience, like

the Governor of the State of New York Andrew

Cuomo, or Hillary Clinton. Someone who has

proven to be able to work with right-wing and left-

wing politicians.

Who: Kassandra Reuss-Schmidt, I arrived here

last September.

Votes: Obama. He is more progressive and has

the guts to step up for matters as gay marriage

and abortion regulation. The Bush adminis-

tration left him a mess. Although he did not

fulfil all his promises, he still did a lot. I would

not be able to have health care without his

reforms, for example.

Prediction: People are divided. It will be a

close call.

What nobody knows: Romney wants to dras-

tically cut spending on the environmental pro-

tection agency, which is completely ridiculous.

It is one of the few agencies that actually does

something. We need a system of checks & bal-

ances to even out interests between companies

and the public. His intended cuts in broadcast-

ing systems are another example. His election

would take us two or three steps back.

If anybody could be President it should

be: Different people who are knowledge-

able about the issues in question. Economists

should decide upon economic affairs,

for example. Of course, such a system already

exists, but not to the extent that I would like

to see it.

US elections: Let’s ask the expertsWho will be the next American President? What are the most important issues and is there something that Europeans don’t know?

Let’s ask some Americans who currently reside in Twente.

Page 26: UT Nieuws Magazine November

Alles wijst erop dat studeren in Nederland duurder wordt. In de VS liggen de studiekosten allang veel

hoger, zeker voor de beste universiteiten. Durven studenten nog iets anders te doen dan studeren?

TEKST: EVA DE VALK (HOP) >

Stephanie Oberfoell (25)

spert haar ogen wijd open als

ze hoort hoeveel collegegeld

studenten in Nederland beta-

len. ‘Wow’, zegt ze ongelovig.

‘Dat is een andere wereld.’

Haar vierjarige bachelor-

programma aan Stanford kostte 41.250 dollar,

omgerekend ruim 31.500 euro per jaar. Nu is ze

derdejaarsstudent geneeskunde aan de Univer-

sity of California in Los Angeles – in de VS kun

je pas aan een geneeskundestudie beginnen na

afronding van een bachelor. Kosten: 34.784 dollar

oftewel 26.500 euro per jaar.

Het Nederlandse collegetarief van 1.771 euro

steekt daar nogal schril bij af. En dan krijgen

Nederlandse studenten ook nog een basisbeurs,

al is het de vraag hoe lang dat zo blijft. Alles wijst

erop dat studeren in Nederland duurder wordt.

Studenten die een tweede master volgen, betalen

sinds 2010 het veel hogere ‘instellingstarief’. En

met de komst van het nog te formeren kabinet zal

in 2014 ook de basisbeurs verdwijnen. Dan kan er

alleen nog geleend worden.

Studenten moeten meer verantwoordelijkheid

nemen voor hun opleiding, vinden VVD en PvdA.

Een opleiding is immers een investering in de

eigen toekomst, en met het juiste diploma op zak

is een goed betaalde baan makkelijker te vinden.

Nederlandse studenten moeten zich daarom over

hun ‘leenangst’ heen zetten – na hun studie lossen

ze die kosten immers zo weer af.

In de VS is deze manier van denken gemeengoed.

Hoe beïnvloedt de hoge eigen bijdrage van stu-

denten het hoger onderwijs? Is hun werkhouding

anders, zijn ze wellicht gemotiveerder?

Private donorHet is bekend dat het collegegeld in de VS veel

hoger is dan in Nederland (zie kader ‘Studiekos-

ten in de VS’), maar dat betekent niet dat alle stu-

denten dit ook daadwerkelijk betalen. Uit onder-

zoek van Judith Scott-Clayton, docent economie

en onderwijs aan de Columbia University in New

York, blijkt dat slechts één op de drie studenten in

de VS het volledige collegegeld betaalt. Studenten

kunnen in de VS een beroep doen op een reeks

aan beurzen, stipendia, renteloze leningen en

andere toelages om hun studiekosten te drukken,

en dat gebeurt op grote schaal.

Zo ontving Stephanie Oberfoell, beste leerling van

haar middelbare school, een prestigieuze beurs

van een private donor die haar volledige ba-

chelorstudie aan Stanford bekostigde. Haar studie

geneeskunde in Los Angeles werd er deels mee

gedekt, de rest financiert ze door middel van een

lening. ‘Ik weet niet hoe me dat gelukt was zonder

die beurzen’, zegt ze. ‘Ik voel me bevoorrecht.’

Oberfoell neemt haar studie bijzonder serieus. ‘Ik

weet dat iemand een enorm bedrag voor mij heeft

neergeteld, en wil bewijzen dat ik dat waard ben.

Ik zie mijn studie als een enorme kans en wil alles

eruit halen wat erin zit.’ Ook besteedde ze veel

tijd aan haar studiekeuze. Ze heeft verschillende

stages bij ziekenhuizen gelopen en meegedraaid

met medische vrijwilligersprojecten voordat ze

zich inschreef voor geneeskunde. ‘De kosten van

een medische opleiding liggen hoog’, zegt Ober-

foell. ‘Je moet zeker weten dat je het wilt.’

LanterfantenHard werken, tempo maken en gericht kiezen:

dat is ook de ervaring van Nederlander Micha

Hernández van Leuffen (32). Hernández studeer-

de bedrijfskunde en computerwetenschappen

aan de VU en de UvA voordat hij voor een half

jaar naar de University of San Francisco (USF)

vertrok. ‘Dat halve jaar kostte net zo veel als mijn

hele studie aan de VU’, grinnikt hij. Toch was het

het hem meer dan waard. ‘Hier zitten de groot-

heden in mijn vakgebied. Ik heb in korte tijd veel

waardevolle kennis en contacten opgedaan. Het

was ontzettend gaaf.’

Het grootste verschil met Nederland was dat zijn

medestudenten heel gericht met hun studie en

carrièreplanning bezig waren, zegt Hernández.

‘Aan USF betaal je per vak, dus je gaat geen

vakken volgen waar je minder aan hebt’, zegt hij.

‘Een beetje lanterfanten of uitproberen is er niet

bij. De klok tikt door.’

Van die no-nonsense-houding kunnen Neder-

landse studenten wel wat leren, denkt Hernán-

dez. ‘Als je in Nederland heel hard studeerde,

werd gefluisterd dat je waarschijnlijk niet van

je studententijd aan het genieten was. Maar in

de VS was het ook niet zo dat iedereen alleen

maar in de boeken zat. Er werd gefeest, en flink

ook. Als je een nacht had doorgehaald, zat je de

volgende dag net zo goed op tijd en voorbereid in

de collegebanken. Work hard, play hard, was de

attitude.’

Economische benaderingAmerikaanse studenten hebben een sterk econo-

mische benadering van hun opleiding, stelt eco-

noom en onderwijskundige Judith Scott-Clayton.

De ‘return on investment’, de mate waarin de in-

vestering in een studie leidt tot een goed betaalde

baan, is een belangrijke factor voor studiekeuze

in de VS. Talenstudies en vakgebieden als filosofie

en geschiedenis – studies met een lage ‘return

on investment’ – worden alleen gekozen als de

student dermate gemotiveerd is dat hij bereid is

het risico te nemen.

Die economische benadering heeft ook een keer-

zijde, zegt Nederlander Wouter van Oortmerssen.

Hij was acht jaar lang docent informatica aan de

‘Een beetje lanterfanten is er niet bij’Hoge studiekosten belangrijk onderwerp bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen

Voor openbare universiteiten in de VS betaalden studenten

vorig jaar gemiddeld 8.244 dollar collegegeld, zo’n 6.300 euro.

Voor privé-universiteiten zonder winstoogmerk lag dit bedrag

op 28.500 dollar (22 duizend euro). Dat blijkt uit onderzoek van

de Amerikaanse non-profitorganisatie College Board.

In de VS stijgen de studiekosten al jaren. Vooral de openbare

universiteiten zijn in de loop der jaren veel duurder geworden,

doordat de staten hun financiële bijdragen hebben terugge-

schroefd. Zo vroeg de University of California in 1980 gemiddeld

nog 776 dollar collegegeld (zeshonderd euro). In 2011-2012

was dit gestegen naar 13.218 dollar (tienduizend euro).

De rekening gaat in toenemende mate naar de studenten.

Veertig procent van de huishoudens in de VS met een persoon

jonger dan 35 jaar heeft een studieschuld, blijkt uit onderzoek

van Pew Research. De gemiddelde uitstaande schuld was

26.682 dollar, ongeveer twintigduizend euro.

De totale som van uitstaande studieleningen in de VS bedraagt

906 miljard dollar, meldde de New York Federal Reserve recent.

In 2005 was dit bedrag nog 363 miljard dollar. Sommige

economen waarschuwen dat deze leningen kunnen leiden tot

een nieuwe financiële crisis, vergelijkbaar met de hypotheken-

crisis uit 2007.

Studiekosten in de VS

26 UT NIEUWS 09|2012

Verkiezingen Verenigde Staten

Page 27: UT Nieuws Magazine November

Southern Methodist University, een privéschool

in Dallas, Texas. ‘Studeren kost hier veel geld, dat

nemen de meeste studenten voor lief. Duurder

betekent vaak prestigieuzer. En prestige is de

sleutel tot goede banen, meer nog dan kennis of

ervaring, denkt men. Studenten – of liever hun

ouders – zijn bereid daarvoor diep in de buidel

te tasten.’ Dat maakt studenten volgens Van

Oortmerssen niet per se gemotiveerder. ‘Sterker

nog, ze worden arrogant. Hun houding is: ‘Ik heb

hier veel voor betaald, nou maak jij me maar eens

slim, zolang ik er maar niet voor hoef te zweten.’

Er is in de VS sterker dan in Nederland sprake

van een klantgerichte relatie met de student, zegt

Van Oortmerssen. ‘En de klant wil het papiertje

zonder te veel gedoe.’

RijkeluiskindjesNatuurlijk generaliseert hij, geeft Van Oortmers-

sen toe. ‘Niet alle studenten zijn zo. Zeker bij

masterstudenten heb ik hardwerkende en gemo-

tiveerde studenten gehad. Zij werden niet zozeer

gedreven door hoge kosten, maar door liefde voor

hun vak.’

Het probleem is in zijn ogen vooral dat de gemo-

tiveerde, maar minder rijke studenten zich laten

afschrikken door de hoge kosten. ‘Op mijn univer-

siteit zaten vooral rijkeluiskindjes’, zegt hij. ‘De

samenstelling van de studenten was erg eenzijdig.’

De ervaring van Hernández is dat studenten in

de VS zich niet zozeer laten afschrikken door de

hoge studiekosten: ‘Die aanvaarden ze eigenlijk

als een gegeven.’ Hun echte zorgen gaan over

de arbeidsmarkt en de kansen op werk na hun

studie. Hernández: ‘Toen ik vorig jaar afstudeerde,

was het erg moeilijk om een baan te vinden. Van

een aantal medestudenten weet ik dat ze na hun

afstuderen genoegen moesten nemen met een

stageplek. Dan is het echt een drama, als je zoveel

hebt geïnvesteerd. Want je studieschuld moet je

wel gewoon afbetalen.’ |

De hoge studiekosten zijn een belangrijk onderwerp in de

aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen op 6

november. Barack Obama en Mitt Romney hebben hierover

sterk contrasterende opvattingen.

Mitt Romney vertelde studenten in New Hampshire eind au-

gustus dat hij het niet als een taak van de overheid beschouwt

om studenten tegemoet te komen in hun studiekosten. ‘Het

is heel verleidelijk voor een politicus om te zeggen: ‘Weet je

wat, hier heb je wat geld’, zei hij. ‘Ik ga jullie geen gratis dingen

beloven die jullie uiteindelijk toch zelf [via belastingen, red.]

moeten terugbetalen.’

Romneys alternatief is nieuwe banen te creëren en de

belasting te verlagen, ‘zodat je in staat bent je eigen schulden

af te betalen en meer overhoudt van het geld dat je zelf hebt

verdiend.’ Romneys running mate Paul Ryan had eerder een

voorstel ingediend waarbij er vanaf 2013 sterk zou worden

gekort op de Pell Grant, een beurs voor studenten uit arme

gezinnen. In de laatste weken nam Romney een gematigder

standpunt in. Zo zei hij tijdens het tweede televisiedebat met

Obama dat hij de Pell Grant juist wil uitbreiden.

Obama had Romney eerder fel aangevallen. In een speech voor

studenten in Ohio ridiculiseerde hij Romneys uitspraak dat

studenten voor hun studie een beroep zouden moeten doen op

hun ouders. ‘Ik begrijp dat niet iedereen ouders heeft die geld

kunnen lenen’, zei Obama. ‘Dat komt voor sommige types als

een verrassing, maar het is de waarheid’.

Onder Obama is het beschikbare geld voor de Pell Grant

verdubbeld. Voor zijn nieuwe termijn stelt hij een hervorming

voor van het federale studieleningenstelsel, waardoor de

schuld wordt afbetaald naar draagkracht. De maandelijkse

lasten zouden volgens Obama niet hoger moeten liggen dan

tien procent van het inkomen en na tien jaar moet de schuld

komen te vervallen.

Obama is populair onder jongeren. In de verkiezingen van 2008

stemde 68 procent van de 18- tot 24-jarigen op Obama; 32

procent stemde op de Republikeinse kandidaat John McCain.

Explosief verkiezingsthema

UT NIEUWS 09|2012 27

Page 28: UT Nieuws Magazine November

28 UT NIEUWS 09|2012

Wie is....

TEKST: SANDRA POOL | FOTO: ARJAN REEF >

Verenigde Staten. Mijn ouders zijn na de

Tweede Wereldoorlog verhuisd naar Amerika. Mijn

vader is Duits, mijn moeder Pools. Ze zijn geen

‘natives’. Daardoor werd ik nieuwsgierig naar de

wereld. Het gaf me een open mind set. Ik groeide

op in Texas. Ging naar de University of Texas at

Austin. De universiteit heeft net als Twente een

mooie campus en is eveneens een belangrijke

speler in de regio.’

Ontwikkeling. ‘In Amerika ben jezelf verant-

woordelijk voor je persoonlijke ontwikkeling zodat

je interessant blijft voor de arbeidsmarkt. Na mijn

bachelors, werkte ik vijf jaar in Frankrijk als een

co-founder van een start-up. In Amerika deed ik

mijn master public policy. Ik was omringd met on-

geveer honderd medestudenten die allemaal hun

werkervaring deelden. Een enorme input! Het is

nog steeds een warm netwerk. Werkervaring deed

ik daarna op in Nieuw-Zeeland, bij de gemeente

Wellington. Ik moest wel even overkomen voor

mijn sollicitatie, maar ik greep mijn kans.’

Enschede. ‘Na mijn eilandavontuur wilde ik

human resource studeren. Het is een belangrijk

onderdeel van organisaties en ik was nieuwsgierig

naar het verschil tussen de VS en Europa. Daarom

wilde ik naar Europa. Ik was verbaasd dat Neder-

land opleidingen heeft in het Engels. Ik koos voor

de UT, omdat de universiteit in het land is, ver

weg van de Randstad. Je krijgt daardoor een goed

idee hoe het land is. De UT is een jonge univer-

siteit. Dat trok me ook. Ik ben een lang weekend

naar Enschede gekomen om te checken hoe het

hier is. Dat doen Amerikanen. Ik heb afspraken

gemaakt met hoogleraren. Ik wilde zeker zijn dat

het de investering waard was.’

Trots. ‘Mijn diploma haalde ik in 2009. Ik heb het

ingelijst en op mijn kamer staan, inclusief het UT

Nieuws met de aankondiging van mijn afstudeer-

praatje. Amerikanen zijn trots op hun diploma.

Ik woonde dat jaar op de campus, een huis aan

de Matenweg bij Nederlandse studenten. Ik was

ouder, maar omdat ik veel in het buitenland heb

gewerkt en veel op andere plaatsen ben geweest,

is het voor mij makkelijk om me aan te passen.’

Alumni. ‘Na mijn master begon ik bij NIKOS (Het

Nederlands Instituut voor Kennisintensief onder-

nemerschap) gevolgd door de afdeling strategie

van de staf van het college van bestuur. Ik werk

op het gebied van alumnirelaties, social media en

fondsenwerving. Alumnirelaties zijn in Nederland

heel anders dan in Amerika. In de VS weegt het

veel zwaarder. Families sparen jarenlang zodat

hun kind naar de universiteit kan. En je hebt het

fenomeen van eerstafgestudeerde. Ook een enorm

ding. Daarnaast is het heel moeilijk om bij de

goede universiteiten binnen te komen. Dat speelt

in Nederland minder mee. Iets anders. Baanze-

kerheid kennen we niet. We hebben geen vaste

contracten. Je alumninetwerk is dus een heel

effectieve manier om verder te komen.’

Beleid. ‘We moeten op de UT een andere bena-

dering zoeken. Ik probeer het verleden, heden en

toekomst te verbinden. Als mensen afstuderen,

is dat niet het einde van hun relatie met de UT.

De universiteit rekent alumni voor altijd tot haar

academische gemeenschap. Het zou mooi zijn

als de alumni zelf ook die band met de UT willen

behouden. Die band kan versterkt worden door

bijvoorbeeld alumniorganisaties, een magazine,

een website, het informatie verstrekken, interes-

sante zaken op de campus met elkaar delen. We

hebben meer dan dertigduizend alumni, over de

hele wereld, bij zoveel verschillende organisaties.

Die moet je met elkaar verbinden. Die internatio-

nale brug tussen mensen wil ik graag zijn.’ |

‘Ik wil een internationale brug slaan tussen mensen’

Wie is Joe Laufer?FUNCTIE: Coördinator Alumnibureau

GEBOREN: 18 december 1970 in New York

OPLEIDING: Bachelor in journalistiek – ‘mijn

passie’- en een bachelor in business:

‘dat was praktisch’. Een master in

Public Policy en een master in Human

Resource Management.

WOONT: In Enschede

BUGERLIJKE STAAT: Alleenstaand

TELEVISIE: Weinig, meer internet

FILM: Ja, van alles

BOEK: ‘Ik heb een cursus snellezen gehad

en dat is moeilijk om af te leren. Dat

maakt het minder leuk om boeken te

lezen. Kranten en magazines daarente-

gen wel. Op zondagmiddag in de

UT-bibliotheek.’

28 UT NIEUWS 09|2012

Page 29: UT Nieuws Magazine November

‘Ik wil een internationale brug slaan tussen mensen’

UT NIEUWS 09|2012 29

Page 30: UT Nieuws Magazine November

Cabaretfestival Cameretten 2012De jaarlijkse zoektocht naar aanstormende cabaretiers met ambitie, talent, een

eigen mening en natuurlijk humor is in volle gang. Negen acts worden gekozen

uit tientallen deelnemers, waarna ze een intensief workshopweekend aange-

boden krijgen. Voordat zij gaan strijden om één van de felbegeerde finaleplek-

ken in het nieuwe Luxor Theater, gaan de halve finalisten op try-out tour door

het land. Cameretten is het langstlopende cabaretfestival van Nederland en

heeft zich inmiddels ontwikkeld tot het grootste onafhankelijke podium waar

veel bekende cabaretiers hun carrière zijn begonnen. De winnaar Cabaretfesti-

val Cameretten 2011 ‘Ongericht Enthousiasme’ bestaande uit Michel Verkind-

eren, Philippe Verkinderen en Kevin Bellemans, brengt verfrissend, flitsend en

absurd zapcabaret. Maandag 12 november, 12.35 uur, Ongericht Enthou-

siasme: Winnaar Cabaretfestival Cameretten 2011; 20.15 uur, Try-out

Cabaretfestival Cameretten 2012, Amphitheater Vrijhof.

UNIVERSITEIT TWENTE

Vrijhof CultuurcentrumAlles op het gebied van voorstellingen, culturele cursussen, exposities, kunstuitleen en culturele

studentenverenigingen vind je in de Vrijhof, open van 8.30-24.00 uur, za./zo. van 10.00-17.00 uur.

Alle informatie is te vinden op www.cultuur.utwente.nl.

Culturele cursussenVrijhof Cultuurcentrum biedt elk seizoen ca. veertig culturele cursussen aan. Nieuw dit jaar is de

mogelijkheid om naast een basiscursus je ook middels een ‘gevorderden cursus’ wat meer te verdiepen

of je creatieve vaardigheden uit te breiden. Het aanbod is te vinden op: http://www.cultuur.utwente.

nl/cultuur/cursussen/cursusaanbod.html.

Vrijhof CultuurmailAls je je abonneert op deze gratis maillijstservice, krijg je wekelijks in je mailbox een vers berichtje over

de activiteiten die georganiseerd worden door Vrijhof Cultuurcentrum. Mail naar [email protected].

nl met in het onderwerp: subscribe cultuur, gevolgd door je naam.

Voorstellingen Vrijhof Website / reserveren toegangskaarten: http://

www.cultuur.utwente.nl/cultuur/voorstellingen

en bij de receptie van de Vrijhof 053-4898002.

MAANDAG 5 NOVEMBER, 12.35-13.35 uur, Agora

Vrijhof: NedSym Koperkwintet, Najaarsconcert

[muziek]

MAANDAG 12 NOVEMBER, 12.35-13.35 uur, Amphitheater Vrijhof: Ongericht Enthousiasme: Winnaar

Cabaretfestival Cameretten 2011 [cabaret]. Zie deze pagina.

20.15-22.00 uur, Amphitheater Vrijhof: Try-out Cabaretfestival Cameretten 2012 [cabaret]. Zie deze

pagina.

MAANDAG 20 NOVEMBER, 20.15-22.00 uur, Agora Vrijhof: Gebroeders Meester en Philip Freriks: De

donkere kamer van Damokles [lezing]

Exposities1 NOVEMBER 2012 t/m 7 JANUARI 2013, Kleine expositieruimte Vrijhof: Daniela Flores Magon & Jacomijn

Schellevis: Ofrenda de Dia de Muertos [Kunstexpositie traditionele Mexicaanse cultuur]

8 NOVEMBER 2012 t/m 14 JANUARI 2013, Grote expositieruimte Vrijhof: Lisa Šebestíková: Undefined Ter-

ritory [Kunstexpositie meubels]

Culturele verenigingenVRIJDAG 16 t/m ZONDAG 18 NOVEMBER, Vrijhof Cultuurcentrum: NSK Theatersport, zestien teams uit heel

Nederland zullen het tegen elkaar opnemen. Info: http://www.nsktheatersport.nl. Inschrijven: nsk@

prodeo.utwente.nl.

DINSDAG 20 NOVEMBER, Adiozaal Vrijhof, 20.00-22.00 uur: Happy Feet, Teammatch [dans]

KunstuitleenDe Universiteit Twente beschikt over een grote kunstcollectie. Medewerkers en studenten kunnen in de

kunstuitleen gratis kunst uitkiezen. Open: di./do. van 12.00 tot 13.30 uur, centrale studiezaal Bibliotheek

Vrijhof. Info: Tessa Lieffering, [email protected].

Studium GeneraleWebsite: http://www.utwente.nl/gw/sg/programma/.

DINSDAG 6 EN 12 NOVEMBER, 19.30-21.00 uur, Amphitheater Vrijhof: Een beetje verliefd. 6 Nov.: Verliefd

in de scanner door Prof. dr. Gert ter Horst (hoogleraar neurobiologie a/d RUG). 12 Nov.: Psychologie van de

(ver)liefde door Carolien Roodvoets (psycho- en relatietherapeut).

DONDERDAG 22 EN DINSDAG 27 NOVEMBER, resp. 19.00-21.00 uur, Cubicus en 19.30-21.30 uur, De Waaier:

22 Nov.: Taalverloedering door prof. dr. Marc van Oostendorp (hoogleraar Fonologische Microvariatie

Universiteit Leiden en senior-onderzoeker Meertens Instituut te Amsterdam). DINSDAG 27 NOVEMBER: Het

grote UT-dictee der Nederlandse taal, geschreven door de journalisten van het UT-Nieuws. Meedoen? Hou

de website van Studium Generale in de gaten.

30 UT NIEUWS 09|2012

Crossing BorderCrossing Border is het meest vooraanstaande internationale, interdisciplinaire

literatuur- en muziekfestival in Europa. Het festival, met als thuisbasis Den

Haag, gaat zich na de uitbreiding in 2009 naar Antwerpen, nu ook op de regio

Oost-Nederland richten. Op 15 en 16 november verwelkomen poppodium

Atak en het Wilminktheater Crossing Border’s schrijvers, dichters, muzikant-

en, filmers en artiesten. Het festival speelt zich tegelijkertijd op meerdere po-

dia af, het publiek stelt zijn eigen programma samen. Met een ticket verschaf

je je op de betreffende avond toegang tot alle zalen en podia van het festival.

Hou ook www.crossingborder.nl in de gaten.

Page 31: UT Nieuws Magazine November

TwentseWelleZATERDAG 24 NOVEMBER 2012 t/m MAANDAG 20 MEI 2013, Expositie ‘1-1, elf idolen en Jan Mul-

der’. Een elftal voetbalhelden, bijzondere beelden en unieke voorwerpen uit de voetbalwereld,

levensgrote ballen met dug-outs en een programma boordevol activiteiten. De tentoonstelling

brengt museum, sport, cultuur en samenleving bij elkaar. Vanaf de allereerste wedstrijd in Neder-

land (die in Enschede werd gespeeld!) tot de maatschappelijke betekenis van het voetbal nu.

WilminktheaterDONDERDAG 8 NOVEMBER, 20.00 uur, Grolsch Zaal, Kamagurka SPROOK [cabaret & comedy].

De nieuwe voorstelling ‘SPROOK’ van Kamagurka, de man die absurditeit tot levenswerk heeft

gemaakt, is een avondvullende rollercoaster van absurdistische sprookjes en verhalen voor

volwassenen. De avond speelt zich af in een bos met welgeteld twee bomen. Toch lukt het

Kamagurka om erin te verdwalen.

DONDERDAG 15 EN VRIJDAG 16 NOVEMBER, 19.00 uur Wilminktheater en Atak [pop / muziek &

literair].

ZATERDAG 17 NOVEMBER, 20.00 uur, Holland Casino Zaal, VanVelzen, The Rush Of Life, [pop].

WOENSDAG 21 NOVEMBER, 20.00 uur, Holland Casino Zaal, Nasrdin Dchar, Oumi (geschreven

door Maria Goos) [toneel & literair].

In ‘Oumi’ vertelt acteur Nasrdin Dchar het verhaal van een Marokkaanse vrouw die opgroeit

in het bergdorpje Touasitte, over de reden waarom ze naar Nederland komt en hoe dat haar

leven verandert. En over één van haar zonen: Nasrdin, die loyaal wil zijn aan het land waar hij

leeft, maar ook aan het land waar zijn roots liggen.

ZATERDFAG 24 NOVEMBER, 20.00 uur, Urenco Zaal, Govert de Roos , Lezing over foto-

expositie ‘Schreeuwen’.

MAANDAG 26 NOVEMBER, 20.00 uur, Holland Casino Zaal, Guido Weijers (Op weg naar) de

Oudejaarsconference 2012 [cabaret & comedy].

DINSDAG 27 NOVEMBER, 20.00 uur, Holland Casino Zaal, Ali B, Geeft antwoord Winnaar Neer-

lands Hoop 2012 [cabaret & comedy].

DONDERDAG 29 NOVEMBER, 20.00 uur, Grolsch Zaal, Miss Molly & Me, Rewind and Say Hello

Theatertour [pop].

“De nieuwe muzikale sensatie in de theaters. Het beste dat Nederland qua aanstormend

singer-songwritertalent te bieden heeft.” Dat zegt regisseur Paul de Munnik over Miss Molly

& Me. Met een mix van folk, pop, country en americana maakt het duo van elk theater een

huiskamer vol liefde, geluk, verdriet en de pracht van het alledaagse.

UT NIEUWS 09|2012 31

Afstudeerborrel of -diner bij Sam Sam in persoonlijke en informele sfeer...

www.samsam-enschede.nl

Page 32: UT Nieuws Magazine November

Cultuur

32 UT NIEUWS 09|201232 UT NIEUWS 09|2012

Vrolijk, jong, populair en hyperactief. Zo omschrijven de drie bestuursleden hun

theatervereniging. NEST is terug van weggeweest. Met dertig leden is ze alive and kicking. En

dat na vier jaar toneelstilte. De productie van de musical Alice in Wonderland, afgelopen zomer,

heeft een positieve uitwerking gehad op de wederopstanding van de toneelclub.

TEKST: SANDRA POOL | FOTO: ARJAN REEF >

Aan tafel zitten voorzitter Ineke van Opheusden,

student advanced technology, Daan Egberts,

student civiele techniek, de penningmeester en

tot slot de secretaris Heleen van der Zaag die

creative technology studeert. Alle drie hebben

ze meegespeeld in de musical Alice. ‘De produc-

tieassistent vertelde tijdens de repetities dat er

ooit eens een toneelvereniging is geweest op de

UT’, zegt Heleen. ‘Dat was dus NEST. Op papier

bestond de groep nog, maar er was geen bestuur

en er waren geen leden.’ Daan: ‘Wij zijn toen

spontaan opgestaan om de vereniging nieuw leven

in te blazen.’

En dat is gelukt. Tijdens de introductie werd er

flink reclame gemaakt. Het resultaat? 27 potentië-

le leden tijdens de eerste open les. Ineke: ‘Dat was

meer dan verwacht!’ Nu telt de club dertig leden.

Ze volgen allemaal een cursus om de basisbegin-

selen van het toneelspel onder de knie te krijgen.

Daan: ‘Het gaat om stemgebruik, emotie, de plek

op het toneel, de blik in de zaal.’ Ineke: ‘Na de

training volgen medio december de audities voor

de eerste productie sinds 2008.’ Over de inhoud

van de show beslissen de leden op 13 november.

Heleen: ‘De regisseur, Tom Kortbeek, komt met

drie voorstellen. Het wordt in elk geval muziek-

theater.’ Daan: ‘Dat sluit volgens ons het beste

aan bij studenten.’ De drie bestuurders geven in

januari het stokje door aan nieuwe bestuursleden.

Daan: ‘Ons doel, het opzetten van een toneelver-

eniging, zit er dan op. Het is aan onze opvolgers

om het voortbestaan te waarborgen. Gelukkig zijn

veel leden eerstejaars, dus dat zit wel snor.’ |

NEST speelt op 13 december om 20.00 uur in

de Agora de voorstelling Nesteldrang. Het

theaterstuk is de afsluiting van de cursus die

de leden hebben gevolgd.

Nieuw elan theatervereniging NEST

32 UT NIEUWS 09|2012

Page 33: UT Nieuws Magazine November

TExT: RENSE NIEUWENHUIS | PHOTO: ARJAN REEF >

Contributing to a scientific discipline means

that a PhD candidate is supervised to create

scientific products of the highest possible

quality, and does so in an increasingly inde-

pendent manner. Participating in a scientific

discipline entails presenting these scientific

products to others, frequently discussing

these with colleagues, and collaborating with

representatives of that discipline. Participa-

tion also means enculturation in the norms

and values of a discipline. In addition, society

increasingly expects scientists to be able to

explain the relevance of their work to an audi-

ence outside their own discipline. A scientific

discipline is not limited to a single depart-

ment, nor to a single university or even to a

single country. PhD candidates should operate

in an internationally oriented community.

Doing your PhD is and should be a demanding

challenge. Important skills are learned from

dealing with this challenge; it is easy to make

mistakes, but challenging to learn to recognize

ones’ own mistakes. A good supervisor allows

PhD candidates to independently develop and

try their own solutions to problems, while re-

flecting on that process. A fine balance should

be found between safeguarding the candidate

from endangering progress and completion of

the project in time, without predefining all the

decisions that need to be made.

In addition to the academic development,

which should be prioritized, PhDs and their

supervisors should identify personal train-

ing needs to be inlcuded in the training and

supervision plan. Participation in projects

besides the thesis, in teaching, and in ad-

ministrative tasks, invest in training young

academics the skills required for their future

careers.

PhD candidates play a crucial role in uni-

versity, the scientific progress, as well as in

teaching, and should therefore be regarded

employees of a university. Integration into the

scientific community contributes to the pro-

fessional development of PhD candidates.

Skills that all PhD graduates have in common

include research- and analytical skills, the

conception, planning, and management of a

large and long-term project, the organization

and presentation of complex information, and

perseverance. All PhDs are about scientific

research, but the developed skills can be ap-

plied in future careers in academia, as well as

in business. With PhD candidates working on

fixed term projects, they should be stimulated

to anticipate their future career already at

early stages during the PhD. By realizing how

to apply their general skills to future plans,

PhD candidates should be fully prepared for

the next step in their careers. |

PhD candidates play a crucial role in universityDoing a PhD represents several years of supervised training, developing oneself to become a

researcher capable of independently contributing to, and participating in, a scientific discipline

with the skills needed for a further career.

International/Opinion

UT NIEUWS 09|2012 33

Page 34: UT Nieuws Magazine November

International

TExT: MARLOES VAN AMEROM | PHOTO: GIJS VAN OUWERKERK >

You are calmly and happily driving in town

when the police stop you as one of your lights

is not working. They ask to take a look at your

(international) driving licence, and upon see-

ing it a shocked look emerges on their faces. A

few seconds later you are told NEVER to drive

on Dutch roads again during your stay here.

Until you can show them your Dutch driving

licence that is.

If this has happened to you, don’t feel too bad.

You are certainly not the first overseas stu-

dent not to realise that you can only use your

foreign driving licence for a limited time –and

you’re unlikely to be the last.

Obtaining your driving licence in another

country is not always easy, even when you are

already a good driver. The traffic culture may

differ from that of your own country for one

thing, and some rules may be different.

So how do you go about getting your driving

licence in the Netherlands?

Something you may also be interested in if you

don’t have a driving licence yet, but want to get

one during your stay in the Netherlands.

Finding a good driving schoolEzendam and Brookhuis are among the larger

driving schools in Enschede, but there are

many others. Should you be keen to obtain

your Dutch driving licence as soon as possible,

some schools also offer 10-day courses. Check

the Yellow Pages or Google for additional

information.

What constitutes a good driving school can be

highly dependent on the individual. Make sure

you are happy with your instructor. It’s you

who will be picking up the bill, after all.

Talking of bills, how much is learning to drive

going to cost? While prices differ between

schools, generally speaking learning to drive

is not cheap in the Netherlands. Lessons may

start from €28 upwards, but exam fees, books

and so on are often excluded or you can only

take a limited number of lessons at this price.

“While there are no guarantees, generally

speaking a learner may in the worst case

pay around €3500 for 50-70 lessons, but then

that’s a lot of lessons,” says Christiaan Robert

Stiphout. He owns Stiphout, a small driving

school popular among international UT-ers.

“Experienced drivers may be looking at 10-15

hours, depending on their existing skills.”

When buying many lessons in a package you

can usually expect a discount.

Before rushing off to a driving school, you

may first want to double-check if you really do

need a Dutch driving licence. In addition to

European Union countries or countries with

affiliations to the EU like Switzerland, the

Netherlands now also has agreements with

some other countries. Drivers from Taiwan,

Israel and South Korea may be able to simply

exchange their driving licence for a Dutch

one, for example. Go to the website of the

RDW(www.rdw.nl) , an agency appointed

by the Dutch Ministry of Infrastructure and

Environment to manage road safety, for further

information.

Driving lessonsLearning to drive in the Netherlands typically

begins with a free-of-charge trial lesson, after

which your instructor will give you an estimate of

how many lessons you are likely to need before

you are allowed to do the driving exam.

During the lessons it won’t necessarily just

be you and the instructor in the car; it is very

common in Holland to be picked up by another

student-driver (with the instructor sitting beside

him or her!), after which you will take over the

driver’s seat to drive that learner home as part of

your lesson.

How easy you will find it to drive in the Nether-

lands will depend on multiple factors, including

your predisposition to driving and whether you

are already an experienced driver. In the latter

case, prepare yourself not just to learn, but also

to unlearn certain habits, particularly if there

are considerable differences between your home

country and the Dutch traffic culture.

Driving the Dutch wayFor example, in some countries veracious honk-

ing in traffic to communicate with other drivers

is considered a way of life, but this is generally

not the case in the Netherlands. “Compared with

many Asian and perhaps also African or Latin

countries, where traffic rules may be applied in a

relatively ad hoc manner, driving in the Nether-

lands is very protocol-based”, explains Stiphout,

who is originally from Indonesia. A feature of

Dutch traffic is that it can be fairly dense in

nature.

While each student will face different challenges

in learning how to drive in the Netherlands, three

obstacles frequently come up, the driving in-

structor adds. These are related to giving proper

priority to bicycles, parking and the ‘rechtdoor op

dezelfde weg gaat voor’ traffic rule.

Oooh, t/hose bikes!

There are many, many cyclists in Holland and

learning how to manage this traffic flow and

Are you keen to drive during your stay here, but unsure as to how you can get a Dutch driving

licence or conquer the roads here safely? UT Nieuws helps out with some tips and tricks,

including advice from a Dutch driving instructor.

Hit the road, Jack!

34 UT NIEUWS 09|2012

How to get a Dutch driving licence

Cyclists make up a large part of Dutch traffic.

Page 35: UT Nieuws Magazine November

give them proper priority is a necessity for safe

driving in the Netherlands. This is not necessar-

ily easy, for many cyclists don’t always adhere

to the rules, for example by displaying unpre-

dictable behaviour or by failing to install proper

lights on their bike, making them difficult to

detect at night. “Unlike cars, cyclists are allowed

to overtake you from the right side,” Stiphout

says. “When drivers don’t check their mirrors

properly, this can take them by surprise.”

To protect this relatively vulnerable traffic, cy-

clists’ rights are firmly established in Dutch law.

In case of an accident the car driver is nearly

always responsible for paying incurred costs,

even when (s)he was not, or was only partially,

at fault.

Parking

Perhaps you were once used to parking your car

on pavements, using up as much space as you

liked. But in this relatively crowded country, this

will make you a poor sport. “The idea is that you

park in such a way that not only you yourself will

have enough space to park (and then leave!), but

also many others,” says Stiphout.

Avoid cut-offs at junctions

The ‘rechtdoor op dezelfde weg gaat voor’ rule

stipulates that when you arrive at a junction,

and intend to turn left or right, the traffic fac-

ing you has priority over you when traveling

straight. This includes pedestrians. While this

is not just a Dutch traffic rule, it is not common

elsewhere.

The theory testBefore you can register for your practical driv-

ing test, there is one more hurdle to take: the

theory test. Be sure to start on the theory in

time, as it is quite detailed; many Dutch people

take classes. To help the English speaker

prepare, there are several teach-yourself books

in English, such as Vekabest’s Driving Licence

Traffic Regulations. Some driving instructors

can also provide you with CD-Roms containing

sample exams.

The practical testMost examiners speak English very well, but

should you be unlucky and be appointed

one whose English is Double Dutch to you,

then don’t hesitate to ask your instructor to

translate. The exam usually takes an hour but

sometimes less, if you managed to convince the

examiner of your impressive driving skills even

earlier!

Hiring a carHurray! After passing the practical test, wheth-

er first-time or in a retake, you are eligible

(once again) to drive in the Netherlands.

Should you be keen to put your newly acquired

driving skills to good use, but lack the money to

buy a car, then hiring a car may be a good alter-

native. There are several car hire companies in

and around Enschede, a popular one being the

Bleekergroep at the Boddekampsingel/Henge-

losestraat junction. They allow you to rent a car

for the whole weekend for just a one-day fee

(provided it is picked up on a Friday between

15:00 and 17:30). Showing your UT employee

or student card may get you an additional dis-

count, depending on the car you choose. |

Honk, honk, happy driving!

UT NIEUWS 09|2012 35

Cyclists make up a large part of Dutch traffic.

Page 36: UT Nieuws Magazine November

TExT: MARISKA ROERSEN | PHOTO: GIJS VAN OUWERKERK >

Liang: ‘Today is the last day of my first year in

the Netherlands.’ Wenlong: ‘I received my an-

nual review this morning.’ Junwen: ‘I received

it yesterday!’ What could be a better moment

to evaluate the first year as PhD candidates

in Twente?

Without the programme, these three talents

could not have started their PhDs. Liang, for

example, had already established contacts

with his supervisor in molecular nanofabri-

cation, but there was no funding available.

Similary, Wenlong was advised by Zheijang

University to contact Twente’s department

of Water Engineering and Management, but

there were no means for follow up. The Tal-

ent & Training China – Netherlands pro-

gramme was the solution.

This collaboration between the Chinese

Scholarship Council and the Dutch Organisa-

tion for Scientific Research serves several

purposes: it recruits highly talented PhD

candidates into the Netherlands, it increases

China’s knowledge and it strengthens scien-

tific cooperation between the two countries.

Wenlong explains the procedure: ‘First, we

had to be selected for the programme itself.

Then we had to find a research group that

would have us and only then could we apply

for the actual scholarship.’

I choose you, you choose meInterestingly, three out of the twelve PhDs

who started the programme in 2011 chose the

University of Twente. Why is that? Junwen:

‘The supervisors show real interest in the

proposals, it feels like a two-way street. ’ ‘It

is a good fit because we chose them and they

chose us’, Liang adds.

The role of Twente Graduate School de-

serves special attention: one of the eligibil-

ity requirements for the programme is there

must be a graduate school at the university so

without TGS, the UT could not have partici-

pated in the programmme. Junwen: ‘In China,

grad schools are sometimes mainly adminis-

trative. Here, it has an academic link and we

benefit from it.’

Sand, policies and nano The three PhDs couldn’t have been more

diverse in their research topics. Wenlong

investigates the influence of sand extraction:

‘There is a lot of sand extraction going on in

China, for economic or navigation purposes.

But there is little attention paid to its con-

sequences. I want to find out how to predict

storm behaviour and how to reduce water

set-up along the coast, to help policy makers

make better decisions.’

Junwen also aims to help policy makers in

their decisions, albeit in a different way.

She studies how the evaluation mechanism

designs of non-university research institutes

work for national science and technology

policies, to see if they do what they intend. ‘I

want to develop practical evaluation mecha-

nisms for research institutes, so that public

money will be allocated more economically,

effectively and efficiently.’

Last but not least, Liang researches new

nano-fabrication techniques: ‘I already

studied this topic during my Master’s, but in

Twente there is attention to chemistry along-

side physics. I had to get used to that.’ Liang’s

focus is on nano-scale imprint lithography,

which is often used for integrated circuits.

He says, ‘I want to push the technology to

industry level.’

And the list of researchers continues, as the

next generation has already risen: Bojian Xu

and Lv Shaoning will join the research force

in November. |

China’s got talent Liang Ye, Junwen Luo and Wenlong Chen

They are talented, have relevant research interests and are eager to learn more. That is why

Liang Ye, Junwen Luo and Wenlong Chen were admitted into the Talent & Training China –

Netherlands programme in 2011, and were able to start their PhDs in Twente. One year down

the road, how are they doing?

PhDs are the backbone of our university. But who are

they? Every month, we introduce another PhD candidate

to you. This month: Liang Ye, Junwen Luo and Wenlong

Chen. PhD Candidates in the Talent & Training China –

Netherlands program.

International

36 UT NIEUWS 09|2012

Page 37: UT Nieuws Magazine November

China’s got talent

TExT: LEANNE BENNEWORTH | PHOTO: GIJS VAN OUWERKERK >

‘I came to Twente at the end of 2009 – it was

the first time I’d been to the Netherlands.

I’d been studying in the USA and wanted to

be back in Europe. My husband, who is also

Macedonian, had been here for about five

months, working on his PhD and I got a job as

a researcher at UT. A few months later I got a

PhD position.

I’d been at a campus university in the US (Ap-

palachian State), so it was nice to come to the

campus here at UT. The major difference with

the US is there you have to have a car and

drive to the mall even if you just want a coffee.

Here public transport is great and everything is

very accessible.

Macedonia is very small and everyone knows

everyone else. That means social connections

are closer, communication is a bit more conser-

vative here. People tend to at least think twice

before they speak! The Dutch people are very

open though and always seem happy to have

foreigners here. In a lot of countries I haven’t

felt so welcome as a foreigner, the Dutch seem

different.

Enschede is quite like where I am from in

western Macedonia - it is a small city with lots

of nice cafes within a small city centre. The

bigger Dutch cities are very different to home.

Here though it’s very easy to go out and meet

people, to have a drink etc. It’s an easy place

to live. My family have been to visit a couple of

times and they love it here.

I have a few Macedonian and Albanian friends

here, though there are not a lot of us about. My

colleagues are mostly expats too, which makes

another difference from home. It’s great that

everyone speaks English well, so even though

it is an international community everyone can

talk. I’m starting Dutch lessons next month

though! My husband finished his PhD last year

and now works for Accenture, so we’re plan-

ning to stay in Enschede.

I go back to Macedonia twice a year. When

I first moved here I used to bring Macedo-

nian pasta and cheese back with me – yes, I

imported cheese to a country famed for its

cheese! I don’t bother anymore, though I still

miss Macedonian food, especially the home

cooking. The main thing I miss about home is

my family though. Other than that, I feel quite

settled here in Enschede.’ |

Enschede: an easy place to liveEvisa Kica is a PhD candidate at the Department

of Public Administration, Law and Regulation

Group. Her research interests include

emerging technologies (biotechnology and

nanotechnology) and regulatory challenges.

She is originally from Macedonia.

UT NIEUWS 09|2012 37

ExpatLens

Page 38: UT Nieuws Magazine November

1/10 - @ronvrn: Colleges om van te houden; Persuasive communication van

Prof. Ad Pruyn , elke keer weer genieten ! #Utwente #Flexing

3/10 - @JaninkaFeenstra: Drie gave dingen vandaag: bezoek Saxion-student-

en, Marcom event en debat op de UT: goede wetenschapper is ook onderne-

mer. #kennispark

9/10 - @Tbuitink: Afscheid van UT. Druk bezig met de gastenlijst. Wordt een

grote reünie en netwerkborrel. Dit is mijn laatste afscheid ooit.

10/10 - @PG Welman: “@UTNieuws: Nieuw artikel: Monique van der Burg

nieuwe campusmanager http://tinyurl.com/9rtqs9l” Gelukkig. De campus

verdient een campusmanager.

10/10 - @ax38: Onderweg naar @utwente voor het #KiviNiria jaarcongres.

Onze talk over Caredroids (robots in de zorg) begint om 15:15.

11/10 - @phi48: De drie finalisten van de Simon Stevin Gezel-prijs van #st-

wnl vandaag waren drie Nederlanders. Loes Segerink #utwente won.

11/10 - @Sanderbannink: Eén of ander persoon van het Studie Informatie-

centrum @UTwente gaat bij Blackboard-vakken inschrijven om vervolgens

iedereen vol te spammen

12/10 - @TinekeG: Ik heb zojuist namens #Vrijhof Cultuurcentrum een

studentenhuiskamer voor @StukaEnschede geadopteerd! En er zijn nog

kamers beschikbaar!

12/10 - @Gielsbrouwer: Zojuist een goed gesprek gehad met @SUTwente

over mogelijke flexplekken voor Studentondernemers. Wie is geïnteres-

seerd?

16/10 - @MauricEssers: Help! Hoe kan ik mijn twitter-update met nieuwe

opmaak ongedaan maken? werkt totaal niet voor mij. #spijtvan #dtv

16/10 - @Bas_leerink: Zojuist gastcollege gegeven aan studenten #UTwente.

Veel vragen over preventie en selectieve Zorginkoop. Leuk om te doen!

17/10 - @heining: Ben je UT-student of medewerker? Verifieer dat in je

#dropbox account of meld je nieuw aan, ca. 15 GB gratis!

17/10 - @robineffing: After some meetings at #utwente in regard to our

social media participation research, I’m now about to visit one of my gradu-

ation students.

17/10 - @ReneeHeinen: Engelse uitspraak van docenten is toch nog steeds

knap waardeloos #Utwente #college

18/10 - @MDriesprongMooi!: Binnenkort internet thuis opzeggen, scheelt

toch weer 8 biertjes in de maand

18/10 - @MaritvdPol: Weer een dag in de bieb. Wat fijn dat de studieplekken

tot 00.00 uur open zijn ;-) (@ De Vrijhof)

18/10 - @Sreblov: Hee @pgwelman! @twenteacademy heeft sinds vandaag de

door jou beoogde ruimte in de Bastille betrokken :-) #utwente

20/10 - @yorickr: Eenpersoonsgerecht gevonden op het internet: bak de kip

en ui, kook de broccoli. Klaar.

22/10 - @woutervj: Deze week is gewone werkweek in Utrecht en herfst-

vakantie in twente. Wordt rustig op de zaak.

22/10 - @KatjaHunfelt: Wat een eng loensend meisje op de UT-website. Zo

Hogwarts in gebeamd;-)

38 UT NIEUWS 09|2012

Twenty Twente TweetsService

Page 39: UT Nieuws Magazine November

Bijblijven?

UT NIEUWS 09|2012 39

www.asml.com/careers

How do you make a lithography system that goes to the limit of what is physically possible?

At ASML we bring together the most creative minds in science and technology to develop lithography machines that are key to producing cheaper, faster, more energy-efficient microchips. Per employee we’re Europe’s largest private investor in R&D, giving you the freedom to experiment and a culture that will let you get things done. Join ASML’s multidisciplinary teams and help us push the boundaries of what’s possible.

Heb je je bachelor afgerond? Kies dan voor een

master in Leiden of Den Haag.

Masterdag 9 november

Kom langs en maak kennis met de Universiteit

Leiden: 70 masters en meer dan 200 specialisaties.

Meld je aan op unileidenmasters.nl

Bij ons leer je de wereld kennen.

Page 40: UT Nieuws Magazine November

do 22 november: Taalverloedering (Cubicus B209, 19.30-21.00)

di 27 november: Het grote UT-dictee der Nederlandse taal (Waaier 2, 19.30-21.30)