Update Hoger Onderwijs

download Update Hoger Onderwijs

of 12

  • date post

    04-Apr-2016
  • Category

    Documents

  • view

    214
  • download

    0

Embed Size (px)

description

 

Transcript of Update Hoger Onderwijs

  • Stijn Van der Borght (20)Studeert toegepaste informatica aan de Artesis Hogeschool Antwerpen

    Mijn eerste 60 studiepunten zijn binnen. Statistiek was slecht, maar dat vak maakt deel uit van een cluster van drie en de twee andere vakken waren ok. Voor de cluster kreeg ik een creditbewijs. Anders had ik een gendividualiseerd studietraject moeten volgen. Over het leerkrediet maak ik me niet te veel zorgen, ik ben al blij dat ik met 140 studiepunten begin Studeren anno 2008. Kun jij nog volgen?

    UPDATE

    HOGER ONDERWIJS

  • De A1 bestaat niet meer170 000 studenten bevolken momenteel de 7 Vlaamse universiteiten en 22 hogescholen. Is dat hoger onderwijs nog hetzelfde als toen hun leraren afstudeerden? Onze leraar spreekt over een A1-diploma, maar dat bestaat niet meer, verbaast Kevin zich. Wat vertel jij aan je leerlingen? Welkom in de wereld van bachelors en masters, studiepunten en creditbewijzen, schakelprogrammas en examencontracten, leerkrediet en output nanciering.

    STEEDS MEER STUDENTENHet aantal studenten in het Vlaamse hoger onderwijs neemt elk jaar toe. In 1950 trok amper 4 procent van de schoolverlaters naar het hoger onderwijs. Vandaag is dat 54 procent.

    Aantal studenten in het hoger onderwijs 1987-88 2007-08 Verschil

    Hogeschool 77 247 104 174 + 39 %

    Universiteit 52 588 64 372 + 22 %

    ALGEMEEN TOTAAL 129 835 168 598 + 30 %

    2

  • Sinds het academiejaar 2004-2005 is in Vlaan-deren de bachelor-masterstructuur (BaMa) van kracht. Daarbinnen kun je professioneel en academisch gerichte opleidingen volgen:

    Professioneel gerichte bacheloropleidingen zijn vooral gericht op de beroepspraktijk en bieden directe toegang tot de arbeidsmarkt. Het zijn de vroegere graduaten, A1-oplei-dingen, lerarenopleidingen voor kleuter- en lagere school, regentatenAcademisch gerichte bacheloropleidingen zijn in feite niet gericht op de arbeidsmarkt. In deze opleiding verwerf je de noodzakelijke kennis en vaardigheden om aan een master-opleiding te beginnen.De masteropleidingen leiden naar een graad die je vroeger behaalde na hoger onderwijs van twee cycli (licentiaat, industrieel ingenieur) De masteropleidingen brengen studenten tot een gevorderd niveau van kennis en competen-ties. Ze worden afgerond met een masterproef (thesis).

    Wie wil, kan nadien een bachelor-na-bachelorop-leiding (banaba) of master-na-masteropleiding (manama) volgen. Masters die een hoge graad behaalden, kunnen doctoreren.

    ASSOCIATIEEen professioneel gerichte bachelor behaal je aan een hogeschool. Academisch gerichte opleidingen kun je zowel in de hogeschool als aan de univer-siteit volgen. De opleidingen zijn niet dezelfde, maar de diplomas zijn wel gelijkwaardig. Om datzelfde niveau te garanderen werken hogescho-len in een associatie samen met een universiteit.

    Een t associatie bestaat uit n universiteit, die zowel bachelor- als masteropleidingen mag aanbieden, en ten minste n hogeschool.

    STUDIEPUNTEN EN STUDIE-URENBacheloropleidingen hebben een studieomvang van minstens 180 studiepunten, masteropleidin-gen tellen minstens 60 studiepunten.

    En t studiepunt staat voor 25 30 uur die je gemiddeld spendeert aan onderwijs-, leer-, en evaluatieactiviteiten: lessen, studiepakket-ten, lectuur, presentaties, examens... En jaar voltijdse studie stemt overeen met 60 studie-punten.

    SCHAKELEN EN VOORBEREIDENBacheloropleidingen sluiten aan bij het secundair onderwijs. Masteropleidingen sluiten aan bij een academische bacheloropleiding. Na een profes-sionele bachelor kun je enkel een masteropleiding volgen, als je eerst een schakelprogramma afwerkt.

    Een t schakelprogramma volg je als je wilt inschrijven voor een masteropleiding en geen academische maar een professionele bachelor hebt behaald. Via dit programma verwerf je de algemene wetenschappelijke competenties en wetenschappelijk-disciplinaire basiskennis die je nodig hebt om de masteropleiding te mogen volgen. Het omvat ten minste 45 en ten hoogste 90 studiepunten. Op basis van de resultaten van een bekwaamheidsonderzoek kan de minimumomvang worden teruggebracht tot 30 studiepunten.

    Als de master die je wilt volgen niet rechtstreeks aansluit op je academisch bachelordiploma, volg je een voorbereidingsprogramma.Schakel- en voorbereidingsprogrammas zijn geen opleidingen en leveren dus geen diplomas of getuigschriften op. Het zijn wel toegangstickets naar een speci eke master. In beide gevallen kun je vrijstellingen of studieverkorting krijgen. Dat betekent dat je voor een of meerdere vakken geen creditbewijs (zie p. 5) meer moet verwerven.

    Nu zijn we bachelors en masters AFGESCHAFT:Je volgt opleidingen van n of twee cycli, je wordt gegradueerde, ingenieur, regent of licentiaat, je behaalt een kandidaatsdiploma, een diploma A1

    INGEVOERD:Je volgt opleidingen van 180 studiepunten en behaalt in een modeltraject na drie jaar een pro-fessionele of een academische bachelor. Je doet er 60 of 120 studiepunten bij en je behaalt een masterdiploma.

    BaMa hstudiepunt hh

    schakelprogramma hh

    voorbereidings-

    programma hh

    bachelor h

    master h

    banaba h

    studieverkorting hh

    manama h

    associatie h

    3

  • 1. GEEN LERAREN MEERIn het hoger onderwijs krijgen studenten geen les van een leraar, wel van een docent, lector, assistent of professor. Hogescholen met alleen professionele opleidingen noemen hun onderwij-zende personeelsleden gewoonlijk (vak) lectoren (verder uitgesplitst: praktijklector, hoofdpraktijk-lector, lector, hoofdlector); in de academische opleidingen spreekt men van docenten. Hogescholen gebruiken het woord docent ook wel als verzamelnaam voor lesgevers in het hoger onderwijs en laten dan het ambtelijke onderscheid tussen lectoren en docenten links liggen. Aan de universiteit geeft de professor of hoogleraar les (men spreekt van colleges i.p.v. lessen); hij laat zich bijstaan door een assistent of praktijkassistent.

    2. MINDER ECHTE KLASSENStudenten zitten niet meer in de klas zoals in het secundair onderwijs, zegt Renilt Mertens, adjunct-departementshoofd Academische Zaken,

    Karel De Grote Hogeschool. In de kleuteroplei-ding bijvoorbeeld trekken ze meteen naar een kleuterklas in een school. Ze volgen opleidings-onderdelen in een leergroep van tien tot vijftien studenten, of workshops met twee leergroepen, of hoorcolleges met alle studenten. Ze werken individueel of in groep aan opdrachten waarbij ze problemen uit de klaspraktijk moeten analyseren en oplossen. Bovendien zitten studenten van verschillende jaren door elkaar, er is veel keuze, veel projectmatig onderwijs. Elk kwartaal heeft ten slotte een andere structuur, er is dus geen lessenrooster dat het hele jaar geldt. Alle modules hebben hun eigen organisatie en werkvorm, en er zijn vaste en losse elementen afhankelijk van de opleiding

    Zie ook www.taalunieversum.org/onderwijstermen(klik op hogeschoolpersoneel)

    Die master had me in totaal normaal gesproken vier jaar extra gekost: drie bachelorjaren en n masterjaar. Maar door vrijstellingen kreeg ik studieduurverkorting en doe ik hem op drie jaar tijd. Daardoor volgde ik in mijn eerste jaar wel een programma van bijna 70 studiepunten en dat leverde me een tweede zittijd op. Dat was iets te zwaar.De voordelen van het creditsysteem vind ik het tragere tem-po. Dankzij de exibilisering kun je bijvoorbeeld studie en werk beter combineren. Het nadeel is dat het systeem luiheid creert en onduidelijkheid: je moet goed in het oog houden welke vakken je al gevolgd hebt en welke je nog moet volgen. Tegelijk kun je niet naar alle cursussen, want bij zon persoon-lijk traject ontstaat er overlapping in het lessenrooster.

    Je kunt studie en werk combineren

    (vak)lectoren h

    docent h

    Jeroen Nijs (23): studeert af als master industrile wetenschap-pen elektronica-ict aan de Erasmushogeschool in Brussel behaalde eerst het bachelordiploma informaticamanagement aan de Katholieke Hogeschool Mechelen

    opleidingsonder-

    delen hh

    Luc Daelem

    ans

    4

  • Sinds het exibiliseringsdecreet (2005-2006) is een opleiding (bv. bachelor lager onderwijs) ver-deeld in trajectschijven van elk 60 studiepunten. Je kunt een modeltraject volgen (bv. 3 jaar van elk 60 studiepunten) of je kunt een persoonlijk (of individueel) traject samenstellen. Een vak heet nu een opleidingsonderdeel. Je kunt oplei-dingsonderdelen volgen in een andere instelling van de associatie of zelfs mits je toestemming krijgt in een instelling buiten de associatie. Het strakke keurslijf van het studiejaarsysteem wordt daarmee doorbroken.Hoe een student vordert, hangt af van credits of creditbewijzen die hij verwerft door met succes examen af te leggen of opdrachten tot een goed einde te brengen. Flexibilisering maakt dat studenten studieduurverkorting kunnen krijgen via vrijstellingen dankzij eerder verworven kwali caties of competenties. Studenten die om persoonlijke, humanitaire of sociale redenen geen diploma secundair onderwijs behaalden, kunnen toch tot het hoger onderwijs worden toegelaten als ze slagen voor een toelatingsonderzoek.

    eerder verworven kwali caties: t elk binnen-lands of buitenlands studiebewijs dat aangeeft dat een student (al of niet binnen onderwijs) een formeel leertraject met goed gevolg heeft doorlopen, voor zover het niet gaat om een creditbewijs dat werd behaald binnen de instel-ling en opleiding waarbinnen hij de kwali catie wil laten gelden.eerder verworven competenties: t het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes dat een student heeft verworven via leerpro-cessen die niet met een studiebewijs werden bekrachtigd.

    DRIE CONTRACTENElke student kiest bij zijn inschrijving uit drie verschillende studiecontracten:

    Een1. diplomacontract sluit je als je een diploma wilt behalen. Dat gebeurt via een modeltraject of een ge